Kies www.daandiederiks.info

Kom naar het lijstrekkersdebat op 20 juni
Stem voor een nieuwe D66 lijsttrekker
Kies Daan Diederiks

Welkom op de campagne site van Daan Diederiks

woensdag, april 13, 2005

Korte bio

Een kort overzicht over mijn leven
Daan Diederiks

Midden in de zomer, op 20 juli 1962, werd ik in Amsterdam geboren in het Centraal Israelitisch Ziekenhuis (CIZ). Tot mijn vijfde woonden we op de Prins Hendrikkade 24, naast de koffiehandel, schuin tegenover het station.

Mijn moeder, Hes André de la Porte, was schooljuf zonder vaste baan. Zij viel bij ziekte in. Over haar tijd in Amsterdam-noord kon zij smakelijk vertellen.
Mijn vader, Herman Diederiks, was zeven jaar jonger dan mijn moeder en studeerde geschiedenis aan de UvA. Niet lang na mijn geboorte studeerde hij af en ging eind jaren zestig aan de Universiteit van Leiden doceren.

In 1967 kochten mijn ouders een pand op de Herengracht, naast de in aanbouw zijnde Burghtschool. Veel kopers vreesden dat de bouw van de school de fundering zou aantasten, wat de prijs drukte en wat voor mijn vader een reden was om zijn slag te slaan.

In 1968 ging ik naar de naast ons gelegen Burghtschool. Toen ik in de derde zat kwam mijn moeder er werken. Mijn jongere zus en broer waren uit de luiers en zij wilde, heel modern, niet afhankelijk zijn van het inkomen van mijn vader.

Mijn territorium was de Herenmarkt en de speeltuin op de Droogbak, wat nu een kruispunt is. Mijn laatste jaar op de Burghtschool bracht ik daar ook door. Hier voerde ik met enkele klasgenoten mijn eerste politieke actie tegen grootschalige plannen. Het stadsbestuur wilde een snelweg aanleggen vanaf het centraal station, over de Droogbak, langs de Haarlemmerhouttuinen en dan dwars door het Westerpark. Wij voerden actie mede onder aanvoering van huidig Amnesty International activist Lars van Troost tegen de aanleg van de snelweg en daarmee voor het behoud van het Westerpark en het schoolgebouw.

De meeste kinderen uit mijn klas gingen een vak leren, enkele meisjes gingen naar het Amsterdams Lyceum, mijn ouders schreven mij in op het Barlaeus gymnasium. Een school die zwaar onder vuur lag omdat de Telegraaf een verhaal had geschreven over vermeend marijuana gebruik onder de leerlingen. Enkele jaren waren er maar twee eerste klassen. In 1974 meldden er zich voor het eerst weer zoveel leerlingen aan dat er vier eerste klassen kwamen.

De roerige jaren zeventig buiten de school kregen ook hun weerslag binnen de school en bij mij als puber.
Het waren de jaren van Vietnam, pacifisme, vrouwenbeweging, de neutronenbom, Den Uyl, de glorie jaren van Koot en Bie, het ontdekken van de stad, van hopeloze verliefdheden, school feestjes, `s middags glippen in Cinecenter, straatmuzikanten op het Leidseplein die eindeloos The Beatles speelden, het eerste bier en biljardstoot in café Reijnders, radio op mijn kamer, Parool krantenwijk, en film, steeds meer film. Paul Newman, Clint Eastwood, James Dean en Robert de Niro in Taxi driver waren mijn helden. Op school ging het niet meer zo vlekkeloos. Ik verloor concentratie en worstelde met het leven.

Blijven zitten bleek een recept voor verveling, die ik oploste door voor de filmclub op school heel veel 16 mm films te draaien. Legendarisch is nog steeds de eerste keer dat ik het apparaat zelf bediende in een vertoning van East of Eden met James Dean. Ik kreeg het geluid niet aan. Peentjes zwetend heb ik toen maar de eerste rol in stilte gedraaid. Om onverklaarbare redenen deed het geluid het toen ineens weer. De aula was inmiddels bijna leeg, alleen de diehards bleven over.

De klassieke talen schoten erbij in. Ik moest van school en belandde op het Lely Lyceum aan de Keizersgracht bij de Westertoren. De jaren zeventig liep op z´n einde. De jeugdwerkloosheid, punk, krakers en No Future deden hun intrede en het eerste stukje spacecake in coffeeshop Rusland, die op weg naar huis midden op de Dam in mijn hoofd explodeerde. Wonder boven wonder deed ik in 1982 met goed gevolg VWO eindexamen.

Onder invloed van pacifisten en terug-naar-de-natuur-hippies vertrok ik naar Frankrijk. Nabij Avignon ging ik druivenplukken, werd koeienknecht op een boerderij in de Pyreneën en manusje van alles in een hippie-commune, waar ik voor grote aantallen leerde koken en echt engels en frans leerde.

Even dacht ik erover om weg van het moderne leven verder te gaan. Maar boven op een berg bij zonsondergang realiseerde ik me dat blijven op het franse platte land ook een vorm van vluchten is voor de eigentijdse vraagstukken en problemen. Voor het voortdenderende echte leven. Ik miste de stad en ging in 1983 terug om te gaan studeren.

De twee fasen structuur was net ingevoerd. Ik begon met Russisch om Oblomov van Gontsjarov in het orgineel te kunnen lezen. Maar een taal was mij niet genoeg en onder invloed van de werkloosheidsdruk besloot ik in 1984 rechten te gaan studeren. Na drie jaar verplaatste mijn belangstelling zich naar de internationale politiek, politicologie (bij prof. Hans Daudt) en sociologie, maar daar was binnen de rechten faculteit niet veel ruimte voor.

Mijn studentenleven was zeer studieus. Ik werd daarom lid van een serieuse studentenvereniging, het SIB (Studentenvereniging Internationale Betrekkingen). Al snel belandde ik in het bestuur en richtte het vereningingsblad Het Verdrag op. Door een uitwisseling in maart 1988 met poolse studenten uit Krakow voelde ik me blijvend betrokken met de gang der Europese ontwikkelingen.

De jaren negentig zijn niet de gelukkigste jaren in mijn leven. Vlak voor de val van de muur trof mij een identiteits- en bestaanscrisis. De geboorte van mijn dochter Emma in 1990 was weliswaar een groot lichtpunt, maar niet lang daarna, in 1992, gingen haar moeder en ik uit elkaar. Ik concentreerde mij op haar opvoeding. Al deze jaren hielden we een regelmatig week-op, week-af schema vol.

In augustus 1995 verongelukte mijn vader dodelijk. Hij stierf in een Frans ziekenhuis. Een jaar later bleek mijn moeder erg ziek. Na een kort ziekbed stierf ook zij. Ik voelde mij als een groggy geslagen boxer in de hoek van de ring en vroeg mij af wat het leven nog allemaal in petto had, of ik wel weer het strijdtoneel opwilde, of ik niet liever verdween naar het arcadische platteland.

In de winter van 1997 was ik assistent van vriend en tegendraads kunstenaar Simcha Roodenburg. Hij kreeg een grote opdracht van het Nisa in Lelystad en vroeg mij om hem te helpen. Van enorme ruwhouten planken bouwden we een constructie dat door verwering in wind en regen een bizar staketsel zal worden.

In deze rouw retraite besloot ik docent maatschappijleer en geschiedenis te worden. Ik schreef mij in bij de Efa aan de Wibautstraat en werd weer student, ditmaal aan een hogeschool. Ik ervoer nu dat het niveauverschil van een lerarenopleiding en de universiteit vrij groot is.

Ondertussen had ik internet ontdekt en bekwaamde ik mij in het bouwen van websites. Ik bouwde The Amsterdam Post. Een "irregular daily", die ik uitbouwde tot een nieuwsportal en gestaag vulde en nog steeds vul met artikelen, waarbij ik grote verwachtingen koester over de functie van internet in het onderwijs. De ervaring die ik daarbij opdeed bleek goed van pas te komen.

In 2000 kreeg ik de opdracht om bij het COA als consultant een intranet-site te bouwen en anderhalf jaar een nieuwsbrief te verzorgen. Een zeer leerzame twee jaar in de Haagse ambtelijke burelen.

Toch hield ik mij aan het oorspronkelijke plan om les te gaan geven. In december 2002 werd ik aangenomen als maatschappijleraar aan het Keizer Karel College in Amstelveen. Het daarop volgende jaar kreeg ik ook twee geschiedenis klassen. Hoewel ik na anderhalfjaar niet geheel uit leraarshout gesneden bleek, was het een zeer goede en leerzame ervaring eens midden tussen de veeleisende pubers te staan. Als docent ben je toch meer opvoeder en regelaar dan mij lief is. De inhoudelijke kant glipte me teveel door de vingers.

Ik besloot er niet meer omheen te draaien en mijn aandacht geheel op schrijven te richten. Schrijven voor de website, in de journalistiek en met een ambitieus boeken project, alle drie projecten in uitvoering.

Lange tijd na mijn scheiding bleef ik een vrijgezelle vader, tot ik in 2000 weer goed verliefd werd op Marjolein. Inmiddels wonen wij al drie jaar samen en beleefden vele avonturen.

posted by DD @ PermaLink/woensdag, april 13, 2005
   
dinsdag, april 12, 2005

Politieke bio

Een korte politieke geschiedenis
Daan Diederiks

"Jij bent toch een politiek dier?", zei iemand toen ik in de twintig was. De vraag opende een nieuwe kijk op mezelf. Want ja, ik hield mij met politiek bezig, las fanatiek kranten en was zelfs lid van D66, maar een politiek dier? Is dat een speciaal soort mens? Waarom ben ik dan een politiek dier, vroeg ik mij af en hoe ben ik dat geworden?

De Oorsprong

Voor zover ik kan nagaan is hier een boek met veel plaatjes voor verantwoordelijk. Het stond in de boekenkast van mijn vader en was heel dik en groot en heet: Weimar Republik. In het eerste deel staan foto´s van gewonde gezichten van soldaten uit de eerste wereldoorlog. Het wekte een facinerend horror gevoel op, waar ik mijn ogen niet vanaf kon houden. Totaal vervormde gezichten, neuzen en monden die zijn weggeslagen en grote gaten achterlieten. Het zijn het soort afbeeldingen waar je als veertienjarige van afvraagd hoe dit in godsnaam kan gebeuren.

Op het Singel, op de hoek met de Korte Korstjespoort steeg was indertijd de dichtsbijzijnde boekhandel. Ik kwam er geregeld om van mijn zakgeld een boekje of een strip te kopen. Op een dag lag daar de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in foto´s en documenten, een uitgave van Sesam in twintig delen, bewerkt door GBJ Hilterman. Vooral door de vele foto´s had deze pocketserie een enorme aantrekkingskracht op me. Ik had niet veel zakgeld, maar van de boekverkoper mocht ik iedere week een deeltje af komen halen. Uren bladerde ik door de deeltjes met de meest afschuwelijke oorlogs- en genocide foto´s en feitjes. De oorlog als nachtmerrie en de politieke oorsprong van die nachtmerrie gingen mij fascineren en hebben mij sindsdien altijd bezig gehouden.

Een volgende mijlpaal was de film All the Presidents men over het Watergate schandaal, met Woodward en Bernstein. Ik ging er heen met vriend Vincent, die uit een zeer communistisch (en joods) gezin kwam en met wie ik eindeloze politieke debatten voerde. Voor hem was Amerika alles wat slecht en kapitalistisch was, de Russen waren de ware bevrijders van het kwaad, voor mij waren dat juist de Amerikanen. De verbale gevechten tussen ons waren enorm en concentreerden zich rond de vraag of ingrijpen in Vietnam door de VS nu goed of fout was.

De Verwarring

Aan het eind van mijn middelbareschooltijd was ik onder invloed van het kabinet Den Uyl, de polarisatie, de alom aanwezige provo´s, hippie´s en krakers toch nog pacifistisch geworden. Ik wilde niet in dienst en zwijnde mijzelf door de keuring. Tijdens de kroning in 1980 laveerde ik door het stadshart en belandde ineens midden in no-mans-land toen ik via een steegje aan de Kalverstraat het Rokin op ging. Links van mij de gehelmde politie, die zich beschermden met schilden tegen de stenen die rechts van mij kwamen, gegooid door met brommerhelmen en Arafat sjaals omhulde krakers. Ik probeerde nog over te steken, maar keerde terug naar huis om de verslagen van Stan van Houcke op de radio te volgen.

Punk, werkloosheid, kernoorlog en No Future zetten in Amsterdam de toon. Na mijn eindexamen ontvluchtte ik Amsterdam. Ik wilde terug naar de natuur en deed dit bij hippies in de Pyreneën. Ik belandde bij Engelsen die iedere conventionele manier van leven afwezen en nieuwe vormen probeerden te ontwikkelen, onder andere door terug te grijpen op een geromantiseerd plattelandsverleden. Ik ontdekte dat deze manier van leven ook vluchtgedrag is en een zekere vervreemding in zich bergt. Een zelfde soort vervreemding als de materialistisch kapitalistische manier van leven, gericht op consumeren. Vooral in de woestenij van de Pyreneën als je alleen de BBC- Worldservice tot je beschikking hebt en de Engelsen met hun leger de halve wereldbol over varen om een mini-eiland te bevrijden, dan realiseer je je ineens dat de actie niet tussen de geiten te vinden is.

Terug in Amsterdam ging ik in 1983 onder invloed van Gontsjarow, Dostojewski en Tolstoj eerst Russisch studeren. Een bijgedachte was dat ik daarmee ook "de vijand" leerde kennen. Hoewel ik met plezier studeerde, had ik na een jaar vrijheid wel moeite me weer in het onderwijs gareel te persen. Bovendien vergde mijn huisvesting en het hernieuwde sociale leven in de stad de nodige aandacht. Het werkloosheidsspook van begin jaren tachtig waarde bovendien nog dominant rond. Russisch leek een opleiding tot werkloze.

Daarom ging ik in 1984 rechten studeren aan de UvA. De eerste paar jaar doorliep ik vlot. Ik was nog in pacifistische sferen. In het debat rond de kruisraketten was ook ik getroffen door de hollanditis. Via een docent aan de juridische faculteit verzorgde ik voor enkele advocaten die de stationering wilden tegenhouden het krantenknipsel archief. Ik kreeg zo allerhande artikelen onder ogen en ging in de eerste plaats steeds meer twijfelen aan de `goede´ bedoelingen van de Sovjets en in de tweede plaats kreeg ik oog voor de hysterie van de pacifistische beweging. Een opmerkelijke vondst deed mij totaal van mening veranderen.

De Ontdekking

Op een dag vond ik bij toeval in een tweede handsboekwinkel Het Fascisme en de nieuwe vrijheid van Jacques de Kadt. Het is zo´n werk waarvan je, staand in de winkel, een bladzijde leest, om het vervolgens niet meer los te kunnen laten. Dit werk uit 1939 analiseert de aard van het fascisme en het nazisme en waarschuwt dat het tot een allesvernietigende oorlog zal komen en waarom en voorspelt tegelijk dat de volgende vijand het nietsontziende communisme van Stalin zal zijn.

Het boek trof mij als een mokerslag. Het eerste effect was dat ik alles van Jacques de Kadt wilde lezen, het tweede dat ik voorstander van plaatsing van kruisraketten werd, het derde dat ik mij academisch voor de (internationale) politiek ging interesseren en tenslotte dat ik mij bij de SIB aansloot, één van de meer studieuze studentenverenigingen die zich met internationale politiek bezig hield.

Via een lezing van Eppo Jansen in de Oude Manhuispoort over het democratisch tekort in Europa kwam ik bij de SIB terecht. Hij was toen net voorlichter van het Europees Parlement geworden en hield een verhaal over Europa dat mij erg aansprak. Het Europees democratisch tekort is sindsdien in debat gebleven.

Bij de SIB werd ik al snel eenn van de organisatoren. Het jaar daarop belandde ik als vice-voorzitter in het bestuur en richtte het verenigingsblad Het Verdrag op samen met drie anderen. Het was een mooie tijd, waarin het journalisten bloed ging stromen.

De Studie

Tijdens mijn studie bij professor Daudt hield ik mij meer theoretisch bezig met de koude oorlog, het kruisraketten debat, Ronald Reagan, Margaret Thatcher en tenslotte Gorbatsjov. In deze laatste zag ik al snel een echte veranderaar. Van Daudt leerde ik dat je politici op hun woorden moet geloven, vooral in ideologische debatten. In die zin dat je wat politici zeggen altijd heel serieus moet nemen en niet simpelweg moet afdoen als propaganda. Gorbatsjov is hier een mooi voorbeeld van. Dat wat hij zei werd aanvankelijk in het Westen niet geloofd en afgedaan als slimme propaganda, omdat het zo afweek van de traditionele Sovjet-retoriek. Hij wilde wel degelijk verandering, het liep alleen niet zoals hij voor ogen had.

De PvdA tijd

Als student was ik op en af lid van D66. Onder invloed van mijn studie politicologie werd ik lid van de PvdA. Al snel kwam ik in het bestuur van de afdeling binnenstad en ijverde daar voor de stadsprovincie en een stadsdeelraad. Ik zag mijn kans schoon het afdelingsblaadje "Het Binnenblad" weer wat op te kalefateren.

De Teleurstelling

Al snel dienden zich de eerste teleurstellingen zich aan. De selectie van kandidaat leden voor de Gemeenteraad zat gebeiteld in dinosaurussen commissies, waar niet doorheen te komen was. Ik maakte enkele politiek incorrecte opmerkingen en mijn bijdrage en oproep aan het kabinet Kok I om de negatieve inkomsten belasting te onderzoeken viel in een groot en diep stilzwijgen. Ook mijn poging om binnen de PvdA de discussie over drugslegalisering aan te zwengelen mislukte. Ik organiseerde een conferentie in het Bethaniënklooster. Discussie werd alleen niet zo op prijs gesteld. De marsroute kwam van boven.

De Afkeer

Na de dood van mijn vader bleef ik politiek actief in het bestuur. De dood van mijn moeder, een jaar later, ontnam mij iedere strijdlust en ik stapte uit het bestuur. Eenmaal op enige afstand werd ik steeds kritischer. De aanleiding om uit de PvdA te stappen was de wijze waarop voorzitter van Hees was afgezet door Melkert en consorten. Ik nam mij voor nooit meer in politieke slangenkuilen te stappen. Het was slecht voor mijn humeur, creativiteit en vrijheid van denken. Tot begin deze eeuw bleef ik partijloos.

De Bekering

Afgezien van de verkalkte structuur, waar Niet Nix en andere vernieuwers geen greep op kregen, dreef het vasthouden van de PvdA aan versteende sociaal-economische verhoudingen mij steeds verder van de PvdA. Op een gegeven moment realiseerde ik mij dat mijn denken sociaal-liberaal is en niet sociaal-democratisch. Bij het ondernemers liberalisme van de VVD voelde ik mij nooit thuis, maar het meer intellectuele liberalisme van D66 was after all toch waar ik mij het meest thuisvoelde.

Ik werd weer lid van D66. Het was meer uit burgerplicht, niet met het gevoel ooit nog enige rol in de politiek te spelen. Een politiek bestaan wilde ik niet meer, ik wilde mij bezig houden met onderzoek en daarover schrijven. Ik wilde niet eindeloos mijn zitvlees beproeven in vergaderzaaltjes. Van mijn vader leerde ik weliswaar dat het soms nodig is om verantwoordelijkheid te nemen, maar een levensvervulling wilde en wil ik er niet meer van maken. Ik zag mijzelf als beschouwer.

In die hoedanigheid bekeek ik de Fortuyn revolutie. Het was zeer enerverend en ik herkende heel veel van zijn frustraties binnen de gevestigde politiek. Vooral de autistische wijze waarop politici hun stokpaardjes naar voren schuiven, zonder aandacht te schenken aan kiezers, die tenslotte maar amateurs zijn. Ik keek er naar en hield mij in.

De Vonk

En toen sloeg er een vonk in. Het politieke dier werd ruw uit zijn sluimerslaap gewekt.

Namens het bestuur van de deelraad kwam Guido Frankfurther uit het niets, voor de onoplettende burger dan, met een waanzinnig plan, dat de gehele structuur van mijn buurt overhoop zou gooien. Ik maakte mij ongerust over dit onbesuisde en slecht beargumenteerde plan. Binnen het bestuur van de afdeling D66 binnenstad kreeg ik weinig gehoor. Er werd mij gewezen op het program-akkoord, het dualisme binnen de partij en dat uitgevoerd moest worden wat afgesproken was. Ik drong erop aan in het haalbaarheidsrapport dan ten minste een goede sociaal-economische analyse op te nemen, maar dit hielp niet.

Uit wat vluchtige contacten op de Westerstraat ontstond al snel een groepje gelijkgezinde bewoners en ondernemers die elkaar in verbijstering aankeken hoe zo´n plan nu serieus overwogen kon worden. Het verbijsterde groepje werd een actie-groep, die in het najaar van 2004 de plannen van tafel kreeg.

Voor een verslag hiervan lees: Politieke actie.

Verantwoordelijkheid nemen

De grachtenplannen waren dan wel van de baan, maar met lede ogen zag ik dat binnen de afdeling binnenstad de monumentalisten visie hoogtij vierde. Bovendien vervreemden de kiezers zich in hoog tempo van de politiek door de regenteske en autistische wijze waarop Frankfurther opereerde.

Niets doen van mijn kant zou betekenen dat dezelfde club de verkiezingen in zou gaan, met hetzelfde programma. En als overtuigd sociaal-liberaal en Amsterdammer kon ik dit niet laten gebeuren.

Mijn politieke bestaan culmineert zich dus nu, Oh verrassing, in de strijd om het lijsttrekkerschap van D66 Amsterdam-centrum. En die strijd ben ik van plan te winnen, om D66 een volgende afgang te besparen en Amsterdam een troosteloze toekomst als openluchtmuseum.

Mijn Liberalisme

Mijn liberalisme bestaat uit een realistische beschouwing en denkwijze van de wereld en de mensen die erop leven. Het gaat uit van het individu en ieders verantwoordelijkheid. Het gaat uit van het idee dat zonder het geven van verantwoordelijkheid mensen inert en lui worden. Het leven is in grote mate wat ieder individu er zelf van maakt. De levensloop is immers verlopen langs de lijnen van de eigen keuzen. Daar kan de omgeving van grote invloed op zijn, maar primair is het individu verantwoordelijk.

Om de levensweg in de geindividualiseerde wereld te vervolgen moeten mensen van jongs af aan, verantwoordelijkheidsgevoel voor zichzelf en de omgeving, sociale, praktische en creatieve vaardigheden en strijdbaarheid voor het eigen belang bij gebracht worden.

Een mens heeft die nodig om in de moderne jungle te overleven, voort te leven en een aangenaam bestaan op te bouwen. Het is daarbij van primair belang dat eenieder voor het eigenbelang opkomt. Binnen de context van onze bijgebrachte normen en waarden van naastenliefde en geweldloosheid, resulteerd het naar vorenschuiven van alle eigenbelangen in de formulering van het algemeenbelang. Daarbij hoort onlosmakelijk dat het eigenbelang niet op geweldadige en immorele wijze nagestreefd mag worden. De overheid is ervoor om deze via wetgeving en het gezagsapparaat te beschermen.

In de politiek heeft de gecombineerde wil van alle individuen, uiteindelijk het resultaat dat er een algemeen belang ontstaat. Ook dit weer binnen de volgens de traditie overgeleverde normen en waarden, zoals voor ons het huidige politieke systeem en de joods-christelijke moraliteit. Dit politieke systeem en de praktijken van politici moeten met een gezonde scepsis bekeken worden om niet vast te lopen in dogma´s die vernieuwing op alle maatschappelijke terreinen tegen kunnen houden.

Nederland heeft, net zoals grote delen van West-Europa in de tweede helft van de 20ste eeuw een fase van enorme regulering doorgemaakt. Mensen leven daardoor steeds meer in een keurslijf van regels, die uiteindelijk vijandig zijn aan tolerantie. Hoe meer regels, hoe meer hokjes, hoe meer men mensen die niet in een geaccepteerd hokje passen als vreemd en ongewenst persoon gezien gaan worden.

In de komende jaren is het daarom economisch van belang dat mensen de vrijheid krijgen om te handelen naar eigen inzicht en creativiteit. Men moet vrij zijn om een goed, rijk of blij mens te kunnen worden zonder afgunst van anderen. Tolerantie van ideeën en stijlen van leven horen daarbij en zouden vanzelfsprekend moeten zijn. Met een sfeer van angst voor de dominantie van anderen die het eigene afpakken, verdwijnt de vrijheid. Liberalisme kan daarom niet zonder een hoge mate van concensus en overeenstemming.

Concensus en overeenstemming mogen weer niet zo verstikkend zijn dat niets meer mogelijk is. Daarom moeten succesen geeerd worden en goede ideeën gekoesterd en zal er altijd een zekere mate van anarchie blijven bestaan, die de functie heeft het gevestigde een enorme lachspiegel voor te houden.

Daan Diederiks

posted by DD @ PermaLink/dinsdag, april 12, 2005
   
maandag, april 11, 2005

Politieke plannen

Wat is mijn visie op de stad?


Ik kies voor een realistische visie op Amsterdam, een die oog heeft voor beleving, bewoners, bereikbaarheid en economie, in nauw evenwicht met de historische kwaliteiten van de binnenstad. Het gaat om denken vanuit mensen en niet vanuit stenen. Onze binnenstad moet zich blijven vernieuwen, niet door terug te grijpen naar het verleden, maar door vernieuwing te omarmen en deze er op de juiste schaal in te passen.

De binnenstad heeft bovenal iemand nodig die burgers in een vroeg stadium daadwerkelijk bij buurtplannen weet te betrekken, die geloofwaardige scenario´s voorlegt en daarover in een open debat gaat.

Amsterdam heeft realisme, diversiteit en vernieuwing nodig.

BURGERINVLOED VIA BUURTPLAN SCENARIO´S

De discussies en oproer rondom het graven van grachten, de aanleg van parkeergarages en de visie op het water hebben laten zien dat de Amsterdamse burgers willen meepraten over lange termijn buurt– en stadsplannen die hen direct raken.

Klankbordgroepen, beheergroepen, inspraakavonden en andere “roept u maar” vormen van medezeggenschap nemen de burgers niet serieus of zijn vastgelopen doordat slechts een klein vast groepje actief is.

Een alternatief zijn buurtplannen en burgerdebatten aan de hand van een aantal scenario's.

Verschillende opties en opvattingen over de buurtontwikkeling worden geformuleerd in een aantal scenario´s. Deze scenario´s zijn het uitgangspunt voor debatten met de buurt over de gewenste ontwikkeling. De bewoners krijgen zo inzicht in welke alternatieven er zijn, wat dat voor hen persoonlijk zou kunnen betekenen en wat de gevolgen zijn voor de buurt in een wijdere Amsterdamse context.

Het deelraadbestuur stelt zich in eerste instantie op als procesmanager. Deze bewaakt dat alle mogelijke visies en suggesties aanbod kunnen komen en formuleert de mate van haalbaarheid en de gevolgen voor de buurt.

Aan het einde van het proces kan, bij het vaststellen van het lange termijn buurtplan, de beslissing worden overgelaten aan de deelraad en het bestuur, of er kan een (buurt)referendum over gehouden worden. De burger kiest dan positief voor die variant die hem/haar het beste aanstaat. Via het een internet stemming kan deze afgenomen worden.


ONDERWIJS IN DE KNEL

De basisscholen in de binnenstad raken in de knel. Het kindertal groeit weer. Dit vraagt extra aandacht voor uitbreiding van scholen en de tussen– en naschoolse opvang.

De Brede School is succesvol gebleken. Vooral kinderen van werkende ouders worden enthousiast opgevangen. Continuïteit is alleen mogelijk als er voor het Brede School concept, van bijvoorbeeld de Kleine Reus, voldoende professionele begeleiding komt en de huisvesting voor de middellange termijn gewaarborgd wordt.

Om het contact met de stad te verbreden moeten kinderen ook leeftijdgenoten uit andere stadsdelen leren kennen door uitwisselingen en sportdagen.



BEGROTING STRUCTUREEL OMLAAG
SUBSIDIES HERIJKEN OP EFFECTIVITEIT

Uit de voorjaarsnota blijkt dat door tegenvallers de deelraad tot 2009 minder te besteden heeft.

De inkomsten uit het parkeerfonds gaan met 3 miljoen Euro omlaag, het onderhoud van de Beurs van Berlage kost de deelraad 5,5 miljoen en er zijn extra lasten door de verhuizing van de deelraad naar een eigen kantoor.

De deelraad kan alleen nog zelfstandig enig beleid voeren, als de bestaande subsidies op effectiviteit beoordeeld worden en er kostenvergelijkingen met andere deelraden worden gemaakt.

Sommige subsidies zijn te ruim bemeten. Een groot deel van de 2,6 miljoen monumentensubsidie kan bijvoorbeeld elders besteed worden. In een ambtelijk rapport wordt hierover gezegd: Het is de vraag of subsidieaanvragers niet in staat zijn om de behoud– en herstelwerkzaamheden te bekostigen zonder subsidiëring.

Veel eigenaren van monumenten zien deze subsidie als een welkome dekking in de kosten, maar nodig is het niet.



WONEN BOVEN WINKELS VOOR STUDENTEN
PROJECT MOET EINDELIJK ECHT VAN DE GROND KOMEN

Sinds 1985 wordt er over “wonen boven winkels” gesproken, maar echt vlotten wil het maar niet. Belangrijkste oorzaak hiervan is dat eigenaren niet zo happig zijn en het bestuur er zich niet echt voor inzet.

De deelraad heeft er wel geld voor uitgetrokken, maar “het is nog niet voorgekomen dat er meer aanvragen dan er subsidie beschikbaar is”, aldus een ambtelijk rapport dat subsidies evalueert.


Een belangrijke oorzaak hiervan is dat er geen actief beleid is. In de eerste tien jaar werd dit wel gedaan en werden er gemiddeld 51 woningen gerealiseerd. In de afgelopen drie jaar waren dit krap 30 woningen per jaar, aldus het rapport.

Vooral jongeren en studenten staan te springen om een woning in de binnenstad. Met doortastender en energieker beleid kan de deelraad hier veel meer bereiken. De neveneffecten van leefbaarheid en levendigheid in de buurten rond de Kalverstraat en Nieuwendijk komt het zeer ten goede.



TECHNIEK, TALENT EN TOLERANTIE

In de moderne economie hollen werknemers niet meer achter bedrijven aan, maar bedrijven achter die talenten die snel en kwalitatief producten kunnen ontwikkelen en verkopen.

De Amerikaanse wetenschapper Richard Florida onderzocht de voorwaarden waaronder regio´s een hoge economische groei behaalden. Tot zijn verbazing kwam hij tot de conclusie dat succes niet in de eerste plaats van kostenvoordelen afhing, maar van de aanwezigheid van slimme mensen, die slimme producten en diensten ontwikkelen, kortom, die vernieuwend zijn.

De talenten en creatieven, de mensen met hbo en hoger, die daarvoor nodig zijn, voelen zich aangetrokken tot die regio´s in de wereld, waar zij diversiteit vinden, veel voorzieningen, een schoon en aangenaam leefmilieu en een actieve culturele sfeer.

Zij bepalen zelf waar zij heen trekken. Dit geldt zowel voor Nederlanders als voor buitenlanders die zich oriënteren op een goede vestigingsplaats.

Daarom moet het algemene doel van het Amsterdams bestuur zijn, de sfeer van diversiteit en tolerantie te bevorderen.

posted by DD @ PermaLink/maandag, april 11, 2005
   
zondag, april 10, 2005

Politieke actie

Strijd tegen Monumentalisme
Acties tegen het ontdempen van de Westerstraat en Elandsgracht

Tijdens de tweede helft van de negentiende eeuw verdwenen er in Amsterdam vele grachten . Enkelen waren schilderachtig, velen waren vieze open riolen. Het dempen van deze grachten loste hygienische en logistieke problemen op. De stad werd schoner en de binnenstad werd beter bereikbaar voor het verkeer.

Onder historici en intellectuelen ontstond in de loop van de twintigste eeuw de doorlopende opmerking, waarmee je bewees een goede smaak te hebben, dat het dempen van de grachten een "historische vergissing" was.

Het eigenaardige is dat de mensen uit de buurten hier nooit over repten. De gedempte grachten fungeerden als trambaan, rijweg en wandelweg. Op sommigen worden wekelijks markten gehouden en functioneren zij bovendien als parkeerplaats. Bovendien ontwikkelden zich rond deze gedempte grachten enorme kranten imperia, zoals op de Nieuwezijds Voorburgwal, ooit de Fleetstreet van Amsterdam. In onze tijd zijn de Westerstraat en Elandsgracht economische centra van hun buurt geworden, die ook nog eens, door de parkeergelegenheid, veel mensen van buiten trekken.

Binnen D66 ontstond het plan om deze vergissing ongedaan te maken en het uitgraven in het verkiezingsprogramma te zetten. Enkele partijen meenden hier ook wel brood in te zien en namen het over. Vooral gemeenteraadslid Guido Frankfurther, bijgestaan door Walther Schoonenberg van de Vereniging Vrienden Amsterdamse Binnenstad (VVAB), maakten zich hier sterk voor. Zij schreven in de loop der jaren enkele notities. De historisch nostalgische vergezichten die zij schetsten kregen nooit een serieus weerwoord. Waarschijnlijk omdat serieuse mensen meenden dat deze plannen nooit werkelijk zouden worden uitgevoerd.

Eerste deelraadsverkiezingen binnenstad

Ik was een voorstander van een deelraad binnenstad. Het was een onrechtvaardigheid dat burgers in alle stadsdelen de eigen bestuurderen konden aanwijzen, alleen de binnenstadsbewoners niet. Daarom was ik blij dat Guido Frankfurther mij vroeg of ik hem bij de campagne voor de eerste deelraad wilde helpen. Met het programma had ik mij niet bezig gehouden en ik had er ook nauwelijks een oordeel over gevormd.

Grachten graven was, achteraf gezien, naar mijn wat al te naive idee, een leuk item om je mee te onderscheiden. Echt serieus realiseerbaar vond ik het niet. Dat de Westerstraat en de Elandsgracht ook in het rijtje stonden vond ik vreemd, maar ik meende dat deze twee in de realistische politieke overwegingen wel als laatste uit de bus zouden komen. Het economische belang van de Westerstraat en de Elandsgracht zou een beslissing om deze uit te graven wel tegenhouden. Over de daadwerkelijke consequenties had ik niet nagedacht. Daar kreeg ik nog spijt van.

Het haalbaarheidsonderzoek

Voorjaar 2004 hingen alle ramen van winkels in de Westerstraat vol met posters tegen het ontdempen. Ook bij mij kwam dit plan als een verrassing. De politieke discussies in de deelraad had ik niet gevolgd. Hoe was het toch mogelijk dat het deelraadsbestuur de Westerstraat of de Elandsgracht uit wilden graven?

Via een bestuurslid drong ik er op aan dat in het rapport vooral ook de sociaal-economische gevolgen belicht zouden worden. Op straat niveau spraken mensen veel met elkaar over het ontdempen. Winkeliers, marktkooplui en bewoners. De verontwaardiging was groot. Er bleek nauwelijks overleg gevoerd. Frankfurther had met de voorzitter van een niet functionerende winkeliersvereniging gesproken en van de Elandsgracht begrepen wij dat de klankbordgroep alleen maar kritiek had, maar dat er niet geluisterd werd. Spontaan ontstond er een verzetsgroep waar ik mij bij aansloot.

Het haalbaarheidsonderzoek stelde zwaar teleur. De financiele onderbouwing was slecht. Bij vergelijking met de ondergrondse parkeergarages bij het Weteringscircuit leek het financiele plaatje wel een feestbegroting. Nergens werd verwezen naar literatuur en/of bronnen, behalve dan naar notities die Frankfurther zelf al eens geschreven had. Het was een perfect cirkelverhaal. De sociaal-economische paragraaf besloeg wel een halve pagina en de compensatie die aan winkeliers en marktkooplui geboden werd was volstrekt ontoereikend. Maar bovenal leunde het hele plan voornamelijk op de onwaarschijnlijke historische argumentatie dat de historische waterstructuur hersteld moest worden. Volgens het rapport waren de gedempte grachten alleen mooi in te richten als het water terugkwam. Waarom dit zo was werd er niet bij verteld.

Ik kwam tot de ontdekking dat er achter dit idee een systeem zat en zeer zwaar leunde op het roemrijke verleden van Amsterdam. Ik noem dit het monumentalisme. Dit is het geloof dat de historische grachtengordel van Amsterdam niet alleen bewaard moet blijven zoals het is, maar dat er zoveel mogelijk "fouten" uit het verleden hersteld moeten worden. Wat die fouten dan zijn wordt door een klein groepje monumenten liefhebbers gedefinieerd. Met veel verve en geduld hebben zij jaren lang soms terecht, vaker nogal doorgeschoten, ideeen ontwikkeld over hoe je met een historische stad om gaat. Zij vinden dat bij toekomstige ontwikkelingen in de stad primair gekeken moet worden naar het verleden.

Deze visie gaat volstrekt voorbij aan sociale verbanden in een buurt. Het zijn bakstenen, stoepranden en kroonlantaarns die de toon zetten. Het gaat er in deze visie niet om hoe een gedempte gracht gebruikt wordt en door de gebruikers gewaardeerd wordt. Dogmatisch wordt er voor water gekozen als zaligmakende oplossing.
Het monumentalisme bevriest de stad zoals die is en ontneemt de bewoner en gebruiker ieder initiatief om met vernieuwingen te komen en daarmee verstart het het denken en de zin in vernieuwing.

Het reduceert de oude stad tot een openluchtmuseum. De monumentalisten gaan er daarbij volstrekt aan voorbij dat Amsterdammers door de eeuwen heen, met respect voor wat er was, hun huizen en omgeving aan het moderne van dat moment hebben aangepast. Het is a-historisch om te verordoneren dat er niets meer mag veranderen of dat er alleen in historische stijl mag worden gebouwd.

Medestander van Frankfurther in woord en geschrift was de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad (VVAB), die inmiddels meent, via de belangrijkste woordvoerder Walther Schoonenberg, dat zij het alleenrecht hebben op het bepalen van wat in monumentaal opzicht het enige juiste voor de stad is.

Deze vereniging heeft grote daden op haar naam staan. De belangrijkste is dat zij een belangrijke tegenstander was van wethouder Han Lammers, die de Jordaan plat wilde gooien en een modern stadsplan had ontwikkeld.

Het ironische is dat het grachtenplan van Guido Frankfurther monumentalisme en de grootheidswaan van Han Lammers combineerde. Frankfurther wilde een gracht met een drie verdiepingen (20 meter) diepe garage daaronder, van de Lijnbaansgracht tot de Prinsengracht. Deze garage moest er komen om het uitgraven te bekostigen. De gargage zou een betonnenbak zijn, die qua omvang nauwelijks voor de Noord/Zuidlijn onder doet en volstrekt buiten proportie is in een kwetsbare buurt als de Jordaan.

Op basis van het rapport schreef ik een artikel in Het Parool en The Amsterdam Post; Gracht is geen geloofsartikel. Eerder had er in het NRC-Handelsblad al een Hoofdredactioneel commentaar gestaan; Geen nieuwe grachten. De toon voor de inspraakavond eind september was gezet.

Complicerende factor was dat de inspraakavond niet rechtmatig volgens de inspraakverordening was uitgeschreven. Op grond hiervan moest Frankfurther een tweede avond uitschrijven. De VVD fractie dwong hem hiertoe; Inspraakavond uitgraven grachten moet uitgesteld.

De inspraakavond zelf was een daverend succes voor de tegenstanders. In mijn speech namens bewoners en winkeliers riep ik op om op basis van geloofwaardige scenario´s over de toekomst van de Jordaan met het bestuur te gaan praten.

Plannen van de baan

Op de inspraakavond bleek al dat Frankfurther iedereen tegen de haren had ingestreken. Alleen het clubje rond de VVAB steunde het plan nog. De PvdA en de VVD trokken al snel hun steun in en daarmee ontviel de politieke basis onder het hele plan en besloot het dagelijks bestuur het plan in te trekken en Jordaan-conferenties te organiseren.

Video verslag van de toespraak tijdens de inspraakavond in de Rode Hoed.

Toespraak Daan Diederiks (Quicktime)







posted by DD @ PermaLink/zondag, april 10, 2005
   
zaterdag, april 09, 2005

Waarom Daan?

Kies Daan Diederiks, stem voor!

  • Voor een nuchtere kijk op Amsterdam.
  • Voor een deelraad die haar bestaan waarmaakt.
  • Voor een binnenstad waar gewoond, gewerkt en plezier gemaakt kan worden.
  • Voor het stimuleren van creatieve energie.
  • Voor een verantwoord financieel beleid.
  • Voor het betrekken van burgers bij besluitvorming door hen geloofwaardige scenario´s voor te leggen.
  • Voor buurtplannen per buurt die op grond van deze scenario´s en het debat daarover met de mensen opgesteld worden.
  • Voor een gastvrije binnenstad, die wars is van vertrutting.
  • Voor wonen boven winkels in de Kalverstraat en Nieuwendijk. Extra inspanning om studenten woningen boven deze winkels te scheppen.
  • Voor een veilige binnenstad waar iedereen hand in hand kan lopen.
  • Voor een kinderbinnenstad, waar scholen veilig te bereiken zijn en waar de overblijf en naschoolse opvang geen achterstanden hebben.
  • Voor toegankelijk bestuur door vertalingen in de Lingua Franca; Engels.
  • Voor tolerantie.
Uitgebreidere visie op Amsterdam vindt je bij Toekomst Amsterdam.

posted by DD @ PermaLink/zaterdag, april 09, 2005
   
vrijdag, april 08, 2005

Toekomst Amsterdam

Mijn toekomst visie op Amsterdam zal hier op 5 juni verschijnen.

posted by DD @ PermaLink/vrijdag, april 08, 2005
   
donderdag, april 07, 2005

Programma D66

Op het ogenblik zijn alle partijen druk bezig met het formuleren van een verkiezingsprogramma voor de raadstermijn van 2006 tot 2010.

Ook binnen D66 Amsterdam-centrum is er een programcommissie aan het werk.

Het vorige verkiezingsprogramma vindt u hier:

Zodra het concept programma voor publicatie wordt vrijgegeven, kunt u het ook hier vinden.

posted by DD @ PermaLink/donderdag, april 07, 2005
   
woensdag, april 06, 2005

Forum

Debateer mee over Amsterdamse onderwerpen








Google Groups
Kies lijsttrekker D66
Amsterdam is het debat waard, click hier.

De deelraad heeft zijn allereerste termijn er bijna op zitten. De belofte bij de vorige verkiezingen was dat het bestuur van een deelraad dichter bij de burger zou staan. Is dat ook zo? Hebben de burgers meer te zeggen gekregen in Amsterdam-centrum? En heeft het bestuur goed gebruik gemaakt van haar macht en mogelijkheden?

Het is kortom tijd om ons af te vragen wat er goed en fout is gegaan en hoe het beter kan.

Aan de hand van een aantal stellingen kan er op de Google groep gediscussieerd worden. Doe mee! Laat weten wat je ervan vindt!

posted by DD @ PermaLink/woensdag, april 06, 2005
   
dinsdag, april 05, 2005

Pers berichten

Kandidaatstellingen lijsttrekkers D66 Amsterdam-binnenstad
- Persbericht –

Amsterdam, 9 juni 2005

Betreft:
Kandidaatstellingen lijsttrekkers D66 Amsterdam-binnenstad

Activiteiten:
- Zondag 12 juni 13.00 uur - Aankondiging op Spreeksteen (zie www.spreeksteen.nl)
- Maandag 13 juni 20.00 uur – D66 Bijeenkomst in Café P96 (Prinsengracht 96) over Urban Economie
- Maandag 20 juni 20.00 uur – Lijsttrekkersdebat met aansluitend de verkiezing.

Op maandag 20 juni vindt in café P96 de verkiezing plaats van de lijsttrekker van D66 Amsterdam-centrum. Drie kandidaten hebben zich in de strijd geworpen, wethouder Guido Frankfurther, internetjournalist Daan Diederiks en D66 bestuurslid Joris van Vuure.

Lees verder...Klik hier...

posted by DD @ PermaLink/dinsdag, april 05, 2005
   

Contact

Je kunt op verschillende manieren contact opnemen.

Commentaar, opmerkingen en vragen zijn van harte welkom. Ook kun je je aanmelden voor het campagne-team.



Blijf op de hoogte van mijn campagne
schrijf je in op de mailing list!
Email:






Doe mee aan en debatteer over de Amsterdamse binnenstad en het
functioneren van de deelraad, ga naar Google, discussiegroepen.









Google Groups
Kies lijsttrekker D66
Amsterdam is het debat waard, click hier.

posted by DD @ PermaLink/dinsdag, april 05, 2005
   
maandag, april 04, 2005

Varia

posted by DD @ PermaLink/maandag, april 04, 2005
   
zondag, april 03, 2005

Vragen?

Algemeen

Vraag: Waarom wil je lijsttrekker worden?
1. Om de koers van D66 bij te stellen. D66 is volgens mij een partij van vernieuwing en tolerantie en niet een partij die uitsluitend gericht is op monumenten.
2. Ik sta voor realisme, diversiteit en vernieuwing. Het historische is belangrijk, maar moet niet overheersen in de beeldvorming, want die is vanzelf al overheersend. Vernieuwing moet er in gepast worden.
3. Onder mijn leiding verwacht ik zeer goeie verkiezingen te maken. Ik verwacht 4 zetels en zal als fractievoorzitter daar leiding aan geven. Het is een goed liberaal beginsel dat de politiek leider in de raad zit.
Ik streef naar deelname in het bestuur. Daar zijn diegene kandidaat voor die zich in de raad bewezen hebben als realistische politici. Ik ben niet voor nog eens vier jaar van hetzelfde. Ik wil verandering in de opstelling van D66 die aansluit bij de modernisering in de maatschappij.
Mocht een ander gekozen worden als lijsttrekker, dan overweeg ik mij voor de raad te kandideren als ik vanavond aanzienlijke steun krijg en de gekozen lijsttrekker als eerste man ook daadwerkelijk de kans heeft een goeie uitslag te maken.

Bestuur

Vraag: Hoe wil je het bestuur dichter bij de burger brengen?

1. Bij grote veranderingen in een buurt. Buurtplannen maken aan de hand van scenario´s en daarover concreet in debat gaat met een buurt en afsluiten met een referendum.
2. Een maandelijks café spreekuur houden, steeds in andere delen van de stad. Doel om de burgers en de cafés beter te leren kennen.
3. Veel schrijven in buurtkranten het parool en het internet.

Vraag: Wat zou je anders doen als deelraadbestuur/ Wat is je grootste kritiek op het huidige deelraadbestuur?
1. Het bestuur heeft aan al die sceptische Amsterdammers niet echt duidelijk gemaakt waarom er een deelraad moest komen. De grachten discussies hebben tegenstellingen in de stad gekweekt, en die verdienden een rationeler en eerlijker debat met de kiezers.
2. Telkens vragen bewoners om plannen te ontwikkelen die samenhang vertonen. Deze periode is dat niet gebeurd. Teveel incidentele stokpaardjes zijn bereden. Dat moet echt veranderen. Er moet structuur komen in de discussie over buurten.
3. Het deelraadbestuur heeft zich te veel met de kleine dingen bezig gehouden en is de bigger picture uit het oog verloren.
4. Er is de indruk ontstaan dat van de deelraad een openluchtmuseum gemaakt moest worden. Daar waar ingezet had moeten worden op vernieuwing, diversiteit en tolerantie.

Veiligheid

Vraag: Hoe moet de veiligheid voor de burger en de toeristen vergroot worden?
1. Een aangename goed onderhouden omgeving en bekendheid met de mensen om je heen, de buren, geeft iedereen een veilig gevoel. Sociale cohesie en goed onderhoud van de straat.
2. Het stadsdeel moet zich mengen in het debat rond vrije heroïne verstrekking en het legaliseren van de achterdeurproblematiek.

Horeca

Vraag: Hoe zie je het horeca beleid?
1. De achterstand in de screening van horeca ondernemers moet ingehaald worden.
2. Horeca gelegenheden zijn de gastheren en vrouwen van de stad. Veel regels zitten kwalitatieve horeca in de weg. Hier is een Horecamanager voor nodig om de deelraad te adviseren.
3. Kwalitatieve evenementen moeten in nauw contact en in goede harmonie met alle betrokken ondernemers georganiseerd worden. De VVD heeft van de Gay Pride er maar een zooitje van gemaakt.
4. Voor een bruisend en toegankelijk uitgaansleven pleit ik verder voor vrije openingstijden. Die moet eindelijk gerealiseerd worden.

Toerisme

Vraag: Hoe wil je omgaan met toerisme?
1. Toeristen zijn een verrijking voor de stad. Ze brengen geld en culturele diversiteit binnen, maar in Amsterdam mag niet alles in het teken van toeristen gaan staan. Daarvoor kiezen is kiezen voor een openluchtmuseum en daar ben ik fel tegen. De Binnenstad moet een gemengde functie houden. Wonen, werken en vertier voor Amsterdammers en bezoekers.
2. Het is heel goed mogelijk in verschillende buurten kleine buurtgebonden evenementen te organiseren die op de lange duur ook regionale en landelijke uitstraling krijgt, zoals de Prinsengracht concerten. Dit was heel klein, nu is het groot. Deze evenementen moeten een binding met buurtbewoners en buurtondernemers behouden, ten alle tijden. Ik ben tegen evenementen bureau´s die wel even iets neerzetten. Daar geloof ik niet in.
3. Amsterdam moet voor toeristen en bezoekers een stad van gastvrijheid zijn. Dat zit hem in kleine dingen, die samen te vatten zijn in openheid en voorkomendheid. Met een grove bek komen we niet ver en jagen mensen weg.

Milieu

Vraag: Hoe verbeter je het milieu in de binnenstad?
1. Waar mensen zich het meest zorgen over maken is het fijne stof. Dit kun je niet afdoen met Brusselse regelzucht. Diesels zonder roetfilter moeten in de stad verboden worden. Voor de rest moet bij de nieuwe parkeergarages goed onderzocht worden of zij fijn stof uitstoters zijn en daar moeten technische oplossingen voor gevonden worden.
2. Ik ben voor drastische uitbreiding van het waterplanten projekt in de grachten.
3. Vogels moeten zoveel mogelijk de kans krijgen te broeden. In de gracht en elders. Alleen moet de duiven populatie omlaag. Het duiventil experiment is mislukt, dus zullen we diervriendelijk duiven moeten afvangen.

Bouwen en wonen

Vraag: Wat zijn de prioriteiten op het gebied van bouwen en wonen?
1. Ik ben geen voorstander van “oudbouw”. Dat is semi- klassiek bouwen. Mocht er ergens een gebouw instorten dan ben ik voor kwalitatieve nieuwbouw. Door de eeuwen heen hebben Amsterdammers steeds iets nieuws tussen het oude gezet. Het resultaat is een zeer gevarieerd grachtenbeeld. Om nu te zeggen er mag niets nieuws meer tussen is a- historisch. Het is een verzet tegen kwalitatieve vernieuwing en daar ben ik juist een groot voorstander van. Het moet natuurlijk wel passen in het geheel.
2. Er zijn overmatig veel woningen voor laagbetaalden. Het stadsdeel kan hier niet veel aan doen. De 33% norm voor corporaties van de kernvoorraad(+) kan losgelaten worden en kan zakken naar 30%. Dat zou al een hele winst zijn. Het belangrijkste is om de PvdA hiervan te overtuigen dat we de natuurlijke afname van de kernvoorraad tot 28% in 2015 best kunnen versnellen. Het zou de drempel voor creatieven om zich in de binnenstad te vestigen verlagen.
3. Er moet meer geld uitgetrokken worden om wonen boven winkels voor elkaar te krijgen. Bovendien moeten deze woningen kleine studenten hokken worden, om de stad bereikbaar en bruisend te houden voor het intellect.

Gezondheid en welzijn

Vraag: Wat zijn de gezondheid en welzijnsproblemen en hoe moeten die opgelost?
1. Het stadsdeel kan vooral iets doen aan preventie. Voor ouderen is dat aanpassen woningen, sociale samenhang bevorderen, voorkomen isolatie en de mensen zo lang mogelijk zelfstandig laten wonen. De wijkcentra en buurthuizen spelen hier een belangrijke rol.
2. De buurt en wijkcentra moeten in algemeen ook de sociale samenhang bevorderen. Dit is goed voor het veiligheidsgevoel, de leefbaarheid en de integratie. Hun subsidies moeten alleen herijkt worden en bekeken worden op effectiviteit, niet alleen of zij hun geld ook hebben uitgegeven. Dit moet ook het beoogde effect gehad hebben.
3. Er blijft een zelfstandig rol voor deze buurt en wijkcentra weggelegd. Over de inzet van al die vrijwilligers ben ik zeer positief. Wij moeten al die mensen dankbaar zijn. Wijk en buurtcentra maken dat mogelijk en die moeten gekoesterd worden. Wat niet weg neemt dat wildgroei gekapt moet worden en een kritische blik het functioneren kan verbeteren.

Sport

Vraag: Hoe zit het met de sport?
1. Sport is bewegen en dat moeten we meer doen. Voor mensen die goed ter been zijn zou de lift taboe moeten zijn. Neem de trap. Misschien moet in het hoogste gebouw van de binnenstad of Amsterdam een traploopwedstrijd gehouden worden.
2. Verder moeten er meer speelpleintjes ingericht worden naar de smaak van de jeugd. De skatebaan op het marnixplantsoen is een groot succes. In de oostelijke binnenstad moet iets vergelijkbaars komen.
3. Om het denken te bevorderen moeten er meer straat schaaktafels komen.


Onderwijs

Vraag: Onderwijs en kennis-economie: landelijk thema of stadsdeel-prioriteit?
1. Beide, nadrukkelijk beide. Terecht zet D66 zich landelijk in voor de kenniseconomie. De toekomst van Nederland als grote economische groeier, die niet alleen afhankelijk is van handel en transport, ligt juist daar. In het stadsdeel binnenstad concentreert zich dat. Er is onze eigen jeugd, die we moeten koesteren. Bovendien is er een grote universiteit. Die verdient alle ruimte om in de binnenstad te bloeien. Zij trekt de beste breinen aan, die weer economisch leven terug geven.
2. Concreet kan het stadsdeel bevorderen dat er meer studentenkamers komen, bijvoorbeeld boven winkels. Belangrijk voor de kenniseconomie.
3. Een nieuwe UB moet in de binnenstad blijven.
4. Voor de basisschool is het absoluut nodig dat de voor- tussen en naschoolse opvang goed geregeld is, scholen hun gebouwen kunnen uitbreiden.
5. Bovendien moet het schooltuin onderwijs uitgebreid worden.
6. De binnenstad jeugd kan via de naschoolse opvang meer kennis maken met de cultuur in de binnenstad. Er moet gestreefd worden naar een kinder- cultuurmuseum.

Kunst en cultuur

Vraag: Is het zinnig voor de deelraad om een kunst en cultuur beleid te voeren en hoe dan?
1. Om de stad aantrekkelijk, jong en vernieuwend te houden is het absoluut noodzakelijk dat er een vrije en vernieuwende kunst scene blijft bestaan in de Amsterdamse binnenstad.
2. De deelraad kan broedplaatsen ter beschikking stellen van beginnende kunstenaars die voor zo´n tien jaar verhuurd kunnen worden.
3. Buurt exposities en ateliers routes moeten meer aandacht krijgen in de media.
4. De deelraad kan jonge kunstenaars stimuleren door in de openbare ruimte meer kunst te plaatsen en die ook periodiek te maken. Waarna na zeg vier jaar nieuw werk geexposeerd wordt.
5. De deelraad moet meer prijsvragen voor ontwerpen uitschrijven om jonge kunstenaars en ontwerpers een podium kans te geven.

Economie en werkgelegenheid

Vraag: Welke sectoren in de binnenstadseconomie verdienen speciale aandacht?
1. Het belangrijkste voor de binnenstad is dat het een interessante vestigingsplaats blijft voor de creatieven. Dat kan gestimuleerd worden door een vernieuwend imago, een bruisende culturele sfeer en een divers uitgaansleven. Samen met de grote onderwijsinstellingen, de tolerantie en de financiële instellingen is het mogelijk van Amsterdam-centrum een economische power house te maken.
2. De kleine detailhandel moet gestimuleerd worden zich te vernieuwen. Een goede winkelstraat manager kan hier wonderen verrichten.
3. De mengfuncties moeten mogelijk worden. De rigide winkelclassificatie die in bestemmingsplannen gebruikt worden is aan herziening toe.
4. Voor de economische werk functie van de binnenstad zijn een goede bereikbaarheid, ook per auto nodig. Parkeergarages rondom in de singelgracht hebben de voorkeur.


Bereikbaarheid

Vraag: Hoe autoluw kan de stad worden?
1. Ik ben tegen een autovrije binnenstad. Op het ogenblik is een aardig evenwicht bereikt. Als er nu nog meer autoplekken verdwijnen slaat de balans door. Daar hebben wij ons in het auto referendum nooit voor uitgesproken. Er mogen alleen nog plekken bovengronds weg als die ondergronds gecompenseerd worden. Dus nu eerst garages bouwen, dan pas plekken bovengronds weg. Daarbij ben ik er dan voor om de garages zo te prijzen dat men vanzelf ondergronds gaat parkeren.
2. De opstapper is duur, maar geliefd en niet door de deelraad betaald. Dus ben ik er blij mee. Zonder verbetering en toename van gebruik is die nauwelijks te exploiteren voor de deelraad. Ik neig er dan ook naar om de Opstapper als die door de deelraad gefinancierd moet worden te schrappen, als er geen verbeterde inkomsten tegenover staan. Bijvoorbeeld reclame.
3. Start media campagne hoe parkeer ik mijn fiets.

Openbare ruimte, groen en water

Vraag : Euro's in de openbare ruimte: "levert z'n waarde tien keer op" of
"verkeerd besteed"?
1. Ik zou zeggen twee keer. De straat wordt mooier en de mensen voelen zich daardoor fijner. Maar dat wil niet zeggen dat als je de straat met goud plaveit dat men zich ook allemaal miljonair gaat voelen. Men zal het uit de straat rukken.
Wat ik hiermee wil zeggen is dat er een grens is aan het bedrag besteed aan de openbare ruimte en de harde en softe opbrengsten.
De financiële positie van de stad mag je niet uit het oog verliezen. Als natuurstenen stoepranden overal komen te liggen dan zijn we straks failliet. Die ambitie is mooi en leuk, maar onhaalbaar. Ik stel voor de natuurstenen stoepranden alleen op a-lokaties te leggen. Dat wil zeggen de Herengracht en daarbinnen de meeste doorgangsstraten. Daarbuiten voldoen de brede betonnen randen fantastisch.
2. Als oplossing voor de deadlock rond de water visie stel ik voor om bovenop het liggeld precario 2% te leggen en die in een woonbotenfonds te storten, waarmee dan in de loop der jaren zo´n 30 woonboten uitgekocht kunnen worden.
3. Ik ben tegen hondenpoep.
4. De herinrichting van pleinen als het Frederikplein en vooral het Rembrandtplein hebben voorrang. Ik stel voor hier internationale prijsvragen voor uit te schrijven onder jonge ontwerpers.


Monumentenzorg

Vraag: Hoe moet het stadsgezicht beschermd worden?
1. In de eerste plaats wil ik de stelling verdedigen dat die in het geheel niet bedreigd wordt. De afgelopen dertig jaar is de conditie van vrijwel alle monumenten in de binnenstad nog nooit zo goed geweest. Dit is te danken aan al die eigenaren en corporaties die tijd moeite en vooral veel geld in het opknappen van hun panden hebben gestoken. Een dreigend verval is er niet.
2. De deelraad moet vooral de uitvoering van uitgegeven verbouwingsvergunningen voor monumenten goed controleren. Daarvoor moeten deskundige inspecteurs aangenomen worden.
3. De monumenten subsidie van 2,6 miljoen kan voor een groot gedeelte afgeschaft. Het is een douceurtje voor eigenaren die zonder deze reparaties toch wel uitvoeren. Een bedrag van een 0,5 miljoen is voldoende. In deze tijd van een krappere begroting is het niet uitteleggen dat eigenaren van dure panden ook nog eens gespekt worden, terwijl in onderwijs, zorg en cultuur geld nodig zal blijken.

Financiën

Vraag: Wat zijn jouw keuzes bij een verslechterende begroting?
1. De subsidies die de deelraad uitgeeft moeten op effectiviteit beoordeeld worden. Dat gebeurd nu nog niet. Het wil zeggen dat gekeken wordt of zij het doel, waarom die verleend is ook haalt. Bijvoorbeeld de monumentensubsidie.
2. Ik kies bij een krimpende begroting voor het investeren in mensen, onderwijs, zorg en cultuur, boven straatstenen.
3. Een andere prioriteit is de investering in Wonen boven winkels. De lange termijn opbrengsten van veel jonge mensen, studenten, in woningen langs de Kalverstraat en Nieuwendijk zal enorm zijn. Dit verdient tenminste een verdubbeling van de subsidie, maar vooral een verdriedubbeling de energie die het stadsbestuur er in moet stoppen.

posted by DD @ PermaLink/zondag, april 03, 2005
   
zaterdag, april 02, 2005

Links

Referendum Grondwettelijk Verdrag

OverheidPolitieke partijen
Nieuws websites

posted by DD @ PermaLink/zaterdag, april 02, 2005
   

Colofon

Deze website is ontworpen door The Amsterdam Post op verzoek van Daan Diederiks ten behoeven van zijn campagne om tot lijsttrekker van D66 Amsterdam- centrum te worden gekozen door de leden van D66 in dit stadsdeel.

Voor het eerst is hiervoor gebruik gemaakt van Style sheets, met behulp van Style Master 4.0 en het voorbeeld dat ontworpen is door Maxine Sherrin van www.westciv.com.

Alle teksten zijn geschreven door Daan Diederiks, tenzij anders is vermeld.

posted by DD @ PermaLink/zaterdag, april 02, 2005
   
vrijdag, april 01, 2005

Copyright

Het copyright van alle teksten, afbeeldingen en de layout van deze website liggen bij Daan Diederiks, tenzij bij de betreffende tekst of afbeelding anders vermeld is.

Voor het gebruik van materiaal op deze website gelden de volgende voorwaarden:

  • Alleen teksten die als persbericht gekenmerkt zijn kunnen zonder meer over genomen worden.
  • Dit geldt eveneens voor afbeeldingen die bij persberichten gevoegd zijn.
  • Afbeeldingen waarbij dit niet het geval is, kunnen alleen na toestemming van de rechthebbende gebruikt worden.
  • Voorwaarde voor het gebruik van afbeeldingen is het betalen van de daarvoor geldende vergoeding.
  • Overige teksten mogen niet overgenomen worden.
  • De layout van de website is ontworpen op basis van een Style sheet van Maxine Sherrin van www.westciv.com. Deze is vrij te gebruiken, met het verzoek om de naam van de onwerper te vermelden. Bij deze.

posted by DD @ PermaLink/vrijdag, april 01, 2005
   

Home

Nieuws

DD Column

Korte bio

Politieke bio

Politieke plannen

Politieke actie

Waarom Daan?

Toekomst Amsterdam

Programma D66

Forum

Pers

Contact

Varia

Vragen?

Links