Politieke bio
Een korte politieke geschiedenis
Daan Diederiks
"Jij bent toch een politiek dier?", zei iemand toen ik in de twintig was. De vraag opende een nieuwe kijk op mezelf. Want ja, ik hield mij met politiek bezig, las fanatiek kranten en was zelfs lid van D66, maar een politiek dier? Is dat een speciaal soort mens? Waarom ben ik dan een politiek dier, vroeg ik mij af en hoe ben ik dat geworden?
De Oorsprong
Voor zover ik kan nagaan is hier een boek met veel plaatjes voor verantwoordelijk. Het stond in de boekenkast van mijn vader en was heel dik en groot en heet: Weimar Republik. In het eerste deel staan foto´s van gewonde gezichten van soldaten uit de eerste wereldoorlog. Het wekte een facinerend horror gevoel op, waar ik mijn ogen niet vanaf kon houden. Totaal vervormde gezichten, neuzen en monden die zijn weggeslagen en grote gaten achterlieten. Het zijn het soort afbeeldingen waar je als veertienjarige van afvraagd hoe dit in godsnaam kan gebeuren.
Op het Singel, op de hoek met de Korte Korstjespoort steeg was indertijd de dichtsbijzijnde boekhandel. Ik kwam er geregeld om van mijn zakgeld een boekje of een strip te kopen. Op een dag lag daar de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in foto´s en documenten, een uitgave van Sesam in twintig delen, bewerkt door GBJ Hilterman. Vooral door de vele foto´s had deze pocketserie een enorme aantrekkingskracht op me. Ik had niet veel zakgeld, maar van de boekverkoper mocht ik iedere week een deeltje af komen halen. Uren bladerde ik door de deeltjes met de meest afschuwelijke oorlogs- en genocide foto´s en feitjes. De oorlog als nachtmerrie en de politieke oorsprong van die nachtmerrie gingen mij fascineren en hebben mij sindsdien altijd bezig gehouden.
Een volgende mijlpaal was de film All the Presidents men over het Watergate schandaal, met Woodward en Bernstein. Ik ging er heen met vriend Vincent, die uit een zeer communistisch (en joods) gezin kwam en met wie ik eindeloze politieke debatten voerde. Voor hem was Amerika alles wat slecht en kapitalistisch was, de Russen waren de ware bevrijders van het kwaad, voor mij waren dat juist de Amerikanen. De verbale gevechten tussen ons waren enorm en concentreerden zich rond de vraag of ingrijpen in Vietnam door de VS nu goed of fout was.
De Verwarring
Aan het eind van mijn middelbareschooltijd was ik onder invloed van het kabinet Den Uyl, de polarisatie, de alom aanwezige provo´s, hippie´s en krakers toch nog pacifistisch geworden. Ik wilde niet in dienst en zwijnde mijzelf door de keuring. Tijdens de kroning in 1980 laveerde ik door het stadshart en belandde ineens midden in no-mans-land toen ik via een steegje aan de Kalverstraat het Rokin op ging. Links van mij de gehelmde politie, die zich beschermden met schilden tegen de stenen die rechts van mij kwamen, gegooid door met brommerhelmen en Arafat sjaals omhulde krakers. Ik probeerde nog over te steken, maar keerde terug naar huis om de verslagen van Stan van Houcke op de radio te volgen.
Punk, werkloosheid, kernoorlog en No Future zetten in Amsterdam de toon. Na mijn eindexamen ontvluchtte ik Amsterdam. Ik wilde terug naar de natuur en deed dit bij hippies in de Pyreneën. Ik belandde bij Engelsen die iedere conventionele manier van leven afwezen en nieuwe vormen probeerden te ontwikkelen, onder andere door terug te grijpen op een geromantiseerd plattelandsverleden. Ik ontdekte dat deze manier van leven ook vluchtgedrag is en een zekere vervreemding in zich bergt. Een zelfde soort vervreemding als de materialistisch kapitalistische manier van leven, gericht op consumeren. Vooral in de woestenij van de Pyreneën als je alleen de BBC- Worldservice tot je beschikking hebt en de Engelsen met hun leger de halve wereldbol over varen om een mini-eiland te bevrijden, dan realiseer je je ineens dat de actie niet tussen de geiten te vinden is.
Terug in Amsterdam ging ik in 1983 onder invloed van Gontsjarow, Dostojewski en Tolstoj eerst Russisch studeren. Een bijgedachte was dat ik daarmee ook "de vijand" leerde kennen. Hoewel ik met plezier studeerde, had ik na een jaar vrijheid wel moeite me weer in het onderwijs gareel te persen. Bovendien vergde mijn huisvesting en het hernieuwde sociale leven in de stad de nodige aandacht. Het werkloosheidsspook van begin jaren tachtig waarde bovendien nog dominant rond. Russisch leek een opleiding tot werkloze.
Daarom ging ik in 1984 rechten studeren aan de UvA. De eerste paar jaar doorliep ik vlot. Ik was nog in pacifistische sferen. In het debat rond de kruisraketten was ook ik getroffen door de hollanditis. Via een docent aan de juridische faculteit verzorgde ik voor enkele advocaten die de stationering wilden tegenhouden het krantenknipsel archief. Ik kreeg zo allerhande artikelen onder ogen en ging in de eerste plaats steeds meer twijfelen aan de `goede´ bedoelingen van de Sovjets en in de tweede plaats kreeg ik oog voor de hysterie van de pacifistische beweging. Een opmerkelijke vondst deed mij totaal van mening veranderen.
De Ontdekking
Op een dag vond ik bij toeval in een tweede handsboekwinkel Het Fascisme en de nieuwe vrijheid van Jacques de Kadt. Het is zo´n werk waarvan je, staand in de winkel, een bladzijde leest, om het vervolgens niet meer los te kunnen laten. Dit werk uit 1939 analiseert de aard van het fascisme en het nazisme en waarschuwt dat het tot een allesvernietigende oorlog zal komen en waarom en voorspelt tegelijk dat de volgende vijand het nietsontziende communisme van Stalin zal zijn.
Het boek trof mij als een mokerslag. Het eerste effect was dat ik alles van Jacques de Kadt wilde lezen, het tweede dat ik voorstander van plaatsing van kruisraketten werd, het derde dat ik mij academisch voor de (internationale) politiek ging interesseren en tenslotte dat ik mij bij de SIB aansloot, één van de meer studieuze studentenverenigingen die zich met internationale politiek bezig hield.
Via een lezing van Eppo Jansen in de Oude Manhuispoort over het democratisch tekort in Europa kwam ik bij de SIB terecht. Hij was toen net voorlichter van het Europees Parlement geworden en hield een verhaal over Europa dat mij erg aansprak. Het Europees democratisch tekort is sindsdien in debat gebleven.
Bij de SIB werd ik al snel eenn van de organisatoren. Het jaar daarop belandde ik als vice-voorzitter in het bestuur en richtte het verenigingsblad Het Verdrag op samen met drie anderen. Het was een mooie tijd, waarin het journalisten bloed ging stromen.
De Studie
Tijdens mijn studie bij professor Daudt hield ik mij meer theoretisch bezig met de koude oorlog, het kruisraketten debat, Ronald Reagan, Margaret Thatcher en tenslotte Gorbatsjov. In deze laatste zag ik al snel een echte veranderaar. Van Daudt leerde ik dat je politici op hun woorden moet geloven, vooral in ideologische debatten. In die zin dat je wat politici zeggen altijd heel serieus moet nemen en niet simpelweg moet afdoen als propaganda. Gorbatsjov is hier een mooi voorbeeld van. Dat wat hij zei werd aanvankelijk in het Westen niet geloofd en afgedaan als slimme propaganda, omdat het zo afweek van de traditionele Sovjet-retoriek. Hij wilde wel degelijk verandering, het liep alleen niet zoals hij voor ogen had.
De PvdA tijd
Als student was ik op en af lid van D66. Onder invloed van mijn studie politicologie werd ik lid van de PvdA. Al snel kwam ik in het bestuur van de afdeling binnenstad en ijverde daar voor de stadsprovincie en een stadsdeelraad. Ik zag mijn kans schoon het afdelingsblaadje "Het Binnenblad" weer wat op te kalefateren.
De Teleurstelling
Al snel dienden zich de eerste teleurstellingen zich aan. De selectie van kandidaat leden voor de Gemeenteraad zat gebeiteld in dinosaurussen commissies, waar niet doorheen te komen was. Ik maakte enkele politiek incorrecte opmerkingen en mijn bijdrage en oproep aan het kabinet Kok I om de negatieve inkomsten belasting te onderzoeken viel in een groot en diep stilzwijgen. Ook mijn poging om binnen de PvdA de discussie over drugslegalisering aan te zwengelen mislukte. Ik organiseerde een conferentie in het Bethaniënklooster. Discussie werd alleen niet zo op prijs gesteld. De marsroute kwam van boven.
De Afkeer
Na de dood van mijn vader bleef ik politiek actief in het bestuur. De dood van mijn moeder, een jaar later, ontnam mij iedere strijdlust en ik stapte uit het bestuur. Eenmaal op enige afstand werd ik steeds kritischer. De aanleiding om uit de PvdA te stappen was de wijze waarop voorzitter van Hees was afgezet door Melkert en consorten. Ik nam mij voor nooit meer in politieke slangenkuilen te stappen. Het was slecht voor mijn humeur, creativiteit en vrijheid van denken. Tot begin deze eeuw bleef ik partijloos.
De Bekering
Afgezien van de verkalkte structuur, waar Niet Nix en andere vernieuwers geen greep op kregen, dreef het vasthouden van de PvdA aan versteende sociaal-economische verhoudingen mij steeds verder van de PvdA. Op een gegeven moment realiseerde ik mij dat mijn denken sociaal-liberaal is en niet sociaal-democratisch. Bij het ondernemers liberalisme van de VVD voelde ik mij nooit thuis, maar het meer intellectuele liberalisme van D66 was after all toch waar ik mij het meest thuisvoelde.
Ik werd weer lid van D66. Het was meer uit burgerplicht, niet met het gevoel ooit nog enige rol in de politiek te spelen. Een politiek bestaan wilde ik niet meer, ik wilde mij bezig houden met onderzoek en daarover schrijven. Ik wilde niet eindeloos mijn zitvlees beproeven in vergaderzaaltjes. Van mijn vader leerde ik weliswaar dat het soms nodig is om verantwoordelijkheid te nemen, maar een levensvervulling wilde en wil ik er niet meer van maken. Ik zag mijzelf als beschouwer.
In die hoedanigheid bekeek ik de Fortuyn revolutie. Het was zeer enerverend en ik herkende heel veel van zijn frustraties binnen de gevestigde politiek. Vooral de autistische wijze waarop politici hun stokpaardjes naar voren schuiven, zonder aandacht te schenken aan kiezers, die tenslotte maar amateurs zijn. Ik keek er naar en hield mij in.
De Vonk
En toen sloeg er een vonk in. Het politieke dier werd ruw uit zijn sluimerslaap gewekt.
Namens het bestuur van de deelraad kwam Guido Frankfurther uit het niets, voor de onoplettende burger dan, met een waanzinnig plan, dat de gehele structuur van mijn buurt overhoop zou gooien. Ik maakte mij ongerust over dit onbesuisde en slecht beargumenteerde plan. Binnen het bestuur van de afdeling D66 binnenstad kreeg ik weinig gehoor. Er werd mij gewezen op het program-akkoord, het dualisme binnen de partij en dat uitgevoerd moest worden wat afgesproken was. Ik drong erop aan in het haalbaarheidsrapport dan ten minste een goede sociaal-economische analyse op te nemen, maar dit hielp niet.
Uit wat vluchtige contacten op de Westerstraat ontstond al snel een groepje gelijkgezinde bewoners en ondernemers die elkaar in verbijstering aankeken hoe zo´n plan nu serieus overwogen kon worden. Het verbijsterde groepje werd een actie-groep, die in het najaar van 2004 de plannen van tafel kreeg.
Voor een verslag hiervan lees: Politieke actie.
Verantwoordelijkheid nemen
De grachtenplannen waren dan wel van de baan, maar met lede ogen zag ik dat binnen de afdeling binnenstad de monumentalisten visie hoogtij vierde. Bovendien vervreemden de kiezers zich in hoog tempo van de politiek door de regenteske en autistische wijze waarop Frankfurther opereerde.
Niets doen van mijn kant zou betekenen dat dezelfde club de verkiezingen in zou gaan, met hetzelfde programma. En als overtuigd sociaal-liberaal en Amsterdammer kon ik dit niet laten gebeuren.
Mijn politieke bestaan culmineert zich dus nu, Oh verrassing, in de strijd om het lijsttrekkerschap van D66 Amsterdam-centrum. En die strijd ben ik van plan te winnen, om D66 een volgende afgang te besparen en Amsterdam een troosteloze toekomst als openluchtmuseum.
Mijn Liberalisme
Mijn liberalisme bestaat uit een realistische beschouwing en denkwijze van de wereld en de mensen die erop leven. Het gaat uit van het individu en ieders verantwoordelijkheid. Het gaat uit van het idee dat zonder het geven van verantwoordelijkheid mensen inert en lui worden. Het leven is in grote mate wat ieder individu er zelf van maakt. De levensloop is immers verlopen langs de lijnen van de eigen keuzen. Daar kan de omgeving van grote invloed op zijn, maar primair is het individu verantwoordelijk.
Om de levensweg in de geindividualiseerde wereld te vervolgen moeten mensen van jongs af aan, verantwoordelijkheidsgevoel voor zichzelf en de omgeving, sociale, praktische en creatieve vaardigheden en strijdbaarheid voor het eigen belang bij gebracht worden.
Een mens heeft die nodig om in de moderne jungle te overleven, voort te leven en een aangenaam bestaan op te bouwen. Het is daarbij van primair belang dat eenieder voor het eigenbelang opkomt. Binnen de context van onze bijgebrachte normen en waarden van naastenliefde en geweldloosheid, resulteerd het naar vorenschuiven van alle eigenbelangen in de formulering van het algemeenbelang. Daarbij hoort onlosmakelijk dat het eigenbelang niet op geweldadige en immorele wijze nagestreefd mag worden. De overheid is ervoor om deze via wetgeving en het gezagsapparaat te beschermen.
In de politiek heeft de gecombineerde wil van alle individuen, uiteindelijk het resultaat dat er een algemeen belang ontstaat. Ook dit weer binnen de volgens de traditie overgeleverde normen en waarden, zoals voor ons het huidige politieke systeem en de joods-christelijke moraliteit. Dit politieke systeem en de praktijken van politici moeten met een gezonde scepsis bekeken worden om niet vast te lopen in dogma´s die vernieuwing op alle maatschappelijke terreinen tegen kunnen houden.
Nederland heeft, net zoals grote delen van West-Europa in de tweede helft van de 20ste eeuw een fase van enorme regulering doorgemaakt. Mensen leven daardoor steeds meer in een keurslijf van regels, die uiteindelijk vijandig zijn aan tolerantie. Hoe meer regels, hoe meer hokjes, hoe meer men mensen die niet in een geaccepteerd hokje passen als vreemd en ongewenst persoon gezien gaan worden.
In de komende jaren is het daarom economisch van belang dat mensen de vrijheid krijgen om te handelen naar eigen inzicht en creativiteit. Men moet vrij zijn om een goed, rijk of blij mens te kunnen worden zonder afgunst van anderen. Tolerantie van ideeën en stijlen van leven horen daarbij en zouden vanzelfsprekend moeten zijn. Met een sfeer van angst voor de dominantie van anderen die het eigene afpakken, verdwijnt de vrijheid. Liberalisme kan daarom niet zonder een hoge mate van concensus en overeenstemming.
Concensus en overeenstemming mogen weer niet zo verstikkend zijn dat niets meer mogelijk is. Daarom moeten succesen geeerd worden en goede ideeën gekoesterd en zal er altijd een zekere mate van anarchie blijven bestaan, die de functie heeft het gevestigde een enorme lachspiegel voor te houden.
Daan Diederiks
1 Comments:
Was Amsterdam maar meer een openlucht museum!
PermaLink/ donderdag, november 16, 2006 10:45:00 PM
Post a Comment
<< Home