Sunday, February 01, 2009
 
Allochtonen op achterstand

an onderwijsbeleid het verschil maken?

In het politieke discours wordt bij grote jeugdproblemen vrij snel gewezen naar het onderwijs. Daar zou de nieuwe mens opgevoed moeten worden. Deze manier van probleem oplossen zadelt het onderwijs met veel maatschappelijke problemen op, die lang niet allemaal door het onderwijs opgevangen kunnen worden. Het onderwijsveld hoeft dit niet primair zichzelf aan te rekenen. De maatschappij is immers groter dan de school.

Dit is anders bij onderwijsachterstanden van grote groepen leerlingen, zoals bij een aantal allochtone groepen het geval is. Het onderwijs moet zich dat juist wel aantrekken. Omdat het een onderwijstaak is alle leerlingen een gelijke kans te geven op een goede opleiding te volgen.

De socioloog Jaap Dronkers1 heeft zijn gedachten rond de vraag waar ongelijkheid in het onderwijs nu vandaan komt opgetekend in een recent rapport van de Wiarda Beckman Stichting, het wetenschappelijke bureau van de PvdA. In “Ruggengraat van ongelijkheid” analyseert Dronkers het onderwijssysteem op heldere wijze en komt met een beperkt aantal voorstellen om de ongelijkheid die het resultaat is van het onderwijssysteem tegen te gaan.

In de eerste plaats constateert Dronkers dat de centrale rol van ongelijkheid in het onderwijs is toegenomen, ondanks de toename van sociale stijging door middel van onderwijs. Het belang van prestaties is toegenomen en die van afkomst is verminderd. Tegelijkertijd constateert hij dat onderwijs het laatste bastion van ongelijkheid is juist door de toename van het belang van hoogwaardige wetenschappelijke kennis en de afhankelijkheid van hoogwaardige technische systemen. Voor de hogere strata in de samenleving is het verwerven van een gunstige uitgangspositie via het onderwijs een van de laatste mogelijkheden door het aanwenden van financieel en cultureel kapitaal. Zij zijn hiertoe beter in staat dan de lagere strata.

Oorzaken van ongelijkheid

Volgens Dronkers zijn de statistisch geconstateerde achterstanden in het onderwijs van een aantal allochtone groeperingen uit een aantal algemene en een aantal specifieke oorzaken te verklaren. Als belangrijkste oorzaak van algemene oorzaak van ongelijkheid in het onderwijs noemt hij de individuele (on)bekwaamheden van de leerling. Deze manifesteren zich al in het eerste jaar na de geboorte en worden primair door de ouders beïnvloed. Een stimulerende opvoedingsomgeving in de eerste jaren is gunstig voor de latere schoolloopbaan. In achterstandsgezinnen lopen kinderen in de eerste fase van hun leven zo al letterlijk een achterstand op.

Het ouderlijk milieu is dan ook het tweede belangrijkste element in het bestendigen van ongelijkheid. Naast de opvoedingsverschillen noemt hij nog nadrukkelijk de invloed van ouders bij de keuzes die gemaakt worden bij de overgangen in de schoolloopbaan. Bij de lagere strata is deze invloed groot op leerlingen bij het maken van keuzes bij de voortgang na het basisonderwijs en binnen het voortgezetonderwijs. Veelal pakt dit slecht uit voor de leerling omdat deze ouders de potentie van hun kinderen niet in kunnen schatten.

Een derde element is de segregatie tussen scholen en buurten. Deze bestendigt en vergroot ongelijkheid. Bovendien is er een zeer ingewikkelde en wederzijdse relatie tussen segregatie van scholen en buurten. Dronkers noemt een groot aantal van deze oorzaken.
Waar het voor het onderwijs op aankomt is dat het bestaan van “witte” en “zwarte” gesegregeerde scholen, op vele wijzen van nadelige invloed zijn op de schoolprestaties van allochtone minderheden.

Deze segregatie heeft voor zwarte scholen het gevolg dat (1) het curriculum niveau daalt, (2) de beoordeling van de eigen prestaties van de leerlingen lager is, (3) de reële onderwijs- en leertijd lager is, (4) er minder financiële, culturele en sociale hulpbronnen aanwezig zijn, (5) de kwaliteit van de leerkrachten gemiddeld lager is.

Van groot belang zijn, ten vierde, de onderwijscondities op scholen. Dronkers constateert dat een goed schoolklimaat ook ongelijk verdeeld is en dat deze nauw samenhangt met de samenstelling van de leerlingenpopulatie. Bovendien is er een sterke wisselwerking met het moreel van het docententeam. Een goede spirit is cruciaal bij de verbetering en in stand houding van een prettig en veilig schoolklimaat.

Tenslotte de doorstromingsproblematiek. Dronkers constateert dat de doorstroming sinds Jo Ritzen is stopgezet. Dit is voor trager startende leerlingen zeer nadelig en raakt allochtone minderheden extra.

Op grond van deze analyse komt Dronkers met het advies om in de eerste plaats geen grote system veranderingen door te voeren. Wel stelt hij een aantal kleinere maatregelen voor die op deelterreinen succes kunnen boeken.

In volgorde van belangrijkheid geeft hij aan dat de overheid beleid zou moeten voeren op de volgende terreinen:

Conclusie

Na de onderwijs debatten in het kader van de parlementaire enquête commissie Dijsselbloem is dit korte traktaat van Dronkers een krachtige verheldering. Er lijkt een consensus te ontstaan dat het onderwijs geen behoefte heeft aan opnieuw een uitvoerige en uitputtende vernieuwingsronde.

Dat wil uiteraard niet zeggen dat er niets hoeft te gebeuren. De enorme problematiek van de achterstanden van met name allochtone groeperingen vragen ingrijpen van het onderwijsveld en van de overheid.
Het voorstel van Dronkers om een hele reeks kleinere maatregelen te treffen die als het ware functioneel, pragmatisch en precies op een deeldoel gericht zijn werpt een frisse kijk op de hele problematiek en geeft ook het gevoel dat de veelheid van problemen hanteerbaar zijn, zonder dat er een verstikkende grand- design en ideologische deken over heen gegooid wordt.

Met de voorstellen rond de segregatie van scholen en buurten verbreedt Dronkers het onderwijs beleid naar een algemeen beleid rondom integratie. Het onderwijs wortelt in de samenleving en krijgt met de segregatie in buurten daar een tik van mee. Deze problematiek is daarmee niet vanuit Den Haag alleen op te lossen. Met name de grote steden zullen met hun hele stadsvernieuwing hier een grote rol in spelen. Het succes van allochtone groepen in het onderwijs is nauw verbonden met de mate van een succesvol integratiebeleid. Deze twee gaan in dit opzicht hand in hand.

Toch heeft het traktaat een schijnbaar sociaal- democratische invalshoek, door met name de bestaande ongelijkheid in het onderwijs opnieuw als uitgangspunt te nemen. Hij beargumenteert overtuigend dat de greep van de sociaal- democraten op het openbaar onderwijs zo groot is dat deze sociaal- democratische bestuurderen in het openbaar onderwijsveld, een deel van het probleem zijn en niet van de oplossing. Vandaar dat hij de nadruk legt op het open gooien van het schoolbestuur voor docenten en ouders.

Bovendien signaleert hij dat het met name de sociaal- democraten zijn geweest die nieuwe onderwijsvormen als montessori en het nieuwe leren hebben omarmd en dat juist deze vormen van onderwijs gunstig zijn voor leerlingen met van huis uit veel cultureel kapitaal en juist ongunstig voor leerlingen uit achterstandsgroepen. Daarmee de ongelijkheid juist vergrotend. Dronkers herijkt zo de sociaal- democratische onderwijspolitiek naar oude uitgangspunten, waarbij hij het streven naar een gelijke uitgangspositie nadrukkelijk voorop stelt, nu alleen niet door een ideologische bril, maar met nadruk vanuit een wetenschappelijk pedagogische invalshoek.

De uitgangspunten en maatregelen die hij voorstelt zijn op het eerste oog overtuigend. Enige twijfel blijft bestaan of in het plaatje van Dronkers individuele hoogvliegers wel de aandacht krijgen die ook zij verdienen. Als hij meent dat die zich wel redden omdat zij veelal uit de hogere strata komen, dan bestaat de mogelijkheid dat deze hogere strata het heft in eigen hand nemen voor hun kroost en privé gefinancierd onderwijs in de toekomst een normaal verschijnsel zal zijn. Een fenomeen die hij juist met de nadruk op gelijkwaardige financiering tegen wil gaan.

Daan Diederiks

Labels: , ,



Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.