Friday, June 18, 2004
 
Speciale Operaties

Wat zijn speciale operaties?

Nederland zendt speciale eenheden uit op gevoelige en gevaarlijke missies. Volgens de Minister van Defensie gaat het hierbij niet om een "license to kill" zoals soms wel gesuggereerd wordt.

Informatie rond speciale operaties is over het algemeen geheim. De minister van Defensie, die hiervoor verantwoordelijk is, wil de veiligheid van de mensen die dergelijke missies uitvoeren, niet in gevaar brengen.
Men is bang dat als bekend wordt wie welke actie uitvoerde in bijvoorbeeld voormalig Joegoslavië, er vergeldingsacties kunnen volgen.

De regering wil uitdrukkelijk niet het bestaan van speciale eenheden en hun acties ontkennen. Regelmatig wordt de kamer immers in vertrouwen op de hoogte gesteld van acties van speciale eenheden.

Bij speciale operaties moet, volgens de regering in een brief uit augustus 2000, gedacht worden aan: bijzondere inlichtingen verzameling, bijzondere aanhoudingen, aanvallen op geselecteerde doelen, militaire steunverlening aan bondgenoten, evacuatie van landgenoten uit levensbedreigende situaties en internationale terreurbestrijding.

Kerngroep

In de brief van augustus 2000 maakte het toenmalige kabinet bekend hoe de besluitvorming bij speciale operaties verloopt. Bij het constituerend beraad van ieder kabinet wordt er een zogenaamde kerngroep gevormd, waarin over acties van speciale eenheden wordt besloten. Deze kerngroep bestaat uit de minister-president, de minister van Defensie en de minister van Buitenlandse Zaken, aangevuld met functionele ministers. In ieder geval zijn alle coalitiegenoten in de kerngroep vertegenwoordigd.

In deze kabinetsperiode (Balkenende II) zijn ook de twee vice- premiers lid van de kerngroep.

Verantwoording

De regering informeert het parlement zo spoedig als mogelijk over geheime acties. Dit kan vooraf zijn, maar ook achteraf is mogelijk. Dat hangt af van de aard van de operatie. Daarbij gaat de regering ervan uit dat er van de kant van het parlement "een mate van vertrouwelijkheid wordt gegarandeerd" die vergelijkbaar is met de zogenaamde inlichtingen commissie "stiekem".

Voor 2000 ging de verantwoording van de regering aan de kamer op "ad hoc" basis, zoals toenmalig minister van Defensie Frank de Grave het noemde tijdens de hoorzitting van de Tijdelijke Commissie Besluitvorming Uitzendingen (TCBU). Hij nam het initiatief in het toenmalige kabinet om een "vaste procedure" af te spreken.

TCBU Voorzitter Bert Bakker(D66) zei op vragen van collegae kamerleden in september 2000 dat: "De commissie kan zich nu geen situaties indenken waarbij ook achteraf het parlement niet hoeft te worden ingelicht over speciale operaties." Gevraagd om een reactie stelt hij dat post 9/11 hij zich kan voorstellen dat een actie om Osama Bin Laden aan te houden toch geheim blijft.

Minister Kamp van Defensie meldt in het debat van 16 juni 2004 dat "alle operaties waarbij speciale eenheden zijn ingezet op de een of andere wijze kenbaar is gemaakt aan de Kamer. Daar is geen uitzondering op en daar zal ook geen uitzondering op komen."

Willekeurig procedure

Naar aanleiding van de affaire rondom marinier Erik O., eiste GroenLinks kamerlid Karimi op 17 juni 2004 regulier overleg over speciale operaties. Volgens Karimi is er tot nu toe "vrij willekeurig te werk gegaan. Daarom moeten er criteria worden vastgesteld en moeten er afspaken worden gemaakt over de vraag wanneer er op basis van welke afwegingen welk orgaan wordt geïnformeerd."

In de regel stelt de minister van Defensie de Kamervoorzitter op de hoogte. Dit zou ook anders kunnen.
"Als de Kamer van menig is dat dit op een andere manier moet gebeuren, dan worden wij daarvan op de hoogte gesteld. Dat is echter nooit gebeurd."

De heer Bakker van D66 ziet geen aanleiding om eindeloos te gaan "studeren" op criteria. Volgens hem: "Als een en ander in het openbaar kan, moet het in het openbaar gebeuren. Als het in verband met de veiligheid en de vertrouwelijkheid, nationaal en internationaal, niet kan, dan kan het niet en zoekt de minister een andere weg. Dat vind ik heel heldere criteria."

Zie ook AP Report GroenLinks eist regulier overleg over Speciale Operaties

Labels: ,


Tuesday, June 15, 2004
 
Het Toetsingskader

Het 'toetsingskader' regelt de verhouding tussen de kamer en de regering bij het zenden van Nederlandse militairen bij "internationale crisisbeheersingsoperaties". Het beschrijft ook een aantal kriteria waaraan zo'n missie moet voldoen.

Sinds het einde van de koude oorlog wordt aan de Nederlandse regering regelmatig de vraag gesteld troepen te leveren voor vredesmissies. De Nederlandse regering is hier vaak toe bereid.

Tot 1995 werd de Tweede Kamer in de wandelgangen geconsulteerd over de plannen van de regering. Bij internationale crises zaols in Bosnië drongen vele kamerleden aan op deelname van Nederlandse troepen bij de bescherming van weerloze burgers.

In het boek 'Manoevreren' verzucht de toenmalig minister van Defensie Relus Ter Beek bijvoorbeeld dat hij na Srebrenica vaak aan een overleg op 6 mei 1993 moest terugdenken. In dat overleg kwamen de kamerleden met de ene na de andere suggestie.
"Er moesten en zouden méér militairen naar het oorlogsgebied", aldus Ter Beek.

Na de chaotische besluitvorming rond de troepenzending naar Srebrenica wilden kamer en regering een gestroomlijnde besluitvorming en kwam het "toetsingskader" tot stand. In juni 1995 kwam de eerste notitie van het kabinet, een maand voor het drama in Srebrenica.

De Besluitvorming

Uitgangspunt bij de besluitvorming is sindsdien dat de regering allereerst een besluit neemt over uitzending van militairen. Daarna informeert zij vervolgens het parlement per brief over dat besluit. Als de kamer daar behoefte aan heeft kan over de brief overleg gevoerd worden. In de brief moet de regering uitvoerig ingaan op alle politieke- en juridische aspecten van de operatie, wat voor soort militairen de regering denkt in te zetten en hoeveel het gaat kosten. Dit geldt eveneens als de operatie van karakter verandert of als er van verlenging sprake is.

Wanneer geldt Het Toetsingskader?

Het toetsingskader heeft betrekking op de uitzending van militaire eenheden die het risico lopen wapengeweld toe te moeten passen en die niet verplicht ingezet hoeven te worden in het kader van bijvoorbeeld de West Europese Unie (Weu) of de Navo.

Ook het inzetten van troepen binnen Nederland of het Koninkrijk valt niet binnen het toetsingskader. Het gaat hierbij om "Out of Area" operaties, operaties buiten Europa en operaties die door Nederland vrijwillig binnen een bondgenootschappelijk verband ondernomen worden.

De Aandachtspunten

Het toetsingskader geeft dat Nederland uitsluitend militair op mag treden bij handhaving van de "internationale rechtsorde".

Dit betekent dat kan worden ingegrepen bij het voorkomen en beeindigen van ernstige schendingen van fundamentele mensenrechten en bij humanitaire hulpverlening bij een gewapend conflict.

Politieke analyse

Het Toetsingskader eist ook een grondige politieke analyse op grond waarvan de internationale gemeenschap met wat voor middelen een vredesregeling of inperking van het conflict bereikt kan worden.

Het gaat dan om de politieke context van het conflict, de politieke en militaire opstelling van de partijen in het conflict, de inzet en motieven van partijen, het karakter en de risico's, de stand van onderhandelingen en de internationale bemoeienis, de naleving of juist niet van bestanden, de toekomstverwachting, de rol van de militaire operatie in het politieke proces en de humanitaire en economische omstandigheden.

Daarbij moet gedacht worden aan vluchtelingen problematiek, wederopbouw van de economie, het bewerkstelligen van rechtsorde en verkiezingen en het ontwapenen van milities.

Mandaat

De inzet van Nederlandse militairen moet in overeenstemming zijn met het internationale recht. Dit is het geval als een land Nederland vraagt om te hulp te schieten. Is dit niet het geval, dan moet er een mandaat zijn van "meestal" de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Internationaal Samenwerken

Het streven is een evenwicht te vinden tussen militaire doeltreffendheid en de wenselijkheid dat zoveel mogelijk landen bij de crisisbeheersing betrokken worden. Dit vooral als uitdrukking van een optreden van de internationale gemeenschap als geheel en niet van een afzonderlijke staat.

Militaire haalbaarheid

Of er van deelname van Nederland sprake zal zijn hangt in hoge mate of van de inhoud van het mandaat, dat immers de militaire doelstelling behelst. Het is een samenstel van elementen die bepalen wat voor soort operatie- en militairen nodig zijn. Van belang hierbij zijn; de militaire opstelling van de partijen, de mate van uitrusting van de Nederlandse inzet, de manier van optreden (concept of operations), de geweldsinstructie (rules of engagement) en de bevelstructuur.

Risico's

De risico's die verbonden zijn aan de operatie moeten ingeschat worden. Het gaat dan om militaire operationele risico's, klimatologische en medische risico's en de onvoorziene omstandigheden die zich voor kunnen doen.

Geschikte en beschikbare eenheden

Tenslotte moet Nederland nog geschikte en beschikbare eenheden voor de bepaalde missie in huis hebben en daarvoor voldoende middelen vrij kunnen maken.

Bronnen

+ Toetsingskader 1995 Kamerstuk 23 591 nr.7
+ Toetsingskader 2001 Kamerstuk 23 591 nr.5
+ Zoek Kamerstukken bij Parlando

Labels: ,



Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.