Tuesday, June 15, 2004
Het Toetsingskader
Het 'toetsingskader' regelt de verhouding tussen de kamer en de regering bij het zenden van Nederlandse militairen bij "internationale crisisbeheersingsoperaties". Het beschrijft ook een aantal kriteria waaraan zo'n missie moet voldoen.
Sinds het einde van de koude oorlog wordt aan de Nederlandse regering regelmatig de vraag gesteld troepen te leveren voor vredesmissies. De Nederlandse regering is hier vaak toe bereid.
Tot 1995 werd de Tweede Kamer in de wandelgangen geconsulteerd over de plannen van de regering. Bij internationale crises zaols in Bosnië drongen vele kamerleden aan op deelname van Nederlandse troepen bij de bescherming van weerloze burgers.
In het boek 'Manoevreren' verzucht de toenmalig minister van Defensie Relus Ter Beek bijvoorbeeld dat hij na Srebrenica vaak aan een overleg op 6 mei 1993 moest terugdenken. In dat overleg kwamen de kamerleden met de ene na de andere suggestie.
"Er moesten en zouden méér militairen naar het oorlogsgebied", aldus Ter Beek.
Na de chaotische besluitvorming rond de troepenzending naar Srebrenica wilden kamer en regering een gestroomlijnde besluitvorming en kwam het "toetsingskader" tot stand. In juni 1995 kwam de eerste notitie van het kabinet, een maand voor het drama in Srebrenica.
De Besluitvorming
Uitgangspunt bij de besluitvorming is sindsdien dat de regering allereerst een besluit neemt over uitzending van militairen. Daarna informeert zij vervolgens het parlement per brief over dat besluit. Als de kamer daar behoefte aan heeft kan over de brief overleg gevoerd worden. In de brief moet de regering uitvoerig ingaan op alle politieke- en juridische aspecten van de operatie, wat voor soort militairen de regering denkt in te zetten en hoeveel het gaat kosten. Dit geldt eveneens als de operatie van karakter verandert of als er van verlenging sprake is.
Wanneer geldt Het Toetsingskader?
Het toetsingskader heeft betrekking op de uitzending van militaire eenheden die het risico lopen wapengeweld toe te moeten passen en die niet verplicht ingezet hoeven te worden in het kader van bijvoorbeeld de West Europese Unie (Weu) of de Navo.
Ook het inzetten van troepen binnen Nederland of het Koninkrijk valt niet binnen het toetsingskader. Het gaat hierbij om "Out of Area" operaties, operaties buiten Europa en operaties die door Nederland vrijwillig binnen een bondgenootschappelijk verband ondernomen worden.
De Aandachtspunten
Het toetsingskader geeft dat Nederland uitsluitend militair op mag treden bij handhaving van de "internationale rechtsorde".
Dit betekent dat kan worden ingegrepen bij het voorkomen en beeindigen van ernstige schendingen van fundamentele mensenrechten en bij humanitaire hulpverlening bij een gewapend conflict.
Politieke analyse
Het Toetsingskader eist ook een grondige politieke analyse op grond waarvan de internationale gemeenschap met wat voor middelen een vredesregeling of inperking van het conflict bereikt kan worden.
Het gaat dan om de politieke context van het conflict, de politieke en militaire opstelling van de partijen in het conflict, de inzet en motieven van partijen, het karakter en de risico's, de stand van onderhandelingen en de internationale bemoeienis, de naleving of juist niet van bestanden, de toekomstverwachting, de rol van de militaire operatie in het politieke proces en de humanitaire en economische omstandigheden.
Daarbij moet gedacht worden aan vluchtelingen problematiek, wederopbouw van de economie, het bewerkstelligen van rechtsorde en verkiezingen en het ontwapenen van milities.
Mandaat
De inzet van Nederlandse militairen moet in overeenstemming zijn met het internationale recht. Dit is het geval als een land Nederland vraagt om te hulp te schieten. Is dit niet het geval, dan moet er een mandaat zijn van "meestal" de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
Internationaal Samenwerken
Het streven is een evenwicht te vinden tussen militaire doeltreffendheid en de wenselijkheid dat zoveel mogelijk landen bij de crisisbeheersing betrokken worden. Dit vooral als uitdrukking van een optreden van de internationale gemeenschap als geheel en niet van een afzonderlijke staat.
Militaire haalbaarheid
Of er van deelname van Nederland sprake zal zijn hangt in hoge mate of van de inhoud van het mandaat, dat immers de militaire doelstelling behelst. Het is een samenstel van elementen die bepalen wat voor soort operatie- en militairen nodig zijn. Van belang hierbij zijn; de militaire opstelling van de partijen, de mate van uitrusting van de Nederlandse inzet, de manier van optreden (concept of operations), de geweldsinstructie (rules of engagement) en de bevelstructuur.
Risico's
De risico's die verbonden zijn aan de operatie moeten ingeschat worden. Het gaat dan om militaire operationele risico's, klimatologische en medische risico's en de onvoorziene omstandigheden die zich voor kunnen doen.
Geschikte en beschikbare eenheden
Tenslotte moet Nederland nog geschikte en beschikbare eenheden voor de bepaalde missie in huis hebben en daarvoor voldoende middelen vrij kunnen maken.
Bronnen
+ Toetsingskader 1995 Kamerstuk 23 591 nr.7
+ Toetsingskader 2001 Kamerstuk 23 591 nr.5
+ Zoek Kamerstukken bij Parlando
Labels: Buitenlands beleid, Defensie
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
