Tuesday, May 31, 2005
 
Nederland stemt nee na Franse non

Na de Franse afwijzing van het grondwettelijk verdrag zijn de tegenstemmers bij het Nederlands referendum in hun mening gesterkt, volgens onderzoek van Maurice de Hond. Leek voor de Franse stemming er een lichte omslag richting een ja-stem, deze is definitief afgebroken. De kans van goedkeuring door de Nederlandse bevolking is vrij klein geworden. De teller staat op 59% voor en 41% tegen.

Naar verwachting zal de opkomst dalen, aangezien 15% van de kiezers meent dat stemmen na het Franse "non" geen zin meer heeft. Toch komen de nee-stemmers massaler op. De helft van de bevolking meent dat Nederland in een betere onderhandelingspositie komt als ook hier een "nee" klinkt.

Vrouwen, ouderen en hoger opgeleiden geven in het onderzoek aan meer meer op te komen dan mannen, jongeren en lager opgeleiden.Vrouwen en ouderen stemmen vaker tegen dan jongeren onder de 30 en hoger opgeleiden stemmen ook duidelijk meer voor. De verklaring is hiervoor dat zij ook betere functies bezetten en door internationale contacten niet zo bang zijn voor invloeden uit het buitenland.

Bron:
Onderzoek van peil.nl/Maurice de Hond in opdracht van de NOS.
Thursday, May 26, 2005
 
Referendum: Voorstemmers winnen terrein

Maurice de Hond twijfelt of het genoeg is

oor het eerst sinds maanden stijgt het aantal voorstemmers van het referendum over het Grondwettelijkverdrag. Volgens opiniepeiler maurice de Hond zal dit alleen niet voldoende zijn om het Grondwettelijkverdrag goed te keuren. Afgelopen zaterdag zei 60% van de kiezers, die het al zeker weten, tegen te gaan stemmen en 40% voor.

Sindsdien is er sprake van een trendbreuk. De opkomst stijgt naar 46% (was 43%) en het aandeel voorstemmers steeg naar 43%, tegen 57% tegenstemmers. Om het referendum te winnen zullen de voorstemmers massaal op moeten komen. Doen zij dit niet dan wint de tegenstem en is het Grondwettelijkverdrag van de baan.

In Januari nog evenwicht

Begin dit jaar leek er nog niet veel aan de hand. Op het moment van goedkeuring door de Eerste Kamer van het eerste landelijke referendum over het Grondwettelijkverdrag was het electoraat evenwichtig verdeeld. Het percentage kiezers die zich voornam te stemmen was 44%, waarvan de voor en tegenstanders elkaar in evenwicht hielden.

De meeste voorstemmers waren op dat moment bij D66 en GroenLinks te vinden (4/1). Gevolg door het CDA en de PvdA (3/2). De tegenstemmers bevonden zich vooral bij de LPF en groep Wilders- stemmers (9/1), de SP (3/1) en in mindere mate bevonden de tegenstemmers zich bij de VVD (3/2).

Volgens 70% van de stemmers zouden ook andere onderwerpen een rol gaan spelen, waarvan Turkije het meest genoemd wordt (43%), vervolgens het algemeen gevoel tegenover de EU en de Euro (25%) en 10% denkt dat ook de populariteit van het kabinet Balkenende een rol bij de uiteindelijke keuze zal spelen.

Tegen stem groeit

Enkele weken later, half februari, meldde Maurice de Hond al dat het aandeel van de tegenstem bij het referendum groeide. 42% zei toen tegen te stemmen, 29% wilde voor stemmen en 28% van de kiezers wist het nog niet. Opmerkelijk is dat in februari alleen binnen de CDA stemmers er een duidelijke meerderheid voor was. Binnen PvdA, D66 en GroenLinks is het aandeel tegenstemmers groter dan de voorstemmers.

Ook het wantrouwen groeit over de verwachting bij de kiezer over hoe politici met het referendum om zullen gaan. Maxime Verhagen had uitgesproken dat bij een opkomst van 30% en een tegenstem van 60% het CDA de uitslag serieus zou nemen. Ruim driekwart van de kiezers twijfelt of Den Haag dat ook daadwerkelijk zal doen.

Volgens de Hond zou, op dat moment, bij blijvende twijfel het referendum wel eens negatief voor het Ja-kamp uit kunnen vallen.

April doet wat ie wil

De weerzin tegen het Grondwettelijkverdrag groeit in april naar 52%, tegen 48% voorstemmers van diegene die al weten wat ze zullen stemmen. Een vijfde deel (22%) weet nog niet wat te stemmen. Het opkomst percentage verwachtte Maurice de Hond op 32% te liggen. Dit is het aantal mensen dat in de peiling zegt zeker te gaan stemmen.

In zijn onderzoek in april verdeelde Maurice de Hond de Nederlandse kiezers in vier groepen. De EU Sceptici en de EU-Adepten maakten ieder 20% van het electoraat uit. Dan zijn er de EU-Supporters, de groep die op hoofdlijnen achter de ontwikkelingen in Europa staat, en de EU met Handrem, de groep die vindt dat de ontwikkelingen allemaal te snel gaan. Zij maken ieder ongeveer 30% van de kiezers uit.

Volgens het onderzoek in april blijkt dat de Ja-campagne weinig te winnen heeft bij de EU-Sceptici, maar dat zij de EU met Handrem groep wel van zich kan vervreemden. Als politici hen gelijk stellen met de tegenstanders dan zal dat hen volgens de Hond alleen maar sterken in het idee dat een rem nodig is.

Maurice de Hond achtte half april "de kans groot dat een kleine meerderheid in Nederland op 1 juni bij het Referendum "tegen" zal stemmen, als de komende weken niet voor de juiste benaderingswijze wordt gekozen."

Benadering kabinet versterkt tegenstand

Eind april bleek dat de tegenstanders versterkt waren in hun opvatting en dat zij dit toeschreven aan het optreden van de leden van het kabinet. Wel ging de verwachtte opkomst iets omhoog omdat de opkomst bij EU-Supporters omhoog ging van 26% naar 30%. Hierdoor verschoof de verhouding voor/tegen naar 48%/52%.

De verwachting was eind april dat de opkomst de doorslag zal geven. Vooral het opkomstpercentage van de EU-Supporters is cruciaal. Blijven zij weg of switchen zij door verkeerd optreden van met name de regering naar het EU-Handrem-kamp, dan is het referendum voor de regering verloren.

Alleen binnen D66 nog een meerderheid voor

De Ja-Campagne verliep begin mei zo chaotisch en tegenstrijdig dat de tegenstand explosief groeide van 41% tegen op 23 april, via 45% tegen op 14 mei, naar 53% tegen en 36% voor op 21 mei. De opkomst kanst stijgt naar 38%, waarbij die van de EU-Sceptici het hoogst is met 46%.

Van de partijen die in de Tweede Kamer voor het Grondwettelijkverdrag zijn is alleen binnen D66 is nog een meerderheid van 66% voor. Binnen het CDA heerst er evenwicht, de tegenstand in de PvdA en de VVD is ongeveer 60% en binnen de SP maar liefst 93%. De kloof tussen partijen en hun kiezers groeit. Zij kunnen hun eigen achterban niet overtuigen. De meeste kiezers (64%) meent dat bij een tegenstem de kans groot is dat de Tweede Kamer alsnog akkoord gaat met het Grondwettelijkverdrag.

Alle kampen menen dat het optreden van het kabinet negatief heeft gewerkt. Zelfs de EU-Adepten zijn in meerderheid deze mening toegedaan. Het optreden van Premier Balkenende in Margraten op 8 mei viel ook niet goed. De verwijzing in zijn toespraak naar het Referendum vond 58% van de kiezers ongepast, zelfs onder CDA kiezers vond een meerderheid dit.

De top acht om tegen te stemmen zijn:
  1. EU brengt meer nadelen dan voordelen (50%)
  2. Wantrouwen Nederlandse politici (45%)
  3. Tegen toetreding Turkije (44%)
  4. Optreden voorstanders (42%)
  5. Nieuwe grondwet is niet goed (40%)
  6. Nieuwe grondwet verslechtering (34%)
  7. Tegen de Euro (33%)
  8. Tegen uitbreiding tot 25 landen (31%)
De top acht om voor te stemmen:
  1. Verbetering ten opzichte van nu (62%)
  2. EU geeft Nederland meer voordelen dan nadelen (56%)
  3. Instemming nieuwe grondwet (38%)
  4. Voel mij Europeaan (25%)
  5. EU zal desintegreren bij afwijzing (24%)
  6. Optreden tegenstanders (17%)
  7. Nederland slaat slecht figuur bij afwijzing (16%)
  8. Mijn partij stemt voor (16%)
Vooral de onderwaardering van de gulden bij de invoering van de Euro, de 3.5 miljoen die de ja-campagne extra heeft gekregen, het niet verschijnen van de fractievoorzitters bij het belangrijke debat in de kamer over de prestatie van het kabinet en de teleurstelling rond het Euro Songfestival droegen allemaal bij aan de vergroting van de tegenstemmers. Alleen het opkomstpercentage lijkt omhoog te gaan.

Het wantrouwen van de kiezer in de politiek is verontrustend toegenomen. Gaf een maand geleden 27% van de kiezers op tegen te stemmen omdat zij geen vertrouwen meer hebben in politici, deze was bij de peiling op 21 mei gegroeid naar 45%.

Eindspurt wordt nog spannend

Een kleine trend breuk lijkt er zichtbaar. De voorstanders lijken te beseffen dat ook zij moeten gaan stemmen als het Grondwettelijkverdrag nog willen redden. Of dit genoeg is hangt voornamelijk van het talent van de zittende politici af om in de laatste week geen fouten te maken.

Misschien kan steun uit het buitenland nog helpen, zoals een Oui in Frankrijk, of Baroso die waarschuwt dat als alleen Nederland tegen stemt de Grondwet gewoon in werking zal treden. Het kan ook in zijn tegendeel omslaan. Het politieke klimaat is kortom zeer instabiel.

Bron:
Onderzoek in opdracht van de NOS, uitgevoerd door Maurice de Hond en te vinden op www.peil.nl
Tuesday, May 03, 2005
 
Nederland onder de loep

Na 11/9, de moord op Fortuyn en van Gogh heeft Nederland koorts. Zo´n patient gaat dan te rade bij een onafhankelijke deskundige. Iemand die onbevooroordeeld het land eens onder de loep neemt: de buitenlander, met name de buitenlandse journalist, want die zijn immers onafhankelijke en objectief.
Wat verwacht de Nederlander van zo´n oordeel, geruststelling dat het allemaal niet zo erg is, of juist nog meer verontrusting? "U leeft op een vulkaan die u het liefst maar zo snel mogelijk moet verlaten."

Mai Speijkers van Uitgeverij Bert Bakker kwam op het idee om een boekje samen te stellen met stukken van buitenlandse journalisten en wetenschappers over Nederland, getiteld; Nederland op scherp. Een titel die doet vermoeden dat de veiligheidspal los is en het kanon ieder moment afgeschoten kan worden.
Het boekje werd samengesteld door Groene Amsterdammer journalist Pieter van Os en werd gepast gepresenteerd met een pannel discussie in De Balie, de linkse kerk bij uitstek.

Bij Maarten van Rossem moet je met dergelijke onzin niet aankomen, toch neemt hij graag aan het panel deel om zijn rollende zinnen over het publiek uit te strooien.
Onlangs was hij in de VS om de Amerikanen bij te praten over Nederland. Zij hebben na de moord op van Gogh inmiddels de indruk dat hier miljoenen moslims met hun kromzwaarden klaar staan om op het signaal van Bin Laden iedereen de keel door te snijden, aldus van Rossem. Hij schuift veel van de verantwoordelijkheid van dit beeld naar de Nederlandse media. Zij zwelgen immers in doemscenario´s die nergens op gebaseerd zijn. Van een door zeewater onderlopend land tot verhalen over onleefbaarheid, waarvan de enorme stroom buitenlanders de oorzaak zouden zijn. En dan wordt ook nog eens het misverstand hoog gehouden dat het allemaal moslims zijn die massaal vijf keer per dag naar de moskee gaan en niets doen zonder de goedkeuring van een Imam die rechtstreeks uit de middeleeuwen komt. Niemand vermeldt dat maar 30% van de moslims naar de moskee gaat, aldus van Rossem.

Ook had hij eens onderzoek gedaan naar wat men in het buitenland van het veel geroemde poldermodel vond. Tot zijn verbijstering ontdekte hij dat kranten als de New York Times en The Economist er absoluut niets van begrepen. Bovendien schreven zij aan het einde van de vorige eeuw dat Nederland het best gerunde land van Europa was en daarmee van de wereld en dat er nu ineens niets goed meer is. De economie zou allerbelabbertst zijn, terwijl er in het lange termijn perspectief niets mis is met de economie. Het was te verwachten dat na de hausse tijdens de internet hype, er een recessie zou komen. Ook het kabinet heeft hier een vals beeld geschapen, aldus Maarten van Rossem.

De engelse professor Graham Locke, die hier al vijfentwintig jaar woont, ziet vooral een heel erg narcistisch land. De hele westerse cultuur is weliswaar narcistisch, maar in Nederland gaat dit gepaard met het dwangmatig doorbreken van taboe´s. Men leeft om taboe´s waar te nemen en die vervolgens door te prikken. Op den duur komt men dan in de problemen omdat taboe´s het fundament van de beschaving zijn, zoals het taboe om mensen te doden. Vallen die weg, dan is er ook geen beschaving meer.

De schrijver Said el Haji van het boek De dagen van Sjaitan ziet vooral Nederlanders die telkens hun eigen gelijk halen, hun eigen vooroordeel bevestigd willen zien. In een kroeg bijvoorbeeld komt een enorme Hollander als een blanke Shrek op hem af, die net zo lang blijft vragen of hij als Marokaan bang is tot hij het maar toe geeft en dan zegt: "Zie je wel, ik wist het wel, jij bent bang."

D66 politica Lousewies van der Laan voelt zich niet zo Nederlands. Zij kwam op haar achtiende pas voor het eerst naar Nederland en schrok toen omdat iedereen zo onaardig was. In Amerika zijn mensen veel beleefder tegen elkaar. Na een tijdje begreep zij dat het niet persoonlijk tegen haar gericht was, maar dat dat de normale manier van doen was.
De Haagse politiek is wat haar betreft ongelofelijk bekrompen. Men is niet bezig met het oplossen van problemen en kijkt niet of nauwelijks over de grenzen, waardoor telkens het wiel weer uit gevonden moet worden. In Den Haag meent men het centrum van de wereld te zijn, maar het is een vissekom en nog een kleine ook. De realiteit is, volgens van der Laan, dat de Kamer niet veel voorstelt en dat de macht eigenlijk in Brussel zit.

Zij maakt zich inmiddels wel ernstige zorgen over het beeld dat in het buitenland over Nederland aan het ontstaan is. Nederland wordt een B - merk, waar je toch niet zo snel investeerd. Daarom is zij naar buiten toe altijd een ambassadrice en waarschuwt zij iedereen en met name ook journalisten dat zij niet teveel moeten klagen over Nederland. Dat wordt in het buitenland niet goed begrepen. Zelf klaagt zij binnenslands inmiddels vrolijk mee.

NRC- Handelsblad correspondent Joris Luyendijk relativeert het belang van de mening van buitenlandse journalisten volledig door in te gaan op de journalistieke praktijk.
Stel er komt het bericht bij een krant binnen dat er tien mensen in Noorwegen van een Fjord donderen. Dan is dat geen nieuws. Als dat tien Marokanen zijn, dan is dat ineens wel nieuws, want het kan in verband staan met discriminatie. De journalist nu gaat naar zijn chef en schetst een verhaal dat in de krant zou moeten. Dit doet hij zo dat zijn chef denkt dat er wel wat in zit en hem naar Noorwegen stuurt. Daar aangekomen kent hij de weg niet, spreekt de taal niet, kan geen borden lezen en kent er ook nog eens niemand. Nu gaat hij af wat hij op de redactie gegoogled heeft en zoekt ter plekke naar feiten die het verhaal zoals hij dat aan de chef vertelde bevestigen kan. Hij onderzoekt niet hoe het in elkaar steekt, maar houdt een spiegel voor over hoe op de redactie van de krant over dat land en voorval al reeds gedacht wordt.
Stel vervolgens dat hij in de New York Times een Noorse Paul Scheffer geciteerd ziet over het voorval dan zoekt hij die op en laat hem nogmaals zeggen wat hij al tegen de New York Times gezegd heeft. Voor de Noorse Paul Scheffer is dat ook weer gunstig, want als hij steeds weer benaderd wordt door prestigieuse buitenlandse kranten, dan is een leerstoel aan Harvard niet ver weg meer, dus scherpt deze zijn quote nog eens aan, ookal omdat hij weet wat ervan hem verwacht wordt, aldus Joris Luyendijk.

Bleef de vraag hangen wat we nu aan een boekje hebben, vol met stukken van buitenlandse journalisten, over een land dat ze nauwelijks kennen?
Het antwoord daarop is alleen in het boekje zelf te vinden en dat ligt nu mooi te pronken in de boekwinkel. Het koortsige publiek zal het snel in de zak steken en vlak voor het slapen gaan de handzame stukjes als tijdstermometer ter bevordering van een goede nachtrust tot zich nemen.

Daan Diederiks

Nederland op Scherp
Buitenlandse beschouwingen over een stuurloos land
Samengesteld door Pieter van Os
Uitgeverij Bert Bakker
isbn 90 351 2799 4



Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.