Tuesday, October 04, 2005
Journalistieke Canon: redding of eigen kuil voor man zonder eigenschappen?
ournalisten zitten in het verdomhoekje, daar houden zij niet van en daarom discussieren zij. Op 3 oktober was het journalistieke zelfkastijdingsforum het bijna sacraal uitgelichtte Crea Theater van het Studium Generale van de Universiteit van Amsterdam en de Hogepriester was hoogleraar Frank van Vree.Hij organiseert tot eind oktober voor zijn studenten en andere belangstellenden een serie actualiteiten colleges aldaar met het verdomhoekje als thema.
Voor de eerste dienst stond dominee Hugo Arlman op het podium. Arlman is ex- Vrij Nederland journalist en nu freelancer. Op verzoek van de NPS schreef hij het boekje: Een Journalistieke Canon, met als ondertitel Bouwstenen voor onafhankelijke journalistiek.
De criticus van Dienst was de ex-Hoofdredacteur en Volkskrant columnist H.J. Schoo, in het geruchten circuit ook bekend om zijn affaire met de door hem en de redactie gewipte lesbische VN Hoofdredractrice Xandra Schutte. Het soort gerucht waar je van Arlman nu net niet over mag schrijven.
Arlman heeft een wat hoge, licht paniekerige stem, die een uitdrukking lijkt te zijn van een permanente staat van verontwaardiging en miskenning. De verontwaardiging geldt deze middag de vakbroeders en zusters die slordig zijn en het niet zo nauw nemen met de Canon. Dit wil volgens Arlman zeggen dat zij veel spelfouten maken, het liefst anonieme bronnen citeren, er maar op los speculeren zonder feitelijke onderbouwing, alleen bijlages produceren om de adverteerders te vriend te houden en niet uit journalistieke noodzaak en daarin ook nog eens oude boeken recenseren omdat die heruitgegeven worden door de eigen uitgeverij. Zij schrijven verhalen die "wel redelijk" kloppen, terwijl ze natuurlijk "helemaal" moeten kloppen. Zij zijn niet precies in het citeren, maar leuken die op en tenslotte eindigen zij, de vakbroeders, bij ieder interview met iedere politicus/ca altijd met de vraag of hij/zij niet beter op kan stappen.
Meer Watergate journalistiek
De huidige journalistiek mist volgens Arlman volledig het doel waar zij voor zou moeten staan. Als de Canon gevolgd wordt, dan zal ook het doel van de journalistiek weer helder worden. En dat is "het onafhankelijk controleren van de macht". Hij wil meer All the Presidents men romantiek.
Het belangrijkste wapen van de journalist is de vrijheid van meningsuiting en de daarvan afgeleidde persvrijheid. Bij journalistieke missers wordt die veel te snel ingeroepen. Journalisten zijn veel te licht geraakt. Hun eigen optreden mag wel critischer bekeken worden.
De Canon
De Journalistieke Canon is een opsomming van alle do´s and don´ts van de journalist. In Balkenende taal zijn dit de normen en waarden. De norm is dat een verhaal moet kloppen, dat de journalist moet streven naar waarheid, objectiviteit en precisie. Daarbij moet hij/zij onafhankelijk zijn en rekenschap afleggen van het waarom van de gemaakte keuzes. Doet hij dat niet dan staat de reputatie op het spel en is de geloofwaardigheid snel verdwenen.
Voor alles geldt dat de feiten heilig zijn, dat er geen eigen agenda gevolgd mag worden en dat er tussen die twee een strikte scheiding in acht moet worden genomen. Het klakkeloos overnemen moet niet meer mogen. Altijd gelden de eigen beoordelingsmaatstaven. Hoor en wederhoor is een juridisch principe en is geen wet in de journalistiek, maar een stijlmiddel. Het taalgebruik moet precies zijn net zoals de citaten.
De journalist moet zich net zoals iedereen aan de wet houden. Arlman is hier heel precies in, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de jaren geleden overleden VN Hoofdredacteur Joop van Tijn, die zelfs van zijn beste vriend een rapport zou stelen als hij er nieuws mee kon maken. Bronnen moeten beschermd worden en van te voren moet de journalist duidelijke afspraken met ze maken. Vooral voor gewone mensen geldt dat zij veelal tegen zichzelf in bescherming genomen moeten worden. Zij weten vaak niet wat ze overkomt als het hele circus over ze heen valt.
De journalist moet met open visier te werk gaan. Zijn functie altijd laten blijken en dit ook bij opname van een telefoongesprek altijd melden. Het openbaren van ethnische afkomst of sexe mag alleen als dit iets toevoegd. Hetzelfde geldt voor de volledige naam van de misdadiger. Als de naam niet algemeen bekend is dan alleen de initialen. Alle onkosten moeten door de krant of de journalist zelf betaald worden. En financiële journalisten moeten ook hun belang in aandelen bekend maken en het liefst van het bezit van aandelen en van handel erin afzien. Tenslotte mogen, vooral de bekende tv journalisten, niet lid zijn van een politieke partij. De schijn van partijdigheid mag niet gewekt worden.
Voordat voorzitter de Vree het woord aan Schoo gaf, constateerde hij kortheidshalve dat Arlman een waar "ethische reveil" in de journalistiek bepleitte. Arlman kon dit alleen maar beamen, maar moest als rechtgeaarde erfgenaam van de jaren zeventig bij deze term toch teveel denken aan de rechtse van Agt, wat ook weer niet de bedoeling was.
Aan Hendrik-Jan Schoo de taak het niet met alles meteen eens te zijn. De ambachtelijke journalistieke normen onderschreef hij volledig. Alleen mistte hij in het boekje van Arlman een reflectie juist op de alom tegenwoordige concensus over juist die Journalistieke Canon. Hij ziet juist hierin de oorzaak van het weinige vertrouwen dat de journalistiek nog bij veel mensen heeft. Deze concensus in de journalistiek leidt tot eenvormigheid. Tros voorzitter Doodewaerd verwoordde dit met het statement dat de drie TV netten nederland 1,2 en 3 eigenlijk drie keer de Volkskrant zijn.
De Journalistieke Canon leidt juist door het strikt toepassen tot identieke verhalen en de journalist wordt een "Mann ohne Eigenschaften". De journalistiek wordt gereduceerd tot een "mechanische spiegel". "Als iedereen volgens de regels werkt, dan maakt iedereen hetzelfde", aldus Schoo. Als dan ook nog de eis van onpartijdigheid gesteld wordt, dan is pluriformiteit alleen nog binnen ieder medium te organiseren.
Volgens Schoo is het nu al zo dat de pers verregaand gehomogeniseerd is. En ondanks dat de Canonieke regels goed nageleefd worden, wordt de pers door velen als niet objectief, als juist partijdig ervaren. Mensen zien de pers en de andere media als onderdeel van het establishment en als zodanig te wantrouwen. "Misschien heeft de doctrine van professionaliteit een zekere "bias" in zich. Mischien is het wel een ideologie geworden met een eigen agenda," aldus Schoo.
Met deze gedachte zit hij op één lijn met de Britse journalist John Lloyd, die de pers omschreef als "burchten van nihilisme en argwaan", juist gevoed door het Watergate schandaal, waardoor de pers het idee heeft dat zij de "gemene sloebers van de macht in de gaten houden." Het is zwartgalligheid zonder doel, die geworteld zit in een diep wantrouwen tegen de politieke elite.
Een echte oplossing kon ook hij niet aandragen, maar wellicht is Lloyds aanbeveling aan de journalist om juist de positie ten opzichte van de macht te verhelderen een middel om in iedergeval niet door de journalistieke concensus verdwijntruc te verworden tot man zonder eigenschappen, aldus Schoo. Om te beginnen zou er een persschnabbel register moeten komen en zouden de overal gehouden schaduwverkiezingen die ook op kranten redacties gehouden worden, gepubliceerd moeten worden.
Komende maandagen wordt er nog gesproken over digitale beeld manipulatie, de toekomst van weblogs en tot slot een groot forum over "De media en van Gogh", een terugblik op het afgelopen jaar.
Daan Diederiks
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
