Thursday, May 26, 2005
 
Referendum: Voorstemmers winnen terrein

Maurice de Hond twijfelt of het genoeg is

oor het eerst sinds maanden stijgt het aantal voorstemmers van het referendum over het Grondwettelijkverdrag. Volgens opiniepeiler maurice de Hond zal dit alleen niet voldoende zijn om het Grondwettelijkverdrag goed te keuren. Afgelopen zaterdag zei 60% van de kiezers, die het al zeker weten, tegen te gaan stemmen en 40% voor.

Sindsdien is er sprake van een trendbreuk. De opkomst stijgt naar 46% (was 43%) en het aandeel voorstemmers steeg naar 43%, tegen 57% tegenstemmers. Om het referendum te winnen zullen de voorstemmers massaal op moeten komen. Doen zij dit niet dan wint de tegenstem en is het Grondwettelijkverdrag van de baan.

In Januari nog evenwicht

Begin dit jaar leek er nog niet veel aan de hand. Op het moment van goedkeuring door de Eerste Kamer van het eerste landelijke referendum over het Grondwettelijkverdrag was het electoraat evenwichtig verdeeld. Het percentage kiezers die zich voornam te stemmen was 44%, waarvan de voor en tegenstanders elkaar in evenwicht hielden.

De meeste voorstemmers waren op dat moment bij D66 en GroenLinks te vinden (4/1). Gevolg door het CDA en de PvdA (3/2). De tegenstemmers bevonden zich vooral bij de LPF en groep Wilders- stemmers (9/1), de SP (3/1) en in mindere mate bevonden de tegenstemmers zich bij de VVD (3/2).

Volgens 70% van de stemmers zouden ook andere onderwerpen een rol gaan spelen, waarvan Turkije het meest genoemd wordt (43%), vervolgens het algemeen gevoel tegenover de EU en de Euro (25%) en 10% denkt dat ook de populariteit van het kabinet Balkenende een rol bij de uiteindelijke keuze zal spelen.

Tegen stem groeit

Enkele weken later, half februari, meldde Maurice de Hond al dat het aandeel van de tegenstem bij het referendum groeide. 42% zei toen tegen te stemmen, 29% wilde voor stemmen en 28% van de kiezers wist het nog niet. Opmerkelijk is dat in februari alleen binnen de CDA stemmers er een duidelijke meerderheid voor was. Binnen PvdA, D66 en GroenLinks is het aandeel tegenstemmers groter dan de voorstemmers.

Ook het wantrouwen groeit over de verwachting bij de kiezer over hoe politici met het referendum om zullen gaan. Maxime Verhagen had uitgesproken dat bij een opkomst van 30% en een tegenstem van 60% het CDA de uitslag serieus zou nemen. Ruim driekwart van de kiezers twijfelt of Den Haag dat ook daadwerkelijk zal doen.

Volgens de Hond zou, op dat moment, bij blijvende twijfel het referendum wel eens negatief voor het Ja-kamp uit kunnen vallen.

April doet wat ie wil

De weerzin tegen het Grondwettelijkverdrag groeit in april naar 52%, tegen 48% voorstemmers van diegene die al weten wat ze zullen stemmen. Een vijfde deel (22%) weet nog niet wat te stemmen. Het opkomst percentage verwachtte Maurice de Hond op 32% te liggen. Dit is het aantal mensen dat in de peiling zegt zeker te gaan stemmen.

In zijn onderzoek in april verdeelde Maurice de Hond de Nederlandse kiezers in vier groepen. De EU Sceptici en de EU-Adepten maakten ieder 20% van het electoraat uit. Dan zijn er de EU-Supporters, de groep die op hoofdlijnen achter de ontwikkelingen in Europa staat, en de EU met Handrem, de groep die vindt dat de ontwikkelingen allemaal te snel gaan. Zij maken ieder ongeveer 30% van de kiezers uit.

Volgens het onderzoek in april blijkt dat de Ja-campagne weinig te winnen heeft bij de EU-Sceptici, maar dat zij de EU met Handrem groep wel van zich kan vervreemden. Als politici hen gelijk stellen met de tegenstanders dan zal dat hen volgens de Hond alleen maar sterken in het idee dat een rem nodig is.

Maurice de Hond achtte half april "de kans groot dat een kleine meerderheid in Nederland op 1 juni bij het Referendum "tegen" zal stemmen, als de komende weken niet voor de juiste benaderingswijze wordt gekozen."

Benadering kabinet versterkt tegenstand

Eind april bleek dat de tegenstanders versterkt waren in hun opvatting en dat zij dit toeschreven aan het optreden van de leden van het kabinet. Wel ging de verwachtte opkomst iets omhoog omdat de opkomst bij EU-Supporters omhoog ging van 26% naar 30%. Hierdoor verschoof de verhouding voor/tegen naar 48%/52%.

De verwachting was eind april dat de opkomst de doorslag zal geven. Vooral het opkomstpercentage van de EU-Supporters is cruciaal. Blijven zij weg of switchen zij door verkeerd optreden van met name de regering naar het EU-Handrem-kamp, dan is het referendum voor de regering verloren.

Alleen binnen D66 nog een meerderheid voor

De Ja-Campagne verliep begin mei zo chaotisch en tegenstrijdig dat de tegenstand explosief groeide van 41% tegen op 23 april, via 45% tegen op 14 mei, naar 53% tegen en 36% voor op 21 mei. De opkomst kanst stijgt naar 38%, waarbij die van de EU-Sceptici het hoogst is met 46%.

Van de partijen die in de Tweede Kamer voor het Grondwettelijkverdrag zijn is alleen binnen D66 is nog een meerderheid van 66% voor. Binnen het CDA heerst er evenwicht, de tegenstand in de PvdA en de VVD is ongeveer 60% en binnen de SP maar liefst 93%. De kloof tussen partijen en hun kiezers groeit. Zij kunnen hun eigen achterban niet overtuigen. De meeste kiezers (64%) meent dat bij een tegenstem de kans groot is dat de Tweede Kamer alsnog akkoord gaat met het Grondwettelijkverdrag.

Alle kampen menen dat het optreden van het kabinet negatief heeft gewerkt. Zelfs de EU-Adepten zijn in meerderheid deze mening toegedaan. Het optreden van Premier Balkenende in Margraten op 8 mei viel ook niet goed. De verwijzing in zijn toespraak naar het Referendum vond 58% van de kiezers ongepast, zelfs onder CDA kiezers vond een meerderheid dit.

De top acht om tegen te stemmen zijn:
  1. EU brengt meer nadelen dan voordelen (50%)
  2. Wantrouwen Nederlandse politici (45%)
  3. Tegen toetreding Turkije (44%)
  4. Optreden voorstanders (42%)
  5. Nieuwe grondwet is niet goed (40%)
  6. Nieuwe grondwet verslechtering (34%)
  7. Tegen de Euro (33%)
  8. Tegen uitbreiding tot 25 landen (31%)
De top acht om voor te stemmen:
  1. Verbetering ten opzichte van nu (62%)
  2. EU geeft Nederland meer voordelen dan nadelen (56%)
  3. Instemming nieuwe grondwet (38%)
  4. Voel mij Europeaan (25%)
  5. EU zal desintegreren bij afwijzing (24%)
  6. Optreden tegenstanders (17%)
  7. Nederland slaat slecht figuur bij afwijzing (16%)
  8. Mijn partij stemt voor (16%)
Vooral de onderwaardering van de gulden bij de invoering van de Euro, de 3.5 miljoen die de ja-campagne extra heeft gekregen, het niet verschijnen van de fractievoorzitters bij het belangrijke debat in de kamer over de prestatie van het kabinet en de teleurstelling rond het Euro Songfestival droegen allemaal bij aan de vergroting van de tegenstemmers. Alleen het opkomstpercentage lijkt omhoog te gaan.

Het wantrouwen van de kiezer in de politiek is verontrustend toegenomen. Gaf een maand geleden 27% van de kiezers op tegen te stemmen omdat zij geen vertrouwen meer hebben in politici, deze was bij de peiling op 21 mei gegroeid naar 45%.

Eindspurt wordt nog spannend

Een kleine trend breuk lijkt er zichtbaar. De voorstanders lijken te beseffen dat ook zij moeten gaan stemmen als het Grondwettelijkverdrag nog willen redden. Of dit genoeg is hangt voornamelijk van het talent van de zittende politici af om in de laatste week geen fouten te maken.

Misschien kan steun uit het buitenland nog helpen, zoals een Oui in Frankrijk, of Baroso die waarschuwt dat als alleen Nederland tegen stemt de Grondwet gewoon in werking zal treden. Het kan ook in zijn tegendeel omslaan. Het politieke klimaat is kortom zeer instabiel.

Bron:
Onderzoek in opdracht van de NOS, uitgevoerd door Maurice de Hond en te vinden op www.peil.nl


Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.