woensdag, augustus 10, 2005
 
Kamperen op kleine schaal
Kamperen op kleine schaal is mogelijk via de sites van de Nederlandse Toeristen Kampeer Club. Zij selecteerden een twintigtal kampeerterreinen waar het veelal alleen mogelijk is te voet te komen en waar verder weinig comfort is.

NTKC Nederlandse Toeristen Kampeer Club
maandag, februari 21, 2005
 
Afzien in de Ardennen: buiten slapen in een bivakzak
Daan Diederiks sliep afgelopen weekend buiten in een koude zak in de Ardennen, tijdens een bivaktocht, terwijl de Belgen carnaval vierden

Opgezweept door overheidspropaganda over de te dikke buik en de te luie kont sloot ik me na jaren weer eens aan bij de Koninklijke Nederlandse klim- en bergsportvereniging (www.nkbv.nl). De NKBV organiseert van alles. Er zijn Ronald Naar-achtige expedities, maar ook bergwandeltochten in Noorwegen, Schotland en de Andes. Het toppunt voor gezinnen met pubers zijn de bergsportkampen in de Alpen, de Pyreneën en in Scandinavië. Met zo'n kamp verzamelen een aantal gezinnen zich op een camping, waarna het groepsproces in de bergen, al dan niet onder leiding van een gids, kan beginnen. Voor pubers een geweldige manier om de bergen en elkaar te vinden.

Als jongeling deed ik er ooit twee cursussen in de hoge Alpen. Een onvergetelijke ervaring, die ik nu goed kon gebruiken om wat ouder vet los te wrikken. Daar leek de bivak het meest geschikt voor, een berucht initiatief van de plaatselijke NKBV-afdeling Amsterdam. De bivaktocht wordt twee keer per jaar gehouden, in december en begin februari. Het is de sport om, ongeacht eventuele sneeuwstormen of hoosbuien, in twee dagen vijftig kilometer te lopen volgens een route die met coördinaten is aangegeven, en twee nachten onder de blote hemel in een donker Ardennenbos door te brengen. De doorsnee deelnemer is dan ook een high-tech-uitrustingsfreak, die alles weet van Goretex en superfleece en in zijn likkebaardend alle gadgets uit winkels als Demmenie- of Beversport voorbij ziet komen. Voor de bivak is er bijvoorbeeld de bivakzak, een grote plastic zak, liefst ademend, waar je met fiber slaapzak en rugzak in zijn geheel inkunt. Het beschermt tegen kou en nattigheid. Ik heb er wel eens een geweldig onweer in overleefd.

DEBUTANTEN IN HET AFZIEN
De februaribivak was dit jaar een afscheidsrondje voor organisator Cor Schoon. Cor had zeventien jaar, twee keer per winter, een bivak uitgestippeld, georganiseerd en uitgelopen. Zo'n 2.000 kilometer had hij in de benen, en een stuk of 70 nachten onder de koude winterhemel.

Volgens de kenners kun je pas na drie keer beoordelen of het afzien in je bloed zit. In mijn groepje was alleen Himalayagangster Mira veel vaker meegeweest. Bankier Peter was de vorige tocht voor het eerst en liep nu zonder blaren, en studente fysische geografie Suzanne leek niets anders te doen dan verre excursies. Ik was debutant, samen met marathonloopster Jolien, die hardlopen wat saai begon te vinden. Vrijdag stipt om zeven vertrokken we vanaf het Amstel.

Vertrek- en eindpunt van de bivak in engere zin was Stavelot, België, waarbij de tocht om Malmedy heenliep, over hoge heidegronden. Halverwege verrasten de vrienden van de club Cor en de dertig deelnemers met een pitstop langs een riviertje. Er was kaas, worst en warme glühwein. Hoewel de Belgen een verdrietig volk schijnen te vormen, merk je daar doorgaans in België weinig van. Passerende Belgen vermaakten zich kostelijk met lezende Hollanders, aan een tafel met fleurige parasol, klepperend van de kou, wachtend op de bivakdeelnemers. Toen die aankwamen troffen zij een totaal verkleumd ontvangstcomité. De zon brak door. Het wit in de vallei ontdooide een beetje.

SMURF MET BIER
Het begon op te vallen dat het bij de Belgen carnaval was. Aan de meeste wandelaars ging dit eerst voorbij. Tot er, bij het zwoegen een steile helling op, langs de kant een jongen op een krat bier zat met een blauw gekromde puntmuts op, een wit jakje en een blauwe broek aan. Hij leek ons, rugzak-pakezels, geheel niet op te merken. Hij keek reikhalzend uit naar vier exact dezelfde figuren die uit het bos te voorschijn kwamen. Zij smurften lichtvoetig en gezwind achter elkaar aan naar beneden, terwijl wij met zware rugzakken vol warme kleding, slaapzak, kookgerei en voedsel naar boven stampten. Het was als een fata morgana van kapitein Haddock die Kuifje voor een fles aanzag in de woestijn.

Tegen alle genetische wetten in had Mira, een kleine en tanige vrouw met een in verhouding enorme rugzak, zich opgeworpen als leider van mijn groepje. Zij logenstrafte de hele dag de theorie dat vrouwen geen kaart kunnen lezen. Alleen 's avonds in het schemerdonker ging het fout. Als laatsten kwamen we in het afgesproken café aan, net op tijd om de feesttoespraken ter ere van Cor nog mee te maken en getuige te zijn van het uitreiken van het cadeau: een steen. Met de bijgeleverde opdracht deze de volgende dag heelhuids mee terug te nemen naar Stavelot. Cor aanvaardde het zware kleinnood in dankbaarheid. Het idee kwam van één van zijn trouwste en snelste volgers, een man die zich in het dagelijks leven naar alle tevredenheid op onvervalst Hollandse klompen voortbeweegt.

Het weer is ingewikkeld. Waarschijnlijk is het daarom dat er altijd meerdere goden zijn die zich ermee bemoeien. Zij waren ook de zondag met ons. Het was kraakhelder en koud. Valeien en bergen lagen er in al hun schittering Bob Ross-achtig bij. Na zo'n vijftig kilometer stevig doorstappen voelden mijn voeten aan als klompen. Zo strompelde ik Stavelot binnen, smachtend naar een warme chocomel in de plaatselijke koek en zopie (Belgen noemen het café).

Terwijl wij onszelf moed indronken om de terugweg te aanvaarden en vooruit te zien naar een inspirerende werkdag, en nadat we net hadden uitgerekend dat zo'n prachtig weekeinde voor 30 euro niet duur was, zwierden in het wit gekleedde monniken met neuzen zo lang als stijve piemels de hoek om. Zij lachten ons vrolijk toe en vertelden dat de Bisschop hen verboden had te hoeren en snoeren en dat zij het bier moesten laten staan.

Achter de maskers was alles mogelijk. Het maakte hen, als met een sluier, onherkenbaar anoniem en toch nog vrolijk Belg.

Daan Diederiks

Versie zoals in het NRC Handelsblad verschenen op 12 februari 2005

donderdag, februari 10, 2005
 
Carnavaleske bivaktocht in Ardennen
AP Te Voet

Opgezweept door overheidspropaganda over de te dikke buik en de te luie kont sloot ik me na jaren weer eens aan bij de Koninklijke Nederlandse Klim- en bergsport Vereniging (NKBV.nl). Als jongeling deed ik ooit twee cursussen in de hoge Alpen. Een onvergetelijke ervaring, die ik nu goed kon gebruiken om wat ouder vet los te wrikken.

In de jaarlijkse catalogus staan veel tochten. Er zijn Ronald Naar- achtige expedities, maar ook wandeltochten in Noorwegen, Schotland en de Andes. Het toppunt voor gezinnen met pubers zijn de bergsportkampen in de Alpen, de Pyreneën en in Scandinavië. Met zo´n kamp verzamelen een aantal gezinnen zich op een camping, waarna het groepsproces in de bergen al dan niet onderleiding van een gids kan beginnen. Voor pubers een geweldige manier om de bergen en elkaar te vinden.

Het zijn zomertochten en kampen die je in februari moet gaan plannen. In de winter bekijken bergsporters elkaars dia´s en vertellen sterke verhalen. Als zij er nog opuit gaan, dan is het naar het toch wat luiere skiën. De echte zomerklimmer kijkt hier wat op neer. Je wordt naar boven gesleept en vernielt tijdens het naar beneden roetsjen ook nog eens de Alpenhelling.

De NKBV heeft ook nog plaatselijke afdelingen waar de leden allerlei korte- en langere tochtjes organiseren, ook in de winter. De afdeling Amsterdam en omstreken staat al jaren bekend om zijn bivaktochten.

Op de bivak is het de sport om, ongeacht het weer, sneeuwstorm of hoosbui, in twee dagen 50 kilometer te lopen volgens een route die met coordinaten is aangegeven en twee nachten onder de blote hemel in een donker Ardennenbos door te brengen.

Hiervoor moet je wel goed uitgerust zijn. De doorsnee klimmer kun je dit wel toevertrouwen. Het zijn over het algemeen high-tech uitrustings freaks, die alles weten van Goretex en superfleece en in hun vrije tijd alle gadgets uit bergsportwinkels likkebaardend in hun dromen voorbij zien gaan.

Voor de bivak is er de bivakzak, een grote plastic zak, liefst ademend, waar je met fiber slaapzak en rugzak in zijn geheel inkunt. Het beschermt tegen kou en nattigheid. Ik heb er wel eens een reusachtig onweer in overleeft.

De bivaktocht wordt twee keer per jaar gehouden. In december en begin februari. De februari tocht was dit jaar een afscheidsrondje voor organisator Cor Schoon. Vertrekpunt en eindpunt was Stavelot, waarbij de tocht om Malmedy heen liep over hoge heidegronden.

Volgens kenners kun je pas na drie keer beoordelen of het afzien in je bloed zit. In mijn groepje was alleen Himalaya gangster Mira veel vaker meegeweest. Bankier Peter was de vorige tocht voor het eerst en liep nu zonder blaren en studente fysische- geografie Suzanne leek niets anders te doen dan verre excursies. Ik was debutant, samen met marathonloopster Jolien, die hardlopen wat saai begon te vinden. Vrijdag stipt om zeven vertrokken we vanaf het Amstel. Op naar België.

Hoewel Belgen een verdrietig volk schijnen te zijn, merk je daar doorgaans in België weinig van. Het is eerder zo dat de bezoekende Hollander bij alle verrassende absurditeiten die hij tegenkomt, zich afvraagt of zijn eigen verdriet niet juist gelegen is in holle zelfgenoegzaamheid.

Vanwege het afscheid van Cor had de tocht een feestelijk tintje. Cor had zeventien jaar, twee keer per winter een bivak uitgestippeld, georganiseerd en uitgelopen. Zo´n 2000 km had hij in de benen, en een stuk of 70 nachten onder de koude winterhemel. De organisatie droeg hij over aan een jongere generatie.

De vrienden van de club verrastten Cor en de dertig deelnemers met een pitstop halverwege. Er was kaas, worst en warme glüwein. Met een auto posteerden zij zich langs een riviertje. Passerende Belgen vermaaktten zich kostelijk met lezende Hollanders, aan een tafel met fleurige parasol, klepperend van de kou. Toen de deelnemers aankwamen troffen zij een totaal verkleumde familie. De zon brak door. Het wit in de vallei ontdooide een beetje.

Het begon op te vallen dat het bij de Belgen carnaval was. Aan de meeste wandelaars ging dit eerst voorbij. Tot bij het zwoegen een steile helling op, er langs de kant een jongen op een krat bier zat met een blauw gekromde puntmuts op, een wit jakje en een blauwe broek aan. Hij leek ons, rugzak pakezels, geheel niet op te merken. Hij keek reikhalzend uit naar vier exact dezelfde figuren die uit het bos te voorschijn kwamen. Zij smurften lichtvoetig en gezwind achter elkaar aan naar beneden, terwijl wij met zware rugzakken vol met warme kleding, slaapzak, kookgerei en voedsel naar boven stampten. Het was als een fatamorgana van kapitein Haddock die Kuifje voor een fles aanzag in de woestijn.

Tegen alle genetische wetten in had Mira, een kleine en tanige vrouw, met een in verhouding enorme rugzak, zich opgeworpen als leider van mijn groepje. Zij logenstrafte de hele dag de theorie dat vrouwen geen kaart kunnen lezen. Alleen ´s avonds in het schemerdonker ging het fout. We misten een paadje, waarop iedereen zich moe en hongerig met de route ging bemoeien, met als resultaat dat we na een uur in de wildernis ploeterend weer aan de voet van een eerder gepasseerde kerk stonden.

Als laatste kwamen we in het afgesproken café aan, net op tijd om de feesttoespraken ter ere van Cor nog mee te maken en getuige te zijn van het uitreiken van het cadeau: een steen. Met de bijgeleverde opdracht deze de volgende dag wel heelhuids mee terug te nemen naar Stavelot. Cor aanvaardde het zware kleinnood in dankbaarheid. Het idee kwam van één van zijn trouwste en snelste volgers, een man die zich in het dagelijks leven naar alle tevredenheid op onvervalst Hollandse klompen voortbeweegt.

Het weer is ingewikkeld. Waarschijnlijk is het daarom dat er altijd meerdere goden zijn die zich ermee bemoeien. Zij waren ook de zondag met ons. Het was kraakhelder en koud. Valeien en bergen lagen er in al hun schittering Bob Ross- achtig bij.

Na zo´n vijftig kilometer stevig doorstappen voelden mijn voeten aan als klompen. Zo strompelde ik Stavelot binnen. Smachtend naar een warme chocomel in de plaatselijke koek en zoopie. Belgen noemen het café. Terwijl wij ons zelf moed indronken om de terugweg te aanvaarden en vooruit te zien naar een inspirerende werkdag en wij net uitrekenden dat zo´n prachtig weekeinde voor 30 Euro niet duur was, zwierden in het wit gekleedde monniken, met neuzen zo lang als stijve piemels de hoek om. Zij lachten ons vrolijk toe en vertelden dat de Bischop hen verboden had te hoeren en snoeren en dat zij het bier moesten laten staan. Achter de maskers was alles mogelijk. Het maakte hen, als met een sluier, onherkenbaar anoniem en toch nog vrolijk Belg.

Daan Diederiks



Powered by Blogger