dinsdag, januari 25, 2005
 
De Nederlandse Politiek en de Joodse Vluchtelingen


Historisch artikel


(1900 - 1950)
Terug naar index


De Nederlandse Politiek en de Joodse Vluchtelingen
van 1933 tot 1940

door

Daan Diederiks

17 september 1999

Inhoud
Inleiding

I Periodisering vluchtelingen Vraagstuk
II Publieke Opinie
III Een Rechtvaardige Behandeling
IV Parlementaire Invloed?
V Conclusies
Literatuur
Noten


Inleiding

Het politieke klimaat was in de jaren dertig in Europa niet bepaald gunstig om vluchteling te zijn, laat staan een Joodse vluchteling. Na de machtsovername van Hitler en zijn Nationaal- Socialisten in 1933 nam de stroom vluchtelingen vanuit Duitsland gestaag en dramatisch toe.

Een in Nederland aankomende vluchteling trof een religieus en ideologisch verdeeld land, dat door het verzuilingssysteem bijelkaar gehouden werd.

Het parlement bestond voor ongeveer 30% uit katholieken, 30% uit protestanten van verschillende pluimage, 10% uit liberalen, 20% uit Sociaal Democraten, en voor 4% uit Communisten. Vanaf 1937 waren er 4% Nationaal Socialisten in het parlement.

De regering werd gedurende vrijwel de gehele jaren dertig gevormd door een coalitie tussen Protestanten met hun grote leidsman Colijn als premier, katholieken en een enkele liberaal.

In het navolgende zal ik de vraag behandelen hoe de Nederlandse politieke partijen tegenover de joodse vluchtelingen uit Duitsland stonden en wie het vluchtelingenbeleid bepaalde. Was dat de regering, of het parlement, of kon het parlement het regeringsbeleid in belangrijke mate beinvloeden? En welke rol speelden de beleidsambtenaren in deze. Hun houding was immers van wezenlijk belang, aangezien zij na de vlucht van Koningin Wilhelmina en haar regering de hoogste Nederlandse bestuurders werden toen de Duitsers het voor het zeggen kregen.

I
Periodisering Vluchtelingen vraagstuk

De internationale spanningen namen na de machtsovername van Hitler toe. Een belangrijk spanningsverhogend element was de Nationaal- Socialistische politiek ten opzichte van wat zij meenden dat ‘volksvreemde elementen’ waren. De dreiging die van de anti- semitische politiek uitging was voor vele joden na de Nazi machtsovername zo groot dat zij besloten Duitsland te verlaten.

Op dit punt begon dan ook de Nederlandse politiek tegenover vluchtelingen. De eerste[1] fase is eenperiode van oriëntatie, die liep van het voorjaar van 1933, tot het voorjaar van 1934. De vluchtelingen die Nederland binnenkwamen vielen onder een oude vreemdelingen wet, de wet van 1849.

In het parlement zijn er interprelaties van L. de Visser van de CPH en in de Eerste Kamer van J. Oudegeest van de SDAP. Minister J. Donner van Justitie erkende dat de oude wet niet meer passend was en stelde een nieuwe wet in het vooruitzicht.

Er waren echter vervroegde verkiezingen uitgeschreven die door Colijn en zijn ARP gewonnen werden. Het tweede ministerie Colijn trad nu aan, met een andere minister van Justitie, de katholiek van Schaik. De nieuwe wet werd op de lange baan geschoven. Nederland nam internationaal enkele initiatieven, waaronder het instellen van een Hoge Commissaris van de Vluchtelingen bij de Volkenbond.

In het voorjaar van 1934 begon de periode waarin het politieke klimaat voor de vluchtelingen ongunstiger werd. Vooral onder invloed van het ministerie van Economische zaken, die de zo belangrijke economische betrekkingen met Duitsland niet op het spel wilde zetten werd de toegang tot Nederland geleidelijk aan moeilijker gemaakt. Er heerste nog grote werkloosheid in Nederland. Het verkrijgen van werkvergunningen werd vooral in de branches waar joden traditioneel in opereerden sterk ingeperkt.

Na de Anschluss van Oostenrijk in het voorjaar van 1938 begint de periode van de ‘gesloten grens’ die duurt tot mei 1940.

Het inmiddels alweer vierde ministerie Colijn regeerde, met op justitie de katholiek Goseling. Onder zijn leiding werd de nieuwe wet geheel op de lange baan geschoven. In de kamer merkt hij in maart 1937 op dat een nieuwe wet niet haalbaar is. “Die verantwoordelijkheid kan zij [de regering, DD] in de tegenwoordige omstandigheden niet overdragen of delen met andere instanties.”[2]


II
De Publieke Opinie

Aanvankelijk had men in Nederland weinig begrip voor de ware aard van het Nationaal-Socialisme en zag men de machtsovername van Hitler niet als een wereldschokkende gebeurtenis.[3]

Zo schreef prof. D.Cohen, de latere omstreden voorzitter van de Joodse Raad, in het Algemeen Handelsblad in 1933 een waarschuwend artikel over de oorlogsdreiging die uitging van de machtsovername van Hitler.

In zijn memoires schrijft hij daarover dat “het bleek mij wel, dat aan deze gedachte niet alleen geen geloof werd geschonken, maar dat men haar in politiek opzicht niet oirbaar vond. (…) dat men het wereldgebeuren niet mocht beoordelen vanuit het standpunt ener kleine groep of het lot dat deze getroffen had en waaraan voor een deel zij ook zelf schuld kon wezen.”[4]

Volgens Michman zagen de opinierende bladen het vluchtelingenprobleem tot 1938 niet als een werkelijke bedreiging.[5] De houding van de protestanten en katholieken werd voornamelijk beheerst door traditionele gevoelens en dogma’s ten aanzien van joden.

Zo stonden de katholieken en anti-revolutionaire protestanten (48% van de bevolking) tegenover andere protestanten, liberalen, socialisten en communisten, samen ongeveer 46% van de bevolking. Daarbij moet bedacht worden dat de bevolking aanvankelijk een veel grotere afkeer had van communistisch- Rusland dan van nazi- Duitsland. Na 1933 bleek de NSDAP een ‘niet geringe’ aantrekkingskracht te bezitten.[6] Vooral in de kringen die door de Russische revolutie veel geld verloren hadden.

Een fraai voorbeeld hiervan is te vinden in het al aangehaalde parlementaire debat tussen de Goes van Naters (SDAP), de Visser (CPH) en minister van Justitie Goseling (RKPS). De Heer de Goes had Goseling gevraagd naar zijn politiek ten aanzien van geheime NSDAP propaganda organisaties in Nederland. In hetzelfde debat had de Visser stevige kritiek op de “rechteloosheid van vluchtelingen”.

Goseling gebruikt vervolgens het punt van de heer de Goes van Naters om de Visser, als lid van een partij die onder bevel staat van de Communistische Internationale (een buitenlandse organisatie) in de hoek te zetten. Tegelijk verschaft het hem een uitweg uit de vraag waarom de vluchtelingen zo rechteloos zijn.[7]

Van massale hulpacties of van een massale roep om een rechtvaardiger beleid tegenover vluchtelingen is nooit sprake geweest. Er werd wel individueel hulp geboden, maar van een beweging die voortkwam uit een massale verontwaardiging zoals in de tegenwoordige tijd wel eens wil oprispen is nooit sprake geweest.

Zo signaleerde de fractie- voorzitter van de SDAP, de heer Albarda na de kristallnacht “een groot sentiment onder het Nederlandschen volk” om hulp te bieden. Hij vraagt de regering meer te doen dan zij op dat moment deed, maar minister- president Colijn kon deze roep gemakkelijk smoren door te verwijzen naar de grote aantallen, de economische druk en bovenal op een ondergrond van anti- semitisme dat alleen maar aangewakkerd zou worden. “Dat zeg ik in het belang van onze Nederlandsche Joden zelf. In dezen tijd is geen enkel volk van huis uit volkomen vrij van anti- semitisme: de sporen ervan worden ook in ons land gevonden en wanneer men nu ongelimiteerd een stroom vluchtelingen uit het buitenland hier zou binnen laten, zou het noodzakelijk gevolg ervan zijn, dat de stemming in ons eigen volk ten opzichte van de Joden een ongunstige kentering zou kunnen ondergaan.”[8]

Hier liet Colijn duidelijk zijn oren hangen naar het sentiment dat de NSB opriep. Dat dit standpunt een reactie is op de NSB en de regering Colijn met deze zienswijze zonder veel protest kon instemmen blijkt onder meer uit het memorie van antwoord bij de Rijksbegroting van 1938. “Vermeden moet worden alles wat de strekking heeft duurzame vestiging in ons reeds zo dicht bevolkte land te bevorderen. Het laatste gezichtspunt is ook van belang voor wat het standpunt betreft van die leden, die van mening zijn, dat tegen toelating van vreemdelingen op Nederlandsch grondgebied met kracht dient te worden opgekomen, daar een verder binnendringen van vreemde elementen schadelijk zou zijn voor de handhaving van het karakter van den Nederlandschen stam. Ook de Regeering is van oordeel, dat in beginsel ons beperkt territoir voor de eigen bevolking moet blijven gereserveerd.”[9]

De Nederlandse regering werd na de Kristallnacht toch door het parlement gedwongen de toelatingsquota te versoepelen van 2000 naar 7000, uiteindelijk neerkomend op 10.000 toegestane vluchtelingen.[10]

De al genoemde Albarda illustreerde zijn oproep meer mensen na de Kristallnacht toe te laten aldus: “Ik denk ook aan de dingen die zich gisteren hebben voorgedaan op Schiphol. Wanneer de beschrijving daarvan welke de couranten van heden morgen hebben gebracht, juist is, kan men niet anders zeggen dan dat zich toonelen hebben afgespeeld, welke hartverscheurend moeten worden genoemd. Het feit, dat menschen, die daar zijn aangekomen en waarschijnlijk niet allen in het bezit zijn geweest van de papieren in zoodanigen staat, als noodig is om hier verblijf te krijgen, per keerend vliegtuig moesten worden teruggezonden terwijl een enkele van hen zelfs in een zoodanige gemoedbeweging was, dat men het onverantwoord achtte hen in een vliegtuig te plaatsen, zoodat men hen tusschen twee rechercheurs met een auto heeft teruggebracht over de Duitsche grens, die hij meende in de goede richting te hebben gepasseerd, heeft mij zoodanig aangegrepen, dat ik mij afgevraagd heb of dit wel het juiste beleid is geweest.”[11]

Toch won ook bij hem het ijzingwekkende realisme van die tijd. Tot zijn eigen achterban, die veel meer geneigd was vluchtelingen in grote getale op te nemen, sprak hij: “Zoo onbeperkt als wij in 1914 de vluchtelingen uit Antwerpen in ons land hebben toegelaten, van wie verwacht kon worden, dat zij eerlang naar België zouden terugkeren, kunnen wij thans geen toegang tot ons land verschaffen. Het is onaangenaam dat het niet kan, maar het kan niet.”[12]

III
Een Rechtvaardige Behandeling

Tijdens de beschouwingen over de begroting van het ministerie van Justitie in het najaar van 1937 staan er twee zaken hoog op de agenda. De eerste is een wijziging in de echtscheidingsregels en het tweede onderwerp is de vreemdelingen wet. De confessionele afgevaardigden besteden zeer ruime aandacht aan de echtscheidings problematiek en slechts enkelen van hen besteden aandacht aan het vreemdelingen vraagstuk. Bij de liberale, socialistische en communistische leden is het juist andersom.

De liberale mevrouw Bakker- Nort verzoekt evenals de sociaal- democraat Donker aan minister Goseling eindelijk een nieuw wetsontwerp in te dienen. Donker verzoekt zelfs het ontwerp dat er al is te publiceren, maar de minister weigert dit.

Mevrouw Bakker- Nort doet een beroep op het humanisme en de Nederlandse traditie van gastvrijheid voor vluchtelingen. Zij constateerde daarentegen dat de politie overgaat tot hardhandige uitzettingen. “Deze wettigen de verzuchting, dat de vlam van enthusiasme, die in den tijd van het humanisme zoo hoog oplaaide, voor het recht van elk mensch op een menschwaardig bestaan, thans wel heel wat lager brandt, elders, maar ook hier.” En de heer Donker constateerde: “In strijd met de wet van 1849 is iedere vreemdeling hier te lande zonder eenige rechtspositie en geheel aan de willekeur van de politie overgeleverd. Die toestand is onhoudbaar en een rechtstaat als Nederland onwaardig.”

De heer de Visser van de CPH bracht het nog het sterkst onder woorden: “ De toestand, waarin die vluchtelingen verkeeren, die hier naar oude tradities proberen vrij asyl te krijgen, kan men zelfs niet onder woorden brengen. (…) Vaak komt het voor, dat deze menschen vele maanden in een politiebureau of een huis van bewaring zitten opgesloten en ten slotte terechtkomen in de cavaleriekazerne te Amsterdam en naar het schijnt worden zij daar met opzet zoo behandeld, dat zij er sterk over denken, om maar ‘vrijwillig’ bij Vaals de grens over te gaan met de kans, dat zij in handen van de Gestapo worden gespeeld.”

Het is mevrouw Bakker- Nort die de minister de meest concrete voorstellen doet waaraan een nieuwe ‘rechtvaardige’ vreemdelingen wet zou moeten voldoen. Het zijn drie punten: In de eerste plaats moet vastliggen wanneer een vreemdeling ‘uitgeleid’ mag worden, in de tweede plaats moet er een wijze van procederen vastliggen om willekeur door de instanties tegen te gaan en ten derde dient er bij ‘uitgeleiding’ een beroepsmogelijkheid te zijn bij een hogere instantie, hetzij bij de minister, hetzij bij de rechter.

Onrust en bezorgdheid klinkt ook van protestantse zijde. Niet zozeer ten aanzien van een onrechtvaardige behandeling van vluchtelingen, maar meer om het behoud van de eigen cultuur. De heer Zandt besteedde in zijn bijdrage overwegend aandacht aan de echtscheidingsvraagstukken, maar wil aan het eind van zijn bijdrage nog iets kwijt over de vluchtelingen: “Tenslotte nog een enkele opmerking. Wij zien den grooten stroom vreemdelingen met bezorgdheid ons land binnen trekken. Het is boven alles zaak, dat ons Volkskarakter bewaard wordt. De regeering zelf deelt mede, dat daaronder zijn gevaarlijke elementen, zoowel politiek als in zedelijk opzicht. Wordt ook ten aanzien van dezen wel voldoende waakzaamheid betracht?

Mijnheer de Voorzitter! Hier staan gewichtige belangen op het spel. De Regeering hebbe te waken, dat Nederland voor de Nederlanders blijft en dat Nederland zijn Protestantsch karakter beware.”

De katholieke minister Goseling van Jusitie zegt aan de kritikasters van zijn beleid uiteindelijk niets toe. Hij meende dat vreemdelingen niet onrechtvaardig en willekeurig behandeld werden en dat derhalve een nieuwe regeling niet noodzakelijk was. Ook al omdat de eisen die mevrouw Bakker- Nort stelde zo minimaal waren. Vreemdelingen die uitgeleid werden konden immers nog bij hem in beroep gaan. Iets dat hij zo wilde houden. “Vaste normen, welke de oplossing als het ware in zich bergen, kunnen naar mijn overtuiging (…) niet worden gegeven. Daarvoor zijn de omstandigheden te uiteenlopend en is ook de toekomst helaas te onzeker. Om die redenen zou ik ook een geheel nieuwe regeling van de positie van vreemdelingen op dit ogenblik bepaald niet verantwoord achten. De regeering moet nu eenmaal onvermijdelijk ook op dit terrein een groot stuk verantwoordelijkheid dragen, mede met het oog op de gevolgen, die haar beslissing in verschillend opzicht kunnen hebben. Die verantwoordelijkheid kan zij in de tegenwoordige omstandigheden niet overdragen of delen mat andere instanties.”[13]



IV

Parlementaire Invloed?

De meest directe wijze om parlementaire invloed te meten is te kijken of er moties zijn ingediend, die aangenomen zijn en of de regering naar aanleiding daarvan het beleid heeft bijgesteld. Bij het doornemen van de Handelingen ben ik geen moties tegen gekomen. Of zij werden indertijd elders gepubliceerd, wat ik niet aanneem, of zij werden niet op zo’n schaal ingediend als heden ten dage.

De verschillende parlementsleden gaven uiting aan hun kritiek en stelden alternatieven voor. Zoals de voorstellen van mevrouw Bakker- Nort, die minister Goseling echter naast zich neer legde. Ten aanzien van een nieuwe vreemdelingen wet die de oude van 1849 zou vervangen heeft het parlement geen invloed gehad, of niet willen hebben, gezien de dominantie van de confessionele partijen.

Toch heeft de regering volgens Michman haar beleid twee maal onder druk van de verschrikkelijke gebeurtenissen en de publieke opinie moeten wijzigen.

De eerste maal betrof het de circulaire van minister Goseling van 7 mei 1937. Na de Anschluss werd hierin bepaald dat vluchtelingen voortaan ‘ongewenste vreemdelingen’ waren en wel met terugwerkende kracht. Deze terugwerkende kracht heeft hij ongedaan moeten maken. De tweede maal betrof het het aantal vluchtelingen dat na de kristallnacht toegang verleend werd. Aanvankelijk stelde de regering die op 2000, vervolgens op 7000, om uiteindelijk op 10.000 uit te komen.[14]

Maar van een grote parlementaire druk om het beleid te wijzigen is geen sprake geweest. De regering laveerde tussen de NSB, die ronduit ontkende dat er zich afgrijselijke tonelen in Duitsland afspeelden en als er al sprake was van verschrikkingen, dan hadden de getroffenen het aan zichzelf te danken, en de CPH, die achteraf gezien een scherp oog bleken te hebben voor de ontwikkelingen in Duitsland. Zij werden echter ook door de SDAP om politieke redenen met wantrouwen bekeken.

Deze door de verzuiling ontstane politieke starheid en het gemis aan een groot debat aangaande de ontwikkelingen in Duitsland en de gevolgen voor Nederland, gaf de regering de ruimte om politiek gezien een restrictief beleid te blijven voeren.

Vanaf minister van Schaik werd het beleid gevoerd door middel van circulaires. Dit had tot doel om willekeur bij de uitvoerende ambtenaren tegen te gaan, echter ook om het parlement ‘buiten de deur te houden’.[15]

Deze wijze van uitvoering van de regeringspolitiek bracht met zich mee dat de hoge ambtenaren van de ministeries die bij de uitvoering betrokken waren vrij veel invloed hadden. Volgens Michman hadden deze hoge ambtenaren de meest ‘negatieve invloed’ op het beleid. “De ambtenaren bekommerden zich om de openbare mening noch om de nood van de vluchtelingen- ze leefden slechts voor hun kantoorwerk en hadden met geen van de kanten van het probleem direct contact.”[16]

Daarbij komt nog dat er verschillende ministeries bij het beleid betrokken waren. Het ministerie van justitie als eerste verantwoordelijke, het ministerie van binnenlandse zaken als verantwoordelijke voor de politie, dan defensie voor de grensbewaking en dan ook nog de ministeries van sociale zaken en economische zaken om de arbeidsrust en de economische betrekkingen met Duitsland te bewaken. Tenslotte voorzagen diplomaten van buitenlandse zaken de regering van informatie over de ontwikkelingen in Duitsland.

Men was zo verstrikt in het normale ambtelijke ‘kantoorwerk’ dat men niet toekwam aan een morele bezinning, mocht men dit al willen. “Deze ambtelijke molen verhinderde het humane zicht op wat zich aan leed aan de Nederlandse grens afspeelde. Men heeft de problemen die de vluchtelingen met zich meebrachten vanachter de schrijftafel zeker niet willen ontkennen, maar de oorzaak, die in het buurland lag, nauwelijks willen beschouwen, laat staan dat men uit zo’n bezinning morele conclusies heeft willen trekken.”[17]

V

Conclusies

Het vluchtelingen vraagstuk ontstond in een tijd dat de confessionele partijen de Nederlandse politiek domineerden.

De politiek tegenover de vluchtelingen werd gedomineerd door de regering in samenwerking met het ambtelijk apparaat. Het parlement had uiteindelijk weinig invloed. De kracht van de linkerzijde was niet groot genoeg om de politiek ten aanzien van Duitsland fundamenteel te veranderen.

Het vraagstuk verdeelde het parlement niet in een links rechts tegenstelling, maar in een confessioneel/ niet- confessionele tegenstelling, waarbij de liberalen aanschurkten tegen de confessionele partijen. De band van de Communistische partij met de ‘Internationale’ verzwakte zelfs hun politieke geloofwaardigheid.

Allen keerden zij zich tegen het anti- semitisme behalve de NSB. In de concrete uitwerking waren socialisten en communisten bereid daadwerkelijk hulp te bieden. De anderen lieten hun houding grotendeels bepalen door de economische betrekkingen met Duitsland.



Literatuur


· Prof. Dr. D. Cohen, Zwervend en Dolend, Haarlem, 1955

· Kathinka Dittich en Hans Wuerzner (red.), Nederland en het Duitse Exil 1933-1940, Amsterdam, 1982

· Nanda van der Zee, Om erger te voorkomen, Amsterdam, 1997

· Prof.Mr P.J. Oud, Honderd Jaren, Assen, 1982

· Algemene Geschiedenis der Nederlanden, deel 14, Haarlem, 1979

· Dr. J.Presser, Ondergang , ’s-Gravenhage, 1965

· Bob Moore, Refugees from Nazi Germany in the Netherlands 1933- 1940, Dordrecht/Boston/Lancaster, 1986



[1] Fasering Nederlandse reactie uit Dan Michman, De joodse emigratie en de Nederlandse reactie daarop tussen 1933 en 1940, p. 95, uit: Nederland en het duitse exil 1933-1940 Kathinka Dittrich en Hans Wurzner(red).

[2] Handelingen Tweede Kamer, 15de vergadering 24 maart 1937 p.375.

[3] Nederland en het duitse exil 1933-1940 Kathinka Dittrich en Hans Wurzner(red), Harry Paape, Nederland en de Nederlanders, p. 24.

[4] Zwervend en Dolend, prof. D. Cohen, p.285.

[5] Dan Michman, De joodse emigratie en de Nederlandse reactie daarop tussen 1933 en 1940, p. 104, uit: Nederland en het duitse exil 1933-1940 Kathinka Dittrich en Hans Wurzner(red).

[6] Nederland en het duitse exil 1933-1940 Kathinka Dittrich en Hans Wurzner(red), Harry Paape, Nederland en de Nederlanders, p. 26.

[7] Handelingen Tweede Kamer, 15de vergadering 24 maart 1937 p.375.

[8] Handelingen Tweede Kamer, 13de vergadering 15 november 1938 p.262.

[9] Zwervend en Dolend, prof. D. Cohen, p.259.

[10] Zie noot 5.

[11] Handelingen Tweede Kamer, 13de vergadering 15 november 1938 p.264.

[12] Zie noot 11.

[13] Citaten uit dit hoofdstuk: Handelingen Tweede Kamer, 13de vergadering 19 november 1937 p.306 tot 15de vergadering 24 november 1937 p.372.

[14] Zie noot 5.

[15] Nanda van der Zee, Om erger te Voorkomen, p.32.

[16] Dan Michman, De joodse emigratie en de Nederlandse reactie daarop tussen 1933 en 1940, p. 99, uit: Nederland en het duitse exil 1933-1940 Kathinka Dittrich en Hans Wurzner(red).

[17] Nanda van der Zee, Om erger te Voorkomen, p.33.
zaterdag, januari 01, 2005
 
De tijd van de televisie en computer



(vanaf 1950)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
  • atoomoorlog
  • blokvorming
  • dekolonisatie
  • hegemonie
  • multiculturele sameleving
  • overheersing
  • pluriforme samenleving
  • sociaal-culturele verandering
  • wapenwedloop
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP artikelen
AP Recensies

AP Bronnen
AP Histories Forum

Literatuur
Non-fictie
  • Artikel in de Peueraar - Feminisme in vogelvlucht
    Hoewel er in de Peueraar regelmatig geschreven wordt over vrouwenstrijd, is het volgens ons toch nuttig om een terugblik te geven op de eerste en tweede feministische golf. Dit omdat het voor ons, en hopelijk voor alle vrouwen, belangrijk is om te weten welke geschiedenis onze strijd heeft. Zodat je je geen eilandje in de eeuwigheid voelt, maar gesterkt wordt en leert van de ervaringen, successen en ideeën van andere vrouwen. We realiseren ons dat het feminisme en de vrouwenstrijd veel gecompliceerder zijn dan we hier kunnen uitleggen. Daarom hebben we onder aan dit artikel een lijstje van boeken toegevoegd die gedetailleerder ingaan op bepaalde aspecten van het feminisme en de vrouwenstrijd.
Fictie Beeld
Links
Nederland

Koude Oorlog
Srebrenica

 
De tijd van de wereldoorlogen



(1900 - 1950)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP artikelen
AP Recensies

AP Bronnen
  • NRC- Handelsblad Profiel - 1900
  • De Pacificatie van 1917
    Het nationale zelfbeeld was voortaan ‘eenheid in verdeeldheid’ Piet de Rooy in het Historisch Nieuwsblad
  • The Holocaust History Project
  • 'Der ewige Jude', een dadergetuigenis
    Auteur: Gie van den Berghe
    Der ewige Jude (1940) is waarschijnlijk de meest virulente anti-semitische propagandafilm ooit. Propaganda niet alleen in betekenis van 'misleiding' of 'een rad voor de ogen draaien', maar ook in de oorspronkelijke betekenis van 'voortplanten', verbreiden, aanbevelen van een leer, doctrine of ideologie. Alle propaganda vervormt de werkelijkheid in min of meerdere mate, maar dat gebeurt veelal met het oog op een efficiëntere overdracht van datgene waarin men zélf gelooft.
    Der ewige Jude kan gezien worden als het verfilmde jodenbeeld van overtuigde nationaal-socialisten. De 'documentaire' brengt in beeld hoe de daders eind 1940, zo'n zes maand voordat het signaal voor de jodenmoord werd gegeven, hun toekomstige slachtoffers zagen. De film moest dit nationaal-socialistische jodenbeeld bij het brede publiek propageren. Propaganda dus als volksvoorlichting of 'verlichting', de nazi's hadden het over een politischen Aufklärungsfilm.

    Goed geschreven artikel van Belgische journalist over de waarschijnlijk meest verderfelijke film die ooit gemaakt is. De nederlandse schrijver Geert Mak vergeleek de film van Ayaan Hirsi Ali Submission part 1 met deze film. [Red. DD]

AP Histories Forum

Literatuur
Beeld
Links

 
De tijd van burgers en stoommachines



(1800 - 1900)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
  • confessionalisme
  • democratisering
  • emancipatiebeweging
  • feminisme
  • imperialisme
  • industriële revolutie
  • industriële samenleving
  • liberalisme
  • modern imperialisme
  • nationalisme
  • politieke stroming
  • sociale kwestie
  • socialisme
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP artikelen
AP Recensies
AP Bronnen
AP Histories Forum

Literatuur
Non-fictie
Fictie Beeld
Links

 
De tijd van pruiken en revoluties



(1700 - 1800)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP artikelen
AP Recensies

AP Bronnen

AP Histories Forum

Literatuur
Beeld
Links

 
De tijd van regenten en vorsten



(1600 - 1700)

Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP artikelen
AP Recensies

AP Bronnen
AP Histories Forum

Literatuur
Beeld
Links

 
De tijd van ontdekkers en hervormers



(1500 - 1600)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
  • erfgoed
  • katholicisme
  • kerkhervorming
  • protestantisme
  • reformatie
  • renaissance
  • wereldbeeld

Gebeurtenissen en tijdbalk

AP Historisch Nieuws
AP artikelen
AP Recensies

AP Bronnen
AP Histories Forum

Literatuur
Beeld
Links

 
De tijd van steden en staten



(1000 - 1500)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP Historisch Nieuws

AP artikelen
AP Recensies

AP Histories Forum

Literatuur
Beeld
Links

 
De tijd van monniken en ridders



(500 - 1000)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP artikelen
AP Recensies

AP Bronnen
  • De kerstening van Nederland
    Bonifatius spoorde zijn leerlingen vriendelijk aan tot het martelaarschap, door Marco Mostert in Historisch Nieuwsblad
AP Histories Forum

Literatuur
Non-fictie
  • Recensie in Mare - Middeleeuwen bakermat westerse voorsprong
    De Europese Sonderweg - door Peer Vries
    De Duitse socioloog Max Weber wijdde het grootste deel van zijn leven aan onderzoek naar de bijzondere geschiedenis van het Westen. Zijn interesse heeft na ongeveer een eeuw niet aan actualiteit verloren. Michael Mitterauer, hoogleraar sociale geschiedenis aan de Universiteit van Wenen, wil in zijn boek aantonen hoezeer de Westerse ‘Sonderweg’ al tijdens de Middeleeuwen in Europa vorm kreeg. Hij hanteert de term ‘Europa’ daarbij nogal ruim. In feite beperkt hij zich vrijwel steeds tot het gebied waarover Karel de Grote eens heerste. Wie het bijzondere wil laten zien, moet vergelijken. Mitterauer doet dat door met name naar Byzantium, de Islamitische wereld en China te kijken.
Fictie Beeld
Links

 
De tijd van Grieken en Romeinen



(3000 vC - 500 nC)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP artikelen
AP Recensies

AP Histories Forum

Literatuur
Beeld
Links

 
Prehistorie jaartallen



(3000 vC)
Terug naar index


De belangrijkste jaartallen en gebeurtenissen in de tijd van jagers en boeren

Prehistorie

Kosmologische tijdsindeling
  • 13,7 miljard jaar geleden - De Oerknal - Met de oerknal is alles begonnen. Uit een oneindig klein puntje, met een oneindig grote dichtheid, de singulariteit, dat zich op zichzelf ook nog eens in het niets bevond is alles voortgekomen met als startpunt de oerknal.
  • 13,6 miljard jaar geleden - Vorming Melkwegstelsel - In het uitdijende heelal vormde de oersoep zich tot systemen van materie. Hieruit is het melkwegselsel gevormd.
  • 5 miljard jaar - Vorming zon -
  • 4,6 miljard jaar - Vorming Zonnestelsel -
Geologische tijdsindeling
(Meer info? Ga naar Ondergrondse Tijdmachine)
  • 4.5 miljard jaar geleden - Ontstaan aarde -
  • 280 - 225 miljoen j.g. - Perm - Opkomst reptielen en moderne insekten. IJstijd op het zuidelijk halfrond. Vanaf deze periode dreef het Pangea, het grote supercontinent, langzaam uiteen tot onze huidige werelddelen.
    Massale uitroeing van 95% van alle leven op aarde aan het einde van het Perm. Hoe kwam dat? Click hier...
    De plaattektoniek, het verschuiven van de continenten is in de loop van de 19de eeuw ontdekt door geologen. Zie ook de Betacanon van de Volkskrant.
  • 225 - 195 miljoen j.g. - Trias - Dinosauriërs, opkomst ammonieten, eerste belemnieten en zoogdieren.
  • 195 - 136 miljoen j.g. - Jura - Bloeiperiode ammonieten, belemoieten en grote reptielen. Eerste (oer)vogel.
  • 136 - 65 miljoen j.g. - Krijt - Hoogtepunt grote reptielen, ammonieten, belemieten en vervolgens hun plotselinge uitsterven. Eerste bedektzadige planten, volgels, buideldieren en insekteneters.
  • 65 - 53 miljoen j.g. - Paleoceen - Evolutie van flora en fauna door wijziging in klimaat omstandigheden.
  • 53 - 37 miljoen j.g. - Eoceen - Eerste moderne zoogdieren.
  • 37 - 22 miljoen j.g. - Oligoceen - Opkomst talrijke zoogdiersoorten, waaronder de eerste grote apen.
  • 22 - 7 miljoen j.g. - Mioceen - Bruinkoolvorming en planteneters (herbivoren).
  • 7 - 2 miljoen j.g. - Plioceen - Hoogtepunt zoogdieren en afsplitsing van menselijke tak uit apen.
  • 3.400.000 j.g. - Late plioceen - Eerste aapmens.
  • 1.720.000 j.g. - Vroeg pleistoceen - Afwisseling van glacialen (ijstijden) met langere inter-glacialen.
  • 730.000 j.g. - Midden pleistoceen - Glacialen en inter-glacialen wisselen elkaar regelmatig af.
  • 128.000 j.g. - Laat pleistoceen - Wordt gedomineerd door het Weichselien/ Wurm glaciaal.
  • 10.000 j.g. tot nu - Holoceen - Kenmerk is de snelle stijging van de temperatuur, waardoor ijskappen en gletsjers afsmelten en het zeeniveau stijgt en flora en fauna migreert. Het lijkt op een inter-glaciaal van het pleistoceen en moet volgens sommigen ook zo bezien worden.
Oorsprong en evolutie van de mens
KennisLink: Stamboom van de mens
(Meer info? Ga naar Natuurinfo.nl)
Het principe van evolutie werd ondekt door Darwin (zie betacanon). Over de wetenschappelijke zoektocht naar de menselijke voorouders lees de betacanon.
  • Zes tot zeven miljoen jaar - Sahelanthropus tchadensis - In 2001 gevonden schedel in de Sahel woestijn is mogelijk van een hominide. Wetenscappers zijn er nog niet uit of het een mensachtige of een voorouder van de chimpansee is.
  • Vier tot vijf miljoen jaar - Australopithecus, de aapmens van het zuiden.
  • Twee miljoen jaar - Homo habilis, de handige mens.
  • 1,7 miljoen jaar - Homo erectus, de rechtopstaande mens. Vanaf 1 miljoen jaar geleden verspreidde de Homo erectus zich eerst over Afrika en van daaruit over grote delen van Azië en Europa.
  • 200.000 jaar - Homo sapiens, de verstandige mens. Genetici traceren het moderne DNA langs vrouwelijke lijn terug naar de `Afrikaanse Eva´, die 200.000 jaar geleden zou hebben geleefd.
  • 130.000 - 90.000 jaar geleden - Homo sapiens neanderthalensis - De neanderthalers verschijnen in Europa en het Midden-Oosten.
  • 115.000 jaar geleden - Homo sapiens sapiens verschijnt in beeld in zuidelijk Afrika. Meest waarschijnlijk is dat de Homo sapiens sapiens, ongeveer 100.000 jaar geleden, zich vanuit Afrika over de rest van de wereld verspreidde en de Homo erectus langzaamaan verdrong.
  • 33.000 jaar geleden - Homo sapiens sapiens verspreidde zich naar Europese contreien.
  • 30.000 jaar geleden - Verdwijning van de Homo sapiens neanderthalensis - Er zijn drie theorieën over de verdwijning van de neanderthalers.
    1. Evolutionaire transformatie van neanderthalers in homo sapiens.
    2. Door immigratie van Homo sapiens sapiens werd de neanderthalers verdreven.
    3. Door de immigratie van Homo sapiens sapiens vermengden zij zich met de neanderthalers, waardoor hun specifieke kenmerken verloren gingen.


Archeologische tijdsindeling
  • Paleolithicum (oude steentijd) - Van ca. 2,9 miljoen jaar tot ongeveer 10.000 jaar geleden.
    - Vroege paleolithicum - Van ca. 2,9 miljoen jaar geleden tot 90.000 jaar geleden.
    - Midden paleolithicum - Van ca. 90.000 jaar geleden tot 35.000 jaar geleden.
    - Laat paleolithicum - Van ca. 35.000 jaar geleden tot 10.000 jaar geleden.
  • Mesolithicum (midden-steentijd) - Van ca. 10.000 jaar geleden tot ca. 7.000 voor Christus.
  • Neolithicum (nieuwe steentijd) - Van ca. 7.000 v. Chr. tot 3.000 jaar v. Chr.
  • Kopertijd - Van ca. 3.000 v. Chr. tot 2.000 jaar v. Chr.
  • Bronstijd - Van ca. 2.000 v. Chr. tot 1.000 v. Chr.
  • IJzertijd - Van ca. 1.000 v. Chr. tot ca. 500 v. Chr.
  • Donkere eeuwen (Dark age)- 1.000 - 750 v. Chr. - In de griekse wereld zo geheten omdat er weinig bronnen zijn en deze periode niet duidelijk voor ogen staat.
  • Archaïsche tijd - 750 - 500 v. Chr. - Dit is de vóór klassieke tijd. De griekse cultuur bevindt zich in een pril stadium. De oorsprong van de Griekse wereld wordt duidelijker.
Uitvindingen
  • 3.000.000 jaar geleden - Gereedschap - Stukken steen met scherpe kanten, gemaakt door er met een andere steen tegen aan te slaan. De gereedschappen werden gebruikt om vlees en hout mee te snijden.
  • 1.800.000 jaar geleden - Vuistbijlen - Ruwe stenen gereedschap van vuursteen. De vuistbijl had een zeer scherpe lemmet om mee te snijden en klieven.
  • 1.400.000 jaar geleden - Vuur - De eerste mensen gebruikten vuur om zich aan te warmen en te koken. Zij lieten het permanent branden en gebruikten vuur ook om door afbranding van struikgewas goed graasland te maken om zo wilde grazers te kunnen lokken.
  • 200.000 jaar geleden - Levallois techniek - Deze techniek ontstond om nauwkeurig stenen gereedschappen te maken. Door deze techniek werd het mogelijk om een vuursteenknol zodanig te bewerken dat van te voren de maat van steensplinters/ vuistbijlen bepaald kon worden.
  • 150.000 - 100.000 jaar geleden - Gespecialiseerde gereedschappen - Door betere productie technieken werden vuurstenen gereedschappen kleiner. Hiermee ontstonden meer gespecialiseerde gereedschappen, zoals stenen schrapers en boortjes.
  • 40.000 jaar geleden - Mijnbouw - Aan het oppervlakte werden gesteente gedolven om gereedschappen van te maken en mineralen zoals rode oker, dat gebruikt werd voor riten en rotsschilderingen.
  • 35.000 jaar geleden - Vishaak - Een aan beide kanten puntig steentje, voorzien van aas en aan een lijntje, bleef in de keel van de vis steken. De eerste echte vishaak werd door de Cro-Magnons ontwikkeld.
  • 35.000 jaar geleden - Handvat - Door de ontwikkeling van handvatten kon er met een stuk gereedschap meer kracht gezet worden.
  • 35.000 jaar geleden - Speerwerper - Met een speerwerper kan de speer verder en krachtiger gegooid worden. Het is een stuk hout of gewei met een inkeping aan het einde, waarop de speer rust.
  • 30.000 jaar geleden - Huis - Men bouwde vaak al takken hutten of hutten van beenderen. In Tsjechië is een huis gevonden van steen, hout en mamoetbeenderen van ca. 25.000 v. Chr.
  • 30.000 jaar geleden - Pijl en boog - Voor het eerst te zien op rotsschilderingen. Vanaf ca. 18.000 jaar geleden werden op de pijlpunt vuurstenen punten aangebracht.
  • 27.000 - 20.000 jaar geleden - Venusbeeldje - Vrouwenfiguurtje, vervaardigd uit steen, been, ivoor of soms klei. Het zijn de oudste bekende menselijke afbeeldingen en meten 5-22 cm. Zij zijn gevonden bij kampplaatsen van Zuid-west-Europa tot in Siberië.
  • 15.000 jaar geleden - Pottenbakken - De eerste potten waren van zachte klei, gebakken in open vuur. De potten waren hierdoor breekbaar en niet waterdicht.
  • 13.000 jaar geleden - Hond - Van botresten die in de buurt van menselijke resten zijn gevonden, van 13.000 jaar oud is vastgesteld dat het van een hond was. Waarschijnlijk is de trouwe viervoeter al veel langer een bekende van de mens, wellicht al 135.000 jaar.
  • 10.000 jaar geleden - Landbouw - Heel langzaam, over een periode van duizenden jaren, gingen jagers- verzamelaars steeds meer landbouw bedrijven. De mensen die leefden in de vruchtbare Halve maan (Iran, Irak, Turkije, Syrië, Libanon, Israël Jordanië en Egypte) ontdekten hoe je granen moest verbouwen en schapen kon houden.
  • 9.500 jaar geleden - Tarwe en gerst - Door eeuwenlange veredeling van grassoorten zijn eetbare tarwes gekweekt. In het Midden-Oosten, in de stad Jericho, zijn de oudste zaden gevonden.


  • 9.000 jaar geleden - Oven - De uitvinding van de oven was een verbetering voor het bereiden van voedsel. Er was minder hout voor nodig en de temperatuur kon men controleren.
  • 9.000 jaar geleden - Vuur maken - Alle lange tijd kenden en gebruikten mensen het vuur. Nieuw was de ontdekking dat je het zelf kon maken door met vuursteen tegen een andere steen te tikken, of met een vuurboor in een droog stuk hout te draaien.
  • 9.000 jaar geleden - Vlas - Men ontdekte dat men van sommige planten met lange vezels draden kon spinnen om er touw en kleren van te maken. Men kweekte hier aanvankelijk vlas voor, een grote plant met blauwe bloemen.
  • 7.000 v. Chr. - Spieverbinding - Een houtverbinding van twee stukken hout. Het ene eind loopt taps toe, om in een gat in het andere stuk hout vast te zetten. Behalve bij hout werd dit ook toegepast bij stenen verbindingen in de bouw van constructies.
  • 7.000 v. Chr. - Sikkel - Een gereedschap om te oogsten. Het had oorspronkelijk een kort en recht snijvlak en was van vuursteen. Later werd het gekromde snijvlak ontwikkeld waar meer stengels mee afgesneden konden worden.
  • 6.500 v. Chr. - Koper en lood - De oudste bekenden metalen, waarvan vooral in het huidige Zuidoost- Turkije sporen van zijn gevonden. Van koper werden priemen, kralen en snij instrumenten gemaakt. Lood werd uit erts gewonnen door het in vuur te verhitten. Het is eveneens in Turkije teruggevonden als kraal, wat erop duidt dat men het als kostbaar siervoorwerp beschouwde.
  • 6.500 v. Chr. - Handel - Met de hogere voedselproductie door verbeterde landbouw ontstonden er overschotten die geruild konden worden. Zo ontstond handel, die met de verbetering van de transportmiddelen ook over langere afstanden toenam.
  • 6.000 v. Chr. - Zware bijl en houweel - Verbetering van de vuistbijl. Gemaakt van een groot stuk steen met een groter snijvlak en een holte voor een gehoekte steel, waardoor er veel meer kracht gezet kon worden om bijvoorbeeld bomen mee te vellen. Het snijvlak van de houweel is dwars op de slagrichting gedraaid en werd gebruikt voor het zwaardere grondwerk.
  • 6.000 v. Chr. - Boot - Door de uitvinding van de zware bijl kon men boomstronken uithollen en gebruiken als boot om rivieren mee af te varen. Ook ging met lichtere frames bespannen met dierenhuiden om lichter boten te maken. Zij werden gebruikt voor vervoer en visvangst.
  • 5.000 v. Chr. - Irrigatie - Vooral de oude Egyptenaren gebruikten de irrigatie techniek om het Nijl water te leiden naar de akkers.
  • 5.000 v. Chr. - Ploeg - De productie in de akkerbouw steeg enorm na bewerking van de grond met een ploeg. Hiermee kon ook meer land bewerkt worden dan met de hak.
  • 4.000 v. Chr. - Weegschaal - Vooral voor de handel is een weegschaal van groot belang. Met een weegschaal is het mogelijk eenduidige hoeveelheden vast te stellen. Voor zover bekend kwam de eerste uit Mespotamië. De weegschaal bestond uit een dwarsligger van hout, die aan het middelpunt werd opgehangen en waaraan aan de uiteinden via een koord schalen verbonden waren.
  • 4.000 v. Chr. - Zilver - In graven van rond 4.000 v.Chr. zijn zilveren siervoorwerpen gevonden. Het werd ook al als betaalmiddel gebruikt door zijn zeldzaamheid en schoonheid.
  • 3.500 v. Chr. - Baksteen - Van oudsher gebruikte men om te bouwen lemen bakstenen, gemengd met stro. Zij werden te drogen gelegd in de zon. Bij hevige regenval konden de muren wegspoelen. Om dit te voorkomen vond men in Mesopotamië bakstenen van klei uit die in een oven gebakken werden. Zo werden zij hard en waterdicht.
  • 3.500 v. Chr. - Stad - In Egypte ontstonden de eerste echte steden, Thebe en Memphis. De landbouwoverschotten waren inmiddels zo groot dat een deel van de bevolking zich met andere dingen als handel en nijverheid kon bezighouden. Verder trok men naar de stad voor veiligheid en het uitwisselen van ideeën. De stad is de bakermat van cultuur.
  • 3.500 v. Chr. - Metaal gieten - Van het smelten van metaal naar het gieten van metaal in speciale mallen is meer een kleine stap. Zo konden bijlen, sikkels en andere voorwerpen gemaakt worden. Op de Balkan werden op deze manier voor het eerst koperen bijlen gegoten.
  • 3.500 v. Chr. - Kopermijn - Voor het vervaardigen van zware koperen gereedschappen en dolken heeft men grote hoeveelheden koper nodig. De eerste mijnen zijn op de Balkan gevonden in Joegoslavië en Bulgarije. Incidenteel werden voorwerpen verhandeld naar het nog neolithische West- Europa.
  • 3.500 v. Chr. - Olijven - Op Kreta werden al olijf boomgaarden gehouden. De olijven waren voor consumptie en voor de olie. Het zou het dominante landbouwproduct van het Middellandse Zee gebied worden.
  • 3.500 v. Chr. - Pakezel - Voordat het wiel was uitgevonden gebruikte men veelal lastdieren om handel en producten te vervoeren. De ezel was makkelijk te temmen en vraagt weinig verzorging, bovendien kan de ezel tot 60 kilo mee torsen.
  • 3.500 v. Chr. - Pottenbakkersschijf - Door het gebruik van de pottenbakkersschijf kan veel sneller een perfect ronde pot gemaakt worden. De eerste potten werden uit klei met de handen opgebouwd.
  • 3.500 v. Chr. - Pottenbakkersoven - Met de komst van de pottenbakkersoven werd het mogelijk beter aardewerk te maken. In kolengestookte ovens werd de hete lucht langs een grote hoeveelheid potten geleid. Omdat het op deze manier produceren niet goedkoop was hadden de pottenbakkers veel klanten nodig, daarom was men voornamelijk in steden gevestigd.
  • 3.500 v. Chr. - Wegen - In Perzië bestond al een Koninklijke Postweg van zo´n 2860 kilometer tussen de Perzische golf en de Egeïsche zee.
  • 3.500 v. Chr. - Wiel - Het wiel is wellicht voortgekomen uit de pottenbakkersschijf of uit rollen onder voort te slepen zware lasten. Een in Ur opgegraven artefact toont een vierwielige wagen, getrokken door ezels. De bakermat is waarschijnlijk Soemerië. Binnen 500 jaar was het wiel wijd verspreid. Ze zijn gevonden in graven en moerassen, op muurschilderingen en op snijwerk.
  • 3.500 v. Chr. - Zeil - Dat de wind op een boot je ook vooruit kunt helpen hadden de eerste mensen met kano´s wel al snel door. Met behulp van dierenhuiden tussen palen gespannen zeilden zij wat. De egyptenaren verbeelden de eerste scheepjes met zeildoek, waarschijnlijk van papyrusvezel. Deze zeilen werkten alleen als men de wind in de rug had. Het zou nog 1500 jaar duren voor men uitvond dat ook zijwind je vooruit kan stuwen.
  • 3.400 v. Chr. - Getallen - Uit het tellen van bezittingen zijn getallen voortgemomen. Eerst een simpele manier, door een krasje in een stok. Zoveel krasjes, zoveel schapen bijvoorbeeld. Later is men dit gaan vereenvoudigen door zoals in Egypte een afzonderlijk symbool voor bijvoorbeeld 10 in te voeren.
  • 3.300 v. Chr. - Brons - Brons ontstaat door koper met tin te vermengen. Het is veel harder dan koper en steen en is makkelijker te bewerken dan koper. Er werden wapens, sieraden en gebruiksvoorwerpen als bijlen van gemaakt, die een enorme betekenis in de menselijke ontwikkeling hebben betekend.
  • 3.000 v. Chr. - Kaarsen - Van gesmolten bijeenwas en een koordje maakte men op Kreta en in Egypte al kaarsen, die veel handzamer waren dan fakkels en olielampen.
  • 3.000 v. Chr. - Boot van planken - In een graf voor een Farao zijn 14 boten gevonden van planken, die aan elkaar verbonden waren met touw en waterdicht gemaakt met riet. Waarschijlijk hadden zij tot doel om de Farao naar het hiernamaals te brengen.
  • 3.000 v. Chr. - Katoen - In de Indus valei ontdekte men dat katoenvezels tot een veel fijnere stof zijn te weven dan vlasvezels. De techniek verspreidde zich al snel naar de Assyriërs naar het westen en de Chinezen naar het oosten.
  • 3.000 v. Chr. - Papyrus - Papyrus is de rietsoort waar de Egyptenaren papyrusrollen van maakten. Zij spleten rietstengels in dunne stroken. Deze werden naast elkaar gelegd, waaroverheen een dunne bloempap aangebracht werd, waarna een tweede laag stroken er dwars opgelegd werd. Deze lagen werden opeengeperst en te drogen gelegd. Een aantal vellen werden aan elkaar geplakt. Zij werden niet gevouwen, maar opgerold en vooral gebruikt bij het bestuur als documenten. Tienduizenden zij er bewaard gebleven. Veel van wat wij weten van de Egyptenaren en Grieken komt van deze beschreven rollen.
  • 3.000 v. Chr. - Cosmetica - Het is onbekend hoe lang de mens zichzelf al mooier wil maken of juist beschilderd om afschrikwekkend te zijn. De eerste bewijzen van cosmetica zijn gevonden in Egyptische graftomben van zo´n 3.000 v. Chr. Er is parfum, huidcrème, oogschaduw en mascara gvonden.
  • 3.000 v. Chr. - Schrift - Om gedachten over afstand over te brengen, of te bewaren voor langere tijd is het schrift in verschillende culturen ontstaan. In oorsprong waren de tekens naturalistische afbeeldingen van dieren, mensen en dingen. Het was een soort beeldverhaal of een rebusvorm. In de loop van de tijd veranderden de tekeningen in abstracte tekens. Culturen die het schrift gaan hanteren verlaten voor historici de prehistorie. Hun geschiedenis en cultuur kunnen nu ook uit schriftelijke bronnen bestudeerd worden.
Prehistorie in Nederland
  • 250.000 jaar geleden - Jagers aan de Maas - In de Belvédère-groeve nabij Maastricht zijn twaalf kampjes gevonden waar de eerste mensen die de lage landen bezochten verbleven. Er zijn dierenbotten en vuurstenen werktuigen gevonden. In het gebied rond Maastricht joegen zij op egel, steppenneushoorns, bosolifant, herten, reeën, paarden, beren en vis. Zij verzamelden wortels, noten en wilde appels. Het zijn jagers en verzamelaars die in kleine groepjes leven ennog niets weten van landbouw.
  • 200.000 jaar geleden - Mensen nabij Rhenen -

 
Canon Tijd van Jagers en Boeren



(3000 vC)
Terug naar index


Wat moet ik weten over de tijd van jagers en boeren?
 
De tijd van jagers en boeren



(3000 vC)
Terug naar index

Wat moet ik weten over deze periode?

Historische begrippen
Gebeurtenissen en tijdbalk

AP Histories Nieuws
AP artikelen
  • Politiek
  • Samenleving
  • Cultuur
  • Filosofie
AP Recensies

AP Histories Forum

Literatuur
Non-fictie
  • Aticle in Athena Review : The Neanderthal demise: was it love, or was it war (with modern humans)?
    by Michele A. Miller, PhD
    Editor of Old World Archaeology, Athena Review
    The fate of Neanderthals has always been hotly debated, beginning with the discovery of their first remains in the 19th century (see timeline, part 1). Discussions about Neanderthal existence and their relation to modern humans have at times been vehement, often leading to personal rivalry not only in the scholarly community, but also within the realm of popular culture. Yet what is it about these robust and stained old bones that has lead to so much discussion and dispute?
  • Review in The American Scientist
    After the Ice: A Global Human History, 20,000–5000 B.C.
    Steven Mithen. xvi + 622 pp. Harvard University Press, 2004. $29.95
    After the Ice offers a fascinating whirlwind tour of an underappreciated segment of human history. Author Steven Mithen, professor of early prehistory and head of the School of Human and Environmental Sciences at the University of Reading, has created a complex, multilayered account of life from 20,000 to 5000 B.C., during the late Upper Paleolithic and Mesolithic periods.
Fictie

Beeld
  • Documentaires
  • Film
  • Fotografie
Links
Meer links...


AWN is archeologie voor iedereen!

© The Amsterdam Post, D. Diederiks

Powered by Blogger