donderdag, juni 23, 2005
nderzoek aan vier zeer gladde ceremoniele grafbijlen van twee Chinees neolitische culturen (Liangzhu en Sanxingun culturen in zuid-China, nabij het huidige Shanghai) doet sterk vermoeden dat zij hun glans verkregen door bewerking met diamant.Peter Lu, een natuurkundige van Harvard University, deed uitgebreid Röntgen, electro microscopisch en electro micromeetkundig onderzoek naar de bijlen, waarvan de oudheid op tussen 4000 en 2500 voor christus is vastgesteld. Hij bepaalde dat de bijlen voornamelijk bestonden uit corundrum, een aluminium oxide, waar robijn en saffier uit bestaan. Corundrum is het tweede hardste mineraal op aarde. Alleen diamant is harder.
Hieruit leidde Lu af dat de neolitische Chinezen alleen diamant gebruikt kunnen hebben. "Iedereen dacht dat de antieke Chinezen quartz gebruikten voor het polijsten, maar quartz is te zacht om corundum te laten glimmen", aldus Lu in Science News.Om de theorie te testen voerde Lu een aantal proeven uit op één van de bijlen. Hij polijste een klein stukje met diamant, corundum en quartz. Na onderzoek met een nanomicroscope kon hij alleen maar concluderen dat de gladheid van het diamanten proefstukje de gladheid van de orginele bijl benaderde.
Niet ver van de grafplaatsen waar de bijlen gevonden zijn, zo´n 300 km, waren diamant afzettingen, die binnen het bereik van de neolithische chinezen stonden.










