donderdag, maart 11, 2004
The Seven Samurai *****
The Seven Samurai
The Seven Samurai is altijd erkend als het meesterwerk van Akira Kurosawa. Hij kreeg er in 1955 zijn tweede Gouden Leeuw voor en bovendien een Oscar voor de beste buitenlandse film.
De amerikaanse remake van John Sturges als de western "The Magnificent Seven" mag dan bij het grote publiek bekender zijn, hij haalt het niet bij het orgineel.
Zeker niet als “The Seven Samurai” in een nieuwe copie en in de orginele (japanse) lengte van 324 minuten weer eens op een echt bioscoopscherm te bewonderen is.
En dat is de komende weken het geval. Het Filmmuseum organiseert in samenwerking met Bright Angel Distribution vanaf 18 maart een hele serie vertoningen.
Het verhaal speelt zich af in het feodale Japan van de 16de eeuw. Er heerst rechteloosheid en oorlog. Plunderingen liggen steeds op de loer. Vele Samurai dienden geen Heer meer of zaten zonder werkgever. Zij zijn de Ronin.
Om toch aan de kost te komen plunderen zij boerendorpen. Zij beroven hen van de oogst en treden bruut op tegen allen die hen tegenwerken.
De boeren van een afgelegen bergdorp pikken het niet meer. Zij besluiten om enkele Samurai als beschermers in dienst te nemen.
Binnen dit gegeven schetst Kurosawa op magistrale wijze het verschil tussen twee kasten, de boeren en de krijgers, in een overgangstijd in de japanse geschiedenis. Het contrast is groot.
De boeren zijn bang, achterdochtig en oneerlijk. De Samurai daarentegen zijn kameraadschappelijk, eerlijk en moedig.
De zoektocht van de boeren naar geschikte Samurai dreigt aanvankelijk te mislukken. Zij kunnen niet veel betalen en voor kost en inwoning zijn er niet veel krijgers te vinden. Het is een klus zonder inkomen en zonder eer.
Als zij de moed al hebben opgegeven vinden zij Shimada, een Samurai die eigenlijk uit het vak wil. Shimada heeft met ze te doen en kan kost en inwoning wel gebruiken. Hij neemt het op zich zes andere Samurai te recruteren. Twee van hen verbeelden de veranderende wereld waarin de Samurai leven.
Toshiro Mifune, een acteur waar Kurosawa veel mee samenwerkte, speelt de emotionele Samurai Kikuchiyo, de sociale stijger. Hij wil vooral erkend worden. Maar hij wordt dronken, hij verzint verhalen, hij gaat humorvol met de boeren om, en maakt zich in een monoloog ook kwaad op hen. De schuld voor al het slechte gedrag van de boeren legt hij toch bij de Samurai. Zij zijn het immers die hen vernederen en beroven. De andere Samurai concluderen dan voorzichtig dat hij ooit boer was, waarna hij vol schaamte afdruipt en in de stal bij de boeren gaat slapen.
Hij geeft zijn achtergrond prijs als de rovers een oude molen in de fik steken en hij een krijsende baby weet te redden. Hij barst in huilen uit met het kind in z´n armen en schreeuwt wanhopig:"Ik ben dit kind."
De tegenpool van Mifune is Kyuzo. Een Samurai die zichzelf volledig in de hand heeft. De kunst van het vechten beheerst hij als geen ander. Na een schijngevecht met houten zwaarden zegt hij tegen zijn tegenstander die meent gewonnen te hebben: "Zie je het niet? Een echt zwaard zal je doden." Als de stommeling hem niet gelooft doen ze het gevecht voor het echie over. Kyuzo doodt hem met tegenzin en ijzige efficiëntie.
Hij is ook degene die´s nachts alleen in het hol van de leeuw een musket buit maakt en twee rovers doodt. Bij terugkeer toont hij geen greintje emotie, totdat leerling Samurai Isao Kimura hem vol emotie zegt hoezeer hij hem bewondert. Kyuzo glimlacht even en sluit zijn ogen om nog snel wat te slapen.
Tijdens het eindgevecht zal hij in de stromende regen door een musket geveld worden en in een modderpoel sterven.
Er zijn maar drie musketten. Ze spelen een ondergeschikte rol, maar het is niet voor niets dat juist Kyuzo, de meest perfecte zwaardvechter, door een musket omkomt. Het moderne wapen doet hier terloops zijn intrede. Het begin van het einde van het eerlijke man tot man gevecht.
Het wonderbaarlijke is dat de boeren vanaf het begin de bange losers zijn. Ze worden vernederd en uitgescholden. Al hun slechte eigenschappen worden breed uitgemeten.
De Samurai winnen de slag, maar ontdekken dan dat ze toch aan het kortste eind trekken: "We hebben weer verloren,.... de boeren zijn de overwinnaars. Niet wij." Zegt Shimada als hij zich afkeert van de graven van zijn vier gestorven makkers en naar de boeren kijkt die vrolijk hun rijst planten.
Als de boeren niet meer bang hoeven te zijn, dan gaan zij leven en zingen. Dan zijn zij de vreedzame groep, waar je in op kan gaan. Het boeren meisje Shino dat verliefd was op de jonge Isao Kimura en de nacht voor de strijd ontmaagd werd, keert zich van hem af en keert terug naar haar eigen kaste.
Op dat moment realiseert Shimada zich dat de boeren gewonnen hebben. Zij zijn de angst voorbij.
De drie Samurai die de slag overleefden gaan de angst weer tegemoed in het volgende gevecht. De angst die zij nooit zullen overwinnen, tot het allerlaatste moment, wanneer zij erin opgenomen worden.
Daan Diederiks
+ IMDb Seven Samurai
+ Filmmuseum
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
