vrijdag, februari 16, 2007
 
Brief Molenaar aan PvdA leden
Uit het beginselprogramma van de PvdA

“De sociaal-democratie geeft gemeenschapsvorming, maatschappelijke samenhang en publieke moraal betekenis zonder paternalisme of benepenheid. Dat onderscheidt de sociaal-democratie van het (neo-)
conservatisme. “

Definitie
Bepalend voor het bestaan van een zwangerschap is het kunnen aantonen van een foetale hartactie. Daar dit binnen de mogelijke behandelingstermijn voor de overtijdbehandeling nog niet mogelijk is, valt de OTB niet onder de WAZ (wet afbreking zwangerschap). Dit heeft eerst de inspectie Volksgezondheid en toen de verantwoordelijke minister (CDA-er Eelco Brinkman) in 1987 moeten vaststellen. Daar is medisch wetenschappelijk niets aan veranderd. Het geldt dus nog steeds. Indien men van plan is een verplichte (of “flexibele”) denktijd in te voeren, kan dit dus NIET beargumenteerd worden op grond van gewijzigde methoden of inzichten. In 1971 bood een zwangerschapstest al voor 99% zekerheid en is dat nu anno 2007 nog steeds.

Redenering
De zwangerschapstest is niet bepalend, want die kan slechts een
zwangerschap uitsluiten maar niet definitief aantonen. Dus ook al is het mogelijk het HCG-gehalte (het zwangerschapshormoon) steeds vroeger te bepalen dan nog gaat het daar niet om, maar om de foetale hartactie.


Een overzicht.
Midden 60-er jaren van de “vorige eeuw” groeide het besef dat ongewenste zwangerschap en een daaruit volgend illegale abortus een groot maatschappelijk- en volksgezondheidsprobleem was. Abortus werd toen meestal uitgevoerd door zogenaamde “engeltjesmaaksters” met behulp van breinaald, zeepsop en andere huismiddeltjes. Voor rijke vrouwen was abortus (hoewel met moeite en in het buitenland) te doen. Dat abortus in de Strafwet stond was vanwege de uitvoering ervan door onbevoegden een logische zaak, maar het maakte tevens hulpverlening door artsen onmogelijk.

Voor de PvdA kamerleden dr. Lamberts (huisarts in Rotterdam) en mr. H. Roethof reden om begin 1970 met een initiatiefwetsvoorstel te komen om zwangerschapsafbreking uit het Wetboek van Strafrecht te halen. Dit wetsvoorstel gaat uit van het principe “ja, tenzij”: abortus is toegestaan en de vrouw beslist, mits dit medisch verantwoord gebeurt.

In 1972 dienen de ministers Stuyt (Volksgezondheid) en Van Agt (Justitie) uit het kabinet-Biesheuvel (KVP, ARP, CHU, VVD, DS'70) een wetsvoorstel in over regeling van abortus. Volgens dat voorstel blijft abortus strafbaar, tenzij er een medische noodzaak is voor de zwangerschapsafbreking.


Vanaf die tijd speelt de abortus een rol bij de samenstelling van Kabinetten.

De PvdA en andere progressieve partijen plus de VVD gingen uit van het principe “ Ja, tenzij en de vrouw beslist” en daar tegenover stonden de confessionele partijen die abortus strafbaar willen houden en uitgaan van het “nee, tenzij”.

In de 70-er jaren volgen dan nog heel veel politieke problemen en initiatief wetsvoorstellen rond de abortus, die ik hier verder achterwege laat.

Nadat de PvdA in 1977 de verkiezingen heeft gewonnen maar desondanks niet in de regering komt, wordt het eerste kabinet van Agt (tegenstander van abortus) met de VVD (“ja tenzij en de vrouw beslist”) gevormd. Abortus is een onderdeel van het coalitieakkoord.

De ministers De Ruiter (Justitie, CDA) en Ginjaar (Volksgezondheid, VVD) dienen een wetsvoorstel in. Zwangerschapsonderbreking wordt toegestaan als er een noodsituatie is, maar vrouwen moeten wel eerst vijf dagen bedenktijd in acht nemen. In die tijd moet een arts worden geraadpleegd.

Met 76 stemmen voor en 74 tegen (waaronder uiteraard de PvdA) neemt
de Tweede Kamer in 1980 dat CDA-VVD wetsvoorstel aan. Sommige confessionelen stemmen voor het wetsontwerp (terwijl ze eigenlijk tegen zijn) om een verder gaand voorstel te voorkomen.
Datzelfde gebeurt in de Eerste Kamer waar het wetsvoorstel eveneens met
een stem verschil wordt aangenomen met de voorstemmen van 2 CDA -senatoren die daarmee voorkomen dat er anders een veel verder gaand wetsvoorstel wordt ingediend.


Omdat de zwangerschapsonderbreking in de praktijk goed functioneerde en omdat geen enkele politieke partij verlangde naar nieuwe wetgevings- en coalitieproblemen liet men het voor wat het was. Maar het principe van de
PvdA is tot op de dag van vandaag (mogen we aannemen) : een verantwoord medisch handelen (dus door artsen) hoort niet onder de strafwet!.

De vanaf 1975 in klinieken toegepaste overtijdbehandeling (OVT) gaf
aanleiding tot heftige controversen. Maar bij de totstandkoming van de wet in 1981 was het CDA (en uiteraard de VVD) akkoord gegaan met de toen al bestaande OVT behandeling.
In 1987 gaf minister Brinkman (CDA) na een gerezen conflict tussen de Geneeskundige Inspectie van de Volksgezondheid en een kliniek in
Amsterdam toe,dat de overtijdbehandeling niet onder de werkingsfeer van
de wet afbreking zwangerschap (WAZ) valt.

De minister antwoordt: “het door mij met de minister van justitie gevoerde overleg heeft tot de conclusie geleid dat, gelet op de wetsgeschiedenis, de zogenaamde overtijdbehandeling, niet onder de werking van de WAZ valt”.
Ook de Hoge Raad huldigt dat standpunt.




Met de vorming van de kabinetten Balkenende (CDA) in 2002 tot heden en –hoe ironisch - na het mislukken van de onderhandeling tussen Bos (PvdA)
en het CDA in 2002, wordt de abortus opnieuw een politiek onderwerp. Door Staatssecretaris Ross (CDA en rabiaat anti-abortus) wordt een commissie samengesteld die een evaluatie van de abortuswet moet verrichten.

Hier begint het gedonder, want de commissie stelt vast dat de abortuspraktijk in Nederland goed functioneert, maar beveelt tevens aan om de OVT onder
de WAZ te laten vallen maar ook tevens de 5 dagen bedenktijd te schrappen.
Twee aanbevelingen dus die tegen de huidige wet in gaan.
De staatssecretaris doet dan in 2006 een brief aan de klinieken uitgaan waarin zij aankondigt, dat de OVT “vanaf heden” onder de WAZ valt.. Die avond valt het kabinet en de motie komt niet meer in stemming. De demissionaire Staatssecretaris stuurt opnieuw een brief, nu met de mededeling dat op verzoek van de Kamer tot nader onafhankelijk juridisch- technisch onderzoek wordt overgegaan.
In December 2006 (dus na de laatste verkiezingen) stuurt zij de uitkomst van dat onderzoek aan de Kamer. De OVT moet onder de WAZ.


Citaat uit de brief van de staatssecretaris:

“Ik deelde u mee, mede namens de minister van Justitie, dat de overtijd- behandeling onder de wet valt. Hiertoe besloten wij nadat uit de evaluatie van de WAZ bleek dat de medisch-technische uitzonderingsgrond niet meer bestaat. In de notitie wordt daaraan toegevoegd dat deze opvatting wordt ondersteund door een publicatie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Het onderzoek geeft geen aanleiding om het standpunt te wijzigen. Ik blijf dan ook bij mijn opvatting dat de overtijdbehandeling nu onder de wet valt. Tijdens het debat over het standpunt over de evaluatie van de Wet Afbreking Zwangerschap kunt u hierover van gedachten wisselen met mijn
opvolger. Zoals ik al meldde in mijn brief van 7 juli hoeft de praktijk met betrekking tot de overtijdbehandeling tot het Kamerdebat niet te worden
gewijzigd.”

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C. I. J. M. Ross-van Dorp


In het “coalitieakkoord tussen de tweede kamer fracties van CDA, PvdA en CU “ van 7 februari 2007 is overeengekomen dat:

“...In het licht van de evaluatie van de Wet Afbreking Zwangerschap wordt vastgehouden aan handhaving van de wettelijke zorgvuldigheidsnormen, waaraan een evenwicht ten grondslag ligt tussen de rechtsbescherming waarop ongeboren menselijk leven aanspraak heeft en het recht van de vrouw op een passende, op elk individueel geval afgestemde hulpverlening bij een door haar ongewenste zwangerschap (memorie van toelichting).
De overtijdbehandeling komt onder de WAZ te vallen. De vaste beraadtermijn van vijf dagen blijft gehandhaafd, maar wordt variabel voor de overtijdbehandeling (tot en met de 16e dag).


Het moge het duidelijk zijn dat de Partij van de Arbeid, het Congres, de leden en de kiezers niet akkoord kunnen gaan
met de clausule over de afbreking zwangerschap.

Handhaving van de huidige praktijd (dus OTB buiten de WAZ en geen bedenktijd) is het minste wat wij van de PvdA kunnen verlangen.

Ook moet de PvdA zich opnieuw en onverwijld inzetten om de abortus uit de strafwet te halen.
We roepen om die reden het congres op om…….


Noten:
Wet Afbreking Zwangerschap
3. 1. Een zwangerschap wordt niet eerder afgebroken dan op de zesde dag nadat de vrouw de arts heeft bezocht en daarbij haar voornemen met hem heeft besproken.

Uit medisch contact nr. 22 – 29 mei 1987
“...We hebben dan te maken met een rechtsvermoeden, dat wil zeggen niet met een zwangerschap in de zin van de Wet afbreking zwangerschap”.

Hillie Molenaar

Mail: abortusuitstrafwet@gmail.com

Labels:




Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.