donderdag, juni 28, 2007
Tweede Kamer Debat resultaten EU top juni 2007
Europese Top
Aan de orde is het debat over de Europese Top.
De voorzitter:
Ik heet de minister-president en de staatssecretaris van harte welkom. De minister van Buitenlandse Zaken zal spoedig arriveren. Die zit nog in zijn auto of in een bespreking. Gezien de ervaringen met eerdere debatten zijn afspraken gemaakt over de wijze van interrumperen. Ik herinner u daar zo nodig aan.
De heer Van Bommel (SP):
Voorzitter. Het afgelopen weekend kwam de regering nog net niet met de fanfare thuis. De grote tevredenheid van het kabinet was duidelijk. De grondwet was van tafel. Nederland heeft veel punten in de onderhandeling binnen kunnen halen. Er zou recht zijn gedaan aan het Nederlandse nee in het jaar 2005. Aan ons de taak om te bepalen of dat beeld klopt.
Ik stel vast dat het Nederlandse nee in 2005 de positie van Nederland heeft versterkt. Ik doel op de positie in deze onderhandelingen en op de positie in de afgelopen jaren. De regering schrijft in de brief dat er sinds 2005 sprake is van een rechtvaardige begroting. Wij hebben korting gekregen. Er is meer transparantie en openbaarheid. Er is minder regelgeving en er is een strengere toepassing van de spelregels bij uitbreiding van de Europese Unie. Er is een betere beoordeling van de vraag of zaken Europees of in Nederland geregeld moeten worden. Daar was dus geen grondwet of wijzigingsverdrag voor nodig. Dat hebben wij zo voor elkaar gekregen. Alle verhaaltjes over hoe slecht de Europese Unie te besturen is met 25 of 27 landen vallen dus wel mee. Wij doen het best goed. Als wij een punt willen maken, halen wij het nog binnen ook.
Wij moeten beoordelen wat het resultaat is van de afgelopen top. Er is 36 uur vergaderd door de Nederlandse regering aan de hand van een inzet van zes punten. Ik heb vorige week al gezegd dat die punten deels door mijn fractie werden gesteund. Er zaten ook punten bij die ik bij voorbaat ongewenst vond. Ik loop de punten langs.
Om te beginnen zei de regering dat er een klassiek wijzigingsverdrag moest komen dat geen grondwettelijk karakter heeft. Geen nieuw verdrag dus dat oude verdragen vervangt. Toch stel ik vast dat veel oude punten uit 2004 zijn overgenomen. Ik geef toe dat de symbolen eruit zijn. Ik noem de vlag, het volkslied en de hoge vertegenwoordiger. Die laatste wordt nu anders genoemd, maar houdt een eigen dienst. Ik zie dat als cosmetische en symbolische veranderingen. Daar was het ons niet om te doen. Het gaat ons om de inhoud, niet om de naam. De hamvraag bij dit eerste punt is wat het vorige verdrag uit 2004 tot een grondwettelijk verdrag maakte. De Raad van State heeft daarover een oordeel uitgesproken. Die heeft verwezen naar het bindend worden van het Handvest van de Grondrechten. Als dat niet integraal wordt opgenomen, vindt de regering dat er sprake is van een ander verdrag. Ik stel vast dat ook een verwijzing naar het Handvest van de Grondrechten dat handvest juridisch bindend maakt. Materieel betekent het dus hetzelfde. Ik constateer dat met deze verwijzing, in de redenering van de Raad van State, het verdrag een grondwettelijk karakter heeft. De geleerden in Europees recht geven mij daarin gelijk. Een feit dat dit bestendigt, is de opinie van de Britten. Die hebben een uitzonderingspositie op dit punt gevraagd. Dat geeft aan dat deze verwijzing politiek en juridisch van groot belang is.
Een tweede punt van de regering ging over het vergroten van het democratisch karakter van Europa. De bron van veel vernieuwingen, ook hier, komen uit het grondwettelijk verdrag van 2004. Ik noem de grotere rol van het Europees Parlement, het burgerinitiatief, grotere transparantie bij de besluitvorming over wetgeving. Naast de gele kaart komt er een zwaardere procedure. Nu kan een meerderheid van parlementen bezwaar maken tegen een voorstel van de Commissie.
De Commissie moet dat dan wijzigen of handhaven, eventueel gevolgd door toetsing door de raad en het Europees Parlement. Ik geef toe dat hiermee de positie van de nationale parlementen versterkt is. Ik vind dat een goede zaak. In de afgelopen jaren zijn de nationale parlementen namelijk op achterstand gezet.
Het derde punt betreft het opgeven van het vetorecht door het introduceren van meerderheidsbesluitvorming. Het gaat daarbij over de terreinen van justitie, asielverlening, migratie, energie en klimaat. De SP verzette zich vorige week en verzet zich vandaag tegen het standpunt van de regering dat hierop moet worden aangestuurd. Het vetorecht is het ultieme middel van lidstaten om nee te zeggen op momenten die er echt toe doen en dat het er echt om spant. Ons land moet dan nee kunnen zeggen. Dat heeft Nederland bij de pensioenkwestie al gedaan; op dat gebied geldt geen meerderheidsbesluitvorming. Donner had helemaal gelijk toen het ging over de overdraagbaarheid van pensioenrechten. Daaruit blijkt dat het vetorecht in de praktijk van groot belang is voor de positie van lidstaten die heel eigen arrangementen en opvattingen hebben. Nederland is zo'n lidstaat. De kwestie van het opgeven van de vetorechten raakt aan de soevereiniteit en de zelfstandigheid van lidstaten. Meerderheidsbesluitvorming zorgt ervoor dat kleine lidstaten straks dingen door de strot geduwd krijgen. Dat verkleint het draagvlak van de Europese Unie. Ik vraag het kabinet waarom de Nederlandse regering niet heeft gekozen voor de positie waarvoor de Britten kozen. Zij vroegen om een uitzonderingspositie, en hebben die ook gekregen, op het punt van justitiële samenwerking in strafzaken en politiële samenwerking. Dan was er echt recht gedaan aan het Nederlandse nee. Ook op het gebied van asiel en immigratie was die uitzonderingspositie van grote betekenis geweest.
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Vandaag is mij duidelijk geworden dat de SP twee gezichten heeft. U pleit nu voor het handhaven van het vetorecht op terreinen waarop de slagkracht vergroot zou moeten worden. Vanmorgen riep de SP-fractie in een algemeen overleg over duurzaam hout echter op tot daadkracht ten aanzien van het regelen van een importverbod op Europees niveau. Hoe denkt u dergelijke regelingen te verwezenlijken als u zo vasthoudt aan het vetorecht?
De heer Van Bommel (SP):
De SP-fractie heeft niet twee maar wel 25 gezichten. Mijn fractie heeft 25 zetels en dus 25 gezichten. Zij heeft echter maar één opvatting. Europese samenwerking moet op veel terreinen niet worden afgedwongen; daarvoor moet draagvlak gecreëerd worden. Ik ben ervan overtuigd dat op het gebied van milieu -- mijn fractie heeft de maatregelen die op Europees niveau voorgesteld zijn allemaal gesteund -- heel goed zaken met andere landen kunnen worden gedaan, eenvoudigweg door te wijzen op het gemeenschappelijk belang. Met een richtlijn die zaken verbiedt en daar bepaalde sancties aan verbindt, wordt echter ingegrepen op het strafrecht in Nederland. Dat wil mijn fractie niet. De SP-fractie wil dat voor richtlijnen op het gebied van milieu en andere zaken draagvlak wordt gecreëerd. Als daaraan onwenselijke maatregelen worden gekoppeld, dan moeten lidstaten het recht hebben om die af te wijzen.
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
U spreekt over het verwerven van draagvlak, maar dan verwacht ik in een algemeen overleg over duurzaam hout geen fanatieke toon over wat op Europees niveau geregeld en afgedwongen moet worden. Ik verwacht dan eerder een geluid in de trant van "doe rustig aan, zoek draagvlak, hoe lang dat ook mag duren". Dat zou niet ten goede komen aan die slagvaardigheid.
De heer Van Bommel (SP):
Wij zien wel het belang van Europese samenwerking en wij benadrukken dat ook steeds. Ook op het punt van het vliegverkeer, ten aanzien van de accijnzen op kerosine en de btw op tickets voor Europese vluchten, zijn maatregelen alleen zinvol als die op Europees niveau worden vastgelegd. Wij zetten echter niet de volgende stap door te zeggen dat dat op Europees niveau moeten worden afgedwongen. Ik noem een voorbeeld. In het verdrag van Prüm is de uitwisseling van DNA-gegevens en vingerafdrukken geregeld. Dat verdrag is gesloten tussen een aantal Europese lidstaten, waaronder Nederland. De SP steunde dat verdrag. Moet dat verdrag in alle lidstaten worden afgedwongen? Nee, dat zou geen goede zaak zijn. Laat dat verdrag, dat door zes landen is getekend, maar langzaam groeien. Lidstaten zullen de meerwaarde van die samenwerking ontdekken en dan kan het worden geregeld. Met afdwingen wordt alleen maar afbreuk gedaan aan het draagvlak voor de Europese Unie en daar ligt het grote probleem.
De heer Ormel (CDA):
Ik lees op de website van de SP dat deze partij naar één Europees asielbeleid wil. Sterker nog, zij pleit voor dezelfde asielprocedures in iedere Europese lidstaat. Hoe verhoudt zich dat tot het behoud van het vetorecht?
De heer Van Bommel (SP):
Ik kan hier hetzelfde antwoord op geven. Dat je zegt dat je het wenselijk vindt dat lidstaten dezelfde normen hanteren, wil niet zeggen dat je de vervolgstap zet dat je andere lidstaten gaat vertellen hoe het moet. Het is helemaal niet logisch dat die stap per se volgt op de eerste stap. Het zou goed zijn als wij dezelfde normen hanteerden, maar dat betekent nog niet dat een meerderheid dat moet gaan afdwingen bij andere landen.
De heer Ormel (CDA):
De heer Van Bommel weet ook dat er sprake is van vrij verkeer van personen door de gehele Europese Unie. Hij zegt te willen pleiten voor een en hetzelfde asielbeleid, maar als één land het anders wil, als één land voortdurend een generaal pardon wil geven, vindt hij dat prima. Laat dat dan maar gebeuren, aldus de heer Van Bommel. Dat is toch niet realistisch?
De heer Van Bommel (SP):
Neen, maar dat is ook niet de realiteit. Nederland wil een generaal pardon. Spanje heeft een miljoen illegalen gelegaliseerd. Dit moet primair het beleid van de lidstaten zijn. Ik wens geen beleid vanuit Europa te krijgen waarin Europa zegt: u mag dat niet meer doen. Wij hebben in Nederland hiertoe besloten. Ik weet dat de partij van de heer Ormel op dit vlak dwarslag en misschien wel wil dat Europa dit verbiedt. Ik wens dat niet. Ik vind dat Nederland zelf moet kunnen besluiten over de 26.000 vluchtelingen die wij veel te lang in de opvang hebben gehouden en voor wie wij slecht hebben gezorgd. Dat beleid is er ook gekomen. Als wij op dat terrein meerderheidsbesluitvorming introduceren, voorspel ik dat dit in de toekomst onder druk komt te staan en wellicht onmogelijk wordt.
De heer Blom (PvdA):
Ik wil drie opmerkingen maken. Ten eerste is er al meerderheidsbesluitvorming inzake het asielbeleid in Europa. Ten tweede spreekt de heer Van Bommel over het Verdrag van Prüm, waarbij vergaand wordt samengewerkt met de aangrenzende landen op juridisch terrein. Ik neem aan dat hij dat ingrijpend vindt. Waarom heeft hij daarover dan geen referendum aangevraagd? Ten derde loop je, als je in een interne markt geen milieueisen afdwingt, de kans dat bijvoorbeeld in Roemenië illegaal hout wordt geïmporteerd dat niet voldoet aan interne normeringen en dat vervolgens op de Nederlandse markt terechtkomt. Wil de heer Van Bommel dat allemaal wel?
De heer Van Bommel (SP):
Drie vragen, drie antwoorden. Asiel en migratie zijn gelukkig echt niet op alle fronten aan meerderheidsbesluitvorming onderworpen. De heer Blom zit er op dit punt naast. In het Verdrag van Prüm wordt de uitwisseling van justitiële gegevens zoals vingerafdrukken en DNA-gegevens geregeld. De heer Blom vroeg zich af waarom wij hierover geen referendum hebben aangevraagd. Hij kent de stand van zaken: die mogelijkheid bestaat in Nederland niet. Die gaan wij samen met de heer Blom, zo begreep ik vanochtend uit de krant, creëren. In de toekomst zal dit wellicht dus wel gebeuren. Met betrekking tot milieu en de interne markt ligt er inderdaad een probleem. Van bepaalde zaken op milieugebied, zoals roetfilters, kunnen wij zeggen dat wij ze wel of niet toelaten. De interne markt dwingt ons echter om onze markt daarvoor open te stellen. Dat zijn inderdaad conflicterende terreinen. Ik zie het probleem, maar ik heb er niet direct een oplossing voor. Om nu te zeggen dat wij met meerderheidsbesluitvorming beter af zijn, gaat mij echter veel te ver. Absoluut niet. De interne markt botst op heel veel terreinen met datgene wat wij een gemeenschappelijk belang vinden.
De heer Blom (PvdA):
De heer Van Bommel raakt precies de kern als hij zegt dat het een conflicterend geheel is en dat hij er geen oplossing voor weet. Ik zou willen dat de SP eens met alternatieven zou komen wanneer zij kritiek uit op allerlei zaken die het kabinet voorstelt en die in het nieuwe verdrag worden geregeld. De SP is een uitblinker op het vlak van zeggen dat zij iets niet wil. Ik zou zo graag willen weten wat de SP wel wil.
De heer Van Bommel (SP):
Dat kan ik wel vertellen. Ik heb gezegd dat ik wilde dat de Nederlandse regering op deze belangrijke terreinen van asiel en justitie had gekozen voor de Britse positie. Dan had zij hard onderhandeld en dan had zij dit punt nog binnen kunnen halen ook. Dat was echter helemaal niet de wens van de regering. Dat de regels van de interne markt ingrijpen op het publieke domein, is niet mijn probleem maar het probleem van de Europese Unie.
Dat is ook uw probleem, want het betreft ook woningcorporaties en al die andere terreinen. Dat is een groot probleem en dat lossen wij hier vandaag niet op. U kunt wel zeggen dat ik de oplossingen niet heb, maar u hebt ze ook niet. De interne markt als zodanig grijpt namelijk zo om zich heen dat wij er nog maar eens goed over moeten praten hoe wij dat gaan beperken.
De heer Ten Broeke (VVD):
De kwestie van de meerderheidsbesluitvorming of het opgeven van de veto's is cruciaal voor dit debat en cruciaal voor de SP. In de publiciteit zie ik telkens dat u of de heer Marijnissen zegt nooit of te nimmer een veto te willen opgeven. In uw boekje lees ik dat u dat zeker op drie terreinen wel wil of in ieder geval meer wil samen werken. Het verdrag dat nu voor komt te liggen, geeft aan dat wij versterkt kunnen samenwerken. Erkent u dat die versterkte samenwerking nu juist meer mogelijk wordt in het nieuwe verdrag, want die bepleit u kennelijk?
Ten tweede wil ik een concreet voorbeeld geven. Op 16 maart van dit jaar werd in Barcelona de vermoedelijke moordenaar van Louis Sévèke gearresteerd. Dat gebeurde onder het Europees arrestatiebevel. Dit viel eerst onder de derde pijler, dus met veto's. Dat kon nu, omdat een passerelle het mogelijk maakte dat deze vermoedelijke dader versneld werd uitgeleverd. Vindt u dat een goede zaak of niet? Als het antwoord daarop "ja" is, waarom bent u dan tegen meerderheidsbesluitvorming?
De heer Van Bommel (SP):
De eerste vraag was: erkent u dat versterkte samenwerking meer mogelijk wordt door dit akkoord? Dat is niet de vraag. Het is wel uw vraag, maar versterkte samenwerking is wat anders dan afgedwongen samenwerking. Het opgeven van vetorechten is het afdwingen van samenwerking. Samenwerking kun je bereiken wanneer landen op vrijwillige basis zien dat er een gemeenschappelijk belang ligt, dat gemeenschappelijk belang erkennen en dus graag hun handtekening zetten onder zo'n verdrag. Daarom noem ik het Verdrag van Prüm ook steeds. Landen die daar nog niet klaar voor zijn, moet je niet eens willen als ondertekenaar van het Verdrag van Prüm. Die landen zijn er namelijk ook in Europa, bijvoorbeeld omdat zij nog grote problemen hebben met corruptie. Ik zeg dus "ja" tegen meer samenwerking, maar "nee" tegen meer afdwinging van samenwerking. Een gedwongen huwelijk eindigt vaak ongelukkig.
De voorzitter:
De heer Ten Broeke mag een vervolgvraag stellen. Ik verzoek de heer Van Bommel korter te antwoorden.
De heer Van Bommel (SP):
Voorzitter. Het zijn ingrijpende vragen.
De heer Ten Broeke (VVD):
Wij zullen straks zien wat de regering antwoordt. Ik heb echter gelezen dat de versterkte samenwerking waar de heer Van Bommel zo voor is, nu juist meer mogelijk wordt gemaakt. Waar versterkte samenwerking mogelijk wordt gemaakt, moet dit weer bij unanimiteit worden toegestaan. Grappig genoeg zorgt het veto daar voor de bescherming waarom de heer Van Bommel nu vraagt. Landen die wij op de een of andere manier niet vertrouwen in de versterkte samenwerking, kunnen juist weer buiten worden gesloten. U moet het verdrag maar eens lezen.
De heer Van Bommel (SP):
Het is van tweeën één. Vetorechten worden ingeleverd of zij worden niet ingeleverd. De heer Ten Broeke beweert hier nu eigenlijk dat ze niet worden ingeleverd. Dan heeft hij een probleem en dan heeft de regering een probleem. De heer Ten Broeke wilde dat wij naar meerderheidsbesluitvorming zouden gaan. Laten wij hier geen verstoppertje spelen. De vetorechten worden ingeruild voor meerderheidsbesluitvorming en daar komt een noodremprocedure voor terug die een stuk zwakker is dan de vetorechten. Vetorechten zijn het ultieme middel in de hand van lidstaten. Een lidstaat kan namelijk in zijn eentje zeggen: dit gaat ons een brug te ver en als u dit voorstelt, stemmen wij daar niet mee in. Er wordt dan niet eerst een besluit genomen, maar het besluit gaat bij voorbaat niet door. De heer Donner heeft dit bijvoorbeeld voor elkaar gekregen met betrekking tot de overdraagbaarheid van pensioenrechten. Dat was een vetorecht.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Klopt het dat u zei het opgeven van het vetorecht op het gebied van energie en klimaat nog zo'n voorbeeld is van verlakkerij van kleine lidstaten en het door hun strot duwen van besluiten?
De heer Van Bommel (SP):
Ja.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Kunt u mij voorbeelden geven van zaken op het gebied van energie en klimaat waarop het mandaat voor deze IGC voorstelt het veto op te geven? U zult GroenLinks kennen als een partij met belangstelling voor groen. Mijn partij heeft de oude verdragen, de nieuwe verdragen en de nieuwe voorstellen nauwkeurig nagelezen om te zien of er misschien een veto in zit voor het klimaat en het groen. Wij hebben die niet kunnen vinden. Ik hoor daarom graag van u waar u het hebt gevonden.
De heer Van Bommel (SP):
Hebt u in de stukken niets over energie en klimaat aangetroffen? Hebt u deze thema's gemist in de vorige debatten? Houdt u het weblog van de staatssecretaris niet bij waarop de Nederlandse inzet op deze terreinen wordt genoemd?
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Mijn vraag betreft het veto. U viel over het veto. Waar is dat veto dan?
De heer Van Bommel (SP):
Dat stel ik vast, zoals ik al heb gezegd, op de terreinen asiel, migratie, justitie, energie en klimaat. Wilt u nu zeggen dat er van de Nederlandse regering op dit punt helemaal geen inzet was en dat er niet is gezocht naar meerderheidsbesluitvorming? Ik geef toe dat het woord "vetorechten" niet voorkomt in de verdragswijziging. De besluitvorming vondt immers bij unanimiteit plaats. De introductie van meerderheidsbesluitvorming is dus impliciet het inleveren van het vetorecht.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
U hebt het verdrag en het mandaat gelezen, net als ik. Het woord "vetorecht" komt daar helaas niet in voor op het gebied van milieu en klimaat. U staat te bluffen. U moet de bevolking niet bang maken met verlakkerij.
De heer Van Bommel (SP):
U sprak over milieu en klimaat. Ik had het over energie en klimaat. Nu haalt u wat dingen door elkaar. Kijkt u het zelf ook nog eens na, zou ik zeggen.
De heer Ormel (CDA):
Dit is een cruciaal punt, al vrij snel in dit debat. U hebt het nu over het vetorecht dat wij opgeven. Dat doen wij al lang. Er is al meerderheidsbesluitvorming op een aantal terreinen. Nu is bereikt dat de noodremprocedure is verbeterd. Tegelijkertijd zijn er, gelukkig, afspraken gemaakt om op een aantal terreinen over te gaan op meerderheidsbesluitvorming. U zegt dat u één asielbeleid wilt, maar u wilt ook het veto behouden. Dat is van twee walletjes eten.
De heer Van Bommel (SP):
Ik geloof dat het nu een herhaling van zetten wordt. Ik wil graag dat wij in Europa samenwerken op het terrein van asielbeleid en dat wij afspraken maken. Malta heeft nu bijvoorbeeld een probleem. Daar komen heel veel asielzoekers binnen. Malta kan deze mensen zelf niet meer opvangen. Nederland is ruimhartig en ik vind dat andere landen dat ook moeten zijn. Er moeten afspraken worden gemaakt over de manier waarop moet worden omgegaan met de opvang. Daarnaast moet worden bezien wat er met de grensbewaking moet gebeuren. Er moet geld beschikbaar worden gesteld voor Frontex. Allemaal tot uw dienst.
Dat is wat anders dan het vetorecht weggeven en landen te dwingen bepaald beleid te accepteren of een bepaalde hoeveelheid immigranten te accepteren. Dat is heel wat anders. Ik vind dat wij moeten samenwerken op dit terrein. Nederland geeft echt het goede voorbeeld, maar dat wil niet zeggen dat wij dit moeten afdwingen. Ik voorspel u echt dat met uw houding, dus dat het moet worden afgedwongen bij landen die het willen, het draagvlak voor de Europese Unie, dat al gering is, nog verder wordt ondermijnd. Ik wens dat niet en volgens mij u ook niet.
De heer Ormel (CDA):
Wat u afdwingen noemt, noem ik democratie. Er komen versterkte noodremprocedures. Wij hebben Frontex en er komen snelle grensinterventieteams. Juist Malta, waar heel veel illegale immigranten komen, kan door een gezamenlijke inspanning van de EU beschermd worden tegen de overmatige invloed en de overmatige instroom van asielzoekers. Dat kán niet als Malta zegt dat het niet meedoet. Het opgeven van het veto op dit terrein is noodzakelijk om voorwaarts te gaan om te komen tot een eenduidig asielbereid in Europa.
De heer Van Bommel (SP):
Malta zal op dit punt nooit dwarsliggen, want het zoekt juist hulp bij Europa. Het voorbeeld is dus wat ongelukkig gekozen. Ik zeg juist dat de samenwerking op dat terrein redelijk is. Nederland wil het goede voorbeeld geven. Die samenwerking zal er zonder vetorecht absoluut komen. U miskent het probleem van het draagvlak in Europa. Dit Europa krijgt te weinig publieke steun omdat er vanuit Brussel veel te veel wordt gedicteerd. U wilt daar gewoon nog een schepje bovenop doen. U verergert daardoor het probleem van Brussel.
De heer Ormel (CDA):
U miskent de mogelijkheden van de noodremprocedure die in dit verdrag is opgenomen. Juist daardoor wordt het mogelijk om draagvlak te creëren. Wij zullen echter uiteindelijk verder moeten en dat kan niet met allerlei veto's.
De heer Van Bommel (SP):
Ik zeg alleen maar dat het veto sterker is dan de noodremprocedure. De Britten hebben niet voor niets om uitzonderingen gevraagd en die hebben zij ook gekregen. De Britten zijn echt niet gek. Ook op een aantal andere terreinen zijn zij verstandiger dan Nederland. Laten wij elkaar nu geen mietje noemen: het veto is gewoon sterker dan de noodremprocedure.
De heer Blom (PvdA):
Nog even in aansluiting op wat collega Peters heeft gezegd. Op het moment dat de heer Van Bommel over veto's praat en zegt dat het zo vreselijk belangrijk is dat Nederland het vetorecht houdt, dus dat het eigenlijk niet kan dat wij dat recht weggeven, wordt de concrete vraag gesteld om een voorbeeld te geven. Het antwoord is dan: moet je maar eens naar het weblog van de staatssecretaris kijken. Ik wil eigenlijk een nieuwe politieke term introduceren: het Van-Bommeltje. Dat is een redenering waarbij er een beeld wordt geschetst dat niet in overeenstemming is met de waarheid. Ik geef hem nog een kans. Ik vraag hem om nog een voorbeeld te geven op het gebied van klimaat waarbij hij het vetorecht voor Nederland wil behouden.
De heer Van Bommel (SP):
Ik kan mij voorstellen dat er inzake de CO2-uitstoot aan lidstaten beslissingen aan lidstaten worden opgelegd, bij meerderheidsbesluitvorming afgedwongen, waar wij om technische redenen, zoals bij de luchthaven, op korte termijn niet aan kunnen voldoen en dat wij daardoor geen wegen meer kunnen aanleggen of geen huizen meer kunnen bouwen. Ik vind dat Nederland dan moet kunnen zeggen: even temperen; wij doen even, een jaar of langer, niet mee. Dit is een concreet probleem dat zich op het gebied van klimaat kan voordoen. Ik vind dat Nederland in een dergelijke situatie zelfstandig moet kunnen handelen. Dit probleem heeft zich concreet voorgedaan.
De heer Blom (PvdA):
Dit zijn weliswaar prachtige bespiegelingen en mooie luchtkastelen, maar geef mij nu eens een concreet voorbeeld van wat er in de afgelopen periode gespeeld heeft of wat eventueel op korte termijn gaat spelen. U blijft oorverdovend stil. U verkoopt veto's alsof het een verschrikking is. Op het moment dat er om voorbeelden wordt gevraagd, blijft het echter angstwekkend stil.
De heer Van Bommel (SP):
Ik geef u een concreet voorbeeld in verband met de CO2-uitstoot. Wij moeten de zaak omdraaien. Wij beschikken nu namelijk over het vetorecht. Ik heb een aantal voorbeelden gegeven op verschillende terreinen waaruit blijkt dat het vetorecht van belang is op het moment dat het ertoe doet. Ik vraag u om in uw inbreng aan te geven waarom dat recht zo maar weggegeven kan worden en waarom het vetorecht überhaupt een probleem is, alsook wat er met het vetorecht is tegengehouden wat wij eigenlijk wel wilden. Er moet wel een noodzaak zijn om het vetorecht op te geven en niet omgekeerd.
Voorzitter. De meerderheidsbesluitvorming maakt dat lidstaten straks dingen door de strot geduwd krijgen. Zoals gezegd, zal dat het draagvlak voor de Europese Unie verkleinen. Daarom zijn wij daar zo op tegen.
Het volgende punt van de regering betreft de bescherming van de publieke diensten. Die hebben een betere bescherming nodig. Het is dan ook onwenselijk en onaanvaardbaar dat Brussel zich bemoeit met zaken, zoals onze gezondheidszorg en ons huisvestingsbeleid. Ik ben het wat dit betreft dus zeer met de regering eens. Toch leidt ook dit punt tot vragen. Wie gaat er namelijk bepalen wat een dienst van algemeen belang is? Hoe wordt voorkomen dat regels van de interne markt hierop van invloed zijn? Met andere woorden, als het gaat om de kwestie van de volkshuisvesting, kan Brussel straks toch via de regels van de interne markt, dus met een omweg, vat krijgen op het beleid van onze woningcorporaties, die naast een sociale taak een commerciële taak hebben? Die commerciële taak is nodig om de sociale taak waar te maken. De woningcorporaties moeten immers geld verdienen om sociale woningbouw te kunnen realiseren. Nogmaals, kan Brussel via de interne-marktregels vat krijgen op dat beleid?
Overigens is het hilarisch om te zien hoe de nieuwe Franse president Sarkozy de bevolking bij de neus probeert te nemen door te zeggen dat artikel 3 uit de "grondwet", waarin stond dat vrije en onvervalste mededinging een doelstelling van de Europese Unie was, nu als middel geldt. Ik herhaal dat dit hilarisch is. De regering zegt terecht dat er materieel geen snars verandert aan de Europese regels van mededinging. Wat dat betreft is de vrije concurrentie gewaarborgd. Het zal evenmin iets veranderen aan de positie van de commissie die dit bewaakt. Eurocommissaris Kroes moet dit maar eens aan de Franse bevolking gaan uitleggen.
De heer Ten Broeke (VVD):
Wat u nu hilarisch noemt, noemde u vrijdag in Het Financieele Dagblad nog een reden om voor dit verdrag te stemmen. Vervolgens stond er iemand op in uw partij en die nam het woordvoerderschap over. Nu weten wij intussen dat u tegen bent. Wij hadden eigenlijk ook niets anders verwacht. Wat is het nu? Is die vrije, eerlijke marktwerking in Europa nu gered of gaat die eraan?
De heer Van Bommel (SP):
Ik geef de regering gelijk in haar beoordeling. De regering zegt dat het aan de teksten van eerdere verdragen en aan de concurrentieregels niets zal veranderen. Ik vind het wel een goede zaak dat het er als doelstelling uit is. Het zal aan de economische praktijk in de Europese Unie niets veranderen.
De heer Ten Broeke (VVD):
Maar die praktijk was voor de heer Van Bommel dus voldoende reden om met het verdrag in te stemmen. Daarin is binnen één weekend kennelijk iets veranderd. Hij heeft de internemarktpraktijk altijd te vuur en te zwaard bevochten. Wat is er veranderd, mijnheer Van Bommel? Behalve dan uw retoriek?
De heer Van Bommel (SP):
Dat is onjuist. Wij hebben de interne markt als geheel nooit bestreden. Wij hebben altijd gesteld dat het logisch is dat wij op een continent waar wij voor 80% zaken doen met elkaar, iets doen aan de heffingen en tarieven en ervoor zorgen dat vrijhandel kan plaatsvinden. Dat hebben wij altijd beweerd. Wij vinden wel dat de regels van de interne markt te veel vat krijgen op wat wij in ons publieke domein doen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de kwestie van de woningcorporaties. Die is ons een doorn in het oog.
In het verband van de vijf doelstellingen van de regering voor een slagvaardiger optreden, noemt de regering onder andere de vaste voorzitter van de Europese Raad, de Hoge Vertegenwoordiger en de kleine Commissie. De vaste voorzitter wordt door de SP-fractie niet gewenst. De Hoge Vertegenwoordiger evenmin. Wij hebben nooit begrepen waarom de Nederlandse regering haar oorspronkelijke bezwaren tegen een vaste voorzitter heeft omgezet in een uitgesproken wens voor een dergelijke functie. De grote lidstaten gaan deze functie ongetwijfeld domineren. De vaste voorzitter gaat ongetwijfeld concurreren met de voorzitter van de Europese Commissie. Er komen ongetwijfeld afstemmingsproblemen met het roulerend voorzitterschap van de vakraden. Waarom ziet de regering deze bezwaren niet? Het vasthouden aan de vaste voorzitter is bijzonder ongewenst. Er bestaat geen behoefte aan een zonnekoning in Europa.
Het laatste punt van de regering is dat het verdrag de spelregels voor de uitbreiding van de Europese Unie, de zogenaamde Kopenhagencriteria, respecteert. Wat dit betreft is er niets nieuws onder de zon. Er is geen sprake van opname van de criteria voor uitbreiding in het verdrag. Er vindt slechts opname plaats van een bepaling die stelt dat rekening moet worden gehouden met deze criteria. Dank u zeer! Dat heeft niet zo veel om het lijf. Afspraken voor uitbreiding bestaan al lang. Wij moeten deze alleen veel beter nakomen. Wij moeten onze eigen spelregels beter volgen. Als dat eerder was gebeurd, zouden Roemenië en Bulgarije niet zijn toegetreden. Zij zouden hebben moeten wachten. Ik ben ervan overtuigd dat ook Polen in het verleden dan ook niet zou zijn toegetreden.
De balans opmakend, stel ik vast dat de veranderingen ten opzichte van de verworpen grondwet vooral cosmetisch zijn. Wij gaan dezelfde zaken vooral anders noemen. De grondwettelijke franje, zoals vlag en volkslied, is eruit. Overigens blijven die zaken allemaal gewoon bestaan. De regeringsleiders zijn erin geslaagd om zo veel mogelijk van de verworpen grondwet overeind te houden. De ene keer met een andere naam, de andere keer met een verwijzing, maar meestal gewoon letterlijk. Ik deel daarom in hoge mate de conclusie in het hoofdredactionele commentaar van mijn ochtendkrant, Trouw. Daarin stond: "Het is beschamend dat de EU-leiders, inclusief Nederland, zo overduidelijk proberen de onterechte bezorgdheid onder burgers over de EU weg te poetsen met cosmetische ingrepen die de EU slechts schimmiger maken." Ik deel de jubelstemming over het bereikte akkoord dan ook niet. Naar mijn mening is het vooral oude wijn in nieuwe zakken.
In antwoord op de vraag of over het aanstaande verdrag een referendum moet worden gehouden, zegt mijn fractie volmondig "ja". Ik verwelkom de Partij van de Arbeid in het kamp van de voorstanders van een referendum over dit verdrag. Ik ben blij dat de fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid, de heer Tichelaar, de SP naspreekt wanneer hij zegt dat er nu geen enkele reden is om geen referendum te houden. Dat is nog eens duidelijke taal! Ik geef grif toe dat ik de Partij van de Arbeid op dit punt heb gewantrouwd. Ik heb lange tijd gedacht dat deze fractie weer zou gaan draaien en dat er, net als bij het Irak-onderzoek, weer iets anders uit zou komen. Maar dit is duidelijke taal. Met de nu gecreëerde duidelijkheid kan ik niet anders dan zeggen dat mijn wantrouwen onterecht was. Hartelijk dank daarvoor.
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik wacht op de afronding van de heer Van Bommel. Ik wil nog één punt aan hem voorleggen. Zaterdagavond zag ik zijn fractievoorzitter op televisie. Er gingen twee dingen door mij heen. Aan de ene kant was sprake van oprechte blijdschap om hem weer in goede gezondheid te zien. Aan de andere kant hoorde ik hem weer spreken over een "superstaat". Ik meende een moment dat hij zijn tekst van twee jaar geleden weer had opgediept. Ik vroeg mij af of hij zich wel bewust is van alle inhoudelijke voorstellen die in het verslag van de Europese top zijn weergegeven.
Ik hoor u nu ook heel snel die slag maken, mijnheer Van Bommel. U zegt: ach, het is allemaal cosmetisch. In de brief van het kabinet met het verslag over de top kom ik echter ontzettend veel inhoudelijke zaken tegen. U walst daaroverheen in dit debat.
De heer Van Bommel (SP):
Ik dank u voor uw blijdschap en zal die overbrengen aan mijn fractievoorzitter
De regering constateerde in eerdere brieven dat zij geen superstaat meer wilde of iets wat daaraan deed denken. Wij stellen vast dat in dit verdrag ontzettend veel terugkomt uit die oude grondwet: de meerderheidbesluitvorming, de vaste voorzitter en heel veel andere zaken waartegen ook uw fractie bezwaren had, komen gewoon weer terug in dit verdrag. Sommige dingen worden anders genoemd. Men spreekt niet meer van een minister maar van een hoge vertegenwoordiger, maar die heeft nog gewoon zijn oude functie en zijn eigen staf. Er is dus niet zo veel veranderd. Ik ben benieuwd waarop u straks het accent gaat leggen, omdat u al heeft gezegd dat dit verdrag wél op uw steun kan rekenen. Ik vind dat heel bijzonder. Volgens mij is dit in belangrijke mate, sommigen zeggen zelfs voor 99%, het oude verdrag.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Stel dat het referendum er komt, wat doet de SP dan? Gaat de SP dan tegencampagne voeren?
De heer Van Bommel (SP):
Dat is een beetje een open deur. Als ik zeg dat dit in belangrijke mate het oude verdrag is met wat franje eruit, een andere kaft eromheen en wat verwijzingen, kunt u er inderdaad op rekenen dat wij de bevolking zullen adviseren om tegen dit verdrag te stemmen.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Dat is duidelijk, dank u wel.
De heer Blom (PvdA):
Ik maak ernstig bezwaar tegen de karikatuur die de heer Van Bommel hier maakt van het nieuwe verdrag. Wij hebben de afgelopen maanden een hele serieuze discussie gevoerd. Die begon op 19 maart met een brief van de staatssecretaris en de minister van Buitenlandse Zaken. De SP heeft daarop op een redelijk positieve manier gereageerd.
Er zit vrijwel geen licht tussen de inzet van het kabinet en het resultaat waarmee het teruggekomen is. Hoe durft u het in vredesnaam in uw hoofd te halen om te zeggen dat dit alleen maar cosmetische veranderingen zijn, terwijl uzelf nota bene enthousiast was over de inzet van het kabinet? Ik snap hier helemaal niets van. Dit is weer typisch een Van Bommeltje!
De heer Van Bommel (SP):
Ik begrijp dat dit begrip nog vaker gebruikt zal worden vanavond in de hoop dat het morgen in de krant staat. Volgens mij is het geen Van Bommeltje, laat ik u maar ter wille zijn. Volgens mij is het duidelijk een kwestie van een kabinet dat is gaan schuiven. Het is begonnen met een hele vage brief. Er werd gesproken over het verbeteren van de besluitvaardigheid in Europa. Uiteindelijk hebben wij op het weblog van deze staatssecretaris moeten vernemen dat hij op een aantal terreinen meerderheidsbesluitvorming wilde invoeren en vetorechten wilde opgeven. Op zijn weblog dus! Het is nooit in een brief aan de Kamer geschreven: nooit, nooit, nooit, nooit! In die zin is er geen sprake van overeenkomst met de inzet van de regering. De regering heeft pas op het laatste nippertje de kaarten laten zien, zelfs pas na het laatste debat. Dat betekent dat de SP-fractie het volste recht heeft om te komen tot een beoordeling van het bereikte resultaat. Ik stel vast dat Nederland op punten die er niet toe doen, alles heeft binnengehaald -- chapeau -- en op punten die er wel toe doen, zaken heeft weggegeven. Ik betreur dat zeer!
De heer Ten Broeke (VVD):
Mevrouw de voorzitter. Vorige week sprak ik de wens uit dat de cruciale top van het afgelopen weekend in Brussel zowel een stappenplan als een helder mandaat zou opleveren. Ik sprak toen de hoop uit dat Europa daarmee het keerpunt zou bereiken dat Nederland al vanaf 2005 probeert te bewerkstelligen. Er ligt iets meer dan wij konden wensen. De noodzakelijke bocht is ingezet, zij het met grote vertraging. Europa kan door!
Over wat wenselijk en onwenselijk is, kom ik later te spreken. Ik geef eerst de algemene duiding die de fractie van de VVD aan het bereikte akkoord wil geven.
Voorzitter. Zestien jaar geleden, op 26 september 1991, keerden zeven van de toen nog twaalf Europese lidstaten zich tegen de Nederlandse wens voor een Europese politieke unie. Vier dagen later, op maandag 30 september, werd dat Nederlandse voorstel aan de onderhandelingstafel in Brussel in de pan gehakt. Die dag is de geschiedenis ingegaan als de zwarte maandag. De federalistische droom van Nederland lag aan gruzelementen en er volgde een lange zoektocht die via Maastricht, Amsterdam, Nice en Laken leidde tot een grondwettelijk verdrag. Maar op 1 juni 2005 werd juist dat verdrag door de Nederlanders weggestemd nadat de Fransen dat al hadden gedaan. Een nieuwe zoektocht volgde, nu naar een verdrag dat de Fransen en de Nederlanders tevreden zou stellen.
In januari van dit jaar sprak de VVD al uit hiervoor slechts één oplossing te zien: volledig terug naar Af, terug naar Nice, terug naar de bestaande verdragen en die wijzigen. Met haar brief van 19 maart bekende ook het kabinet zich onomwonden tot die inzet: een gewoon wijzigingsverdrag. Opnieuw was er groot verzet tegen de Nederlandse opstelling. Achttien vrienden van de grondwet, eigenlijk twintig van de ondertussen zevenentwintig lidstaten en ook voorzitter Merkel lieten weten de verworpen grondwet gewoon als inzet te kiezen. "Nederland speelt geen enkele rol meer" kopte een Nederlandse kwaliteitskrant al in januari, maar anders dan op zwarte maandag in 1991 zal midzomernacht 2007 in Brussel de geschiedenis ingaan als een succes voor Nederland.
Dit najaar zal er een wijzigingsverdrag, een reform treaty, liggen dat teruggaat tot Nice en dat het EG- en het EU-verdrag aanpast. Het verdwijnen van de grondwettelijke lading met symbolen als de vlag, de hymne en de labels, zoals "minister" en "wet", stond voor mijn fractie nooit op zichzelf. Die elementen waren voor de VVD juist een onderdeel van de fundamentele erkenning dat de weg terug helemaal moest worden afgelegd om tegemoet te komen aan het nee van 2005. Dat die wens in winst kon worden omgezet, was voor de VVD essentieel. In januari zag het er allesbehalve goed uit; vandaag complimenteren wij de Nederlandse regering met dit winstpunt, waardoor realisme eindelijk boven idealisme staat en waardoor dat in Europa de boventoon gaat voeren.
Zoals het is met elke harde werkelijkheid: het wordt geen fraai verdrag. Eerder kunnen wij spreken van een bord spaghetti en wat ons betreft zitten daar een paar gevaarlijke en misschien wel bedorven Zuid-Europese olijven in die wij op de rand van ons bord moeten leggen. Ik heb het nu over het schrappen uit de grondwet van de doelstelling van vrije en eerlijke concurrentie. Dat is een enorme verslechtering ten opzichte van het grondwettelijke verdrag en het is ook een verslechtering van de bestaande mededingingspraktijk. Juist deze toevoegingen, vrij en onvervalst, spelen al jaren een rol bij uitspraken van rechters en toezichthouders. Ik heb de afgelopen dagen een lange lijst van opinies gevraagd en gekregen en mijn fractie is buitengewoon bezorgd. Op dit punt dus geen compliment aan de Nederlandse regering. Hebt u even zitten slapen, mijnheer Balkenende? Zat uw tweelingbroer aan tafel toen president Sarkozy het Franse nee, het nee van de angst tegenover de boze buitenwereld, probeerde te vertalen door deze twee termen vrij en onvervalst te schrappen? De vrije en onvervalste concurrentie vormen de basis onder onze welvaart en als Sarkozy die twee woorden uit de doelstellingen weet te schrappen, terwijl de heer Balkenende de vlag probeert te schrappen, dient hij niet het Nederlandse belang. Het was de heer Balkenende zelf die hier ooit op hoge toon riep meer VOC te willen zien. De VVD stelt voor hier dan ook naar te handelen. Wat ons betreft staan deze woorden tegenwoordig voor vrijheid, ondernemerschap en eerlijke concurrentie. De VVD hoopt niet dat er een jammerlijke lijn zal lopen tussen de Zeeuw Michiel de Ruyter, waarmee vrijhandel en voorspoed voor Nederland begonnen en de Zeeuw Balkenende die toeliet dat deze in Europa eindigden. Wij dagen de premier uit om ons vandaag uitleg te geven en ons ervan te overtuigen dat wat nu voorligt niet strijdig is met die open en eerlijke handelsgeest die het wezen van het Europese succes weerspiegelt. Ik overweeg om samen met de heer Ormel in tweede termijn een motie in te dienen om deze oerprincipes vanuit Nederland nog eens vast te schroeven.
Dezelfde zorgen blijven wij houden over het protocol over diensten van algemeen en economische belang. Deze zogenaamde publieke diensten moeten worden gevrijwaard van de interne markt, nu nota bene op Nederlands verzoek. De heer Timmermans is daarover zeer te spreken, maar kan hij de VVD-fractie uitleggen waarom interne-marktregels eigenlijk niet moeten gelden indien woningbouwcorporaties met belastinggeld de grens oversteken of in commerciële situaties vrije-marktpartijen tegenkomen? Of als zij niet doen waarvoor zij zijn opgericht, namelijk huizen bouwen voor de laagste inkomens, omdat het veel lucratiever voor ze is om in segmenten te bouwen waarin marktpartijen dat kunnen doen? Waarom daar geen eerlijke marktregels, terwijl die diensten wel een markt betreden? Waarom geen eerlijke marktregels voor het openbaar vervoer als gemeenten al jaren kunnen kiezen of zij wel of niet willen aanbesteden? Zij kunnen langjarige concessies verlenen aan bestaande monopolisten, terwijl nieuwe toetreders direct aan de nieuwe wetgeving moeten voldoen.
Welk algemeen belang is er eigenlijk mee gediend om de eerlijke marktregels nog verder uit te bannen? Worden prijzen en dienstverlening daar beter van? Zijn er niet al voldoende waarborgen voor de publieke dienstverlening, zoals de universele dienstplicht voor de postmarkt en de telefoonmarkt? Waarom is dat protocol nodig? Welke situatie wordt verbeterd? Welk probleem wordt hier nu eigenlijk opgelost? De regering moet ook hier geruststellende woorden spreken. Vorige week werd een motie van de heer Pechtold en mij nog verworpen, omdat zij zogenaamd staand beleid zou ondersteunen. Nu kijken wij aan tegen een protocol dat note bene op Nederlands verzoek is toegevoegd en dat beleid beoogt te veranderen. Ik hoor graag een uitleg.
Alvorens steun te kunnen verlenen aan de nieuwe verdragen, willen wij op deze voor ons essentiële punten voldoende geruststellingen. Wij weten nu immers dat twee woorden meer of minder een wereld van verschil kunnen maken. Wij wachten af of de definitieve tekst die naar verwachting in oktober door de Portugezen wordt afgescheiden, ons niet voor nog meer onaangename verrassingen zal plaatsen. Immers, nadat het boek over de spelregels eindelijk kan worden gesloten, gaat het om het type spel dat wij willen spelen. De vraag is wat ons betreft dan ook niet of wij nog meer kunnen "uniten", maar of wij meer kunnen "competen" om onze welvaart, ons welzijn en daarmee onze definitie van beschaving overeind te houden.
Ik heb nog enkele vragen en opmerkingen over de afspraken die over die spelregels zijn gemaakt. De Poolse draak van de stemmenweging, die onveranderd blijft tot 2014 en mogelijk zelfs tot 2017, leidt volgens ons tot twee lessen. Daar was het in 2000 in Nice ooit allemaal om begonnen en dat verandert dus niet. Wat een ironie! Europa moet ophouden met zich te overtillen. De grondwet was in het begin bedoeld als een liefdesverklaring aan Europa, maar eindigde in een loyaliteitsverklaring aan een natiestaat. Wij hadden tien jaar kunnen winnen, als wij het tot die spelregels hadden weten te beperken. Mevrouw Merkel verdient volgens ons een groot compliment. Bij de eerste Top trok zij ruimhartig de knip om de Polen te bewegen tot een akkoord over de meerjarenbegroting, terwijl de Duitse economie nog amper aan het herstellen was. Nu accepteert zij dat de Polen tien jaar even invloedrijk blijven met de helft van de bevolking. Zij wordt terecht als een groot staatsvrouw getypeerd. Europa met 27 betekent ook dat je af en toe wat moet opgeven om iedereen verder te brengen. "Free riden" mag wat ons betreft niet worden beloond.
De VVD-fractie is zeer tevreden dat de handreiking is opgenomen die wij vorige week zelf hebben gedaan inzake de oranje kaart en de Kopenhagencriteria. Bij beide lijkt het compromis, zoals de VVD-fractie dat ook heeft voorgesteld, in grote lijnen in het verdrag te zijn opgenomen. Kan de regering bevestigen dat de Raad als ultieme beroepsinstantie gaat functioneren, met een effectieve meerderheid van 55%, voor de helft van alle nationale parlementen die een voorstel uit Brussel verwerpen, en dat juist door verwijzing naar de bestaande Raadsconclusies over Kopenhagen, in plaats van de criteria zelf te noemen, niet alleen het politieke karakter van het oordeel is bewaard, maar ook het absorptie- of het integratiecriterium nu onderdeel is geworden?
Ik kom op het opgeven van het vetorecht op het terrein van Justitie en Binnenlandse Zaken. Waar wij twijfel uitten over migratie en strafrecht, lijken er extra waarborgen te zijn gekomen. Zien wij het juist dat de toegang van migranten tot ons socialezekerheidsstelsel is geborgd door een extra rem? Is ook de bestaande noodrem verzwaard op het gebied van zaken die nu onder meerderheidsbesluitvorming gaan vallen en die ons stelsel van rechtspleging fundamenteel raken? Klopt het dat er op het punt van het familierecht zelfs een expliciet vetorecht wordt gegeven aan de nationale parlementen? Zijn de gebieden waar de Unie bevoegd is en waar landen hun zeggenschap behouden, inderdaad duidelijker afgebakend, zoals de VVD-fractie wenste? Zo ja, op welke terreinen is dat het geval?
Aan de voorwaarden die wij in maart stelden om te voldoen aan het Nederlandse "nee", is in hoge mate voldaan. Er is een wijzigingsverdrag, de grondwettelijke pretenties zijn gesneuveld, er is duidelijke verbetering op het gebied van de uitbreiding en er is op vele terreinen een veel grotere rol voor nationale parlementen. En dat is misschien wel de grootste verandering en verbetering die mijn fractie ziet. Voor het eerst in 50 jaar is de federale lijn verlaten en krijgen nationale parlementen een plek in de Europese besluitvorming. Aan ons -- ik richt mij nu tot de voorzitter -- de eervolle opdracht om daar nu ook werk van te maken. Tussen zwarte maandag in 1991 en midzomernacht 2007 gaat een zee van tijd en een gat van donker naar licht, maar het einde van de tunnel is in zicht. De VVD-fractie vraagt de regering, haar laatste zorgen effectief weg te nemen, opdat wij in oktober kunnen vaststellen dat wij weer kunnen kiezen voor een Europa dat werkt in het Nederlandse belang.
De heer Van Bommel (SP):
Ik begrijp heel goed dat u grote moeite heeft met het schrappen van dat derde artikel over vrije en onvervalste concurrentie. Het is mogelijk toch wel een verandering, alhoewel de regering zegt dat het toch niet veel uitmaakt. Voormalig bewindspersoon Gijs de Vries heeft gezegd dat de Nederlandse regering misleidend is wanneer die aangeeft dat dit verdrag eigenlijk helemaal niet zo'n grote wijziging inhoudt. Deelt u die opvatting?
Belangrijker is te vernemen of u, refererend aan uw eerdere steun voor een referendum over zo'n ingrijpend verdrag, die steun handhaaft waar u nu zegt dat er sprake is van een grote verandering in Europa.
De heer Ten Broeke (VVD):
Tussen alle uitspraken die ik heb verzameld over die belangrijke geschrapte passage heb ik die van de heer De Vries niet gelezen. Dus ik kan daar ook niet zomaar steun aan verlenen. Ik heb al wel duidelijk gemaakt dat ik zeer grote zorgen heb over wat de werkelijke implicaties zijn. Ik heb daarbij verwezen naar het staande mededingingsrecht. Ik kan daarbij tien andere uitspraken aanhalen, variërend van Mario Monti, de vorige mededingingscommissaris, tot verschillende toezichthouders in Europa die hebben gezegd dat juist het schrappen van de van die doelstellingen een fundamentele verslechtering zou kunnen betekenen. Het protocol komt daaraan een klein beetje tegemoet, maar wat mij betreft niet voldoende. Ik vind dus dat wij daar een dam moeten opwerpen. Ik wil dan ook absoluut van de Nederlandse regering horen wat haar inzichten daarbij zijn. Ik wil op dat punt gerustgesteld worden.
De heer Van Bommel (SP):
De heer De Vries heeft gezegd dat de Nederlandse regering de bevolking misleidt wanneer zij stelt dat het verdrag de Europese Unie versterkt. Deelt u die opvatting?
De heer Ten Broeke (VVD):
Als de passages waarover ik mij zo-even zo kwaad heb gemaakt zouden verdwijnen of als mijn zorgen daarover kunnen worden weggenomen, denk ik niet dat het verdrag als zodanig een verzwakking is. Integendeel. Ik denk dat het een verbetering is. Ik geef wel toe dat het op het punt van de stemmenweging geen verbetering is. De nieuwe stemmenweging die nu pas vanaf 2014 of zelfs vanaf 2017 ingevoerd wordt, zou de slagvaardigheid van Europa hebben vergroot en zou het aantal winnende coalities met acht maal hebben verhoogd. Daarbij zouden wij weer terugkomen op het niveau van de Unie van twaalf. Het ware veel beter geweest als wij die stemmenweging al hadden kunnen invoeren. Dat is echter niet gebeurd, hetgeen zeer te betreuren is. Maar op een groot aantal vlakken zijn er wel verbeteringen gerealiseerd, zoals de meerheidsbesluitvorming op het terrein van energie, waarnaar ik in vorige debatten al vaak heb verwezen.
De vorige keer hebben wij inderdaad een referendum mogelijk gemaakt, waarbij onze redenering toen volgde op het advies van de Raad van State. Als volksvertegenwoordigers hebben wij de taak om na te gaan of aan het nee in voldoende mate recht is gedaan. Ik heb eerder onze kernvoorwaarden hiervoor genoemd. Ik moet erkennen dat op heel veel terreinen aan dat nee tegemoet is gekomen. Er zijn een paar zaken waar wij nog wel grote zorgen over hebben. Waar wij sinds de vorige week weten dat twee woorden een groot verschil kunnen maken, vind ik het niet meer dan logisch dat wij eerst kijken naar hoe dat definitieve verdrag eruit komt te zien, waarbij wij maximale druk op de regering blijven uitoefenen opdat zij inhoudelijk blijft strijden voor de punten die ook wij van belang vinden. Zodra er een verdrag ligt, zullen wij beoordelen of een referendum noodzakelijk is.
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Voorzitter. Wat was het spannend afgelopen weekend. Vandaag blikken wij terug. Bij de fractie van de ChristenUnie overheerst een gevoel van opluchting en tevredenheid. Zij is opgelucht omdat de top tot een goed einde is gebracht, ondanks de grote meningsverschillen tussen de lidstaten. Zij is tevreden omdat de bewindslieden erin geslaagd zijn om de afspraken die vastgelegd zijn in het coalitieakkoord grotendeels binnen te halen. Felicitaties en complimenten aan de bewindslieden zijn dan ook op zijn plaats.
De fractie van de ChristenUnie was geen voorstander van het grondwettelijk verdrag. Deze stellingname werd gedeeld door een meerderheid van de bevolking die zich twee jaar geleden via een referendum uitsprak tegen het grondwettelijk verdrag. De regering wilde recht doen aan het nee van Nederland met de afspraken in het coalitieakkoord over de Europese samenwerking. De inzet was om tot een verdrag te komen zonder grondwettelijke pretenties, een betere afbakening van de bevoegdheden tussen de EU en de lidstaten, versterking van de rol van de nationale parlementen en een stevigere verankering van de toetredingscriteria. Op al die punten zijn resultaten geboekt. Daarmee wordt in belangrijke mate tegemoetgekomen aan de bezwaren die de fractie van de ChristenUnie had tegen het grondwettelijk verdrag. Dat verdrag is nu definitief van tafel. In plaats daarvan komt er een klassiek wijzigingsverdrag met aandacht voor het vereenvoudigen van de huidige verdragsstructuur. Er zijn zeker verbeteringen aangebracht op het punt van vereenvoudiging, maar het is er met de vele protocollen, voetnoten en clausules bepaald niet overzichtelijker door geworden.
Alles wat neigt naar een Europese superstaat wordt geschrapt: vlag en volkslied krijgen geen verdragsrechtelijke basis, verordeningen en richtlijnen worden niet vervangen door wetten en kaderwetten, er komt geen Europese president en evenmin een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Dit zijn niet slechts symbolische aanpassingen. Het gaat wel degelijk om een inhoudelijke koerswijziging. Het zegt iets over de aard van de Europese samenwerking. Staatssecretaris Timmermans heeft dat al opgemerkt en ik onderschrijf zijn mening van harte.
Het verdrag zal verduidelijken welke bevoegdheden wij aan Europa geven en hoe die worden begrensd. Dat is voor de fractie van de ChristenUnie cruciaal. De kern van haar kritiek is altijd geweest dat via het Europees parlement of het Europese Hof van Justitie sluipenderwijs steeds meer bevoegdheden naar Brussel weglekten. Dat wordt veel lastiger, nu heel duidelijk wordt vastgelegd wanneer de lidstaten bevoegd zijn en wanneer de EU dat is. Daarbij wordt het primaat bij de lidstaten gelegd: het uitgangspunt is nationaal, tenzij er duidelijk Europese belangen zijn. Dat is een wezenlijke verbetering ten opzichte van het grondwettelijk verdrag.
Het feit dat nationale parlementen op het terrein van familierecht in de toekomst zelfstandig de overgang van unanimiteit naar gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming kunnen tegenhouden, voorkomt ook het sluipenderwijs verliezen van bevoegdheden. Het democratisch gehalte van Europa wordt vergroot door een grotere rol voor het Europees parlement, transparantie bij besluitvorming en verheldering van de wetgevingsprocedure. Naast de reeds voorziene procedure met de gele kaart, tref ik die met een oranje kaart aan. Er is geen sprake van een rode kaart, maar het oranje bevat voldoende rood om een effectief middel te kunnen zijn bij de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel. Ook de procedure met de organje kaart maakt het mogelijk om bevoegdheden aan lidstaten terug te geven. Mijn tevredenheid met de oranje kaart wordt voor een groot deel verklaard door de duidelijkheid die het nieuwe EU-verdrag zal bieden over de specifieke rechten van de nationale parlementen. Het aantal terreinen waarop gekwalificeerde besluitvorming mogelijk is, wordt uitgebreid. Dat heeft de volle instemming van mijn fractie, voor zover het terreinen betreft met een grensoverschrijdend karakter. Ik doel onder andere op het asiel- en migratiebeleid en het energie- en klimaatbeleid. Stemming met gekwalificeerde meerderheid is cruciaal om op die terreinen tot voortvarende besluiten te komen. Een vetorecht zou op die terreinen funest zijn. Een heldere verdeling van bevoegdheden is daarbij echter wel een belangrijke voorwaarde.
Ten aanzien van justitiële en politiële samenwerking, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme, is de ChristenUnie-fractie altijd van mening geweest dat afschaffing van het vetorecht niet nodig is. Er kan worden volstaan met verbetering van de intergouvernementele samenwerking.
Een punt waar wij ook minder gelukkig mee zijn, is de mogelijkheid van versterkte samenwerking tussen groepjes lidstaten. Wij zijn geen voorstander van een EU met kopgroepen en minder harde lopers. Er wordt weliswaar in het wijzigingsverdrag opgenomen dat de flexibiliteitsclausule niet tot sluitende amendering van de verdragen mag leiden. Hoe kan in de praktijk echter worden voorkomen dat er geen druk op andere lidstaten wordt uitgeoefend om hierin mee te gaan zonder een verdragsbasis?
Mijn fractie is blij dat het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid van de toepassing van de flexibiliteitsclausule uitgezonderd wordt en dat het vetorecht op dat terrein gehandhaafd blijft.
De fractie van de ChristenUnie is minder blij met het verwijzingsartikel naar het handvest, dat een juridisch bindende werking kent. Deze oplossing had niet de voorkeur van mijn fractie. Die kan ermee leven omdat in de voetnoten wordt geregeld dat het handvest niet tot nieuwe bevoegdheden zal leiden en het slechts betrekking heeft op de verhouding tussen Unie en burgers. De lidstaten blijven daarmee eerstverantwoordelijk voor het waarborgen van de grondrechten.
Ik spreek mijn volle instemming uit met het verankeren van toetredingscriteria in het verdrag.
Er zijn belangrijke resultaten binnengehaald. De punten die de ChristenUnie indertijd tot een nee tegen het grondwettelijk verdrag deden besluiten, zijn geschrapt of fundamenteel omgebogen in de door ons gewenste richting. Het zijn bevredigende resultaten op een groot aantal voorstellen zoals wij die in ons verkiezingsprogramma hebben gedaan. Het zijn resultaten op punten die wij terugzagen in de inzet van het kabinet. Kortom, er is een verdragswijziging in de steigers gezet waarin de contouren zichtbaar zijn geworden van een beperkter, minder ambitieus Europa dat zich meer richt op haar kerntaken. Daarin is geen sprake van een voortdurende uitbouw van Europese instellingen en een concentratie van macht en bevoegdheden in Brussel. Wij kijken uit naar de uiteindelijke verdragstekst.
De heer Van Bommel (SP):
Ik sta hier met gebroken klompen. Mevrouw Wiegman zegt dat de redenen voor de ChristenUnie om tegen het grondwettelijk verdrag te zijn, verdwenen zijn of omgebogen zijn in een door de ChristenUnie gewenste richting.
De ChristenUnie was er zeer op tegen dat de vetorechten werden weggeven. Het staat nog steeds op de website van de partij. De tekst luidt: Per saldo krijgen de grote landen meer invloed. Vanouds hebben christenen moeite met de concentratie van veel macht op een punt. Mevrouw Wiegman verdedigt vandaag echter het weggeven van vetorechten. Volgens haar zou het vetorecht zelfs funest zijn. Ik noem ook nog de Europese president, de voorzitter, en de Europese minister van Buitenlandse Zaken, nu hoge vertegenwoordiger. Dat zijn toch cosmetische veranderingen? Ik noem ook een ander groot bezwaar van de ChristenUnie, namelijk het ontbreken van een verwijzing naar de joods-christelijke traditie van Europa. Dat waren belangrijke bezwaren van de ChristenUnie om tegen het grondwettelijk verdrag te zijn. Die bezwaren zijn met dit verdrag niet weggenomen. Hoe kan mevrouw Wiegman dan staan juichen over dit verdrag en beweren dat haar bezwaren zijn weggenomen?
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Ik sta hier te juichen over afspraken die tijdens de Europese Top zijn gemaakt. Ik heb in mijn betoog helder weergegeven wat onze pijnpunten waren en waarom wij blij zijn met de gemaakte afspraken. Ik ben bereid om op bepaalde terreinen vetorechten in te leveren. Dat heeft te maken met de versterking van de rol van de nationale lidstaten en de nationale parlementen. Dat heeft te maken met de duidelijke afbakening tussen wat Europa en wat de nationale lidstaten doen. Als dat helder is, ben ik bereid om op die terreinen vetorechten in te leveren. Ik krijg daar een heel transparant, democratisch en slagvaardig Europa voor terug. Daar ga ik voor.
Mijn grote vraag was waar dit kabinet mee terug zou komen. Als het enkel cosmetische ingrepen zijn, zou ik daar ontzettend veel moeite mee hebben. Ik heb vorige week gezegd dat er werkelijk iets moest veranderen aan de inhoud. Ik constateer na lezing van de brief dat er werkelijk wat gebeurt. Een ander punt is God in de grondwet. Ik ga ervan uit dat er dit keer bij het verdrag geen ronkende preambule komt waarin uitvoerig in wordt gegaan op de wortels van Europa en waarbij heel bewust het christendom niet wordt genoemd. Ik hoor dat graag bevestigd door het kabinet. Dit zijn voor ons wezenlijke punten. Die zijn in onze richting omgebogen.
De heer Van Bommel (SP):
Ik blijf met lege handen staan. U was onverkort tegen het inleveren van de vetorechten. Kijkt u nog maar eens op de website van uw partij. Nu accepteert u het en juicht u het zelfs toe. De franje in de vorm van de voorzitter en de minister van buitenlandse zaken blijft bestaan. Overigens komt er wel een preambule en wordt er wel verwezen naar de religieuze geschiedenis van Europa, maar de joods-christelijke traditie wordt daarin niet genoemd. Voor mij is dat geen bezwaar maar voor uw partij was het destijds bijna een halszaak. Nu laat u het allemaal gaan. Ik stel vast dat u de grondwet accepteert in ruil voor het regeringspluche.
Mevrouw Wiegman-van Meppelen Scheppink (ChristenUnie):
Het heeft weinig zin om in herhaling te vallen. Ik ben heel helder geweest. Ik heb de drie verschillende punten uiteengezet. Ik wil nog één punt heel nadrukkelijk noemen. U zegt dat mijn partij zomaar de vetorechten opgeeft, maar ik heb in mijn betoog behoorlijk uitgebreid aangegeven dat het de ChristenUnie ging om de combinatie van symboliek en verdragsteksten die wees op de ontwikkeling naar een Europa van federale staten. De rem op de afbakening van bevoegdheden en beleidsterreinen was daarbij onduidelijk. Het opheffen van het vetorecht ging mijn partij in dat verband veel te ver. Een Europa dat inhoudelijk en geografisch geen grenzen meer kent, zonder vetorechten voor afzonderlijke lidstaten, ging echt veel te ver. Ik constateer op basis van het verslag van de Europese top dat de inhoud werkelijk is veranderd. Ik hoor graag een bevestiging van de punten die ik zojuist genoemd heb.
De heer Pechtold (D66):
Voorzitter, ik zie u niet als symboliek en cosmetisch zit het met u ook wel goed. Er wordt steeds maar gesproken over de symboliek van een vaste voorzitter.
Voorzitter. Vorige week bekritiseerde ik het gebrek aan hervormingsgezindheid van dit kabinet. De premier wilde toen niets van hervormingen weten. Een week later komt hij trots terug uit Brussel met een waar hervormingsverdrag. Niets is zo veranderlijk als de mens. Felicitaties gaan mij wat te ver; daarvoor zijn mijn ambities met Europa te groot. Ik moet echter wel zeggen dat het glas halfvol is. Het democratische gehalte en de slagvaardigheid van Europa zijn iets verbeterd. Het motorblok blijft grotendeels overeind. Het hervormingsverdrag is evenwel een bescheiden stap in vergelijking met het grondwettelijk verdrag, met wat minder tromgeroffel. Het bord spaghetti van verdragen blijft helaas bestaan zodat Europa weer wat schimmiger wordt. Het is een goede stap in de goede richting. Ik stel vast dat de premier en ik een heel eind dezelfde richting op willen met Europa. Het streven naar een "ever closer union", dat eerst sneuvelde als doelstelling, hebben wij teruggekregen.
De minister-president zegt te hebben geluisterd naar de zorgen van de mensen. Als zijn analyse is dat het voor velen te snel en te groot was, dan kan ik daar een eind in meegaan. Ik daag de premier echter ook uit om iemand te worden die wervend spreekt over Europa. Iemand naar wie de mensen luisteren. De Europese Unie is voor D66 een ideaal aan de horizon waar concrete stappen naartoe moeten worden gezet. Europa is de beste manier om een hele reeks van concrete problemen aan te pakken en kansen te benutten: een sterkere economie, een schoner milieu, vrede en stabiliteit in Afrika en in het Midden-Oosten. Ik zal daarom niet te lang blijven stilstaan bij de voornamelijk cosmetische wijzigingen met alle gevolgen van dien. Ik stel wel een paar vragen. Weet Henry Kissinger nu wie hij moet bellen? Ik doel nu natuurlijk op de naamswijziging van de minister van Buitenlandse Zaken.
De regering verzekert ons dat de juridische status van een verwijzing in het handvest van de grondrechten materieel gelijk is aan een verwijzing in de oude versie. Wil de regering dat bevestigen? Wat behelst dat venijnige voetnootje waardoor de werkingssfeer van het handvest ingeperkt wordt? Kan de minister-president wat uitgebreider ingaan op de voor- en nadelen hiervan? Is hiermee een drukmiddel verloren gegaan tegen landen als Polen als weer een mensenrechtendemonstratie wordt verboden? Ik doel op het voetnootje over zaken als openbare zeden, familierechten en bescherming van menselijke waardigheden.
Wat zijn precies de consequenties van de opt out van het Verenigd Koninkrijk voor de democratische besluitvorming en de uitvoering van de Europese besluiten?
Het Verenigd Koninkrijk heeft de afgelopen jaren veel invloed gehad op het antiterrorismebeleid. Wat betekent het als dit land zich aan de gevolgen of uitvoering kan onttrekken? Kan de staatssecretaris reageren op het oordeel van professor Ziller van het Europees Universiteitsinstituut in Florence dat een uitzonderingspositie voor één land nonsens is en bij het Hof waarschijnlijk zal worden aangevochten?Er is een protocol opgenomen over de diensten van algemeen belang. Dit mag voor mijn fractie geen aanleiding zijn voor hernieuwd protectionisme. Het onderscheid tussen economisch en niet-economisch is altijd een strijdpunt geweest. Hoe zal nu verder worden bepaald wanneer woningcorporaties nu precies als niet-economische dienst van algemeen belang worden gezien en wanneer zij vallen in de categorie economisch? Betekent dit concreet dat de hervorming van de woningmarkt in Nederland verder van huis is? Wat zijn de juridische consequenties van het schrappen van de doelstelling om vrije concurrentie te bevorderen? Een van de doelen van D66 met verdere Europese integratie is het realiseren van 30 tot 60% extra economische groei. Is dit doel door de verminderde nadruk op vrije en eerlijke concurrentie verder verwijderd geraakt?
De rol van de nationale parlementen wordt iets versterkt. De gele kaart wordt een tintje donkerder en de hoop is uitgesproken dat dit zal leiden tot meer samenwerking tussen de nationale parlementen van Europa. Ik deel die hoop. Het is goed dat ook het Europees Parlement bij deze procedure wordt betrokken, maar ik blijf erop aandringen dat de Staten-Generaal de bevoegdheden die zij reeds heeft ook beter moet benutten. Het is spijtig dat mijn voorstel om een rapporteur in te stellen op een belangrijk Europees dossier niet door onze Kamer is overgenomen. De Europese vlag is geschrapt omdat de bevolking dit wil, zo zei de premier. Een ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking, 80%, vindt echter dat deze vlag iets goeds symboliseert. Een prominente plek in de publieke ruimte is naar de mening van mijn fractie dan ook op zijn plaats. Ik overweeg om hierover een motie in te dienen, maar zou hier graag eerst een serieuze reactie van het kabinet op hebben.
Ik heb een korte vraag over de effecten van het hervormingsverdrag voor de Nederlandse Antillen en Aruba. Is daar het afgelopen weekeinde nog iets over gezegd? Is er al zicht op of de Goedkeuringswet ook een Rijkswet wordt?
De voorzitter:
Minister Balkenende, ik zie dat u een feitelijke opmerking wilt maken.
Minister Balkenende:
Een feitelijke correctie, voorzitter, omdat de vlag nu weer naar voren komt. Ik heb in het Algemeen Dagblad gelezen dat de premier ervoor zou zorgen dat vrijdag de vlag zou worden geschrapt. Ik ben voor de vlag van Europa, ik ben voor het volkslied, alleen niet voor het opnemen daarvan in een verdrag. Wij hebben niet te maken met een grondwettelijk verdrag, maar met een wijzigingsverdrag. Wij willen geen constitutionele elementen. Als de heer Pechtold nu zegt dat de premier de vlag wilde schrappen, zeg ik dat dit complete onzin is.
De voorzitter:
Ik snap dat u dit nu wil zeggen, maar u had het ook in uw eigen termijn kunnen doen.
Minister Balkenende:
Ja, maar het is wel een opluchting.
De heer Pechtold (D66):
Ik zie de opluchting. En weet u, mijnheer de minister-president, die opluchting is er ook bij mij. U wilde de vlag schrappen uit het verdrag. Mijn fractie ziet echter graag Nederlands beleid bij de in 1955 vastgestelde en in 1985 door uw voorgangers officieel gemaakte vlag. U hebt net ingegrepen bij Veteranendag door te zeggen dat de Nederlandse driekleur wordt gehesen op Veteranendag. Dat was een prachtig besluit van u. Nu vraag ik u om dadelijk serieus in te gaan op de vlag, want anders overweeg ik het indienen van een motie. Ik zie dat u het speldje met de vlag al bij u hebt. Ik hoef de speldjes dus niet eens uit te delen! Doet u hem ook op? Ik ga speldjes halen zodat wij er in tweede termijn allemaal eentje op hebben. Ik heb er namelijk bakken vol van.
De voorzitter:
Mijnheer Pechtold, u moet niet gaan uitlokken. Het moet wel serieus blijven.
De heer Pechtold (D66):
Voorzitter, ik zal via u praten.
Hoe nu verder? De intergouvernementele conferentie zal dit lastig leesbare mandaat proberen uit te werken in een hervormingsverdrag. Ik neem aan dat de roep om meer transparantie in Europa daarbij niet aan dovemansoren zal zijn gericht. Met het hervormingsverdrag wordt een stapje naar voren gedaan. Ik hoor graag van de premier waar wij naartoe lopen. Wat zijn de volgende stappen? Hoe zorgen wij ervoor dat wij de volgende keer niet weer worden overvallen? Met het grote arsenaal aan voetnoten, protocollen en declaraties dreigt een Europa van verschillende snelheden te ontstaan. In welke versnelling wil de premier Nederland zetten?
De D66-fractie is van mening dat er een referendum nodig zal zijn gezien de inhoud die het nieuwe verdrag lijkt te krijgen, zowel politiek als juridisch. Binnenkort zal het wetsvoorstel dat D66 samen met PvdA en GroenLinks heeft ingediend om een raadgevend referendum mogelijk te maken, klaar zijn voor plenaire behandeling. Het initiatief tot het houden van een referendum komt dan te liggen waar het hoort: niet bij ons, maar bij de bevolking. PvdA-fractievoorzitter Tichelaar zei: het resultaat is zó goed, ik durf een referendum wel aan. Ik roep de minister-president, die zo trots is op de uitkomst, op om deze strijdlust ook te tonen. Ik zal dan naast dit kabinet campagne voeren vóór het hervormingsverdrag.
De heer Ten Broeke (VVD):
Wij zaten allemaal te wachten op de spannende laatste woorden van de heer Pechtold en die verbazen mij toch een beetje. Ik herinner mij ons eerste debat in maart. Toen verbaasde ik mij over het feit dat de heer Pechtold eigenlijk zei dat hij het grondwettelijk verdrag nog niet genoeg vond. Ik denk aan al die prachtige symbolen die de heer Pechtold in het verdrag wilde en waarmee wij niet zo veel problemen hadden als die eruit zouden gaan. De heer Pechtold hulde zich in een vlag en neuriede Beethoven. Wij begonnen allebei dat speldje te dragen, maar de heer Pechtold om aan te tonen dat het in het verdrag moest en ik om aan te tonen dat je het ook zonder een verdrag op je hart kunt dragen. Vandaag verbaast de heer Pechtold mij door te zeggen dat hij toch vóór dit verdrag zal pleiten, ondanks dat al het mooie nu geschrapt is en ondanks dat de meer fundamentele positie is dat het federalisme is verlaten. Ik had verwacht dat de heer Pechtold bij de heer Van Bommel in het nee-bootje zou stappen. Wat is daarop het antwoord van de heer Pechtold?
De heer Pechtold (D66):
Wat een onzin! Wij hebben van speldje geruild. Ik had eerst een rechthoekig vlaggetje en de heer Ten Broeke had eerst een rond vlaggetje. Misschien is dat ook wel beter, want de VVD draait er omheen en ik sta er bijna vierkant achter. Maar nu serieus. Twee jaar geleden heeft D66 én gezegd dat dit aan de bevolking moet worden voorgelegd én dat wij ervoor zijn. Wij stellen nu vast dat er de afgelopen twee jaar -- laten wij eerlijk zijn: de afgelopen maanden -- veel gewerkt is aan het draagvlak voor Europa. Ik geef deze premier na dat hij het klimaat met premier Blair op de agenda heeft gezet, waardoor Europa ook meer wordt dan symboliek, diplomatie en alleen ambtenaren. Als wij daarin nu verder gaan, dan zie ik dit hervormingsverdrag als "het glas is half vol". Dat was ook mijn eerste reactie afgelopen weekeinde. Wat mij betreft had het verder gemogen -- meer democratie, nog minder veto's -- maar ik wil graag door. De heer Van Bommel schiet weer gelijk in de stand van "nee" en "tegen" en daar zal hij ook wel niet meer uitkomen. Maar ik wil door.
De heer Ten Broeke (VVD):
De heer Pechtold weet veel van referenda en pleit hier ook altijd voor referenda. Overigens is dat beeld volgens mij lokaal wel eens anders geweest. Kan hij mij uitleggen hoe je zo'n wijzigingsverdrag, dat eigenlijk een schriftje met aantekeningen en voetnoten, maar zonder kaftje is geworden, technisch gaat voorleggen? Doe je dat met twee verdragen waarin je arceert wat er is veranderd?
De heer Pechtold (D66):
De vorige keer vond de VVD het geen probleem om 458 pagina's aan de bevolking voor te leggen en daarover een oordeel te vragen. Het is dan een voordeel dat het nu om minder pagina's gaat. Bovendien praten wij er veel over. Hopelijk tonen meer partijen, ook inhoudelijk, hun ambitie ten aanzien van Europa, zoals ik vandaag heb gedaan. Ik heb niet alleen teruggekeken naar wat er wel en niet is bereikt, maar ik heb gezegd waar ik naartoe wil. Dat gaan wij doen. Ik denk dat ik in een paar zinnen aan iedereen die mij vraagt om een stemadvies kan uitleggen waarom wij hiervoor moeten stemmen. Het betekent welvaart, vrede en aanpak van de grote thema's die wij niet meer alleen achter deze grenzen aankunnen, zoals energie, klimaat en migratie. Buitenlands beleid mag nog wat meer, maar de heer Kissinger kan vanaf vandaag in ieder geval bellen.
De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. De SGP-fractie heeft met gemengde gevoelens kennis genomen van de resultaten van de afgelopen Europese Raad over het nieuwe EU-verdrag. Ten opzichte van de afgewezen grondwet zijn er ontegenzeggelijk een aantal verbeteringen te noemen, die wij natuurlijk zeer waarderen.
Het referentiekader is echter voor ons echter niet die verfoeide grondwet, maar de huidige constellatie zoals vooral gegrond op de verdragen van Amsterdam en Nice. In dat licht en tegen die achtergrond zullen wij uiteindelijk ook het bereikte resultaat beoordelen. Wij zijn niet onverdeeld positief.
Ik wil uitdrukkelijk noemen waar wij tevreden over zijn. De grondwettelijke pretenties zijn voor een belangrijk deel weggepoetst. Ook de titel "minister van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie" is verwijderd uit het verdrag. Dat geldt tevens voor verwijzingen naar een vlag of een volkslied. Zoveel "Freude" was er ook niet te ontdekken tussen de "Brüder" van de Europese Raad zo af en toe.
Wij zijn positief over de grotere rol van de nationale parlementen, onder meer bij de subsidiariteitstoets en de gelekaartprocedure alsmede de zwaardere variant hierop, de beoogde omnibusbepaling. Op een aantal onderdelen wordt de relatie tussen de bevoegdheden van de lidstaten en de EU verduidelijkt. Zo is nu vastgelegd dat de EU zich niet mag bemoeien met onder andere nationale voorzieningen voor pensioenen, gezondheidszorg en volkshuisvesting. Dat zijn zaken die wij positief duiden.
Nu kom ik bij de andere kant. Het verdrag versterkt de tendens om een vaste voorzitter van de Europese Raad te kiezen, al zou dat formeel een soort technisch voorzitter moeten worden. De praktijk zal zijn dat als er een persoon met een stevig kaliber zit, deze een stevig stempel op het EU-beleid en de presentatie naar buiten kan zetten. Denk maar eens in dat iemand als Blair zou worden gekozen. Dan zijn wij niet ver meer verwijderd van presidentiële allures. Dat willen wij nadrukkelijk niet. Rest nog de vraag hoe een dergelijke voorzitter moet worden gekozen. De vraag is of dit niet leidt tot een voortdurende politieke strijd met alle onverkwikkelijke koehandel die daarbij hoort.
Er komt geen Europese minister van Buitenlandse Zaken, maar wel een Hoge Vertegenwoordiger die het volledige takenpakket van deze gewezen minister krijgt, inclusief die een dubbele hoed, en het gezicht van Europa op het wereldtoneel moet worden. De Hoge Vertegenwoordiger krijgt ook een eigen diplomatieke dienst. Er is dus formeel geen sprake van een minister, maar materieel komt het er wel dicht in de buurt.
De catalogus grondrechten komt als zodanig niet terug in het verdrag. Er wordt echter wel een verwijzingsartikel naar het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie opgenomen zodat de facto, of beter gezegd de jure, dezelfde situatie ontstaat. Wij hebben al eerder gezegd dat grondrechten van burgers allereerst worden beschermd door de nationale grondwetten van de lidstaten. Het opnemen van grondrechten, direct of indirect, past bij een grondwet en niet bij een verdrag. De minister van Buitenlandse Zaken heeft indertijd in deze Kamer ook duidelijk gezegd dat een wezenlijk onderdeel van een grondwettelijk verdrag is dat er ook juridisch bindende grondrechten zijn. Wij vinden dit een duidelijk minpunt.
Het is een protocollen- en voetnotenverdrag, zo mopperde de Belgische minister Karel de Gucht. Nu hebben de Belgen natuurlijk hun eigen agenda, maar een beetje gelijk heeft hij wel. Het is een verdrag met uitzonderingsbepalingen, voorbehouden en overgangsregelingen. Ik noem slechts het recht dat lidstaten krijgen om af te zien van deelname aan samenwerking op het gebied van politie en justitie. Over het totaal genomen, kan men zich afvragen wat er van de beoogde vereenvoudiging daadwerkelijk terecht is gekomen. Is dat niet tegengevallen, volgens de regering?
Nationale parlementen krijgen op onderdelen meer invloed. Daar staat tegenover dat op een fors aantal terreinen het vetorecht verdwijnt. Grosso modo blijft op termijn alleen ten aanzien van buitenlandse beleid, defensiebeleid en Europese begrotingen het vetorecht in stand. Dat betekent een forse uitholling van het vetorecht en daarmee van de invloed van de lidstaten.
Wordt er afgezien van een preambule? Dat zou wat ons betreft prima zijn, want dit verdrag wordt gepresenteerd als een klassiek wijzigingsverdrag. Als er wel een preambule zou komen, houden wij eraan vast dat daarin de joods-christelijke traditie niet zou moeten worden verdonkeremaand.
De juridische details en de exacte formulering van de verdragsartikelen zullen de komende maanden worden uitgewerkt in een IGC. De plussen en minnen zullen dus nog verder uitkristalliseren. De SGP-fractie wil op dit moment haar eindconclusies nog niet trekken en dat hoeft ook niet. Ik heb wel gezegd op welke punten bij mijn fractie nog de nodige scepsis bestaat. De vraag is welke ruimte en marges de regering ziet in de komende tijd voor wijzigingen ten aanzien van de nu bereikte resultaten. Gaat het alleen om het verder invullen van details of is de verwachting dat er in de uitwerking van een en ander nog belangrijke politieke beslispunten zullen voorliggen?
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Voorzitter. De fractie van GroenLinks is blij dat de Europese Raad eruit is gekomen, dat er een resultaat ligt en dat wij nu door kunnen met Europa.
Andere regeringen van Europa zijn nu klaar voor een vernieuwd hervormingsverdrag, een verdrag dat nu waarschijnlijk beter past bij de huidige Europese gemene deler. Dat verdrag zal ook duidelijk sporen dragen van de Nederlandse diplomatie. Dit laatste zorgt hopelijk voor een breed draagvlak bij de Nederlandse bevolking voor dat nieuwe verdrag.
Onze maatstaf voor de beoordeling van het ICG-mandaat, het hervormingsverdrag, is niet of dat tot een ideaal verdrag gaat leiden. Maatstaf is evenmin of wij hiermee alle problemen van morgen al te lijf kunnen gaan. Onze norm is of het hervormingsverdrag een stap vooruit is naar een Europees antwoord op de vraagstukken van de 21ste eeuw. Als uitdagingen daarbij zien wij bestuurbaarheid, rechtstatelijkheid, buitenlandbeleid en klimaat. Daarop beoordelen wij dus het mandaat.
Ik kom te spreken over de bestuurbaarheid en de institutionalia. Er zijn wat dat betreft stappen vooruit gezet: de commissie wordt compacter, het voorzitterschap van de Europese Raad krijgt meer institutionele continuïteit en op een aantal terreinen zal er geen vetorecht meer zijn. Dat is een voordeel, als je met z'n 27-en tegelijk beslist. Wij zijn er dus tevreden over dat er nu zonder vetorecht doorgepakt kan worden op bijvoorbeeld het terrein van asiel en migratie of grensoverschrijdende criminaliteit. Is dat overigens wel zo? Is dat vetorecht opgegeven of geldt er nog een de facto veto vanwege de versterkte noodremprocedure? Mijn vraag is dus eigenlijk hoeveel veto's er in het echt zijn opgegeven in de geest van de gewenste heldere afbakening van bevoegdheden. Kan het kabinet ons daarvan een lijstje geven? Het zal een gepuzzel zijn, dus het kan misschien ook later verstrekt worden.
Nog een voordeel is dat Europa een paar stappen vooruit heeft gezet op het gebied van democratische rechtstatelijke waarborgen. Het parlement ontwikkelt zich namelijk tot medewetgever op gelijke voet met de raad, nu ook op terreinen zoals landbouw, visserij, handel, migratie en misdaadbestrijding. Ik zie het toch goed dat het een kwestie is van borduren en zoeken? Kan het kabinet dit bevestigen? In dat geval zou dit een stap vooruit betekenen.
En dan? Mijn fractie streeft naar een Europese Unie als ambitieuze, progressieve waardengemeenschap waarin rechten van burgers maximaal gewaarborgd zijn. Daar hebben wij ons voor ingezet. Daarom zijn wij tevreden met de juridische bindendheid van het handvest in het nieuwe verdrag. Dat verstevigt ook de klassieke grondrechten ten opzichte van ongebreideld handelen van de EU-instellingen. Het helpt mensen die een socialer Europa willen. Daarom hechten ook vakbonden veel waarde aan dit handvest.
Dit is goed te begrijpen, als je luistert naar wat tegenstanders van het handvest zeggen. De Britse werkgeversvoorman noemde het handvest onacceptabel, omdat het een onacceptabel risico voor de flexibiliteit van de Britse arbeidsmarkt zou betekenen. Oeh, het zou de positie van werknemers kunnen versterken! Met zulke vijanden van het handvest heb je geen voorstanders meer nodig. De Britten hebben ook gekozen voor een opt out. Dat vinden wij zorgelijk. De EU laat door die opt out namelijk niet meer eensgezind aan de buitenwereld zien voor welke waarden zij staat. Dat tast de geloofwaardigheid van de unie aan, juist ook daar de unie zich in derde landen inzet voor hoogwaardig respect van de mensenrechten. Ziet het kabinet dit ook zo?
Waarom vinden wij het ook zorgelijk dat nog twee landen zich hebben aangemeld voor die opt out? Wie zijn die landen? Klopt het wat de Irish Times daarover zegt? Ik doel op Ierland en Polen. Er wordt toch niet op Nederland gedoeld? Gaat de regering er zich voor inzetten dat er niet meer van zulke opt outs komen? Hoe zit het met de Poolse unilaterale verklaring? Is deze uitzondering voor de openbare zeden van Polen een tinky-winky-verklaring, waardoor Poolse homo's en lesbo's zich zorgen moeten gaan maken?
Er is veel geschreven over de praktische consequentie van het schrappen van de vrije en onvervalste mededinging als doelstelling van de Europese Unie. Het effect daarvan zal in de praktijk moeten blijken, maar net zoals het schrappen van het woord "grondwet" voor de regering een belangrijke symbolische waarde heeft, is ook het schrappen van de concurrentiedoelstelling een belangrijk symbool voor de veranderde Unie. Dat vinden wij ook. Zoals de Franse president Sarkozy zei, stond concurrentie in de oude Unie symbool voor de ideologie van markt en mens: "Une approche idéologique qui fait de la concurrence un fin en soi".
Duurzame ontwikkeling op basis van een evenwichtige economische groei is nog altijd de officiële beleidsdoelstelling van de Europese Unie. Vrije, niet onvervalste concurrentie is dat niet meer. Aldus Wolfgang Münschau eergisteren in NRC/Handelsblad. Hij noemt dat waanzin. Wij vinden het een goede stap. Mededinging is geen zaligmakend doel. Het is een van de instrumenten ten dienste van een duurzame economie.
Wij zijn daarom ook tevreden over wat is opgenomen ten aanzien van de versterking van de diensten van algemeen economisch belang. Daarover heb ik wel nog een vraag. Wat betekent het in concreto voor de woningbouwcorporaties in Nederland, waarom het onder andere te doen was?
Op het gebied van de buitenlandse politieke moeten wij ons de vraag stellen van wie wij in de 21e eeuw de fatsoenlijke buitenlandse politiek mogen verwachten. Wie vraagt aandacht voor de mensenrechten? China? Wie blijft hameren op zaken zoals persvrijheid? Rusland? Wie stelt zich op als onpartijdige bemiddelaar tussen Israël en de Palestijnen? De Verenigde Staten? Wij weten allemaal dat in de 21e eeuw de oude Europese wereldmachten te klein zijn om echt gewicht in de schaal te leggen. Dat geldt des te meer voor Nederland. Tegelijkertijd kan iedere lidstaat met een eigenzinnig zelfstandig buitenlandbeleid wel veel verwarring scheppen over wat Europa wil. Europa heeft dat de laatste tijd helaas vaak laten gebeuren. Het tegenstrijdig handelen van de lidstaten ten tijde van de oorlog in het voormalige Joegoslavië was treurig. De Europese verdeeldheid in de aanloop naar de oorlog in Irak betekende dat onvoldoende tegenwicht kon worden geboden aan president Bush.
In de verdeeldheid van het verleden ziet mijn fractie geen reden om het hoofd in de schoot te leggen. Integendeel. Die verdeeldheid laat de noodzaak van het versterken van de samenwerking op het gebied van de buitenlandse politiek zien. Het is daarom een goede zaak dat de Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en de Eurocommissaris voor Externe Betrekkingen in één persoon samenkomen. Het is misschien wel de belangrijkste zaak van alles wat er in het mandaat is afgesproken. De Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid zal hopelijk de eenheid en effectiviteit van het Europees buitenlands beleid ten goede komen en de lidstaten in het gareel houden om zo voor een herkenbare Europese rol in de wereld te zorgen.
Ondanks de verbeteringen en goede stappen leven bij mijn fractie nog wel wensen voor het vervolgtraject. Allereerst geldt dat ten aanzien van het klimaat. Europa heeft daarover goede woorden gesproken. Nu is het tijd voor daden. Juist het hervormingsverdrag had daaraan een belangrijke institutionele basis kunnen geven. Deze is echter mager gebleven. Ik som even op wat wel is gedaan. Milieubescherming is opgenomen als doelstelling, als sociaal grondrecht en als toetssteen voor al het Europese beleid. Er is een energieartikel geïntroduceerd waarin wij beloven ons in te zetten voor energiebesparing en duurzame energie. Dat stond al in de oude grondwet. Wij behouden dat. Hieraan is een voornemen om in een geest van solidariteit te handelen als de energiezekerheid van sommige landen in gevaar komt en een verduidelijking dat klimaat nu ook onder het milieuartikel valt, nieuw toegevoegd. Dat is allemaal prima, maar het levert weinig op. Het zijn allemaal vrijblijvende bepalingen. Veto's waren voor interne milieuzaken in de bestaande verdragen immers al opgegeven. Voor extern milieuklimaatsbeleid blijft unanimiteit nog steeds vereist. Waar is het elan? Is dit echt alles? Waar is het eerder dit jaar opgebouwde momentum om echt iets te doen aan de klimaatcrisis? Waarom is het allemaal vrijblijvend gebleven?
Het is geen geheim, wij wensten een andere uitslag van het referendum van 2005. Wij erkennen dat er sindsdien winst is geboekt . Europa kwam opnieuw in de belangstelling te staan. Mensen hebben zich verdiept in de Europese samenwerking en de Europatoer van regering en Kamer heeft tot levendige debatten geleid. Het zou daarom een grote fout zijn Europa weer weg te nemen van de burgers. Er moet daarom een referendum komen.
Staatssecretaris Timmermans gaf GroenLinks twee redenen voor het compliment van de week. Zijn partij zegt klaar te zijn voor een referendum, zij is er niet bang voor. Verder schreef de staatssecretaris een blogje vanuit de wandelgangen bij de Europese Top. Dat was een constructieve bijdrage aan een ietsepietsie meer transparantie!
De voorzitter:
Het is een prachtig verhaal, maar u moet wel afronden. Uw tijd is meer dan om! U mag nog één zin uitspreken.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Twee zinnen graag, voorzitter.
De voorzitter:
Nee, die ene zin komt nu.
Mevrouw Peters (GroenLinks):
Mijn laatste zin, voorzitter. Het was een Amerikaanse wetenschapper die schreef niet over the American dream maar over the European dream: een samenleving die zich richt op samenwerking, duurzaamheid en een goede levenskwaliteit; een Europa dat zijn tekortkomingen heeft maar geldt als voorbeeld in de wereld. Het raamwerk van het hervormingsverdrag betekent een stap op de weg naar deze Europese droom.
De voorzitter:
U heeft nu wel heel veel aandacht gehad voor uw laatste zin.
De heer De Roon (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Het nieuwe Europese verdrag is een ramp voor ons land. Bij de Europese Top in Brussel vorige week heeft de premier door op amateuristische wijze te onderhandelen -- of misschien moet ik zeggen door niet of nauwelijks te onderhandelen -- de Nederlandse belangen schaamteloos verkwanseld. Dank u wel, mijnheer Balkenende!
Wat is het resultaat voor Nederland van de Europese Top? Nederland verliest tientallen vetorechten en dus nationale zeggenschap en soevereiniteit, bijvoorbeeld op het terrein van asiel- en migratiebeleid. Met dit verdrag bepaalt Nederland niet meer zelfstandig wie wél en wie níet ons land binnenkomt. Op alle terreinen waar Nederland nu een vetorecht kwijtraakt, kan ons land dus geen enkel Europees besluit meer tegenhouden. Dat is geen subsidiariteit dat is stommiteit.
Wij worden overgeleverd, zeg maar uitgeleverd, aan de grillen van de andere Europese lidstaten in die nieuwe Europese superstaat. De Nederlandse belangen kunnen met één pennenstreek door een meerderheid van andere staten opzij worden gezet. Zij kunnen ons in de toekomst dingen opleggen, zelfs tegen onze uitdrukkelijk verklaarde wil in; dingen die wij misschien helemaal niet willen, maar die wij dan gewoon hebben te slikken.
De minister-president heeft de Nederlandse soevereiniteit niet beschermd zoals verwacht mag worden van een regeringsleider. Vrijwel alles in de bij referendum verworpen Europese grondwet dat een overdracht van macht en bevoegdheden van Nederland naar Europa inhield, is in het akkoord over de zogenaamde hervormingsovereenkomst overeind gebleven. Dat is beschamend en bedroevend, omdat het flagrant in strijd is met de uitspraak van de Nederlandse bevolking in het referendum. De burgers hebben de Europese grondwet niet afgewezen omdat zij zoveel bezwaren hadden tegen vlag en volkslied, maar omdat zij bezwaren hadden tegen de groeiende macht van Brussel en tegen de uitholling van het zelfbeschikkingsrecht van ons land. Die machtstoename van Brussel en die uitholling van ons zelfbeschikkingsrecht gaan nu toch gebeuren. Dank u wel, mijnheer Balkenende.
Dit is echter niet het enige. Door het kwijtraken van vetorechten van de regering is het juist van het grootste belang dat het gekozen Nederlandse parlement ons onwelgevallige besluiten kan tegenhouden, ook als wij het enige parlement in Europa zouden zijn dat een bepaald Europees voorstel niet wil. Maar ook deze rode kaart heeft de premier niet binnengehaald. De Nederlandse Tweede Kamer kan dus geen enkel Europees besluit meer zelfstandig tegenhouden. Dankzij het falen van de minister-president kan de Tweede Kamer als zij tegen een Europees besluit is niet bijten als een leeuw, maar alleen blèren als een lammetje. Wij krijgen wel een gele kaart, die nergens toe verplicht behalve tot heroverweging, en een zogenaamde oranje kaart, waarmee wij ook tandeloos zijn, omdat het Nederlandse parlement daarvoor dertien andere parlementen nodig heeft, en zelfs dan kan de Europese Commissie haar voorstel nog gewoon handhaven. Bovendien kan die oranje kaart alleen worden ingezet bij subsidiariteitsbezwaren, maar niet in het geval van andere bezwaren tegen plannen uit Brussel. Waardeloze prullaria dus! Ook hier wint de Europese superstaat het weer. Dank u wel, mijnheer Balkenende, dat u ook bij dit belangrijke punt de Nederlandse belangen hebt verkwanseld.
Er komt een vaste voorzitter van de Raad, een niet door de bevolking gekozen bureaucraat die net als de premier Europese belangen nastreeft en die de Nederlandse belangen daaraan ondergeschikt maakt. Ook op de komst van een Hoge Vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid met een complete diplomatieke staf zitten wij niet te wachten. Als klap op de vuurpijl zei de Duitse bondskanselier Merkel zaterdagochtend in haar groot enthousiasme dat met dit nieuwe verdrag de deur weer openstaat voor nieuwe landen om toe te treden tot de Europese Unie. Goed nieuws voor de Turken en voor andere profiteurs! Slecht nieuws voor Nederland, zeker nu dit weekend ook is afgesproken dat bij het artikel inzake de sociale zekerheid voor migrerende werknemers besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid wordt ingevoerd. Ook hier gaat het vetorecht verloren.
De Nederlandse burger wil geen nieuwe landen in de Europese Unie en zeker Turkije niet en al helemaal niet als wij niet kunnen tegenhouden dat ze en masse gaan profiteren van uitkeringen. Verwijzing in het hervormingsverdrag naar de Kopenhagencriteria voor nieuwe toetreders slaat dus helemaal nergens op. In het verdrag had moeten staan dat Europa zich niet verder uitbreidt, met geen enkel land en dus ook niet met Turkije. Genoeg is genoeg, geen lidstaat erbij, maar ook dat is niet gelukt. Het tegenovergestelde wel: de deur staat open voor nieuwe landen en wij zijn ons vetorecht bij beslissingen over de sociale zekerheid kwijt. Een schande! Opnieuw: bedankt mijnheer Balkenende!
Op de meeste en in ieder geval belangrijkste punten verschilt dit gedrocht van een wijzigingsverdrag dus niet van de eerdere Europese grondwet. Dit is gewoon de Europese grondwet, maar dan met een andere naam en ontdaan van symboliek. Zoals de Luxemburgse premier Juncker met betrekking tot de Europese minister van Buitenlandse Zaken opmerkte: wij hebben de naam veranderd, zodat niemand weet waarover het nog gaat. Dát is vereenvoudiging van het verdrag.
De heer Pechtold (D66):
Waar haalt u de wijsheid vandaan dat door dit hervormingsverdrag de deur voor Turkije openstaat? Wat is er op dit punt dit weekend veranderd? U zegt ook: genoeg is genoeg, want we hebben al 27 landen. Dus ook Noorwegen en Zwitserland moeten niet kunnen toetreden?
De heer De Roon (PVV):
Wat uw laatste vraag betreft: voorlopig geldt zeker dat genoeg genoeg is. De Europese Unie is in een moeilijke situatie gekomen doordat zwakke staten zijn toegetreden. U weet zelf ook wel dat in Bulgarije en Roemenië de corruptie hoogtij viert en dat het nog een levensgroot probleem is om dat aan te pakken. Dat lukt ze daar van geen kanten.
Dan uw andere vraag: hoe kom ik erbij dat de deur weer openstaat? Ik citeer alleen maar mevrouw Merkel. Zij zegt: godzijdank staat met de verwijzing naar de toetredingscriteria de deur weer open.
De heer Pechtold (D66):
U had het over profiteurs, wat een walgelijke vergelijking is, maar hoe kunt u nu zeggen dat uw standpunt voor landen als Noorwegen en Zwitserland zou moeten gelden? Ik geef toe dat beoordeling van die landen niet aan de orde is, maar vanuit uw optiek zouden dat juist waardevolle toetreders zijn. Verder wijs ik erop dat ik specifiek vroeg wat dit verdrag verandert aan de mogelijkheid voor Turkije om toe te treden.
De heer De Roon (PVV):
De heer Pechtold merkt zelf al op dat Noorwegen en Zwitserland er helemaal geen behoefte aan hebben om toe te treden. Dat blijft dus een academische discussie waarvan ik de zin niet zo erg inzie. Waar het gaat om Turkije, heeft mevrouw Merkel die de hele Top heeft geleid, duidelijk gezegd dat de deur weer openstaat voor staten die willen toetreden. Wij weten inmiddels dat er alweer initiatieven zijn genomen voor verdere gesprekken met Turkije.
De heer Ten Broeke (VVD):
Het gaat wederom om de discussie over de veto's en de vraag die vorige week ook al aan de orde was, maar nu met de wetenschap van wat ons is voorgelegd. U leest echter buitengewoon selectief. U vergeet namelijk te melden wat de extra procedures zijn die op alle terreinen die u zo-even hebt genoemd, individuele lidstaten de mogelijkheid geven om over bepaalde onderwerpen in plaats meerderheidsbesluitvorming besluitvorming bij unanimiteit af te dwingen. In sommige gevallen is het zelfs mogelijk dat nationale parlementen dat doen. Hebt u dat gelezen en, zo ja, erkent u dus dat het vetorecht niet lock, stock and barrel overal is opgegeven?
De heer De Roon (PVV):
Ik verstond deze zin niet.
De heer Ten Broeke (VVD):
Wilt u ruiterlijk erkennen dat het vetorecht niet een op een wordt overgedragen? U hebt de tekst gelezen. Ik ken u als iemand die zorgvuldig is. Erkent u dat dan ook!
De heer De Roon (PVV):
Ik heb niet verstaan wat u zei toen ik u erop duidde dat ik u niet verstond.
De heer Ten Broeke (VVD):
Ik dacht dat het ging om het Engels dat ik gebruikte. Het gaat mij erom dat op een aantal terreinen waarop de veto's een of een zijn overgegeven en waar u bezwaar tegen maakt, in het verdrag dat nu wordt voorzien, nieuwe procedures zijn opgenomen of bestaande procedures zijn aangekleed. Ik heb het over noodremprocedures, de mogelijkheden voor nationale parlementen om zelf in te grijpen, en de mogelijkheid voor lidstaten om iets bij unanimiteit te laten besluiten, als zij een punt als buitengewoon zwaarwegend ervaren. Erkent u dat of blijft u volhouden dat op alle gebieden de veto's gewoon zijn opgegeven? Het laatste is een verhaal dat wij al lang genoeg van u horen.
De heer De Roon (PVV):
Het gaat in mijn betoog natuurlijk om de grote lijn. De zogenaamde noodremprocedure zie ik in drie bepalingen, namelijk waar het gaat om het vrij verkeer van werknemers, justitiële samenwerking in strafzaken en harmonisatie van de strafrechtelijke normen. Over de mogelijkheden voor de parlementen heb ik al het nodige gezegd, namelijk dat ik dat een tandeloos instrument vind omdat dit in ieder geval samenwerking van parlementen vereist en het Nederlandse parlement dus niet een besluit dat het niet aanstaat, kan tegenhouden. Dat is het bezwaar dat ik heb.
Voorzitter. Het is in mijn ogen pure volksverlakkerij dat het kabinet de Nederlandse bevolking probeert wijs te maken dat dit een heel ander verdrag is met een heel andere inhoud. De minister-president misleidt de bevolking, alleen om zijn eigen falen te verhullen. Hij wordt liever aardig gevonden door zijn Europese vrienden dan dat hij opkomt voor het Nederlandse belang. Vergeleken bijvoorbeeld met de harde Poolse onderhandelaars, wat je daar verder ook van vindt, was de Nederlandse premier de afgelopen week nauwelijks zichtbaar.
Voorzitter. Ik krijg de indruk dat de regeringsvertegenwoordigers er behoefte aan hebben om even onderling te overleggen naar aanleiding van mijn betoog. Ik hoor althans zo veel rumoer uit dat vak .....
De voorzitter:
U moet zich gewoon concentreren op uw verhaal.
De heer De Roon (PVV):
Dat is wat lastig met al dat lawaai naast me.
De voorzitter:
Dat valt wel mee.
De heer De Roon (PVV):
Vergeleken bijvoorbeeld met de harde Poolse onderhandelaars was de Nederlandse premier afgelopen week nauwelijks zichtbaar. De minister-president heeft ja gezegd tegen de nieuwe Europese superstaat. Het is te triest voor woorden. Dank u wel, mijnheer Balkenende. Nederland verliest met dit verdrag soevereiniteit. De Nederlandse regering verliest wel, net als bij de Europese grondwet, haar vetorechten en het Nederlandse parlement krijgt geen bevoegdheid om een eigen rode kaart in te zetten tegen slechte Europese plannen. Nederland verliest dus wel degelijk een stuk soevereiniteit aan de nieuwe Europese superstaat. Het zou een grove belediging van de kiezer zijn, indien hij zich niet opnieuw zou mogen uitspreken over het nieuwe verdrag. Dat zou puur kiezersbedrog zijn. De PVV eist dan ook dat er een nieuw referendum komt. Gelukkig is de fractievoorzitter van de PvdA hier inmiddels ook een groot voorstander van. Hulde daarvoor! Met een nieuw referendum kan de Nederlandse kiezer hopelijk ook dit verdrag van tafel vegen en de wanprestatie van dit kabinet in het bijzonder corrigeren. Dat is nodig, want er gaat niets boven een soeverein Nederland.
De heer Ormel (CDA):
Voorzitter. Complimenten namens de CDA-fractie. Mijn fractie staat voor een eurorealistische koers. Wij vinden een verdragswijziging nodig en reëel voor de werking van de Unie. Maar wij vinden tegelijkertijd dat een verdragswijziging een middel is en geen doel op zich. Wat past, is dank aan het Duitse voorzitterschap voor de wijze waarop recht is gedaan aan de moeilijke Nederlandse positie. Op zeer correcte wijze en met veel aandacht voor onze gevoeligheden zijn de Duitsers ons tegemoet getreden. Dank voor het meedenkend voorzitterschap van Angela Merkel. Wat ook past, is een welgemeende felicitatie aan het adres van de onderhandelaars namens Nederland, premier Balkenende, minister Verhagen en staatssecretaris Timmermans, maar ook al degenen die zich achter de schermen de afgelopen twee jaar hebben ingezet om recht te doen aan de afwijzing door de Nederlandse bevolking van het grondwettelijk verdrag. Het meer dan uitstekende resultaat dat nu voorligt, is verre van cosmetisch. Het komt er nu op aan om dat duidelijk te maken aan Nederland. De noodzaak van een verdragswijziging en de noodzaak om met een krachtig mandaat als samenwerkingsverband van soevereine staten de uitdagingen van deze eeuw aan te gaan, moet en kan uitgelegd worden aan de Nederlandse bevolking.
De heer Pechtold (D66):
Ik heb de letterlijke tekst niet bij mij, maar toen een paar jaar geleden premier Balkenende met een grondwettelijk verdrag terugkwam naar Den Haag, sprak het CDA nagenoeg gelijke woorden: complimenten, goed zo, fantastisch. Of er ligt nu hetzelfde, of er ligt heel wat anders, met dank aan het referendum.
De heer Ormel (CDA):
Er ligt heel wat anders. Wij complimenteren de regering omdat zij recht doet aan de uitslag van dat referendum. U weet dat wij niet voor het referendum zijn, maar u weet wel dat wij luisteren naar de uitslag van het referendum. De regering heeft dat ook gedaan. Er ligt nu iets anders en daar complimenteert de CDA-fractie de regering mee.
De heer Pechtold (D66):
Een paar jaar geleden stond hier het CDA premier Balkenende te complimenteren en de bevolking kreeg opeens van andere partijen de mogelijkheid om ons inzichtelijk te maken dat er iets anders moet gebeuren. Dan mis ik toch het bruggetje waarom u dat referendum zo vervelend vindt. Dat referendum is er namelijk de oorzaak van dat nu de premier al die complimenten van u kan krijgen. Daardoor zijn wij toch opeens wakker geworden? Dus waarom niet doorgaan op de weg van zo omgaan met de bevolking?
De heer Ormel (CDA):
Wat betreft de complimenten bevind ik mij in het gezelschap van onder anderen de heer Pechtold.
De heer Pechtold (D66):
Ik wil u vragen om in te gaan op dat referendum, want dat heeft u wakker gemaakt en dat is deze reeks complimenten nu waard. Maar dadelijk zullen wij weer zien dat uw fractie er tegen is. Toch?
De heer Ormel (CDA):
De CDA-fractie complimenteert de regering met dit resultaat. Dat moge duidelijk zijn. Het is ook duidelijk wat de positie is van het CDA als het gaat over referenda. Als er een democratische meerderheid voor een referendum is, gaan wij volop voor een ja. Let wel, de meerderheid van de CDA-kiezers was wel voor de Europese grondwet destijds, maar een meerderheid van de Nederlandse bevolking was daartegen.
Dan moeten wij daarnaar als ware democraten luisteren. Het zou de heer Pechtold sieren als hij dat ook deed.
In het Europees samenwerkingsverband geeft de Nederlandse staat bevoegdheden over aan de Europese Unie als supranationale organisatie. Dankzij het akkoord dat vrijdag is bereikt, wordt transparanter welke zaken Nederland op nationaal niveau blijft regelen en welke zaken in Europees verband worden aangepakt. Kan de regering nogmaals bevestigen dat wij op een aantal cruciale punten vetorecht hebben en behouden? Ik doel dan op het familierecht, defensie, sociale zekerheid en cruciale onderdelen van het Nederlandse belastingbeleid. Daarnaast zijn er veiligheidsnetten en noodremprocedures. Het is niet: het veto en anders de afgrond of allerlei ellendige situaties. Daarvan is absoluut geen sprake. Bovendien zijn de controlerende mogelijkheden van de nationale parlementen en het Europese parlement met dit akkoord toegenomen. Hoezo Nederland verkwanselen? Hoezo vetorecht weggeven? Neem enkele van de vele besluiten van deze top.
Met zijn besluiten over een geïntegreerd klimaat- en energiebeleid heeft de Europese Raad al de nadruk gelegd op de samenhang tussen die twee belangrijke gebieden en is de weg geëffend naar een betere klimaatbescherming en een verantwoorde omgang met energie. Beter zo, dan alleen in Nederland gloeilampen verbieden die vervolgens in Aken en Turnhout gekocht kunnen worden. In het nieuwe verdrag zal worden bepaald dat ten aanzien van veiligheid en samenwerking tussen politie en justitie om grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme te kunnen bestrijden, geen gebruik zal worden gemaakt van het vetorecht maar dat meerderheidsbesluitvorming zal plaatsvinden. Als het aan de fracties van de SP en de PVV ligt, gaat dat niet door. Dan "vetoën" wij er lekker krampachtig op los en gaan wij per land regelen hoe het milieu duurzamer wordt. Dan laten wij boeven over de grenzen ontsnappen in plaats van dat wij die nergens in Europa rust gunnen. Kan de regering nog eens precies zeggen voor welke beleidsterreinen het vetorecht is afgeschaft en wat daarvoor in de plaats is gekomen?
Tijdens deze top zijn besluiten genomen om voor eind 2010 te komen tot een alomvattend Europees migratiebeleid. Maatregelen om illegale migratie aan te pakken, worden gecombineerd met het beschermen van vluchtelingen en het aanpakken van de achterliggende oorzaken van migratie. Er is een akkoord bereikt over de instelling van snelle grensinterventieteams, alsmede over de oprichting van een netwerk van kustpatrouilles. Zet die initiatieven eens naast dat rampverhaal van de fractie van de PVV. Ik ben ervan overtuigd dat een angstig Nederland dat zich terugtrekt achter de Hollandse Waterlinie van de PVV-fractie, juist grote risico's loopt om overspoeld te worden door illegale migranten. Ook ben ik ervan overtuigd dat een Europese aanpak van de complexe uitdagingen die migratie nu eenmaal oproept, noodzakelijk is. Een mooi duo: de SP en de PVV, ofwel de Stagnatie Partij en de Partij voor de Verkwanseling van de Vrijheid.
De CDA-fractie is kritisch over het schrappen van de woorden "vrij" en "onvervalst". Zij sluit zich wat dat betreft aan bij de woorden van de heer Ten Broeke. Zij is niet gediend van Frans protectionisme. Nederland is gebaat bij een gelijk Europees speelveld op de interne markt.
De CDA-fractie heeft voorafgaand aan de top een aantal aspecten benoemd waaraan het akkoord door haar zal worden getoetst. Zij kan constateren dat aan al haar wensen is voldaan: geen grondwettelijke pretenties, maar een modern en regulier wijzigingsverdrag. Op dit punt is op overtuigende wijze aan de Nederlandse wensen tegemoetgekomen. Dat is zelfs zo overtuigend gebeurd dat de Belgische premier verbitterd een achterhoedegevecht tegen het Nederlandse succes begon. Minister De Gucht ging, conform de Belgische vergelijking, tekeer als een duivel in een wijwatervat. Het Waterloo der federalisten. Nederland heeft de EU op een ongelooflijk knappe en diplomatieke wijze fundamenteel op het communautaire spoor teruggezet. De CDA-fractie is daarmee ingenomen. Zij is ook ingenomen met het besluit om de EU als rechtspersoon toe te laten treden tot het EVRM-verdrag.
Een ander punt is de grotere rol voor de gekozen vertegenwoordigers van de burgers. De uitbreiding van de bevoegdheden van nationale parlementen en het Europees Parlement biedt de mogelijkheid om met een meerderheid van nationale parlementen een voorstel van de Commissie ter beoordeling voor te leggen aan de Raad. Dat is een logische keuze. Het Europees Parlement controleert immers de Commissie. De nationale parlementen hebben een dubbel controlemechanisme gekregen ten opzichte van de Raad. Niet alleen door met een meerderheid van nationale parlementen rechtstreeks een voorstel van de Commissie ter afkeuring aan de Raad voor te leggen, maar ook via het mandaat dat aan de vertegenwoordiger van Nederland in de Raad van Ministers mee kan worden gegeven. Daarnaast is de termijn voor de subsidiariteitstoets verlengd van zes naar acht weken. De CDA-fractie is van mening dat al deze voorstellen winst zijn voor het democratisch gehalte van de Unie. Het is vooral aan ons om hieraan gestalte te geven.
Er komt een verwijzing naar de criteria voor toetreding en een verplichting om het Europees Parlement en de nationale parlementen van een verzoek om toetreding tot de Unie in kennis te stellen. Daarom had de CDA-fractie ook gevraagd. Met dank aan Tsjechië wordt de mogelijkheid geschapen om de aan de Unie toebedeelde bevoegdheden ook te kunnen beperken. Bij de diensten van algemeen economisch belang, de belangen die nationaal geregeld blijven, is afgesproken dat een protocol aan de verdragen zal worden gehecht. Kan de regering aangeven welke terreinen hieronder vallen?
Met name op het gebied van migratie, milieu en justitie zijn stappen gezet naar een gezamenlijke, Europese aanpak. Uit het besluit om voor eind 2010 tot een gemeenschappelijk Europees asielstelsel te komen, spreekt ambitie. Uit het besluit om de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van politiële en justitiële samenwerking goed te beschermen, spreekt respect voor privacy. Ook is er voortgang in de bescherming tegen criminaliteit. Ook de computercriminaliteit gaat Europees aangepakt worden. Dat zijn stuk voor stuk praktische besluiten van deze top.
Zoals ik vorige week al heb gezegd, is een verdragswijziging een noodzakelijk middel om het doel naderbij te brengen. Dat doel is om waarden die wij vanzelfsprekend vinden, de welvaart waaraan wij gewend zijn en waardoor wij verwend zijn, een milieu in balans, door te geven. Dat kan Nederland niet alleen. Een sterk Europa kan dat wel. Deze toekomst is een stap dichterbij gebracht door het akkoord van afgelopen zaterdagochtend. Het is tijd om een periode van stagnatie af te sluiten en onze natuurlijke positie in de Europese voorhoede weer op te zoeken.
De heer Pechtold (D66):
Tranentrekkend! In de afgelopen maanden hebben wij geen enkele steun van het CDA gehad. Er was geen overleg nodig. Er was geen brief nodig. Vandaag is het allemaal ineens fantastisch. Is er niet één ding dat de heer Ormel anders had gewild?
De heer Ormel (CDA):
Ja. De termen vrij en onvervalst hadden niet uit het verdrag gehaald moeten worden. Is de heer Pechtold dat met mij eens?
De heer Blom (PvdA):
Voorzitter. Er stond veel op het spel bij de EU-top. Twee jaar geleden bracht het Nederlandse nee een sluimerende vertrouwenscrisis tussen kiezer, Europa en de Nederlandse politiek aan de oppervlakte. Die crisis is samen te vatten als volgt. De snelle veranderingen in de wereld om ons heen zorgen voor angst en onzekerheid bij veel Nederlanders. De Europese trein is na de uitbreiding op hetzelfde spoor doorgedenderd. Daardoor wordt die gezien als een deel van het probleem en niet als de oplossing. De politici zijn zich te weinig bewust geweest van de explosiviteit van deze situatie.
Ik denk dat wij ons lesje hebben geleerd. Mijn fractie heeft al eerder geprobeerd duidelijk te maken dat er met het aantreden van deze coalitie een andere wind door Nederland waait.
Er wordt geluisterd naar de mensen, ook door de Kamer. De Kamer heeft niet voor niets hoorzittingen georganiseerd. Daarna wordt gehandeld en vervolgens wordt resultaat geboekt. Alleen op die manier is het vertrouwen in de politiek en in Europa te herstellen. In dat verband is met het resultaat van de Europese top een belangrijke stap gezet. Ik dank het kabinet daarvoor.
Ook de inhoud schept veel vertrouwen; vertrouwen dat de EU een samenwerkingsverband van nationale lidstaten blijft, vertrouwen dat de EU zich niet bemoeit met zaken die wij zelf beter kunnen doen en vertrouwen in het vergroten van de kracht van de EU om de problemen aan te pakken die wij niet meer alleen kunnen oplossen. Laten wij echter ook reëel zijn. Vertrouwen beklijft pas op de langere termijn en op dit ogenblik mankeert er nog wel wat aan Europa. Er is goed onderhandeld over de spelregels voor een beter Europa maar het resultaat betekent niet dat alle kwalen als sneeuw voor de zon zijn verdwenen. De diagnose is gesteld; nu keihard aan de slag met de genezing.
De fractie van de Partij van de Arbeid is van mening dat met het resultaat van de EU-top zo veel als mogelijk is recht is gedaan aan het Nederlandse nee. Voor mijn fractie waren vier punten van belang. Geen grondwet maar een wijzigingsverdrag ontdaan van alle grondwettelijke franje, meer grip voor de Nederlandse kiezer op Europa, een duidelijke verdeling van de bevoegdheden van de EU met als belangrijkste uitgangspunt dat de beslissingen zo dicht mogelijk bij de burger genomen moeten worden, en meer slagvaardigheid op de terreinen waarop een gezamenlijke Europese aanpak nodig is. Op deze vier punten zijn alle wensen van mijn fractie gehonoreerd. Ik begin bij het eerste punt. Ik heb natuurlijk helemaal niets tegen die blauwe vlag met die gele sterren, niets tegen de negende van Beethoven en niets tegen het handvest van de grondrechten. Ik ben echter wel blij dat zij uit het verdrag zijn gehaald. Deze gaven de valse pretentie van een federale structuur.
Ik ben ook blij met de centrale rol die de Tweede Kamer gaat spelen bij de beoordeling van het subsidiariteitsbeginsel. De introductie van de oranje/rode kaart is in dat licht positief. Ik weet dat uit onderhandelingen soms wat ingewikkelde constructies rollen, maar laten wij de zaak niet moeilijker maken dan nodig is. Als puntje bij paaltje komt, is die kaart gewoon rood. Misschien is deze wat fletser dan ik had gehoopt, maar een hele vooruitgang vergeleken met de huidige situatie en de grondwet. Ik zeg tegen de collega's: laten wij eens leren om onze zegeningen te tellen.
In het wijzigingsverdrag wordt een apart protocol opgenomen waarin het speelveld wordt gecreëerd om de nationale diensten van algemeen economisch belang te vrijwaren van de Europese regels voor de interne markt. Wij blijven dus baas over ons onderwijs, onze pensioenen, onze woningcorporaties en onze gezondheidszorg. Nederland blijft gewoon Nederland. Ik kom hier straks nog even op terug.
Het vierde en laatste punt betreft de uitbreiding van meerderheidsbesluitvorming op een aantal terreinen. Juist op de terreinen waar alleen door samen te werken resultaten zijn te boeken, is de EU tot dusverre nog vaak te impotent gebleken. Ik denk dan aan zaken zoals asiel, milieu, klimaat en energiebeleid, maar ook aan de bestrijding van terrorisme en internationaal georganiseerde misdaad. Dat moet anders. Wij hoeven echt niet de illusie te hebben dat wij het allemaal in ons eentje aan kunnen. Ik geef twee concrete voorbeelden. Iedereen is het erover eens dat de destructie van regenwouden een megaprobleem is. Om dit aan te pakken, hikt de Europese Unie al jaren aan tegen een importverbod op illegaal hout. Een dergelijk verbod staat of valt echter bij een gezamenlijke handhaving. Juist daar is Europa op dit moment niet slagvaardig genoeg in. Dat kan verbeteren met dit verdrag, maar nee hoor, als het aan Van Bommel ligt, mag Roemenië tot in lengte van jaren via een veto de gezamenlijke handhaving tegenwerken. Weg effectief importverbod en weg oerwoud. Van Bommel, bedankt!
Ik noem een tweede voorbeeld, in relatie tot de aanpak van klimaatverandering. De ratificatie van het Kyotoprotocol ging kielekiele. Frankrijk en Engeland eisten unanimiteit omdat het klimaatverdrag volgens hen over meer ging dan het milieu. Slechts met een truc kon de Europese raad toen tot een besluit komen.
Met het nieuwe verdrag is het klip en klaar. De aanpak van klimaatverandering doen wij samen, dus geen veto's meer. Dat is cruciaal voor het volgende klimaatprotocol dat in 2010 moet worden bekrachtigd. De SP-fractie vindt dit kennelijk allemaal niet zo belangrijk en wil het risico nemen dat Polen zijn veto gebruikt en zo de klimaatafspraken torpedeert. Zij gaat haar gang maar, maar mijn fractie heeft voor zo'n onverantwoorde opstelling geen enkel begrip.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik hoor een aantal prachtige voorbeelden van gebieden waarop Europa een goede rol zou kunnen spelen om onze samenleving aangenamer te maken. Het zou leuk zijn als dat waar was. De ontbossing wordt, zoals de heer Blom weet, voor een heel groot deel veroorzaakt door onze intensieve veehouderij. Ik zou graag van hem horen hoe hij dat probleem ziet in het licht van de verdragen die nu nog voorliggen en die een grondwettelijke status zouden krijgen, maar die met dit wijzigingsverdrag niet worden aangepast. Daarin wordt productieverhoging voor de landbouw als expliciet uitgangspunt genomen. Hoe kan Europa de uitstoot van broeikasgassen en ontbossing in de wereld voorkomen als wij dit handhaven?
De heer Blom (PvdA):
Ik vind het altijd verbazingwekkend hoe de fractie van de Partij van de Dieren in staat is om een onderwerp bij interruptie te introduceren dat absoluut niet gaat over de tekst die ik hiervoor uitsprak. Mevrouw Ouwehand moet mij niet kwalijk nemen dat ik geen idee heb wat de relatie is tussen intensieve veehouderij en ontbossing elders. Daar moet ik helaas het antwoord op schuldig blijven.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat siert de heer Blom niet!
De heer Blom (PvdA):
Neen, dat siert mij waarschijnlijk niet, maar ik weet het gewoon niet. Iemand die in de politiek zit, mag ook wel eens gewoon zeggen dat hij het even niet weet. Ik wil het best voor mevrouw Ouwehand opzoeken en er een antwoord op geven. Daar heb ik helemaal geen bezwaar tegen. Een ding weet ik wel: als wij bij de Verdragen van Nice blijven, lossen wij het in ieder geval niet op. Als wij met het nieuwe verdrag gaan werken, hebben wij de kans dat wij het wel oplossen.
Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben blij dat de heer Blom zo ruiterlijk toegeeft dat hij geen verstand heeft van deze zaken. Ik zou willen suggereren dat hij zo dadelijk vooral naar mijn bijdrage luistert en dat hij mij steunt als ik de regering vraag om het Verdrag van Amsterdam op deze punten te amenderen.
De heer Blom (PvdA):
Als ik mevrouw Ouwehand een tip mag geven: stel dezelfde vraag vooral aan de staatssecretaris voor Europese Zaken. Ik denk dat hij daar wel een antwoord heeft, maar ik niet.
De heer Van Bommel (SP):
Ik denk dat zij dan hetzelfde antwoord krijgt.
Ik heb de heer Blom eerst maar even laten uitrazen, maar wat hij zegt raakt natuurlijk kant noch wal. Europa is te klein als het gaat om maatregelen aangaande het milieu en het klimaat. Wij moeten streven naar maatregelen die Europa overstijgen. Wij zullen dan, bijvoorbeeld op het vlak van de illegale houtkap, moeten streven naar afspraken in de WTO, dus in veel groter verband. Dan los je zaken op. Daarop zouden wij moeten aansturen. Erkent de heer Blom dat dit probleem veel verder reikt dan Europa?
De heer Blom (PvdA):
Ja, ik erken dat dit probleem veel verder reikt dan Europa. Daarom wil ik ook graag dat Europa samenwerkt, want ik ben ervan overtuigd dat 27 landen meer invloed hebben dan een.
De heer Van Bommel (SP):
De samenwerking die de heer Blom bepleit, is een afgedwongen samenwerking. Met zijn steun voor het inleveren van de vetorechten veroorzaakt hij wel dat de weerstand tegen Europa groter en het draagvlak voor Europa kleiner wordt. Dan komen wij in de situatie dat landen van alles en nog wat door de strot geduwd krijgen. Daar wil de heer Blom kennelijk naartoe. De prijs die hij wil betalen is dat hij draagvlak inlevert voor wat hij een betere bestuurbaarheid van Europa noemt. Dat valt hem kwalijk te nemen.
De heer Blom (PvdA):
Die laatste opmerking verbaast mij een beetje, want ik heb groot respect voor de SP omdat zij feilloos weet aan te voelen wat er in de samenleving leeft. Die complimenten krijgt de heer Van Bommel van mij. Dat hebben wij gezien bij het vorige referendum; fantastisch gedaan. Ik ben er echter van overtuigd dat er een draagvlak is voor het aanpakken van klimaatproblemen. Alle onderzoeken die ik de afgelopen weken heb gezien, wijzen dat uit. Als er ergens draagvlak voor is, is het juist voor het aanpakken van het milieu- en klimaatprobleem. Dat zou de SP zich ook moeten aantrekken. Wij zijn het gewoon niet eens. Mijn fractie wil een socialer, sterker en schoner Europa. De heer Van Bommel wil een Europa van de jaren vijftig, ik wil een Europa waarmee ik verder kan.
De heer Van Bommel (SP):
De heer Blom staat hier maar te razen, maar ik heb in mijn termijn verwezen naar een concreet probleem dat Nederland raakt inzake de uitstoot van CO2. Een Europees besluit op dit terrein kan inhouden dat Nederland niet verder kan met het aanleggen van wegen en het bouwen van huizen.
Dat is een concreet probleem. U wilt dergelijke problemen verergeren en dan komt deze regering terug met de mededeling dat het van Brussel moet. Daar staat u achter. Ik sta daar niet achter, omdat niet alles dat mi