woensdag, juli 12, 2006
Regeringsverklaring en Debat Balkenende III
ONGECORRIGEERD STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
*0: TK
*1: 2005-2006
*2: 98
*3: WordXP
*4: 98ste vergadering
*5: Vrijdag 7 juli 2006
*6: 14.00 uur
**
Voorzitter: Weisglas
**
*N
De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede, dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:
Hofstra, wegens bezigheden elders;
Lazrak, wegens ziekte.
**
Deze berichten worden voor kennisgeving aangenomen.
*B
*!Regeringsverklaring*!
Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring.
*N
Minister Balkenende: Mijnheer de voorzitter. Vandaag stelt dit kabinet zich aan uw Kamer voor, een kabinet dat tot de verkiezingen van 22 november aanstaande missionair wil functioneren, een kabinet dat zich bewust is van zijn begrenzing, maar ook een kabinet dat gemotiveerd is om, binnen de grenzen die uw Kamer trekt, voort te bouwen op het stevige fundament dat door het vorige kabinet is gelegd. Het heeft hervormingen doorgevoerd die noodzakelijk waren. Burgers, bedrijven en overheid hebben samen een bijdrage geleverd. Wij hebben een stevige economische groei, een verbeterde concurrentiepositie, een gezondere financiële huishouding, een hoog consumentenvertrouwen en een lage inflatie. Het aantal mensen met een baan neemt toe. Het aantal mensen dat afhankelijk is van een uitkering neemt af. Er is al een belangrijke bijdrage geleverd aan het verminderen van de lasten van de vergrijzing en het, ongeacht leeftijd en gezondheid, toegankelijk houden van de zorg. Er zijn nieuwe kansen. De wereld om ons heen is in beweging. Nederland mag en kan nu niet stilstaan. Mede daarom wilden CDA en VVD, hoe kort ook, een missionair kabinet.
Mijnheer de voorzitter. De heer Lubbers heeft als informateur de opdracht gekregen, een onderzoek in te stellen naar de mogelijkheden voor dat missionaire kabinet van CDA en VVD, dat ook tot taak heeft vervroegde verkiezingen voor te bereiden. Op basis van de adviezen van de fracties en groepen in uw Kamer heeft hij geconcludeerd dat dit mogelijk is. Het missionaire kabinet is er gekomen en het is er snel gekomen. Daarvoor wil ik vanaf deze plaats veel dank uitspreken aan de heer Lubbers. Hij is zeer voortvarend en zorgvuldig te werk gegaan.
Zorgvuldigheid is ook voor deze regeringsverklaring een kernwoord. Daadkracht kan niet los worden gezien van draagvlak. Het kabinet dat zich hier vandaag presenteert, is zich zeer bewust van zijn positie. Wij kennen in onze parlementaire geschiedenis immers maar enkele voorbeelden van minderheidskabinetten. Daarom passen terughoudendheid en zorgvuldigheid. Maar dit kabinet wil er wel voor zorgen dat Nederland de kansen die er zijn kan grijpen en dat 2007 geen verloren jaar wordt. Een volwaardige en degelijke begroting voor 2007 is daartoe essentieel, zodat ook in 2007 meer mensen een baan hebben, zodat meer mensen hun koopkracht zien verbeteren, zodat bedrijven en burgers minder te maken hebben met hinderlijke regels, zodat een begrotingsevenwicht of -overschot binnen bereik komt. Ook in 2007 moeten jongeren de opleiding krijgen die hun en Nederland perspectief biedt voor de toekomst.
Ook in 2007 moet er voor iedereen goede en betaalbare zorg beschikbaar zijn. Ook in 2007 moeten nog meer mensen zich veiliger voelen, thuis en op straat. Ons staat een samenleving voor ogen waarin mensen alle ruimte krijgen om zich te ontplooien: mensen toerusten om mee te doen, een samenleving waar vertrouwen in en tussen mensen bestaat.
Dit kabinet is gevormd nadat D66 de politieke steun aan het kabinet van het CDA, de VVD en D66 introk. Daaraan lag geen conflict binnen dat kabinet ten grondslag. Ook was er geen geschil tussen de Kamer en het kabinet over de hoofdlijnen van het beleid. De reden lag in een verschil van inzicht met de D66-fractie over het beleid van een van de ministers. De bewindslieden van D66-huize hebben hun ontslag ingediend. De overige bewindslieden hebben hun portefeuille ter beschikking gesteld. Op deze plaats past het mij om de voormalige bewindslieden -- de heer Brinkhorst, de heer Pechtold en mevrouw Van der Laan, mevrouw Medy van der Laan -- dank te zeggen voor hun werk in het kabinet. Gezien zijn lange en uitzonderlijke staat van dienst verdient de heer Brinkhorst een bijzondere vermelding.
Deze informatie en formatie konden spoedig worden afgerond. Er was snel helderheid over de vervroegde verkiezingsdatum. Verder bestond er een breed gedragen besef dat dit kabinet met terughoudendheid dient op te treden. Die terughoudendheid vloeit voor uit de beperkte tijd die ons tot de verkiezingen resteert en die voortvloeit uit het feit dat er voor ieder in uw Kamer in te dienen voorstel een meerderheid zal moeten worden gevonden.
Ook ten aanzien van de invulling van de ontstane vacatures binnen het kabinet hebben de fracties van het CDA en de VVD terughoudendheid betracht. De vacatures zijn opgevuld vanuit het kabinet zelf, door de heren Wijn en Nicolaï. De taken van de staatssecretarissen van Financiën, Europese Zaken en Media en Cultuur zijn overgenomen door respectievelijk de minister van Financiën, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De heer Bruins was reeds benoemd in de eerder ontstane vacature van de heer Rutte en is nu beëdigd als staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
Met het geven van prioriteit aan de begroting van 2007 is de programmatische opdracht van dit kabinet duidelijk. Die begroting is, zoals te doen gebruikelijk, al in hoge mate voorbereid gedurende het afgelopen voorjaar. Binnen dit kader kon de informateur vaststellen dat een missionair kabinet van het CDA en de VVD zakelijk zou worden beoordeeld in en door uw Kamer. De bewindspersonen zullen zich ervan vergewissen of voor hun voorstellen voldoende steun bestaat in beide Kamers. Vanzelfsprekend zal het kabinet nadrukkelijk acht slaan op de adviezen van de Raad van State. Voor het indienen van een volwaardige begroting voor 2007 en het Belastingplan en voor de verdere behandeling van het wetsvoorstel "Werken aan winst" is in ieder geval voldoende steun aanwezig. Tegen deze achtergrond heb ik de formatieopdracht aanvaard en heb ik hedenochtend aan Hare Majesteit de Koningin eindverslag uitgebracht.
Ik hecht eraan om in dit debat enkele woorden te wijden aan de militaire missie in Afghanistan. Voor die missie was brede steun in uw Kamer. Dit kabinet zal zich tot het uiterste inzetten om deze missie zo goed mogelijk uit te voeren. Onze militairen gaan op 1 augustus in Uruzgan een zware en moeilijke taak vervullen. Zij hebben recht op onze onverkorte steun.
Het kabinet ziet uit naar goede samenwerking en goed overleg met uw Kamer. Wij realiseren ons daarbij de begrenzing die er is.
Daarnaast zijn er uiteraard ook kansen. Dit kabinet wil vooral krachtig verder bouwen aan de financieel-sociaal-economische positie van Nederland voor nu en voor de toekomst. Nederland werkt weer na een moeilijke periode. Dit moeten wij vasthouden. Daarom is dit kabinet dankbaar dat het in de komende paar maanden alle mogelijkheden heeft om daar samen met uw Kamer vorm aan te geven.
De voorzitter: Ik dank de minister-president voor het afleggen van de regeringsverklaring waarover uw Kamer in de volgende fase van dit debat uiteraard zal discussiëren.
Voordat wij beginnen met de eerste termijn van de Kamer stel ik u de spreektijden voor die u gisteren al zijn voorgelegd, te weten voor de fracties van het CDA, de PvdA en de VVD maximaal 15 minuten, voor de fracties van de SP, GroenLinks, de LPF en D66 maximaal 10 minuten, voor de fracties van de SGP en de ChristenUnie maximaal 7 minuten en voor de Groep Nawijn en de Groep Wilders maximaal 5 minuten. De Groep Lazrak is afwezig.
Ik heb telkenmale het woord maximaal benadrukt, omdat mij van vele kanten het verzoek heeft bereikt om deze keer niet tot zeer laat te hoeven vergaderen. Zoals u weet, heb ik dat niet alleen in de hand. Ik doe dan ook een klemmend beroep op u allen om dat mogelijk te maken, uiteraard binnen de marges van een volwaardig substantieel debat, maar dat spreekt vanzelf.
Voordat ik de vergadering schors, geef ik het woord aan mevrouw Halsema voor een punt van orde.
**
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Dank, voorzitter, dat u mij nog even het woord gunt. Ik heb een verzoek. Naar verluidt, heeft de informateur, de heer Lubbers, bij het afronden van zijn taak een lijst opgesteld met controversiële kwesties, onderwerpen die wel of niet zouden moeten worden behandeld de komende tijd. Die lijst schijnt in ieder geval ter beschikking te zijn gesteld van de fractievoorzitters van CDA en VVD en mogelijk ook van het kabinet. Ik doe het verzoek, deze lijst openbaar te maken, zodat ook de rest van de Kamer daartoe toegang heeft en de lijst kan betrekken bij de voorbereiding van het debat.
De voorzitter: Ik begrijp dat de heer Verhagen iets wil zeggen naar aanleiding van het verzoek van mevrouw Halsema. Ik geef hem daartoe het woord.
**
De heer Verhagen (CDA): Bij mijn weten heeft de informateur geen lijst gemaakt van controversiële onderwerpen. Ik ben wel in kennis gesteld van het feit dat sommige fracties in deze Kamer, waaronder de uwe, aan de informateur kenbaar hebben gemaakt welke onderwerpen naar hun mening niet voor behandeling in aanmerking kunnen komen.
Als u die lijstjes openbaar wilt hebben, zou ik zeggen: voeg de daad bij het woord. Er is een lijstje van u, een lijstje van de heer Bos, een lijstje van mevrouw Van der Laan en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Ik kan u verzekeren dat ik geen lijstje heb ingediend.
De voorzitter: Ik stel voor, de minister-president te verzoeken om indien er sprake is van zo'n lijst die nu des kabinets is, de vraag te beantwoorden of het mogelijk is, deze aan de Kamer ter beschikking te stellen. Indien er, zoals de heer Verhagen heeft gezegd, lijsten zijn waarover fracties gaan, dan stel ik voor om het verzoek van mevrouw Halsema zo op te vatten dat zij aan collega-fractievoorzitters vraagt om die lijsten ter beschikking te stellen.
Kunt u daarmee akkoord gaan?
**
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Met één toevoeging, u sprak over een lijst des kabinets, maar ik wil ook graag alle briefjes et cetera van de formateur openbaar hebben.
De voorzitter: Wil de minister-president nu reageren of ons in de loop van de schorsing zijn antwoord laten weten? Wij moeten alles doen wat snel gaat en praktisch is. Als hij het nu kan afhandelen, graag.
**
Minister Balkenende: Voorzitter. Ik begrijp de vraag van mevrouw Halsema, zeker toen zij zei dat alle gegevens van de formateur en informateur openbaar zouden moeten worden. Dat zou evenwel een precedent zijn in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Wij kennen de goede regel dat de gesprekken bij de informateur vertrouwelijk zijn en blijven. Wij hebben bij de vorige kabinetsformatie, die van 2003, gezien dat er ook sprake was van informatie die berustte bij de informateur.
Toen is gezegd dat het aan de fracties zelf is om hun informatie naar buiten te brengen. Als wij het verzoek van mevrouw Halsema honoreren, wordt de vertrouwelijkheid die moet gelden tijdens de informatieperiode niet gewaarborgd. Het staat fracties vrij om hun informatie vrij te geven, maar het lijkt mij niet dat de vertrouwelijkheid die geldt voor een informatieperiode op deze manier moet worden doorbroken.
De voorzitter: Hiermee is de vraag van mevrouw Halsema om informatie van het kabinet beantwoord. Blijft over haar vraag aan de fractievoorzitters – dus ook aan zichzelf – of er wellicht lijstjes zijn die door fracties ter beschikking kunnen worden gesteld.
De heer Bos geeft het signaal dat hij een uur schorsing wil. Onder excuses aan de kijkers thuis, schors ik de vergadering tot 15.15 uur.
**
De vergadering wordt van 14.17 uur tot 15.15 uur geschorst.
De voorzitter: Ingekomen is een bericht van het overlijden op 2 juli jongstleden van de oud-griffier van de Kamer, de heer W. Koops. De heer Koops heeft de Tweede Kamer bijna 32 jaar gediend, van 6 april 1954 tot 1 februari 1973 als commissiegriffier en van 1 februari 1973 tot 1 februari 1986 als Griffier. In die functie was hij de rechterhand van mijn voorgangers Vondeling en Dolman en uiteraard van alle leden. Een heel klein aantal van ons heeft de heer Koops nog persoonlijk meegemaakt en bewaart daar goede herinneringen aan. Namens allen heb ik een bericht van deelneming gezonden.
Voorts is ingekomen een brief van mevrouw M. Kraneveldt houdende de mededeling dat zij ontslag neemt als lid van de Kamer met ingang van 4 juli jongstleden. Mevrouw Kraneveldt is wegens heuglijke redenen -- zij is op huwelijksreis -- niet aanwezig in het gebouw van de Tweede Kamer. Ik dank haar voor haar dank aan alle medewerkers van de Kamer en voor haar inzet als lid van de Kamer. Van deze mededeling is bericht gezonden aan de voorzitter van het Centraal Stembureau en aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De overige ingekomen stukken staan op een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.
Ik geef het woord aan mevrouw Kalsbeek tot het uitbrengen van het verslag namens de commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven.
**
Mevrouw Kalsbeek, voorzitter der commissie: Voorzitter. De commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op mevrouw H.F.M. van Oudenallen te Amsterdam. De commissie is eenparig tot de conclusie gekomen dat mevrouw H.F.M. van Oudenallen te Amsterdam terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor om haar toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dient zij wel eerst de verklaring en belofte af te leggen zoals die zijn voorgeschreven bij de wet van 27 februari 1992, Staatsblad nr. 120.
De commissie verzoekt u tot slot, de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.
De voorzitter: Ik dank namens de Kamer de commissie voor haar verslag en stel voor, dienovereenkomstig te besluiten.
**
Daartoe wordt besloten.
(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)
De voorzitter: Mevrouw Van Oudenallen is in het gebouw der Kamer aanwezig.
Ik verzoek de griffier, haar binnen te leiden.
**
Nadat mevrouw Van Oudenallen door de griffier is binnengeleid, legt zij in handen van de voorzitter de bij de wet voorgeschreven verklaringen en beloften af.
De voorzitter: Het is mij een genoegen u als eerste te mogen feliciteren met uw benoeming. Ik verzoek u, de presentielijst tekenen en in ons midden plaats te nemen. Ik teken hierbij aan dat de fractie van de LPF en mevrouw Van Oudenallen mij hebben laten weten dat mevrouw Van Oudenallen geen deel zal uitmaken van de fractie van de LPF, maar de Groep Van Oudenallen zal vormen.
**
De voorzitter: Ingekomen is een bericht van het overlijden op 2 juli jongstleden van de oud-griffier van de Kamer, de heer W. Koops. De heer Koops heeft de Tweede Kamer bijna 32 jaar gediend, van 6 april 1954 tot 1 februari 1973 als commissiegriffier en van 1 februari 1973 tot 1 februari 1986 als Griffier. In die functie was hij de rechterhand van mijn voorgangers Vondeling en Dolman en uiteraard van alle leden. Een heel klein aantal van ons heeft de heer Koops nog persoonlijk meegemaakt en bewaart daar goede herinneringen aan. Namens allen heb ik een bericht van deelneming gezonden.
Voorts is ingekomen een brief van mevrouw M. Kraneveldt houdende de mededeling dat zij ontslag neemt als lid van de Kamer met ingang van 4 juli jongstleden. Mevrouw Kraneveldt is wegens heuglijke redenen -- zij is op huwelijksreis -- niet aanwezig in het gebouw van de Tweede Kamer. Ik dank haar voor haar dank aan alle medewerkers van de Kamer en voor haar inzet als lid van de Kamer. Van deze mededeling is bericht gezonden aan de voorzitter van het Centraal Stembureau en aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
De overige ingekomen stukken staan op een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.
Ik geef het woord aan mevrouw Kalsbeek tot het uitbrengen van het verslag namens de commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven.
**
Mevrouw Kalsbeek (PvdA): Voorzitter. De commissie voor het Onderzoek van de geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op mevrouw H.F.M. van Oudenallen te Amsterdam. De commissie is eenparig tot de conclusie gekomen dat mevrouw H.F.M. van Oudenallen te Amsterdam terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor om haar toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dient zij wel eerst de verklaring en belofte af te leggen zoals die zijn voorgeschreven bij de wet van 27 februari 1992, Staatsblad nr. 120.
De commissie verzoekt u tot slot, de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.
De voorzitter: Ik dank namens de Kamer de commissie voor haar verslag en stel voor, dienovereenkomstig te besluiten.
**
Daartoe wordt besloten.
(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)
De voorzitter: Mevrouw Van Oudenallen is in het gebouw der Kamer aanwezig.
Ik verzoek de Griffier, haar binnen te leiden.
**
Nadat mevrouw Van Oudenallen door de Griffier is binnengeleid, legt zij in handen van de Voorzittter de bij de wet voorgeschreven verklaring en belofte af.
De voorzitter: Het is mij een genoegen u als eerste te mogen feliciteren met uw benoeming. Ik verzoek u, de presentielijst tekenen en in ons midden plaats te nemen. Ik teken hierbij aan dat de fractie van de LPF en mevrouw Van Oudenallen mij hebben laten weten dat mevrouw Van Oudenallen geen deel zal uitmaken van de fractie van de LPF, maar de Groep Van Oudenallen zal vormen.
**
*B
*!Regeling van werkzaamheden*!
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter: Dit wordt een heel korte regeling van werkzaamheden, gericht op ons werk van vandaag.
Ik stel voor om de volgende, eerder geagendeerde VAO's nog heden te behandelen, snel en volgens een heel kort schema in de eerste twintig minuten van de dinerpauze:
- het VAO NAVO d.d. 27 april 2005 met de minister van Buitenlandse Zaken;
- het VAO JBZ van 21 juni 2006 met de minister van Justitie;
- het VAO Zorgverzekeringswet van 28 juni 2006 met de minister van VWS;
- het VAO Markt voor persoonlijke dienstverlening van 28 juni 2006 met de staatssecretaris van SZW;
- het VAO Bijstandsverstrekking en vakantieduur Wet werk en bijstand van 28 juni 2006 met de staatssecretaris van SZW;
- het VAO Besluit eigen bijdrage WMO van 22 juni 2006 met de staatssecretaris van VWS.
Verder stel ik voor, de volgende VAO's en VSO van de agenda af te voeren:
- het VAO Eergerelateerd geweld van 23 mei 2006;
- het VSO Bedenktijd overtijdbehandeling;
- het VAO Jeugd, geweld en media van 27 juni 2006;
- het VAO Eigen risico in de WAO/WGA, dit in verband met een vervolgprocedure in de commissie.
Verder stel ik voor om de volgende VAO's van de agenda van vandaag af te voeren en deze zo nodig weer te agenderen in de eerste week na het zomerreces:
- het VAO Handhaving VROM-regelgeving van 7 juni 2006;
- het VAO Zwerfafval en verpakkingen van 22 juni 2006;
- het VAO Wegen van 20 juni 2006;
- het VAO Openbaar vervoer van 21 juni 2006;
- het VAO CO2-emissiehandel en klimaatbeleid van 22 juni 2006;
- het VAO Kabinetsstandpunt Schiphol van 28 juni 2006;
- het VAO Sport van 15 juni 2006;
- het VAO Arbeidsmarktbeleid van 14 juni 2006;
- het NO inzake de initiatiefnota-Dijksma over "gratis" openbaar vervoer d.d. 28 juni 2006.
**
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter: Over de stemmingslijst voor vanavond zal ik u, los van eventuele stemmingen na het debat over de regeringsverklaring, in de loop van de middag een nader voorstel doen.
We beginnen met het debat naar aanleiding van de regeringsverklaring. De maximumspreektijden zijn bekend.
**
*N
De heer Bos (PvdA): Voorzitter. Over 137 dagen komt er een einde aan het derde kabinet Balkenende. Dat is ongeveer het enige wat mensen buiten Den Haag van deze hele gang van zaken nog zullen snappen en wat ook door ons valt uit te leggen. Het tweede kabinet Balkenende viel vorige week, net zoals de eerste keer zonder dat de minister-president het zag aankomen en zonder dat hij ingreep.
Het was niet de vertienvoudiging van het aantal voedselbanken waar het kabinet over viel, het was niet de desinformatie over de oorlog in Irak waar dit kabinet over viel, het waren niet de 26.000 gezichten of de 370.000 kinderen die in armoede opgroeien of de 430.000 werklozen of de miljoen huishoudens die er bij de introductie van de nieuwe zorgverzekering toch op achteruitgingen. Was het wel een van die redenen geweest, dan was dat wel uit te leggen. Maar nee, het was één paspoort, van een van de eigen mensen, dat zoveel consternatie veroorzaakte dat een web van leugens gesponnen moest worden om maar op het pluche te kunnen blijven zitten. Totdat de minister-president per ongeluk de waarheid sprak, per óngeluk de waarheid sprak, en het kabinet viel alsnog. De verbijstering en verwarring zijn groot. Eerlijk gezegd, weet ik niet wat erger is: een minister-president die per ongeluk de waarheid spreekt en zo zijn kabinet laat vallen, of een minister-president die zou hebben volhard in de leugen en als beloning zou hebben mogen doorregeren, alsof er niets aan de hand was.
Hoezeer het ook duidelijk is dat de oorzaak van dit alles moet worden gezocht in de boezem van het kabinet, bij het gebrek aan leiderschap van de minister-president, bij de voortduring van de sorrydemocratie, en bij de krampachtige angst in de VVD en in het kabinet om een falende minister aan te pakken, en hoezeer ik ook blij ben dat er nu eindelijk snel verkiezingen komen, er is geen reden tot vreugde. Want laten we wel beseffen dat de schade die door deze affaire is aangericht, zich niet alleen zal richten op het kabinet, de coalitiepartijen en de minister-president; het raakt ons, helaas, allemaal. Veel mensen buiten deze vergaderzaal zullen cynisch hebben geconcludeerd dat "de" politiek vooral met zichzelf bezig is geweest, dat over de echt grote problemen in het land niet werd gesproken en dat hier spelletjes werden gespeeld en deals werden gesloten. Dat is een beeld dat ons allemaal, coalitie en oppositie, zal worden aangerekend.
Die vermaledijde kloof tussen burger en politiek, waarvan dit kabinet terecht zulke grote ambities had om die te slechten, zal alleen maar groter zijn geworden.
Mijnheer de voorzitter. Ik ben bang dat de gang van zaken in de afgelopen week, tijdens de informatie en formatie, dit beeld alleen maar verder bevestigd heeft. De minister-president had de afgelopen week kunnen gebruiken om een brug te slaan naar andersdenkenden. Als hij ervoor had gekozen, demissionair te blijven en besloten had, in goede samenwerking met de Kamer, ook met ons, het hoogst noodzakelijke te doen in de richting van snelle verkiezingen, dan was dat met recht gezien als het handelen van een minister-president die in tijden van crisis boven de partijen staat en het landsbelang vooropstelt en die in tijden van moeilijke keuzes, een zo groot mogelijk draagvlak belangrijk vindt. Zo is het echter niet gegaan. In plaats daarvan is gekozen voor een minderheidskabinet van CDA en VVD, met veronderstelde steun van LPF en D66 op cruciale onderdelen. In het geval van de LPF is de terugkeer aan de orde naar een partner die in de afgelopen jaren keihard werd veroordeeld en zelfs werd afgedankt. In het geval van D66 gaat het om de terugkeer naar een coalitie die net is afgetreden en waarvoor geen steun meer is. Ondertussen, alsof er niets aan de hand is, wordt er gewoon doorgeregeerd. Dat zelfs de bordesfoto is gesneuveld, is enerzijds sneu voor de ministers Wijn en Nicolaï, die ik bij dezen feliciteer met hun benoeming, hetgeen uiteraard ook geldt voor staatssecretaris Bruins, en tekent anderzijds de sfeer van "er is niets aan de hand, wij gaan gewoon door en wij trekken ons niets aan van de vraag of wij een minderheid of minderheid vertegenwoordigen".
Zo worden de zaken alleen maar onbegrijpelijker voor de mensen buiten deze zaal. Een kabinet valt maar gaat door. De minister-president ziet zijn tweede kabinet sneuvelen, maar verklaart lachend op de televisie dat het hem niets doet. Partners worden afgedankt en opnieuw in genade aangenomen alsof er niets is gebeurd. Het patroon dat wij de afgelopen jaren hebben leren kennen, wordt doorgetrokken: een kabinet dat daadkracht gebruikt als alibi om zich van niemand iets aan te trekken. Ministers zeggen sorry en blijven zitten. Alles is geoorloofd om maar te vermijden dat de kiezer iets te zeggen krijgt. Gelukkig krijgt die kiezer over 137 dagen wel wat te zeggen. Het is nu ons aller verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat het land in de periode tot die tijd een beetje ordentelijk wordt bestuurd. Ik zeg nadrukkelijk "ons aller verantwoordelijkheid" want de Partij van de Arbeid voelt die verantwoordelijkheid ook en is bereid om deze te nemen. Mijn partij zal met andere woorden constructief meewerken aan het op tijd behandeld en afgehandeld krijgen van de hoogst noodzakelijke zaken.
Daar moet dan wel terughoudendheid van de kant van het kabinet tegenover staan. Laten wij niet vergeten dat die terughoudendheid niet alleen gewenst wordt door de Partij van de Arbeid en een aantal andere partijen, maar dat deze ook een punt was in het verslag dat de informateur, de heer Lubbers, daartoe gemachtigd door de Koningin, als opdracht aan dit kabinet heeft meegegeven. Wij horen vooral publicitair geronk, dat men een "volwaardige begroting" wil presenteren, en nog een heleboel moois, zoals een belastingverlaginkje hier, een snelwegje daar, een vliegtuigje zus en een privatiserinkje zo. Laat ik duidelijk zijn: dat zijn stuk voor stuk grote, politiek omstreden besluiten. Van de aankoop van de Joint Strike Fighter tot de aanleg van een weg door het Naardermeer. Van belastingverlaging voor grote, winstmakende bedrijven tot de verkoop van aandelen Schiphol. Van mij mag het kabinet presenteren en voorbereiden wat het wil, maar in onze samenwerking in de komende maanden, gaat het vooral om wat redelijkerwijs behandeld kan worden. Op dat punt is terughoudendheid, louter en alleen vanwege de weinig beschikbare tijd, of het kabinet dat nu leuk vindt of niet, onontkoombaar. Nogmaals, de Partij van de Arbeid zal zich daarbij constructief opstellen. Mijn partij is er niet op uit om chaos te veroorzaken, maar ik kan niet nalaten om daaraan toe te voegen: breng ons dan ook niet in verleiding.
Mijnheer de voorzitter. Terughoudendheid is niet alleen noodzaak vanwege de weinige tijd tot 22 november.
De heer Van As (LPF): Als u op de stoel had gezeten van deze premier, had u dan ook gezegd: maak ons maar demissionair want wij schuiven alles wel voor ons uit?
De heer Bos (PvdA): Niet om alles voor mij uit te schuiven, maar uit respect voor de rol van de kiezers in een democratie had ik er inderdaad voor gekozen om demissionair te blijven en de verkiezingen nog eerder te doen plaatsvinden dan 22 november.
De heer Van As (LPF): Ondanks het feit dat de meerderheden in dit parlement anders besluiten?
De heer Bos (PvdA): Ik wil daar straks nog wat over zeggen. Gebruiken zijn in wezen in onze democratie gegroeid zoals zij gegroeid zijn, omdat meerderheden na verkiezingen er wel eens anders uit kunnen zien dan meerderheden voor verkiezingen. Daarom betracht je vlak voor een verkiezing enige terughoudendheid in het regelen van zaken met de meerderheid die er op dat moment bestaat. Immers, je weet dat de politieke verhoudingen na de verkiezingen misschien anders zijn. Dan vind ik het respectvol tegenover die partijen en de burgers die daar achter staan om terughoudend te zijn.
De voorzitter: Ik wil het hierbij laten. De heer Bos gaat door.
**
De heer Bos (PvdA): De tekst die de heer Van As mij ontlokt heeft, is eigenlijk de tekst waarmee ik wilde vervolgen. Ik wilde daar toch een punt van maken, omdat ik de heer Verhagen -- als ik het mis heb, zal hij mijn uitspraak vast en zeker weerleggen -- en anderen "terughoudendheid" steeds heb horen vertalen in "men moet natuurlijk steeds een meerderheid zien te vinden voor een voorstel". Dat is altijd zo. Je moet altijd een meerderheid vinden voor een voorstel. Dat heeft niets te maken met terughoudendheid. Het gaat om iets anders. In een democratie moeten meerderheden zich altijd realiseren dat zij na verkiezingen een minderheid kunnen zijn en dat het vanuit democratisch oogpunt dus altijd redelijk is om rekening te houden met de belangen van minderheden. Daarom is het al helemaal vlak voor verkiezingen geboden om voorzichtig om te gaan met zaken waar een meerderheid na de verkiezingen anders over zou kunnen denken dan een meerderheid voor de verkiezingen.
Ik heb goed geluisterd naar de regeringsverklaring van de minister-president. Als ik goed geteld heb, heeft de minister-president in zijn verklaring wel vijf keer het woord terughoudendheid gebruikt. Dat waardeer ik oprecht. Hij voegt er echter vijf keer in een adem aan toe dat hij wel gewoon wil doorregeren. Ik nodig hem vooral uit, het voornemen tot terughoudendheid in dit debat concreet te maken en helder te maken wat hij wel en wat hij niet de komende maanden behandeld wil zien en aangenomen wil zien door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Wat ons betreft, is het punt niet wat er gepresenteerd gaat worden en wat er voorbereid wordt. Als het aankomt op een constructieve samenwerking tussen Kamer en kabinet, is de vraag wat wij met elkaar nog kunnen behandelen c.q. aannemen. Op dat punt zouden wij klare wijn van de minister-president op prijs stellen. Ik roep hem op, zich hier hoeder van goede democratische gewoonten te tonen en de gewenste terughoudendheid bij het doordrukken van allerlei politiek gevoelige voorstellen te betrachten. Laat daar de kiezer over oordelen. Als het kabinet zo overtuigd is van het nut en van de juistheid van al die voorstellen die het de komende maanden wil doen, dan zou het voor de kiezer ook niet bang hoeven te zijn, lijkt mij.
Voorzitter. Ik rond af. Drie kabinetten Balkenende in vier jaar, dat is best een beetje veel. Het grote voordeel van dit kabinet is dat wij precies weten hoe lang het zal zitten: 137 dagen. Over 137 dagen zal het derde kabinet Balkenende ondanks de goednieuwsshow die ons ongetwijfeld de komende weken te wachten staat, een rapport achterlaten dat zich leent voor echte keuzes. Op 22 november 2006 heeft Nederland meer werklozen dan toen deze minister-president in 2002 aan zijn karwei begon, terwijl in alle andere landen van Europa in dezelfde periode de werkloosheid juist omlaag ging. Op 22 november 2006 kent Nederland meer armoede dan in 2002. Op 22 november 2006 zal het zoet niet opgewassen blijken tegen het zuur en zullen de grote winstmakende bedrijven de grote winnaars bij dit kabinet blijken te zijn geweest, niet de startende kleine ondernemers, niet de gezinnen. Op 22 november 2006 zal dit kabinet recordhouder zijn: onder dit kabinet beleven wij de langste economische recessie uit de Nederlandse geschiedenis na de Tweede Wereldoorlog. Op 22 november 2006 leven wij helaas in een land met meer radicalisering onder moslimjongeren en meer wederzijds onbegrip tussen autochtonen en allochtonen dan toen deze CDA/VVD-kabinetten begonnen. Op 22 november 2006 zal Nederland nog steeds het enige land blijken te zijn waar niet onderzocht mocht worden of de oorlog tegen Irak op basis van onjuiste informatie was begonnen.
Het gaat ergens over op 22 november 2006. Nederland is inderdaad -- daar heeft de minister-president gelijk in -- weer de weg omhoog ingeslagen, maar de prijs is hoog geweest. Lang niet iedereen doet mee en lang niet iedereen profiteert mee. Dit land kan niet alleen zoveel beter, het moet ook heel veel beter. Dat lukt alleen als wij geen achterblijvers dulden, als achterstanden overbrugbaar blijken, als excellentie de ruimte krijgt en als wij aan de verdeeldheid een einde maken. Drie kabinetten Balkenende hebben in het teken gestaan van instabiliteit, chagrijn, geruzie, confrontatie en polarisatie.
Ik hoor de instemming uit de coalitiebankjes. Nu wordt het tijd voor eenheid, redelijkheid en samenwerking. Alleen zo wordt Nederland socialer en sterker, met goedkopere kinderopvang, beter onderwijs, meer banen, minder schooluitval, leefbare wijken, snellere inburgering en in goede én in slechte tijden altijd eerlijk delen. Dat is het Nederland waaraan de PvdA wil werken. Over 137 dagen ligt die keuze voor. Tot die tijd zullen wij onze verantwoordelijkheid nemen en terughoudendheid van dit kabinet met constructieve samenwerking beantwoorden. Ik wens het kabinet die wijsheid toe.
De heer Rutte (VVD): Heeft de heer Bos kennis genomen van het wetsvoorstel Werken aan winst?
De heer Bos (PvdA): Ja, in grote lijnen.
De heer Rutte (VVD): Daarvoor was ik al bang. Grote lijnen is in dit geval toch niet genoeg. De heer Bos heeft zojuist het kabinet verweten lastenverlichting te geven aan de grote bedrijven. Hij en ik kennen die grote bedrijven goed en ik ben het met hem eens dat daar niet de grootste noodzaak bestaat voor lastenverlichting. Ik raad hem toch aan dat wetsvoorstel goed te lezen en daarin te zien dat de verlaging van de vennootschapsbelasting vooral ook ten goede komt aan de kleinere ondernemers in Nederland. Ik ben benieuwd wat hij daarvan vindt.
De heer Bos (PvdA): Daarmee zijn die kleinere ondernemers het zelf niet eens, dus dan heeft de heer Rutte nog heel wat uit te leggen. Als belastingverlaging gaat naar bedrijven die al winst maken, is dat gewoon een cadeautje. Men moet lastenverlichting geven aan bedrijven die willen innoveren en die willen starten, aan kleine bedrijven die bereid zijn een baan te geven aan mensen die moeilijk liggen op de arbeidsmarkt. Als de lastenverlichting daarheen gaat, geeft men ook lastenverlichting aan het bedrijfsleven, maar levert men ook een bijdrage aan het bestrijden van de werkloosheid en het verbeteren van het klimaat rond innovatie. Een cadeautje geven aan bedrijven die al winst maken, is niet nodig en economisch levert het heel weinig op.
De heer Rutte (VVD): 90% van ons geld in Nederland wordt niet verdiend in de bedrijven waar de heer Bos en ik vandaan komen, maar in het midden en kleinbedrijf. De vennootschapsbelasting van die bedrijven gaat terug naar 20%. Dat is nogal wat. Dan kan de heer Bos wel zeggen dat wij een systeem zullen optuigen waarbij wij inzichtelijk maken welke bedrijven wel of geen winst maken, waarna wij met duizenden ambtenaren precies die bedrijven geld zullen geven die geen winst maken. De heer Bos, zelf oud-staatssecretaris van Financiën, zal het toch met mij eens zijn dat men dit alleen kan regelen door in algemene zin de vennootschapsbelasting te verlagen en daarmee de structuur van de economie te versterken.
De heer Bos (PvdA): Dat ben ik niet met de heer Rutte eens. Juist omdat ik staatssecretaris van Financiën ben geweest, weet ik er nog wel iets van, maar dat is niet zo relevant. Juist als men weet dat de bron van werkgelegenheid en innovatie is gelegen bij het midden en kleinbedrijf, juist als economen de Tweede Kamer hebben geadviseerd om nu eens niet de zittende reuzen te subsidiëren met belastingvoordelen, maar de uitdagers, de bedrijven die beginnen, de bedrijven die nog geen winst maken, dan moet men niet de winstbelasting verlagen, maar moet men zorgen dat het goedkoper wordt om een bedrijf te starten en mensen aan te nemen en moet men belonen dat er wordt geïnnoveerd. Dat is de keuze die voorligt en dat debat zullen wij de komende maanden graag met de heer Rutte aangaan.
De heer Van As (LPF): De heer Bos moet mij eens uitleggen hoe een bedrijf belasting kan betalen als het geen winst maakt.
De heer Bos (PvdA): Heel simpel: bedrijven betalen loonbelasting. Er zijn talloze manieren om te zorgen dat bedrijven minder loonbelasting betalen. Daarmee stimuleert men juist bijvoorbeeld het midden en kleinbedrijf dat heel veel mensen in dienst neemt en dat niet kan profiteren van de grote verlaging van de vennootschapsbelasting, ofwel omdat geen vennootschapsbelasting wordt betaald ofwel omdat men geen winst maakt. Loonbelasting is één voorbeeld, maar er zijn talloze andere voorbeelden.
De heer Van As (LPF): Ik geloof dat de heer Bos te simpel denkt. Wat hij zojuist heeft gezegd, ook in antwoord op de heer Rutte, is volslagen onzin. Juist die kleine bedrijven in het midden en kleinbedrijf worden geholpen door de nota Werken aan winst. Ik heb van de heer Bos nog nooit een alternatief gezien in de zin van wat hij nu allemaal heeft geroepen. Dit is echt gespeend van enige realiteitszin.
De heer Bos (PvdA): Het zal de heer Van As de komende tijd niet ontbreken aan alternatieven van de PvdA-fractie. Dat beloof ik hem graag. Het betoog dat ik hier houd, luidt dat wij twee prioriteiten hebben als wij menen ruimte te hebben voor belastingverlaging de komende tijd. Ten eerste bezien wij of bedrijven of gezinnen de afgelopen jaren het meest hebben moeten inleveren. Dat is voor gezinnen miljarden meer dan voor bedrijven. Ik vind het dus logisch dat geld in eerste instantie terug zal gaan naar gezinnen. Ten tweede bezien wij waar de bron van innovatie, van werkgelegenheid en van groei is.
Deze zitten niet bij de grote bedrijven die al veel winst maken en met hun vennootschapsbelastingtarief allang in een zeer acceptabele Europese middenmoot zitten. Ze zitten bij de bedrijven die zwoegen, bij de bedrijven die worden opgestart, bij de bedrijven die innoveren en bij de kleinere bedrijven. Er zijn veel effectievere manieren op juist die ondernemers te belonen voor hun goede werk en wij zullen niet nalaten dat iedereen, ook de heren Van As en Rutte, duidelijk te maken.
*N
De heer Verhagen (CDA): Voorzitter. Ik ben blij dat het kabinet niet heeft besloten de vacature voor een staatssecretaris van Financiën op te vullen met de heer Bos, want dan waren wij in de zurigheid blijven steken.
Uit de regeringsverklaring blijkt dat het goed gaat met Nederland. Het is een feit dat het kabinet Balkeneinde-II de afgelopen drie jaar stevige hervormingen heeft doorgevoerd en deze hebben goede resultaten opgeleverd. Het kabinet Balkenende-II heeft zijn belofte waargemaakt. De economie groeit, het consumentenvertrouwen neemt toe, de werkgelegenheid stijgt, de winstgevendheid van bedrijven neemt toe, de koopkracht van de burgers verbetert, de wachtlijsten zijn korter geworden en er is minder criminaliteit. De lasten van de vergrijzing zijn verminderd, zodat een AOW bij 65 jaar mogelijk blijft. De zorg is toegankelijk, ongeacht leeftijd en gezondheid. Kortom, Nederland staat er dankzij premier Balkenende beter voor en het gaat nog steeds elke dag beter.
Gisteren bereikte ons het bericht van het CBS dat de economie de afgelopen jaren nog meer is gegroeid dan gedacht. Mensen die enkele jaren geleden nog werkloos waren, hebben weer een baan. Mensen met een WAO-uitkering zien weer kansen en starten een bedrijf. Er zijn inmiddels 80.000 mensen begeleid naar een nieuwe baan. Dit geeft ons land nieuwe kansen; het geeft de mensen nieuwe kansen en die kansen moeten wij verzilveren. Wij kunnen niet blijven afwachten, maar moeten doorgaan om voor alle inwoners van Nederland een beter Nederland te realiseren.
Om die reden is de CDA-fractie blij dat het kabinet Balkenende een doorstart kan maken als een missionair kabinet, want op deze manier worden belangrijke zaken afgehandeld. De belangrijkste daarvan zijn de begroting 2007, het Belastingplan en de nota Werken aan Winst. Hiermee worden juist welvaart, welzijn en werk de komende jaren gegarandeerd. Het kabinet kan ook de aangegane internationale verantwoordelijkheid dragen.
De minister-president wees in zijn regeringsverklaring terecht op het feit dat op 1 augustus Nederlandse militairen hun moeilijke werk beginnen. Zij hebben recht op een slagvaardig kabinet dat zich kan verantwoorden voor de besluiten die het neemt ten behoeve van de militairen die bereid zijn zich voor ons land in te zetten.
Ook andere verplichten kunnen niet wachten, zoals de rondetafelconferentie met de Antillen.
Een volwaardige begroting in 2007 maakt het mogelijk de ingezette hervormingen door te zetten en de positieve trend in de economie vast te houden. Zo kan er ook in 2007 meer werk komen, terwijl een verbetering van koopkracht van burgers en minder lasten voor bedrijven kunnen worden gerealiseerd. Er kan in 2007 ook werk worden gemaakt van de goede en zorgvuldige uitvoering van maatregelen die wij de afgelopen jaren hebben genomen. Ook kan in 2007 verder worden gewerkt met de vanaf 2003 ingezette investeringen in onderwijs, zorg en veiligheid. Dat is goed voor Nederland, goed voor de economie en vooral goed voor de burgers van Nederland.
Nederland is dankzij het kabinetsbeleid weer gaan behoren tot de koplopers van Europa en dat moeten wij zo houden. Dankzij de doorstart van het kabinet zijn wij dan ook in staat de positieve ontwikkelingen in Nederland door te zetten. Terecht geeft het kabinet Balkenende-III prioriteit aan de begroting 2007, want nu het na de economische recessie weer beter gaat, kunnen wij ons geen verloren jaar permitteren. Op 22 november 2006 staan wij er dan nog beter voor.
Het kabinet Balkenende-III is gevormd nadat D66 haar politieke steun aan het kabinet van het CDA, de VVD en D66 introk.
Wij hebben dat als CDA-fractie niet gezocht en niet nagestreefd, en het was naar onze mening ook niet nodig geweest. De fractie van D66 heeft gemeend haar steun aan het kabinet in te moeten trekken op grond van de paspoortaffaire rondom mevrouw Hirsi Ali. Het is volgens de CDA-fractie echter een onnodige en onbegrijpelijke stap om het kabinet hierover te laten struikelen. Het kabinet heeft immers gedaan wat de Kamer heeft gevraagd. Onbegrijpelijk te meer nadat de fractie van D66 alle moeilijke maatregelen van het kabinet heeft gesteund en wegloopt nu de periode van het oogsten is aangebroken. Iedereen is uiteraard verantwoordelijk voor zijn eigen geloofwaardigheid. Ik kan mij echter niet aan de indruk onttrekken, dat hier eigenlijk niet verder is gedacht dan de lens van de tv-camera. Het land is er in ieder geval geen dienst mee bewezen en naar mij dunkt D66 zelf ook niet.
Mevrouw Van der Laan (D66): Het verbaast mij in de reactie van de heer Verhagen dat hij heeft gezegd: hoe kun je dit nu doen op het moment dat wij net beginnen te oogsten? Kennelijk is het belangrijker de verkiezingswinst binnen te hebben, dan dat je op een gegeven moment een streep trekt in wat aanvaardbaar is in een democratie.
De heer Verhagen (CDA): Nee, absoluut niet, om de doodeenvoudige reden dat ook mijn fractie buitengewoon veel kritiek heeft gehad op het optreden van minister Verdonk tot en met 16 mei jl. Dat is de reden waarom wij hier op 16 mei een debat hebben gevoerd. Daarbij heb ik geen enkele onduidelijkheid laten bestaan over de opstelling van de CDA-fractie over hetgeen gepresteerd is. Dat is ook de reden dat ik in derde termijn en motie heb ingediend, wat ook niet zo vaak voorkomt. Op het moment dat de minister doet wat de Kamer heeft gevraagd, inclusief PvdA-fractie, inclusief D66-fractie, vind ik het onbegrijpelijk dat je dan zegt: u heeft gedaan wat wij hebben gevraagd, maar u had weg moeten gaan. Daarvoor zou de fractie van D66 op 16 mei jl. een motie van wantrouwen hebben moeten indienen. In het vorige debat, waaraan mevrouw van der Laan de conclusie heeft verbonden om een motie van wantrouwen te steunen, heb ik namens de CDA-fractie duidelijk gemaakt dat een aantal zaken mij absoluut niet beviel. Dat was onder andere het openbaar maken van de brief aan de Kamer, de brief die aan mevrouw Hirsi Ali gestuurd zou moeten worden opdat zij een normaal verweer zou kunnen maken. Ook heb ik duidelijk gemaakt dat ik het niet nodig vond en dat ik daarop kritiek had, dat in de verklaring elementen waren opgenomen die niet strikt juridisch noodzakelijk waren. Op beide punten heeft de minister tijdens het debat aangegeven, dat zij dit inderdaad beter niet had kunnen doen. Derhalve is er op dat punt onbegrip van mij voor de stap die de fractie van D66 daaraan heeft verbonden.
De voorzitter: Ik geef mevrouw Van der Laan de gelegenheid nog een vraag te stellen, maar ik zeg er wel bij dat wij de debatten van 28 en 29 juni en van 16 mei jl. uiteraard niet gaan overdoen.
**
Mevrouw Van der Laan (D66): Dat begrijp ik. De heer Verhagen bevestigt alle twijfels die er waren over de manier waarop minister Verdonk heeft geopereerd. Wat mij zo heeft verbaasd in de opstelling van de CDA-fractie, is dat de CDA-fractie na de volledig onnodige incidenten rond het staatsburgerschap van Ayaan Hirsi Ali -- zij is immers altijd Nederlandse gebleven, dus al die commotie was helemaal niet nodig geweest -- het vertrouwen heeft dat minister Verdonk in al die andere gevallen, al die anonieme gevallen, al die kwetsbare gevallen wel goed opereert.
De heer Verhagen (CDA): Als ik dat vertrouwen niet zou hebben, zou ik op 16 mei jl. geen motie hebben ingediend dat minister Verdonk haar huiswerk over moest doen, maar dan zou ik een motie van wantrouwen hebben ingediend. Dat zou logisch geweest zijn. Het is niet logisch om op het moment dat zij doet wat de Kamer vraagt toch te zeggen: u heeft wel gedaan wat wij hebben gevraagd, maar u moet toch maar wegwezen. Dan zou ik dat gewoon 16 mei jl. hebben gezegd.
Door de nieuwe politieke situatie en door de opstelling van diverse fracties zijn vervroegde verkiezingen onvermijdelijk. Die komen er ook. Maar er is ook voldoende steun in het parlement om tot die vervroegde verkiezingen een missionair kabinet te hebben. Dat missionaire kabinet is er gekomen, en niet alleen dat, het is ook snel gekomen. Ik denk dat dit een zeer goede zaak is. En ik denk dat niemand begrijpt wat er eigenlijk vorige week is gebeurd en men zich heeft afgevraagd of op dit onderwerp een kabinet moet vallen. Er is snel een missionair kabinet, dat kan doen wat noodzakelijk is.
Ondanks de gebleken steun tijdens de informatie voor een missionair kabinet, blijft het een minderheidskabinet. Dit is een bijzondere situatie die niet vaak voorkomt. Daarom zal het kabinet weliswaar voortvarend, maar tegelijkertijd ook zorgvuldig te werk moeten gaan.
Daarbij zijn er wat de CDA-fractie betreft op voorhand geen taboeonderwerpen.
Wij realiseren ons natuurlijk wel dat er beperkingen zijn. Die beperkingen schuilen in het korte tijdsbestek als gevolg van de vervroegde verkiezingen, en in het feit dat het kabinet is genoodzaakt een meerderheid te vinden in de Kamer. Het is vanzelfsprekend dat het kabinet elke keer zijn afwegingen maakt. De minister-president benadrukte in de regeringsverklaring dat zorgvuldigheid is geboden: zorgvuldigheid in de voorstellen die in de Kamer worden voorgelegd, zorgvuldigheid in het besef dat draagvlak meer is dan de helft plus één, en ook zorgvuldigheid in de argumentatie en de overtuigingskracht waarom het kabinet toch iets nodig vindt. Maar nogmaals, er zijn geen taboes bij voorbaat.
Voor de Kamer biedt een minderheidskabinet mogelijkheden om het democratische debat te verlevendigen. Er moet naar wisselende meerderheden worden gezocht en dat biedt kansen voor het parlement. Dat houdt ook een risico in. Het is aan de Kamer om te laten zien of zij eigenlijk de weelde van een minderheidskabinet kan dragen, of dat zij verzand in een ruziënde Poolse landdag. Wij kunnen elkaar gaan bevechten op procedures, maar niet alleen het kabinet, ook de Kamer zal juist omwille van het landsbelang zorgvuldig te werk moeten gaan. Dit kabinet zal in staat moeten worden gesteld, ook door de Kamer, om voort te bouwen aan Nederland. Dit kabinet zal in staat moeten worden gesteld om in dat opzicht alles te doen wat goed is voor ons land en voor het verdere herstel; het is namelijk zaak om dat herstel vast te houden.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): De heer Verhagen gebruikt enkele keren het woord zorgvuldigheid.
De heer Verhagen (CDA): Ik verwees naar datgene wat de minister-president in de regeringsverklaring namens het kabinet naar voren bracht.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Heel goed, maar de minister-president gebruikte twee woorden: zorgvuldigheid en terughoudendheid. Dat laatste woord heb ik de heer Verhagen nog niet horen gebruiken. Dat woord past ook niet helemaal bij de uitlatingen die hij gisteren deed. Ik vraag hem of hij ook dat woord overneemt van zowel de informateur, die het op zijn persconferentie in elke zin twee keer gebruikte, als van de minister-president, die het woord noemde in zijn regeringsverklaring.
De heer Verhagen (CDA): Enerzijds zijn er voor het kabinet de beperkingen qua tijd. Het kabinet zal sowieso terughoudend moeten zijn in het aantal voorstellen dat het aan de Kamer voorlegt. Anderzijds ligt de beperking in de noodzaak een parlementaire meerderheid te vinden, ondanks het feit dat er een minderheidskabinet is. Dat betekent dat het kabinet terughoudend zal zijn in het doen van voorstellen, dat lijkt mij voor de hand liggen. Maar ik denk dat terughoudendheid niet kan inhouden dat wij hier de facto een demissionair kabinet zouden hebben dat toevallig nog een aantal zaken mag afhandelen.
Een missionair kabinet is een volwaardig kabinet. Dat betekent dat het kabinet de vrijheid heeft om alle voorstellen die het wil doen aan de Kamer voor te leggen en dat daar op voorhand geen taboes op rusten. Het kabinet zal zich wel moeten realiseren dat het enige terughoudendheid met zich meebrengt, want het lijkt mij geen pretje als je als minister hier dag in dag uit een verworpen wetsvoorstel hebt verdedigd.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): De heer Verhagen heeft aangegeven dat hij zich wel kan vinden in de benadering dat een minderheidskabinet zich niet zomaar tevreden kan stellen met de helft plus één; dat hoorde bij het begrip zorgvuldigheid en ik neem aan, ook bij het begrip terughoudendheid. Kan hij zich vinden in mijn stelling dat juist een minderheidskabinet, hoewel missionair, zich ervan zal moeten vergewissen dat er niet alleen een voldoende, namelijk de helft plus één, maar een brede, ruime parlementaire meerderheid voor zijn voorstellen is, met het oog op de vervroegde verkiezingen?
De heer Verhagen (CDA): Ik denk dat het in het belang van het kabinet is om te streven naar een zo groot mogelijke meerderheid achter de voorstellen. Dat is iets anders dan vergewissen, want ik hoop toch dat het normale parlementaire debat op de gebruikelijke wijze kan plaatsvinden en dat de heer Rouvoet niet vóórdat het parlementaire debat plaatsvindt al wil afzegelen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ik wil een meer precieze vraag aan de heer Verhagen stellen over de inzet van de CDA-fractie, als een van de coalitiepartners.
Vindt de heer Verhagen bijvoorbeeld dat de liberalisering van de huren nog door dit kabinet ter hand moet worden genomen? En de aanleg van de A6/A9 door het natuurgebied Naardermeer?
De heer Verhagen (CDA): Ik vind dat het kabinet allereerst een besluit daarover moet nemen en daarna met voorstellen moet komen. Omdat het kabinet nog geen onderbouwd voorstel heeft gedaan, heb ik geen flauw benul of ik voor een tunnel of voor de Gaasperdammerweg ben, om een voorbeeld te noemen. Ik zou tegen het kabinet zeggen: kom met een voorstel, beargumenteer dat en dan kijken wij wel of voor of tegen zijn. Misschien komt er wel een voorstel dat kan rekenen op positief gejuich van allerlei fracties.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Het is opvallend hoe laat de heer Verhagen zijn standpunt nog moet bepalen. Er is een overdosis aan maatschappelijke informatie overal aanwezig.
Ik begrijp dat de heer Verhagen het kabinet ruim baan geeft om voorstellen te ontwikkelen, zowel voor de A6/A9 als voor de liberalisering van de huren. Hij weet hoeveel angst en pijn er in het land is over de huurplannen en de mogelijke consequenties daarvan. Geeft hij dit kabinet dan alle ruimte om die onrust verder te vergroten, of zegt hij: halt, dit gaat dit minderheidskabinet, want dat is het, niet meer doen?
De heer Verhagen (CDA): Als mevrouw Halsema suggereert dat een debat er niet meer toe doet en de standpunten over welk onderwerp dan ook bij voorbaat al vastliggen, kun je dit parlement beter afschaffen. Ik ga nog altijd ervan uit dat wij op basis van het wisselen van argumenten en op basis van onderbouwde voorstellen onze mening kunnen vormen en ons standpunt kunnen bepalen. Als dat niet het geval is, kunnen wij hier net zo goed ophouden.
Mijn fractie heeft met het vorige kabinet met betrekking tot de huren juist voorstellen gedaan en maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de huurstijging gemaximeerd is. Wij hebben niet alleen de laagste huurstijging sinds 1959 maar er vindt ook geen liberalisering plaats, behalve als er voldoende gebouwd is. Juist die rem hebben wij erop gezet. Als er niet voldoende woningen gebouwd zijn, worden de huren niet vrijgegeven. Zo simpel is dat! Dat is en blijft het standpunt van de CDA-fractie ook ten aanzien van de voorstellen die het kabinet Balkenende III op dit punt doet.
De heer Van der Vlies (SGP): Geen lijstjes, kom maar met voorstellen, wij zullen die beoordelen. Dat is een heldere lijn, maar ik stel de heer Verhagen toch even de vraag of de CDA-fractie zich nog gebonden acht aan het Hoofdlijnenakkoord uit de vorige coalitie die in afgeslankte vorm verdergaat. Acht de CDA-fractie zich met name ook gebonden aan het Paasakkoord? Dat lijkt mij wel relevant. Is daar nog voldoende basis voor continuering? Mij lijkt van niet! Ik heb graag een heldere uitspraak van de heer Verhagen.
De heer Verhagen (CDA): Wel degelijk aan het Hoofdlijnenakkoord, maar collega Van der Vlies moet natuurlijk niet overvragen door te beginnen over het Paasakkoord en dergelijke. Wij hebben een korte tijd tot de verkiezingen. In die korte tijd waarin nog zoveel behandeld moet worden, heb ook ik mijn prioriteiten. U zult begrijpen dat bepaalde zaken niet meer tot de prioriteiten behoren. Ik kan mij voorstellen dat de Mediawet waarover wij in de schriftelijke voorbereiding al honderd vragen gesteld hebben, niet direct iets is wat wij voor 22 november kunnen afhandelen.
De heer Van der Vlies (SGP): Eenvoudige vragen zijn eenvoudig te beantwoorden. Bestaat het Paasakkoord nu nog wel voor de CDA-fractie of niet? Ik denk dan bijvoorbeeld aan de verlaging van de voorkeursdrempel en aan de gekozen burgemeester. Dat zijn toch heldere punten?
De heer Verhagen (CDA): Die staan vanmiddag zelfs op de stemmingslijst, maar ik wacht de voorstellen van de voorzitter van de Kamer af om te bezien wat daar verder mee gebeurt. Bij de stemmingen, als die plaatsvinden, zullen wij op dat punt in ieder geval een heldere keuze maken.
De heer Van der Vlies (SGP): Dat is duidelijk. Mijn prognose is dan dat de CDA-fractie ruimte zal zoeken en vinden om af te wijken van de standpuntbepaling tot nu toe in het debat, die inhield: wij moeten ons houden aan een Paasakkoord dat wij sloten met een partner die intussen van ons is weggelopen. Daar zou u eigenlijk wel vanaf willen. Zo mag ik uw verhaal toch interpreteren?
De heer Verhagen (CDA): Ik heb al gezegd dat wij bijvoorbeeld ten aanzien van de Mediawetten honderd schriftelijke vragen hebben ingediend. Daar heb ik nog geen antwoord op gezien. Ik kan mij niet voorstellen dat dat onderwerp überhaupt afgehandeld zal worden voor 22 november. Dat heeft bij mij in ieder geval geen prioriteit. Wij moeten woekeren met de tijd die wij hebben, gelet op het feit dat wij niet tot 5 mei de tijd hebben. Ik geef daarom duidelijk aan dat dat niet mijn eerste gedachte zou zijn bij wat dit kabinet nog zou moeten doen.
Ten aanzien van elementen in het Paasakkoord: ik heb in mijn bijdrage al gezegd dat ik eraan hecht dat ook in 2007 de lijn die vanaf 2003 is ingezet met betrekking tot extra investeringen in innovatie, technologie en onderwijs, hoogstnoodzakelijk is. Er zijn in het Paasakkoord extra stappen gezet om daar extra gelden aan te besteden en extra initiatieven te nemen. Daar loop ik absoluut niet voor weg. Integendeel, ik vind dat absoluut noodzakelijk. De Conventie en het Burgerforum gaan gewoon hun gang. Zij werken op dit moment en wij wachten hun voorstellen af.
Ik wil ook wel iets zeggen over de Kieswet. Een van de argumenten die bij de informatie een rol hebben gespeeld bij de advisering van de CDA-fractie aan Hare Majesteit de Koningin, is dat het noodzakelijk is dat een zorgvuldige besluitvorming en een zorgvuldige voorbereiding kunnen plaatsvinden, juist met het oog op het vaststellen van kieslijsten en de verkiezingsprogramma's. Gelet op het feit dat de verkiezingen veel vroeger plaatsvinden, vraag ik mij af of het op dit moment verantwoord is om nog zo'n fundamentele wijziging van de Kieswet door te voeren.
De heer Van As (LPF): Ik zag de heer Verhagen tijdens de "simpele" vragen van de heer Van der Vlies denken en praten tegelijk. Ik merkte dat hij dacht: oppassen, want anders raak ik de kluts een beetje kwijt.
De heer Verhagen (CDA): Nee.
De heer Van As (LPF): Dat leek een beetje zo. Anders speelde u een goede act. Ik heb een opmerking en een vraag. Ik ga er altijd van uit dat men bij de stemmingen zijn keuze heeft bepaald; dat kwam er bij u niet helemaal uit. Blanco stemmen over zaken doen wij hier niet. In onze ogen is het Hoofdlijnenakkoord met D66 van de baan. Is het dan niet wenselijk om gewoon terug te vallen op het Strategisch akkoord? Dat is immers de moeder van het verhaal. Ik kijk daarbij ook even naar de premier.
De voorzitter: Nee, u kijkt nu gewoon naar de heer Verhagen. De premier kijkt niet terug.
**
De heer Van As (LPF): Dat hoopt u natuurlijk, maar ik weet het nog zo net niet.
De heer Verhagen (CDA): Alle gekheid op een stokje: laten wij bij de zaak blijven waar wij het vandaag over hebben. Wij hebben het vandaag over de doorstart van het kabinet-Balkenende en de komst van het kabinet-Balkenende III. Het is van groot belang dat wij nu de kans hebben om door te gaan met het bouwen aan een krachtig, sociaal en economisch gezond Nederland voor nu en voor de toekomst. Wij zouden ons daarop moeten richten in plaats van hier weer deze discussies te gaan voeren. Wat is er immers aan de hand? Het zou onverantwoord zijn als wij de goede sociaal-economische uitgangspositie die wij op dit moment hebben, in de waagschaal stellen. Het kabinet moet dus heel snel aan het werk en doorgaan met het werk, juist om onze goede sociaal-economische positie niet in de waagschaal te stellen en om daar verder op voort te bouwen. Daar ligt op dit moment ook mijn prioriteit, gelet op de beperkte periode die wij hebben.
De heer Van As (LPF): Daar zijn wij het over eens.
*N
De heer Marijnissen (SP): Voorzitter. Als de premier dit kabinet overleeft, heeft hij al drie kabinetten op zijn naam staan. Dan heb ik niet eens kabinet- Balkenende II bis met het Paasakkoord meegeteld: de nacht van Wiegel en Tom de Graaf. Er werd gelijmd en nog eens gelijmd en zodoende kwam het Paasakkoord tot stand. Als ik dat kabinet wel meetel, heeft premier Balkenende in vier jaar vier kabinetten geleid. Iets dergelijks gebeurt normaal gesproken alleen in Italië.
Moeten wij de minister-president en het Nederlandse volk -- het laatste is nog veel belangrijker -- feliciteren met dit aantal kabinetten? Naar mijn oordeel moeten wij dat niet doen. Deze minister-president scoort weliswaar veel kabinetten, maar weinig populariteit. Hij is een regeringsleider zonder volk geworden. Op het punt van het vertrouwen heeft hij alle laagterecords met gemak gebroken. Onder de leiding van premier Balkenende is ons land voor veel mensen killer en harder geworden. Veel mensen zijn verbitterd en er is geen perspectief op daadwerkelijke verbetering, terwijl daaraan na de puinhopen van Paars zo veel behoefte was. Daarom revolteerden de kiezers ook in 2002. Terecht moesten de fracties van de PvdA en de VVD in dat jaar hun regeringsbiezen pakken. De heer Balkenende was tot op dat moment een onbeschreven blad. Zonder bewezen diensten kreeg hij aanvankelijk en zelfs tot twee keer toe het vertrouwen van opmerkelijk veel kiezers: op hoop van zegen. Dat vertrouwen is nu verdwenen. De kiezers voelen zich bedrogen door hun premier. Hij leek open te staan voor de problemen en de zorgen van de bevolking, maar regeerde uiteindelijk met de rug naar de mensen toe. Onder de leiding van deze premier heeft ons land in het buitenland een veel slechtere naam gekregen en de faam van de minister-president is in het binnenland nog beroerder dan in het buitenland. Belangrijke voorzieningen zijn "uitgekleed" en uitverkocht. Investeren in de toekomst is er even niet van gekomen.
Wij zijn op veel terreinen achterop geraakt en het zal een behoorlijke krachttoer worden om dat te veranderen. Toch wil premier Balkenende doorgaan. Kabinet-Balkenende III lijkt een tragische noodsprong die niet past in de Nederlandse parlementaire traditie en die evenmin is gebaseerd op goede argumenten. Die sprong heeft niets te maken met de wil van de bevolking. Uit peilingen bleek namelijk dat 70% de voorkeur gaf aan het snel houden van nieuwe verkiezingen.
Het kabinet-Balkenende III komt er om "alweer" snel te gaan. Het kan een leven tegemoet zien dat nauwelijks langer is dan dat van kabinet-Balkenende I. Daarbij komt dat het een basis zal hebben die nog meer instabiel is. Waarom doet de premier dat zichzelf en het Nederlandse volk aan? Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. Naar mijn idee is de tijd om te gaan aangebroken. Ik adviseer de premier dan ook om weg te gaan en als lijsttrekker van het CDA naar de kiezers te gaan met de intentie hun het laatste woord te geven. Dat is vooral van belang nu de politiek er weer een puinhoop van heeft gemaakt. Zoals ik al zei, gaat deze premier niet weg. Wat is dat toch met die stoelen in vak K? Als bewindslieden eenmaal op die stoelen hebben gezeten, zijn zij er niet meer af te krijgen.
De SP-fractie heeft de kabinetten-Balkenende steeds kritisch gevolgd. De minister-president herinnert zich met mij dat wij niet de eerste fractie waren die riep dat hij zijn eerste kabinet niet mocht en kon formeren. Toch gaven wij hem een kans, terwijl anderen hun oordeel meteen klaar hadden. In onze visie was het kabinet-Balkenende I in 2002 namelijk onvermijdelijk. De val die betrekkelijk snel volgde, was overigens ook onvermijdelijk. Het kabinet-Balkenende II hebben wij wel vanaf het begin afgewezen. Het kwam immers tegen de wens van de kiezers tot stand en het werd alleen mogelijk om dat kabinet te formeren doordat de fractie van D66 politiek vreemd ging. Die actie infecteerde die fractie overigens meteen in ernstige mate. Door die actie joeg zij haar kiezers weg. Ook wezen wij het kabinet-Balkenende II af omdat het tegen de wil van de mensen bleef regeren: ziende blind en horende doof. De grootste vakbonddemonstratie ooit -- er kwamen 400.000 mensen op de been -- werd in 2004 gehouden. Bij het referendum over de Europese Grondwet in 2005 heeft tweederde tegengestemd. Een overweldigende meerderheid was tegen de invoering van het zorgstelsel. Toch bracht het kabinet het nooit op om te zeggen dat het geluisterd had, dat het de boodschap begrepen had en dat het voornemens was om het anders en beter te doen.
“Als het volk ons niet begrijpt, des te erger voor het volk”, dat leek de gedachte die tot nu toe het pas onderuit gegane kabinet sinds zijn aantreden beheerste.
Voorzitter. D66 nam vaker afscheid van het kabinet dan Heintje Davids deed van het theater, maar kwam ’s avonds altijd weer als een mokkend kind met een pruilmondje terug naar huis. Gekker kan het niet worden. D66 ziet het niet zitten met een minister van een kabinet dat men zelf mogelijk gemaakt heeft. De D66-ministers blijven echter zitten. De fractie zegt het vertrouwen op in het kabinet, dus de D66-ministers stappen alsnog op. Het kabinet valt. D66 zegt toch weer steun toe aan het kabinetsbeleid om vervolgens weer te zeggen dat men een motie van wantrouwen tegen het nieuwe rompkabinet zal steunen. Wie het kan volgen, mag het zeggen. Zo te zien is dat mevrouw Van der Laan.
Mevrouw Van der Laan (D66): Ik wil in ieder geval even zeggen dat dit niet klopt. Misschien is het beter als ik dit straks in mijn termijn toelicht.
De voorzitter: Dat lijkt mij ook. Mijn grote streven is om de vergadering voor middernacht af te laten lopen. Dus graag in uw eigen termijn.
**
De heer Marijnissen (SP): Ik geloof dat mevrouw Van der Laan het toch zelf ook niet meer snapt.
Voorzitter. De meerderheid van de mensen is het negativisme van Balkenende en de zijnen beu. En wat krijgen ze? Weer een nieuwe editie. Tegen de mensen die de afbraak zat zijn en willen werken aan opbouw, hoop en nieuw vertrouwen in de toekomst wordt al jaren gezegd dat na het zuur uiteindelijk het zoet komt. Het werd een gevleugeld begrip waarbij niemand zich eigenlijk echt iets kon voorstellen. Maar voor het kabinet werd de mythe van het zoet na het zuur een laatste strohalm, de enige waaraan het zich, losgeraakt van de bevolking, nog vast kon houden. Dat was zo totdat D66 die strohalm doorbeet, omdat de partij die zichzelf zo voor schut gezet had door toe te treden tot het kabinet eindelijk snapte dat het zo niet verder kon. Weg D66, weg kabinet en weg zoetzure mythe. Daarom deze noodsprong: Balkenende III. Het is een genante vertoning waarin een rampkabinet zich transformeert in een rompkabinet. Ik heb in van Dale nog eens nagekeken wat er bij “romp” staat. Daar staat: een lichaam zonder ledematen -- men hoeft zich dus niet met handen en voeten te binden -- maar ook zonder hoofd. Dat is een rompkabinet.
Niemand in het land kan het begrijpen. Deze gang van zaken getuigt van weinig respect voor de kiezer en evenmin voor het parlement. Dreef het kabinet eerst op de restanten van D66, nu is het aangewezen op de wrakstukken van de LPF.
De heer Van As (LPF): Voorzitter…
De heer Marijnissen (SP): Ik bedoelde niet u speciaal hoor.
De voorzitter: Mijnheer Van As, ook u kunt hierop in uw eigen termijn ingaan.
**
De heer Van As (LPF): De heer Marijnissen moet zijn opmerking eerst maar eens onderbouwen. Hij kan toch absoluut niet staande houden dat wij in die drie jaar in deze Kamer, zonder mensen twee jaar ziek thuis te hebben laten zitten vanwege andere akkefietjes, wrakhout zijn geweest. Ik vind dat te gek voor woorden. Ik zou ook een paar blikken open kunnen trekken waardoor u met rode oortjes naar uw plaats terug zult lopen.
De heer Marijnissen (SP): Als de heer Van As niet kan spreken in termen die voor metaforen staan… Mag ik hem eraan herinneren dat wij er in deze Kamer sinds twee uur weer een eenmansfractie bij hebben? Die stond volgens mij op de lijst van de LPF. En dat is niet de eerste keer. Als ik het heb over de wrakstukken dan bedoel ik de partij die de LPF ooit was, de partij die deel uitmaakte van de regering. Wij hebben allemaal de taferelen meegemaakt en wij hebben de verdere teloorgang van de LPF gezien in de afgelopen jaren. Dat is niet alleen mij opgevallen, dat is de gehele Nederlandse bevolking opgevallen. Dat verklaart waarom de LPF op nul zetels staat in de peiling.
De heer Herben (LPF): De heer Marijnissen zag deze opmerking waarschijnlijk al aankomen. Ik beschouw zijn opmerking over leunen op wrakstukken als een persoonlijk feit. Ik ben blij dat hij reeds een strategische terugtocht inzet. Ik ken zijn gevoel voor humor. Ik waardeer het. Tot dusverre lachte ik ook mee. Hij weet echter dat een kabinet steunt op parlementsleden, op mensen in deze Kamer. Dus ik zou het zeer op prijs als hij het woord “wrakstukken” terugnam.
De heer Marijnissen (SP): Voorzitter. Als de heer Van As niet kan spreken in termen die voor metaforen staan, dan mag ik hem eraan herinneren dat wij er weer een eenmansfractie bij hebben in deze Kamer sinds twee uur. En volgens mij stond betrokkene op de lijst van de LPF. Dat is niet de eerste keer. Als ik het heb over de wrakstukken dan heb ik het over de partij die de LPF ooit eens was: lid van de regering. Wij hebben allemaal de taferelen meegemaakt en wij hebben de verdere teloorgang van de LPF de afgelopen jaren gezien. Dat is niet alleen mij opgevallen, dat is de hele Nederlandse bevolking opgevallen. Dat verklaart waarom de LPF op nul zetels staat in de peilingen.
De voorzitter: Mijnheer van As, ik zie dat u weer wilt interrumperen, maar de heer Herben heeft mij het woord gevraagd voor een persoonlijk feit en dat gaat voor. Ik geef dus het woord aan de heer Herben.
**
De heer Herben (LPF): De heer Marijnissen voelt 'm al aankomen. Ik beschouwde zijn opmerking over leunen op wrakstukken als een persoonlijk feit. Ik ben blij dat hij reeds een strategische terugtocht inzet. Ik ken zijn gevoel voor humor en waardeer dat. Ik heb tot dusver mee gelachen, maar hij weet ook dat een kabinet steunt op parlementsleden, op mensen in deze Kamer. Ik stel het dan ook zeer op prijs als hij het woord wrakstukken terugneemt.
De heer Marijnissen (SP): Voorzitter. Als deze heren het allemaal als een persoonlijke zaak gaan opvatten, dan wordt het gecompliceerd. Ik zie daar zelf geen enkele reden toe. Wanneer ik spreek over de restanten van D66 is dat ook niet beledigend bedoeld aan het adres van de parlementsleden die daar zitten. Dat geldt eveneens voor de wrakstukken. Nou ja, een beetje beledigend is het wel natuurlijk, maar niet zodanig dat u dit in het kader van de orde moet verklaren tot een persoonlijk feit. Ik blijf bij mijn woorden: de wrakstukken van de LPF. Ik zal het u nog sterker vertellen, voorzitter.
De voorzitter: Eén keer geef ik nog het woord aan de fractievoorzitter van de LPF en dan houden wij hiermee op.
**
De heer Van As (LPF): Voorzitter. Zitten wij hier om politiek te bedrijven, of niet? Ik heb een opmerking aan het adres van de heer Marijnissen en ik meen dat ik het recht heb die te maken.
Mijnheer Marijnissen, u kunt niet staande houden dat de fractie van de LPF die vanaf 2003 hier zit uit wrakstukken bestaat, terwijl wij na 2002 als Kamerleden van de LPF hier alle verantwoordelijkheid hebben genomen. Dat gold ook voor de bewindslieden van de LPF. Wij hebben nooit de coalitie laten vallen. Wij hebben altijd loyaal meegestemd. Het is gewoon belachelijk dat u over wrakstukken durft te spreken. Wij hebben het kabinet op alle mogelijke manieren drie jaar lang in de lucht gehouden.
De heer Marijnissen (SP): Dat u nu alweer moet worden gesouffleerd door uw voormalige fractievoorzitter geeft al aan hoe het ongeveer ligt. De heer Eerdmans die voor zichzelf gaat beginnen...
De heer Van As (LPF): Wat die laatste opmerking betreft...
De voorzitter: Mijnheer van As, u krijgt nu antwoord van de heer Marijnissen. U moet ook kunnen luisteren.
**
De heer Marijnissen (SP): Mijnheer de voorzitter. Ik zit schuin tegenover de fractie van de LPF en heb jaren kunnen aanschouwen hoe het daar gaat. Ik blijf bij mijn woorden: de wrakstukken van de LPF. De heer Van As onderlijnt alleen maar wat ik bedoel.
De heer Van As (LPF): Doet u vooral de groeten aan de heer Lazrak die daar zit en uit de SP-fractie is gestapt.
De heer Marijnissen (SP): Heel goed. Dank u wel.
De voorzitter: De heer Lazrak heeft zich voor deze vergadering afgemeld wegens ziekte.
Ik verzoek de heer Marijnissen zijn betoog voort te zetten.
**
De heer Marijnissen (SP): Mijn fractie heeft zowaar nog gedacht dat de heer Balkenende om de steun van de LPF-fractie te verwerven misschien de heer Heinsbroek nog van stal zou halen, maar dat heeft hij gelukkig niet gedaan.
Mijnheer de minister-president, het is een belediging van de kiezer en de democratie dat u liever uw lot in handen legt van deze club van de LPF, die geen enkel vertrouwen meer geniet bij de kiezer, dan dat u teruggaat naar diezelfde kiezer om een nieuw mandaat te vragen. Tussen prinsjesdag en 1 november, zeg één volle maand, moet de begroting voor 2007 door beide Kamers van de Staten-Generaal worden gejast. Dat kan alleen lukken door het smeden van allerlei wel erg toevallige gelegenheidscoalities. Mag de Kamer van u vernemen of er al gesprekken hebben plaatsgevonden over gedoogsteun en, zo ja, wat daarvan de uitkomst was?
Voorzitter. De staat van het land vereist grote investeringen in bijvoorbeeld onderwijs, zorg en huisvesting, maar wat doet het kabinet-Balkenende III? Het geeft zomaar even 500 mln. structureel weg aan het bedrijfsleven, juist op een moment dat de bedrijven dat helemaal niet nodig hebben. Wij weten nu waarom het bedrijfsleven heeft aangedrongen op een volwaardig derde kabinet-Balkenende. Echter, de mensen die er de afgelopen jaren het minste bij hebben gekregen van de regering zullen er ook nu bekaaid vanaf komen.
De SP-fractie kan niet leven met een kabinet dat de schatkist plundert voor eigen belang en kortetermijnpolitiek. Dat is niet ons gezamenlijke belang. Ik wijs het kabinet erop dat het al eens eerder de staatskas heeft gebruikt als campagnekas, namelijk bij de campagne voor de Europese grondwet. Eenieder weet hoe dat is afgelopen: heel erg slecht.
Tot slot, voorzitter. Balkenende I was inderdaad in onze optiek onvermijdelijk. Balkenende II was onfatsoenlijk en Balkenende III is ongewenst. Want, als een kabinet zelfs niet op het bordes mag verschijnen, dan moet het ook maar snel van het politieke toneel verdwijnen.
*N
De heer Rutte (VVD): Voorzitter. Allereerst, dank ook ik de informateur, de heer Lubbers, die snel werk heeft geleverd en feliciteer ik de verschillende gepromoveerde bewindslieden en mijn eigen opvolger Bruno Bruins. In het bijzonder wil ik felicitaties laten uitgaan naar mijn partijgenoot Gerrit Zalm die na twaalf jaar ministerschap eindelijk de felbegeerde promotie heeft bereikt naar staatssecretaris voor belastingen.
Voorzitter. Ik begin met de achtergrond waartegen de VVD-fractie het zich hier vandaag presenterende kabinet beoordeelt. Ik noem de elementen die voor ons van belang zijn. Ik stel in de eerste plaats vast dat Nederland inmiddels beschikt over de meest vergaand gemoderniseerde sociale zekerheid en gezondheidszorg van West-Europa. Ik vind het te prijzen dat de leider van de oppositie, de heer Bos, in toenemende mate aangeeft zich achteraf eigenlijk toch wel in de meeste van de genomen maatregelen te kunnen vinden, alhoewel de fractie van de Partij van de Arbeid er meestal tegen heeft gestemd.
Het getuigt in ieder geval van een steeds groter wordend draagvlak onder de hervormingen. Ik stel verder vast dat er steeds meer mensen aan het werk zijn. Het gaat goed met de werkgelegenheid. Ook stel ik vast dat bij Voorjaarsnota is afgesproken dat verdere meevallers die het gevolg zijn van de aantrekkende economie, ten gunste komen van het begrotingssaldo en dus niet zullen worden “verjubeld”. Ten slotte stel ik vast dat de achtergrond waartegen wij dit kabinet moeten beoordelen, alles te maken heeft met het sterke Nederlandse pensioenstelsel. Dat stelstel bestaat uit twee belangrijke elementen: de AOW en de pensioenen die de mensen zelf sparen in bedrijven en organisaties waar zij werken. Die combinatie levert ons het sterkste pensioenstelsel ter wereld op. Dat is een extra reden om buitengewoon terughoudend te zijn met het rommelen aan de AOW zoals bepaalde partijen willen.
Nederland beschikt op dit moment over een lanceerplatform voor groei dat het mogelijk maakt om in tijden van hoogconjunctuur meer groei door te maken dan andere landen en, als de conjunctuur een beetje tegenzit, minder diepe dalen te hebben. Die groei is buitengewoon hard nodig. Nederland heeft grote kansen om gebruik te maken van de opkomende economieën in China en India en van de kracht van de Amerikaanse economie. Om die kansen te benutten, is het van het grootste belang dat Nederland dat lanceerplatform goed weet te gebruiken.
Tegen die achtergrond beoordeelt mijn fractie de regeringsverklaring van dit kabinet. Ik vind de twee begrenzingen die door de premier en ook door de heer Verhagen zijn aangebracht acceptabel en begrijpelijk. De eerste is dat wij beperkte tijd hebben als coalitie. De tweede is dat er voor de verschillende voorstellen parlementaire meerderheden moeten worden verkregen. Dat stelt grenzen aan wat mogelijk is, maar dat neemt niet weg dat belangrijke zaken de komende maanden moeten worden geregeld. Dit kabinet zal maatregelen moeten nemen om de groei in Nederland te versnellen en ervoor te zorgen dat wij maximaal gebruik maken van het lanceerplatform dat ik net heb beschreven.
De minister-president zei dat het kabinet met een beleidsrijke begroting zal komen. Vandaar ook het belang van een missionair kabinet. Het zal verder een belastingplan indienen en ook zal het proberen om het wetsvoorstel Werken aan winst door het parlement te loodsen. Deze drie belangrijke maatregelen zullen eraan bijdragen dat de Nederlandse economie verder kan groeien. Het niet nemen van deze maatregelen, het aansturen op vervroegde verkiezingen en het inzetten op een beleidsarme begroting zouden vergaande gevolgen hebben voor de slagkracht van Nederland in 2007 en de mogelijkheid om in dat jaar voort te bouwen op het succes dat nu is gerealiseerd. De minister heeft eveneens het gelijk aan zijn zijde als hij zegt dat het vanwege de missie naar Afghanistan van groot belang is dat Nederland beschikt over een missionair kabinet.
Voorzitter. Ik heb u de achtergrond geschetst waartegen mijn partij deze regering beoordeelt. Verder heb ik een oordeel gegeven over de regeringsverklaring en ik kan u zeggen dat mijn fractie uitziet naar een constructieve samenwerking met dit kabinet.
Mevrouw Van der Laan (D66): In de Volkskrant van vandaag staat dat minister Verdonk onder curatele is gesteld, dan wel haar toon moet matigen, dan wel voor gevoelige dossiers overleg moet plegen. Heeft de minister dezelfde vrijheid die zij had voor 16 mei wat betreft haar dossiers?
De heer Rutte (VVD): Ja.
Mevrouw Van der Laan (D66): Dus het bericht klopt niet?
De heer Rutte (VVD): Eén element van het bericht klopt. Er heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de informateur en mevrouw Verdonk. Ik was bij dat gesprek aanwezig. De informateur stelde prijs op dat gesprek omdat de val van het kabinet alles van doen had met een motie van wantrouwen aan het adres van de minister.
Dat was een goed gesprek. De informateur heeft geen aanleiding gezien om van dit gesprek een opmerking te maken in zijn eindverslag als ware er problemen te voorzien voor de coalitie. Ik ben dit zeer met hem eens. Ik ben bij dit gesprek geweest en volgens mij was er sprake van overeenstemming over alle belangrijke zaken.
De heer Bos (PvdA): De informateur heeft opvallend genoeg in zijn verslag geen melding gemaakt van het feit dat dit gesprek gevoerd is, terwijl in dit verslag alle gesprekken vermeld moeten staan die hij heeft gevoerd. Ik laat dit voor de rest ter zijde.
Kan de heer Rutte mij uitleggen waarom de informateur het wel nodig vond om een gesprek te voeren met minister Verdonk en niet met de andere ministers van dit kabinet die ook al eens zijn geconfronteerd met verworpen moties van wantrouwen?
De heer Rutte (VVD): Ik waardeer het zeer dat de heer Bos mij verschillende kwaliteiten toedicht, maar ik ben geen woordvoerder van de informateur. Ik kan alleen maar gissen, maar mijn vermoeden is dat de informateur er behoefte aan had met deze minister in het bijzonder een gesprek te voeren, gegeven het feit dat de crisis vorige week een opmaat had in een motie van wantrouwen aan het adres van mevrouw Verdonk, die door de Kamer is verworpen.
De heer Bos (PvdA): Dus er is niet gesproken over verdere besluiten die tot de bevoegdheid van de minister voor Vreemdelingenzaken horen, en die zodanig controversieel zouden kunnen zijn, ook de komende maanden, dat daarom meer voorzichtigheid nodig is dan tot nu toe is betracht?
De heer Rutte (VVD): De informateur is in dit gesprek de belangrijke dossiers die spelen langs gelopen. De minister heeft aangegeven hoe zij daarmee omgaat en dat al die dossiers goed op stoom liggen. Zij heeft daarmee volstrekte helderheid verschaft. Er was in dit gesprek of daarna geen enkele aanleiding om aan het functioneren van de minister beperkingen te verbinden.
De heer Bos (PvdA): Dus de heer Rutte vindt het volstrekt redelijk, volstrekt te begrijpen en niet van een bijzonder soort wantrouwen getuigen dat dit type gesprek wel is gevoerd met minister Verdonk en niet met andere ministers?
De heer Rutte (VVD): Ik kan mij er iets bij voorstellen dat de informateur om zijn opdracht zo goed mogelijk te kunnen uitvoeren, er behoefte aan had om met minister Verdonk een apart gesprek te voeren gegeven het feit dat de opmaat naar de crisis was gelegen in die verworpen motie van wantrouwen. Of dit noodzakelijk was, laat ik ter beoordeling over aan de informateur. Ik vond het niet onredelijk.
De heer Bos (PvdA): Dit is de eerste keer dat een woordvoerder van de VVD-fractie toegeeft dat de oorzaak van de crisis was gelegen in het functioneren van de minister en een tegen haar ingediende motie van wantrouwen en dat het kennelijk niets te maken had met D66 of welke andere partij dan ook.
De heer Rutte (VVD): Wat de heer Bos nu zegt is lariekoek. Ik zeg dat er vorige week een motie van wantrouwen tegen minister Verdonk is ingediend die door de Kamer is verworpen. Dit was voor een van de regeringsfracties aanleiding om het vertrouwen in het kabinet op te zeggen. Dit zijn gewoon de feiten. De heer Bos weet hoe ik hierover denk; de heer Verhagen heeft hier ook al over gesproken. Na het debat van 16 mei jongstleden heeft minister Verdonk uitvoering gegeven aan de besluiten van de Kamer. Er was dus geen enkele aanleiding noch voor de motie van wantrouwen, noch voor de aankomende val van het kabinet. Ik acht D66 alleen en enig verantwoordelijk voor de crisis.
De heer Marijnissen (SP): De heer Rutte weet ongetwijfeld voor welke periode de Nederlandse troepen naar Afghanistan gaan?
De heer Rutte (VVD): Weet de heer Marijnissen dit zo precies?
De heer Marijnissen (SP): Er wordt gesproken over twee jaar. Zullen wij dan de komende twee jaar maar geen verkiezingen houden?
De heer Rutte (VVD): Als u dit per sé wilt, kunnen wij daar wel over praten.
De heer Marijnissen (SP): Dit is precies wat ik bedoel. Het hele verhaal over onze troepen is een schaamlap om te kiezen voor een missionair kabinet. Als wij straks verkiezingen hebben, treedt automatisch een demissionaire periode in en de heer Rutte kan zich daar niet tegen verzetten. Met andere woorden: die demissionaire periode zal er altijd zijn, ook als onze troepen in Afghanistan zijn. Dan is het dus ook in dit stadium een oneigenlijk argument om te zeggen dat de figuur die ertoe leidt dat er nu een missionair kabinet zit, iets te maken heeft met Afghanistan.
De heer Rutte (VVD): De missie is Afghanistan is aanstaande. Ik vind dat wij echt goede redenen moeten hebben om de verkiezingen in september te houden en niet, zoals nu is besloten, eind november. Dit heeft twee oorzaken. In de eerste plaats mogen wij 2007 wat begroting betreft niet verloren laten gaan. In de tweede plaats moet je, nu deze missie in de startfase verkeert, goede argumenten hebben om te zeggen: wij gaan nu naar de kiezer. Ik denk dat het om die twee redenen echt beter is om de verkiezingen eind november te houden. Ik vind het nogal wat dat de heer Marijnissen, de heer Bos, en anderen eigenlijk zeggen dat zij de verkiezingen meer waard vinden dan een beleidsrijke begroting opdat wij in 2007 de groei kunnen doortrekken.
De heer Marijnissen (SP): Het is heel simpel: omdat het allemaal VVD-beleid is. Als de heer Rutte het SP-beleid in de begroting voor 2007 zou pompen, hadden wij niet zo'n probleem.
Waar wij problemen mee hebben, is dat u met een minderheid de Nederlandse bevolking iets probeert door de strot te duwen, terwijl aanstaande is dat de Nederlandse bevolking zich mag uitspreken over wat dit kabinet heeft teweeggebracht en waarschijnlijk in de begroting van 2007 ook nog gaat opnemen. Dat is de essentie. En de essentie van democratie is dat het laatste woord niet ligt bij u, niet bij mij, niet bij de dames en heren hier, maar bij de kiezer.
De heer Rutte (VVD): Dat laatste is zondermeer waar, maar ik hoop uit de grond van mijn hart dat de linkse partijen in Nederland geen meerderheid krijgen, zodat de heer Bos in de verleiding zou komen om uw beleid in een begroting vorm te geven; dat zou buitengewoon slecht nieuws zijn voor ons land.
De heer Marijnissen (SP): De bijval die we net hoorden, beperkte zich gelukkig tot de rechterkant van de Kamer. Aan de andere kant heb ik nog enige steun. We zullen zien hoe de winst uiteindelijk op 22 november zal worden verdeeld onder de kiezers, mijnheer Rutte.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Ik blijf even haken op een woord dat de heer Rutte net gebruikte. De minister-president had het over een volwaardige begroting -- we zullen straks met hem debatteren over wat dat wel en niet inhoudt -- en de heer Verhagen antwoordde op mijn vragen dat er met terughoudendheid zal worden geregeerd en dat een brede parlementaire steun zal worden nagestreefd. De heer Rutte gebruikte echter het woord "beleidsrijke" begroting. Dat is iets anders dan de terughoudendheid die spreekt uit de regeringverklaring, of zie ik dat verkeerd? Mag ik hem zo verstaan dat hij ambitieuzer is dan de minister-president?
De heer Rutte (VVD): In verkiezingstijd wel, maar zolang wij samen in het kabinet zitten, zal ik proberen mij te voegen naar de woorden van de premier. Volgens mij bedoelen wij hetzelfde, namelijk dat de begroting alles doet wat nodig is om ervoor te zorgen dat de aanwakkerende economische groei een extra duw in de rug krijgt, zodat we er maximaal gebruik van kunnen maken dat we de meest verregaand gemoderniseerde sociale zekerheid en gezondheidszorg van Europa hebben en daarmee een Nederland kunnen bouwen dat straks vooroploopt in de concurrentieslag met China en India. En mijnheer Rouvoet, dat is van wezenlijk belang. De grote vraag is namelijk waar over tien jaar onze zeven miljoen banen vandaan moeten komen. Nu en bij de verkiezingen gaat het over die vraag. Ik hoop van harte u aan mijn zijde te vinden.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Mij gaat het natuurlijk niet om de campagnetaal; dat komt allemaal vanzelf. Mij gaat het erom dat ik bij u het besef hoor doorklinken -- en tot nu toe heb ik dat een beetje bij u gemist -- dat er wel degelijk iets is gebeurd vorige week en dat er nu een minderheidskabinet zit. Ik dring er daarom bij u op aan om u de woorden over terughoudendheid van de minister-president, die ikzelf ook heb gebruikt in mijn interruptie van de heer Verhagen, eigen te maken. Het zou mij een lief ding waard zijn als u iets terughoudender zou zijn, in plaats van te spreken over een "beleidsrijke" begroting.
De heer Rutte (VVD): Zo komen we een beetje in een woordenkwestie. In mijn bijdrage zei ik dat ik twee belangrijke begrenzingen zie voor het functioneren van het kabinet: de eerste is, vanzelfsprekend, de hoeveelheid beschikbare tijd; daarnaast het feit dat het kabinet zal moeten streven naar meerderheden in het parlement. Ik ben het met beide begrenzingen eens. Als ik het heb over "beleidsrijk", bedoel ik een volwaardige begroting, die in staat is om die extra duw te geven aan de Nederlandse economie. Ook daarvoor zal echter gelden dat voor de voorstellen in dit huis meerderheden zullen moeten worden gevonden.
*N
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Voorzitter. Ik wil er niet geheimzinnig over doen dat de fractie van GroenLinks de politieke bewegingen van de afgelopen week met enige blijdschap heeft gevolgd. Er komen vervroegde verkiezingen op 22 november. Voor ons had dat nog wel een beetje eerder gemogen, maar het is zeven maanden eerder dan gepland. Dat is goed nieuws voor de kiezers, dat is goed nieuws voor het land. Door die snelle verkiezingen en omdat van het kabinet nog slechts de romp over is -- ik heb ook in de Dikke Van Dale gekeken en dat wil zeggen dat het kabinet- Balkenende III kop nog staart heeft -- zal een groot aantal onzalige plannen van het kabinet geen doorgang meer vinden. Dat is ook goed nieuws.
Tegelijk moet ik aantekenen dat in mijn fractie enige verbazing bestaat. Ten eerste omdat CDA en VVD alles op alles hebben gezet om in de geringe tijd die resteert, nog volledig te regeren. Onze arme premier wordt daarmee nationaal, en volgens mij ook historisch, recordhouder kortzittende kabinetten. Dat lijkt mij een weinig jaloersmakende eretitel. Het laat eens temeer zien dat het goed is dat er binnenkort aan al die instabiele kabinnetten-Balkenende een definitief einde komt.
Enige verbazing is er ook wel bij mijn fractie dat bij uitstek D66 een rompkabinet -- een kabinet dat kop noch staart heeft -- mogelijk lijkt te hebben gemaakt door bij de informateur steun uit te spreken voor het sociaaleconomische beleid. Is mijn inschatting juist, vraag ik ook aan de premier, dat dit nieuwe minderheidskabinet er mogelijk niet was geweest als de informateur de conclusie had moeten trekken dat het afhankelijk was van de gedoogsteun van de LPF? Of had het kabinet dan in ieder geval nog terughoudender moeten opereren? Het is toch een beetje gek dat na het ontslag van de D66-ministers en de harde oordelen die de fractievoorzitter heeft geveld over het kabinet, de staart toch probeert om de hond nog te laten kwispelen?
Mevrouw Van der Laan (D66): Ik wil de indruk bij u wegnemen dat D66 dit demissionaire kabinet mogelijk maakt. Dat is niet juist. Ik zal daar natuurlijk in mijn termijn uitgebreider op ingaan, maar ik wilde dat in ieder geval nu alvast rechtzetten.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Het lijkt mij inderdaad goed dat u daar in uw termijn op ingaat, want ik heb hierover heel wisselende geluiden gehoord van u. In de media sprak u in eerste instantie uw steun uit voor het sociaaleconomische beleid van het kabinet en gaf u in tweede instantie aan dat u iedereen zou steunen die een motie van wantrouwen zou indienen.
Mevrouw Van der Laan (D66): Ik hecht er toch aan om nu even duidelijk mijn standpunt aan te geven. D66 geeft geen steun aan een missionair kabinet. D66 wilde een demissionair kabinet dat snelle verkiezingen zou voorbereiden. Als echter vandaag blijkt dat andere partijen dit kabinet missionair maken, dan opereert D66 als elke andere oppositiepartij en dan wordt elk voorstel op de eigen merites beoordeeld. Het zou dan heel erg bizar zijn als D66 tegen voorstellen gaat stemmen waaraan de partij zelf heeft meegewerkt in de afgelopen drie jaar. Dat is de reden voor de steun aan het sociaaleconomisch beleid van het kabinet.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): De vraag is natuurlijk of u die steun als algemene lijn heeft aangegeven bij de informateur. Wij kunnen ook ad hoc steun verlenen aan voorstellen. Dat kan altijd gebeuren; als het om goede voorstellen gaat, dan geven wij onze steun daaraan. Wij geven echter geen gedoogsteun aan een deel van het beleid van het kabinet. Als u die steun bij de informateur heeft laten blijken, dan heeft hij daaruit de conclusie kunnen trekken dat het kabinet mag varen op de steun van de D66-fractie en een minderheidskabinet gevormd kon worden. Voor de begroting, het belastingplan en Werken aan winst is hij dan uitgegaan van de steun van de D66-fractie. Om die reden is nu een minderheidskabinet geformeerd.
Mevrouw Van der Laan (D66): Nee, dat klopt dus niet. Ik heb daarom heel duidelijk gezegd dat als de oppositie vandaag een motie van wantrouwen indient, wij die vanzelfsprekend steunen. Ik geloof niet dat dat gebeurt; daar zal ook geen meerderheid voor zijn. Laat in ieder geval duidelijk zijn dat de komst van een missionair kabinet niet mogelijk is gemaakt door D66. D66 zal wel elk voorstel van het kabinet-Balkenende 3, dat een andere partij kennelijk mogelijk maakt, op de eigen merites beoordelen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ik heb hier geen vraag in gehoord. Laat ik doorgaan met het volgende punt dat de verbazing van mijn fractie heeft gewekt, en niet de minste. De minister van Vreemdelingenzaken en Integratie die toch, zo is het oordeel van de GroenLinks-fractie, in de eerste plaats verantwoordelijk is voor de onthoofding van het kabinet-Balkenende 2, zit op haar gewone plek en neemt dezelfde onderwerpen als de afgelopen jaren voor haar rekening. Ik vraag de premier dan ook of het in dit geval niet beter is om te spreken van het kabinet-Verdonk 1 in plaats van het kabinet-Balkenende 3? Eerlijk gezegd leek de heer Rutte die conclusie in zijn termijn te bevestigen. Mag deze minister bijvoorbeeld weer gewoon in Europa aandringen op verdere verharding van het asiel- en migratiebeleid terwijl zoveel mensen en onze internationale reputatie daar al zo van te leiden hebben gehad?
Mag de minister doorgaan met het omstreden deel van haar inburgeringswet? Als de premier mij hierin nu eens tegemoet zou willen komen, dan beloof ik in ieder geval dat ik verder alleen nog zal spreken over het kabinet-Balkenende III.
Er is bij GroenLinks behalve verbazing toch ook wel enige onduidelijkheid over wat dit kabinet nu eigenlijk als zijn missie ziet, behalve het citeren van het bedrijfsleven. Het noemt zichzelf niet voor niets een missionair kabinet, terwijl ik er vanuit mag gaan, nu het een minderheidskabinet is, dat de meeste heilloze plannen van de baan zijn. Ik noem de liberalisering van de huren, vooral voor armere huurders een grote financiële kopzorg; een nieuwe snelweg door het prachtige natuurgebied het Naardermeer; de Mediawet, die het omroepbestel in het algemeen en de NPS in het bijzonder om zeep zou helpen; verder bijvoorbeeld de privatisering van Schiphol, de JSF, de centralisatie van de politie en de inburgeringswet. Ik neem aan dat de premier mij, maar vooral de angstige huurders, de natuurliefhebbers en de omroepmedewerkers die zich grote zorgen maken hierover duidelijkheid wil verschaffen. Bovendien heeft de informateur hierover duidelijke taal gesproken. Hij wees op het belang van terughoudendheid en ik neem aan dat het kabinet daarnaar handelt.
Voorzitter. Het kabinet rekent het tot zijn edele taak om in een paar maanden tijd alle begrotingen, het belastingplan en het plan "Werken aan winst" door de Kamer te jassen. Het gaat dan onder andere om een verdere verlaging van het tarief voor de winstbelasting voor het bedrijfsleven met zo'n 1,5 mld. Het is veelzeggend dat de Japanse overheid al heeft laten weten dat zij Nederland gaat beschouwen als een belastingparadijs voor bedrijven en dat de in Nederland gevestigde Japanse bedrijven dan mogen gaan rekenen op extra heffingen. De fractie van GroenLinks staat positief, dat hebben wij al op andere momenten laten weten, tegenover het gericht verlichten van de lasten van het mkb. Maar het grootste bedrag gaat ook nu weer naar het bevoordelen van de grote bedrijven. Wij lopen hiermee internationaal meer en meer uit de pas en daar hebben wij grote moeite mee.
Bovendien, en dat ligt ons zo mogelijk nog zwaarder op de maag, is het nu vrijvallende geld niet door dit kabinet verdiend. Het is opgebracht door de mensen met uitkeringen; de mensen die de ontkoppeling van de afgelopen jaren aan den lijve hebben ondervonden; de mensen aan de onderkant en de mensen die tot modaal verdienen. Het kabinet zegt nu de burgers tegemoet te willen komen. U moet het mij maar niet kwalijk nemen, maar dat zei het vorige kabinet -- om vergissingen te voorkomen: het kabinet-Balkenende II -- ook al. Toen bleken de lastenverlichtingen echter overmatig terecht te komen bij de mensen die ze het minste nodig hadden, de mensen die twee keer modaal verdienen. Het lijkt er nu op dat het kabinet-Balkenende III ons wil trakteren op een laatste rondje Zalm: ongerichte lastenverlichtingen die in werkelijkheid bij de bevoorrechten, de rijkeren, de grote bedrijven terechtkomen.
Voorzitter. Dat zullen wij niet steunen. De fractie van GroenLinks steunt een verbetering van de koopkracht van mensen op het minimum. Van de mensen die de afgelopen jaren het gelag hebben betaald, de mensen die worstelen met hoge zorgpremies, hoge huren, hoge kosten voor het levensonderhoud en die aan het einde van hun geld elke keer weer een deel van hun maand overhouden. De fractie van GroenLinks steunt de verlichting van de lasten van chronisch zieken en gehandicapten die de peperdure no-claim moeten opbrengen. De fractie van GroenLinks steunt maatregelen die leiden tot een eerlijkere inkomensverdeling door verlaging van de nominale premie voor de basiszorg en maatregelen die de overstap van uitkering naar werk zullen bespoedigen en die de armoedeval zullen verminderen. De armoedeval waar alle kabinetten-Balkenende tot nu toe nauwelijks iets aan hebben gedaan, de armoedeval bijvoorbeeld voor alleenstaande ouders die alleen maar groter is geworden. De GroenLinks-fractie steunt ook maatregelen waardoor de kinderopvang voor alle ouders goedkoper zou worden.
Verder steunt de GroenLinks-fractie het kabinet in elke beslissing die het niet zal nemen. Als het kabinet al zijn ministeriële en vaak niet zo verstandige plannetjes nu gewoon eens opbergt, om eerst de kiezer te laten spreken. Een mooi oud gezegde luidt: in de beperking toont zich de meester. Ik zou tegen de premier willen zeggen: grijp die laatste kans.
*N
De heer Van As (LPF): Voorzitter. Mijn fractie is van mening dat het zomerreces aan de lange kant is en dat wij best wat langer mogen doorwerken. Die wens is heel onverwacht in vervulling gegaan en tegen mevrouw Van der Laan kan ik alleen maar zeggen "Dank u wel, dat had u echt niet voor ons hoeven doen." Het kabinet is gevallen en door informateur Lubbers in afgeslankte vorm kwiek gereanimeerd, want overgewicht is schadelijk voor de levensduur, zo weten wij. Dus wat ons betreft komen er meer kerndepartementen, minder ministers, al of niet aangevuld met goede staatssecretarissen. Terug naar de menselijke maat, de overheid is er voor ons en niet andersom: dat past helemaal in onze gedachtegang.
Het zou ook zinvol zijn als wij zouden ophouden allemaal tweedelingen en schisma's in de Nederlandse samenleving te creëren. Kerndepartementen die zijn ingesteld voor de ondernemers, voor de ouderen, voor de jongeren, zodat iedereen weet waar men moet zijn, waar men terecht kan, allemaal meedoen, dat zou een goede aanpak zijn. Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat de coalitiefracties daarvan ook geen voorstander en daarover hebben wij ideeën die wellicht bij de algemene politieke beschouwingen nader aan de orde kunnen komen.
Voor de fractie van de Lijst Pim Fortuyn verandert er in feite niet veel. Het is leuk dat het nu iedereen opvalt dat de LPF-fractie een sleutelpositie vervult, zeg ik tot de heer Marijnissen, maar feitelijk was dat al drie jaar het geval. Mijn fractie heeft het kabinet voortdurend kritisch, maar constructief gevolgd. Kritisch op het gebied van het sociaal-economisch beleid, wanneer het kabinet onvoldoende oog had voor de positie van de gewone man, constructief als het ging om de aanpak van terrorisme, criminaliteit, vreemdelingenbeleid, mobiliteit, land- en tuinbouw, bureaucratie en gaat u maar door. Dankzij de PvdA-fractie, die keurig de statistieken heeft bijgehouden, kan iedereen nu weten dat de LPF-fractie een betrouwbare partner is bij het nakomen van gemaakte politieke afspraken. Ook veel moties van de linkse oppositie zijn echter met steun van de LPF-fractie aangenomen.
In de komende maanden zal het niet anders zijn. Het minderheidskabinet zal, afhankelijk van het onderwerp, wisselende meerderheden moeten zien te verwerven. Wij gaan dus misschien een hete herfst tegemoet met spannende debatten, weg van de achterkamertjes, en dat is, zoals ook informateur Lubbers heeft gezegd, goed voor de democratie. Dat hebben wij toch allemaal in het vaandel staan.
Hoe dit debat vandaag zal verlopen, is nog onduidelijk, maar het zou mij niet verbazen als wij na middernacht voor de vierde maal moeten stemmen over een motie van afkeuring, misschien weer tegen minister Verdonk. Ook dan zal de LPF-fractie zorgen dat die motie zal worden verworpen. Voor sommige fracties die hun Waterloo niet willen erkennen, is de politiek kennelijk een soort roulette waarmee men doorgaat tot de gewenste cijfers verschijnen. Ons inziens is dat verspilde moeite.
Over de oproep van de heer Marijnissen om het kabinet uit morele overweging geen volwaardige begroting te laten indienen, hebben wij serieus nagedacht. Wij zijn echter tot een heel andere afweging gekomen. In onze ogen is het moreel niet verantwoord om de burger lang te laten wachten op de verbetering van zijn koopkracht. Dan zou de politiek een soort louche verzekeringsmaatschappij zijn, die tegen zijn klant zegt: "Uw auto is gerepareerd, maar het komt ons veel beter uit als wij de schade over een jaar uitbetalen." Dat kan echt niet. Burgers en bedrijfsleven hebben recht op lastenverlichting, op boter bij de vis. Er is een moment van sparen en een moment van uitkeren en dat is nu aangebroken.
Wij hebben dit kabinet dan ook altijd beoordeeld op zijn daden en dat is dan ook de reden dat de LPF-fractie vindt dat dit kabinet in een missionaire status zijn karwei voor het voorbereiden en behandelen van de begroting en het Belastingplan 2007 moet afmaken.
Ons advies aan zowel Hare Majesteit als de informateur was het instellen van een missionair kabinet dat zijn karwei kan afmaken en het houden van verkiezingen vanaf medio november of december. Dat is zo uitgekomen, dus wat ons betreft is er geen probleem.
De beslissing om naar Uruzgan te gaan is voor het kabinet een moeilijke geweest.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ik onderbreek de heer Van As omdat hij naar een ander onderwerp overstapt. Hij heeft van tevoren gezegd dat de LPF-fractie haar steun wil uitspreken voor een missionair kabinet als zij punten kan binnenhalen. Wat heeft de LPF-fractie nu binnengehaald?
De heer Van As (LPF): Wij hebben een aantal voorstellen gedaan en daar kom ik straks op terug. Ik heb er alle vertrouwen in dat wij tijdens de debatten bij de begrotingsbehandeling en het Belastingplan de coalitiepartijen op onze weg zullen vinden. Ik vertrouw erop dat wij steun zullen krijgen voor onze ideeën. In de politiek draait het tenslotte om vertrouwen en bouwen aan de opbouw van ons land. Of is mevrouw Halsema het daar niet mee eens? Zij zit zo te lachen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): In zo algemeen gestelde termen ben ik het daar vanzelfsprekend helemaal mee eens. Ik begrijp echter dat de heer Van As geen harde toezeggingen heeft. Hij vertrouwt op de steun van het CDA en de VVD en daarom heeft hij dit missionaire kabinet in het zadel willen helpen.
De heer Van As (LPF): Wij hebben onze wensen neergelegd bij de coalitiepartijen en hebben er vertrouwen in dat wij tijdens de behandeling van de begroting en het Belastingplan hun steun krijgen voor de zaken die wij en zij belangrijk vinden. Ik kan mij overigens zelfs voorstellen dat wij ook mevrouw Halsema nog meekrijgen. Bij de behandeling van de begroting is nog altijd de goedkeuring van de Kamer nodig. Stel dat wij, sterk uitgedrukt, onze zin niet krijgen en dat onze wensen en voorstellen geen steun vinden, dan kunnen wij altijd nog tegen de begroting stemmen. Dat zou echter een stok achter de deur zijn en zo wens ik geen politiek te bedrijven. Wij willen gewoon duidelijkheid scheppen, ook over de voorstellen, en wachten de discussie af. Ik heb er vertrouwen in dat de coalitiepartijen en de LPF-fractie elkaar zullen vinden.
De beslissing om naar Uruzgan te gaan, is voor het kabinet moeilijk geweest. Uiteindelijk bleek een ruime Kamermeerderheid, met inbegrip van de PvdA-fractie, voorstander van deze missie te zijn. Een missionair kabinet en een missionaire Kamer zijn tot deze beslissing gekomen. Juist vanwege het feit dat de missie deze zomer een officiële aanvang neemt, is het van belang dat een afrekenbaar kabinet en een afrekenbare Kamer hiervoor verantwoordelijkheid kunnen dragen. Afghanistan zit in wezen in de kritische opbouwfase. Over twee jaar praat je over een afbouwfase en dus wellicht over een andere politieke constellatie. Ook hier is een missionair kabinet gewenst.
De LPF-fractie hecht er waarde aan dat een volwaardige begroting 2007, een adequaat Belastingplan en de nota Werken aan Winst aan de Kamer ter behandeling worden voorgelegd. De maatregelen die het kabinet Balkenende-II voor ogen had, met name lastenverlichting voor burgers en bedrijfleven, kunnen volgens ons geen uitstel gedogen. De 1 miljard euro die wij minder gaan betalen aan de EU, is geld dat de burgers en het bedrijfsleven toekomt. Dit versterkt de koopkracht en de economie en iedereen behoort hiervan te kunnen profiteren. Wij moeten het zoet niet laten verzuren. De linkse oppositie wil iets anders en wil dat er nog meer op het bordje van de overheid wordt gelegd. Men wil meer regels, meer ambtenarij, geld afpakken van bejaarden en afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Tel uit je winst. “Met Wouter Bos, ben je zo los.”
De LPF-fractie wil dit kabinet weer in de lucht houden tot aan de komende verkiezingen, maar wil wel duidelijkheid over een aantal zaken. Ons lijstje houdt in ieder geval in dat de nieuwe mediawet in de ijskast verdwijnt. De splitsing van de energiebedrijven moet op de helling en bij de behandeling van de begroting en het Belastingplan bepleiten wij een verhoging van de arbeidskorting, zodat iedereen die werkt er netto maandelijks op vooruit gaat. Als Nederland werkt, moet werk ook worden beloond; dat zal de premier toch ook moeten aanspreken.
De kilometerkostenvergoeding van €0,19 per kilometer is bij de huidige hoge benzineprijzen natuurlijk te gek voor woorden en wij zijn van mening dat dit bedrag moet worden verhoogd.
Het zijn allemaal redelijke verlangens en wij zullen zeker met voorstellen komen. Wellicht zal de premier ook nog iets zeggen over deze onderwerpen.
Nederland werkt, maar staat nu vooral stil in de file. De besluitvorming, inclusief over alle alternatieven over de A6/A9 en de aanleg van de A4, kan wat ons betreft geen uitstel dulden. Hetzelfde geldt voor de tweede Maasvlakte. De keuze van de beide varianten zal later worden voorgelegd en wij hebben op voorhand ook over de tunnelbak nog geen keuze bepaald.
Minister Verdonk mag van ons haar werk voorzetten en mag van ons nog harder aan de slag. De inburgeringswet moet snel ingevoerd worden, evenals de uitwerking van het Boerka-verbod. Ik vraag aan de minister-president een toezegging op dit punt.
Ook geen uitstel verdienen de andere immense problemen in Nederland, zoals het probleem van de voortijdige schoolverlaters. Denk ook aan de wijziging van het Koninkrijksstatuut, de Antilliaanse probleemjongeren, de woningnood, het elimineren van de wet over het fijnstof, de anti-kraakwetgeving en de invoering van de Nationale Politie. Ik vraag om een reactie van het kabinet.
Natuurlijk wilt u van mij een voorbeeld van wat voor de fractie van de LPF volstrekt onaanvaardbaar zou zijn. Dat is iedere poging om via slinkse omwegen de Europese Grondwet nieuw leven in te blazen. De enthousiaste geluiden uit Finland en de oproep van Eurocommissaris Frattini om het vetorecht in te leveren zijn voor ons volstrekt onbespreekbaar.
Weet u wat mijn fractie ook belangrijk vindt? Dat de Nationale Recherche -- die mede op aandringen van de LPF is gevormd -- ongehinderd door kan gaan met zijn onderzoek naar de moord op de milieuambtenaar Chris van der Werken. Vandaag lezen wij in een dagblad dat zich sterke aanwijzingen opstapelen dat Volkert van der Graaf en de Vereniging Milieu-Offensief hierbij toch betrokken zijn. Ik verlang van de minister-president dat de Nationale Recherche deze zaak tot de bodem kan en mag uitzoeken, inclusief eventuele banden van de Vereniging Milieu-Offensief met politieke partijen. Ik vraag een reactie van de minister-president.
Ter afronding maak ik een opmerking voor de heer Marijnissen. Misschien vindt de SP het belangrijk om de eigen Kamerleden af te binden ten gunste van hun partijkas. Wij doen niet aan dit soort maoïstische ideeën mee. Men kan lachen wat men wil, maar ik heb de ellende bij die fractie gezien. Een fractielid is twee jaar ziek thuisgebleven, onder andere om die reden, en de heer Lazrak is elders in de Kamer geplaatst. Wij zijn transparant en eerlijk, en wij hoeven geen mensen af te binden.
*N
Mevrouw Van der Laan (D66): Voorzitter. Wij voeren vandaag een debat dat niet nodig was geweest. De val van het Kabinet Balkenende II had immers voorkomen kunnen worden. Zou minister Verdonk gewoon goed en zorgvuldig haar werk hebben gedaan, dan was zij meteen tot de conclusie gekomen dat er geen enkel probleem was met het staatsburgerschap van mevrouw Hirsi Ali. Inmiddels heeft Nederland opnieuw een kras op haar internationale reputatie. Minister Verdonk heeft echter volgehouden dat haar geen enkele blaam treft. Het was immers op aandringen van Kamervoorzitter Weisglas dat er zo overhaast moest worden gehandeld. Als klap op de vuurpijl was daar de verklaring van Ayaan, waarin zij alle schuld op zich nam en duidelijk aangaf dat minister Verdonk niets, maar dan ook helemaal niets te verwijten viel. Vervolgens is gebleken dat deze vreemde verklaring, die om onduidelijke redenen naar de Kamer is gestuurd, niet op initiatief van Ayaan tot stand is gekomen, maar op initiatief van de minister. Erger nog, het werd steeds duidelijker wat wij al vreesden, dat er een link is gelegd tussen de snelle afronding van de kwestie rond het staatsburgerschap en de ondertekening door Ayaan van de verklaring van minister Verdonk. Dan maar even de trots opzij en kiezen voor het vege lijf, zal Ayaan hebben gedacht. Begrijpelijk, de minister heeft immers een veel sterkere positie dan het individu dat haar staatsburgerschap dacht te hebben verloren.
De heer Verhagen (CDA): Ik hoor graag een reactie van mevrouw Van der Laan op de opmerking van voormalig minister Brinkhorst. Hij is aanwezig geweest en heeft in de pers verklaard dat er geen enkele druk is uitgeoefend op Ayaan Hirsi Ali. Naar hij zich achteraf heeft gerealiseerd, is het meer een communicatieprobleem tussen de D66-bewindslieden en de D66-fractie geweest, zo heb ik hem in de Telegraaf kunnen lezen. Hij heeft met name verklaard dat er geen enkele druk is uitgeoefend nadat hij daarvan getuige is geweest.
Mevrouw Van der Laan (D66): Hij heeft verklaard dat hem die avond niet gebleken is van enige druk. Dat kan ik mij ook goed voorstellen, want de volgende dag kwam pas de persconferentie van de advocaat van mevrouw Hirsi Ali en pas daarna kwam het interview waarin zij zelf zei: ik heb mijn trots maar even opzijgezet. Ik vind het logisch dat er die avond niet is gebleken van enige druk.
De heer Verhagen (CDA): Nee, nu moet mevrouw Van der Laan er niet omheen draaien. De heer Brinkhorst heeft verklaard dat hij aanwezig is geweest toen de verklaring werd voorgelegd aan mevrouw Hirsi Ali.
Mevrouw Van der Laan (D66): Dat kan niet, want hij zat in New York.
De heer Verhagen (CDA): Er bestaan in 2006 ook nog andere communicatiemiddelen dan face-to-facecontact. Hij heeft verklaard dat hij aanwezig was toen die verklaring is voorgelegd aan Ayaan Hirsi Ali en dat daarbij geen enkele druk is uitgeoefend. Als mevrouw Van der Laan hier nu zegt dat minister Brinkhorst uit zijn nek zat te kletsen, hebben wij weer een nieuwe variant, en dat suggereert zij wel.
Mevrouw Van der Laan (D66): Nee, dat is helemaal niet juist. Minister Brinkhorst kwam bij die vergadering en toen lag er een verklaring van mevrouw Hirsi Ali. Ik kan mij goed voorstellen dat je op dat moment denkt: er is een oplossing en er is een verklaring; kennelijk is er geen vuiltje aan de lucht.
Pas de volgende dag is gebleken onder welke omstandigheden die verklaring tot stand is gekomen. Dat was een heel andere situatie. Dat was ná de persconferentie van mevrouw Böhler en ná het interview van mevrouw Hirsi Ali. Mevrouw Hirsi Ali zat op dat moment in New York. De verklaring is tot stand gekomen. De ondertekende verklaring lag in Den Haag. Ik kan mij voorstellen dat de aanwezigen daar niet precies wisten hoe het is gelopen.
De heer Verhagen (CDA): Voor de laatste keer. Wij kunnen proberen recht te praten wat krom is, maar de heer Brinkhorst zegt gewoon heel simpel in de verklaring: "Dat er druk is uitgeoefend op mevrouw Hirsi Ali is die maandag niet aan de orde geweest. Ik ben geneigd die verklaring te accepteren." Dat is ná de persconferentie, ná het debat en ná het steunen van de motie van wantrouwen door mevrouw Van der Laan. Hirsi Ali is niet onder druk gezet, zegt hij. Dat staat er gewoon! Ik constateer nu dat mevrouw Van der Laan zegt dat die verklaring van de heer Brinkhorst niet juist is.
Mevrouw Van der Laan (D66): Nee. Ik wil best het hele debat nog een keer overdoen, maar ik kan mij voorstellen dat de voorzitter daar geen zin in heeft.
De voorzitter: Nee. Als het debat over gaat, zeg ik echt wel dat dat niet moet gebeuren. De heer Verhagen wijst op uitspraken van oud-minister Brinkhorst van vanochtend. Dat is een nieuw element.
**
Mevrouw Van der Laan (D66): Dit zijn uitspraken naar aanleiding van de verklaring waarover die maandagavond van de vorige week is gesproken. Hij zegt: er is toen niet aan de orde geweest dat er sprake was van druk. Nou, dat lijkt mij niet meer dan logisch, want dat was op dat moment helemaal nog niet duidelijk!
De heer Verhagen (CDA): Deze uitspraken van oud-minister Brinkhorst zijn na de val van het kabinet gedaan op 3 juli jl. Hij heeft die uitspraken niet gedaan op de maandag waar mevrouw Van der Laan over spreekt, maar hij zegt dit terugblikkend op de val van het kabinet. "Ook was er afgelopen week onvoldoende communicatie tussen de fractie en de bewindslieden van D66," zegt hij in datzelfde gesprek. Ik constateer dat die communicatie er blijkbaar nog steeds niet is.
Mevrouw Van der Laan (D66): Ik wil het nog wel een keer herhalen, maar wij hebben hier gewoon een verschil van mening, dat lijkt mij duidelijk. Op maandagavond is niet gebleken dat er sprake was van druk. Logisch, want dat is pas gebleken op dinsdag na de persconferentie, na het interview met mevrouw Hirsi Ali.
Graag zet ik mijn betoog voort over wat er de afgelopen weken, en vooral vorige week, is gebeurd. Dat waren meer dan schoonheidsfoutjes. Vanaf het begin deugde er weinig aan de manier waarop minister Verdonk in deze zaak is opgetreden. En als de minister in een dergelijke high profile zaak, met al die camera's erop gericht, al op deze wijze opereert, hoe kon de Kamer er dan nog op vertrouwen dat de minister wél zorgvuldig zou handelen in al die anonieme gevallen, met al die kwetsbare, afhankelijke mensen?
Wat D66 betreft was het vertrouwen in minister Verdonk weggevallen. Gezien de ernst van de feiten, en gezien het verloop van het debat, hadden wij verwacht dat dit voor meer partijen zou gelden, maar alleen GroenLinks, de SP, de PvdA, de groep Lazrak en de ChristenUnie zegden hun vertrouwen in de minister op, waardoor er geen meerderheid kwam voor de motie van afkeuring.
D66 kan echter geen steun verlenen aan een kabinet met daarin een minister waarin wij geen vertrouwen hebben. Daarom hebben wij het CDA, de VVD en premier Balkenende voor de keus gesteld: wilt u minister Verdonk, populair bij de kiezer, de hand boven het hoofd blijven houden? Of wilt u, samen met D66, het sociaal-economisch hervormingsbeleid, de missie van het kabinet-Balkenende II succesvol tot een goed einde brengen?
Het is bekend wat vervolgens de keuze van de premier, de VVD en het CDA is geweest. D66 was daardoor genoodzaakt de steun aan het kabinet in te trekken.
De heer Rutte (VVD): Ik ben langzamerhand verbijsterd. Wat was nu nieuw na 16 mei waarom u een motie van wantrouwen indiende, mevrouw Van der Laan?
Mevrouw Van der Laan (D66): Daarna bleek dat Ayaan Hirsi Ali altijd Nederlandse was geweest, was gebleven en dat haar paspoort dus nooit had mogen worden ingetrokken. Dat betekent dat het hele debat van 16 mei volstrekt overbodig geweest was. Al die commotie en al die internationale reputatieschade aan Nederland hadden allemaal voorkomen kunnen worden als minister Verdonk haar werk meteen goed gedaan had. Dan had zij namelijk geweten dat zij dat paspoort nooit had mogen afnemen.
De voorzitter: Ik sta u de interruptie toe, mijnheer Rutte, maar ik zeg nogmaals aan de leden dat daar waar wordt teruggegrepen op de debatten van 16 mei en 28 en 29 juni, dit echt moet gebeuren in de nieuwe context van het debat van vandaag. Het mag geen herhaling van die debatten zijn.
**
De heer Rutte (VVD): Ik ben het zeer met u eens, voorzitter, maar in mijn ogen geeft mevrouw Van der Laan hier een weergave van de geschiedenis die niet klopt. Dan is het wel belangrijk, ook voor de Handelingen, dat wij dat even met elkaar corrigeren. Op 16 mei worden hier moties aangenomen en die worden door de minister uitgevoerd. Wat is er nu nieuw na 16 mei? Waarom heeft mevrouw Van der Laan dan niet op 16 mei een motie van wantrouwen ingediend? Daar had ik misschien kunnen begrijpen dat mevrouw Van der Laan had gezegd; "gegeven alles, doen wij het". Dat was politiek nog begrijpelijk geweest. Maar waarom doet u dat na 16 mei, mevrouw Van der Laan?
Mevrouw Van der Laan (D66): Dat is vrij simpel, omdat op 16 mei de minister acht uur lang heeft volgehouden dat zij niets anders kon doen dat het paspoort afpakken van Ayaan Hirsi Ali. Die nacht is de minister op de knieën gedwongen door de Kamer. De Kamer heeft haar gezegd: u gaat kijken of er niet toch een mogelijkheid is. Al de volgende dag in de lijsttrekkersstrijd met u, collega Rutte, zei zij al dat die mogelijkheid er helemaal niet was. Op dat moment dacht ik: het kan toch niet waar zijn dat je acht uur lang zegt dat iets niet kan, de Kamer zegt dat het wel kan en dat jij de volgende dag al zegt dat het eigenlijk niet kan. En wat bleek vorige week? Het kon wel, nee, het moest wel! Het Nederlanderschap was gewoon altijd van Ayaan gebleven. Dat is wat er gebeurd is!
De voorzitter: Wat is nu nieuw in deze discussie wat niet vorige week is bediscussieerd? Dat vraag ik aan mevrouw Van der Laan die het zelf opbrengt en aan degenen die haar interrumperen. U moet uw vraag in de context van nu stellen, mijnheer Rutte.
**
De heer Rutte (VVD): Op 16 mei zijn moties aangenomen. De minister heeft zich gevoegd naar die moties en deze uitgevoerd. Ik vind het onbegrijpelijk en ik vind het ook buitengewoon onverantwoordelijk dat terwijl een minister moties uitvoert, de partij van mevrouw Van der Laan -- D66 -- toch een kabinet laat vallen, met alle gevolgen van dien. Ik vind echt dat mevrouw Van der Laan zich daarover beter moet verantwoorden, gegeven ook de uitspraken van haar eigen partijgenoot Brinkhorst over wat daar gebeurd is. Haar lezing verschilt op belangrijke punten van de lezing van haar eigen minister in het kabinet. Als zij dan toch een kabinet laat vallen, moet zij met een beter verhaal komen. Dat is in het belang van de mensen die het debat volgen, anders begrijpt niemand het meer.
Mevrouw Van der Laan (D66): Ik vind het onbegrijpelijk dat een minister zo'n grote fout mag maken, dat zij internationaal consternatie veroorzaakt, dat Nederland volledig onnodig internationale reputatieschade oploopt en dat zij vervolgens hier urenlang volhoudt dat haar geen enkele blaam treft, dat het niet haar schuld was, dat zij echt niet anders kon en dat het allemaal vlekkeloos is verlopen.
Het is niet vlekkeloos verlopen. Vlekkeloos verlopen had betekend dat Ayaan Hirsi Ali Nederlandse was, Nederlandse is gebleven en dat ons deze hele ellende bespaard was gebleven. Wij zeggen op dat moment: wij hebben geen vertrouwen in deze minister, niet vanwege dat incident, maar omdat als zij, als alle camera's op Nederland gericht staan, zo handelt tegenover iemand die een leger van advocaten en adviseurs om zich heen heeft, wij ons afvragen hoe het dan moet met al die andere kwetsbare mensen die van haar afhankelijk zijn.
De voorzitter: U kijkt mij aan, mevrouw Van der Laan, maar ik het dit toch wel eerder gehoord in de debatten.
**
Mevrouw Van der Laan (D66): Dat ben ik met u eens, daarom ga ik graag door met de feiten van vandaag.
Toen de D66-fractie vorige week het vertrouwen in het kabinet opzei, duurde het even voordat de minister-president doorhad dat de gang naar het staatshoofd om het ontslag van zijn kabinet aan te bieden, onvermijdelijk was geworden. Het belangrijkste advies dat D66 het staatshoofd gaf, was om snelle verkiezingen te bevorderen. De Kamer zou, naar onze opvatting, het beste kunnen worden ontbonden door een demissionair kabinet. Daarmee zou volgens D66 het meest recht worden gedaan aan de ontstane politieke situatie en zou de politiek doen wat naar de opvatting van D66 veel vaker zou moeten gebeuren: verantwoording afleggen aan de kiezer.
Het werden snelle verkiezingen maar het werd ook een nieuw missionair kabinet, in het leven geroepen voor minder dan vijf maanden. De informateur vond een typisch Lubberiaanse oplossing.
Iedereen kreeg immers een beetje gelijk. Hij kwam de oppositie tegemoet, inclusief de fractie van D66, want zij wilde snel verkiezingen. Ook kwam hij de fracties van het CDA en de VVD tegemoet, want zij wilden een volwaardig kabinet. Het probleem lijkt daarmee uit de wereld. Toch is er één probleem, namelijk dat het een minderheidskabinet is. Het is voor steun dus afhankelijk van wisselende meerderheden in het parlement. Onze positie was en is volkomen duidelijk. De D66-fractie steunt de totstandkoming van kabinet-Balkenende III niet. Wij hebben een demissionair kabinet en vervroegde verkiezingen geadviseerd. Vorige week hebben wij het vertrouwen in minister Verdonk opgezegd. Vandaag kan dus niet van de D66-fractie worden verwacht dat zij een kabinet steunt waarin die minister verantwoordelijk is voor dezelfde portefeuille. Als een meerderheid van de Kamer van mening is dat het handelen van deze minister goed is voor onze rechtstaat, moet die dit kabinet in het zadel houden.
De heer Van As (LPF): Mevrouw Van der Laan heeft met haar acties veel chaos veroorzaakt. Zou het niet veel beter zijn als zij enige tijd niets deed?
Mevrouw Van der Laan (D66): Betrekt de heer Van As dit op zichzelf?
De heer Van As (LPF): Ik vermoed dat mevrouw Van der Laan een beetje doof is. Zou het voor iedereen niet beter zijn als zij enige tijd niets deed?
Mevrouw Van der Laan (D66): Dan zou er naar mijn idee een groot probleem ontstaan, omdat wij de komende maande