dinsdag, november 01, 2005
Testimonium Peter R. de Vries
Testimonium
Peter R. de Vries
Omdat ik weet hoe ik vuur kan maken…
Omdat ik de afgelopen twintig jaar nooit tijdens de verkiezingen heb gestemd, zijn er mensen die menen dat ik niet gekwalificeerd ben om zelf een politieke partij te beginnen. Dit onder het motto: als je nooit hebt meegespeeld, bemoei je dan nu ook niet met de spelregels! Deze waarnemers gaan er vanuit dat ik die decennia uit desinteresse of gemakzucht nooit naar de stembus ben gegaan, geen affiniteit met en voor de politiek heb en dus nu geen recht van spreken heb. Als het waar was, zouden ze gelijk hebben, maar de werkelijkheid is anders. De politiek volg ik intensief en al bijna zolang ik kan lezen en bij elke verkiezing is het een weloverwogen besluit geweest om weg te blijven bij het stemhokje. In mijn ogen is geen stem ook een stem, een tegenstem in dit geval. Critici – ‘als je stemrecht hebt, moet je het gebruiken ook’ heb ik vaak voorgehouden dat ik beter wist waarom ik niet stemde, dan zij waarom (en waarop!) zij wel stemden.
Mijn tegenstem betekende vooral dat ik de politiek van de gevestigde orde niet wilde sanctioneren. Ik wilde niet bijdragen of deel uit maken van een politieke gang van zaken waar ik aversie tegen had. In mijn ogen wordt de Nederlandse politiek al decennia lang vertroebeld door handjeklap, achterkamertjesoverleg, hypocrisie, opportunisme, nepotisme, mediageilheid, schijn-democratie, een onvermogen eerlijk te zeggen waar het op staat (‘dat trekt mijn achterban niet…’) en een gebrek aan kennis over wat er gaande is in de werkelijke maatschappij.
Ik verfoei politici die in het zicht van de verkiezingen ineens bejaardentehuizen, kleuterscholen, ziekenhuizen en andere zorginstanties bezoeken en met holle retoriek schaamteloos verwachtingen wekken waar ze nooit meer op terugkomen. Nooit zal iemand mij dat soort bezoeken omwille van het ‘foto-moment’ zien afleggen. En kamerleden die de minister van Justitie vragen of het politiemensen niet verboden moet worden hun dienstwapen mee naar huis te nemen als een hoofdagent zijn eigen gezin met zo’n wapen heeft uitgemoord, kan ik wel schieten. Alsof de bewuste politieman bij zo’n verbod met een bos bloemen naar huis was gegaan in plaats van zijn pistool en zijn vrouw en kinderen nu nog geleefd zouden hebben…Voor dit soort staaltjes van Haagse Logica ben ik allergisch en politici die zich daaraan schuldig maken krijgen nooit mijn stem. Om over politici die zich onder druk van de coalitie verontschuldigen voor volstrekt redelijke uitspraken die zij hebben gedaan maar te zwijgen.
En ik verbijt mij, om nog een voorbeeld te noemen, over het feit dat als het eigen hachje van politici in gevaar dreigt te komen, ineens alles kan en de grootste aandachtstrekkers van het Binnenhof dag en nacht bewaakt worden door een kordon veiligheidsagenten, terwijl de gewone burger vaak niet eens aangifte kan doen, laat staan bescherming krijgt. En hoe kunnen de hedendaagse politici het rijmen dat zij miljarden uittrekken voor de strijd tegen terreur, maar er tegelijkertijd feitelijk in berusten dat de grootste bedreiging van mensenlevens – honger en dorst – elke dag weer duizenden vrouwen, kinderen tot slachtoffer maakt, terwijl een kommetje rijst, schoon water en simpele medicijnen hen zou kunnen redden? Waarom gebeurt dat niet? Waarom kijken politici dan de andere kant op??? Waarom lopen er wel oliepijpleidingen over de hele wereld, maar geen waterleidingen?
De reden dat ik in de politiek wil is dan ook niet om aan deze – huidige gang van zaken mee te doen, maar om er wat aan te doen.
De afgelopen 25 jaar ben ik als misdaadverslaggever in alle uithoeken van het land geweest. Ik heb ook de uitersten van onze maatschappij van dichtbij gezien en meegemaakt. Van straatarm tot schathemelrijk. Van ongeletterd tot geleerd. Van pauper tot prins. Ik heb met eigen ogen gezien wat er – in toenemende mate - fout gaat, waarom overheid en burger elkaar steeds minder verstaan. Ik heb de begrijpelijke onvrede daarover zien groeien. Ik heb de tekortkomingen van de overheid eerst gesignaleerd, later vooral bekritiseerd. En na ruim 25 jaar verslaggeving op de barricaden-van-de-praktijk komt dan ook een moment dat je een opvatting ontwikkelt hoe het beter zou kunnen, nee, zou moeten. En onherroepelijk stel je jezelf dan de vraag of je als stuurman aan de wal moet blijven roepen, of dat de tijd rijp is om zelf op de brug plaats te nemen. Dat moment is nu aangebroken. Niet omdat ik kost wat kost op het pluche in de Tweede Kamer wil zitten. Integendeel. En zeker ook niet uit ijdelheid of financieel gewin, want dan kan ik beter blijven doen wat ik nu doe. Nee, ik wil dat omdat ik vind dat het tijd is voor verandering! Het is tijd om de bakens te verzetten. We moeten ons politieke systeem veranderen en een groot deel van onze politici vervangen. Dat is iets wat veel Nederlanders wensen, maar door de politieke elite wordt geblokkeerd. Het is tijd voor Echte Democratie.
Nederland heeft behoefte aan politieke leiders met daadkracht, uitstraling, kennis van zaken, eerlijkheid en gezag. Die helder zeggen waar het op staat. Mensen die weten wat er leeft en speelt in het land en niet alleen op de vierkante kilometer van het Binnenhof. De huidige lichting politici heeft een pennelikkerige, wereldvreemde uitstraling en geeft niet het gevoel dat ons lot – mijn lot – bij hen in vertrouwde handen is. Men vaart meestal op verkeerd kompas een koers die niemand kan volgen. En nu ik toch in deze termen schrijf: als ik een oordeel over iemands persoonlijkheid probeer te vormen, stel ik me wel eens voor dat ik met deze persoon schipbreuk lijd en aanspoel op een onbewoond eiland. De vraag die ik mezelf dan stel is: is hij een lust of een last om te overleven en een weg terug te vinden naar de beschaafde wereld? Is iemand inventief? Sterk en veerkrachtig? Heeft hij – onder spanning – een praktisch-intellect? Bewaart hij zijn kalmte? Kan hij vuur maken? Is hij bang in het donker? Weet hij aan voedsel en water te komen? Brengt elke zonsopgang hem dichterbij huis?
Het gros van de bewindslieden en politici in Den Haag zijn dan een last. Gewoon een extra handicap om te overleven. Natuurlijk, ik haast me om te zeggen dat dit op zich geen eigenschappen of criteria zijn die je anno 2005 op je CV zet met de bedoeling door te dringen tot de Tweede Kamer of de Ministerraad, maar toch weet ik zeker dat de gemiddelde kiezer hunkert naar politieke leiders waarvan hun onderbewustzijn hen vertelt dat hij deze eigenschappen in zich heeft. Iemand op wie je kunt bouwen en vertrouwen, ook – of juist! – in hachelijke tijden. Iemand die als het er op aan komt zich zelf kan redden – en dus ook een ander!
Het probleem met de politiek van vandaag de dag is dat ons Schip van Staat al jarenlang op de rotsen ligt, maar onze politieke kapiteins bij elke verkiezing naar de horizon blijven turen en vervolgens roepen dat de zeilen gehesen moeten worden! En bij het zoeken naar oplossingen wordt er gedacht als een zeeman die denkt dat er geen land is, omdat hij alleen maar water ziet. Het is tijd voor een nieuwe koers en nieuwe leiders. Ik weet hoe ik vuur moet maken. En bij mij is er ook altijd land in zicht. Al was het maar omdat ik bij alles wat ik doe tot de bodem ga…
Peter R. de Vries
Proclamatie PRDV
Proclamatie
Partij voor Rechtvaardigheid, Daadkracht & Vooruitgang
Door Peter R. de Vries, mede-oprichter van de PRDV, op maandag 31 oktober 2005, bevestigd aan de deuren van de Tweede Kamer in Den Haag.
I. Ingrijpende veranderingen zijn nodig en daarom wil ik de politiek in!
De huidige politici beloven in verkiezingstijd van alles en zeggen goed naar de burger te hebben geluisterd en dat zal in hun politiek tot uiting komen. Vervolgens gaan zij weer vier jaar aan de slag met hun handjeklap, achterkamertjesoverleg en opportunisme, zonder dat de burger daar nog een rol bij mag spelen. Daaraan wil ik een eind maken.
• Het is tijd voor een nieuwe koers en nieuwe leiders. Nederland heeft politieke leiders nodig met
moed, daadkracht, kennis van zaken, eerlijkheid en gezag.
• Het is tijd voor echte democratie en ingrijpende veranderingen waar de huidige politiek niet toe in
staat is of niet toe bereid is.
• Ik wil mij maximaal inzetten om die ingrijpende veranderingen tot stand te brengen
• Als Nederland het wil ga ik naar Den Haag en beloof ik dat ik niet zal meedoen aan de gewoonte
om nooit te zeggen waar het precies op staat, of onder ‘dwang’ excuses aan te bieden voor vol
strekt redelijke uitspraken.
• Politici en ambtenaren, die ernstige fouten maken of het afgesproken beleid niet goed uitvoeren
zullen daar de gevolgen van moeten aanvaarden. Weg met de sorry-cultuur en het oneindig
polderen.
• Ik kan deze toezeggingen alleen nakomen als ik voldoende steun krijg van de Nederlandse kiezer.
• Daarom is onze slogan: STUUR PETER R. DE VRIES NAAR DEN HAAG!!
II. Er moet een echte democratie komen!
In onze democratie mogen de mensen één keer in de vier jaar stemmen. Daarna gaan de politici weer vier jaar hun eigen gang. Als we stemmen weten we niet eens welke regering er komt of wie er minister-president wordt. De kloof tussen politiek en burger moet gedicht worden en daarvoor zijn ingrijpende veranderingen van ons politiek stelsel noodzakelijk.
• De minister-president wordt rechtstreeks gekozen en vormt zijn eigen kabinet.
• Indien geen enkele kandidaat in de eerste ronde een absolute meerderheid haalt, volgt er een
tweede ronde met de twee hoogst geëindigde kandidaten.
• Indien de Tweede Kamer belangrijke voorstellen afwijst, kan op verzoek van het kabinet een
bindend referendum worden gehouden, waarbij blijkt of de Tweede Kamer de mening van het volk heeft weergegeven.
• Het volksinitiatief wordt ingevoerd. Als 2/3 deel van de kiesgerechtigden dat wil, komen er nieuwe
verkiezingen.
• De niet door het volk gekozen en overbodige Eerste Kamer wordt afgeschaft. Het door de Raad van State gegeven advies geeft voldoende waarborg voor een goede toetsing van de ingediende wetsvoorstellen.
• Op initiatief van een nader te bepalen aantal burgers kan er een bindend correctief referendum gehouden worden waardoor besluiten van Regering en Kamer, waar meer dan de helft van de kiesgerechtigde Nederlanders tegen is, kunnen worden afgewezen. Dat geldt ook voor onderwerpen op Europees niveau (EU) waarvoor de instemming van de lidstaten nodig is. Het referendum over de Europese Grondwet smaakt naar meer.
• Om een te grote versplintering in de politiek tegen te gaan komt er een verhoging van de kiesdrempel (3% a 5%)
• De burgemeester wordt rechtstreeks door het volk gekozen.
• Een aantal belangrijke functies wordt niet meer op grond van de politieke kleur verdeeld en zeker niet toegekend aan weg te promoveren politici. Via open sollicitaties wordt de beste kandidaat geworven ongeacht of het gaat om de nationale ombudsman, NOS-bestuurders of de Algemene Rekenkamer om een paar voorbeelden te noemen.
• Er komt een grondswetswijziging waardoor de Koning geen deel meer uitmaakt van de regering.
Ook hoeft het Koningshuis geen aparte bescherming als het om beledigingen gaat (majesteitsschennis).
III. De mensen moeten kunnen vertrouwen op een rechtvaardige overheid.
De overheid heeft haar macht van ons gekregen. De overheid moet er zijn voor de mensen en niet andersom. En de mensen moeten die overheid zonder meer kunnen geloven en vertrouwen. Dat vertrouwen, zo blijkt uit alle cijfers, is nu op een dieptepunt.
• Een overheid moet betrouwbaar zijn en haar toezeggingen nakomen. Daarom wordt bijvoorbeeld
het kwartje van Kok alsnog teruggegeven. Beloofd is beloofd.
• Als een overheidsdienst bij een aanvraag zich niet houdt aan de afgesproken behandelingstermijnen, dan mag de aanvrager dit beschouwen als een positief antwoord op de aanvraag.
• Iemand in hulpeloze toestand onverzorgd achterlaten is (in Nederland) strafbaar. Toch laten we
elke dag duizenden kinderen en mensen door gebrek aan water, voedsel en medicijnen sterven. Dat is volstrekt onaanvaardbaar. De grootste bedreiging van de mensheid is niet het terrorisme waaraan jaarlijks miljarden worden gespendeerd, maar honger en dorst, waardoor miljoenen mensen per jaar sterven.
• Met waarborgen voor een goede besteding wordt de ontwikkelingshulp verhoogd van 0,8 naar 1 %.
• Openbare orde is niet te koop. Voor inzet bij evenementen w.o. voetbalwedstrijden wordt geen geld gevraagd. Wel wordt aan de organisatoren een maximale eigen inzet gevraagd, met bijvoorbeeld
een ordedienst.
• Schade aangericht door relschoppers en vandalen worden volledig op de daders en/of hun ouders/verzorgers verhaald.
• In elke strafzaak wordt terugbetaling van de door het slachtoffer geleden schade een standaard
onderdeel van het vonnis en de op te leggen straf gemaakt. Incasso daarvan geschiedt door de
overheid ten gunste van het slachtoffer. Indien er – om welke reden dan ook – geen verhaalsmogelijkheid is, wordt er vervangende hechtenis opgelegd. De vordering blijft overigens
ook daarna bestaan.
• De gemeentelijke belastingen worden aan banden gelegd en mogen de komende vier jaar niet meer stijgen. Tevens wordt een begin gemaakt met het gelijk trekken van gemeentelijke belastingen en heffingen. Hierbij rekeninghoudend met milieu inspanningen van gemeenten en bijzondere plaatselijke omstandigheden.
• Leges van overheden voor verplichte documenten, vergunningen, waterschapslasten en
energiebelastingen worden bevroren op het niveau van 2005. In het kader van het decentralisatiebeginsel krijgen de gemeenten de opdracht zelf de dekking aan te dragen voor deze
operatie. Hierbij kan gedacht worden aan verregaande efficiencyverbeteringen, waaronder het
terugdringen van de bureaucratie en het verminderen van het van het ambtelijke apparaat.
• Een verdere beperking van de vrijheid van meningsuiting in het kader van terrorismebestrijding
wordt niet geaccepteerd. De huidige wetgeving biedt voldoende mogelijkheden om naar de rechter te gaan.
IV. Een overheid moet daadkracht hebben!
Al tientallen jaren praten we over het fileprobleem en beter openbaar vervoer. Maar behalve de prijs van treinkaartjes verhogen gebeurt er veel te weinig. Van een overheid mag verwacht worden dat ze deze grote problemen met kracht aanpakt. Ook in het onderwijs is een omslag noodzakelijk.
• De maatregelen van de laatste decennia hebben de fileproblemen niet opgelost. Integendeel. De
oplossing zal daarom mede moeten worden gezocht in onconventionele, letterlijk baanbrekende
initiatieven zoals gratis openbaar vervoer.
• Echte integratie begint met gelijk, neutraal openbaar onderwijs. In een samenleving die steeds meer multi-cultureel wordt en tegelijkertijd ontzuilt, horen niet alleen kerk en staat gescheiden te zijn,
maar ook kerk en onderwijs. Daarbij vraagt ook de ontwikkeling met Islamitische scholen om een
herbezinning van het huidige beleid dat dateert uit 1917. Scholen zijn er om te onderwijzen en niet
om godsdienst te beleven. Gelijk openbaar onderwijs verenigt, bijzonder onderwijs verdeelt en staat
optimale integratie in de weg. Scholen op levensbeschouwelijke basis (bijzonder onderwijs) zullen daarom op den duur geen subsidie meer ontvangen. Hiervoor zal artikel 23 van de Grondwet
worden gewijzigd. (Zie noot).
• De bureaucratie bij onderwijsinstellingen, de zorgverlening en het rijk dient aanzienlijk te worden
teruggedrongen. Het beleid moet werkers op de vloer weer centraal zetten. Het aantal regels uit Den Haag moet omlaag.
• Het aantal ambtenaren wordt de komende vier jaar met 6% per jaar verminderd via natuurlijk verloop en overplaatsingen.
• Ook bij de politie moet gelden: carrière maak je buiten, niet binnen.
• Onze netto bijdrage aan de EU moet per hoofd van de bevolking omlaag, aangezien wij substantieel meer betalen dan bijvoorbeeld Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk.
• De pensioengerechtigde leeftijd wordt met kleine stapjes verhoogd naar 67 jaar met behoud van de
mogelijkheid eerder op eigen kosten met pensioen te gaan. Hiertoe wordt de grens gedurende twaalf jaar met twee maanden per jaar verhoogd.
• Nederland is feitelijk een immigratieland. Dat moet het blijven maar dit dwingt wel tot grote helderheid over de criteria waaraan de toelating en de duur van de procedures moeten voldoen.
• Asielzoekers en andere ‘nieuwe Nederlanders’ die (voorlopig) in ons land worden toegelaten krijgen een ‘Oranje kaart’. Bezitters daarvan kunnen voor een periode van maximaal drie jaar door werkgevers worden aangesteld voor een salaris op het niveau van het minimumloon, zonder dat daarover werkgeverslasten hoeven te worden betaald.
• De versnippering en daarmee verspilling bij de publieke omroep wordt tegengegaan. Er komen
maximaal drie zendgemachtigden voor drie netten in plaats van de huidige zendgemachtigden, die alle hun eigen directies, gebouwen en overlegstructuren hebben. Er komt een tv-nieuwszender.
V. De jeugd van tegenwoordig heeft wel de toekomst.
Er wordt vaak met enig pessimisme gesproken over de jeugd van tegenwoordig. Wat we daarbij wel eens vergeten is dat de jeugd vaak alleen maar aanpakt wat zij door oudere generaties krijgt aangereikt en dat het veranderen of verdwijnen van bepaalde normen en waarden hen nauwelijks valt aan te rekenen. Dat verwijt kan soms beter bij ‘de ouderen van tegenwoordig’ worden neergelegd. En bij de politiek, die vaak berustend en afwachtend is geweest, te weinig tegenprestatie heeft gevraagd en te weinig toezicht heeft gehouden.
• Er komt een sociale dienstplicht voor alle jongeren. Goed voor de maatschappij en goed voor de jongeren.
• Zowel bij het basis- als het middelbaar onderwijs krijgt iedereen meer lichamelijke opvoeding
(gymnastiek, sport). Elke leerling krijgt in de toekomst minimaal zes uur per week gymnastiek en sportles, eventueel gedeeltelijk na de lesuren.
• Hierdoor zullen jongeren meer beseffen hoe belangrijk hun conditie en lichamelijk welzijn is. Dit zal er mede voor zorgen dat zij bewuster leven en verantwoorder omgaan met roken, alcohol en drugs.
• Topsport heeft als voorbeeld een grote stimulerende werking en wordt daarom actief gesteund.
VI. Veiligheid moet geen loze kreet zijn maar werkelijkheid worden!
De laatste tijd is weer eens pijnlijk duidelijk geworden hoe justitie kan falen. Goed opgeleide politiemensen verdoen veel van hun tijd aan weinig nuttige of administratieve zaken die ook door anderen gedaan kunnen worden. Daarnaast vinden veel slachtoffers geen gehoor bij politie en justitie. Jaarlijks blijven er honderdduizenden aangiften liggen. De rechtsgang is verstopt.
• Softdrugs richten minder maatschappelijke en economische schade aan dan alcohol en roken. Er
wordt niettemin onevenredig veel aandacht, tijd en geld door politie en justitie aan besteed. Softdrugs worden gelegaliseerd. Hierdoor vallen middelen vrij voor een volksgezondheidscampagne tegen het gebruik van alcohol, sigaretten en drugs.
• In de toekomst zal van elke burger DNA-materiaal beschikbaar moeten zijn in een databank. Niet
alleen vanwege opsporing- en preventiedoeleinden, maar ook voor identificatie bij calamiteiten.
• Er komt een herstel van de strenge reclassering met langdurig toezicht op ex-veroordeelden en ex-tbs-ers. Bij het niet nakomen van de regels door vrijgelatenen volgen strenge sancties.
• Gedetineerden die ontsnappen of een poging hiertoe doen of niet terugkomen van verloven, krijgen automatisch een derde van de reeds opgelegde straf extra. Als er geweld is gebruikt, of andere strafbare feiten zijn gepleegd, dan wordt er nog een aparte rechtszaak over gevoerd. De identiteit en foto van voortvluchtigen worden altijd en direct openbaar gemaakt, onder meer op een speciale
justitie-website.
• Door onderzoeksachterstanden liggen rechercheonderzoeken vaak maanden stil. Dat is
onacceptabel. Het Nederlands Forensisch Instituut moet versterkt worden om de achterstanden in te lopen. Er komt een tweede vestiging van het NFI in het noorden van het land.
• De interne beveiligingsinstanties in Nederland (politie, Koninklijke Marechaussee, douane etc.)
worden ondergebracht in één Ministerie van Veiligheid. Dit nieuwe ministerie krijgt een substantieel hogere begroting.
• Het veiligheidsgevoel moet worden verbeterd. Daarom moet er overdag meer politie op straat en ’s
nachts moeten er meer politiebureaus open. De werktijden van de politie moeten van 38 uur naar
40 uur worden uitgebreid (en evenredig betaald) en de Arbeidstijdenwet moet worden versoepeld. Dit vergroot de werkcapaciteit direct aanzienlijk.
• De rechterlijke macht wordt versterkt/uitgebreid.
VII. Een gezonde samenleving is niet alleen de verantwoording van de overheid.
Veel mensen in Nederland zijn ontevreden en vinden - terecht - dat het anders moet. Maar een gezonde samenleving vraagt niet alleen betrokkenheid, offers en inzet van de overheid, maar ook van de burgers zelf. Zorg moet er zijn, maar zelfredzaamheid is zeker zo belangrijk. Iedereen is in eerste instantie verantwoordelijk voor zijn/haar eigen leven. In de toekomst is er niet voor alles een apart loket.
• Vrijwel iedereen vindt dat de bureaucratie en ‘ambtenarij’ moet worden teruggedrongen, maar dit
kan alleen als wordt aanvaard dat er niet meer voor elk probleem een apart ‘loket’ is.
• Burgers zullen meer dan nu gebeurt initiatief, verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid moeten
tonen bij het oplossen van hun problemen .
• De opvoeding van en zorg voor kinderen zijn primair de verantwoordelijkheid van de ouders en niet van werkgevers, crèches of overheidsinstanties. Maar bij falen van ouders/verzorgers dient – in het belang van het kind en de samenleving – wel tijdig dwingend te worden opgetreden.
• Een ieder dient te beseffen dat een gezond leven voor een groot gedeelte samenhangt met een
gezonde levensstijl. Ook dit is primair eigen verantwoordelijkheid, die niet tot in het bizarre kan worden afgeschoven op werkgevers, zorg- of overheidsinstanties.
• Wij zijn bevoorrecht dat we in Nederland wonen, maar het besef hiervan is bij velen weggeëbd. Om
tot de rijkste en best geregelde landen van de van de wereld te kunnen blijven behoren zullen we ons moeten realiseren dat dit niet vanzelf gaat. Inspanning = Resultaat. Extra inspanning van
iedereen is nodig.
• Van iedere volwassen inwoner mag de maatschappij een bijdrage verwachten die ten goede komt aan een beschaafde samenleving. Een sociale dienstplicht voor jongeren is daar een voorbeeld
van. Maar ook van volwassenen, die tijdelijk een beroep moeten doen op sociale voorzieningen, mag worden verwacht dat zij zich voor de maatschappij inzetten. Hiervoor moet nieuw beleid worden gemaakt.
Den Haag 31 oktober 2005. Was getekend,
Peter R. de Vries
Noot openbaar onderwijs:
De gelijkstelling van het openbaar onderwijs en het bijzonder onderwijs stamt uit begin vorige eeuw, toen de opkomende emancipatiebewegingen van de katholieken en protestanten een vergelijk troffen met de liberalen. Dat leidde tot een gelijke toegang tot publieke middelen voor onderwijs op levensbeschouwelijke, religieuze en pedagogische grondslag. Dat laatste noemen wij bijzonder onderwijs. Nu we bijna een eeuw verder zijn, is deze grondslag verouderd. Het bijzonder onderwijs is inmiddels al decennia – zowel wat leerlingen, docenten en ouders betreft – opengesteld voor iedereen, los van de vraag of zij de oorspronkelijke doelstelling van dat bijzonder onderwijs onderschrijven. De koepelorganisaties van het bijzonder onderwijs – semi publieke organisaties – zien er op toe dat het land voldoende aanbod krijgt van bijzonder onderwijs, los van de voorkeuren van leerlingen, docenten en ouders. Met andere woorden: het bijzonder onderwijs is – op enkele kernen na – definitief ontzuild.
Om de samenhang en integratie in onze samenleving te bevorderen – een urgent probleem dat de komende decennia onze samenleving zal beheersen – is het noodzakelijk de grondslag van ons onderwijssysteem ingrijpend te veranderen. Om te bevorderen dat zoveel mogelijk ouders, leerlingen en docenten – met verschillende achtergronden – bij elkaar gebracht worden, dienen we af te stappen van het bijzonder onderwijs, dat – ideologisch – groepen gescheiden houdt, dan wel nieuwe scheidingen de kans geeft zich te manifesteren. We moeten toe naar een ongedeeld openbaar onderwijs waarin ruimte is voor verschillende culturele en religieuze achtergronden, maar waarbij het algemeen vormend karakter – kennis en sociale vaardigheden – centraal staat en bepalend is. Dat betekent dat op den duur de bekostiging van het bijzonder onderwijs wordt beëindigd. Dat vereist een wijziging van artikel 23 van de Grondwet, waaraan met spoed moet worden gewerkt.
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
