maandag, november 27, 2006
 
Balkenende en Harper: Nederland en Canada moeten beloftes aan Afghanen nakomen
Aan de vooravond van de Navo top in Riga schreven de nederlandse premier Balkenende en zijn canadese collega Harper een artikel over de missie in Afghanistan.

Morgen zullen wij in Riga de regeringsleiders van de NAVO-landen ontmoeten. Wij zullen daar onze vastberadenheid en toewijding herbevestigen om in Afghanistan vrede en stabiliteit tot stand te brengen.

Canada en Nederland hebben militairen, ontwikkelingshulp en politieke betrokkenheid ingezet om de Afghaanse bevolking te helpen bij het zekerstellen van een betere toekomst. Wij doen dat samen met alle NAVO bondgenoten en elf partnerlanden van de NAVO. Het is geen gemakkelijke opdracht, maar wel een noodzakelijke.

De NAVO-top biedt ook gelegenheid om in herinnering te brengen waarom wij in Afghanistan zijn, wat tot dusverre is bereikt en wat er nog moet gebeuren om de NAVO-aanwezigheid tot een succes te maken.

Allereerst waarom wij in Afghanistan zijn.

Afghanistan is lange tijd een bron van instabiliteit, onderdrukking en opstand geweest. Het was een vrijhaven voor terroristen, gelieerd aan groepen die aanvallen hebben beraamd op NAVO-landen. De NAVO heeft unaniem besloten militairen naar Afghanistan te sturen om die veiligheidsuitdagingen het hoofd te bieden.

Wij zijn in Afghanistan op verzoek van de democratisch gekozen regering van Afghanistan en met een unaniem mandaat van de veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Veiligheid en stabiliteit zijn onmisbare bouwstenen voor het tot stand brengen van een herrezen, democratische staat.

Nederland en Canada hebben samen ruim 4.500 troepen in Afghanistan. Dit is een grote bijdrage van onze beide landen. Wij zitten in misschien wel het lastigste gebied van het land. Het brengen van veiligheid, stabiliteit en ontwikkeling is daar moeilijker dan in andere delen van Afghanistan. Wij zijn in Uruzgan en Kandahar, omdat ook daar gewerkt moet worden aan wederopbouw en een beter leven voor de bevolking in Zuid-Afghanistan.

Tegelijkertijd zijn wij ons er volledig van bewust dat de toekomst van Afghanistan niet louter met militaire middelen kan worden veiliggesteld. Ook de internationale gemeenschap is hiervan doordrongen. Ruim 60 landen dragen bij aan de wederopbouw van Afghanistan. De VN- missie in Afghanistan (UNAMA) is een van de allergrootste speciale missies van de VN. Het ziet toe op het werk van 16 gespecialiseerde VN-instellingen die in het hele land de Afghaanse bevolking ondersteunen.

Wat is er tot dusverre bereikt?

In de vijf jaar die zijn verstreken sinds de val van het Taliban-regime, hebben de Afghanen hun lot in eigen handen genomen. Er zijn vreedzaam verlopen presidentiële en parlementaire verkiezingen gehouden. Zij hebben instituties opgericht om basisvoorzieningen te leveren aan de bevolking. De regering heeft initiatieven genomen om de corruptie te bestrijden en is begonnen nationale ontwikkelingsstrategieën te implementeren die het gehele land bestrijken.

In het hele land zijn meer dan 10.000 gemeenteraden gekozen. Deze voeren meer dan 5000 projecten uit op het gebied van gezondheidszorg, schoon water en onderwijs. Meer dan vijf miljoen kinderen gaan naar school, waarvan een derde meisjes. Meer dan 65.000 landmijnen zijn de laatste vier jaar geruimd en vernietigd. Dit zijn belangrijke resultaten.

Alleen al in de provincie Kandahar zijn meer dan 1000 waterputten geslagen, 800 handpompen geleverd en zijn vier grote waterreservoirs in bedrijf. Verbeteringen zijn aangebracht in het provinciale transportnetwerk en de stroomvoorziening. Er is 150 km aan nieuwe wegen aangelegd, er zijn vier bruggen gebouwd en er zijn 42 generatoren geïnstalleerd. En dit alles voor de dorpelingen en boeren in de provincie.

Uruzgan is één van de meest afgelegen, traditionele en arme provincies van Afghanistan. Door 150 ‘geld voor werk’ projecten te starten, hebben de wederopbouwactiviteiten een duw in de rug gegeven. Deze projecten komen ten goede aan 20.000 mensen. Basale plattelandsinfrastructuur, zoals irrigatiekanalen en landwegen, worden gerepareerd na verwaarlozing als gevolg van 23 jaar oorlog. Australische militaire ingenieurs bouwen bruggen. Grotere programma’s op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg worden thans voorbereid en uitgevoerd in samenwerking met het provinciale bestuur.

Wat moet er nu gebeuren om dit alles verder uit te bouwen?

Ten eerste moet er een veilige omgeving komen in de vijf zuidelijke provincies van Afghanistan. Canada heeft op 1 november 2006 het commando over de Zuidelijke troepen overgedragen aan Nederland. Er moet nog veel en moeilijk werk in het Zuiden worden verricht door de mannen en vrouwen van de krijgsmacht. Wij hebben er vertrouwen in dat de bondgenoten solidair zullen zijn door zeker te stellen dat ISAF de troepen, middelen en flexibiliteit krijgt om succesvol te zijn in deze provincies. Het is in ons aller belang dat wij het Internationale Recht altijd respecteren. Wij handelen volgens de conventies van Genève. Dat zal in dat gedeelte van de wereld ook de reputatie van de NAVO ten goede komen.

Ten tweede moet de Afghaanse regering haar aanwezigheid verbeteren in de meer afgelegen delen van het land en daarbij het lokale bestuur krachtig assisteren. Wij zullen met volle overtuiging de Afghaanse inspanningen ondersteunen om goed bestuur te versterken, corruptie aan te pakken en maatregelen te nemen tegen de handel in en productie van drugs. De eerste stap hierbij is de Afghaanse regering te helpen veiligheid te brengen naar de bevolking via het Afghaanse leger en de politiemacht. Hieraan werken is net zo belangrijk als het aanpakken van de Taliban met militaire middelen.

Ten derde moeten wij effectiever zijn in het mobiliseren van de middelen die tot onze beschikking staan: niet alleen die van de NAVO, maar ook die van de Afghaanse regering en de internationale gemeenschap. Betere samenwerking is mogelijk en onze inspanningen moeten beter op elkaar afgestemd worden. De buurlanden van Afghanistan spelen een sleutelrol bij het tot stand brengen van een stabiel, veilig en democratisch Afghanistan. Een constructieve dialoog tussen Afghanistan en Pakistan over het vraagstuk van vluchtelingen en veiligheid aan de grens is daarvoor essentieel.

Nederland en Canada zijn voorbereid op de moeilijkheden die wij zullen tegenkomen bij het brengen van veiligheid in Zuid-Afghanistan. Wij beschikken in het veld over zeer ervaren en bekwame troepen, diplomaten en ontwikkelingsdeskundigen. Deze professionals weten wat er op het spel staat.

De Afghaanse bevolking ziet vooruitgang doordat de wederopbouwinspanningen in het gehele land vruchten beginnen af te werpen. Voor de eerste keer in tientallen jaren ligt een veilig, onafhankelijk, vreedzaam en welvarend leven voor vele Afghanen binnen handbereik.

Nu moeten wij deze resultaten bestendigen en onze beloftes aan de Afghaanse bevolking nakomen. Dat moet gebeuren via een duurzaam partnerschap tussen de NAVO, de VN, de EU en de gehele internationale gemeenschap.


Jan Peter Balkenende,
minister-president van het Koninkrijk der Nederlanden

Stephen Harper,
minister-president van Canada.


Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.