vrijdag, juni 30, 2006
FEITENRELAAS OMTRENT ONDERZOEK DOOR DE IND IN 2002
Het feitenrelaas is een chronologische beschrijving, toegespitst op de gang van zaken
rond mevrouw Ayaan Hirsi Ali in 2002 en 2003.
Het feitenrelaas is gebaseerd op drie interne memoranda van het toenmalige Bureau
Bijzondere Zaken van de IND. De drie memoranda dateren van 10 december 2002, 17
december 2002 en 15 januari 2003. Het betreft memoranda opgesteld door een
medewerker van genoemd Bureau, gericht aan het hoofd van dat Bureau. Voor de
betekenis van de memoranda is mede bepalend het doel waarvoor zij geschreven zijn.
Zij documenteren de voortgang en de besluitvorming in deze zaak. Daarnaast is de
context van de totstandkoming van de memoranda mede bepalend voor hun betekenis.
Om die reden is het onderstaande feitenrelaas tevens gebaseerd op het IND-dossier
van betrokkene, op een bespreking met de bij de totstandkoming van de memoranda
betrokken ambtenaren op 23 mei 2006, en op het curriculum vitae van betrokkene op
de site www.parlement.com (uitdraai van 12 mei 2006). Daarnaast is onlangs
informatie ingewonnen bij de toenmalig Hoofddirecteur van de IND, en bij de AIVD.
Feitenrelaas
Op 29 juli 1992 heeft betrokkene in Nederland een verzoek om toelating als
vluchteling ingediend. Bij beschikking van 19 augustus 1992 is betrokkene toegelaten
als vluchteling.
Op 16 mei 1997 heeft betrokkene in de gemeente Leiden een verzoek om naturalisatie
ingediend. Bij Koninklijk Besluit van 21 augustus 1997 is het Nederlanderschap
verleend aan Ali, Ayan Hirsi, met bepaling dat de geslachtsnaam wordt vastgesteld als
“Ali” en de voornamen als “Ayaan Hirsi”.
Op 11 september 2002 gaf betrokkene in het televisieprogramma ‘Barend en Van
Dorp’ aan dat zij bij haar asielaanvraag een onjuiste identiteit heeft opgegeven, aldus
het memorandum van 10 december 2002. In hetzelfde memorandum staat dat volgens
een krantenbericht betrokkene zou zijn genaamd ‘Ayan Mahamoud’.
Vanaf oktober 2002 is betrokkene lid geworden van de VVD.
Op 16 november 2002 werd betrokkene medewerker van de Tweede-Kamerfractie
van de VVD.
Volgens informatie van de bij de totstandkoming van de memoranda betrokken
ambtenaren van Bureau Bijzondere Zaken is op 10 december 2002 de toenmalig
Hoofddirecteur van de IND middels een memorandum van het Bureau Bijzondere
Zaken geattendeerd op de ontwikkelingen rondom betrokkene. Uit het memorandum
van 10 december 2002 komt het volgende naar voren:
· Betrokkene is onlangs geplaatst op de kandidatenlijst van de VVD voor de
Tweede Kamer-verkiezingen;
· Onderkend is dat, wanneer sprake zou zijn van een onjuiste identiteit, dit zou
betekenen dat zij feitelijk niet is genaturaliseerd;
· Er is op dat moment geen andere informatie dan de eigen verklaring van
betrokkene bij ‘Ba rend en Van Dorp’;
· Geadviseerd wordt om betrokkene te doen aanschrijven met het verzoek
duidelijkheid te verschaffen over haar juiste identiteit, om haar om uitleg te
vragen en haar over de eventuele consequenties van de verstrekking van onjuiste
identiteitsgegevens in te lichten. Tevens wordt geadviseerd om, aan de hand van
hetgeen betrokkene alsdan bericht, te bezien of de IND nadere actie moet
ondernemen;
· De AIVD stelt op dat moment met de bij de IND bekende gegevens geen
onderzoek in.
Betrokkene is naar aanleiding van dit memorandum niet daadwerkelijk
aangeschreven.
Blijkens informatie van de AIVD en van de betrokken medewerker bij Bureau
Bijzondere Zaken, en blijkens het memorandum van 17 december 2002, heeft op 16
december 2002 een gesprek plaatsgevonden tussen een medewerker van het Bureau
Bijzondere Zaken van de IND en twee AIVD medewerkers. Het gesprek ging over
geruchten dat betrokkene onjuiste informatie zou hebben verstrekt en de mogelijke
consequenties daarvan. Volgens de betrokken medewerkers van het Bureau
Bijzondere Zaken is de problematiek rond de identiteit daarbij aan de orde geweest.
De twee AIVD-medewerkers hebben deze gesprekken teruggekoppeld aan de
dienstleiding van de AIVD.
Volgens informatie van de bij de totstandkoming van de memoranda betrokken
ambtenaren van Bureau Bijzondere Zaken is op 17 december 2002 door Bureau
Bijzondere Zaken over deze zaak gesproken met de hoofddirecteur van de IND. Uit
het memorandum van 17 december 2002 kan worden afgeleid dat naar aanleiding van
de signalen in het televisieprogramma ‘Barend en Van Dorp’ en krantenberichten
door de IND het vreemdelingen- en naturalisatiedossier van betrokkene is bezien. Uit
het memorandum komt het volgende naar voren:
· In de asielprocedure zelf zijn geen onregelmatigheden gevonden en is op grond
van de destijds bekende informatie conform het destijds geldende beleid beslist.
Ook in de naturalisatieprocedure zijn geen onregelmatigheden gevonden en is
conform het beleid beslist;
· Indien betrokkene onder een onjuiste of valse naam zou zijn genaturaliseerd, is
zij geen Nederlandse geworden;
· Er zijn inmiddels twijfels ontstaan over het asielrelaas. Betrokkene is door
journalisten hierover bevraagd, maar is onduidelijk gebleven;
· Objectief toetsbare gegevens zijn niet voorhanden en vergen nader onderzoek;
· Als de gegevens met betrekking tot de onjuistheid of valsheid van de naam meer
concreet worden, zal de IND nader onderzoek moeten doen en eventueel moeten
constateren dat het Nederlanderschap niet is verleend aan betrokkene;
· Het moment voor nader onderzoek is nu nog niet aangebroken;
· Op 16 december 2002 is door een medewerker van het toenmalige Bureau
Bijzondere Zaken met de AIVD gesproken over de ontstane situatie.
De dienstleiding van de AIVD heeft de kwestie op 18 december 2002 voorgelegd aan
de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in het kader van de taken
van de AIVD met betrekking tot de bescherming van de integriteit van de openbare
sector. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft toen
besloten dat de AIVD – gezien zijn taak op het gebied van bescherming van integriteit
van de openbare sector en conform de nota “De BVD en integriteitsrisico’s met
betrekking tot (kandidaat) politieke ambtsdragers” uit 1998 – de voorzitter van de
VVD zou informeren. Verder was er, gezien de wettelijke taken van de AIVD, geen
aanleiding tot enig onderzoek. Dit is door de AIVD van meet af aan richting de IND
gecommuniceerd.
Het plaatsvervangend Hoofd AIVD heeft op 23 december 2002 de toenmalige
voorzitter van de VVD, de heer B. Eenhoorn, geïnformeerd. Volgens de AIVD lag de
nadruk in het gesprek op mogelijke consequenties voor haar lidmaatschap van de
Tweede Kamer en voor integriteitsrisico’s en op de eigen verantwoordelijkheid van
de partij in deze. De voorzitter van de VVD gaf te kennen deze consequenties
juridisch te laten onderzoeken.
In een verifiërend telefoongesprek op 14 januari 2003 tussen het plaatsvervangend
Hoofd AIVD en de VVD-voorzitter bleek dat de laatste zich had verstaan met de
Kiesraad en dat die geen problemen zag. Daarna is er geen contact meer geweest.
Op 14 januari 2003 is een medewerker van het Bureau Bijzondere Zaken van de IND
door een betrokken AIVD-medewerker geïnformeerd over het gesprek met VVDvoorzitter.
Volgens informatie van de bij de totstandkoming van de memoranda betrokken
ambtenaren van Bureau Bijzondere Zaken is op 15 januari 2003 door het Bureau
Bijzondere Zaken opnieuw over deze zaak gesproken met de toenmalige
Hoofddirecteur van de IND. Uit het memorandum van 15 januari 2003 komt het
volgende naar voren:
· Zowel in de asiel- als in de naturalisatieprocedure is gelet op de op dat moment
beschikbare gegevens juist beslist. Uit het dossieronderzoek in 2002 zijn geen
onregelmatigheden gebleken;
· Bij de AIVD en de IND is geen objectief toetsbare informatie bekend, die tot een
andere conclusie leiden, aldus het memorandum;
· Indien onjuiste informatie zou zijn verstrekt omtrent de reisroute en
gezinssamenstelling, dan heeft dat op zichzelf geen gevolgen voor het
Nederlanderschap;
· Indien onjuiste informatie is verstrekt over de naam, dan heeft dat wel gevolgen
voor het Nederlanderschap. Indien hiervoor alsnog concrete aanwijzingen worden
ontvangen, kan door het Bureau Bijzondere Zaken (in overleg met de ambtelijke
en politieke leiding) actie worden ondernomen;
· De IND heeft van de zijde van de AIVD vernomen dat de AIVD de VVDvoorzitter
heeft geïnformeerd omtrent de bevindingen van het INDdossieronderzoek
en de risico’s1;
· Geconstateerd is dat er ‘op dit moment voor de IND geen aanleiding is stappen
tegen Ayaan Hirsi Ali te ondernemen’.
Op het memorandum heeft het Hoofd van Bureau Bijzondere Zaken met de hand
aangetekend: “Zaak besproken met (toenmalig Hoofddirecteur IND) accoord”.
Het memorandum van 15 januari 2003 maakt geen melding van het informeren van de
minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Voor zover kan worden nagegaan is
de minister destijds niet geïnformeerd. Zoals hierboven aangegeven staat in het
memorandum vermeld, dat zodra er concrete aanwijzingen zijn die aanleiding geven
tot nadere stappen, dit zou gebeuren in overleg met de ambtelijke en politieke leiding.
Op 30 januari 2003 werd betrokkene Tweede-Kamerlid van de VVD.
1 Dit verwijst naar het gesprek op 23 december 2002 tussen de AIVD en de heer
Eenhoorn.
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
