zondag, januari 22, 2006
 
Verklaring Bert Bakker (D66) in maart 2005 over Afghanistan
Verklaring Bert Bakker (D66) in het debat over Afghanistan.

Den Haag, 10 maart 2005


Na de twee uitvoerige debatten die we hedenavond en dinsdagavond jl. hebben gevoerd moet de balans worden opgemaakt. Voor D66 spelen de volgende overwegingen daarbij een rol.

  1. Voor D66 is het duidelijk dat de strijd tegen het internationaal terrorisme een zaak is die ook Nederland aangaat. D66 loopt nooit weg voor verantwoordelijkheid als die verantwoord en in een aanvaardbaar (internationaal) juridisch kader kan worden genomen. Dat geldt ook voor acties die zich afspelen in een hoger geweldsspectrum dan waar Nederland tot dusver verantwoordelijkheid voor heeft gedragen, inclusief directe acties op de grond door daartoe goed getrainde en uitgeruste special forces.
    Het is bovendien beter de strijd tegen internationaal terrorisme bij de bron te voeren dan in Nederland de burgerrechten ter discussie te stellen.

  2. De regering is op ons verzoek uitgebreid schriftelijk teruggekomen op de vraag naar de internationale rechtsbasis van de operatie Enduring Freedom. Het beroep op artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties geeft geen oneindige legitimatie om met geweld in Afghanistan te blijven optreden. Daartegenover staat dat de Verenigde Naties herhaaldelijk de voortgaande strijd tegen terrorisme hebben ondersteund, dat de door de VN uitdrukkelijk gemandateerde ISAF-operatie (stabilisatie en wederopbouw onder regie van de NAVO) bedoeld is om zodra dat verantwoord en veilig kan over heel Afghanistan te worden uitgerold (en daarmee Enduring Freedom op te volgen), en dat de legitieme en democratisch gekozen regering in Afghanistan herhaaldelijk heeft aangegeven de strijd tegen het terrorisme (nog) niet alleen te kunnen voeren en daarom prijs te stellen op voortgang van de internationale acties. Met name dit laatste punt weegt voor ons zwaar in het beoordelen van de internationale rechtsbasis voor Enduring Freedom.

  3. Op een aantal belangrijke punten is voor ons een bevredigend antwoord gekomen: dat geldt met name de afspraken die zijn gemaakt tussen Defensie en het Openbaar Ministerie (geen tweede kwestie Eric O.), en de verhouding tussen deelname aan Enduring Freedom en ISAF op hetzelfde moment;

  4. Zowel in het openbare debat als (vooral) in de vertrouwelijke briefing van deze avond is uitgebreid de omgang met eventuele krijgsgevangenen en het daarbij handhaven van het internationaal oorlogsrecht en de Geneefse conventies aan de orde geweest. Daarover het volgende: De regering heeft duidelijk gemaakt de handelwijze van de Amerikaanse regering ten aanzien van Guantanamo Bay niet te steunen, en conform het internationale recht de door de Verenigde Staten gehanteerde categorie van de ‘unlawful combattant’ niet te erkennen. Door de Nederlandse regering wordt op velerlei wijze actie ondernomen om de Verenigde Staten onder druk te zetten om haar handelwijze te veranderen, zowel bilateraal als in multinationaal verband. In directe zin zal het Nederlandse militair optreden in geen geval kunnen leiden tot vasthouding en uitlevering van krijgsgevangenen in strijd met het internationaal recht. Dat is een belangrijk punt voor het oordeel van het Nederlandse parlement. Toch zijn wij maar ten dele gerustgesteld. Niet in alle omstandigheden kan worden uitgesloten dat indirect als gevolg van de activiteiten van de Nederlandse militairen door andere landen (i.c. de Verenigde Staten) krijgsgevangenen worden gemaakt. Dat ligt de D66-fractie bijzonder zwaar op de maag.

  5. Tegelijkertijd kan de wereld –dus ook Nederland- zich niet veroorloven dat de met veel moeite en inspanning ingezette ontwikkelingen in Afghanistan in de richting van een rechtstaat en een democratie niet zou slagen. Dat zou leiden tot hernieuwde destabilisering in het gebied, tot grotere onveiligheid en kwetsbaarheid voor internationaal terrorisme, en tot het breken van het moeizaam bereikte perspectief voor de Afghaanse bevolking. Dat is uiteindelijk de essentie. We hebben niet de luxe om niet naar Afghanistan te gaan – tenzij we louter met schone handen aan de zijlijn willen staan.

  6. Het is de spanning tussen deze twee punten waartussen onze afweging zich heeft afgespeeld. Een niet-ideale missie in een niet-ideale wereld.
Alles afwegende kom ik tot de conclusie dat de D66-fractie de missie zal steunen. Ik voel daarbij een zware verantwoordelijkheid om niet alleen van de regering, maar ook van onszelf, te vragen de waarde van het internationaal recht voortdurend te blijven bevorderen en te bevechten. Internationaal humanitair recht is geen luxe voor betere tijden, het beschermt ons tegen willekeur en onmenselijkheid.
Ik wens de mensen die namens ons deze zware opdracht gaan vervullen in alle opzichten een goede missie toe.


Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.