dinsdag, november 01, 2005
Testimonium Peter R. de Vries
Testimonium
Peter R. de Vries
Omdat ik weet hoe ik vuur kan maken…
Omdat ik de afgelopen twintig jaar nooit tijdens de verkiezingen heb gestemd, zijn er mensen die menen dat ik niet gekwalificeerd ben om zelf een politieke partij te beginnen. Dit onder het motto: als je nooit hebt meegespeeld, bemoei je dan nu ook niet met de spelregels! Deze waarnemers gaan er vanuit dat ik die decennia uit desinteresse of gemakzucht nooit naar de stembus ben gegaan, geen affiniteit met en voor de politiek heb en dus nu geen recht van spreken heb. Als het waar was, zouden ze gelijk hebben, maar de werkelijkheid is anders. De politiek volg ik intensief en al bijna zolang ik kan lezen en bij elke verkiezing is het een weloverwogen besluit geweest om weg te blijven bij het stemhokje. In mijn ogen is geen stem ook een stem, een tegenstem in dit geval. Critici – ‘als je stemrecht hebt, moet je het gebruiken ook’ heb ik vaak voorgehouden dat ik beter wist waarom ik niet stemde, dan zij waarom (en waarop!) zij wel stemden.
Mijn tegenstem betekende vooral dat ik de politiek van de gevestigde orde niet wilde sanctioneren. Ik wilde niet bijdragen of deel uit maken van een politieke gang van zaken waar ik aversie tegen had. In mijn ogen wordt de Nederlandse politiek al decennia lang vertroebeld door handjeklap, achterkamertjesoverleg, hypocrisie, opportunisme, nepotisme, mediageilheid, schijn-democratie, een onvermogen eerlijk te zeggen waar het op staat (‘dat trekt mijn achterban niet…’) en een gebrek aan kennis over wat er gaande is in de werkelijke maatschappij.
Ik verfoei politici die in het zicht van de verkiezingen ineens bejaardentehuizen, kleuterscholen, ziekenhuizen en andere zorginstanties bezoeken en met holle retoriek schaamteloos verwachtingen wekken waar ze nooit meer op terugkomen. Nooit zal iemand mij dat soort bezoeken omwille van het ‘foto-moment’ zien afleggen. En kamerleden die de minister van Justitie vragen of het politiemensen niet verboden moet worden hun dienstwapen mee naar huis te nemen als een hoofdagent zijn eigen gezin met zo’n wapen heeft uitgemoord, kan ik wel schieten. Alsof de bewuste politieman bij zo’n verbod met een bos bloemen naar huis was gegaan in plaats van zijn pistool en zijn vrouw en kinderen nu nog geleefd zouden hebben…Voor dit soort staaltjes van Haagse Logica ben ik allergisch en politici die zich daaraan schuldig maken krijgen nooit mijn stem. Om over politici die zich onder druk van de coalitie verontschuldigen voor volstrekt redelijke uitspraken die zij hebben gedaan maar te zwijgen.
En ik verbijt mij, om nog een voorbeeld te noemen, over het feit dat als het eigen hachje van politici in gevaar dreigt te komen, ineens alles kan en de grootste aandachtstrekkers van het Binnenhof dag en nacht bewaakt worden door een kordon veiligheidsagenten, terwijl de gewone burger vaak niet eens aangifte kan doen, laat staan bescherming krijgt. En hoe kunnen de hedendaagse politici het rijmen dat zij miljarden uittrekken voor de strijd tegen terreur, maar er tegelijkertijd feitelijk in berusten dat de grootste bedreiging van mensenlevens – honger en dorst – elke dag weer duizenden vrouwen, kinderen tot slachtoffer maakt, terwijl een kommetje rijst, schoon water en simpele medicijnen hen zou kunnen redden? Waarom gebeurt dat niet? Waarom kijken politici dan de andere kant op??? Waarom lopen er wel oliepijpleidingen over de hele wereld, maar geen waterleidingen?
De reden dat ik in de politiek wil is dan ook niet om aan deze – huidige gang van zaken mee te doen, maar om er wat aan te doen.
De afgelopen 25 jaar ben ik als misdaadverslaggever in alle uithoeken van het land geweest. Ik heb ook de uitersten van onze maatschappij van dichtbij gezien en meegemaakt. Van straatarm tot schathemelrijk. Van ongeletterd tot geleerd. Van pauper tot prins. Ik heb met eigen ogen gezien wat er – in toenemende mate - fout gaat, waarom overheid en burger elkaar steeds minder verstaan. Ik heb de begrijpelijke onvrede daarover zien groeien. Ik heb de tekortkomingen van de overheid eerst gesignaleerd, later vooral bekritiseerd. En na ruim 25 jaar verslaggeving op de barricaden-van-de-praktijk komt dan ook een moment dat je een opvatting ontwikkelt hoe het beter zou kunnen, nee, zou moeten. En onherroepelijk stel je jezelf dan de vraag of je als stuurman aan de wal moet blijven roepen, of dat de tijd rijp is om zelf op de brug plaats te nemen. Dat moment is nu aangebroken. Niet omdat ik kost wat kost op het pluche in de Tweede Kamer wil zitten. Integendeel. En zeker ook niet uit ijdelheid of financieel gewin, want dan kan ik beter blijven doen wat ik nu doe. Nee, ik wil dat omdat ik vind dat het tijd is voor verandering! Het is tijd om de bakens te verzetten. We moeten ons politieke systeem veranderen en een groot deel van onze politici vervangen. Dat is iets wat veel Nederlanders wensen, maar door de politieke elite wordt geblokkeerd. Het is tijd voor Echte Democratie.
Nederland heeft behoefte aan politieke leiders met daadkracht, uitstraling, kennis van zaken, eerlijkheid en gezag. Die helder zeggen waar het op staat. Mensen die weten wat er leeft en speelt in het land en niet alleen op de vierkante kilometer van het Binnenhof. De huidige lichting politici heeft een pennelikkerige, wereldvreemde uitstraling en geeft niet het gevoel dat ons lot – mijn lot – bij hen in vertrouwde handen is. Men vaart meestal op verkeerd kompas een koers die niemand kan volgen. En nu ik toch in deze termen schrijf: als ik een oordeel over iemands persoonlijkheid probeer te vormen, stel ik me wel eens voor dat ik met deze persoon schipbreuk lijd en aanspoel op een onbewoond eiland. De vraag die ik mezelf dan stel is: is hij een lust of een last om te overleven en een weg terug te vinden naar de beschaafde wereld? Is iemand inventief? Sterk en veerkrachtig? Heeft hij – onder spanning – een praktisch-intellect? Bewaart hij zijn kalmte? Kan hij vuur maken? Is hij bang in het donker? Weet hij aan voedsel en water te komen? Brengt elke zonsopgang hem dichterbij huis?
Het gros van de bewindslieden en politici in Den Haag zijn dan een last. Gewoon een extra handicap om te overleven. Natuurlijk, ik haast me om te zeggen dat dit op zich geen eigenschappen of criteria zijn die je anno 2005 op je CV zet met de bedoeling door te dringen tot de Tweede Kamer of de Ministerraad, maar toch weet ik zeker dat de gemiddelde kiezer hunkert naar politieke leiders waarvan hun onderbewustzijn hen vertelt dat hij deze eigenschappen in zich heeft. Iemand op wie je kunt bouwen en vertrouwen, ook – of juist! – in hachelijke tijden. Iemand die als het er op aan komt zich zelf kan redden – en dus ook een ander!
Het probleem met de politiek van vandaag de dag is dat ons Schip van Staat al jarenlang op de rotsen ligt, maar onze politieke kapiteins bij elke verkiezing naar de horizon blijven turen en vervolgens roepen dat de zeilen gehesen moeten worden! En bij het zoeken naar oplossingen wordt er gedacht als een zeeman die denkt dat er geen land is, omdat hij alleen maar water ziet. Het is tijd voor een nieuwe koers en nieuwe leiders. Ik weet hoe ik vuur moet maken. En bij mij is er ook altijd land in zicht. Al was het maar omdat ik bij alles wat ik doe tot de bodem ga…
Peter R. de Vries
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
