dinsdag, mei 31, 2005
 
Waarom ik 'nee' zeg tegen de EU 'grondwet'

,,Mensen worden opstandig als ze het idee hebben dat iemand hun vrijheid van denken of handelen aantast” schreef Ellen de Bruin in haar rubriek ‘Vergaderen, mensen zouden het niet moeten doen’ in het maandblad M van NRC Handelsblad.
En dat is precies was er de laatste weken is gebeurd in de aanloop naar het EU referendum over de ‘Grondwet’ van de EU op woensdag 1 juni 2005. Het voltallige kabinet, oppositiepartij PvdA: de meeste politici lieten duidelijk weten dat er maar één optie is, eigenlijk: ja stemmen. Ander komt er oorlog (minister Donner), anders gaat het licht uit (minister Brinkman) ander isoleren we ons, gaan we economisch achteruit etc etc. En nu Frankrijk 'nee'heeft gezegd, móet Nederland 'ja' zeggen, beweert de premier.
Over dat opstandigheidsverschijnsel heeft de psycholoog Jack Brehm in 1966 al een boek geschreven, meldt De Bruin: ‘A theory of psychological reactance’. Reactante is weerstand.
Het verschijnsel ,,treedt op als iemand probeert invloed op mensen uit te oefenen op een gebied dat belangrijk voor hen is en waar ze normaal gesproken de vrijheid zouden moeten hebben om voor hun eigen mening uit te komen,” schrijft De Bruin.
,,Als iemand dan probeert hen heel duidelijk in een bepaalde richting te duwen, krijgen mensen daar ontzettende ‘reactance’(weerstand) van. Dat maakt het vaak moeilijk om anderen te beïnvloeden. Zodra iemand het idee heeft dat een ander dat probeert, zet hij zich schrap als een kat op een kokosmat – dan wil hij eigenlijk ineens het liefst de andere kant op.”
Als een kat op een kokosmat – zo ben ik me de laatste tijd meer en meer gaan voelen, inzake dit zogenaamde debat over het grondwet referendum.
Ik ben niet tegen Europa. Ik ben niet tegen Europese samenwerking, zeker niet op economisch gebied.
Maar ik ben er tegen in één richting geduwd te worden door mensen die hel en verdoemenis preken.
Daarom prefereerde ik ook debat tv- en radio-programma’s waarin voorstanders en tegenstanders met elkaar debatteren: die laten veel meer ruimte en openheid voor eigen keuzes.
En door die programma’s plus stukken in kranten als van Flip de Kam in NRC (Voor Europa, tegen de ‘Grondwet’), ben ik mede tot de conclusie gekomen dat ik ga stemmen als de kat op de kokosmat: tegen.
Niet alleen uit weerstand. Ook na inhoudelijke afwegingen.
- Flip de Kam gaf in het tv programma Buitenhof in discussie met premier Balkenende aan, dat er in de grondwettekst duidelijk staat dat de EU zich ook met de sociale stelsels kan bemoeien. Hij las de tekst letterlijk voor. Balkenende hield vol dat het slecht om ‘richtsnoeren voor sociale stelsel’ ging, maar dat staat er niet. Je kunt met die tekst dus ook, als je kwaadwillend bent, of de zaak juridisch interpreteert, weldegelijk als EU zeggenschap krijgen over sociale stelsels in een land. Twijfel is mogelijk - en zeker niet weggenomen door Balkenende’s antwoord. En bij twijfel: niet inhalen.
- De EU krijgt een president die niet democratisch gecontroleerd wordt, en allerlei initiatieven kan nemen . Volgens Balkenende in Buitenhof was die man louter een soort grote vergaderingsvoorzitter, en moest je dat goedwillend bekijken. Maar als je dat kwaadwillend wilt bekijken, wordt hij een president van verenigd Europa. Twijfel is mogelijk. En bij twijfel: niet inhalen.
- Het beeld van de Europese Unie die een al maar uitdijende, matig democratische bemoeial is, wordt niet genoeg weggenomen door de ja-zeggers. Evenmin wordt de indruk weggenomen dat door deze grondwet de EU als geldverslindend bureaucratisch apparaat ingeperkt wordt (zie ook artikel Frits Bolkestein in NRC: EU heeft zich overschreeuwd). Ik wil niet krenterig zijn, en EU-ambtenaren en –politici mogen best goed verdienen, maar waarom er nog altijd, tot in de pruimentijd, want de grondwet rept er niet over om er een einde aan te maken, hoofdkantoor gehouden moet worden in zowel Straatsburg als Brussel, is mij een raadsel. Tegen.
- Voorstanders hebben mij niet voldoende kunnen overtuigen dat Nederland door het opheffen van veto-recht voldoende in staat zal zijn om het grensoverschrijdende anderszijn, zoals een gematigd softdrugsbeleid, te handhaven. Twijfel, dus: tegen.
- Als het verder eenworden van Europa onvermijdelijk en zeer noodzakelijk is, zoals beweerd wordt, dan zal een nee stem dat niet tegenhouden. Waarom zou een nee-stem dan niet gegeven mogen worden, om uiting te geven aan het gevoel van niet-politici, dat het misschien allemaal wat veel EU en minder NL wordt? Of klopt de conclusie niet, dat in het groter wordende Europa het per definitie zo is dat Nederland minder stem krijgt? Dat de politieke elite de Europese verdere eenwording toejuicht is begrijpelijk. Maar wie verwacht dat iedereen dat standpunt deelt, geeft blijk van een onbegrip van de verhoudingen tussen burgerij en bestuur.

Conclusie: de Europese Unie is een fascinerend experiment, een onvermijdelijke ontwikkeling, dat na jaren van parlementaire goedkeuring, best een stootje van een nee per referendum kan verdragen. Misschien is het zelfs wel louterend.
Al was het alleen maar om de voorkeur voor het organiseren van referenda bij de nationale en internationale politieke referenda te organiseren, wat af te remmen. Want referenda zijn ondingen. Ik wil me niet verdiepen in de zogenaamde grondwet –een naam die ons moet imponeren, maar een samenvatting van vergaderprocedures is. Ik wil dat het parlement, de door mij gekozen vertegenwoordigers zich verdiepen en verstandige keuzes doen.
Maar nu ik op de op kokosmat gezet ben, reageer ik als de kat. Ik zeg NEE.


Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.