31 oktober 2006
 
De Ronde van Vlaanderen nafietsen. Met een Puber

et probleem met puberende kinderen is dat je ze als vader bij moet zien te houden. Het peutertje leerde je fietsen, bij het kleutertje hield je je hart vast, maar bij de puber ontdek je dat ze weleens harder kunnen gaan.

Dit jaar wilden mijn dochter Emma(15) en ik de Ronde van Vlaanderen gaan doen. Het toeristen bureau van Oudenaarde heeft voor welwillende amateurs de Ronde der rondes in drieën geknipt en de weg gewezen met handige borden. Drie tochten over ongenaakbaar felle klimmetjes en op meedogenloze kasseien van 72, 80 en 114 kilometer.

Om Emma deze zware zomerse fietstocht bij te kunnen houden, besloot ik in het voorjaar te gaan trainen. Op de sportschool raadde men mij aan te gaan spinnen of pilates te beoefenen. Dit laatste, fitness op een matje, deed mij teveel denken aan revaliderende zwaar gewonde soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Spinnen is meer heroïsch. Het smijten met kracht geeft je een gevoel een soort Michael Boogert te zijn. In één van de zwaarste bergetappes van de Tour glorieerde Michael Boogert dit jaar. Hij kon alles en was iedereen de baas, ook als knecht. Hij had macht in zijn benen.

Spinnen is een indoor variant van fietsen op een zwaar uitgevoerde hometrainer. Veilig binnen laat je je comfortabel af beulen door meespinnende en opzwepende trainsters op afwisselende harde beats. Met als resultaat een bad van zweet. Sommigen komen kotsend uit de les.

Het bleek zelfkastijding. Na de warming up denk je al af “waarom ben ik hier?” Conditie en kracht opbouwen, daar gaat het om. Sterven kan later. Als het lekker gaat voelen het ritme en het tempo waarin lichaam en geest meegesleept worden groots. Verbeten drijf je voort op pure kracht en de wil om verder te gaan, te overleven als in een jacht op iets onmetelijks groots en machtigs dat overwonnen moet worden.

Met Spinnen op een sportschool mis je de wind, de hellingen en de vrijheid van het buiten zijn. Maar de harde beats zijn het tromgeroffel, de doedelzak, die je hersenen grijpen en je lichaam zo voortstuwen als je op de weg nooit zo intensief beleeft.

NAAR BUITEN, NAAR GENT

Op naar het buitenwerk bij Oudenaarde, even ten zuiden van Gent, in de Vlaamse Ardennen. De Ronde van Vlaanderen kringelt ieder voorjaar rond dit oude vlaamse stadje. De eerste Rondes van Vlaanderen (1913- 1919) werden meer naar het westen verreden. Toen de wegen tussen de steden werden verbeterd, zocht men naar nieuwe “onmogelijke” wegen die de renners doen lijden. Rond Oudenaarde zijn nog vele kronkelige wegen met kasseien. Een nachtmerrie voor iedere renner, maar de droom van koersdirecties en het vlaamse volk, die de wielrenners tot het uiterste willen zien gaan.
Met deze Ronde stapte de “flandrien” naar voren. De uit klei, kasseien en staal gevormde vlaming, die onverwoestbaar de concurrentie aan gort trapt. Het liefst bij slecht weer, of zoals de oprichter Van Wijnendaele het uitriep: “De Ronde heeft slecht weer nodig. In regen, wind en slijk gedijt zij het best.”

Dit jaar geen volgepakte fietsen met kampeeruitrusting, om in overlevings tocht langs wegen en dalen te zwerven. Comfortabel kampeerden we aan de rand van Oudenaarde op een uitstekende camping. Het basiskamp voor drie lange tochten door glooiend vlaams landschap. Om er een beetje in te komen namen we de eerste dag de kortste route van 72 kilometer.

STEILE KOPPENBERG

Toch bleek deze niet het makkelijkst. Er zitten zeven stijle klimmetjes in, waaronder de Kwaremont, de Taaienberg en de Koppenberg, een echte koers klassieker. Dit stijle klimmetje van zo'n 1,5 kilometer, met een stijgingspercentage van 12% is in de Ronde onderwerp geweest van grote controverse. Eddy Merckx merkte ooit over de Koppenberg op: “Men zou de renners ook, fiets in de nek, een ladder kunnen doen beklimmen.”

Mijn training leek vruchten af te werpen tot we bij de Koppenberg kwamen. Menig renner zag de overwinning hier sneuvelen. Halverwege reed Emma mij fluks voorbij. Ik ging staan en sjorde aan het stuur, belandde net naast de weg en viel gewoon om. Het gebeurde Jesper Skibby in de Ronde van 1987 op precies dezelfde plaats, waarna hij door officials overreden werd. Het Nieuwsblad schreef hierover: “Half Vlaanderen kneep zondag van verontwaardiging het sap uit z'n zetelleuning toen Jesper Skibby op de Koppenberg met hebben en houden onderuitging en de volgwagen van de Belgische Wielrijdersbond prompt over zijn fiets heen walste. Ter plaatse reikte de volkswoede tot dreigende hoogte.” Hierop werd de Koppenberg jaren lang als de “martelkamer van Vlaanderen” uit het parcours geschrapt.

SLIPPEN OP KASSEIEN

Twee dagen was het weer fantastisch. Veel zon en hoge wolken die langs de hemel joegen. Het slijk bleef droog en verkruimeld tussen de kasseien. Toen op de derde dag, de dag dat we De Muur van Geraardbergen zouden gaan nemen als bewijs van ons kunnen, sloeg het weer om. Tijdens de beklimming van De Muur ging het druppelen. De kasseien werden glad en de achterwielen slipten. Aangemoedigd door voorbijgangers onder parapluie wisten we het kappelletje ter ere van Maria op de top te bereiken. Dit keer won ik het, waar ik Maria voor dankte.

Bij het verlaten van Geraadsbergen stond een jonge renner van nog geen twintig zijn band te plakken. Hij had al 180 km in de benen en moest er nog 50, zei hij met een minzaam lachje. Hij kwam uit Gent. Ik was al blij als wij de 100 km zouden halen, zeker met de dreigende wolken en toenemende nattigheid tussen ons en het basis kamp. Een uur later reden we inderdaad in de langdurigste en hevigste stortbui die ik ooit meemaaktte. Kleddernat ploegden we voort. Ten einde raad kropen we in een piep klein Maria kapelletje langs de weg. De regen had ons verslagen. Er restte niets anders dan de Moeder der moeders om hulp te vragen. Een schietgebedje voor Maria. En het hielp. De gordijn regen trok weg en een bleek zonnetje brak door. We vervolgden onze weg, extatisch over zoveel onverwachtte hulp.

Daan Diederiks

Eerder verschenen in het NRC Handelsblad van 16 september 2006 in de Leven &cetera bijlage.

Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.