05 maart 2006
Verkiezing als machtstrijd, partijen als clans
et op, het zal nog veel gezegd worden; "Het gaat om de lokale verkiezingen, niet om de landelijke politiek." En let nog meer op, het zijn de landelijke heren die hier op wijzen, de lokale politici, vooral de verliezers, richten juist hun pijlen op de grote jongens. De lokalos vinden het bezoek van `een´ Bos in Boxmeer, of `een´ Balkenende in Brecht prachtig en het zal in de ogen van de dorpsgenoten op hen `afstralen´, officieel mag je er niet blij om zijn. Vooral de kopstukken van D66 van der Laan en Pechtold staan een debat over waar het in gemeenten om gaat meer in de weg.Neem de geplaagde Minister Pechtold. Is hij eens op TV en kan hij met Femke de degens kruisen, komt de klap uit de andere hoek en wordt hij ongenadig hard aangepakt door Wiegel. Balkenende had vanmorgen in Buitenhof wel gelijk dat het eigenlijk niet kan om zo op de man te spelen, leuk was het wel, juist omdat het "niet kan". Pechtold zal wel gedacht hebben; "Sommige dingen hoef je niet te zeggen."
Bij D66 nestor van Mierlo moet Wiegels schildering van de arme Pechtold als een soort Mohammed met bomtulband zijn aangekomen. Hij stikte van verontwaardiging. Het polarisatie spook van weleer dook weer eens op. Wiegel op zijn beurt wilde deze kans op een heuse afrekening met een minister die zich als snotneus gedraagt niet voorbij laten gaan. En het wrede voor Pechtold is dat hij het over zichzelf heeft afgeroepen, net zoals Boris Dittrich zijn nederlaag in de Afghanistan- kwestie aan zichzelf te danken heeft en op het aller lokaalste niveau Guido Frankfurther wel het toonbeeld is van het voeren van een constante kamikaze politiek, met als resultaat dat D66 er straks helemaal niet meer bij zal zijn in de binnenstad van Amsterdam, of als er een wonder gebeurt nog met maar één zetel.
Tot de misrekeningen van het D66 partijvolk reken ik ook de afstraffing die ik kreeg bij de lijsttrekkerstrijd met diezelfde Guido Frankfurther. Het is alleen al snel niet "chic" in D66 termen om je gelijk achteraf te halen. Het gaat immers niet om de zaak bij D66, maar om de persoon. En helaas ben ik niet zo´n de viool zoete naar de mond prater als Yellie Alkema, maar ging ik de lijsttrekkerstrijd in met een totaal ander profiel dan de "mierenneukerige" Guido, die het totaal overzicht geheel mist.
In deze strijd stuitte ik ook op een ander fenomeen dat boven ons gevecht uitsteeg, namelijk het karakter van een lijsttrekker gevecht met iemand die al in een positie van macht zit. Een open strijd, die draait om zakelijke argumenten win je dan nooit. De clan rond Guido zag mij terecht als bedreiging voor hun eigen comfortabele positie. Zij waren te zeer gebonden aan alles waar Guido voor stond; een gracht en een overdreven monumentalistische visie op de stad.
Ook troonpretendenten van Bos in de PvdA en van van Aartsen in de VVD kunnen beter hopen op een politiek ongeluk van de leidende aap dan een rationeel gevecht. Leiders stappen bijna nooit op na een interne strijd. Het is een nederlaag buiten de eigen clan die pas een succesvolle machtswisseling toelaat. Meestal stapt de leider dan op, zelden wordt het een man tot man gevecht en dan nog wint de leider doorgaans, omdat de achterban het ongelijk niet wil toegeven en liever met de leider ten onder gaat. Openlijke machtstrijd is binnen een partij daarom nooit goed en een openlijke verkiezingsstrijd binnen partijen levert meestal zwakke figuren als leider op. Figuren die de hofhouding niet bedreigen.
Er speelde ook nog de ongrijpbare factor van de machtige. De verontwaardiging dat de ander er zomaar met zijn speeltje vandoor wil gaan. Het vanzelf sprekende, het zichzelf toeeigenende wat machtigen soms hebben, als de drang die Golem heeft naar zijn ring.
En mijn eigen houding tegenover de leden? Laat ik eens ongenadig analyseren. Ik vond ze im grunde allemaal maar domkoppen. Waar ik achteraf wel gelijk in kreeg, maar slim was het niet. Mensen stemmen niet op je als je hen alleen maar te slim af bent en hen ook nog hun droom afneemt. De droom van een gracht. Het leverde mij alleen (zelf')uitsluiting uit de partij-clan op. Wat mij niet blij maakt, want het wijst slechts op één ding; het falen van mijzelf in het overtuigen van mijn gelijk. Maar toch kan ik het niet laten nu en dan een zucht van verlichting te slaken: "Weer een knellende band minder."
Het tragische is dat ik dit gevoel ook heb bij de gekozen burgemeester, bij Afghanistan en bij het optreden van Pechtold en van der Laan. Inhoudelijk en wat de stijl betreft drijf ik af, drijf ik weg van het links zijn en ben ik de grens naar het rechts gepasseert.
Ik kan daarom met goed fatsoen nog maar één ding doen, mijn lidmaatschap opzeggen, wat ik bij deze doe.
Daan Diederiks
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
