09 december 2004
Crisis en leiderschap
Na de moord op Theo van Gogh heerst er een onbestemd crisis gevoel. Commentaren zijn zeer somber en sommige oude rotten zoals HJA Hofland spreken zelfs van staatsgrepen en anderen menen dat het land in brand staat.
Dit mag dan allemaal vooralsnog wat overdreven zijn, wel is er sprake van het gevoel dat er onbeheersbare en ongrijpbare krachten rondlopen die onverwachts kunnen toeslaan. Dit schept een gevoel van angst die niet beteugeld wordt door overtuigend leiderschap.
Vlak na de moord op van Gogh was er niet bepaald een lijn te ontdekken in de pogingen van de regering om de bevolking gerust te stellen. De regering liep letterlijk blussend achter de brandjes aan.
In zo´n crisissituatie wordt van de premier in eerste instantie leiderschap verwacht. Dit heeft dan niets te maken met de `klakkende laarzen´, waarover het fossiel Vonhoff laatst sprak naar aanleiding van de strijd binnen de VVD.
Politiek leiderschap in tijden van crisis wil zeggen dat de premier in de eerste plaats de ontwikkelingen goed inschat en het volk laat weten dat hij, als eerste politicus, bovenop de problematiek zit. De regering moet kalmte en rust uitstralen. Paniek moet je als politicus overlaten aan columnisten.
In plaats daarvan was er binnen het kabinet alleen maar onenigheid en kwaakte iedereen maar door elkaar. De minister van Justitie sprak zelfs over het beteugelen van godslasterlijkheid.
Van een kalme, zelfbewuste, doelgerichte en vastberaden houding was geen sprake.
Onder Engelse historici werd onlangs een enquete gehouden naar de vraag wie de meest succesvolle premier van Engeland is geweest. De meest in het oogspringende kandidaten, Churchill en Lloyd George, werden nummer twee en drie. Op de eerste plaats stond Clement Attlee, de Labour premier die Engeland na de Tweede Wereldoorlog door een pijnlijke hervormings fase leidde.
Lloyd George en Churchill waren oorlogs premiers; George tijdens de eerste en Churchill tijdens de tweede wereldoorlog. Toen Attlee werd gevraagd hoe Churchill de oorlog gewonnen had antwoordde hij: `He talked about it.´
Zelf was Attlee een vredespremier die niet veel op de voorgrond kwam, maar zijn eigenzinnige team ministers goed bij elkaar wist te houden. Hij hervormde zo een oorlogseconomie naar een vredeseconomie. Hij delegeerde en liet ministers hun eigen zaakjes opknappen. Zo zei hij over één van zijn ministers: `If you have a good dog, don´t bark youself.´
Tot aan de van Gogh-crisis leek Balkenende op Attlee. Hij liet zijn ministers het werk doen en trad niet zelf naar voren om hen te corrigeren. Hij deed zijn werk op de achtergrond. Hij liet zijn ministers blaffen en sprak hen in het kabinetsberaad aan als er iets fout dreigde te gaan.
Met zijn wat gehaaste en wat formele taalgebruik is Balkenende ook niet geschikt om de bevolking vaderlijk als Kok, innemend als Lubbers, zalvend als van Agt of hoopvol als Churchill toe te spreken. Hij lijkt meer op de woordvoerders van president Bush, die op persconferenties alle mogelijke vragen van journalisten weten te beantwoorden door dingen te zeggen als: `The president is very concerned about...´
Als we even door de stijl heenkijken dan klopt er nog iets niet.
Balkenende heeft niet begrepen dat de culturele elite zich in het diepst van hun bestaan bedreigd voelt.
De moord op van Gogh is voor hen de moord op het hart van het Nederlandse politieke discours. Dit ondanks van Gogh's grofheid, omdat hij meer voor de Marokaanse schoffies heeft gedaan dan wie dan ook (met zijn films gaf hij hen immers een podium en een plaats in de maatschappij).
De culturele elite discussiert immers niet over beleid, maar over dat waar zij over gaan; cultuur. En dan met name het actuele culturele debat over de botsing tussen culturen. Hier in Nederland en wereldwijd. Daar schrijven de jonge `allochtone´ schrijvers over. Daar gaat Shouff Shouff Habibi over. `Ik vreemdeling in kaaskoppen land.´ Daar filmde van Gogh over. Ook Submission is het product van botsingen van culturen.
Het onderwerp van de film is een monolitisch militant geloof waarbinnen mannen argumenten vinden om vrouwen te onderdruken, gemaakt door een vrijbuiter en een afvallige, gefilmd vanuit het perspectief van de onderdrukte vrouw zelf. De vrouw die de keuze heeft aan dit geweld ten onder te gaan, of in opstand te komen en haar cultuur te veranderen, gemeten aan die `kaaskoppen´ cultuur.
Natuurlijk gaat dat schuren.
Balkenende maakte een onvergefelijke fout door de dag na de moord niet zijn gevechtstenue aan te trekken en de Warzone op de Linaeusstraat te bezoeken. Daar had hij de zoon van van Gogh in zijn armen moeten nemen en moeten zeggen dat rechtvaardigheid zal zegevieren en dat de moordenaar zijn gerechte straf zal krijgen.
Dat had mogelijk het in brand steken van Moskeeën voorkomen.
In plaats daarvan verscheen hij onderaan de trappen van zijn kantoor en jastte er een obligate verklaring doorheen met een paniekerige ondertoon; `wat is hier nu weer aan de hand?´
Een paar dagen later werd hij door een onzichtbare hand uit het belangrijke debat over de Europese Unie gehaald om een afgebrandde islamitische school te bezoeken.
Als een premier zo als een trekpop ingezet wordt, dan betekent dit dat er iemand elders met veel gezag en een goed beoordelingsvermogen aan de touwtjes trekt.
Dan is er niet meer sprake van publiek leiderschap, dan zijn we terug in 1815, omdat de premier als een kerkvoogd achter de feiten aanloopt, omdat een gegrond beoordelingsvermogen ontbreekt.
Daan Diederiks
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.
