zondag, november 21, 2004
D66 Congres wil onvoorwaardelijke terugtrekking troepen uit Irak
Op het op 20 november 2004 gehouden congres van D66 hebben de leden zich uitgesproken voor een onverkort terugtrekken van de Nederlandse troepen uit Irak in maart 2005.
Mijn oproep om het besluit over terugtrekken of verlengen van verblijf in Al Muthana af te laten hangen van de politieke situatie van dat moment werd door de leden niet gevolgd.
Voor het eerst was ik op een congres en voor het eerst diende ik een motie in. Voor het eerst leed ik een nederlaag.
Afgelopen dinsdag heb ik de benodigde vijf handtekeningen in het politiek café in de Wildschut op weten te halen en juist voor de deadline kon ik de motie indienen.
Vooraf had ik niet verwacht dat de motie aangenomen zou worden. De stemming in het land is zozeer tegen deelname van Nederland aan de operatie in Irak dat ik verwachtte dat de D66 leden hier in grote meerderheid ook tegen zouden zijn.
Dat bleek ook wel.
Er waren een stuk of 50 actuele politieke moties ingediend, waarvan vier over de vraag of we in Irak moeten blijven of niet. Drie moties wilden onverkort weg.
De motie die werd aangenomen kreeg de steun van Lousewies van der Laan, het Tweede Kamerlid dat over het buitenland gaat. Volgens Lousewies was bij goedkeuring van motie 36, die het fractie standpunt dekte, de stemming van de overige moties onnodig.
Dit was wel te begrijpen, maar het debat over de moties werd door de voorzitster zo kort gehouden dat er van een discussie geen sprake was.
Er werd op zo´n haast aangedrongen dat ik mijn voorbereidde verhaal maar niet afstak en improviseerde over het aan de fractie laten een oordeel te vellen over een politieke situatie die we nu nog niet kunnen overzien.
Geen enkele indiener kreeg de kans het laatste woord over hun moties te voeren.
Nu maakten de indieners van de `weg uit Irak´ moties hier geen bezwaar tegen, maar ik wilde nog wel wat zeggen naar aanleiding van de reacties uit de zaal. Mevrouw Borst, de voormalige minister, kwam naar de microfoon en zei ook namens van Mierlo dat de Nederlandse militairen eventueel konden blijven na een verzoek van de Irakese regering en een mandaat van de VN.
Met deze opmerking was ik heel blij, want dat stond nu juist in mijn motie.
Maar de voorzitser gaf me geen kans hier nog even op te wijzen. Zij bracht motie 36 onmiddelijk in stemming. Deze werd aangenomen en dus kon ik afdruipen.
Na afloop spraken gelukkig de mede ondertekenaars hun spijt uit over hoe de moties in behandeling werden genomen en dat zij de indruk hadden dat er meer steun voor de motie was dan aanvankelijk leek.
Maar dit was een schrale troost.
Daan Diederiks
