maandag, mei 29, 2006
 
Wembley van Richard Osinga
wembley
Dit is fragment nummer 32 van het boek "Wembley" van Richard Osinga.


Het is donker als ik buiten sta. De dag is voorbijgegaan zonder dat ik de zon heb gezien. Cantona staat naast me. 'Waar ga jij heen?'
'Amsterdam, bus tachtig.'
'Ik ook.'
Onze bus komt, we stappen in en gaan halverwege naast elkaar zitten. Cantona praat terwijl ik mijn best doe niet in slaap te vallen. Ik ben vermoeider dan ik ooit geweest ben na een voetbalwedstrijd. Ik raak al snel de draad van zijn verhaal kwijt. Het is warm achter het glas van de bus. Ik veeg de zweetdruppels van mijn voorhoofd en mijn kin. Mijn ogen lopen vol zweet. Ik kan ze niet openhouden.
Wanneer de bus stopt, lig ik met mijn hoofd tegen de schouder van Cantona. Ik glimlach verontschuldigend en ga weer rechtop zitten. De bus trekt op. Op naar de volgende halte langs de eindeloze weg langs het kanaal. Bomen op gelijke afstanden van elkaar, de onderlinge afstand lijkt afgemeten met een koord – een witte streep in een groen weiland, de zijlijn van een onmetelijk voetbalveld.
Volgende halte: mijn vader stapt in. Zonder te stempelen loopt hij naar achteren, waar ik zit. Hij tilt me op van mijn plaats en neemt me in zijn armen. Hij is sterk. Ik snuif zijn geur op: hij ruikt naar zout en bloed. 'Ik ben terug, Wemba.'
'Waar was je, papa?'
'Ik heb gewerkt. In de zoutmijnen in het noorden, mijn zoon.'
Ik kijk naar zijn omzwachtelde handen.
'Het zout vreet aan je. Wonden genezen niet.' Hij begint de zwachtels af te halen. Ik wil zijn handen niet zien, ik wil zijn wonden niet zien, ik wil dat hij de zwachtels erom laat en me stevig vasthoudt. Ik wil hem vragen waarom hij niet eerder gekomen is, ik wil hem vertellen over mama, maar hij gaat maar door met het afhalen van de bebloede stof. Hij lacht.

Naar het begin - Doe mee - Lees verder >>




Powered by Blogger

Creative Commons License
Op dit werk is een Creative Commons Licentie van toepassing.