Wednesday, December 22, 2004
WTO als wereld EU
EU handels Commissaris Pascal Lamy faalde op de handelsconferentie in Cancún in 2003. Hij gleed niet uit over bananen, maar struikelde over katoenbalen.
De Afrikaanse katoenproducerende-landen eisten jaarlijks 300 miljoen dollar compensatie voor het exportverlies door katoensubsidies van de VS en de EU. Deze twee grote handelsblokken hebben niet veel katoenboeren. Toch geeft bijvoorbeeld de EU 900 miljoen Euro uit aan katoensubsidies, twee euro tachtig per kilo.
De Europese Unie zag wel wat in de Afrikaanse voorstellen, maar EU onderhandelaar Pascal Lamy verbond aan een oplossing vier andere onderwerpen. Hij wilde gesprekken starten over regels voor investeringen, mededinging, douaneregels en overheidsopdrachten.
De minst ontwikkelde landen (MOL´s in jargon) en opkomende landen als Brazilië en India verzetten zich hier tegen, met het gevolg dat de top mislukte. De Nederlandse minister van Economische zaken Brinkhorst legde de schuld volledig bij de G21, de minst ontwikkelde landen. Hij noemde hen een "destructieve kracht".
Anderen zagen in Cancún juist het begin van nieuwe krachtsverhoudingen in de internationale handelsbetrekkingen. Eindelijk konden ontwikkelingslanden een gezamenlijke vuist maken.
Het Vrijhandelssysteem
De voorloper van de WTO (World Trade Organisation) werd vlak na de tweede wereldoorlog opgericht om de wereldhandel te liberaliseren. Handelsbelemmeringen, zoals douanetarieven en importbeperkingen, moesten opgeheven worden. De grondgedachte hierachter is dat als iedereen zich toelegt op dat wat hij of zij relatief het beste kan, het gezamenlijke inkomen stijgt. Voorwaarde is dan wel dat handel niet belemmerd wordt door politieke overwegingen zoals marktbescherming en subsidies.
Ondanks de mislukking van Cancún kan de liberalisering van de wereldhandel in WTO verband zeker als succes gezien worden. De enorme groei van de wereldhandel, de welvaartsgroei die daardoor in de meeste landen het gevolg is en de wens van landen als China en Rusland en vele kleine anderen om deel uit te maken van de WTO familie bewijzen dit. In feite is het een succes dat te vergelijken is met de groei van de Europese Unie. De landen die er buiten blijven voelen zich benadeeld.
Toppositie vacant
De strijd om de opvolging van de huidige WTO topman is van start gegaan.
De huidige baas, de Thai Supachai Panitchpakdi, stapt in augustus 2005 op na een kort mandaat van drie jaar. Normaal blijft een WTO Directeur-Generaal 6 jaar in functie, maar de WTO leden konden in 1999 niet kiezen tussen hem en de Australiër Mike Moore. Na een bitter gevecht besloot men alle twee drie jaar aan te stellen.
Kandidaat Lamy
De Franse regering heeft de voormalig EU Commissaris van handel, Pascal Lamy, voorgedragen om Panitchpakti op te volgen. De Europese Unie heeft zich al achter Lamy geschaard. Ook de Verenigde Staten schijnen niet negatief tegenover de diplomatieke Lamy te staan.
Verschillende ontwikkelingslanden staan niet te juichen en schoven hun eigen kandidaat naar voren. Zo is er een Braziliaanse kandidaat, de WTO-ambassadeur Luiz Felipe de Sexas Correa, de Mauritiaan Jaya Krishna Cuttaree, een Keniaanse kandidaat, Mukhisa Kituyi en een Uruguayaan Carlos Perez del Catillo.
Vooral een kandidaat uit de ontwikkelingslanden betekent een rem op de agenda van de Europese Unie en de Verenigde Staten, aldus James Shikwati van de Keniaanse ngo IREN(Inter Region Economic Network).
Volgens een EU woordvoerder doet niet ter zake uit welk land de nieuwe topman afkomstig is, alleen de kwaliteit en de toewijding van de kandidaat zijn relevant.
Denkraam Lamy
Voormalig EU Commissaris Pascal Lamy is in ieder geval een toegewijd man, als je zijn dit jaar gepubliceerde boek, "Europa als wereldmacht", mag geloven.
In zijn boek beschrijft Lamy zijn carrière op aansprekende en spannende wijze vanaf zijn aantreden als EU Commissaris van handel tot vlak voor de top van Cancún.
Het boek is te vroeg geschreven. In Cancún immers vond hij zijn voorlopig Waterloo. Juist op deze top sneuvelden zijn voorstellen om de WTO regelgeving te verbreden naar onderwerpen die de globalisering kunnen beheersen. Toch is het boek de moeite waard omdat het inzicht geeft in het denkkader van Lamy.
Loopbaan open technocraat
Lamy is het type slimme en betrokken Fransman die ondanks zijn technocratische air een sfeer van openheid en vertrouwen weet te wekken.
Hij was tien jaar kabinetschef van Jacques Delors, die hij bewonderde. Na zijn vertrek uit Brussel in 1995 werd Lamy door de Franse regering gevraagd het door schandalen en faillisementen geteisterde Crédit Lyonnais te redden. Hij bracht de staatsbank in 1999 naar de beurs. Op de dag van de eerste notering kondigde de Franse regering aan dat hij benoemd zou worden tot EU Commissaris. Het tekent de sociaal-democraat Lamy dat hij een benoeming alleen aanvaardde als hij de belangrijke handelsportefeuille zou krijgen.
Toegewijd aan beheersing globalisering
Lamy ontpopt zich in "Europa als wereldmacht" als een ouderwetse sociaal-democraat die gelooft in de maakbaarheid van de samenleving. Zeker als hij spreekt over globalisering. Hij verwijst dan naar de voormalige Franse premier Lionel Jospin, die zei; "Deze globalisering zal worden wat wij ervan maken."
Dit geeft de richting aan van zijn denken. Als EU Commissaris komt hij in Seattle, Doha en al de andere conferenties veel sociaal-economische en ontwikkelingsproblematiek tegen. Steeds meer komt hij tot de overtuiging dat "globalisering alleen vrucht af kan werpen als wij haar beheersbaar maken, als iedereen het gevoel krijgt er voordeel bij te hebben."
Handel speelt naar zijn idee wel degelijk een hoofdrol bij ontwikkeling en internationale arbeidsverdeling, maar deze kan ook "een cynische metgezel zijn van vernedering die vroeg of laat tot een uitbarsting van geweld leidt."
De wereldhandel moet in zijn visie daarom een betere economische en sociale cohesie op aarde tot doel hebben.
Het moet daarom voor Lamy nogal wrang zijn geweest dat de conferentie in Cancún afketste op de nadere regulering van de globalisering die hij in Doha nog succesvol voorstelde.
Bij de formulering van de agenda van de nieuwe onderhandelingsronde (de Doha ronde) zette hij in op een grotere samenhang tussen ontwikkelingsbeleid, sociaal-beleid en handelsbeleid, juist om negatieve sociale gevolgen, zoals kinderarbeid, van globalisering tegen te gaan. Bovendien wilde hij dat de handelsrelaties een bijdrage zouden leveren aan economische-, ecologische-, en sociale duurzaamheid.
De conferentie in Doha, Qatar, werd in november 2001 gehouden. Net twee maanden na de val van de Twin Towers. De aanslag droeg bij aan de aanvaarding van zijn vooruitstrevende plannen. Er heerste een besef dat de aarde multilateraal moet worden bestuurd. Verder waren na het debacle van Seattle de gedachten gerijpt en was de noodzaak van verdere wereldregulering steeds duidelijker geworden. Volgens Lamy hebben de debatten die door de vele actie-groepen en ngo´s gestart waren daar zeker aan bijgedragen.
In augustus 2004 hield de WTO een conferentie in Genève ter redding van de Doha ronde na het debacle in Cancún. Dat is toch nog gelukt. Vooral de EU en de VS hebben concessies gedaan. De afbouw van landbouwsubsidies staat definitief op de agenda en de voorstellen van Lamy zijn er voorlopig vanaf. Er wordt nog gepraat, de ambities zijn alleen lager. Wie weet kan Lamy zijn voorstellen als nieuwe topman vanaf 2006 toch nog waarmaken.
Europa als wereldmacht
In de vijf jaar als EU handelscommissaris leert Lamy de kracht van Europa kennen. Hij beschrijft fraai hoe op de spannende momenten op internationale conferenties de Europese eensgezindheid de doorslag kan geven. Daarbij helpt, dat meer dan de Amerikanen, de Chinezen en de Indiërs, Europeanen de natiestaat in zekere zin voorbij zijn. De Europese wereld is met z´n duizenden instellingen en overeenkomsten transnationaal geworden. En Europa geeft met dit model het moderne en nieuwe voorbeeld voor de wereld, aldus Pascal Lamy. Wat in Europa de laatste vijftig jaar tot stand is gebracht, moet nu op wereldschaal opgebouwd worden.
Lamy is een man met ambitie. De WTO als wereld EU. Mijn zegen heeft hij.
Daan Diederiks
Sunday, November 28, 2004
Genocide, probleem van de mens
De jonge student linguïstiek Raphael Lemkin uit Lvov las in 1921 in een plaatselijke krant over een rechtszaak tegen een jonge Armeniër die in Berlijn de voormalige Turkse minister van Buitenlandse zaken Talaat had vermoord.
De jonge Armeniër Tehlirian wreekte zich voor de moord op zijn gehele familie en vele volksgenoten, de Armeniërs, door de Ottomaans- Turkse staat.
Lemkin vroeg zijn professor hoe het toch kwam dat Taleet vrij rond liep. De professor antwoordde dat er geen wet was op grond waarvan hij opgepakt en veroordeeld kon worden. De soevereiniteit van de Ottomaans- Turkse staat hield dat tegen.
Lemkin liet zijn studie linguïstiek varen en ging rechten studeren. Hij wierp zich op het fenomeen massaslachting.
In de jaren dertig probeerde hij bij collega juristen aandacht te vragen voor het absurde fenomeen dat iedere staat ongestraft een massaslachting onder de eigen bevolking aan kan richten, waarbij de staatssoevereiniteit als schild functioneert tegen inmenging van buitenlandse staten.
De jood Lemkin vluchtte naar Amerika en overleefde als één van de weinigen van zijn familie de holocaust. Het maaktte hem nog fanatieker om binnen het recht hier iets aan te doen.
Lemkin ging op zoek naar een woord dat aan het fenomeen een juridische grondslag zou geven. Hij gaf het misdrijf de naam genocide.
Na de oorlog ontwierp hij het VN genocide verdrag en wist het door veel staten geratificeerd te krijgen door onvermoeibaar gelobby. Alleen in zijn nieuwe vaderland, de Verenigde Staten, hield het congres de ratificatie tegen. Hij zou het niet meer meemaken. Hij stierf berooid en eenzaam in 1959.
De ratificatie in de VS liet nog tot 1988 op zich wachten.
In "Een probleem uit de hel, Amerika, Het Westen en het tijdperk van de genocide" neemt de amerikaanse journaliste Samantha Power het tragische en heroïsche verhaal van Lemkin tot het uitgangspunt om politiek/ bureaucratische reacties op verschillende genocides te beschrijven.
Power deed als journalist verslag van de oorlog in Bosnië en werd daar gegrepen door de non- reactie van de Amerikaanse en Europese regeringen op de "ethnic cleansing" van de Serviers.
In haar lijvige werk behandelt zij de manier waarop vooral Amerikaanse regeringen reageerden op de genocides in Armenië, Cambodja tussen 1975 en 1979, Irak tussen 1983 en 1988, Bosnië tot 1994, Rwanda in 1994, het drama rond Srebrenica in 1995 en tenslotte Kosovo in 1999.
Volkenrecht
Lemkin liep tegen het probleem op dat genocide of volkenmoord in het geheel niet als juridisch begrip bestond en ook niet afzonderlijk strafbaar was. Met de `uitvinding´ van het woord genocide en de strafbaarstelling in het VN genocide verdrag van 1948 hief hij dit gemis op. Waar hij niets aan kon veranderen was het leerstuk van de soevereiniteit in het volkenrecht.
Genocide mag dan nu wel strafbaar zijn, geen enkele staat mag zich zomaar mengen in de binnenlandse aangelegenheden van een andere staat. Dus ook niet met genocides die er plaats vinden. Dat was in 1921 zo en dat is nu nog het geval.
Binnen de VN gaan er stemmen op om in geval van een humanitaire ramp, zoals genocide, de soevereiniteit opzij te schuiven en ingrijpen buiten de wil van een regering om mogelijk te maken. In 2001 bracht de International Commission on Intervention and State Sovereignty (ICISS) een rapport uit.
Kern van dit rapport is dat staten de plicht hebben hun burgers te beschermen. Falen zij hierin flagrant, dan heeft de internationale gemeenschap het recht en de plicht in te grijpen, ongeacht de toestemming van het land zelf.
Unilateraal of Internationaal ingrijpen
Het betoog van Power in haar boek komt erop neer dat om genocide te voorkomen de Verenigde Staten de leiding moeten nemen en dat van de VN Veiligheidsraad niet veel te verwachten valt.
Power komt tot de conclusie dat de aanvankelijke desinteresse in genocides wereldwijd een einde lijkt gekomen. Dit komt doordat regeringen inzien dat het in de eerste plaats moreel onaanvaardbaar is en in de tweede plaats dat de Verenigde Staten uit verlicht eigenbelang wel in moet grijpen. De gevolgen van een genocide zijn immers regionaal zo destabiliserend dat het altijd leidt tot een grotere oorlog of dreiging daartoe.
De dynamiek van de raecties op genocides die zij beschrijft is onthutsend.
Genocides worden altijd door een politieke macht gepland. Hier praten zij niet openlijk over, maar verhullen hun taalgebruik en verzinnen termen als `ethnic cleansing´. Dan, als de eerste gruwelijke verslagen binnenkomen gelooft bijna niemand ze. Journalisten zijn voorzichtig en regeringen ontkennen altijd in eerste instantie dat er iets bijzonders aan de hand is.
De genocide in Cambodja werd de wereld pas gewaar toen het allemaal voorbij was. Op regerings niveau werd de slachting genegeerd. De Amerikaanse regering bleef bijvoorbeeld de Khmer regering lange tijd steunen in hun koude oorlogs spel met de SovjetUnie.
De letterlijke ontruiming van grote delen van Koerdisch Irak van Koerdische dorpen door bulldozers en gifgas werd door de Amerikaanse regering volkomen genegeerd. Zij steunden Irak immers in hun angst voor de Ajatollahs van Iran.
In Bosnië beschouwde de Amerikaanse regeringen van Bush senior en Clinton de gruwelijkheden een zaak van Europeanen. Maar die deden weinig tot niets. Pas toen na Srebrenica en na de inname van Zepa de Serviërs een tweede granaat op een markt in Sarajevo afvuurden, waarbij tientallen burgerslachtoffers vielen, was de maat vol.
Clinton besloot de Serviërs eindelijk te bombarderen. Het werkte. Milosovic werd gedwongen te stoppen. Het Dayton accoord was het resultaat.
In de kantlijn van een memo dat bij president Bush junior over genocide op zijn bureau belandde schreef hij ‘dit niet in mijn ambtstermijn’. Vier dagen later vloog Al Qaida in de Twin Towers.
De opeenvolgende genocides en de Al Qaida aanslagen hebben als resultaat dat de westerse en Amerikaanse regeringen wel door hebben dat het op zijn beloop laten van het grof schenden van mensenrechten op één of andere manier terugslaat op wereldwijde stabiliteit en veiligheid.
Inertie van de kant van de Internationale gemeenschap ligt niet aan gebrek aan up to date informatie of het gebrek aan mogelijkheden om in te grijpen, betoogt Samantha Power.
Inertie is volledig het gebrek aan politieke wil en het voor laten gaan van kortzichtige geopolitieke belangen.
In Darfur kunnen we zien of er iets verandert in het handelen. De vertrekkende Colin Powell heeft wel al gesproken over genocide. Nu nog de daden.
Daan Diederiks
Een probleem uit de hel
Power, S.
Boekbespreking:
Samantha Power
’Een probleem uit de hel’, Amerika, Het Westen en het tijdperk van de genocide.
Uitgeverij Contact,
ISBN 90 254 1359 5
Wednesday, April 28, 2004
'Plan of Attack': The Shot Heard Round Washington
"On April 19 - the day the American Revolution began in 1775 - Bob Woodward released ''Plan of Attack'' with a fusillade of publicity that will not soon be equaled. The shot heard round Washington benefited from several factors, including its timing. Stirred up by the recent revelations of Richard Clarke and Paul O'Neill, the turmoil over the 9/11 commission and the dawning sense that our Iraq problems are not going away soon, the news media rolled out the red carpet for a book that was rumored to be more critical of the Bush administration - and therefore important - than Woodward's previous reporting. The result has been a little difficult to decipher amid the cacophony of television chatter and White House denials (to say nothing of the ka-ching of cash registers). But a serious book it is, instantly essential, matching America's most celebrated political reporter against the most secretive administration in our history. For once, a hyped product has lived up to its billing."
The New York Times > Books > Sunday Book Review > Book Review: 'Plan of Attack': The Shot Heard Round Washington
Tuesday, April 27, 2004
Bill Clinton Memoir Set for June Publication
"'My Life' by Bill Clinton, the long-anticipated memoir of the former president, will be published in late June. The announcement was made yesterday by Sonny Mehta, president and editor-in-chief of Alfred A. Knopf, a division of Random House.
An exact publication date has not been set. The first printing will be 1.5 million copies. "Bill Clinton Memoir Set for June Publication (washingtonpost.com)
Bill Clinton's Favorite 21 Books
As part of an exhibit related to the coming Clinton Presidential Library, President Clinton has released a list of his 21 favorite books
Thursday, April 22, 2004
Poets 'die younger' than authors
"Poets die younger than novelists, playwrights or other writers, a new study in the US suggests.
It may be because poets are tortured or self-destructive, or achieve notoriety younger, James Kaufman of California State University, San Bernardino, said.
Dr Kaufman studied 1,987 dead writers from all over the world over the past centuries, and found poets died 'significantly younger'.
On average, a poet had a life-expectancy of only 62, he said.
It compared to playwrights' average age 63 years, novelists' 66 years and non-fiction writers' 68 years. "
BBC NEWS | Entertainment | Poets 'die younger' than authors:
Monday, April 19, 2004
About 'Plan of Attack'
"'Plan of Attack' by Bob Woodward is a behind-the-scenes account of how and why President Bush decided to go to war against Iraq. Beginning in late December 2001, Bush met repeatedly with Army Gen. Tommy R. Franks and his war cabinet to plan the attack even as he and administration spokesmen insisted they were pursuing a diplomatic solution. "
About 'Plan of Attack' (washingtonpost.com):
Saturday, February 14, 2004
Raymond, Middeleeuws bestuurder in tijden van oorlog
Titel: Raymond, ´de kathaar´
Schrijver: Dominique Baudis
Van tijd tot tijd verblijf ik in de Pyreneën, vlakbij Montsegur, in het hartland van wat ooit ´Katharenland´ was.
Katharen waren tussen de tiende en de 12de eeuw christenen die een andere kijk op het geloof hadden dan de katholieken uit Rome onder aanvoering van de Paus. Zij zijn de eersten die onder Rome´s banier op geweldadige wijze door kruisridders zijn uitgeroeid.
De plaatselijke overheid gebruikt tegenwoordig de katharen geschiedenis om toeristen te trekken. Er zijn katharen routes langs ruines van katharen kastelen en er is een katharen wandelweg, die na 1000 jaar waarschijnlijk alleen in de verbeelding het label ´kathaar´ verdient.
Dit neemt niet weg dat de kathaarse geschiedenis fascinerend en dramatisch is.
De strijd voltrok zich op verschillende niveau´s. Er was een intellectuele strijd over de juistheid van het ene of andere geloof.
Er was morele strijd over de manier waarop men behoorde te leven. Velen veroordeelden de overvloedige levensstijl van de katholieke priesters.
En er was politieke strijd over wie nu eigenlijk de baas was, de geestelijkheid met bovenaan de Paus, of de wereldlijke heersers als koningen en edelen.
Tenslotte was er nog de daadwerkelijke lijfelijke strijd die we ookwel oorlog noemen. Een oorlog die gevoerd werd door kruisridders uit noord Europa tegen veelal ongewapende burgers. Zij zagen in de kruistocht tegen de katharen een mooi excuus om een stad als Beziers met 20.000 zielen volledig te vernietigen, met burgers en al. Zij gooiden willekeurig mensen op brandstapels die niet aan hen onderworpen wilden worden en straften opstandelingen meedogenloos. Tenslotte namen zij de landerijen en bezittingen van de ketters in. Dit alles met de goedkeuring van de Roomse Paus.
Midden in dit geweld stond Raymond VI, Graaf van Toulouse. Hij was geen kathaar, of bonne home, goede mensen, zoals zij zichzelf noemden, maar een open en vrijdenkend katholiek bestuurder van een stad waar veel mensen van verschillende pluimage woonden. Hij zag het als zijn plicht om voor al deze mensen op te komen.
Hij weigerde hen op bevel van de Paus te vervolgen. Daarom werd hijzelf vervolgd en tot kathaar bestempeld. Een dodelijk label.
Over deze graaf gaat het prachtige boek ´Raymond, “de kathaar”´ van Dominique Baudis, zelf voormalig Burgemeester van Toulouse.
In een meeslepende eenvoudige stijlvertelt Baudis het verhaal vanuit de bedreigde graaf Raymond VI zelf. Dit levert mooie beschrijvingen op van de politieke dilemma´s van een middeleeuwse graaf.
Zo voldoet Raymond VI niet aan de wens van de Paus en zijn gezanten, maar geeft hij ook geen gehoor aan zijn mensen om maar direct oorlog te gaan voeren. Die wil hij juist uit alle macht voorkomen, hij is daarvoor bereidt zijn goede naam op het spel te zetten en zich door de kerk te laten vernederen.
Hij is een handige alliantie bouwer. Zo is hij leenman van de koning van Aragon, Pierre II, die zijn plicht als Suzerein opvolgt en Raymond in een slag komt helpen. Door een onbesuisde actie sterft Pierre op het slagveld. Het is het dramatisch hoogtepunt van het boek. Alles lijkt verloren. De geweldadige Usurpator Simon de Montford lijkt te winnen.
Maar door slim politiek te opereren weet Raymond Toulouse opnieuw in te nemen en de usurpator de definietieve genadeslag toe te dienen.
Raymond sterft in ouderdom in zijn vrije Toulouse.
Het is zijn zoon Raymond VII die uiteindelijk de laatste katharen bij Montsegur vernietigt. De verbranding van 205 ´goede mensen´ op het veld buiten het kasteel op 16 maart 1244 haalt het boek niet meer. Daarvoor moet de lezer elders te rade.
Bij het naderen van het jaar 2000 kondigde de Paus aan dat de kerk vergeving vroeg voor alle misstappen die zij begaan had. Ik hoop dat hij ook de kathaarse geschiedenis in gedachten had. Hoewel de kerk zonder deze kruistocht nooit zou zijn wat het eeuwen later zonder ketters geworden is.
Dominique Baudis weet op meeslepende wijze een gecompliceerde geschiedenis in een onderhoudend boek te vatten.
