|
| | FrontPage | Fictie | Archive | APILEX | | Handelingen Asiel Vraagstuk | | Reaction | History | School | Sitemap | |
Today is The Day... ...AP Online |
Voorzitter: Van Nieuwenhoven
het beleid ten aanzien van alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA's)Aan de orde is de interpellatie-Kamp, gericht tot de staatssecretaris van Justitie, over het beleid ten aanzien van alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA's).
Tot het houden van deze interpellatie is verlof verleend in de vergadering van heden.
De heer Kamp (VVD)
Mijnheer de voorzitter! Dit jaar komen er naar verwachting twee keer zoveel asielzoekers naar ons land als er in 1992 kwamen. Het aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers is dit jaar, dus in 1999, in vergelijking met 1992 niet twee keer, maar ongeveer tien keer zo groot. Ging het in het hele jaar 1992 nog om 500 alleenstaande minderjarige asielzoekers, de laatste maanden vangt het COA er per maand meer dan 500 op. Let wel, 500 per maand. Het aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers in de opvang ligt nu rond de 10.000 en de directe kosten voor opvang en begeleiding bedragen 300 mln. op jaarbasis. Behalve de financiële, zijn ook de maatschappelijke consequenties van deze toestroom groot. Maatschappelijk werk dat nodig is voor alleenstaande minderjarige asielzoekers, kan niet voor anderen worden ingezet. Ook nadat betrokkenen de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, blijven de problemen groot. Een kwart van alle jonge volwassenen die langdurig afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering, was voorheen alleenstaande minderjarige asielzoeker.
Het aantal is groot en staat bovendien in geen verhouding meer tot de aantallen in andere landen. Ik had dit jaar de gelegenheid om vragen te stellen aan de leiding van de immigratiediensten in Denemarken, Zweden en de Verenigde Staten. Vooral in de Verenigde Staten moest ik eerst uitleggen wat alleenstaande minderjarige asielzoekers waren. Het bleek dat het in die landen ging om enkele honderden per jaar. In sommige andere EU-landen is het inmiddels ook een probleem geworden, maar toch van een heel andere grootte dan in Nederland. Het is een groot probleem, dat moet worden aangepakt. Dat vraagt om een analyse, een evaluatie, van het tot nu toe gevoerde beleid en om een nieuwe aanpak. De Kamer drong daarop aan en vorig jaar maart schreef de voorganger van de huidige staatssecretaris: ik ben mij terdege bewust van het feit dat het AMA-beleid alreeds langere tijd met uw Kamer wordt besproken en dat behoefte bestaat aan duidelijkheid op dit beleidsterrein. Ik acht het noodzakelijk, zei toen de staatssecretaris, dat eerst een evaluatie van het huidige beleid plaatsvindt.
Op 9 oktober van dat jaar schreef de huidige staatssecretaris: uw Kamer zal zo spoedig mogelijk een beleidsbrief ontvangen over het AMA-beleid, waarin dit beleid wordt heroverwogen op basis van een evaluatie die eind oktober 1998 wordt afgerond. Maar er kwam niets en op 6 juli van dit jaar antwoordde de staatssecretaris op schriftelijke vragen: de integrale evaluatie van het AMA-beleid is opgeschort - niet afgerond, maar opgeschort -; naar verwachting zal ik uw Kamer in het najaar van 1999 over de resultaten van de evaluatie en over de herijking van het AMA-beleid informeren. Het is nu een maand voor het kerstreces en er is nog niets; de VVD-fractie meent er niet meer op te kunnen rekenen dat het nog voor elkaar komt. Na anderhalf jaar wachten is het, zo vinden wij, niet meer verantwoord nog langer om de hete brij heen te draaien. Wij hadden al veel eerder moeten doen, waar wij nu nog eerst over moeten gaan praten. De VVD-fractie wil nu van de staatssecretaris weten wat er eigenlijk aan de hand is; hoe groot de verschillen met andere EU-landen zijn; wat hij tot nu toe, zonder resultaat, heeft gedaan om de toestroom te beperken en wat hij gaat doen om het beperken van die toestroom nu ook echt voor elkaar te krijgen.
Staatssecretaris Cohen
Het enige wat de heer Kamp doet, is wijzen op aantallen en de daaraan gerelateerde kosten, maar zonder daarbij in te gaan op mogelijke achtergronden. Ik denk dat het op zichzelf wel van belang is om die achtergronden ook in de beschouwingen te betrekken. Niettemin is het zo, dat als je die achtergronden in de beschouwingen wilt betrekken, je ook zo goed mogelijk moet beschikken over de gegevens die er zijn. Ik zal mijn best doen om daar het nodige over te zeggen.
In de eerste plaats is het juist om te constateren dat het aantal minderjarigen dat een asielaanvraag indient, stijgt. Daar heeft de heer Kamp gelijk in. In 1997 dienden ruim 2600 minderjarigen een asielaanvrage in. Dat was toen op een totaal van ruim 34.000, dus 8%. In 1998 waren het er 3500 op een totaal van ruim 44.000: opnieuw 8%. In 1999 hebben tot en met oktober 3779 minderjarigen een asielaanvrage ingediend, op een totaal van ruim 30.000. Dat betekent 12%. Dus zowel in absolute zin, als in relatieve zin is er inderdaad sprake van een stijging, zij het dat wanneer het gaat over de procentuele stijging, deze in relatie moet worden gebracht tot de, zij het ook lichte, daling van de gehele instroom van asielzoekers in dit jaar. Verder moet daarbij rekening worden gehouden met de omstandigheid dat veel minderjarige asielzoekers afkomstig zijn uit Angola, waarvan u weet dat daar op dit ogenblik een uitstel van vertrekbeleid geldt. Nederland kent voorts een relatief grote instroom van asielzoekers en ook van AMA's, in vergelijking met het aantal inwoners dat wij hebben.
Dan vraagt de heer Kamp - ik vind dat op zichzelf een juiste vraag - om een vergelijking te maken met de ons omringende landen. Dat is vaak niet eenvoudig, omdat andere landen lang niet altijd een aparte registratie voor alleenstaande minderjarige asielzoekers hebben. Voor Duitsland zijn wat dat betreft geen gegevens beschikbaar en ook Frankrijk kent geen vergelijkbare registratie, terwijl in sommige andere landen weer andere leeftijdsdefinities worden gehanteerd. Zo wordt in België voor de meerderjarigheid gekeken naar de nationaliteit van de asielzoeker. Als een asielzoeker in een bepaald land pas meerderjarig is, als hij 21 is, dan wordt hij in België ook nog als minderjarig aangemerkt als hij 20 is, terwijl in België de meerderjarigheid net als in Nederland is bepaald op 18 jaar. Omgekeerd geldt het ook: als in een land van herkomst sprake is van een jongere meerderjarigheidsleeftijd, dan geldt dat in België ook op die manier. Maar een paar cijfers kan ik wel geven, rekeninghoudend met die verschillen in definities. In België werd in 1998 door iets minder dan 1900 minderjarigen een aanvraag ingediend. Dat is 8% van de Belgische instroom. Het was een stijging van 58% ten opzichte van 1997. In het Verenigd Koninkrijk werd in 1998 door ruim 2800 minderjarigen een aanvraag ingediend. In 1997 waren dat er ruim 1100 en in de eerste negen maanden van 1999, tot en met september, ruim 2400. In Zwitserland werd in 1998 door ruim 2300 minderjarigen een aanvraag ingediend. In 1999 is dat aantal tot en met juni ruim 1100.
De heer Kamp vraagt hoe ik de situatie beoordeel. Er moet op zijn minst grondig gekeken worden naar het feit dat er al een aantal jaren sprake is van een aanzienlijke stijging en dat gebeurt ook. In die zin is het volkomen terecht dat mijn voorgangster gezegd heeft dat op basis van een analyse van de huidige stand van zaken gekeken moet worden naar nieuw beleid. Het is logisch dat ik dat vorig jaar oktober nog een keer heb gezegd. Zoals u weet, was ik toen van plan om betrekkelijk snel met een notitie te komen. Die notitie is verlaat en dat heb ik de Kamer ook meegedeeld, omdat er in maart vorig jaar sprake was van terechte commotie over de opvang van de AMA's. Dat is voor mij aanleiding geweest om onderzoek te entameren naar de taken van de opbouw. Ik heb om die reden ook gezegd dat ik de integrale AMA-notitie die ik in voorbereiding heb, wilde uitstellen tot het moment dat ik niet alleen beschikte over de resultaten van dat onderzoek maar die resultaten vervolgens ook in het beleid zou kunnen betrekken. Ik ging er toen van uit, dat ik die resultaten van het onderzoek begin september zou kunnen krijgen.
Tot mijn spijt is dat onderzoek opnieuw vertraagd. Op dit ogenblik heb ik die resultaten nog niet. Dat is dan ook de reden dat ik het aangekondigde beleidsstuk over AMA's nog niet heb. Ik was ook van plan deze week een brief aan uw Kamer te sturen met de mededeling dat het naar mijn mening niet zal lukken dat nog vóór het kerstreces te doen.
Waarom niet? Alle aspecten van het AMA-beleid moeten namelijk in hun onderlinge samenhang bekeken worden, dus zowel de toelating, als de opvang. Op dit moment vindt onderzoek plaats naar de opvang en de voogdij. De resultaten van dat onderzoek heb ik nog niet. Ik vind het daarom niet juist om nu bij wijze van shooting from the hip te gaan bekijken hoe het zit met de toelating.
Dat betekent niet dat er nog helemaal niets gebeurd is. Vanzelfsprekend vindt dat onderzoek plaats. Onlangs heeft er een conferentie plaatsgevonden opgezet door de stichting De opbouw, het COA en de jeugdhulpverlening. Ik heb zelf de afgelopen tijd enkele werkbezoeken afgelegd. Er wordt op het departement opnieuw onderzoek gedaan naar het beleid in andere landen van de Europese Unie omdat ook daar de zaken in ontwikkeling zijn.
De heer Kamp vraagt of er iets te zeggen valt over de oorzaak van de stijging van het aantal AMA's in Nederland. Die zijn niet direct aan te wijzen. Heel veel minderjarigen zijn afkomstig uit gebieden waar de veiligheid of de economische situatie niet gunstig is. Er zijn twee uitzonderingen. De belangrijkste is China. Dat heeft een sterk aandeel in AMA's, terwijl dat bij de gewone asielverzoeken veel minder is. Een ander land dat in dit verband van belang is, is Guinee. Daar komt ook een substantieel aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers vandaan. Verder gaat het om de landen waar ook veel andere asielzoekers vandaan komen. In vergelijking met een aantal maanden geleden is het beleid op een aantal punten veranderd. Zoals bekend, is het leeftijdsonderzoek hervat en is er een nieuwe werkinstructie uitgekomen. Die werkinstructie bepaalt onder meer dat aanvragen van evident meerderjarigen en personen die onjuiste gegevens hebben verstrekt omtrent hun identiteit en leeftijd in een versnelde procedure in het aanmeldcentrum kunnen worden afgedaan. Deze maatregelen zijn zeer recent genomen en dus is het nog te vroeg om de effectiviteit daarvan te beoordelen.
De heer Kamp heeft tot slot gevraagd binnen welke termijn en tot welk niveau ik de toestroom van alleenstaande minderjarige asielzoekers wil terugbrengen. Het zal duidelijk zijn dat ik deze vraag pas kan beantwoorden op het moment dat ik met die notitie kom. Zoals het er nu naar uitziet, komt het rapport van de inspectie jeugdhulpverlening in deze maand. Ik zal mijn uiterste best doen om zo spoedig mogelijk met de notitie te komen. Waarschijnlijk komt de notitie in de eerste maanden van het komende jaar.
De beraadslaging wordt geopend.
De heer Kamp (VVD)
De staatssecretaris heeft ons duidelijk gemaakt dat de beleidsnotitie - die hard nodig is, want in zeven jaar tijd is het aantal alleenstaande minderjarige asielzoekers vertienvoudigd - nog een paar maanden op zich laten wachten. Hij is namelijk bezig met een verfijning op het punt van de opvang. Maar de opvang is op dit moment het probleem niet. Het probleem is de onevenredig grote toestroom. De staatssecretaris heeft terecht de situaties in België, Engeland en Zwitserland genoemd. De aantallen liggen daar in absolute maar zeker ook in relatieve zin aanmerkelijk lager. Ik heb een aantal andere EU-landen genoemd, waar sprake is van aanmerkelijk lagere aantallen dan in Nederland. Belangrijke vraag is: wat is de oorzaak van het gegeven dat er zoveel alleenstaande minderjarige asielzoekers naar Nederland gaan? Dat aantal ligt hier veel hoger dan in andere landen. Die oorzaak moeten wij boven tafel hebben. Wat zijn precies de verschillen tussen Nederland en de EU-landen waar dat aantal zoveel lager ligt? Welke maatregelen kunnen er genomen worden? Wij moeten de zaak niet uitstellen, wij moeten niet bekijken wat er nog verbeterd kan worden in de opvang. Wij moeten de oorzaak wegnemen en ervoor zorgen dat dit probleem zich voor alle EU-landen in evenredige mate voordoet. Het is niet logisch dat Zweden nog geen 100 en Nederland 4500 à 5000 alleenstaande minderjarige asielzoekers binnenkrijgt. Het is niet goed dat de verschillen zo groot zijn.
De staatssecretaris moet in zijn notitie duidelijkheid geven over de aantallen die Nederland binnenkrijgt. Hij spreekt over ruim 3700 tot en met oktober. Het COA heeft tot en met september een aantal van 3800 geregistreerd. Er komen op dit moment 500 alleenstaande minderjarige asielzoekers per maand binnen. Dat betekent dat er dit jaar alleen al 5000 binnenkomen. Er is duidelijk sprake van een ernstige situatie die al anderhalf jaar geleden tot een aanpak had moeten leiden. Die aanpak had al tot resultaten kunnen leiden. Nu komt het bericht van de staatssecretaris dat wij nog enkele maanden hebben te wachten. Ik dien derhalve de volgende motie in, voorzitter.
De Kamer, Voorzitter Deze motie is voorgesteld door het lid Kamp. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund. De heer Kamp (VVD) De heer Wijn (CDA)
De heer Kamp heeft een bijzonder goede neus voor de ontwikkelingen op het ministerie. We horen nu dat de belofte van de staatssecretaris om voor het kerstreces met een notitie te komen inderdaad niet doorgaat. Hoe komt het dat de heer Kamp dit wist? Heeft hij daarover signalen ontvangen? De heer Kamp (VVD) De heer Wijn (CDA) De heer Kamp (VVD) De heer Wijn (CDA) De heer Kamp (VVD)
De heer Hoekema (D66)
Nu is de instroom van buitenlanders natuurlijk een belangrijk punt. De Kamer heeft hiervoor bij vele gelegenheden de aandacht van de staatssecretaris gevraagd, laatstelijk in het debat van oktober. Op 5 oktober heeft de collega van de heer Kamp de heer Niederer indringend aandacht gevraagd voor de cijfers over de instroom. Nogmaals, het is een belangrijk probleem. Daarom is het ook goed dat wij van de staatssecretaris een aantal antwoorden hebben gekregen. Mijn fractie vindt het van belang dat het onderzoek zo snel mogelijk wordt afgerond.
Voorzitter! Ik had mij voor kunnen stellen, dat men gisteren in bijvoorbeeld de commissie voor Justitie of wellicht in de vergadering van 4 november vragen had gesteld over de termijn waarop de notitie ter beschikking zou komen. Nu gebeurt dat bij deze interpellatie. Maar goed, de interpellatie is nu een feit. Laat ik die dan maar gebruiken om de staatssecretaris een paar vragen te stellen. De informatie die dat oplevert hebben wij dan bij de hand en dan kunnen wij over een paar weken - wat mijn fractie betreft: zo snel mogelijk - in den brede debatteren over de totale aanpak van het AMA-probleem.
Voorzitter! Kan de staatssecretaris nog iets zeggen over het succes van de begeleiding bij de huisvesting van de AMA's in die gevallen waarin voor het geven van die begeleiding reden is? Ik denk in dit verband aan de risicogroepen: de meisjes uit Nigeria, Sierra Leone, Soedan en Liberia. De staatssecretaris heeft in de beantwoording van de schriftelijke vragen van mevrouw Albayrak van de PvdA, de heer Wijn van het CDA, mevrouw Halsema van GroenLinks en mij in september op dit punt toezeggingen gedaan.
Wordt de problematiek van de AMA's ook in Europees kader behandeld? De top van Tampere was een betrekkelijk succes. Het is een probleem met een Europese dimensie. Nederland heeft het onderwerp van de mensensmokkel aan de orde gesteld, een onderwerp dat nogal eens iets met AMA's te maken heeft.
Bij röntgen- en botonderzoek blijkt 70% van de twijfelgevallen niet minderjarig te zijn. De instroom van dit jaar zal ongeveer 4000 bedragen. Hoeveel twijfelgevallen zullen daar volgens de staatssecretaris bij zijn? De heer Kamp (VVD) De heer Hoekema (D66) De heer Kamp (VVD) De heer Hoekema (D66)
Mevrouw Albayrak (PvdA)
Stuk voor stuk zijn dit gebeurtenissen die een grote invloed hebben op de uiteindelijke inhoud van de door de staatssecretaris toegezegde notitie. Het is dus best te begrijpen dat deze even op zich heeft laten wachten, wat niet wil zeggen dat dat een goede zaak is. De PvdA-fractie discussieert liever vandaag dan morgen over deze brede problematiek, maar dan wel in samenhang, met een zwaar accent op de bescherming van minderjarigen uit derde landen. In het algemeen overleg van 13 september is hier nogmaals over gesproken. Toen benadrukte de staatssecretaris dat hij ruimte en tijd nodig had. Als ik de staatssecretaris goed begrijp, dat wordt het nog iets later, maar dat neemt niet weg dat het toch langs deze weg moet gebeuren. Het plantje gaat echt niet harder groeien als je eraan trekt. De samenhang is van cruciaal belang wat ons betreft. Ik betreur het uitermate dat de fractie van de VVD op dit punt voor een uiterst eenzijdige benadering kiest, want zij legt het accent alleen op de instroom. De instroom is belangrijk. Het is belangrijk om te weten wat de landen om ons heen doen. Het is ook belangrijk om te weten hoe het asielbeleid van de landen om ons heen - dit staat nog niet op één lijn, kijkend naar het niveau van Europa - er uitziet en welke aantallen AMA's in welke groepen daar zijn terug te vinden. Ik vind dat de staatssecretaris op de vermoedens van de heer Kamp een genuanceerde reactie heeft gegeven. Hij heeft ook een aantal beweringen weerlegd. De heer Kamp (VVD) Mevrouw Albayrak (PvdA) De heer Kamp (VVD) Mevrouw Albayrak (PvdA) De heer Kamp (VVD)
De heer Wijn (CDA)
Wat bedoelt de staatssecretaris met de relatie tussen de instroom aan AMA's en de opvang en bescherming die wij bieden? Bedoelt de staatssecretaris dat, als wij een goede bescherming bieden, wij juist heel veel AMA's krijgen en dat het omgekeerde plaatsvindt als wij een minder goede bescherming bieden? Ik wil dat horen, voordat ik tot een politiek oordeel kom. De situatie van de West-Afrikaanse meisjes gaat ook het CDA aan het hart. Het blijft om minderjarigen gaan, om mensen en hun complexe materie. Dat willen wij niet in een rap tempo afhandelen.
In de notitie moet wel duidelijke informatie komen te staan over het land van herkomst en het EU-land waar de aanvraag plaatsvindt, onderscheiden naar 1997, 1998 en 1999. In statistisch opzicht heb ik een en ander momenteel ook niet op een rijtje. Staatssecretaris Cohen De heer Wijn (CDA) De heer Hoekema (D66) De heer Wijn (CDA) De heer Hoekema (D66) De heer Wijn (CDA)
Als dit interpellatiedebat, blijkbaar nodig om de coalitiepartners een beetje op te porren om tot overeenstemming te komen, de beleidsvoorbereiding, gevolgd door beleidsuitvoering weet vlot te trekken, dan is er wat gewonnen. Alle moties die dit weten te bereiken, krijgen de steun van de CDA-fractie. Mevrouw Albayrak (PvdA) De heer Wijn (CDA)
De staatssecretaris zegt nu weer dat wij het rapport de eerste maanden van 2000 zullen krijgen. Wil hij daaraan een deadline verbinden? Over dit onderwerp wordt al gesproken sinds 1997 en nog steeds is er geen beleid voor. Is hij het met mij eens dat dit gewoon niet kan? Dit is toch geen fatsoenlijk beleid voeren. Mevrouw Albayrak (PvdA) De heer Wijn (CDA) Mevrouw Albayrak (PvdA) De heer Wijn (CDA)
Staatssecretaris Cohen
Een integrale benadering is zo belangrijk omdat, zoals de heer Wijn zelf al heeft gezegd, de wijze van opvang en de wijze waarop de voogdij georganiseerd is, iets zeggen over de instroom. Er is echter meer dan dat. Ik kan mij voorstellen dat bij opvang van AMA's in Nederland nog eens goed wordt gekeken wat er in de eerste fase gebeurt. Waar is de eerste opvang op gericht? Is die erop gericht, de betrokkenen zodanig op te vangen dat zij in Nederland hun plaats kunnen vinden of is die erop gericht om, zoal bijvoorbeeld het geval is in Zweden, te traceren waar de betrokkenen vandaan komen? Als dat laatste een goede aanpak is, moeten wij goed kijken naar de eventuele vormgeving daarvan. De vorm van opvang is immers onmiddellijk van belang voor de verdere maatregelen die getroffen worden in het kader van de instroom. Zo zijn er allerlei relaties te leggen. Dat is voor mij dan ook reden om de zaak integraal te benaderen.
De heer Wijn spreekt van "rekken, rekken en rekken". Waarom zou ik willen rekken? Wie schiet daar iets mee op? Ik denk helemaal niemand en de AMA's nog wel het minst. De enige die iets opschiet met rekken is het CDA. Ik denk niet dat er voor mij ook maar een reden bestaat om te rekken. De heer Wijn (CDA) Staatssecretaris Cohen
Voorzitter! De heer Hoekema vraagt naar de risicogroepen. Ik heb de indruk dat het hierop gezette beleid tot verbeteringen heeft geleid. Wij moeten ons echter realiseren dat het hier gaat over misdrijven. Wij moeten ons uiterste best doen om voortdurend alert te blijven en de zaken zo goed mogelijk onder controle te krijgen.
De heer Hoekema vraagt tevens of er in Europees verband over de AMA-problematiek is gesproken. Dit onderwerp komt in werkgroepverband in de Europese Unie ter sprake. Dat is met name gericht op informatie- en gegevensuitwisseling. Ik heb gezegd dat dit niet eenvoudig is, omdat hiermee binnen Europa op zeer verschillende manieren wordt omgegaan.
De heer Hoekema vraagt naar het aantal twijfelgevallen. In oktober jongstleden is het aantal AMA's waarnaar een leeftijdsonderzoek is aangevraagd, vastgesteld op 888. Dat betekent dat het hier gaat om een percentage in de orde van grootte van 25.
De heer Kamp heeft gevraagd waarom het wachten is op het onderzoek. De opvang zou immers niet het probleem zijn. Het zou op dit punt alleen gaan om de verfijning van het beleid. Ik heb proberen duidelijk te maken dat het helemaal niet gaat om verfijning van het beleid. De opvang is daarnaast intussen een probleem geworden vanwege de aantallen.
Ik heb op grond van twee overwegingen de grootst mogelijke moeite met de motie van de heer Kamp. Ik heb reeds duidelijk gemaakt dat de termijn van een maand eenvoudigweg niet realistisch is vanwege de integrale benadering, waarvoor het rapport noodzakelijk is. Daarnaast is het onmogelijk om de motie uit te voeren, omdat daarin gevraagd wordt om met de te nemen maatregelen de toestroom op korte termijn tot in EU-verband evenredige proporties terug te brengen. Ik beschik echter niet over de gegevens van de EU. Niet overal in de EU wordt er op deze wijze geregistreerd. De heer Hoekema (D66) Staatssecretaris Cohen De heer Wijn (CDA) Staatssecretaris Cohen De heer Wijn (CDA) Staatssecretaris Cohen De heer Wijn (CDA)
Als de inspectie zich aan die afspraak houdt, is het zo ongeveer sinterklaas, dan gaat u twee maanden denken en is het zo ongeveer 5 februari en dan kunnen wij in de tweede week van februari iets van u verwachten! Staatssecretaris Cohen Mevrouw Albayrak (PvdA) Staatssecretaris Cohen Mevrouw Albayrak (PvdA)
Misschien is het ook nog zinvol om te toetsen aan de EU-resolutie over bescherming minderjarigen uit derdelanden. Misschien is het zinvol om ook te bezien hoeveel Europese landen zich aan die resolutie houden. Staatssecretaris Cohen
De beraadslaging wordt gesloten. Voorzitter Ik stel voor, aanstaande dinsdag over de ingediende motie te stemmen.
Daartoe wordt besloten.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst. |
|
|
(Colofon) hosted by |
© Layout and Text mailto: The Amsterdam Post |
The Amsterdam Post Only Words Only Wordy Only Worthy Free |