|
First Net Print, Friday, March 21, 2003
Handelingen
Tweede Kamer
Irak Debat
ONGECORRIGEERD
STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
2002-2003
50ste vergadering
Dinsdag 18 maart 2003
14.00 uur
De beraadslaging wordt geopend.
De heer Verhagen (CDA): Mijnheer De voorzitter. Terecht
onderstreepte de minister-president door een verklaring voorafgaande
aan dit debat het belang van dit moment. Wij spreken vandaag over een
mogelijke en waarschijnlijke oorlog tegen het regime van Saddam
Hoessein. Een standpunt hierover kan en mag niet lichtvaardig worden
ingenomen. Wij delen op zich ook de worsteling van de
minister-president. Namens de CDA-fractie wil ik in deze Kamer ook
graag ons standpunt uiteenzetten.
Vanaf het begin hebben wij in de discussies over Irak twee principiële
uitgangspunten gehad. Het eerste was dat massavernietigingswapens,
biologische of chemische wapens, in de handen van een dictator als
Saddam Hoessein een onacceptabel risico zijn. Dat is ook altijd de lijn
van de Verenigde Naties geweest. De afschuwelijke aanslagen van 11
september hebben bovendien nog eens duidelijk gemaakt dat
terroristische organisaties nergens voor terugdeinzen. Te allen tijde
moet worden voorkomen dat dit soort organisaties de beschikking over
dergelijke wapens krijgt. Het tweede uitgangspunt is dat de CDA-fractie
een maximale inspanning wenst om de dreiging op een vreedzame manier
weg te nemen. Een militaire dreiging is daarvan altijd een essentieel
onderdeel geweest. Omdat de Veiligheidsraad door middel van resolutie
1441 unaniem vanaf het begin Saddam Hoessein heeft laten merken dat het
dit keer ernst was zijn de wapeninspecteurs überhaupt Irak
binnengekomen. Kofi Anan, secretaris-generaal van de Verenigde Naties,
heeft dat nog eens onderstreept.
Helaas moeten wij nu constateren dat de grote politieke en militaire
druk niet genoeg is gebleken. Schoorvoetend heeft Saddam Hoessein een
paar stapjes gezet, maar van echte medewerking met de inspecteurs, laat
staat het daadwerkelijk vernietigen van de wapens is nog steeds geen
sprake. Na twaalf jaar en weer 100 dagen sinds het aanvaarden van
resolutie 1441 heeft Saddam Hoessein nog steeds niet aan de eisen van
de Verenigde Naties voldaan. Dat is nodig om te kunnen komen tot een
werkelijk duurzame vrede en veiligheid in die regio.
Terecht wees de minister-president erop dat uit het clusterdocument van
Blix naar voren is gekomen dat er sprake is van een duidelijk gebrek
aan medewerking van Irak. Gelet op het feit dat Saddam Hoessein
volstrekt onvoldoende meewerkt, is naar onze mening de conclusie van de
Verenigde Staten en anderen dat alleen bij vertrek van Saddam
daadwerkelijk gekomen kan worden tot ontwapening wel terecht. Ik vind
het ook buitengewoon jammer dat het niet gelukt is om te komen tot een
nieuwe resolutie die op een meerderheid van de Veiligheidsraad kon
rekenen. Het CDA heeft altijd gesteld dat een nieuwe resolutie
wenselijk was en wel om twee redenen. In de eerste plaats om door
middel van zo'n deadline-resolutie nog grotere militaire druk op te
bouwen zonder dat meteen hoeft te worden overgegaan tot het
daadwerkelijk voeren van een oorlog. In de tweede plaats om een
maximale poging te ondernemen om het internationale front, de
internationale gemeenschap onverdeeld te houden. In die zin betreuren
wij met het kabinet ten zeerste het ontbreken van die tweede resolutie.
Tegelijkertijd hebben wij gesteld dat een tweede resolutie niet
noodzakelijk was. Resolutie 1441 geeft reeds een legitimatie voor
ingrijpen als Irak niet ontwapent. Daar wordt op gedoeld met de
"serious consequences". Zeker de combinatie van de hele reeks
van resoluties -- 678, 687 en 1441, alle onder hoofdstuk VIII en met
inbegrip van de mogelijkheid van militair geweld aangenomen -- geeft
voldoende legitimatie voor militair optreden indien Irak zich niet
houdt aan zijn verplichtingen.
Die grote druk die langzamerhand door de internationale gemeenschap
is opgebouwd, blijkt op dit moment niet voldoende om Saddam Hoessein
alsnog van gedachten te veranderen. Dit betekent dat op een gegeven
moment een streep moet worden getrokken. Nu Saddam ook na die 100 dagen
sinds de aanvaarding van resolutie 1441 zijn laatste kans heeft niet
gebruikt, zijn de kansen op een vreedzame oplossing helaas verkeken.
Het uitgangspunt van het wegnemen van het risico, brengt de CDA-fractie
tot de conclusie dat wij onze steun moeten uitspreken voor die groep
landen die op basis van alle Irak-resoluties sinds 1991 de
verantwoordelijkheid op zich neemt om tot ingrijpen over te gaan om
daarmee de resoluties te kunnen afdwingen. Het huidige onvermogen tot
verdere besluitvorming in de Veiligheidsraad mag er niet toe leiden dat
Saddam Hoessein ongemoeid wordt gelaten.
De politieke steun van de CDA-fractie uit zich op meerdere manieren.
Allereerst door hier expliciet onze instemming uit te spreken.
De heer Marijnissen (SP): De heer Verhagen zei zojuist dat er een
juridische grondslag is in resolutie 1441 … .
De heer Verhagen (CDA): En de daaraan voorafgaande resoluties.
De heer Marijnissen (SP): … en de twee andere resoluties die hij
noemde. Daarna zei hij dat de Veiligheidsraad onmachtig bleek te zijn
om een beleid uit te stippelen en een beslissing te nemen. Is het
eigenlijk niet zo dat de meerderheid van de Veiligheidsraad het niet
eens is met de lijn van Bush? Is dit niet de reden dat de Verenigde
Staten en het Verenigd Koninkrijk hebben besloten om die resolutie toch
maar niet in te dienen, omdat dan manifest zou worden dat er geen negen
leden voorstander zijn van die resolutie en dat op zijn minst een lid
een veto zou uitspreken?
De heer Verhagen (CDA): In de resoluties die vooraf zijn gegaan aan
resolutie 1441 wordt - omdat zij in het kader van hoofdstuk 7 zijn
aanvaard -- duidelijk uitgesproken dat er voorwaarden worden gesteld
aan de ontwapening en de medewerking die daaraan wordt verleend. In de
tweede plaats wordt daarin uitgesproken dat zonodig militair geweld mag
worden ingezet om de resoluties af te dwingen. Er is een poging
ondernomen om die voorwaarden te verbinden aan een deadline-resolutie.
Ik schetste ook de redenen waarom de CDA-fractie daarvan voorstander
was. Volgens mij geef je echt het failliet van een organisatie als de
Verenigde Naties aan als je zou zeggen: nu er geen meerderheid is te
vinden voor een compromistekst met een dergelijke deadline in een
tweede resolutie, steken wij de handen in de lucht en negeren wij die
eerdere resoluties die het gebruik van militair geweld toestaan om de
uitvoering ervan af te dwingen. De consequentie van de redenering van
de heer Marijnissen zou zijn dat het niet naleven van de resoluties
door Saddam Hoessein geen gevolgen zal hebben, omdat hij ongemoeid
wordt gelaten.
Ik constateer met de heer Marijnissen dat er geen meerderheid in de
Veiligheidsraad is bereikt. Ik betreur dit ten zeerste, maar ik deel
niet zijn gedachte dat wij niets kunnen doen.
De heer Marijnissen (SP): Dit zal duidelijk zijn. Het gaat mij
echter om een antwoord op de vraag of het uit volkenrechtelijk oogpunt,
juridisch dus, wel snor zit. Ik ben ervan overtuigd dat dit niet het
geval is. Ik vind de omschrijving van de heer Verhagen van de positie
van landen als Rusland en Frankrijk eerlijk gezegd nogal ver gaan. Ik
geloof absoluut niet dat die landen hebben besloten om de handen in de
lucht te steken en Saddam Hoessein te laten voor wat hij is. In het
geheel niet. Zij zijn het echter inhoudelijk niet eens met Balkenende,
met Blair en met Bush om in dit stadium te besluiten tot een oorlog.
Dit is dus een impliciet besluit van de Veiligheidsraad. Is het daarom
niet eerder andersom: pleegt de Nederlandse regering samen met de
Amerikaanse en Engelse regering een aanslag op de Veiligheidsraad door
dit te miskennen?
Is het tot slot niet zo dat in de eerste plaats de indieners en
degenen die ervoor hebben gestemd, te weten de gehele Veiligheidsraad,
gaan over de interpretatie van resolutie 1441 en niet alleen de heer
Verhagen?
De heer Verhagen (CDA): Ook bij voorgaand ingrijpen, in 1998, is
heel duidelijk gesteld dat er op grond van de resoluties 687 en 678
voldoende legitimatie bestond om te komen tot militair ingrijpen. Het
gebruik van geweld ter afdwinging van deze resoluties was in de
resolutie opgenomen door het blote feit dat toen sprake was van
"serious consequences with all means" en doordat zij onder
hoofdstuk 7 zijn aanvaard. Als je een resolutie aanvaardt en daarbij
zegt dat je bij het niet nakomen ervan desnoods bereid bent om naleving
met militair geweld af te dwingen, maar later zegt dat je dat toch niet
doet, hol je de waarde van dit soort resoluties uit. Je wilt dan de
dreiging die van het mogelijk gebruik van militair geweld uitgaat, bij
voorbaat niet hanteren. Je kunt dan ook niet meer geloofwaardig dreigen.
De heer Marijnissen (SP): De heer Verhagen heeft resoluties nodig
van meer dan tien jaar geleden om het juridisch rond te breien. Er is
sindsdien waarlijk wel iets gebeurd, dacht ik zo! Met resolutie 1441 is
de internationale gemeenschap een bepaald diplomatiek proces ingegaan.
Er zijn inspecteurs naar Irak gegaan. Er is een zeer ingewikkelde
internationale situatie ontstaan, waarbij resolutie 1441 een cruciale
rol vervult. De gehele wereldgemeenschap was het daarover eens. Is het
niet zo dat de meerderheid van de Veiligheidsraad gaat over zijn eigen
resoluties en de interpretatie daarvan? De meerderheid van de
Veiligheidsraad zegt in dit stadium dat "serious
consequences" ofwel ernstige gevolgen niet meteen een deadline en
daarna een oorlog betekenen, maar wel het voortzetten van de inspecties
en het afbouwen van de bewapening van Saddam Hoessein. Is de heer
Verhagen niet met mij van mening dat de Veiligheidsraad gaat over de
interpretatie van die resolutie?
De heer Verhagen (CDA): Ik heb een politiek oordeel uit te spreken.
Als de Veiligheidsraad onmachtig is om invulling te geven aan eerder
door hem aanvaarde resoluties, wordt de gehele waarde van resoluties
van de Veiligheidsraad onderuitgehaald. Is de heer Marijnissen het mij
eens dat er een serieuze dreiging uitgaat van het regime van Saddam
Hoessein? Is hij het met mij eens dat Saddam Hoessein op grond van de
positie van de Verenigde Naties verplicht was om zelf te bewijzen dat
hij zou overgaan tot het vernietigen van biologische en chemische
wapens als antrax, zenuwgas en mosterdgas? Is hij met mij van mening
dat er, ook gezien de bevindingen van de inspecteurs, sprake is van
volstrekt onvoldoende medewerking van Saddam Hoessein en dat deze alle
resoluties en eisen van de internationale gemeenschap aan zijn laars
lapt? Is hij het met mij eens dat Saddam een grote potentiële dreiging
vormt voor de gehele regio?
De heer Marijnissen (SP): Ja, mijnheer Verhagen, ik vind Saddam
Hoessein een dictator. Ja, ik vind dat zijn massavernietigingswapens
weg moeten, net zo goed als zij weg moeten uit Amerika en uit alle
andere landen. Daar zijn wij het dus over eens. De heer Verhagen moet
evenwel niet weglopen voor het punt dat ik probeerde te maken. Ik ben
van mening dat de meerderheid van de Veiligheidsraad meer te zeggen
heeft over de internationale rechtsorde dan een land als Nederland of
landen als Amerika en Engeland. Deze landen kiezen voor een alleingang
in plaats van voor diplomatie binnen de Veiligheidsraad. Zij trekken op
een bepaald moment een eigen streep en trekken ten oorlog, ongeacht wat
Frankrijk, Duitsland, Rusland, Indonesië, China en andere landen
zeggen. Daar gaat het mij om.
De heer Verhagen (CDA): Ik loop absoluut niet weg voor die vraag. Ik
zeg alleen dat op het moment dat de Veiligheidsraad door verdeeldheid
onmachtig is om de naleving van de eigen resoluties af te dwingen, ik
dan begrip heb en steun uitspreek voor landen die zeggen dat zij zich
andere rechten voorbehouden om de naleving van deze resolutie af te
dwingen. Daarmee wordt ook invulling gegeven aan de eerdere
consequentie van die resolutie: het gebruiken van geweld om naleving af
te dwingen als er geen andere middelen resten.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): De heer Verhagen zegt steeds dat de
Veiligheidsraad onmachtig was. Dat verbaast mij nogal, want de
Veiligheidsraad heeft een vrij duidelijk signaal afgegeven. Hij heeft
namelijk gesteld dat de Verenigde Staten hun zin niet krijgen. Als ik
de heer Verhagen goed interpreteer, stelt hij dat de Veiligheidsraad
maar één mogelijkheid heeft, namelijk de Verenigde Staten volgen.
De heer Verhagen (CDA): Dat klopt niet.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Was er een alternatief voor de
Veiligheidsraad behalve het volgen van de Verenigde Staten? Was de raad
in alle andere gevallen onmachtig?
De heer Verhagen (CDA): De Veiligheidsraad heeft 100 dagen geleden
via resolutie 1441 uitgesproken dat hij zonodig geweld zal gebruiken om
naleving ervan af te dwingen. Op die manier moest zeker worden gesteld
dat Saddam Hoessein zou meewerken, dat hij zijn
massavernietigingswapens zou vernietigen en dat hij zou bewijzen geen
lak te hebben aan alles wat de Verenigde Naties hebben gezegd.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Het zou wel aardig zijn als ik een
antwoord kreeg op mijn vraag. Volgens mij kan maar één orgaan
vaststellen dat resolutie 1441 is geschonden en dat is de
Veiligheidsraad zelf. Hij bepaalt of de eis van ontwapening wezenlijk
is geschonden. De raad concludeerde evenwel bij meerderheid dat daarvan
geen sprake is. Wie is nu de weg kwijt?
De heer Verhagen (CDA): Die conclusie heeft de Veiligheidsraad niet
getrokken. Integendeel, ook in de debatten over het clusterdocument is
overduidelijk aangetoond dat er sprake is van een material breach,
oftewel het niet-naleven van resolutie 1441. De laatste kans die Saddam
Hoessein had om op een vreedzame wijze mee te werken heeft hij niet
gegrepen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Hoe komt u erbij dat er sprake is van
een material breach, oftewel in gewone mensentaal: een wezenlijke
schending van de eis om te ontwapenen? De Veiligheidsraad komt niet tot
die conclusie en het hoofd van de wapeninspecties Blix ook niet.
De heer Verhagen (CDA): Het document van Blix is ons voorafgaande
aan het debat uitgereikt. Als u het naleest, moet u evenals ik
concluderen dat aan de eisen die in de resoluties zijn gesteld,
volstrekt onvoldoende wordt voldaan.
Voorzitter. Voordat ik werd geïnterrumpeerd, stond ik voor de vraag op
welke wijze wij onze steun zouden moeten geven. Wij moeten onze
instemming uitspreken met de positie die een aantal landen heeft
ingenomen. Wij moeten ook voortgaan met de stappen die de regering met
onze instemming heeft gezet. Daarbij valt uiteraard te denken aan het
voortzetten van de bescherming van de Turkse bevolking met onze
Patriot-eenheden. Ook valt te denken aan het blijven verlenen van host
nation support. Dat is het voor Britten en Amerikanen openstellen van
onze havens, vliegvelden en wegen. Wij gaan ervan uit dat de bijdragen
die Nederland nu levert, worden voortgezet. Aanvullende verzoeken
hebben ons tot op dit moment niet bereikt. In het geval dat ze nog
komen, zal de CDA-fractie in ieder geval positief reageren op verzoeken
tot het aflossen van Amerikaanse troepen bij reeds bestaande
vredesoperaties, de zogenaamde backfill. Operaties zoals die in Bosnië,
Kosovo en Afghanistan mogen immers niet in gevaar komen door de te
verwachten militaire operatie in Irak. Met een brede basis heeft de
Kamer besloten tot deelname aan verschillende operaties. Ik denk
daarbij aan de voornoemde operaties. De noodzaak van een geloofwaardige
vervulling van deze operaties geldt nog steeds. Wat ons betreft is het
absoluut noodzakelijk dat Nederland indien gewenst een aanvullende
bijdrage levert om daarmee de bevolking in Bosnië, Kosovo en
Afghanistan en de regering in Afghanistan te kunnen blijven beschermen.
Dat was immers het doel van de vredesoperaties.
De heer Zalm (VVD): Is de heer Verhagen het eens met de passage in
de brief waarin staat dat Nederland in ieder geval geen enkele actieve
militaire bijdrage levert?
De heer Verhagen (CDA): Militaire verzoeken zullen wij natuurlijk op
hun eigen merites beoordelen. Ik heb gesteld dat deze op dit moment
niet aan de orde zijn, omdat ons doodsimpel niets is gevraagd. Het is
de vraag of zulke verzoeken nog aan de orde zullen komen, omdat de
opbouw in de regio inmiddels is voltooid. Er staan ruim 250.000
militairen klaar. Als daar een Nederlandse bijdrage aan noodzakelijk
was geweest, dan had ons dat verzoek al bereikt. Bij een verzoek om
actieve participatie -- dat is een lijn die wij in de Tweede Kamer
steeds naar voren hebben gebracht -- staat voor ons voorop dat een
inzet van Nederlandse militairen moet kunnen rekenen op een breed
draagvlak, ook in de Tweede Kamer. Dat is nog eens temeer noodzakelijk
als er sprake is van een demissionair kabinet. Dit soort besluiten kun
je mijns inziens niet nemen met vijftig plus één. Ook de VVD-fractie
heeft in het verleden deze lijn altijd gekozen. Dat is voor mij een
zeer essentieel element, dat ook in de brief van het kabinet naar voren
is gekomen. Bij dit soort besluiten en bij het type debat dat wij
vandaag voeren, moet je streven naar een zo breed mogelijk draagvlak in
de Tweede Kamer en niet alleen de zaak op scherp zetten zoals de heer
Zalm dat doet door deze vraag te stellen. Ook Minister Kamp heeft
duidelijk aangegeven, zo las ik in een ANP-berichtje voorafgaande aan
dit debat, dat hypocrisie en dat militaire bijdrages überhaupt niet
aan de orde zijn, aangezien niemand ons een vraag heeft gesteld.
De heer Zalm (VVD): Voorzitter. Ik zie verschil tussen "als
niemand ons iets vraagt, dan doet het probleem zich niet voor" en
de brief van het kabinet. Daarin is het niet een kwestie van
constateren dat ons niets gevraagd wordt, maar wordt als beleidslijn
uitgegeven dat wij in ieder geval -- wat ons ook gevraagd wordt aan
militaire bijdragen -- het niet zullen doen. Dat is een beleidslijn die
ik nogal laf vind. Je verleent politieke steun aan de VS en zegt
tegelijkertijd op voorhand: wat jullie ons ook vragen, wij zeggen in
ieder geval nee. Dat is een halfslachtigheid die ik niet waardeer.
De heer Verhagen (CDA): Ik heb net aangegeven waar de CDA-fractie
staat, ook in relatie tot bijvoorbeeld de Patriots of de zogenaamde
backfill bij bestaande operaties. Ik ben zeer duidelijk geweest in hoe
wij daar tegenover staan. Ten aanzien van het actief deelnemen aan
militaire activiteiten in Irak moet je gelet op de ernst van dergelijke
besluitvorming hoe dan ook kunnen rekenen op een breed draagvlak in het
parlement, op brede steun. Dat hebben wij ook in het verleden gedaan.
Toen wij bijvoorbeeld over onze militaire deelname in Kosovo spraken,
hebben wij ook gesteld dat het mogelijk is dat een enkele partij of een
kleinere fractie in de Tweede Kamer haar steun daaraan onthoudt, maar
dat het absoluut onwenselijk zou zijn als Nederlandse militairen werden
uitgezonden die niet kunnen rekenen op een breed draagvlak in de Tweede
Kamer.
De heer Zalm (VVD): Voorzitter. Voor het meten van dat draagvlak zou
je toch eerst als CDA-fractie een eigen positie moeten kiezen. Dan
kunnen wij pas tellen hoe het met het draagvlak zit.
De heer Verhagen (CDA): Dat heb ik toch gedaan!
De heer Zalm (VVD): Uw positie is een beetje onhelder. U zegt niet
wat u zelf wilt en u maakt zich afhankelijk van wat andere partijen
willen. Dat vind ik geen heldere politiek.
De heer Verhagen (CDA): Als de minister van Defensie stelt dat die
vraag niet aan de orde is, omdat ons geen vraag gesteld is...
De heer Zalm (VVD): Het gaat om de beleidslijn.
De heer Verhagen (CDA): Ik kan hier allerlei hypotetische discussies
voeren, maar ik denk dat de opties die ik geschetst heb aan de orde
zijn dan wel kunnen komen. Als wij hier in alle ernstigheid en zwaarte
zo'n debat als vandaag voeren, moet een politieke partij haar
stellingname duidelijk maken ten aanzien van reëele opties en niet in
allerlei hypothetische situaties vervallen.
De heer Van der Vlies (SGP): Voorzitter. Ik heb het CDA tot nu toe
in dit debat zo begrepen dat als Saddam Hoessein niet zou luisteren
naar resolutie 1441, dan zou Nederland gehouden zijn om, met steun van
het CDA, militair en politiek verantwoordelijkheid te nemen voor een
militaire interventie in Irak. Zo heb ik de CDA-fractie begrepen, maar
de heer Verhagen straalt nu een andere houding uit. Wat is er intussen
gebeurd?
De heer Verhagen (CDA): Zoals ik tegen de heer Zalm heb gezegd, zijn
wij van mening dat de resolutie en de eisen inzake ontwapening en
medewerking door Saddam Hoessein niet worden nagekomen. Derhalve
spreken wij onze steun uit aan de landen die op een andere wijze,
namelijk met behulp van militaire middelen, de naleving van deze
resolutie zullen afdwingen. Bovendien heb ik gezegd dat de CDA-fractie
op dit punt niet alleen haar politieke steun onderstreept door
instemming, maar dat dit ook consequenties zal hebben. De eventuele
consequenties heb ik geschetst. Ook heb ik het standpunt van de
CDA-fractie verwoord.
De heer Van der Vlies (SGP): Met permissie, de heer Verhagen slaat
in zijn redenering een fase over. Hij verwoordt steun van de
CDA-fractie aan de landen, die met behulp van militaire middelen
naleving van de resolutie zullen afdwingen. Hij heeft zojuist echter
ook steun uitgesproken voor de uiteindelijke stellingname van de
regering, die, ruw samengevat, tweepolig is: politieke steun, maar geen
militaire bijdrage. De heer Verhagen slaat even iets over. Ik heb nu
juist tot en met dit debat gedacht en gehoopt dat dit door de
CDA-fractie werd gesteund en dat er dus een verschil zat tussen hetgeen
de CDA-fractie steeds heeft bepleit en de regering nu verdedigt. De
heer Verhagen weet heel goed waar het over gaat. De CDA-fractie zou de
verantwoordelijkheid nemen voor een onverhoopt noodzakelijke militaire
interventie. Ik heb de CDA-fractie nooit horen reppen over een
draagvlak. Natuurlijk is dat niet irrelevant. De houding van de
CDA-fractie was vanuit zichzelf helder. Dit heeft de heer Zalm reeds
gesteld.
De heer Verhagen (CDA): Dit zou aan de orde zijn, als het aan de
orde was, met andere woorden: als er een verzoek was gedaan. Zelfs al
was er een verzoek gedaan, dan nog vind ik dat daarmee moet worden
ingestemd door de regeringspartijen, maar zeker ook door de grootste
oppositiepartij. De CDA-fractie heeft meermaals in de discussie die wij
in het verleden hebben gevoerd, naar voren gebracht dat feitelijke
oorlogsvoering alleen mogelijk is op basis van een breed draagvlak. Dit
is de lijn die door meerdere fracties sinds jaar en dag wordt
voorgesteld. Derhalve kan ik ook op dit punt de redenering van de
regering volgen. Ik vind dat de hele discussie zelfs niet aan de orde
is, gelet op het feit dat de vraag om steun ons niet gesteld is. Zo die
vraag aan de orde komt, vind ik dat je hoe dan ook een breed draagvlak
moet hebben.
De heer Van der Vlies (SGP): Ik stel niet dat het draagvlak
onbelangrijk is. Laat ik uw woorden als volgt samenvatten:
verondersteld dat er een verzoek komt tot militaire steun, dan vindt de
CDA-fractie dat die onder de gegeven omstandigheden geboden moet worden.
Vervolgens zal de CDA-fractie zich inzetten om daarvoor een draagvlak
in het parlement te vinden.
De heer Verhagen (CDA): Eventuele verzoeken zullen wij steeds op hun
eigen merites beoordelen.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Mijn vraag sluit aan bij de laatste
opmerking van de heer Verhagen. Mij is opgevallen dat er op z'n minst
een verschil in accent is tussen de formulering die de minister van
Buitenlandse Zaken in de brief gebruikt, dat geen eigen actieve
militaire bijdrage zal worden geleverd, en de verklaring van de
minister-president vanmiddag, dat het kabinet daar niet toe heeft
besloten. Wij zullen straks aan de regering vragen wat het dichtst bij
het regeringsstandpunt komt en of daar licht tussen zit. Mijn vraag aan
de heer Verhagen is bij welke van de twee formuleringen hij zich het
beste thuis voelt. In de ene wordt het voor de toekomst uitgesloten: er
zal geen bijdrage worden verleend. In de andere is er vooralsnog niet
toe besloten.
De heer Verhagen: Ik ga niet in op de vraag aan de regering. Daar
gaat de regering zelf over. De leden van het kabinet gaan daar over. De
stellingname door de fractie van het CDA is gebaseerd op de verklaring
die door de minister-president in de Tweede Kamer is afgelegd, in
combinatie met de brief. Ik kan wederom herhalen wat ik heb gezegd.
Zoals wij dat altijd doen zullen wij enerzijds ieder militair verzoek
op de eigen merites beoordelen. Anderzijds heeft het weinig zin om over
vragen die op dit moment niet aan de orde zijn een discussie te voeren.
Aangezien er nu geen verzoek ligt, is dat derhalve niet aan de orde.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Die vraag is natuurlijk wel aan de
orde op het moment waarop in de brief van de regering aan de Kamer op
dit cruciale punt staat dat geen eigen actieve militaire bijdrage zal
worden gegeven. Mijn vraag is dan aan u relevant of dit de instemming
van de CDA-fractie heeft. Of voelt u zich beter thuis bij de
formulering: er is nog geen verzoek, het kabinet heeft daartoe nog niet
besloten, maar u sluit dit voor de toekomst niet uit?
De heer Verhagen (CDA): Ik kan mij goed vinden in de redenering van
het kabinet dat een eigen militaire bijdrage niet aan de orde is, omdat
er geen verzoek is gedaan.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Dat schiet er langs.
De heer Verhagen (CDA): Dat schiet er niet langs.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Mijn vraag is niet wat er had
kúnnen staan, mijn vraag is of u zich in de formulering in de brief
kunt vinden. Het is een cruciale brief, ook als het gaat om een eigen
actieve militaire bijdrage. Mijn simpele vraag aan u, als woordvoerder
van de CDA-fractie, is of u zich in de formulering dat geen eigen
actieve militaire bijdrage zal worden verleend kunt vinden.
De heer Verhagen (CDA): Ik kan mij vinden in het gegeven dat er geen
eigen actieve militaire bijdrage zal worden geleverd, gelet op het feit
dat er geen verzoek is gedaan.
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Dan mag mijn gevolgtrekking op dit
punt zijn dat de CDA-fractie de conclusie van de regering met een eigen
nuancering voor haar eigen rekening neemt. Dat is dan in ieder geval
duidelijk.
De heer Dittrich (D66): De heer Verhagen heeft wel eens gezegd dat
regeren vooruitzien is. Er is een duidelijke vraag gesteld over een
actieve bijdrage: ja of neen. De regering zegt: neen, dat doen wij niet.
De heer Verhagen antwoordt echter voortdurend dat een dergelijk verzoek
niet gedaan is. Daar zit een verschil tussen. De regering heeft al, zie
de brief, besloten om dit niet te doen. Mijn vraag is: ondersteunt u
het regeringsstandpunt onverkort of blijft u zeggen dat het verzoek
niet gedaan is, dat het daarom niet aan de orde is en dat u er daarom
niet over praat?
De heer Verhagen (CDA): Het verzoek is niet gedaan; derhalve steunen
wij de regering.
De heer Dittrich (D66): Het is van tweeën een: steunt u de passage
in de brief -- zie de allerlaatste pagina -- waarin de regering zegt:
wij zullen zelf geen actieve militaire ondersteuning bieden?
De heer Verhagen (CDA): Wij steunen de regering.
De heer Dittrich (D66): U zei zojuist dat de vraag niet aan de orde
is en dat u zich daarom er niet over uitlaat. U moet echt wat meer doen.
U bent de fractievoorzitter van de grootste regeringspartij….
De heer Verhagen (CDA): Zo is dat!
De heer Dittrich (D66): U moet niet alleen zeggen dat er straks
misschien een draagvlak uit de lucht komt vallen. U moet duidelijkheid
scheppen. Er ligt een brief van het kabinet. Wat wil de grootste
regeringsfractie?
De heer Verhagen (CDA): Ik meen dat het buitengewoon duidelijk is
waar de CDA-fractie staat. Wij steunen op dit punt de regering en niet
alleen op dit punt. Ik merk op dat de CDA-fractie zich buitengewoon
goed kan herkennen in wat in de brief naar voren is gebracht. Het gaat
met name om de manier waarop de minister-president in de verklaring
heel duidelijk heeft gemaakt dat, als het gaat om de keuze tussen
Saddam of Bush en Blair, die steun onvoorwaardelijk is. Als de heer
Dittrich hier verder spelletjes wil spelen, moet hij dat doen, maar ik
vind niet dat de aard van dit debat zich daarvoor mag lenen.
De heer Dittrich (D66): Ik maak er bezwaar tegen dat de heer
Verhagen de Kamer verwijt spelletjes te spelen. Wij vragen gewoon om
opheldering van het standpunt van de CDA-fractie. Ik wil de heer
Verhagen dus nog eenmaal deze vraag stellen: sluit het CDA uit dat een
verzoek om militaire steun wordt verleend?
De heer Verhagen (CDA): Voorzitter, als de heer Dittrich wil
luisteren naar wat ik zeg.
De heer Dittrich (D66): Ik luister zo goed dat ik daarom die vraag
stel.
De heer Verhagen (CDA): Het is duidelijk waar de CDA-fractie staat.
Zij zegt dat zij zich kan vinden in het standpunt van het kabinet dat
er geen militaire bijdrage wordt geleverd om de doodeenvoudige reden
dat dit verzoek niet is gedaan en dat dit dus nu niet aan de orde is.
Ik heb ook duidelijk aangegeven dat ieder verzoek om militaire bijstand
op zijn eigen merites zullen beoordelen. Ook voor de CDA-fractie geldt
dat een verzoek om deelname van Nederlandse militairen aan dit soort
operaties moet kunnen rekenen op een breed draagvlak in de Kamer.
De heer Marijnissen (SP): Ik wil daarbij aansluiten. Het is
duidelijk dat de CDA-fractie zich voegt achter het standpunt van het
kabinet.
Maar nu iets over het draagvlak, mijnheer Verhagen. U heeft breed
uitgedragen de solidariteit met de politiek van Bush en Blair. Is het
dan niet wat laf om bij punt twee af te haken? U zegt dat politieke
steun wordt gegeven en dat u vervolgens afwacht of wij gevraagd worden.
Zou het niet van meer solidariteit getuigen met degenen die u voorgaan,
als u niet afwacht, maar Washington vraagt wat men wil hebben en dat
ook aanbiedt?
De heer Verhagen (CDA): Ik vind het onvoorstelbaar dat nota bene de
heer Marijnissen mij een dergelijke vraag stelt. Het is nota bene de
heer Marijnissen die iedere keer heeft gezegd dat zijn fractie nooit
het gebruik van militair geweld zal goedkeuren, wat er ook gebeurt,
welke resolutie er ook komt en welke stappen ook worden gezet. Ik vind
dat hij de laatste moet zijn die mij een dergelijke vraag stelt. Met
alle respect voor zijn standpunt, maar ik verwacht ook respect voor
mijn standpunt.
De heer Marijnissen (SP): "Met alle respect". Het zijn van
die dooddoeners, maar intussen. Met alle respect dus ook van mijn kant,
maar als Saddam Hussein het in zijn hoofd had gehaald een offensieve
oorlog te beginnen, weet ik nog zo net niet of klopt wat u zei,
mijnheer Verhagen. Dan was er namelijk een andere situatie geweest. Dat
is namelijk de situatie waarin het volkenrecht wel legitimeert dat men
de wapens grijpt om zich te verdedigen. Dat is een heel andere
discussie.
Het gaat mij om de vraag of het wel consistent is. Niet voor niets is
er veel onduidelijkheid onder de Nederlandse bevolking over het
standpunt van de Nederlandse regering. Het is niet voor niets dat zo
velen dat vermoedden wat gisteren wereldkundig is gemaakt door de
minister-president en vandaag is herhaald in de brief en de verklaring
van de minister-president, dat er sprake is van coalitiebesprekingen. U
heeft ook gerefereerd aan het draagvlak in de Kamer in verband met het
uitzenden van militairen. Misschien mag ik u het volgende vragen. De
minister-president heeft gesproken over het draagvlak onder de
bevolking. Het draagvlak onder de bevolking is 23% in het geval van
politieke steun en 13% in het geval van militaire steun, minimaal.
Vervolgens zegt u over militaire steun dat daarvoor instemming van de
grootste oppositiepartij moet zijn. Dat is nu de Partij van de Arbeid.
Wij weten dat de Partij van de Arbeid daarmee niet zal instemmen. Maakt
u daarmee nu ook uw politieke steun afhankelijk van de positie van de
grootste oppositiepartij? Dan zouden wij namelijk zaken kunnen doen.
De heer Verhagen (CDA): Absoluut niet. Ik heb hier uitgesproken dat
wij politieke steun geven. Dat is overduidelijk. Die afweging maakt de
CDA-fractie hier zelfstandig op basis van de dreiging die van Saddam
Hoessein uitgaat en het niet naleven van de VN-resoluties.
De heer Marijnissen (SP): De heer Verhagen heeft terecht gezegd dat
dit geen debat is dat zich leent voor spelletjes. Dit is echter ook
geen debat dat zich leent voor opportunisme. Dit is ook een debat van
klip en klare taal. Het gaat hier over oorlog en vrede; het gaat hier
over leven en dood. U heeft gezegd dat er sprake moet zijn van
draagvlak, als wij militairen uitzenden. De minister-president zei
erbij "onder de bevolking", maar in elk geval moet er
draagvlak zijn in de Kamer. Dat is er niet met 50% plus 1. Als u
consistent redeneert en als het gaat over politieke steun aan diezelfde
oorlog, mag ik toch vragen of u relevant vindt wat de grootste
oppositiepartij zegt.
De heer Verhagen (CDA): Uiteraard is het relevant. Alles wat hier
wordt gezegd, is relevant. Wat u hier zegt, is ook relevant. Aangezien
wij hier ook spreken over stellingnames, maak ik duidelijk waar de
CDA-fractie staat.
De heer Marijnissen (SP): Als De heer Verhagen het zo breed
onderbouwt en vanuit zijn optiek zegt dat deze oorlog een
gerechtvaardigde oorlog is -- de minister-president zei zelfs "in
naam van recht en vrede" -- vind ik het raar dat de CDA-fractie zo
moeilijk doet over het uitzenden van militairen. Vervolgens heeft de
heer Verhagen een escape, namelijk dat een grote meerderheid in de
Kamer dat moet steunen. En dan is het opportuun als ik aan de heer
Verhagen vraag hoe het zit met de politieke steun? Ik zou dan zeggen
dat het relevant is dat een grote meerderheid in de Kamer dat steunt. U
weet dat dit niet het geval is, als de PvdA-fractie zich direct
tenminste duidelijk uitspreekt.
De heer Verhagen (CDA): Dit is geen escape. Dit is hetgeen wij hier
ook op basis van het toetsingskader voor uitzending van de Nederlandse
militairen altijd in overgrote meerderheid hebben vastgesteld. Naast
een aantal elementen die altijd gewogen moeten worden voordat de
CDA-fractie instemt met deelname van Nederlandse militairen, staat in
dat toetsingskader ook dat moet worden gestreefd naar een zo groot
mogelijk draagvlak. Dat toetsingskader is hier zelfs unaniem
vastgesteld.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Voorzitter.
De heer Verhagen (CDA): Voorzitter. Een nieuwe interruptie voor
mevrouw Halsema lijkt mij …
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Volgens mij ben ik degene die de
vragen aan u stelt en niet u aan mij.
De voorzitter: Volgens mij ben ik degene die het wel of niet
toestaat. Het woord is aan mevrouw Halsema.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Dank u wel, voorzitter.
De heer Verhagen (CDA): Als wij hier in dezelfde ronde drie keer de
mogelijkheid moeten geven…
De voorzitter: Dat bepaal ik, mijnheer Verhagen. Mevrouw Halsema
heeft het woord.
De heer Verhagen (CDA): Dat begrijp ik, voorzitter. Maar ik kan dat
wel vinden.
De voorzitter: Wilt u zich hier gewoon volgens de regels van het
spel gedragen?
De heer Verhagen (CDA): Ja, ik zal het Reglement van Orde erbij
nemen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Een tikje defensief is het overigens
wel, mijnheer Verhagen, maar dat daargelaten. Ik wil het inderdaad nog
een keer proberen. U schept niet de noodzakelijke helderheid. Voordat
het interruptiedebat losbarstte, zei u namelijk dat een meerderheid van
50% plus een onvoldoende was voor een actieve bijdrage. Dat lijkt mij
terecht. De vraag is of het CDA steun zal geven aan een actieve
bijdrage aan een oorlog, als die steunt op een meerderheid van het CDA,
de VVD en de LPF. Dat is namelijk een realistische mogelijkheid; dat
kan zelfs per motie ontstaan.
De heer Verhagen (CDA): Ik heb gezegd dat wij politieke steun
uitspreken die meer inhoudt dan alleen een woord. Wij ondersteunen
activiteiten die in het kader van host nation, verdediging van
bondgenoten en backfill noodzakelijk zijn. Die stellingname is niet zo
gebonden aan het toetsingskader en aan de noodzaak van een meerderheid
van 75% of een zo groot mogelijk draagvlak. Gelet op de ernst van de
situatie waarvoor wij op dit moment staan, vind ik wel dat de
stellingname van het kabinet zou mogen rekenen op een zo groot
mogelijke meerderheid in de Kamer.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Dat begrijp ik, maar daarmee zegt u
eigenlijk dat voor backfill, wat ook militaire ondersteuning is, niet
de steun nodig is van de grootste oppositiepartij op dit moment en de
waarschijnlijke coalitiepartij van het CDA.
De heer Verhagen (CDA): Voor backfill heb je natuurlijk ook
feitelijke instemming nodig. Voor de uitzending van Nederlandse
militairen zal hetzelfde gelden. Ik doe een klemmend beroep op alle
partijen in de Kamer om politieke steun uit te spreken voor
voortzetting van de lijn van Patriots, host nation en backfill, als dat
aan de orde komt. Dat is van groot belang.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Dat betekent dus dat politieke steun
voor u ook militaire steun is in de zin van backfill, dat u wenst dat
de regering er op die manier uitleg aan geeft en dat u ook wenst dat de
PvdA-fractie dat steunt.
De heer Verhagen (CDA): Ik ga ervan uit dat die fracties die eerder
Nederlandse deelname aan ISAF, aan Enduring Freedom en aan de operaties
in Bosnië steunden er belang bij hebben dat die operaties kunnen
worden voortgezet. Wij vonden dat zo nodig; dat was ook de reden waarom
wij instemden met de uitzending van Nederlandse militairen.
Voorzitter. Het is duidelijk dat de bevolking van Irak al jaren onder
een dictatoriaal regime lijdt. Schendingen van de mensenrechten zijn
aan de orde van de dag en het gebruik van massavernietigingswapen tegen
de eigen bevolking wordt niet geschuwd. Honger en martelingen zijn aan
de orde van de dag, terwijl Irak vroeger een welvarend land was. In de
periode na militair ingrijpen zal alle aandacht en inspanning gericht
moeten zijn op de heropbouw van het land, wat wij in gezamenlijkheid
zullen moeten doen in het verband van de Europese Unie en van de
Verenigde Naties. Die samenwerking kan een bijdrage leveren aan de
wederopbouw. Daarom moeten wij nu reeds initiatieven nemen. Wij steunen
op dat punt de inzet die het kabinet heeft gekozen.
Mijn laatste aandachtspunt betreft de interne situatie in Nederland.
Ik doel dan op de mogelijkheid van interne spanningen tussen
bevolkingsgroepen en op een mogelijke discussie over de interne
veiligheid. Ik vraag het kabinet om het uiterste te doen om zowel ten
aanzien van de interne veiligheid als op het punt van het voorkomen van
interne spanningen, nu reeds stappen te zetten. Dat vraagt ook een
actieve houding richting bevolkingsgroeperingen die zich in Nederland
bevinden, want ook in discussies die nu reeds op sites, chatboxen en
dergelijke worden gevoerd bemerk je al de dreiging van een mogelijke
potentiële spanning. Ik vraag de betrokken bewindslieden bijzondere
aandacht voor dit aspect, opdat in de contacten met organisaties van
minderheden en verschillende bevolkingsgroepen in ons land er het
uiterste aan gedaan wordt om spanningen in ons land op dat punt te
voorkomen.
De heer Marijnissen (SP): In dit stadium is het mijns inziens
onvermijdelijk om een relatie te leggen tussen de kabinetsformatie en
de rol van de oorlog. Acht u het denkbaar dat u en de PvdA het eens
worden over de te volgen koers nu, maar ook die van straks als er een
nieuw kabinet is?
De heer Verhagen (CDA): Voorzitter. De onderhandelingen vinden
elders plaats, zoals u weet, maar het is natuurlijk overduidelijk dat
ik van mening ben dat het mogelijk is om met elkaar tot overeenstemming
te komen op dat punt. Als ik dat niet was, zouden er überhaupt geen
onderhandelingen plaatsvinden. Verder is het duidelijk dat er ten
aanzien van het internationale beleid sprake dient te zijn van common
sense, dus dat er een gemeenschappelijke positie moet worden ingenomen
die in ieder geval steun geeft aan het beleid dat een toekomstig
kabinet op dit punt moet voeren.
|