|
|
First Net Print, Friday, March 21, 2003
Handelingen
Tweede Kamer
Irak Debat
ONGECORRIGEERD
STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
2002-2003
50ste vergadering
Dinsdag 18 maart 2003
14.00 uur
De heer Van der Vlies (SGP): Mijnheer De voorzitter. Maandenlang
hebben wij regelmatig gedebatteerd over Irak en steeds bestond de hoop
dat een oorlog kon worden voorkomen. Vandaag moeten wij met pijn in het
hart vaststellen dat die oorlog helaas onvermijdelijk is. Deze
vaststelling vraagt een duidelijke stellingname van de regering en alle
Kamerfracties ten aanzien van een militair optreden.
Saddam Hoessein is wezenlijk tekortgeschoten bij het nakomen van de
verplichtingen die hem in de VN-resoluties zijn opgelegd. Dat geldt
zowel voor eerdere resoluties als voor resolutie 1441, de
"resolutie van de laatste kans". In die resolutie is
duidelijk opgenomen dat er sprake is van "material breach",
wanneer Irak de verplichting niet nakomt om accuraat, onmiddellijk en
volledig te rapporteren. Helaas is volgens het patroon van de afgelopen
jaren opnieuw gebleken dat Bagdad niet voor recht en rede vatbaar is,
maar slechts voor daadwerkelijk machtsvertoon. Het eindoordeel is dat
Irak de opgelegde verplichtingen wezenlijk heeft geschonden. Het is de
eerste keer dat zowel het kabinet als mijn fractie tegelijkertijd tot
dit oordeel komt.
De afgelopen maanden is geprobeerd, een eindoordeel uit te stellen en
een zo groot mogelijke laatste kans te bieden. Ook wij hoopten dat de
inspecties succesvol zouden zijn en dat een oorlog kon worden
voorkomen. Een laatste kans kan echter, op straffe van verlies van
geloofwaardigheid, niet eindeloos worden opgerekt of herhaald. Laten
wij niet vergeten dat resolutie 1441 Saddam Hoessein gebood om binnen
30 dagen volledige opening van zaken te geven. Inmiddels zijn wij
ongeveer 120 dagen verder.
De SGP-fractie heeft steeds gezegd dat het met het oog op een breed
internationaal draagvlak wenselijk was dat de Veiligheidsraad
eensgezind een vervolgresolutie op resolutie 1441 aannam. Helaas is van
die eensgezindheid geen sprake geweest. Het uitblijven van deze
resolutie is een betreurenswaardige nederlaag voor de diplomatie en
heeft Saddam Hoessein in staat gesteld om verstoppertje te blijven
spelen. Wij hebben niet alleen de wenselijkheid van een nieuwe
resolutie consequent naar voren gebracht, maar evenzeer gezegd dat die
niet strikt noodzakelijk is. Zoals de regering recentelijk heeft
uiteengezet, biedt resolutie 1441 in samenhang met de eerdere
resoluties een toereikende rechtsgrondslag voor militair optreden. In
dit verband roep ik in herinnering dat de formule "wel wenselijk,
maar niet noodzakelijk" zelfs al werd gehanteerd voordat resolutie
1441 werd aangenomen. Resolutie 1284 was toen nog de belangrijkste
resolutie waarop Saddam Hoessein kon worden aangesproken.
Een oorlog is een verschrikkelijk gebeuren. Daarover kan geen
misverstand bestaan. Het moet om vrede gaan. Met alle kracht moet
daarnaar worden gestreefd, maar die vrede mag niet zo verabsoluteerd
worden dat oorlog onder alle omstandigheden wordt afgewezen. Vrede ten
koste van de gerechtigheid is geen vrede. De gerechtigheid kan dwingen
de vrede te verbreken om duurzame vrede te stichten. Nogmaals, oorlog
voeren is vreselijk. Vrijwel altijd blijkt het onschuldige mensenlevens
te kosten, maar het kan nog vreselijker zijn om die niet te voeren en
het onrecht, met alle consequenties van dien, te laten voortbestaan of
de mogelijkheid te laten bestaan dat het onrecht toeslaat.
De overheidsmacht is van God gegeven tot beteugeling van
ongebondenheid. Dat kan, in onze door de zonde verworden werkelijkheid,
als uiterste middel ook het voeren van een oorlog vergen.
Daarom de vraag: is militair optreden tegen Irak nu gerechtvaardigd?
Hierover mag geen onhelderheid bestaan; het luistert nauw. Een oorlog
is ofwel een ongeoorloofde daad van agressie, ofwel een legitiem
optreden met het oog op vrede en veiligheid, de bescherming van de
rechtsorde, ook de internationale rechtsorde. Voor die keus worden wij
nu gesteld. Ons oordeel kan toch niet anders zijn dan dat een militair
optreden in deze situatie ook inhoudelijk gerechtvaardigd is. Het is
onontkoombaar dat de wezenlijke schending daadwerkelijk wordt
beantwoord met serieuze consequenties, dat na jaren van eindeloos
geduld de naleving van de eisen van gerechtigheid met geweld wordt
afgedwongen. De pijn in het hart die wij hierbij voelen -- anderen
spraken van een worsteling; wij kennen dat -- mag niet afdoen aan de
helderheid van de conclusie die wij hierover trekken: militair optreden
is ten volle gerechtvaardigd. Het kan en mag niet zo zijn dat Saddam
Hoessein zijn gang kan blijven gaan. Minister van Staat Van der Stoel,
toch een voorzichtig man naast een prudente deskundigheid, zei onlangs
nog klip en klaar: het is werkelijk een van de meest gruwelijke regimes
die de wereld sinds 1945 heeft gekend. Hij beklemtoonde ook dat er een
rechte lijn loopt van de eerste Golfoorlog naar een dreigende militair
optreden nu. De eisen die aan Irak zijn opgelegd kwamen niet uit de
lucht vallen, maar waren ingegeven door de daadwerkelijk betoonde
agressie van Bagdad.
In dit licht stemmen wij met overtuiging in met de politieke steun die
de Nederlandse regering uitspreekt voor het Brits-Amerikaanse optreden,
intussen gesteund door enkele andere naties. Opvallend is dat de
regering hieraan toevoegt dat die steun geen vertaling krijgt in enige
militaire steun. Dat standpunt is wat halfslachtig. Wel steun met
woorden, maar geen steun met daden. Het is goed dat het gebeurt, maar
een ander moet het doen, zo zou je het versimpeld en misschien wat grof
kunnen samenvatten. De SGP-fractie meent dat uit het uitspreken van
politieke steun logischerwijs de bereidheid voortvloeit om een verzoek
tot enigerlei vorm van steun in welwillende overweging te nemen. Hoe
heeft de Nederlandse regering deze houding tegenover de Amerikanen
uitgelegd? Of heeft Nederland soms gevraagd om niet gevraagd te worden?
De argumentatie dat onvoldoende draagvlak in politiek en samenleving
aanwezig is, is zwak. Kan de regering uitleggen waarom wel draagvlak
zou bestaan voor politieke steun, maar niet voor militaire steun?
Is het bovendien juist niet zaak om als regering met inhoudelijk gezag
tot een heldere stellingname te komen, in plaats van op voorhand met
het "draagvlak-argument" te komen? De verwijzing naar het
ontbrekende draagvlak vinden wij dan ook een zwaktebod. Juist in zaken
van oorlog en vrede komt het ook op moreel leiderschap aan. De houding
van de regering in dezen stelt ons dan ook teleur.
Deze positiebepaling van de regering lijkt vooral ingegeven te zijn
door de toekomstige coalitiebelangen. Je kunt door het innemen van een
gematigd standpunt, zoals het kabinet nu doet, elkaar te vriend willen
houden, maar daardoor kun je alle anderen tot vijand maken, die zo'n
standpunt maar niets vinden. Het is niet te hopen dat het per saldo
weinig overtuigende standpunt van de Nederlandse regering een
voorproefje is van toekomstige besluiten van een CDA/PvdA-kabinet. Het
is trouwens discutabel als een demissionaire ministersploeg
vooruitgrijpt op een mogelijke nieuwe formatie. Tot nu toe steunt
alleen de CDA-fractie de regering, zo mag ik als laatste spreker in het
debat wel zeggen. Dat is toch wel opmerkelijk. Alle andere fracties,
van de ene of de andere kant, hebben kritiek.
Voorzitter, ik rond af. Het zal duidelijk zijn dat de SGP-fractie, bij
alle kanttekeningen die er te maken zijn, het aangekondigde militair
optreden gerechtvaardigd acht. Van harte hopen en bidden wij dat
maximaal voorkomen kan worden dat onschuldige slachtoffers vallen, en
dat de oorlog snel tot een goed einde kan worden gebracht. Actieve
inzet voor de wederopbouw en humanitaire inzet voor de vele ontheemden
vraagt uiteraard ook ten volle onze aandacht. Opdat er uiteindelijk,
ook in Irak weer een "vrede met recht" kan wonen. Dat geldt
trouwens ook voor de ruimere regio, waarbij ik ook aan Israël denk.
De voorzitter: Wij zijn hiermee gekomen aan het eind van de eerste
termijn van de Kamer. Omdat de regering uiteraard enige tijd nodig
heeft om het antwoord voor te bereiden -- mij is gevraagd om een half
uur -- lijkt het mij het meest praktisch om dat te combineren met de
dinerpauze. Ik verontschuldig mij bij de leden en bij de leden van het
kabinet voor mijn afwezigheid vanavond, wegens persoonlijke redenen.
**
De vergadering wordt van 18.00 uur tot 19.30 uur geschorst.
|
|
Updated, zondag 26 december 2004
|
Today is The Day...
...AP Online
|
|