|
First Net Print, Friday, March 21, 2003
Handelingen
Tweede Kamer
Irak Debat
ONGECORRIGEERD
STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
2002-2003
50ste vergadering
Dinsdag 18 maart 2003
14.00 uur
Minister Kamp: Mevrouw De voorzitter. De heer Verhagen zei dat niet
is gevraagd om militaire deelname. De juiste uitleg van die woorden is
de volgende. De Verenigde Staten hebben Nederland niet gevraagd om bij
te dragen aan offensieve militaire actie tegen Irak.
Ik ben niet bij de besluitvorming erover geweest, maar een aantal
maanden geleden hebben de Amerikanen kennelijk het Verenigd Koninkrijk
en Australië gevraagd om effectief bij te dragen aan de voorbereiding
van een offensieve actie tegen Irak. Die landen hebben ook mensen en
materieel naar het gebied gestuurd en zijn daar nu aanwezig. Die landen
zijn door de Verenigde Staten ook gevraagd om bij de voorgenomen actie
actief te worden. Tot die kleine groep van twee landen behoort
Nederland dus niet. Dat is een feitelijke vaststelling.
Wel zijn tussen de Verenigde Staten en Nederland opties verkend om in
de ondersteunende sfeer bijdragen te leveren. De minister van
Buitenlandse Zaken en mijn voorganger op Defensie hebben dat op 6
december in een brief aan de Tweede Kamer gemeld. Zij hebben gemeld dat
dit overleg gaande was. Dat heeft geleid tot het besluit om "host
nation support" te leveren. Dat betekent dat Nederland zijn
luchtruim, zijn luchthavens en zijn haven in Rotterdam beschikbaar
heeft gesteld voor transport van Amerikaans materieel en Amerikaans
personeel. Dat is een belangrijk besluit geweest, want het allereerste
wat wij konden doen was ervoor zorgen dat het vervoer dat niet door
Oostenrijk kon plaatsvinden, vervolgens wel door Nederland kon
plaatsvinden. Als hetgeen door de ministers van buitenlandse zaken en
defensie van België als proefballonnen naar voren is gebracht,
werkelijkheid zou worden en transport over Belgisch grondgebied niet
zouden kunnen plaatsvinden, is op grond van dat besluit transport over
Nederlands grondgebied wel mogelijk.
Een optie die ook aan de orde is geweest in die verkenning, was het
inzetten van Patriots in onder andere Turkije. Uiteindelijk is dat
geconcretiseerd in een direct verzoek van Turkije aan Nederland. De
Tweede Kamer is over ons besluit om dat verzoek van Turkije te
honoreren geïnformeerd. De Kamer heeft daarmee ook ingestemd.
Andere opties die in die verkenning aan de orde zijn geweest, betroffen
de bijdrage die wij nu al leveren in het kader van de operatie Enduring
Freedom, de strijd van een aantal landen tegen het internationale
terrorisme. Wij hebben niet het besluit genomen om onze bijdrage aan
Enduring Freedom te wijzigen. Wij hebben veel geïnvesteerd in de
operatie Enduring Freedom, omdat wij dit een belangrijke operatie
vonden en vinden. Ik wijs op de F-16's, het tankvliegtuig en de 150
Nederlandse militairen die in Kirgizië aanwezig zijn. Ik wijs op een
aantal schepen die in de zeeën rond de Arabische Golf aanwezig zijn en
op een patrouillevliegtuig dat in dat gebied aanwezig is. Men weet ook
dat de bijdrage die wij aan Enduring Freedom leveren, komt naast de
bijdrage die wij leveren aan de ISAF-operatie in Afghanistan, waarover
wij samen met Duitsland de leiding hebben, en naast de bijdrage die wij
op dit moment nog steeds leveren in Bosnië.
Mevrouw Halsema zei dat de minister van Defensie -- ik dus -- en de
andere ministers bij het besluit van het kabinet rekening hebben
gehouden met de opvatting van de PvdA. Laten wij goed weergeven wat
precies is gebeurd. De vraag die aan mij werd gesteld, was of de
opstelling van Nederland geen schijnheilige opstelling is. Ik heb
gezegd dat het geen schijnheilige opstelling is. Ten eerste heb ik erop
gewezen dat ons niet is gevraagd om deel te nemen aan een offensieve
militaire actie. Ten tweede heb ik erop gewezen dat wij op een breed
front actief zijn om in moeilijke omstandigheden op diverse plaatsen in
de wereld vrede en veiligheid te bevorderen. Ten derde heb ik erop
gewezen dat wij grote waarde hechten aan een bestendige Nederlandse
opstelling. Het is belangrijk dat in crisissituaties landen weten wat
zij aan Nederland hebben nu, over een maand en over drie maanden. Met
een kabinet dat vijf maanden demissionair is en onderhandelingen die
gaande zijn over een nieuw kabinet, zou het mooi zijn als het besluit
dat wij nemen een zodanig draagvlak in de Kamer heeft dat bij een
kabinetswisseling de lijn kan worden doorgezet. Ik vind dat waardevol,
omdat ik als minister van Defensie het waardevol vind dat Nederland ook
in crisissituaties een betrouwbare partner is en dat de Nederlandse
opstelling bestendig is.
De heer Herben heeft de steun die wij aan de Verenigde Staten geven,
betiteld als mager. Ik ben dat niet met de heer Herben eens.
Kijkt u eens objectief naar hetgeen Nederland op dit moment doet in
de wereld. Ik noem Afghanistan, de strijd tegen het terrorisme en Irak.
Telt u de plekken in de wereld bij elkaar op waar Nederland met mensen
en materieel in moeilijke omstandigheden actief is. Kijkt u ook hoe wij
ons in deze situatie hebben opgesteld en hoe snel wij hebben gereageerd
met de host nation support als eerste en tot nu toe enige NAVO-land met
de Patriots in Turkije. Kijkt u verder hoe wij onverbloemd politieke
steun aan Amerika hebben uitgesproken. U kunt dan ook niet zeggen dat
onze opstelling mager is. Alle signalen vanuit Amerika wijzen op het
tegendeel, naar mijn mening terecht.
Mevrouw Halsema heeft gevraagd naar het eventuele gebruik van
kernwapens in Irak. Zij heeft de Nederlandse regering verzocht om dit
in de aanstaande Europese Raad naar voren te brengen. Het is al jaren
duidelijk dat de Verenigde Staten zich in het kader van hun
afschrikkingsbeleid de vrijheid voorbehouden om, als zij door een
tegenstander worden geconfronteerd met het gebruik van
massavernietigingswapens, daarop met overmacht te reageren. Zij wensen
daarbij geen enkele optie uit te sluiten. In dat kader is ook het
gebruik van kernwapens niet uitgesloten. Dat is geen nieuw beleid, maar
al lang bestaand Amerikaans beleid. Het is ook NAVO-beleid. De
afschrikking is een bekend en in het verleden effectief gebleken
bestanddeel van het NAVO-beleid, dat juist als doelstelling heeft het
gebruik van massavernietigingswapens door potentiële tegenstanders te
voorkomen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): De minister heeft het standpunt van de
Verenigde Staten en van de NAVO wat het gebruik van kernwapens betreft
uiteengezet. Ik mis het standpunt van de Nederlandse regering.
Vanzelfsprekend hebben de Verenigde Staten die vrijheid, zoals wij de
vrijheid hebben om er een oordeel over uit te spreken. Ik heb verzocht
om in het kader van de Europese Unie de Verenigde Staten op te roepen
geen kernwapens in te zetten.
Minister Kamp: Natuurlijk zijn wij niet alleen tegen oorlog, maar
ook tegen het gebruik van alle massavernietigingswapens en zeker van
kernwapens. Wij zijn vooral bezorgd over het gebruik door andere landen
waar mevrouw Halsema er niet is om ons voortdurend te controleren, waar
geen vrije pers is om ons te controleren, waar geen democratie is en
waar figuren zoals Saddam Hoessein wat te vertellen hebben. Ik ben
ervan overtuigd dat het NAVO-beleid, waarvoor wij
medeverantwoordelijkheid dragen en het Amerikaanse beleid op dit punt
het juiste beleid is.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Aangezien Irak misschien
massavernietigingswapens en chemische wapens bezit en gebruikt,
rechtvaardigt de minister een eventueel gebruik van kernwapens. Begrijp
ik dat goed?
Minister Kamp: Ik heb gezegd dat de Verenigde Staten het gebruik van
kernwapens niet willen uitsluiten. Zij willen zichzelf de vrijheid
voorbehouden om met overmacht te reageren, als de tegenstander
massavernietigingswapens gebruikt. Dat is het beleid van de Verenigde
Staten en ook het beleid van de NAVO, waarvoor wij
medeverantwoordelijkheid dragen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ik blijf het raar vinden. Een van de
gronden voor deze oorlog is de afschuw over massavernietigingswapens en
de wil om daartegen op te treden. Hoe kun je dan tegelijkertijd
rechtvaardigen dat de Verenigde Staten misschien in omstandigheden
massavernietigingswapens, te weten kernwapens, inzetten?
Minister Kamp: Het beleid van de Verenigde Staten en van de NAVO
houdt in dat wij het gebruik van massavernietigingswapens door een
ander kunnen voorkomen, als de Verenigde Staten en de NAVO, waarvan
Nederland deel uitmaakt, zichzelf de vrijheid voorbehouden om met
overmacht te reageren als een ander dat doet en daarbij het gebruik van
kernwapens niet uitsluiten. Met die opstelling kun je een ander ervan
weerhouden dergelijke wapens te gebruiken.
De heer Marijnissen (SP): Voorzitter. Ik vind de reactie van de
minister toch onbevredigend. Bij mijn weten gaat het om first strike,
als eerste aanvallen en first use, als eerste gebruiken van kernwapens.
Dat is het staande beleid. Mevrouw Halsema heeft absoluut een punt dat
het nogal ver gaat, als de Nederlandse regering in dit concrete geval
zomaar het beleid overneemt om in de strijd tegen
massavernietigingswapens jezelf het recht voor te behouden om als
eerste een massavernietigingswapen in te zetten.
Minister Kamp: Kennelijk heeft de heer Marijnissen niet helemaal
begrepen wat ik heb gezegd. Ik ben graag bereid om dat voor hem kort
samen te vatten.
Ik heb gezegd dat het beleid van de Verenigde Staten is dat zij zich
het recht voorbehouden om met overmacht te reageren indien hun
tegenstander massavernietigingswapens gebruikt.
De heer Marijnissen (SP): Ik ben dan zo vrij om de minister te
corrigeren. Bij mijn weten is het staand beleid van de Verenigde Staten
-- daarover zijn hele discussies gevoerd tijdens de Koude Oorlog -- dat
zij het recht van het eerste gebruik van het kernwapen hebben. Als de
Nederlandse regering aangeeft dat beleid politiek te steunen, dan
hebben wij een heel groot probleem.
Minister Kamp: Ik ga over mijn antwoord. Ik heb aangegeven wat
volgens mij het beleid op dit punt van de Amerikanen inhoudt. Ik heb de
vergelijking getrokken met het beleid van de NAVO op dit punt. Ik heb
ook gezegd dat wij als lid van de NAVO op dat punt verantwoordelijkheid
dragen en dat een en ander bijdraagt aan het voorkomen van ongelukken
op dit punt.
De heer Marijnissen (SP): Aangezien ik constateer dat wij een
verschil van interpretatie hebben op dit punt, stel ik voor dat de
minister morgen een brief naar de Kamer stuurt waarin uitgelegd wordt
hoe het precies zit.
Minister Kamp: Als ik zo-even iets uitgelegd heb, ga ik er
vervolgens geen brief over sturen. Ik prakkiseer er niet over.
De heer Marijnissen (SP): Dat zo zijnde, zal ik straks een motie
indienen die daarom vraagt.
De voorzitter: Hiermee zijn wij aan het eind gekomen van de eerste
termijn van de zijde van de regering. Mij heeft het verzoek bereikt om
tussen de eerste en de tweede termijn te schorsen. Ik stel mij voor de
schorsing veertig minuten te laten duren en die tevens te gebruiken om
het VAO over de WTO te doen houden. Ik constateer dat de Kamer zich
hiermee kan verenigen.
De beraadslaging wordt geschorst.
|