|
|
First Net Print, Friday, March 21, 2003
Handelingen
Tweede Kamer
Irak Debat
ONGECORRIGEERD
STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
2002-2003
50ste vergadering
Dinsdag 18 maart 2003
14.00 uur
De heer Dittrich (D66): Voorzitter. President Bush heeft Saddam
Hoessein 48 uur de tijd gegeven om met zijn zonen Irak te ontvluchten.
Gehoorzaamt de dictator niet, dan volgt er een oorlog tegen Irak.
President Bush weet zich gesteund door Groot-Brittannië en enkele
andere landen. Deze groep landen heeft de keuze gemaakt niet op basis
van een nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad ten strijde te trekken.
Men wist dat de wereldgemeenschap ernstig verdeeld was, maar gaat
niettemin door op het pad van oorlog.
De fractie van D66 betreurt het zeer dat de Veiligheidsraad op een
zijspoor is komen te staan of beter gezegd zichzelf op een zijspoor
heeft gezet. Het is onjuist om alleen de Amerikanen en de Britten de
schuld in de schoenen te schuiven voor het falen van de diplomatie, ook
al hebben de Amerikanen van het begin af aan gedemonstreerd niet veel
te zien in overleg binnen de Veiligheidsraad. Dat blijkt ook uit
allerlei stukken over Amerika in de nieuwe eeuw van een denktank van de
Amerikaanse regering waarin over een nieuwe wereldorde wordt gesproken
met een beslissende rol voor de Verenigde Staten zelf. Onze kritiek
geldt bijvoorbeeld ook voor Frankrijk. Dat heeft in de aanloop naar
resolutie 1441 en ook daarna niet bijgedragen aan het opbouwen van
militaire druk op Irak en bleef maar met een veto schermen. Ook die
houding heeft de Veiligheidsraad in verlegenheid gebracht. De
internationale gemeenschap samen in de Veiligheidsraad lijkt dan ook
meer op een fragiel kasplantje dan op een krachtige vader die ons
beschermt.
Reden temeer om zuinig op onze internationale instituties zoals de
Veiligheidsraad te zijn.
Als het gaat om het bewaken van rust en stabiliteit in een door
terrorisme bedreigde wereld hebben we niets kostbaarders dan het
internationale recht en de Verenigde Naties. Door de politiek van de
olifant in de porseleinkast, enerzijds de Verenigde Staten en
Groot-Brittannië, anderzijds Frankrijk en Duitsland, lijkt de
Verenigde Naties vertrapt te gaan worden. De gevolgen van een
machteloze, krachteloze Verenigde Naties zijn buitengewoon
verstrekkend. Het recht van de sterkste geldt blijkbaar weer in de
wereldpolitiek en dat belooft weinig goeds voor de reactie op andere
veiligheidsproblemen in de wereld.
In november werd het spoor van de wapeninspecties weer mogelijk
gemaakt. Hans Blix heeft een aantal rapporten uitgebracht. De conclusie
daaruit was dat Irak niet onvoorwaardelijk heeft meegewerkt aan
ontwapening maar ook dat er beweging in de Irakese positie zat. Blix
pleitte voor meer tijd, maar niet oneindig. Binnen enkele maanden
meende hij te kunnen afronden. Die extra tijd is hem met de beslissing
van de Amerikanen niet gegund. Ook dat betreurt D66, want de route van
wapeninspecties was nog niet helemaal afgewandeld. Wij hebben die route
altijd ondersteund en daarbij de optie opengehouden, dat afhankelijk
van de inhoud van de rapportages van Hans Blix, hoofd van de
wapeninspecteurs, een oorlog misschien toch nog noodzakelijk zou
blijken te zijn. D66 heeft dus de mogelijkheid van een oorlog nooit
uitgesloten. Maar nu is de beslissing dus buiten de Veiligheidsraad om
genomen. Kan gezegd worden -- dat is eigenlijk de kernvraag -- dat Irak
na 10 jaar lang tegenwerken van resoluties en een gebrekkige
medewerking aan ontwapening, nu een zodanig acuut gevaar is voor de
stabiliteit in dat deel van de wereld dat oorlog het enige middel is om
dat gevaar nu af te wenden? Ons antwoord daarop is neen. Of in ieder
geval: de Verenigde Staten hebben dat nooit overtuigend weten aan te
tonen, ook niet in de presentatie van Colin Powell in de
Veiligheidsraad en daarna.
De fractie van D66 wijst die oorlog af, want wij vinden dat de
diplomatieke onderhandelingen verder doorgezet hadden moeten worden,
dat de wapeninspecties nog verder hadden moeten worden uitgebreid en
dat een aanval op Irak geschraagd had moeten worden door een nieuwe
resolutie van de Veiligheidsraad. Wij zijn van mening dat een
unilaterale aanval ook een juridische legitimatie ontbeert. Resolutie
1441 en vorige resoluties zijn daarvoor onvoldoende. In resolutie 1441
staat dat de Veiligheidsraad moet beoordelen of die resolutie
onvoldoende wordt uitgevoerd. Daarom vraag ik aan de regering hoe zij
tot de conclusie komt dat een aanval wel gelegitimeerd is. De
antwoorden op de schriftelijke vragen die Thom de Graaf daarover heeft
gesteld en ook de brief zoals wij die vanmiddag hebben gekregen, zijn
voor onze fractie niet overtuigend en ze zijn bovendien juridisch onder
de maat.
De regering steunt de oorlogvoerende landen politiek wel maar militair
niet. Zij heeft daar een heel verhaal bij maar het is wel een slap
verhaal. Wat D66 betreft is het: of je steunt de oorlog politiek omdat
je meent dat er alle reden voor is, maar dan moet je ook militaire
steun niet uitsluiten; of je steunt de oorlog politiek niet en dus ook
militair niet. Het kabinet heeft nu een soort dubbelbesluit genomen en
die zijn vaak niet helder. Want hoe kan het kabinet nu constateren dat
er geen draagvlak is voor militaire steun aan de Amerikanen maar dat er
wel voldoende politiek draagvlak is? Waarop is dat nu eigen gebaseerd?
Ik heb ook een vraag aan de premier, die zoals ik merk op dit moment
echter niet in de zaal aanwezig is. Ik zou dan ook van De voorzitter
willen weten waar premier Balkenende zich nu bevindt.
De voorzitter: Ik kan het raden en ben er van overtuigd dat hij zo
terug is.
De heer Dittrich (D66): Ik heb namelijk een vraag aan de premier. Ik
heb zojuist gehoord dat Tony Blair vanmiddag in het Lagerhuis heeft
gezegd dat de Engelse regering full support heeft gekregen van Italië
en van Nederland. Ik vraag mij af hoe dit zit.
De voorzitter: Uw vraag is uiteraard door de andere ministers
gehoord en zal worden beantwoord.
De heer Dittrich (D66): Dat is mooi. Ik hoop dus antwoord te krijgen
op die vraag.
D66 vindt dat de Nederlandse regering bondgenootschappelijke
verplichtingen moet nakomen en, zo nodig, militaire steun moet verlenen
in NAVO-verband. Buiten de bondgenootschappelijke verplichtingen om
staat D66 zeer gereserveerd tegenover het bieden van indirecte
militaire hulp.
Mijnheer De voorzitter. Wij maken ons grote zorgen over de
consequenties van deze oorlog voor de Irakese bevolking en voor de
regio -- ik denk aan de Turks-Koerdische kwestie en aan het
Israëlisch-Palesteins conflict -- voor de vluchtelingenproblematiek
die zal ontstaan en voor de wederopbouw van Irak, met alle complicaties
van dien zoals de verdeelde Irakese oppositie, het gebrek aan
democratisch besef en het ontluikend terrorisme. Kortom, deze oorlog
roept allerlei ernstige vragen op waar nog geen begin van een antwoord
op is gegeven. Ik hoop dat de regering in haar beantwoording daartoe
een poging zal doen.
De her Van der Vlies (SGP): Ik heb uit de woorden van de heer
Dittrich niet begrepen waar D66 nu precies staat. Hij heeft veel vragen
gesteld en een kritische houding aangenomen, maar als de knoop moet
worden doorgehakt, wat doet D66 dan?
De heer Dittrich (D66): Ik heb duidelijk gezegd dat wij deze oorlog
nu niet steunen. Wij hebben daarvoor een aantal argumenten. Wij vinden
dat absoluut niet overtuigend is aangetoond dat nu deze oorlog gevoerd
moet worden. Het diplomatieke spoor had nog nader gevolgd moeten
worden, ook via de wapeninspecties. Er waren nog kansen, maar die zijn
nu de nek omgedraaid door het feit dat een aantal landen oorlog wil
voeren. Op dit moment is het niet onze oorlog.
|
|
Updated, zaterdag 25 december 2004
|
Today is The Day...
...AP Online
|
|