Czeslaw Milosz |A Poem for the end of the century
Click To Frontpage

 International 

Political Newsreview
Handelingen
2de kamer

First Net Print, Friday, March 21, 2003

Handelingen
Tweede Kamer

Irak Debat

ONGECORRIGEERD STENOGRAM 
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
2002-2003
50ste vergadering
Dinsdag 18 maart 2003
14.00 uur

De heer Bos (PvdA): Mijnheer De voorzitter. Op een paar rotsblokken in de Atlantische Oceaan is op symbolische, maar niet mis te verstane wijze afgelopen zondag de Veiligheidsraad buiten spel gezet. Waar Blix en El Baradei vaststelden dat de combinatie van wapeninspecteurs en zware druk door middel van onder andere een eenduidige Veiligheidsraadresolutie --vijftien tegen nul -- nog steeds kon leiden tot de vreedzame ontwapening van Irak, hielden Bush, Blair en Aznar het zondagmiddag voor gezien. Zelfs de blamage van de checkboek-diplomatie bleek niet meer te werken. Veel burgers, ook in Nederland, zullen zich verschrikkelijk onmachtig voelen nu het perspectief van een oorlog met rasse schreden nadert. Peilingen lieten vanochtend zien dat ook in Nederland minder dan 25 procent van de bevolking het besluit van de Verenigde Staten steunt om op dit moment oorlog te gaan voeren. De publieke opinie en vele landen in de Verenigde Naties zijn niet overtuigd van de ernst van de dreiging in combinatie met het einde van de diplomatie. De relatie met het meerkoppige monster van het terrorisme na 11 september, dat ook wat ons betreft zeer fors bestreden moet worden, is voor anderen dan Cheney en Rumsfeld onvoldoende gelegd.
Het is te betreuren dat de leiders van de landen die in de Veiligheidsraad zitting hebben, zich zo diep hebben ingegraven dat een voor de hand liggend compromis waarbij militaire druk werd gekoppeld aan een redelijke deadline, vast te stellen met behulp van de wapeninspecteurs en met heldere ijkpunten voor Irak als het gaat om ontwapening, gesmoord is.
De Verenigde Staten en de Verenigde Naties zijn elkaars gevangenen geworden waar ze in feite voorwaarde voor elkaar zijn. Het is onbegrijpelijk dat compromissen, zoals aangedragen door Chili en Canada, door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk van de hand zijn gewezen.
De lijn van de Verenigde Naties is vroegtijdig afgebroken, zoals premier Balkenende vanmorgen terecht zei, en alleen al om die reden kunnen wij het besluit van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk niet steunen.
Het is onbegrijpelijk dat landen zoals Frankrijk en Engeland binnen het kader van de EU zich zodanig hebben ingegraven dat een eenduidige Europese Veiligheidsraadpositie nooit tot stand kwam. De internationale rechtsorde heeft daarmee op een ontijdig moment ernstige averij opgelopen en juist een land als Nederland, hoofdstad van het internationale recht, zal alles op alles moeten zetten om dit tij te keren. En dat lijkt nu onze eerste opdracht.

De PvdA-fractie heeft het militaire middel als laatste redmiddel nooit uitgesloten, omdat dit voor de noodzakelijke uitvoering van resolutie 1441 nodig kan zijn. Daar blijf ik ook vandaag aan vasthouden, gezien de nog steeds tekortschietende medewerking van het totalitaire regime in Irak. Dit is dus ook geen debat tussen pacifisten en oorlogshitsers of tussen pro- en anti-Amerikanen, maar dit is wel een debat over de vraag of alles gedaan is om oorlog te vermijden.
Oorlog als laatste middel is door ons dus nooit uitgesloten. Maar wij hebben er ook nooit een misverstand over laten bestaan dat de stap naar een preventieve oorlog alleen gezet kan worden als allerlaatste redmiddel en op basis van duidelijke politieke steun in de Veiligheidsraad. Zo niet, dan is het risico van onzorgvuldigheid bij oorlogsvoering, het gevaar dat landen zich in de toekomst tegen interventie verzetten door zich nucleair te bewapenen en het gevaar van een terroristische reactie eerder groter dan kleiner. Zonder overtuigende steun van de Veiligheidsraad is een preventieve oorlog dus een substantieel risico. Internationale samenwerking gericht op het oplossen van wereldwijde problemen, van aids tot terrorisme, vereist samenwerking. Daar hebben wij de Verenigde Naties voor nodig. Het is niet perfect, maar het is het beste wat we hebben.
Die vereiste brede politieke steun in de Veiligheidsraad voor een oorlog nu is er niet en dus kan de PvdA hier ook geen steun aan geven. Ook juridisch is de legitimatie voor militaire actie zonder een tweede resolutie van de Veiligheidsraad op zijn minst twijfelachtig. Natuurlijk, recht is geen wetenschap, maar het feit dat de tweede resolutie niet in stemming is gebracht, wijst op onvoldoende steun en daarmee op onvoldoende legitimatie. De grote verliezer vandaag is de internationale rechtsorde. Nederland is en wil graag internationale juridische hoofdstad zijn en heeft de bescherming van de internationale rechtsorde in zijn Grondwet staan. Voor de PvdA betekent dat: bij twijfel niet doen. Ook wij vonden en vinden dat aan "material breach" "serious consequences" moeten kunnen worden verbonden, maar wel na tussenkomst van de Veiligheidsraad en, zoals wij steeds hebben gezegd, met oog voor proportionaliteit en effectiviteit.
In dat licht vinden wij het relevant dat Koffi Annan heeft gezegd dat een unilaterale militaire actie van een aantal geallieerden op zijn minst op gespannen voet staat met de internationale rechtsorde. De PvdA sluit zich hierbij dus aan. Daarbij komt dat de doelstellingen van het conflict onduidelijk blijven en zich lijken te richten op "regime change", nu president Bush Hoessein gisterenavond nog 48 uur heeft gegeven om zijn land te verlaten. Wij hopen van harte dat hij dit doet, maar wij hebben weinig hoop, gezien de geschiedenis van deze dictator.
Wij kunnen het besluit dat door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk is genomen dus onmogelijk steunen. Dit is niet hoe wij vinden dat conflicten in de wereld moeten worden beslecht. Ook de regering zelf gaf immers enige tijd geleden nog bij monde van minister De Hoop Scheffer aan dat er meer tijd nodig was voor de wapeninspecteurs om hun werk te doen. Die tijd is ze dus kennelijk niet gegeven, met niet alleen de internationale rechtsorde als grote verliezer, maar ook en vooral de slachtoffers die ongetwijfeld zullen vallen.
Wat Nederland hiervan vindt, zal voor de verdere gang van zaken niet veel uitmaken. Toch vinden wij het belangrijk dat de Nederlandse regering duidelijk maakt hoe zij hierin staat. Van steun voor het nu genomen besluit kan wat ons betreft geen sprake zijn. Ook kan er wat ons betreft geen sprake zijn van actieve Nederlandse betrokkenheid bij het conflict. Dat betekent: geen mensen, geen materieel. Wij gaan dus geen oorlog voeren en wij nemen ook geen verantwoordelijkheid voor deze oorlog. Dat is de politiek relevante conclusie van deze stellingname en ik vraag de minister-president te bevestigen dat deze conclusie ook in zijn brief van vandaag besloten ligt. Dit laat uiteraard onverlet dat deze positie op geen enkele wijze impliceert dat er partij wordt gekozen voor Saddam Hoessein. Niemand van ons zal aan zijn kant willen staan.

De heer Herben (LPF): Ik begrijp dat u de beslissing van de drie bondgenoten niet steunt. Steunt u wel de brief van de regering aan de Kamer? Verleent u wel politieke steun?

De heer Bos (PvdA): Nee, dat woord heeft u mij niet horen gebruiken. Ik zal de regering daarover straks enkele vragen stellen.

De heer Herben (LPF): U distantieert zich dus van de brief van het kabinet?

De heer Bos (PvdA): Er staan een aantal argumenten in de brief van het kabinet die ik niet deel. En ik heb een paar vragen over een aantal conclusies die getrokken worden.

De heer Herben (LPF): Dat lijkt mij helder.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Voorzitter. Ik begrijp dat de heer Bos nog een aantal vragen wil stellen. Ik kan hem toch niet anders begrijpen dan dat de Partij van de Arbeid geen politieke steun wil geven aan het gedrag van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

De heer Bos (PvdA): Wij vinden het een verkeerde beslissing op het verkeerde moment.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ik neem aan dat u dan ook van mening bent dat de regering, ongeacht de interpretatie van de brief, geen politieke steun mag geven aan het gedrag van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

De heer Bos (PvdA): Ik heb daarover een vraag die ik straks aan de regering zal stellen.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ik wil graag een antwoord. De regering heeft namelijk al gezegd dat zij politieke steun geeft. Ik wil dus graag van u weten of u het daarmee eens bent of niet.

De heer Bos (PvdA): Ik heb nog een vraag over de precieze formulering die in de brief op dat punt wordt gehanteerd. Ik stel voor dat u mij even de tijd gunt om die vraag te stellen. Als het u dan nog niet duidelijk is, stelt u mij de vraag weer.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ik kan in ieder geval voor u concluderen dat er geen politieke steun mag worden gegeven en dat dit dus ook zou moeten betekenen dat de Nederlandse regering geen politieke steun verleent aan de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

De heer Bos (PvdA): Wij vinden steun voor de beslissing van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk niet op zijn plaats. Dat is ons standpunt. Wij vinden dat dit ook het standpunt van de regering zou moeten zijn.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Dan zou ik graag van u willen weten welke politieke consequenties u verbindt aan uw standpunt. Vindt u dat de Nederlandse regering het gedrag van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk -- de voorbereiding op een oorlog die waarschijnlijk donderdagnacht aanbreekt -- moet veroordelen?

De heer Bos (PvdA): Ik kies ervoor om nu eerst het debat met de regering te voeren. De consequenties die wij daaruit trekken, kunnen bijvoorbeeld aan het eind van het debat in een motie worden neergelegd. Laten wij dus alles in die volgorde doen!

De heer Zalm (VVD): Voorzitter. Ik wil de heer Bos een vraag stellen over de opstelling van de CDA-fractie en de appreciatie die de heer Bos daarvan heeft. De CDA-fractie heeft een heldere positie ingenomen: steun voor het beleid van de Verenigde Staten. Eventuele toekomstige verzoeken zullen worden beoordeeld op hun eigen merites; er zal niet op voorhand "nee" tegen dergelijke verzoeken worden gezegd. Ik neem aan dat dit niet helemaal de lijn is van de PvdA-fractie. Ik heb begrepen dat de heer Bos eerder heeft gezegd: als wij het niet eens worden over het beleid ten aanzien van Irak, kunnen wij geen kabinet vormen. Kan hij zijn positie in dezen wellicht nog eens toelichten?

De heer Bos (PvdA): Dat zal ik niet doen. Wij voeren hier nu een debat over de brief van het kabinet. Wij gaan hier geen debat voeren over de kabinetsformatie.

De heer Zalm (VVD): Wat vindt u dan van de positie van de CDA-fractie? Vormt zij een vruchtbare basis voor kabinetsbeleid?

De heer Bos (PvdA): Ook daar heb ik een paar vragen over, maar ook op dat punt wacht ik eerst de reactie van het kabinet af.

De heer Dittrich (D66): Ik hoor u zeggen dat u geen politieke en militaire steun verleent. De regering verleent in haar brief wel politieke steun. Moet de regering in uw optiek in internationaal verband aan bijvoorbeeld de Britten of de Amerikanen laten weten dat zij geen steun verleent aan hun oorlog?

De heer Bos (PvdA): Ik moet u helaas hetzelfde antwoord geven als ik aan mevrouw Halsema heb gegeven. Ik wil de regering vragen wat zij nu eigenlijk precies steunt. Ik wil graag afwachten welk antwoord ik op die vraag krijg. Onze mening is duidelijk. Wij steunen het besluit van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk niet.

De heer Dittrich (D66): Ik neem aan dat u dan ook van mening bent dat de regering dat in internationaal verband moet uitdragen.

De heer Bos (PvdA): Ja, dat verwacht je dan natuurlijk wel. Je verwacht altijd dat de regering het standpunt overneemt dat je zelf ook toegedaan bent.

De heer Dittrich (D66): Dat betekent dat wij aan het eind van het debat een motie in die richting kunnen verwachten, die wellicht door allerlei partijen wordt ondertekend.

De heer Bos (PvdA): Ik zou zeggen: wacht u even tot het eind van mijn betoog en het eind van het debat.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Ik heb nog een vraag over het in mijn ogen belangrijkste argument dat ten grondslag ligt aan de conclusie van de heer Bos dat hij namens zijn fractie geen politieke steun kan geven. Dat heeft betrekking op de betekenis van resolutie 1441. De heer Bos heeft aan het begin van zijn betoog gezegd dat de juridische basis, de legitimatie voor een eventuele gewapende aanval; op z'n best dubieus was.

De heer Bos (PvdA): Ik gebruikte het woord "twijfelachtig".

De heer Rouvoet (ChristenUnie): "Dubieus" of "twijfelachtig", dat is volgens mij hetzelfde. Hij vervolgde met de conclusie dat er geen legitimiteit was. Spreekt hij daarmee definitief uit -- naast een voorkeur wellicht voor een nieuwe resolutie, wat is inmiddels achterhaald is -- dat er nooit een juridische basis in 1441 heeft gelegen, terwijl hij eerder in debatten wel de stelling heeft betrokken dat een gewapende aanval niet op voorhand kon worden uitgesloten?

De heer Bos (PvdA): Ik moet constateren dat de schriftgeleerden met elkaar van mening verschillen over de precieze juridische implicaties van resolutie 1441.

Wij vinden het op z'n minst twijfelachtig. Wij kennen genoeg gezaghebbende interpretaties van resolutie 1441 waaruit wij opmaken dat in deze omstandigheid een tweede resolutie nodig is, al is het maar omdat een aantal hoofdrolspelers heeft gezegd een tweede resolutie na te streven. Nu zij daar geen meerderheid voor krijgen, wordt die ineens minder belangrijk geacht. Elementen als deze spelen hierbij een rol. Ook zijn de woorden van Kofi Annan in dit verband relevant. Het gaat mij niet primair om de vraag of de legitimatie van dit besluit van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk uit hoofde van resolutie 1441 juridisch gerechtvaardigd is, maar om de politieke beoordeling of dit de juiste beslissing op het juiste moment is. Mijn antwoord op die vraag is: nee.

De heer Rouvoet (ChristenUnie): Ik haakte niet voor niets aan bij de bewoordingen van de heer Bos. Hij zei net namelijk dat de juridische legitimatie gelegen in resolutie 1441 op z'n best twijfelachtig is. Het ging om de juridische, volkenrechtelijk relevante legitimatie voor een gewapende aanval. De PvdA-fractie had tot dusverre de stelling betrokken dat deze in laatste instantie niet kon worden uitgesloten. Net heeft de heer Bos gezegd dat er geen sprake is van legitimiteit. Velt hij daarmee niet een ander en definitiever oordeel over de basis van resolutie 1441?

De heer Bos (PvdA): Een aantal hoofdrolspelers heeft gedurende dit proces zelf gezegd dat een additionele legitimatie van de tweede resolutie nodig was. Dat zou bijdragen aan de legitimatie van eventuele uiteindelijke stappen. Deze hoofdrolspelers hebben dat zelf verklaard, maar zij keren op hun schreden terug bij gebrek aan instemming en daarmee verzwakken zij natuurlijk hun positie. Mijn uiteindelijke oordeel over de legitimatie is niet hoofdzakelijk gebaseerd op resolutie 1441. Het is in essentie een politiek oordeel.

De heer Van der Vlies (SGP): De heer Bos heeft allerlei vragen aan de regering gesteld over haar stellingname. Hoe waardeert de heer Bos het materiaal dat tot de stellingname van het kabinet heeft geleid? Het gaat mij om de vaststelling dat er nu sprake is van een wezenlijke schending van de essentie van resolutie 1441. Deelt hij die constatering?

De heer Bos (PvdA): U spreekt dan over begrippen die in deze resolutie worden gebruikt rond "further material breach". Het betreft dan niet meer een wezenlijke schending, maar een verdere wezenlijke schending. Het is aan de Veiligheidsraad om vast te stellen of dat aan de orde is. Dat is dus iets anders dan dat landen dat zelf bepalen. Dat is het eerste verschil. Het tweede verschil is dat er geen rechte lijn loopt van wezenlijke schending naar serieuze gevolgen, omdat dan eerst vragen over proportionaliteit en effectiviteit moeten worden gesteld. Wij hebben steeds op het standpunt gestaan dat die afweging primair door de Veiligheidsraad moet worden gemaakt en niet door individuele landen.

De heer Van der Vlies (SGP): Je kunt een onderscheid maken tussen de vaststelling dat er tot nu toe niet is voldaan aan de resolutie en het besluit van de Veiligheidsraad om tot een internationale reactie te komen. Het gaat om de juiste beslissing op het juiste moment. De vraagstelling betreft de vaststelling dat er tot nu toe sprake is geweest van een wezenlijke schending en het moment waarop ingegrepen moet worden. Ik begrijp waarom de regering dit standpunt inneemt. Het scharnierpunt is de vaststelling dat er van een wezenlijke schending sprake is. Deelt u die opvatting?

De heer Bos (PvdA): Wij vinden dat die vaststelling niet aan een individueel land is, maar aan de Veiligheidsraad. De Veiligheidsraad heeft dat besluit niet genomen. Ook wij hebben gezien dat Saddam Hoessein onvoldoende meewerkt aan ontwapening, maar wij vinden dat er nog andere mogelijkheden zijn dan de totale oorlog om ervoor te zorgen dat Saddam Hoessein verdergaat met de ontwapening van Irak.

De heer Van der Vlies (SGP): Het is toch te gek dat een fractie met de allure van de PvdA zich horig maakt aan de bevindingen van de Veiligheidsraad. Je kunt er toch ook een eigen beschouwing over hebben?

De heer Bos (PvdA): Natuurlijk, ik heb ook een eigen beschouwing gegeven. Omdat wij rekening houden met overwegingen als proportionaliteit en effectiviteit vinden wij een totale oorlog op dit moment niet het antwoord op de geconstateerde problemen. Los daarvan vinden wij dat de aard van de problemen en van de daaraan te verbinden gevolgen niet door de individuele lidstaten, maar door de Veiligheidsraad vastgesteld moet worden.

De heer Marijnissen (SP): Wat de politieke steun betreft, moeten wij dus nog even afwachten. De heer Bos zegt weliswaar dat hij het niet eens is met deze oorlog en het een foute beslissing vindt, maar er schijnt nog iets tussen het kabinet en de heer Bos te moeten worden opgehelderd voordat wij het finale oordeel horen. Ik heb nog wel een vraag over de militaire steun. In de brief van het kabinet wordt een opsomming gegeven van allerlei militaire activiteiten die het kabinet zelf ook plaatst in het licht van de oorlog tegen Irak. De AWACS-vliegtuigen, Afghanistan en de Patriots worden genoemd, naast faciliteiten in Nederland voor militaire transporten. Wat is nu de positie van de PvdA-fractie op dat punt, gezien de opmerking van de heer Bos dat hij militaire steun afwijst?

De heer Bos (PvdA): Onze opvatting is, dat Nederland geen actieve bijdrage zou moeten leveren, dus geen mensen en materieel zou moeten verbinden aan de militaire interventie of het conflict.

De heer Marijnissen (SP): En al die andere punten die in de brief worden genoemd, laat u passeren?

De heer Bos (PvdA): Een aantal van die activiteiten zijn al achter de rug. In de brief wordt vervolgens gezegd dat er geen verdere Nederlandse betrokkenheid in militaire zin zal zijn. Dat vinden wij terecht. Ook wij vinden dus dat er geen verdere Nederlandse betrokkenheid in militaire zin moet zijn.

De heer Marijnissen (SP): En al die zaken die al lopen, zoals de stationering van de Patriots in Turkije, laat u verder ongemoeid?

De heer Bos (PvdA): Wij hebben al eerder gezegd dat er over de Patriots in de Kamer een democratisch besluit is genomen, waar wij niet op terug zullen komen.

De heer Marijnissen (SP): Dan mijn eigenlijke vraag, voorzitter. Mijn vorige vraag was ook heel belangrijk, maar was in feite alleen een inleidende vraag. De heer Bos zegt nu heel resoluut dat wij hier niet spreken over de kabinetsformatie. Ja, dat zegt de heer Bos, maar er zijn in de Kamer gelukkig nog meer leden en die bepalen gezamenlijk waar het in dit debat over gaat. De vraag is in hoeverre het standpunt van het kabinet dat buitengewoon curieus is, gezien de splitsing in politieke en militaire steun, onderdeel is geweest van de onderhandelingen die de heer Bos de afgelopen dagen met de heer Balkenende heeft gevoerd.

De heer Bos (PvdA): Wij hebben over dit punt geen formatieonderhandelingen gevoerd.

De heer Marijnissen (SP): Hebt u dan gesproken met de heer Balkenende over dit punt?

De heer Bos (PvdA): Ja, ik heb gesproken met de heer Balkenende over dit punt.

De heer Marijnissen (SP): En wat is daar dan besproken?

De heer Bos (PvdA): Daar kan ik heel duidelijk over zijn. Gezien de uitstekende verhouding die ik met de heer Balkenende heb, vond ik het gisteren wel fatsoenlijk dat hij persoonlijk van mij zou horen wat het standpunt van de PvdA-fractie was, voordat hij dit via de camera zou vernemen. Ik heb hem dan ook opgebeld en gezegd wat ik voor de camera zou gaan zeggen.

De heer Marijnissen (SP): Dus u hebt hem toen gezegd: wij wijzen die oorlog politiek af en wensen in ieder geval geen militaire steun te verlenen. De vraag is natuurlijk in hoeverre het debat hier een werkelijk transparant debat is. De bevolking heeft er recht op te weten wat de posities van de verschillende partijen zijn. Ik vraag u dan ook op de man af: in hoeverre is de brief die door het kabinet is geschreven, beïnvloed door uw inbreng in de gesprekken met de heer Balkenende?

De heer Bos (PvdA): Die invloed dicht ik mijzelf in ieder geval niet toe. Verder kan alleen de heer Balkenende zelf hier antwoord op geven. Het enige dat ik nu kan zeggen is, dat ik hierover niet heb onderhandeld in gesprekken met de heer Balkenende, maar dat ik het wel verstandig vond -- zoals ik zojuist zei -- om hem duidelijk te laten weten waar wij stonden en wat ons standpunt is. Wat hij daar verder mee doet als hij een brief schrijft namens het kabinet, is zijn verantwoordelijkheid. Zo hoort het ook.

De heer Marijnissen (SP): Wij hebben zojuist uitvoerig het standpunt van de CDA-fractie gehoord. Dat wijkt nogal af van dat van de PvdA-fractie. Je zou kunnen zeggen dat het kabinetsstandpunt daar ongeveer midden tussenin ligt. Ik wil nu graag van de heer Bos weten, wat de PvdA-fractie in het kader van dit dossier al dan niet bereid is op te geven bij de coalitiebesprekingen. De CDA-fractie zegt eigenlijk: als wij een verzoek van de Verenigde Staten krijgen om militaire steun, zijn wij eventueel bereid om daarnaar te kijken.

De heer Bos (PvdA): Dat is dus niet ons standpunt.

De heer Marijnissen (SP): De vraag is of dit voor u een breekpunt is voor de coalitiebesprekingen, zoals u eerder hebt gesuggereerd al hebt u het niet hier in de Kamer gezegd.

De heer Bos (PvdA): Ik begrijp de verleiding om mij uit te dagen om hier de formatieonderhandelingen te voeren, maar aan die verleiding zal ik niet toegeven. Op uw concrete vraag wat ons standpunt is, kan ik zeggen dat dit is dat Nederland niet actief militair betrokken moet raken bij dit conflict. Dat is dus niet afhankelijk van de vraag, of er tot op dit moment wel of niet verzoeken in die richting zijn gedaan.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ik heb nog één vraag over de geheime formatieonderhandelingen. De minister van Defensie lichtte namelijk zojuist voor het ANP een tip van de sluier op door te zeggen dat er bij de totstandkoming van het standpunt van het kabinet rekening was gehouden met de PvdA/CDA-coalitie, omdat men wilde dat er continuïteit in beleid zou zijn.

Neemt u deze brief straks voor uw rekening? Of is de heer Kamp veel te optimistisch geweest en gaat het om een regeringsstandpunt dat de Partij van de Arbeid niet zal kunnen delen?

De heer Bos (PvdA): Als ik het zo hoor, zou je bijna denken dat de volgende coalitie er een is van de PvdA en de VVD. Natuurlijk neem ik deze brief niet voor mijn rekening. Het is een brief van dit kabinet, niet van de PvdA-fractie. Ik houd nu hier een verhaal uit hoofde van het feit dat ik namens de Partij van de Arbeid een reactie geef op wat er in deze brief staat en op wat de minister-president daarover vandaag heeft gezegd.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): En als die brief geschreven is ter wille van de continuïteit tussen dit kabinet en het volgende, dan is er dus een verkeerde inschatting gemaakt door het kabinet.

De heer Bos (PvdA): U wilt mij ertoe verleiden toch weer over de formatieonderhandelingen te praten, maar ik heb mij voorgenomen dat niet te doen.
Voorzitter. Ik herhaal een paar zinnen, omdat er wat ons betreft twee vragen zijn aan de minister-president. Voordat de heer Herben mij interrumpeerde heb ik gezegd: Wij gaan dus geen oorlog voeren en wij nemen ook geen verantwoordelijkheid voor deze oorlog. Dat is de politiek relevante conclusie van deze stellingname en ik vraag de minister-president te bevestigen dat deze conclusie ook in zijn brief van vandaag besloten ligt. Dat laat uiteraard onverlet dat deze positie op geen enkele wijze impliceert dat er partij wordt gekozen voor Saddam Hoessein. Niemand van ons zal aan zijn kant willen staan." Natuurlijk moet hij ontwapenen, maar in de ogen van diegenen die dat bij uitstek kunnen beoordelen, Blix en El-Baradei, waren er nog mogelijkheden om dat doel te bereiken zonder onze toevlucht tot oorlog te hoeven nemen. Dit is simpelweg de verkeerde beslissing op het verkeerde moment. In dit licht is voor onze beoordeling van de brief van het kabinet een punt dat door de minister-president in zijn verklaring is gezegd van groot belang. Wij hebben hem het volgende horen zeggen: "Gesteld voor de keuze "Saddam Hoessein of Bush en Blair", kiest zij" (de regering) "voor de laatste. Daarom ook de politieke steun."
Die formulering roept bij ons de vraag op of de politieke steun waarvan kennelijk sprake is vooral betrekking heeft op de vraag: stel dat je moet kiezen als ze met elkaar aan het vechten zijn, voor wie kies je dan? Of betreft die steun het oordeel en het besluit van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk? Graag krijgen wij hierover nadere duidelijkheid. Ik stel overigens in dit verband vast dat de minister van Buitenlandse Zaken in zijn brief constateert dat ook het uitblijven van een nadere uitspraak van de Veiligheidsraad gevolgen heeft voor het nationale draagvlak voor verdere Nederlandse betrokkenheid. Het lijkt mij dat dit alle partijen in deze Kamer een zorg moet zijn. Het is om die reden voor ons van groot belang dat de Nederlandse regering heeft toegezegd dat zij geen actieve militaire bijdrage zal leveren aan operaties ten aanzien van Irak, niet zozeer vanwege gebrek aan draagvlak in de samenleving als wel omdat dit gebrek aan draagvlak een gevolg is van het feit dat de Veiligheidsraad niet met deze interventie instemt. Voor de verdere houding en standpuntbepaling van de Nederlandse regering zal wat ons betreft voorop moeten staan dat zo snel mogelijk een eind komt aan de verdeeldheid die nu is ontstaan in Europa en in het bondgenootschap. Het zou Nederland sieren, nogmaals ook vanuit haar positie als "hoofdstad" van het internationaal recht, hier initiatieven te nemen. Ik vraag de minister-president hiermee te beginnen op de komende Europese top.
Wij hebben overigens ook begrepen dat in het geval dat de Veiligheidsraad niet tot overeenstemming komt in zaken van vrede en veiligheid, zoals nu het geval is ten aanzien van Irak, er een mogelijkheid is voor elk lid van de Algemene Vergadering om een zogenaamde uniting for peace resolution aan te vragen, indien bijvoorbeeld door het bepalen van een redelijke deadline, in dit geval vast te stellen door de wapeninspecteurs in de trant van wat door Chili en Mexico is voorgesteld, toch nog weer beweging in de zaak kan worden gebracht. Blijkens mijn informatie is er ten tijde van de Korea-crisis een voorbeeld geweest van zo'n uniting for peace resolution in de Algemene Vergadering waarmee het vredesproces weer op gang kan worden gebracht daar waar de Veiligheidsraad stokt. Wij vragen de minister om commentaar op die optie en om zo nodig de nodige initiatieven in die richting te ontplooien.
Tevens vragen wij de Nederlandse regering, er bij de landen die waarschijnlijk tot een oorlog zullen overgaan, op aan te dringen dit met proportionele middelen te doen en op basis van het humanitaire recht. Tevens vragen wij erop aan te dringen dat de Verenigde Naties zo spoedig mogelijk worden betrokken bij de humanitaire en politieke gevolgen van deze oorlog. Het enige criterium is hier de toekomst van het Iraakse volk. Het zullen de Verenigde Naties moeten zijn die ervoor zorgen dat een eventuele regimeverandering in Irak leidt tot grotere kansen voor alle bevolkingsgroepen in dat land.
Het is voor iedereen duidelijk dat de huidige spanningen rond Irak ook verband houden met andere brandhaarden. Er is ons bekend dat minister De Hoop Scheffer zich actief heeft getoond in het overtuigen van de Amerikanen dat ook hier internationale initiatieven noodzakelijk zijn, zodat bijvoorbeeld de perspectieven voor een vreedzaam samenleven van het Israëlische en Palestijnse volk weer langzaam reëel worden.

Wij vragen hem en de minister-president ook om zo nodig in contact met bijvoorbeeld de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen met voortvarendheid een antwoord op de ongetwijfeld grote humanitaire gevolgen van een eventuele oorlog ter hand te nemen. Juist de landen die menen nu al tot oorlog over te moeten gaan, hebben de verantwoordelijkheid om ook op dit punt hun verantwoordelijkheid te nemen.
Voorzitter. Laten wij hopen dat deze ellende snel voorbij is met zo min mogelijk slachtoffers. Vandaag zijn wij allemaal verliezers.


Updated, vrijdag 24 december 2004
Today is The Day...

...AP Online
Bijdragen
Kamerleden
Inhoud
Index pagina
Eerste Minister Balkenende
(Openingsstatement)
De heer Verhagen 
(Fractievoorzitter CDA)
De heer Bos 
(Fractievoorzitter PvdA)
De heer Zalm 
(Fractievoorzitter VVD)
De heer Marijnissen 
(Fractievoorzitter)
De heer Herben 
(Fractievoorzitter LPF)
Mevrouw Halsema 
(Fractievoorzitter Groenlinks)
De heer Dittrich
(Fractievoorzitter D66)
De heer Rouvoet 
(Fractievoorzitter ChristenUnie)
De heer Van der Vlies 
(Fractievoorzitter SGP)
Eerste Minister Balkenende
(Antwoord in 1ste termijn)
Kamer in 2de termijn
Minister Balkenende
(Antwoord in 2de termijn)
Moties
Stemmingen
Hele file

(Colofon)
hosted by
Hosted by XS4ALL

Go to The Top

© Layout 

mailto:

The Amsterdam Post

The Amsterdam Post

Only Words
Only Wordy
Only Worthy
Free