Czeslaw Milosz |A Poem for the end of the century
Click To Frontpage

 International 

Political Newsreview
Handelingen
2de kamer

First Net Print, Friday, March 21, 2003

Handelingen
Tweede Kamer

Irak Debat

ONGECORRIGEERD STENOGRAM 
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
2002-2003
50ste vergadering
Dinsdag 18 maart 2003
14.00 uur

De vergadering wordt van 23.40 tot 23.50 uur geschorst.

Minister Balkenende: Mevrouw De voorzitter. Aan het begin van mijn interventie in eerste termijn heb ik gezegd dat wij te maken hebben met een weerbarstig onderwerp. Het is een moeilijk, zeer complex onderwerp waaraan tal van aspecten kleven. Ook de tweede termijn heeft uitgewezen dat het onderwerp inderdaad weerbarstig is. Vandaag is veel gewisseld. Ik heb gemerkt dat in tweede termijn veel argumenten zijn teruggekomen. Het lijkt mij niet goed om de discussie daarover opnieuw te houden, omdat de argumenten over tal van thema's genoegzaam zijn gewisseld. Als de heer Marijnissen zegt dat hij tegen een oorlog is, dan vraag ik hem wie niet tegen een oorlog is. Mijn bezwaar in de discussie is vaak dat het of oorlog of vrede is. De essentie is echter de ontwapening van een agressor die massavernietigingswapens in zijn bezit heeft en in ieder geval geen antwoord geeft op de vragen die de internationale gemeenschap aan hem stelt. Wij hebben te maken met een regime dat verantwoordelijk is voor honderdduizenden doden. Ook dat is de realiteit en daarover praten wij.
Vandaag is veel gezegd over de juridische grondslag. Die discussie hoeven wij niet over te doen; er zijn onder meer duidelijke meningsverschillen. Ik verwijs daarbij naar wat is gezegd over dit onderwerp. De Kamer heeft terecht aangegeven dat wij oog moeten hebben voor de humanitaire aspecten. Ik heb aangegeven dat de Nederlandse regering op het ogenblik initiatieven neemt voor de Europese Raad die aan het eind van de week plaatsvindt. Tijdens het algemeen overleg van komende donderdag zullen wij hierbij nader stilstaan. De heer Rouvoet heeft gesproken over het belang van een goede informatieverstrekking in de komende dagen. Wij pakken dit signaal uiteraard op. Zijn opmerking is terecht.
Inzake politieke en militaire steun en de onderlinge verhoudingen is gewezen op mogelijke spanningen. De argumenten daarover zijn gewisseld. Het kabinet heeft met de brief die het vandaag aan de Kamer heeft gezonden, beoogd om te werken aan een breder draagvlak voor het standpunt dat het daarin heeft neergelegd. Het is teleurstellend dat wij geen breder draagvlak hebben kunnen krijgen. Dat geeft onder meer de weerbarstigheid van de materie aan.
Gelet op het tijdstip en de veelheid van argumenten die zijn gewisseld lijkt het mij het beste om nu stil te staan bij de verschillende voorgestelde moties. Het dictum van de motie-Bos op stuk nr. 95 moet in de gaten worden gehouden, maar de motie kan niet los worden gezien van de toelichting die erop is gegeven en de discussie die heeft plaatsgevonden. Het kabinet kan niet anders dan concluderen dat zowel de strekking als de toelichting op gespannen voet staat met de inhoud van de brief van het kabinet. Daarom ontraden wij aanvaarding van de motie.

De heer Marijnissen (SP): Ik heb een heel eenvoudige vraag. Ik moet de minister-president daarbij tot mijn spijt aanspreken in zijn hoedanigheid van onderhandelaar van de CDA-fractie. Welke politieke consequentie verbindt hij aan het ontraden van aanvaarding van de motie?

Minister Balkenende: Wij moeten elkaar nu aanspreken op de functie die wij in dit verband hebben; u als Kamerlid en ik als minister-president. Ik laat mij hier niet aanspreken als onderhandelaar namens de CDA-fractie. Ik ben hier om het standpunt van het kabinet te verdedigen. Een andere rol heb ik vanavond niet.

De heer Marijnissen (SP): Normaal gesproken heb ik daar alle begrip voor, want ik hecht ook aan staatsrechtelijke zuiverheid. Maar het zou toch raar zijn als wij morgen op een persconferentie van de CDA-fractie dezelfde persoon zouden horen mededelen dat er een einde is gekomen aan de formatie omdat deze motie een onoverkomelijk bezwaar betekent voor de CDA-fractie. Dan staat de Kamer daar weer.

Minister Balkenende: Aan wat ik heb gezegd, heb ik niets toe te voegen.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Op welke gronden ontraadt de minister-president aanvaarding van de motie nu eigenlijk? Op grond van de toelichting of van het dictum? Als het op grond van het dictum is, wil ik weten welke argumenten hij daarbij hanteert.

Minister Balkenende: Het probleem van debatten is dat wij soms in herhaling vervallen. Ik heb gezegd dat het dictum van de motie het probleem is en ik heb gewezen op de discussie die hierover is gevoerd. Deze zaken in onderlinge samenhang leiden tot een constellatie waarin er sprake is van een strekking die zich niet verdraagt met de visie zoals gepresenteerd in de brief van het kabinet. Ik meen daarmee duidelijk te zijn geweest.
Voorzitter. Ik was bij de motie op stuk nr. 96. Wij moeten aanvaarding van deze motie van de heren Zalm en Herben ontraden, omdat de motie haaks staat op de brief van het kabinet. Ook aanvaarding van de motie-Marijnissen/Halsema op stuk nr. 97 ontraden wij; de strekking van deze motie staat eveneens haaks op de visie van het kabinet. Voorts ontraden wij aanvaarding van de motie op stuk nr. 98 van de leden Halsema en Marijnissen. Ik verwijs kortheidshalve naar de motivatie en inhoudelijke redenering die de minister van Defensie hierover heeft gegeven. Dan kom ik op de motie op stuk nr. 99 van de leden Halsema, Marijnissen en Bos ten aanzien van de UNHCR. Nederland is een van de grootste donoren van de UNHCR is. Nederland is bereid een substantiële bijdrage te leveren en dat sluit ook aan bij hetgeen het kabinet al veel eerder naar voren heeft gebracht over humanitaire aspecten. Er wordt overigens gesproken over de opvang in Europa. U weet dat de opvang naar onze opvatting primair in de regio zelf zou moeten zijn. Op grond daarvan hebben wij geen behoefte aan deze motie en ontraden wij haar aanvaarding. Ten slotte ontraden wij ook aanvaarding van de laatste motie, die op stuk nr. 100 van de heer Dittrich, omdat zij haaks staat op de visie van het kabinet.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Voorzitter. Ik heb nog een vraag over de motie op stuk nr. 99. De minister-president zegt hier dat de opvang van vluchtelingen in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de lidstaten is. Hij gaat er echter aan voorbij dat er een Europese richtlijn is, waardoor Europa gezamenlijk zorg heeft te dragen voor ontheemden. Wij vragen om toepassing van die regeling en die richtlijn. Distantieert de Nederlandse regering zich daar nu van of is zij bereid om die richtlijn toe te passen?

Minister Balkenende: Ik heb zo-even aangegeven dat wij daar waar het kan nadrukkelijk oog hebben voor opvang in eigen regio. Er wordt trouwens ook nog gesproken over de financiële middelen. Dat is een heel andere kwestie. Ik heb aangegeven dat wij al het nodige doen. Dus inhoudelijk gezien zij wij, denk ik, een kabinet dat op dit punt zijn verantwoordelijkheid niet ontloopt. Daarom hebben wij ook geen behoefte aan wat deze motie wil.

Mevrouw Halsema (GroenLinks): Voorzitter. Wij vragen in het eerste verzoek van deze motie om toepassing van Europees beleid. Misschien moet de minister-president nog even naar de motie kijken. Het gaat om toepassing van Europees beleid dat door Nederland actief is ondersteund.

Minister Balkenende: Zaken betreffende dit laatste punt zullen bij de Europese top verder aan de orde komen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter: Wij zijn gekomen aan het einde van de tweede termijn van de zijde van de regering. Wij gaan nu stemmen.De voorzitter: Ik constateer dat iedereen aanwezig is voor de stemming.
Mij heeft het verzoek bereikt om de motie?Marijnissen/Halsema (23432, nr. 97) in stemming te brengen voorafgaand aan de motie?Bos (23432, nr. 95). Naar mij blijkt, bestaat hiertegen geen bezwaar.


Updated, zondag 26 december 2004
Today is The Day...

...AP Online
Bijdragen
Kamerleden
Inhoud
Index pagina
Eerste Minister Balkenende
(Openingsstatement)
De heer Verhagen 
(Fractievoorzitter CDA)
De heer Bos 
(Fractievoorzitter PvdA)
De heer Zalm 
(Fractievoorzitter VVD)
De heer Marijnissen 
(Fractievoorzitter)
De heer Herben 
(Fractievoorzitter LPF)
Mevrouw Halsema 
(Fractievoorzitter Groenlinks)
De heer Dittrich
(Fractievoorzitter D66)
De heer Rouvoet 
(Fractievoorzitter ChristenUnie)
De heer Van der Vlies 
(Fractievoorzitter SGP)
Eerste Minister Balkenende
(Antwoord in 1ste termijn)
Kamer in 2de termijn
Minister Balkenende
(Antwoord in 2de termijn)
Moties
Stemmingen
Hele file

(Colofon)
hosted by
Hosted by XS4ALL

Go to The Top

© Layout 

mailto:

The Amsterdam Post

The Amsterdam Post

Only Words
Only Wordy
Only Worthy
Free