|
First Net Print, Friday, March 21, 2003
Handelingen
Tweede Kamer
Irak Debat
ONGECORRIGEERD
STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
2002-2003
50ste vergadering
Dinsdag 18 maart 2003
14.00 uur
Aan de orde is de voortzetting van het debat over de verklaring van
de minister-president en de behandeling van brieven van de
minister-president en de minister van Buitenlandse Zaken over Irak
(23432, nrs. 93 en 94).
De beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter: De spreektijd in tweede termijn is vastgesteld op
drie minuten per fractie. Ik zal alleen interrupties toestaan die zeer
kort zijn.
De heer Verhagen (CDA): Voorzitter. Ik dank de minister-president en
de overige bewindslieden voor de zeer heldere beantwoording in hun
termijn. Ik denk dat de minister-president buitengewoon duidelijk heeft
aangegeven enerzijds dat er sprake is van het niet-nakomen van de
verplichtingen door Saddam Hoessein en anderzijds dat de meerderheid
van de Veiligheidsraad met uitzondering van Syrië van mening is dat
Irak niet alleen een loopje neemt met die verplichtingen, maar ook
onvoldoende meewerkt en dat er derhalve sprake is van het niet-nakomen
van de verplichtingen op grond van resolutie 1441 en de daaraan
voorafgaande resoluties. Dat is dus material breach.
De minister-president heeft ook zeer duidelijk aangegeven dat vanwege
de onmogelijkheid om te komen tot een tweede resolutie die een deadline
in zich hield, de vraag aan de orde was wat de consequenties zouden
moeten zijn op het moment dat je diezelfde Veiligheidsraad, diezelfde
internationale gemeenschap serieus neemt. Immers, eerst is gesteld dat
de resolutie moet worden nageleefd met allerlei erbij horende
verplichtingen en dat dit naleven zo nodig met militair geweld zal
worden afgedwongen en daarna wordt geconstateerd dat de meerderheid van
de Veiligheidsraad met uitzondering van Syrië van mening is dat er
sprake is van het niet-nakomen van deze resolutie. De diplomatieke weg
stopt vanwege het ontbreken van een meerderheid. De minister-president
stelde zeer duidelijk dat het onvermogen om te komen tot dat
noodzakelijke besluit binnen de Veiligheidsraad over een tweede
resolutie, er niet toe mag leiden dat Saddam Hoessein ongemoeid wordt
gelaten en dat derhalve steun moet worden uitgesproken aan die landen
die stellen dat er geen andere weg is om naleving van de resolutie af
te dwingen dan die van het omzetten van de militaire druk in militair
handelen.
De minister-president was ook overduidelijk toen hij stelde dat de
keerzijde van het niet geven van politieke steun een veroordeling is.
De CDA-fractie onderschrijft die conclusie. De minister-president
stelde ook dat de politieke steun niet kon worden losgekoppeld van de
vraag of er een militaire interventie kan komen. Die
verantwoordelijkheid, zo stelde de minister-president terecht, kun je
niet ontlopen, ook niet als politieke partij, hoe moeilijk die afweging
ook is als je uiteindelijk tot zo'n besluit moet komen. De
minister-president gaf daarnaast aan dat de mogelijke aanval, dus de
militaire actie, niet los kan worden gezien van het besluit tot de
aanval. Hoe spijtig wij het als CDA-fractie ook blijven vinden dat een
extra stap tot een vreedzame oplossing via een deadlineresolutie
onmogelijk is gebleken, ik herhaal dat het onvermogen van de
Veiligheidsraad tot het nemen van een besluit er niet toe mag leiden
dat Saddam Hoessein ongemoeid wordt gelaten en dat er wordt afgezien
van stappen ter bereiking van de naleving van de eis tot ontwapening.
Het besluit tot zo'n actie afkeuren en de feitelijke aanval steunen,
dat kan niet. Dat is een spagaat die niet mogelijk is. Ik hoop dat de
zeer heldere uiteenzetting van de minister-president het draagvlak hier
in het parlement heeft vergroot voor de politieke steun die de regering
in haar brief heeft uitgesproken voor het mogelijk gewapend optreden
tegen Irak.
De heer Zalm (VVD): Voorzitter. Uit zijn body language maak ik op
dat de heer Verhagen klaar is, maar ik hoor hem zeggen dat dit niet
waar is en wil hem een vraag stellen.
In eerste termijn heeft hij terecht gezegd dat hij van mening was dat
mogelijke aanvragen voor militaire bijstand door Nederland op hun eigen
merites zouden moeten worden beoordeeld en niet op voorhand zouden
moeten worden afgewezen. Ik heb de minister-president op dat punt niet
in zijn stijl horen reageren. Wat vindt de heer Verhagen daarvan?
De heer Verhagen (CDA): Ik heb in mijn eerste termijn twee
opmerkingen gemaakt over verzoeken tot militaire bijdragen. De eerste
was dat wij die op de eigen merites zouden beoordelen. De tweede was
dat dit zou moeten leiden tot een breed draagvlak dat verderging dan
50% plus 1. Derhalve zou moeten kunnen worden gerekend op de steun van
de grootste oppositiepartij. U hebt, naar ik aanneem, ook geluisterd
naar de bijdrage van de heer Bos. Daar was geen woord Frans bij.
Overduidelijk was dat voor de heer Bos iedere militaire bijdrage
volstrekt onbespreekbaar was.
De heer Zalm (VVD): En dat vindt u verder wel best.
De heer Verhagen (CDA): Derhalve moet ik tot mijn spijt constateren
dat er op dit moment geen breed politiek draagvlak is voor inwilliging
van verzoeken om militaire bijstand. Waar het gaat om een zaak van
oorlog of vrede, bestaat derhalve ook op dat punt bij de CDA-fractie de
bereidheid om hier te werken aan een zo groot mogelijk draagvlak in het
Nederlandse parlement. Want als landen van de internationale
gemeenschap besluiten tot militair optreden, is dat, zoals wij hebben
geconstateerd, geen besluit dat zomaar wordt genomen en dan moet je als
verantwoordelijke politieke partij bereid zijn te werken aan een zo
groot mogelijk draagvlak.
De voorzitter: Ik geef de heer Zalm de kans een vervolgvraag te
stellen en verzoek de heer Verhagen iets compacter te antwoorden.
De heer Zalm (VVD): Ik vind dit echt een genante vertoning. Dit
betekent dat de CDA-fractie gewoon zegt: als de PvdA-fractie iets zegt,
leggen wij ons daarbij neer. Ook als er 50% plus 10 voor is, wat zeker
denkbaar is, zegt de heer Verhagen: als de Partij van de Arbeid niet
wil, kunnen wij ook niet, dus wat ik in eerste termijn heb gezegd, slik
ik nu weer in. Zijn authentieke opvatting is, zoals hij in eerste
termijn heeft gezegd, dat ieder verzoek om militaire bijstand serieus
op de eigen merites moet worden beoordeeld. Ik ben dat met hem eens.
Wat hij nu constateert, is: de PvdA-fractie wil helemaal niks en nu wil
de CDA-fractie in tweede termijn ook helemaal niks, omdat er geen
draagvlak is, aangezien de PvdA er niet voor is. Dat is toch geen
politiek bedrijven!
De heer Verhagen (CDA): Ik slik hier absoluut niets in. De
CDA-fractie is van mening dat hier onvoorwaardelijke politieke steun
moet worden uitgesproken. Dat doen wij als fractie. Ik herhaal wat ik
in eerste termijn heb gezegd op het punt van militaire bijdragen. Ik
heb gezegd dat ieder verzoek op de eigen merites zal moeten worden
beoordeeld, maar ik koppelde daaraan tegelijkertijd de voorwaarde dat
het zou moeten kunnen rekenen op een breed draagvlak in de Tweede
Kamer, in het parlement. Dat brede draagvlak moet, zoals ik toen al in
reactie op een interruptie van u heb gezegd, groter zijn dan 50% plus
1.
De heer Zalm (VVD): Ik heb het over 50% plus 10.
De heer Verhagen (CDA): Ik heb toen ook gezegd dat mede gelet op het
toetsingskader de steun voor uitzending van Nederlandse militairen voor
deelname aan een oorlog niet kan worden beperkt tot een kleine
meerderheid in de Tweede Kamer.
De heer Zalm (VVD): Ik ben blij dat wij de inzet voor Ethiopië niet
hebben laten afhangen van de grootste oppositiepartij van toen.
De heer Verhagen (CDA): Ethiopië was een hoofdstuk VI-operatie en
dit is een hoofdstuk VII-operatie. Wij hebben ook als grootste
oppositiepartij de militaire aanval op Kosovo gesteund, maar dat is u
wellicht ontgaan.
De heer Bos (PvdA): Mevrouw De voorzitter. Ook na de eerste termijn
van de zijde van de regering vinden wij dat de beslissing die is
genomen door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en andere nog
steeds de verkeerde beslissing is op het verkeerde moment. Dit blijft
dus voor ons een beslissing die wij niet kunnen steunen.
Wat betekent dit nu voor ons oordeel over hetgeen de regering daarover
heeft geschreven in haar brief? In die brief staat een aantal zaken
waarmee wij het oneens zijn, maar ook een aantal zaken waarmee wij het
wel degelijk eens zijn. Ik wil beginnen met wat misschien het
belangrijkste is waarmee wij het oneens zijn, namelijk de, geur van
onvermijdelijkheid die uit de hele brief opstijgt. De brief wekt de
indruk dat er echt geen enkele andere mogelijkheid meer was om het
conflict op te lossen dan op de manier die nu met name door de
Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wordt voorgestaan. Die
conclusie delen wij dus niet, omdat wij van mening zijn dat degenen die
daarover het beste kunnen oordelen, namelijk de wapeninspecteurs, zelf
nog mogelijkheden zagen om dit conflict tot een einde te brengen op een
andere manier dan met gewapend ingrijpen.
Ik voeg hieraan toe dat de brief van de regering een aantal conclusies
bevat die wij wel degelijk delen. In de eerste plaats zijn wij het eens
met de conclusie dat wij het moeten betreuren dat er nu geen sprake is
van een tweede resolutie van de Veiligheidsraad. Wij zijn het ook eens
met de conclusie dat het onvermogen van de Veiligheidsraad om tot een
besluit te komen, er niet toe mag leiden dat Saddam Hoessein ongemoeid
wordt gelaten. Wij steunen het kabinet dus in deze conclusie. Wij
steunen het kabinet ook in de derde conclusie, namelijk dat Nederland
geen actieve militaire bijdrage zou moeten leveren aan operaties ten
aanzien van Irak.
De heer Verhagen (CDA): Welke conclusies verbindt de heer Bos aan de
conclusie dat Saddam Hoessein niet omgemoeid mag worden gelaten?
De heer Bos (PvdA): In de opties die wat ons betreft nog steeds op
tafel lagen, zou Saddam Hoessein ook niet ongemoeid worden gelaten. Ik
heb Minister De Hoop Scheffer een week geleden nog horen zeggen dat ook
hij van mening was dat er goede redenen waren om Irak nog meer tijd te
geven dan op dat moment was voorzien in de resolutie die sprak over 17
maart. Dit betekende dan niet dat er niets zou gebeuren; dit betekende
dat de wapeninspecteurs zouden doorgaan met uitgebreide bevoegdheden en
dat er dus verder zou worden gegaan op het pad van de ontwapening. Het
ging ons dus niet om het met rust laten van Saddam Hoessein.
Integendeel, zowel Bert Koenders als ik hebben rond dat moment gezegd
dat ook wij van mening waren dat het doorgaan met diplomatieke druk,
druk van de wapeninspecteurs, een realistisch tijdpad, realistische
ultimata en momenten waarop je dat meet, allemaal zouden moeten behoren
tot de aanpak die ons voor ogen stond.
De heer Verhagen (CDA): De heer Bos beschrijft nu wat er allemaal
had kunnen gebeuren. Wij betreuren beiden dat er geen tweede resolutie
komt. Nu er geen tweede resolutie is met een deadline concludeert de
regering dat Saddam Hoessein niet ongemoeid mag worden gelaten. De heer
Bos kan niet wegvluchten in een als-dan-redenering. Er is geen
resolutie en hij onderschrijft de conclusie dat Saddam Hoessein niet
ongemoeid mag worden gelaten. Hij kan het dan niet bij een loze
vaststelling laten. Hierop moet een vervolg komen.
De heer Bos (PvdA): Zeker, maar ik sprak over ons oordeel over het
feit dat dit besluit door enkele partijen is genomen. Dit oordeel is
dat dit de verkeerde beslissing op het verkeerde moment is, omdat er
nog andere opties open staan. Ook wij zien dat er nu een nieuwe
situatie is ontstaan waarin zich allerlei ontwikkelingen en dynamieken
kunnen voordoen, maar ik wil mij nu beperken tot ons oordeel over het
feit dat de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gemeend hebben
op dit moment tot deze beslissing te komen. Die beslissing steunen wij
niet.
De heer Verhagen (CDA): Wat zou er naar de mening van de heer Bos
moeten gebeuren nu er geen tweede resolutie is?
De heer Bos (PvdA): Wij hebben daarvoor in eerste termijn het
voorstel gedaan om nog eens te kijken naar de Algemene Vergadering en
de mogelijkheid van een "uniting for peace" resolutie. Ik zal
de minister op dit punt straks nog een aanvullende vraag stellen. Ik
heb er verder geen misverstand over laten bestaan dat er wat ons
betreft nog steeds geprobeerd zou moeten worden om door te gaan op het
pad dat nu helaas afgesloten lijkt.
U vraagt mij nu wat er naar mijn mening moet gebeuren, terwijl u
feitelijk wilt weten of ik het besluit dat er geen opties voor
diplomatie meer aan de orde zijn, steun. Dat besluit kan ik niet
steunen.
De heer Verhagen (CDA): Ik vraag u consequenties te verbinden aan uw
eigen conclusie dat Saddam Hoessein niet ongemoeid mag worden gelaten.
Dat waren uw eigen woorden en dat mag geen gratuit gebaar zijn. Gelet
op de hele voorgeschiedenis betekenen die woorden iets.
De heer Bos (PvdA): Ik zeg nogmaals dat u die conclusie van mij moet
plaatsen in de context waarin ik hem trok. Die houdt in dat ook naar
onze mening de Veiligheidsraad niet eindeloos kan delibereren zonder
dat er op enig moment een conclusie aan wordt verbonden voor Saddam
Hoessein. Zulk onvermogen mag er nooit toe leiden dat de druk op Saddam
Hoessein om te ontwapenen verdwijnt. Wij denken dat er nog steeds
mogelijkheden zijn om hem te laten ontwapenen, ook zonder een totale
oorlog. Degenen die daarover het beste kunnen oordelen, de
wapeninspecteurs, waren het met mij eens.
De heer Verhagen (CDA): Het standpunt van de Nederlandse regering op
dit punt keurt u dus af?
De heer Bos (PvdA): Ik steun dat besluit niet. Over het begrip
"politieke steun", dat in dit verband door de regering is
gebruikt, zal ik ook nog iets zeggen.
De heer Marijnissen (SP): Daarover wilde ik net iets vragen.
De voorzitter: Misschien is het goed dat u daarmee nog even wacht.
De heer Bos (PvdA): Voorzitter. Ik heb geprobeerd aan te geven met
welke elementen uit de brief van de regering wij het eens zijn en met
welke wij het zeker niet eens zijn. Het begrip "politieke
steun" en waaraan dat refereert blijft over. Voor ons blijft
enigszins mysterieus waarop dat begrip betrekking heeft. In ieder geval
wordt uitgelegd dat onder politieke steun moet worden verstaan dat
Saddam Hoessein onder geen beding als lachende derde uit dit conflict
te voorschijn mag komen. Daar zijn wij het natuurlijk mee eens. Ik kan
mij niet voorstellen dat een van de aanwezigen het daarmee oneens is.
Deze gedachte volgt de redenering van de minister-president die zich
afvroeg waar je staat als je met een pistool op de borst moet kiezen.
De brief maakt geen melding van expliciete steun voor het besluit zelf
om nu militaire middelen te gebruiken. Daarover kan politieke steun
kennelijk ook niet op slaan. Integendeel, in de brief wordt zelfs
betreurd dat het besluit op deze manier tot stand is gekomen. Ik
begrijp dat politieke steun ook niet kan slaan op de aanwezigheid op
lijsten van landen die menen de activiteiten van Amerika en het
Verenigd Koninkrijk volledig te steunen. De minister-president heeft
immers zelf gezegd dat hij eigenlijk niet op zo'n lijst wil staan.
Althans, hij wil zelf uitmaken of hij op zo'n lijst staat. Politieke
steun slaat ook niet op het verklaren van de oorlog. Ik heb namelijk
begrepen dat de minister-president dat niet van plan is. Politieke
steun slaat evenmin op het verbinden van enige feitelijke consequentie
aan de huidige situatie in de zin dat mensen en materieel mogen worden
gestuurd. Kennelijk valt vooral heel veel niet onder het begrip. Dat
heeft ons ertoe gebracht om ons eigen standpunt dan maar in een motie
te verwoorden. Wij drukken daarin uit wat naar onze mening in elk geval
wel aan de orde moet zijn.
De heer Marijnissen (SP): Ik wacht nog wel even.
De heer Bos (PvdA): Dat is prettig. In de motie zijn drie
hoofdlijnen te onderscheiden. Ten eerste moet de Nederlandse regering
het genomen besluit niet actief steunen. Ten tweede mogen geen mensen
en materieel uit Nederland bij het conflict betrokken zijn. Ik
incasseer alle dankwoorden van de heer Zalm aan de PvdA-fractie op dat
punt. Ten derde moet voorkomen worden dat Saddam Hoessein de momenteel
bestaande verdeeldheid, bijvoorbeeld in Europa, uitbaat.
*Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het betreurenswaardig is dat besluitvorming in de
Veiligheidsraad ten aanzien van Irak niet mogelijk is gebleken;
tevens overwegende dat in de thans ontstane situatie het van belang
is zo snel mogelijk de Europese eenheid te herstellen in het belang van
de strijd tegen het terrorisme en de aanstaande wederopbouw van Irak;
verzoekt de regering actieve steun te onthouden aan het besluit
militaire middelen in te zetten tegen Irak en -- zonder dat bestaande
internationale verplichtingen van Nederland daarbij gevaar lopen --
niet met mensen en materieel aan zo'n militaire interventie bij te
dragen;
verzoekt de regering tevens maximale inspanningen te plegen, de
Europese eenheid te herstellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Bos. Naar mij
blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 95 (23432).
De heer Marijnissen (SP): Voorzitter. Op dit moment hebben blijkbaar
meerdere mensen hier in de Kamer gewacht. Ons geduld wordt beloond,
want het wordt nu onduidelijk. Eigenlijk is al vanaf november 2002
onduidelijk waar de PvdA-fractie staat. Wij hebben steeds de verwijzing
gehad naar de Veiligheidsraad. Een inhoudelijk standpunt van de
PvdA-fractie was moeilijk te vinden. Ik snap dat dit heel veel met de
coalitie te maken heeft. Men wil de heer Balkenende niet voor het hoofd
stoten. Mijn vraag aan de heer Bos is heel eenvoudig: is hij bereid het
kabinet te ondersteunen op het punt van de politieke steun aan de
beslissing van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk om de
oorlog in te gaan, ja of nee?
De heer Bos (PvdA): Nee, wij verlenen geen steun en vinden dat ook
de regering geen steun moet verlenen aan dit besluit.
De heer Marijnissen (SP): Dat is duidelijke taal. Mag ik dan met
betrekking tot de militaire zaken een vraag stellen? De
minister-president heeft gesproken over de backfill. Bent u bereid het
kabinet daarin te volgen?
De heer Bos (PvdA): Wij zullen dat van geval tot geval bekijken. Het
ene punt dat wij in deze motie hebben uitgedrukt, is dat wij weten dat
er bepaalde taken zijn waar Nederland nu al een verantwoordelijkheid in
heeft. Te denken valt bijvoorbeeld aan de Nederlandse aanwezigheid in
Afghanistan. Deze troepen moeten blijvend op bescherming kunnen
rekenen. Daarbij vinden wij dat wel een relevante overweging. Verder
zullen wij het van geval tot geval bekijken, met als uitgangspunt dat
Nederland niet met mensen en materieel aan de militaire operatie zou
moeten bijdragen.
De heer Marijnissen (SP): Bent u bereid als Nederland de gaten op te
vullen die de VS laten vallen in de bemoeienis van de internationale
gemeenschap met allerlei conflicthaarden, zodat de VS zelf materieel en
manschappen vrijspelen om deze in te zetten in Irak?
De heer Bos (PvdA): Ik heb begrepen dat in deze context gisteren het
voorbeeld aan de orde is geweest of Nederland zou moeten opstomen naar
de Cariben, als vanuit de Cariben schepen opeens naar de Golf toe
moeten. Wij vinden dat dit niet het geval zou moeten zijn. De enige
uitzondering die wij ons kunnen voorstellen, heb ik net genoemd en zij
staat ook in deze motie. Dat betreft bijvoorbeeld Afghanistan, waar wij
al een verantwoordelijkheid hebben.
De heer Marijnissen (SP): Heeft de heer Bos nog één reden om
zaterdag niet op de demonstratie aanwezig te zijn?
De heer Bos (PvdA): Ik heb begrepen dat de demonstratie op zaterdag
heel simpel over één ding gaat, namelijk de vraag of wij vinden dat
het nu wel of niet het moment is voor een oorlog. Mijn antwoord daarop
is: nee, het is nu niet het moment voor een oorlog, want er waren nog
andere mogelijkheden. Ik heb dus uit dien hoofde geen enkele reden om
er zaterdag niet aanwezig te zijn.
De heer Marijnissen (SP): U bent welkom.
De heer Zalm (VVD): Voorzitter. Dit is toch wel verrassend. Ik vraag
mij af of dit weer een motie is die alleen steun van de PvdA zal
krijgen, maar daar zijn de linkse mensen deskundiger in dan ik. Wij
zullen de motie niet ondersteunen. Wij vinden haar ook niet zoals zij
hoort te wezen. Over de backfill heeft de regering gelukkig andere
standpunten. Mijn vermoeden is dat de regering een misinvestering heeft
gedaan in de tekst die nu in de brief staat, want de PvdA-fractie is
tot geen enkele beweging bereid.
De heer Bos heeft overeenstemming in deze zaak zelf in het openbaar
essentieel genoemd voor de vorming van een kabinet. Nu zegt hij er in
de Kamer niet over te willen spreken, omdat het de kabinetsformatie
betreft. Als hij dat echter op straat doet voor de camera's, dan moet
hij het ook in deze Kamer durven doen. Ik vraag hem waar dit grote
verschil van mening -- hij is tegen politieke steun, hij is tegen
iedere militaire betrokkenheid, hij is tegen backfill -- toe gaat
leiden.
De heer Bos (PvdA): U vat het nu samen op een manier waarop ikzelf
het niet zou doen. Wij ondersteunen dit besluit niet. Wij constateren
dat wij het daar vanavond niet met elkaar over eens zijn geworden. Wat
dat verder betekent, dat hoort u nog van ons.
De heer Zalm (VVD): Nou, dan wens ik de informateurs veel sterkte
vanaf deze plaats.
De heer Van der Vlies (SGP): Voorzitter. De heer Bos heeft duidelijk
gezegd geen politieke steun te willen geven vanuit zijn fractie. De
regering doet dit wel. De heer Bos heeft geformuleerd wat dit allemaal
niet zou zijn. Maar het betekent natuurlijk wel iets en dat wijst hij
af. Betekent dit dat de heer Bos het als een daad van agressie gaat
beschouwen, als de VS met de andere deelnemende landen toeslaan?
De heer Bos (PvdA): Ik heb al eerder gezegd dat wij het besluit om
nu over te gaan tot zo'n militaire interventie niet kunnen
ondersteunen. Ik heb ook gezegd dat wij ervoor zullen zorgen niet in
het kamp van Saddam Hoessein terecht te komen.
Het proces in de Veiligheidsraad dat wij achter de rug hebben is
altijd ingegeven door de gedachte dat Saddam Hoessein degene is die een
aantal overtredingen op zijn geweten heeft en tot ontwapening gedwongen
moet worden. Wij zijn altijd tegen Saddam Hoessein geweest. Wij zullen
tegen Saddam Hoessein blijven.
De heer Van der Vlies (SGP): Dat was mij duidelijk, maar u ontloopt
een antwoord op mijn simpele vraag. Als de Verenigde Staten tot een
militaire interventie overgaan, is dat in uw ogen dan een
onaanvaardbare -- of welk bijvoeglijk naamwoord u daarvoor dan ook
gebruikt -- agressie? Dat kan toch klip en klaar gezegd worden?
De heer Bos (PvdA): Ik gebruik daar toch liever mijn eigen woorden
voor. Ik vind dat op dit moment de verkeerde oplossing voor het
conflict, waarover wij ons allen zulke zorgen maken. Wij zijn het er
niet mee eens als de Verenigde Staten die beslissing nemen.
De heer Van der Vlies (SGP): Maar u bent het ook niet eens met de
uitleg door de regering. Dat moet dan ook bij dat rijtje komen.
De heer Bos (PvdA): Dat heeft ermee te maken dat ik, vooral ook door
de brief, de indruk had dat het begrip "politieke steun"
betrekking had op de situatie die de minister-president in zijn
verklaring van vanochtend weergaf. Als hij moest kiezen tussen Hoessein
en Bush en Blair, dan koos hij natuurlijk voor Bush en Blair. Dat stond
geloof ik zo in de verklaring van vanochtend. Als de vraag was bij wie
je hoort als je moet kiezen met het pistool op de borst, hoor je
natuurlijk bij Bush en Blair. Dan had ik wat gekund met het begrip
politieke steun. Ik begrijp nu, onder andere uit de manier waarop de
heer Verhagen dat onder mijn aandacht brengt, dat het begrip
"politieke steun" gewoon ronduit van toepassing moet worden
verklaard op het besluit dat door de Verenigde Staten en het Verenigd
Koninkrijk is genomen. Dat besluit steunen wij niet.
De heer Van der Vlies (SGP): Ik heb de heer Bos horen zeggen dat het
een verkeerd besluit op een verkeerd moment was. Ik heb de
minister-president horen zeggen dat een eventuele aanval, te voorzien
binnen een bepaald aantal uren, terecht moet worden geacht. Is de heer
Bos het daar niet mee eens?
De heer Bos (PvdA): Wij zullen die situatie van een oordeel voorzien
op het moment dat zij zich voordoet. De heer Van der Vlies heeft
gehoord dat wij het besluit om binnen een aantal uren aan te vallen op
dit moment, in de huidige fase, met nog andere oplossingen op tafel,
niet steunen. Dat vind ik duidelijk genoeg.
De heer Van der Vlies (SGP): "Nu niet" betekent ook
"dan niet". Wij moeten aannemen dat de omstandigheden dan
niet gewijzigd zullen zijn.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): De heer Bos is in zijn toelichting op
zijn motie uitermate duidelijk. Actieve steun is politieke steun en
militaire steun. Die kan niet op instemming van de Partij van de Arbeid
rekenen. Nu zei de heer Balkende: je steunt of je veroordeelt. Vindt de
fractie van de PvdA dat het kabinet de oorlogsverklaring van de
Verenigde Staten moet veroordelen?
De heer Bos (PvdA): Ook dit wil ik toch maar stap voor stap
benaderen. Ik vind dat het kabinet geen steun moet verlenen aan het
besluit dat door de Verenigde Staten is genomen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Er zijn hierna geen stappen meer. Dit
debat gaat over het al dan niet steun verlenen aan de oorlogsverklaring
van de Verenigde Staten. Of je verleent steun, of je veroordeelt. Zo
heeft de premier het ons voorgehouden. Dit is het moment om te kiezen.
De vraag aan de fractie van de PvdA is of zij de oorlogsverklaring van
de Verenigde Staten veroordeelt. Zo meteen komt er ook een motie met
die strekking.
De heer Bos (PvdA): Wij zullen kijken wat er in de motie staat. Dit
debat gaat over wat wij vinden van de brief van de regering, het
standpunt dat de regering inneemt en het besluit dat door de Verenigde
Staten en het Verenigd Koninkrijk is genomen. Daar ben ik duidelijk
over geweest.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): U kiest eigenlijk vooralsnog voor een
voorzichtige middenpositie. U steunt niet, maar durft ook niet over te
gaan tot veroordeling. Is er in de formatie een afspraak gemaakt dat
PvdA en CDA van mening mogen verschillen over de steunverlening aan de
Verenigde Staten?
De heer Bos (PvdA): Mij wordt toegefluisterd dat ik niet hoef te
antwoorden, maar het antwoord is: nee.
De heer Herben (LPF): Ik begrijp uit de woorden van de heer Bos dat
hij de beslissing van de Verenigde Staten en Groot-Brittannië om ten
strijde te trekken niet gerechtvaardigd vindt.
De heer Bos (PvdA): Op dit moment vinden wij dat het niet
gerechtvaardigd is.
De heer Herben (LPF): Dat is heel ernstig. Een land dat zo maar de
oorlog aan een ander land verklaart … Ik vraag mij af wat dit
betekent voor de continuïteit van het beleid, waar de bewindslieden
over spraken. Gaat u straks misschien de ambassadeur terugtrekken uit
Washington of misschien wel de diplomatieke banden verbreken?
De heer Bos (PvdA); Nu denkt u wel erg ver vooruit.
De heer Herben (LPF): Dat is de consequentie van uw beslissing. U
steunt niet een bondgenoot; u keurt het beleid af. Dat kun je niet bij
woorden laten. Evenals wij onze steun niet bij woorden willen laten,
kunt u ook uw afkeuring niet bij woorden laten.
De heer Bos (PvdA): Het gebeurt wel vaker dat je bondgenoten niet
steunt in beslissingen die zij nemen.
De heer Herben (LPF): Uw antwoord is duidelijk.
De heer Dittrich (D66): Het voorlezen van de motie ging wat snel,
maar heb ik goed gehoord dat u zei "geen actieve steun
verlenen"?
De heer Bos (PvdA): In de motie staat: "verzoekt de regering
actieve steun te onthouden aan het besluit militaire middelen in te
zetten tegen Irak".
De heer Dittrich (D66): Wat betekent dan "actieve steun"?
Passieve steun mag blijkbaar wel. Waar ligt de grens? Kunt u
voorbeelden geven?
De heer Bos (PvdA): Voor de PvdA-fractie betekent dat in elk geval
niet sturen van mensen en materieel en niet willen figureren op de
lijstjes van landen die fully supportive zijn. Het betekent in essentie
dat je zegt dat je het niet eens bent met het besluit dat is genomen.
De heer Dittrich (D66): Wat blijft er dan nog wel over aan
steunverlening die volgens de PvdA-fractie wel kan?
De heer Bos (PvdA): Wat overblijft -? dat was het spoor waarop ik in
eerste instantie dacht te zitten met het begrip "politieke
steun" ?? is dat wij op het moment dat een conflict uitbreekt, het
ons niet zullen laten gebeuren dat wij in het kamp van Saddam Hoessein
terechtkomen.
De heer Zalm (VVD): Mevrouw De voorzitter. Ik dank de regering voor
de beantwoording, met name voor het uitvoerige verhaal over de
juridische grondslag. Dat had ook niet misstaan in de brief. Ik moet
zeggen dat het vandaag perfect ging met beide woordvoerders. Misschien
gaat alles wel beter als de heer Donner op zijn departement blijft.
Dit onderwerp is niet eenvoudig. Ook als iets rechtens mag ?? dat
betoog was wel overtuigend -? wil dat nog niet zeggen dat het ook moet.
Wij waarderen de politieke steun die het kabinet uitspreekt voor de
actie die de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voornemens
zijn uit te voeren. Wij hebben tegelijkertijd echter ook respect voor
degenen die een andere opvatting erop na houden. Ook die andere
opvatting is mogelijk en wij begrijpen die ook. Het kabinet is
misschien demissionair, maar de Tweede Kamer is dat niet. De Tweede
Kamer is in elk geval verplicht om een helder standpunt in te nemen,
want een demissionaire Tweede Kamer bestaat niet.
Wij zijn dus in het algemeen tevreden met de brief en ook met de
beantwoording, behalve dan met die toch teleurstellende passage over de
militaire bijdrage respectievelijk het volledig afwezig zijn van elke
militaire bijdrage in welke omstandigheid dan ook. In de brief lezen
wij eerst een heel trotse opsomming van wat wij allemaal doen. Wij
hebben Patriots in Turkije gestationeerd en wij hebben
Awacs-vliegtuigen. Dat kan nog worden aangevuld met een fregat in het
kader van de operatie Enduring Freedom en met vliegtuigen die wij extra
lang in Kirgizië laten staan vanwege Afghanistan. Dat alles doen wij
dus eigenlijk ook om het de Verenigde Staten mogelijk te maken om zich
te concentreren op Irak. Vervolgens wordt echter geconcludeerd dat
verder niets meer mag. Het enige argument daarvoor is dat het draagvlak
ontbreekt doordat er geen resolutie van de Veiligheidsraad is, terwijl
toch zo uitvoerig is betoogd dat die niet echt nodig is omdat er al
voldoende resoluties zijn.
Als je draagvlak wilt hebben, moet je ook geloven in je standpunt. Als
de regering een standpunt heeft, vind ik het normaal dat zij daarmee
naar de Kamer gaat en probeert de Kamer te overtuigen van dat
standpunt. Dan ga je je niet op voorhand neerleggen bij een vermeend
gebrek aan draagvlak. Ik vind het dus heel raar dat helemaal niets meer
zou kunnen. Stel dat een verzoek komt om een fregat daar in de buurt te
laten rondvaren. Wij hebben toch een paar aardige fregatten. In elk
geval kosten ze veel geld. Ik zie niet in waarom dat onder geen enkele
omstandigheid in overweging mag worden genomen. Ik heb het vermoeden
dat eigenlijk een soort van vetorecht aan de PvdA-fractie is gegeven.
Het begint er in elk geval op te lijken en het is in elk geval de
positie die de heer Verhagen nu bekleedt.
Ik vind dat elk verzoek dat door onze bondgenoten wordt gedaan op
eigen merites moet worden beoordeeld en dat het echt fout is om zo'n
verzoek, ongeacht de inhoud en argumentatie, altijd af te wijzen. De
PvdA heeft nu dat vetorecht verworven en past dat toe op de backfill,
want ook daarvoor heb je maatschappelijk draagvlak nodig. Afgezien van
wat wij allemaal al doen -- dat vergeeft de PvdA de regering wel -- mag
er echt niks nieuws meer gebeuren. Als de Amerikanen ergens wegtrekken
om naar Irak te gaan, dan mogen wij dat niet opvullen. Die opstelling
wordt getolereerd en blijkbaar geaccepteerd door het CDA, maar ik vind
dat toch heel min.
De heer Verhagen (CDA): Ik vind het min om geen recht te doen aan de
opstelling van de CDA-fractie. Ik heb gezegd dat er wat ons betreft
sprake moet zijn van politieke instemming met en politieke steun voor
het besluit dat door een aantal lidstaten is genomen, te weten de
Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Ik heb ook gezegd dat wat
ons betreft de activiteiten in het kader van host nation, de Patriots
in Turkije en de bescherming van bondgenoten absoluut noodzakelijk
zijn. Ik heb gevraagd -- ik heb daarop een toezegging gekregen van het
kabinet -- om in die situaties waarin door het wegtrekken van
Amerikaanse soldaten om deel te nemen aan de oorlog in Irak andere
operaties in gevaar komen waar mogelijk, gelet op de Nederlandse
militaire defensie, een bijdrage te leveren. Er is absoluut geen sprake
van veto's over activiteiten die wij doen en activiteiten die wij
zouden kunnen doen in het kader van backfill. Backfill is toekomstig;
dat doen wij nu niet. Voorts is het geen kwestie van veto's afgeven,
maar een goed gebruik in de Tweede Kamer op basis van het
toetsingskader dat er geen Nederlandse militairen worden uitgezonden
ten behoeve van oorlogshandelingen, indien dat niet kan berusten op een
breed draagvlak in het parlement. Als u meent dat u desondanks in
afwijking van het toetsingskader die stap moet zetten, dan kunt u mij
niet verwijten dat wij hier veto's zouden afgeven. Dan maakt u een
karikatuur van de opstelling van de CDA-fractie.
De heer Zalm (VVD): Dat is niet de oppositie die u inneemt. Wij
nemen ook niet de positie in dat wij allerlei militairen onmiddellijk
aan de parachute op Irak moeten laten vallen. Onze positie is de
positie die u in eerste termijn heeft ingenomen, namelijk dat wij ieder
verzoek op eigen merites moeten beoordelen en niet van te voren
categorisch moeten uitsluiten. Dat is de positie die de PvdA inneemt en
met haar het kabinet. U maakt een terugtrekkende beweging nadat u dat
in eerste termijn zo keurig had verwoord. Ik had dat graag in een motie
omgezet onder het motto "dat zullen wij verzilveren". In
tweede termijn bent u helemaal weg. U zegt dat er onvoldoende draagvlak
is, als de PvdA "nee" zegt. U heeft de PvdA dus een vetorecht
gegeven.
De heer Verhagen (CDA): Dat klopt niet.
De heer Zalm (VVD): Het is dus wel zo. Ik wil u graag uitdagen en
die motie indienen.
De heer Verhagen (CDA): Dat klopt niet, want ook in eerste termijn
heb ik het gekoppeld aan de eigen merites en gezegd dat het moet kunnen
rekenen op een breed draagvlak in de Tweede Kamer. Ik kan het niet
helpen, als u niet heeft geluisterd naar de bijdrage van de heer Bos.
Maar als u meent dat er in de Kamer een breed draagvlak is, meer dan
een kleine meerderheid, dan weet ik niet welk debat u bijwoont.
De heer Zalm (VVD): Mijn stelling is dat de regering alle verzoeken
om militaire bijdragen in conflicten op eigen merites moet beoordelen
en die niet op voorhand moet afwijzen. Dat was ook de stelling van de
heer Verhagen. Hij zegt nu dat het niet zo is en dat bepaalde
activiteiten op voorhand worden afgewezen, wat met name afhankelijk is
van de PvdA: kan zij er voldoende steun aan geven? Ik wil een vrij
simpele motie indienen, want ik wil ook wel eens hom of kuit zien van
de CDA-fractie. Is hetgeen de heer Verhagen heeft gezegd nog steeds
waar?
*Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
spreekt als haar mening uit dat de regering alle verzoeken om
militaire bijdragen ten aanzien van het conflict met Irak op eigen
merites zal beoordelen en deze niet op voorhand zal afwijzen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Zalm en
Herben. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 96 (23432).
De heer Marijnissen (SP): Voorzitter. Ik heb een aantal
woordvoerders hier met instemming de minister van staat Van der Stoel
horen citeren. Nu doet het vervelende feit zich voor dat de SP nog geen
minister van staat heeft, maar ik wil er toch wel een tegenoverstellen
en dat is de heer Van Mierlo, oud-minister van Buitenlandse Zaken. Ook
hij heeft zich uitgesproken over de oorlog. Hij spreekt in termen van
"onrechtmatig" en "onverstandig". Dus dan staan we
op dat punt in ieder geval weer gelijk.
Het is mij opgevallen hoeveel woorden de minister-president en de
minister van Buitenlandse Zaken nodig hebben gehad om aannemelijk te
maken dat er een juridische grondslag zou bestaan voor deze oorlog. De
minister van Buitenlandse Zaken maakte het wel erg bont door aan het
eind van zijn betoog te zeggen dat er wel degelijk een mandaat bestaat.
Ik bestrijd dat. Als je de internationale pers leest en je de
verschillende nationale parlementen in de wereld volgt, dan constateer
je dat er gerefereerd wordt aan talloze mensen die dit zeer
fundamenteel bestrijden. Maar ik wil het nu niet eens zozeer over de
juridische boeg gooien; ik wil het veel meer hebben over de
feitelijkheid van de unanimiteit van de wereldgemeenschap en van de
leden van de Veiligheidsraad over resolutie 1441. Daarbij is een
tijdpad overeengekomen en is ook afgesproken dat men dit varkentje
gezamenlijk zou gaan wassen, om maar een eufemisme te gebruiken.
Uiteindelijk zijn er drie landen uitgebroken om vervolgens een eigen
lijn te trekken. Ik ben het niet met de minister-president eens, dat
het allemaal wel mee zal vallen waar het de schade betreft voor de
Verenigde Naties en dat die er wel weer bovenop zullen komen omdat ze
zoiets al eerder hebben meegemaakt.
Vervolgens zegt de minister-president dat de Verenigde Staten aangeven
dat ze blijven geloven in de Verenigde Naties. Ik wijs hem er op dat de
Verenigde Staten nooit hebben geloofd in de Verenigde Naties. Ze hebben
contributieachterstanden. Met name de huidige Republikeinse partij
heeft zich regelmatig denigrerend uitgelaten over de Verenigde Naties.
Ik vraag mij af of, nu deze alleingang eenmaal een feit is, die
verwijdering niet groter zal worden.
De SP-fractie vreest een precedent voor preventieve oorlogen in de
toekomst, niet alleen van de Verenigde Staten maar ook van andere
landen die het voorbeeld van de Verenigde Staten mogelijkerwijs willen
volgen. Bovendien, Nederland werkt door zijn standpunt mee aan de
verdeeldheid binnen de Veiligheidsraad en de wereldgemeenschap.
Dan de kwestie van de politieke steun en de militaire steun. Ik blijf
het een vierkante cirkel vinden, iets wat je wel kan zeggen maar niet
kan tekenen. Ik blijf het raar vinden dat je zegt ergens politiek steun
aan te geven maar je vervolgens niet bereid bent om wanneer een verzoek
daartoe wordt gedaan, dat ook militair te demonstreren. Ik vind dat
niet binnen de Nederlandse traditie passen. Het is proberen om van twee
walletjes te eten en om een beetje uit de wind te blijven. De indruk
blijft bij mij bestaan dat dit is ingegeven door datgene wat de
kabinetsformatie heeft voortgebracht. Een voorbeeld van de
inconsistentie in dezen is het verhaal over het draagvlak. Als
draagvlak relevant is voor militaire steun, dan geldt dat natuurlijk
ook als het gaat om de politieke steun.
Victor Hugo, een man van vierhonderd jaar geleden, was een
visionair. Investeren in de grondslagen van de toekomstige vrede, dat
zullen wij moeten doen. Doen wij dat niet, dan zal de chaos ons
bereiken.
Nederland heeft vertrouwen in de bedoeling van de Verenigde Staten en
van het Verenigd Koninkrijk. De SP heeft dat duidelijk niet. Wij zijn
tegen de oorlog. Zoveel woorden het kabinet nodig had voor de vermeende
juridische basis, zo weinig woorden heeft het kabinet gewijd aan wat de
mensen in Irak staat te wachten. Er zal massaal gebombardeerd worden,
zodat de Irakezen verdoofd worden, zoals dat heet. Men gaat het licht
uit doen; een eufemisme voor het bombarderen van
elektriciteitscentrales. Wat denkt de minister-president dat dit voor
ziekenhuizen betekent, wat dat voor de watervoorziening betekent? Men
hoeft mij niet te geloven, maar de VN hebben al uitgetekend dat Irak
geteisterd zal worden door honger, vluchtelingen, cholera, dysenterie
en ga maar door. Irak zal letterlijk een hel worden en dat met steun
van de Nederlandse regering.
De voorzitter: Wilt u afronden? U bent ruim door uw drie minuten
heen.
De heer Marijnissen (SP): Dat doe ik, voorzitter. Ook de periode na
de oorlog is nog erg onzeker. Mijn fractie is verbijsterd dat dit
demissionaire kabinet tegen de duidelijk wil van de Nederlandse
bevolking in, besluit de Alleingang van de Verenigde Staten en het
Verenigd Koninkrijk te steunen. De acties zullen worden verhevigd.
Tot slot dien ik een zeer korte motie in.
*Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
veroordeelt het besluit van de Verenigde Staten om militair in te
grijpen in Irak, en roept de regering op om hetzelfde te doen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Marijnissen
en Halsema. Naar mij blijkt wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt 97 (23432).
De heer Herben (LPF): Voorzitter. Ik dank de bewindslieden voor hun
uitvoerige toelichting. Ik proefde daarin de bereidheid -- zeker in de
woorden van de minister van Defensie en van Buitenlandse Zaken -- om
het niet bij woorden te laten, als wij het over politieke steun hebben.
Dat is consequent en doet onze Amerikaanse, Britse en Australische
vrienden recht. Dit brengt mij overigens tot de constatering dat ons
land ook bereid moet zijn om logistieke en materiële steun aan
Groot-Brittannië en Australië te verlenen, die daar wellicht meer
behoefte aan hebben dan de Amerikanen.
Steeds hebben wij geprobeerd onder de aandacht te brengen dat de tijd
op raakt en dat daarom de enige manier om de inspecties te versnellen
was gelegen in het uitvoeren van grootschalige luchtverkenningen. Daar
is het nu te laat voor. De verklaring van de Azoren is niet alleen
ingegeven door het feit dat het geduld met Saddam Hoessein op is, maar
ook en vooral omdat medio april militaire operaties vrijwel onmogelijk
worden. Het vorige conflict met Irak werd niet voor niets eind maart
beslecht. Verder uitstel -- de termijn is al opgerekt van 30 tot 120
dagen -- betekent afstel en betekent in feite dat Saddam wint zonder
een schot te hebben gelost. Het is een aanmoediging voor het
internationale terrorisme dat wij kunnen missen als kiespijn.
Vriend en vijand zijn het erover eens dat de combinatie van inspecties
en militaire druk tot enige vooruitgang heeft geleid. Dat proces kan
niet maandenlang worden gerekt. De tijd is op. De landen die zelf niet
deelnamen aan de militaire druk en mensen die zich van steun daaraan
onthouden hebben, hebben hun recht van spreken verbeurd. Zij kunnen
niet zeggen dat de Amerikanen nog maar enkele maanden langer in die
kokende zandbak moeten blijven.
Wij kunnen het niet bij woorden laten. Collega Zalm heeft zojuist mede
namens mij een motie ingediend waarin de mogelijkheid van militaire
steun wordt opengelaten. Voor de goede orde: Nederland neemt niet deel
aan de verjaging van Saddam Hoessein; dat is wat wij onder actieve
deelname verstaan. Die vraag is namelijk niet meer aan de orde. De
slagorde is vastgesteld. De militairen hebben hun marsorders, de
kaarten zijn geschud. Het blijft echter heel goed mogelijk dat de
coalitie in de rug moet worden gedekt, dat konvooien moeten worden
beschermd, dat extra militair materieel -- geneeskundige voorzieningen,
NBC-ontsmettingsmateriaal, een waterzuiveringsinstallatie -- gevraagd
wordt. Dan kunnen wij niet achterblijven. Zelfs de Fransen hebben
vandaag bekend gemaakt, onmiddellijk steun te verlenen als Irak
chemische of biologische wapens gebruikt. Als zelfs de Fransen dat
doen, waar blijven wij dan? Graag een reactie van de minister-president
hierop.
Ik vertrouw erop dat het CDA de motie-Zalm/Herben zal steunen.
Misschien helpt het als ik de heer Verhagen de vraag voorleg,
geformuleerd in het onnavolgbare CDA-taalgebruik. Heeft u tegenover
onze bondgenoten een positieve grondhouding, als deze voor logistieke
of militaire steun aankloppen? Deze vriendendienst mogen wij niet
weigeren aan bondgenoten die voor ons de kastanjes uit het vuur halen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Voorzitter. Ik dank de regering voor
haar beantwoording. Het was opvallend dat de premier aan het begin van
zijn beantwoording bijna opgelucht was toen de heer Zalm vaststelde dat
de aanvallen zowel van de linker- als de rechterflank kwamen. Ik geef
daar een andere interpretatie aan. Ik stel vast dat dit demissionaire
kabinet een standpunt heeft geformuleerd dat eigenlijk niet op de steun
van de Tweede Kamer kan rekenen, behalve misschien die van het CDA, dat
zijn kritische opmerkingen in eerste termijn heeft ingeslikt. Het
standpunt van wel politieke, maar geen militaire steun was door geen
van de partijen zelf verzonnen. Het kan ook niet op continuïteit
rekenen bij aantreding van een nieuwe regering. Ik vind dat een zure en
sombere conclusie.
De regering was zeer fel over de rechtsgrond en zei: er is sprake van
een "material breach", die met resolutie 1441 al is
vastgesteld. Wij blijven daarover van mening verschillen. Achteraf, dus
met terugwerkende kracht kan de vraag worden gesteld waarom de regering
überhaupt akkoord is gegaan met het instellen van wapeninspecties.
De kern van het debat is het verschil tussen politieke en militaire
steun geweest. Ten aanzien van het laatste zegt de regering, elk
voorstel op zijn merites te zullen beoordelen. Zij sluit daarmee
militaire steun niet uit. Minister Kamp gaf een indrukwekkende
opsomming van het gemobiliseerde militaire materieel op dit moment. Je
krijgt de indruk dat Nederland eenvoudigweg niet meer te bieden heeft.
Nederland weigert de eventuele inzet van kernwapens als reactie te
veroordelen. Ik moet zeggen dat ik dit schokkend vind. Ik dien daarover
een motie in.
*Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de Amerikaanse regering de inzet van kernwapens als
reactie op een Iraakse aanval met chemische of biologische wapens niet
uitsluit;
van oordeel dat de inzet van kernwapens indruist tegen de
proportionaliteitseis en tegen het internationaal recht;
verzoekt de regering om bij de aanstaande Eurotop het initiatief te
nemen om gezamenlijk als Europese Unie de Verenigde Staten op te
roepen, in geen geval kernwapens in te zetten,
en gaan over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Halsema en
Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 98 (23432).
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Voorzitter. De terugkerende vraag was
wat politieke steun is. De minister-president zei, geen lijstjes te
wensen, maar hij was zelf degene die zich in een interruptiedebat met
de heer Marijnissen op één lijn plaatste met Aznar en Berlusconi. Hij
zei: wij hebben exact hetzelfde standpunt. Die politieke steun betekent
dan dat wij niet alleen aan de kant gaan staan van Bush in een lopende
oorlog, maar dat wij nu ook uitdrukkelijk steun zullen geven aan het
begin van een oorlog. De suggestie van de heer Bos dat het enkel een
passieve keuze zou zijn voor Bush ingeval van oorlog is door de
minister-president dan ook bestreden. Het lijkt mij, eerlijk gezegd,
dat dit de keuze voor de PvdA onontkoombaar maakt. Dat kan niet
acceptabel worden gevonden. Zaterdag demonstreert de PvdA tegen de
oorlog. Deze keer wel en dat lijkt mij niet voor niets. Dit heeft
wellicht gevolgen voor de formatie, maar dat is op dit moment absoluut
niet onze hoofdzorg, hoewel wij wel vinden dat de betrokkenen mag
worden verweten dat zij niet bijtijds hebben geanticipeerd op een
onvermijdelijk en lang te verwachten conflict van belangen.
De voorzitter: Wilt u afronden, want u bent al een minuut over uw
tijd heen. Als u nog een motie hebt, verzoek ik u haar nu in te dienen.
Mevrouw Halsema (GroenLinks): Ondertussen gaan ons de TV-beelden
bereiken van doden, gewonden en vluchtelingen die een veilig heenkomen
zoeken. Nederland is een klein land met een beperkte macht, die enkel
effectief kan worden aangewend in eensgezindheid. Wij zijn er treurig
over dat Nederland zijn beperkte macht niet heeft aangewend en niet zal
aanwenden om een uiterste poging te doen om deze oorlog te voorkomen.
Nu zal het aankomen op het verminderen van het oorlogsleed, onder
andere het leed van vluchtelingen. Daarover dien ik een motie in.
*Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat door oorlogshandelingen in Irak een grote
vluchtelingenstroom op gang zal komen die niet door de financieel
noodlijdende UNHCR opgevangen kan worden;
overwegende dat ook Europa rekening moet houden met de komst van
(grote) groepen Iraakse vluchtelingen;
verzoekt de regering, zich op korte termijn in te zetten voor
toepassing van de Europese ontheemdenregeling en zich daarmee bereid te
verklaren, een substantieel aantal Iraakse vluchtelingen op te nemen;
verzoekt de regering voorts, aan de UNHCR extra financiële middelen
ter beschikking te stellen en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door de leden Halsema, Bos
en Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 99 (23432).
*N
De heer Dittrich (D66): Mevrouw De voorzitter. De regering heeft in
haar antwoord uitvoerig stilgestaan bij de juridische legitimatie van
deze oorlog. Die argumentatie was naar het oordeel van mijn fractie
flinterdun. Er bestaat veel onduidelijkheid over de wijze waarop
resolutie 1441 moet worden geïnterpreteerd. In deze resolutie staat
onder de passages 4 en 12 heel duidelijk dat er een samenkomst moet
zijn van de Veiligheidsraad om vast te stellen dat Irak inhoudelijk een
"material breach" heeft gepleegd. Die samenkomst, zoals die
in 1441 is verwoord als een soort laatste resolutie die alle andere in
zich heeft opgenomen, heeft niet plaatsgevonden omdat de Amerikanen en
de Britten hun knopen hebben geteld en wisten dat als het tot een
stemming zou komen, er zelfs een meerderheid niet voor zou zijn
geweest. Daarom zijn zij een Alleingang begonnen. De juridische
legitimatie is dus flinterdun.
Daarnaast speelt dat de wapeninspecties en het diplomatieke spoor
absoluut verder vervolgd en verder benut hadden kunnen worden. Die zijn
door deze Alleingang echter afgebroken. Wij hebben goed geluisterd naar
de regering. De conclusie van mijn fractie is dat de regering ons ook
in dit debat niet heeft kunnen overtuigen dat een oorlog nu het enige
antwoord op Irak is. Dit is dus onze oorlog niet! wij vinden dan ook
dat de regering geen politieke of militaire steun zou moeten verlenen.
Wij constateren dat er ook weinig draagvlak in de samenleving is, en
overigens ook in andere landen in de wereld. De oorlog zal tot gevolg
hebben dat grote stromen vluchtelingen op gang komen. Dat baart mijn
fractie ernstige zorgen. Wij vinden dat de regering met de UNHCR
contact moet opnemen om te kijken of een goede opvang in de regio en
andere vormen van opvang mogelijk zijn en of extra financiële
ondersteuning noodzakelijk is. Zo ja, dan moet de Nederlandse regering
daartoe echt initiatieven nemen.
Ik heb geconstateerd dat er een groot verschil bestaat tussen de
fracties van het CDA en de Partij van de Arbeid. De ene fractie steunt
de regering en de andere steunt de regering niet. De heer Bos heeft de
afgelopen periode regelmatig voor de camera's gezegd dat als de
Amerikanen zonder nieuwe resolutie ten strijde trekken, dat niet een
positie is die de Partij van de Arbeid zal steunen. Hij heeft voorts
gezegd dat als de regering wel zo'n positie steunt, dit zal leiden tot
problemen in de formatie met het CDA. Ik begrijp ten volle dat de heer
Bos daar in dit debat verder niet op in wil gaan. Wij wachten wel af
hoe het op dit punt met de formatie van het nieuwe kabinet verder zal
gaan.
Voorzitter. Ik wil graag de volgende motie indienen, die ook
voortvloeit uit het betoog dat ik namens de fractie van D66 in eerste
termijn heb gehouden.
*Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de op handen zijnde unilaterale aanval van de
Verenigde Staten, Groot-Brittannië en andere landen op Irak niet wordt
gelegitimeerd door de VN-veiligheidsraad noch wordt ondersteund door
een brede internationale coalitie;
overwegende dat het diplomatieke pad om te komen tot een vreedzame
ontwapening van Irak te vroeg is verlaten en voorts dat de taak van de
VN-wapeninspecteurs voortijdig is afgebroken;
overwegende dat een aanval op Irak thans niet wenselijk is;
verzoekt de regering om geen politieke steun te verlenen aan een
aanval op Irak;
verzoekt de regering voorts, deze stellingname internationaal uit te
dragen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door het lid Dittrich. Naar
mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 100 (23432).
De heer Rouvoet (ChristenUnie): Voorzitter. Ik dank de regering voor
de gegeven antwoorden en de nadere informatie en toelichting. In eerste
termijn heb ik namens de fractie van de ChristenUnie duidelijk positie
gekozen ten aanzien van wat volgens ons de kernvragen van dit debat
zijn: een oordeel over de rechtmatigheid en de opportuniteit van een
gewapende aanval en het verlenen van een politieke respectievelijk
eventuele actieve militaire steun aan die aanval. Ik zal dat alles in
tweede termijn niet herhalen.
De in politiek opzicht meest in het oog springende uitkomst van dit
debat is wat mijn fractie betreft dat de PvdA-fractie, na de
categorische weigering van het kabinet om een eventueel verzoek om een
militaire bijdrage ook maar in overweging te nemen, met een
categorische afwijzing van politieke steun is gekomen. De heer Bos
heeft in eerste termijn letterlijk gezegd dat wij geen oorlog gaan
voeren en dat wij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid nemen voor
deze oorlog. Hij vroeg de minister-president om dat standpunt te
bevestigen. De minister-president heeft dat niet beaamd, en terecht.
Dat zou namelijk in strijd zijn met de uitgesproken politieke steun in
de brief van het kabinet, waaruit wel degelijk een vorm van commitment
voortvloeit. In tweede termijn was de heer Bos nog duidelijker. Ik
verwijs met name naar de motie. Na vragen van collega's kwam er ook een
"nee" tegen backfill.
Ik kon mij vanmiddag niet aan de indruk onttrekken dat de nogal dubbele
houding van het kabinet -- wel politieke steun, maar op voorhand een
categorisch "nee" tegen een militaire bijdrage -- te
verklaren is uit overwegingen die alles met de formatie te maken
hebben. Op zichzelf is dat al dubieus, zeker in een kwestie als deze.
Ik kan mij zo voorstellen dat de bewindslieden zich na de vierkante
stellingname van de PvdA-fractie hebben afgevraagd of zij er wel
verstandig aan hebben gedaan om het argument van het draagvlak een zo
prominente plaats te geven in de argumentatie in de brief.
De minister-president heeft naar aanleiding van mijn vragen over een
actieve militaire bijdrage gezegd dat er geen licht zit tussen de brief
en de verklaring die hij vanmiddag heeft afgelegd. De suggestie was
intussen wel degelijk dat de verklaring, anders dan de brief, enige
ruimte bood voor een eventueel toekomstig verzoek om een militaire
bijdrage. Dat heeft de minister-president rechtgezet. Dat verheldert
veel, maar ik ben er niet gelukkig mee. Als je politieke steun
uitspreekt, dan vindt mijn fractie dat je niet categorisch mag weigeren
om een militaire bijdrage te leveren. Ik constateer inmiddels wel dat
de CDA-fractie een ander accent heeft gelegd. Tot drie keer toe heeft
de heer Verhagen vanmiddag naar aanleiding van mijn vragen niet willen
uitsluiten dat er een militaire bijdrage zou kunnen worden geleverd.
Inmiddels is er meer duidelijkheid gekomen over de bereidheid van de
CDA-fractie om, anders dan het kabinet, eventuele verzoeken serieus te
overwegen. Dat is ook de positie van mijn fractie. Het verschil is dat
de ChristenUnie deze keuze zelfstandig maakt en niet afhankelijk maakt
van draagvlak in de Kamer. Dat doet de CDA-fractie wel en daarmee
bevindt deze fractie zich materieel alsnog heel dicht bij het kabinet.
Ik dring bij de regering aan op een optimale informatievoorziening aan
de Kamer in de komende, spannende, dagen en weken. Eigenlijk vertrouw
ik erop dat dit ook gebeurt. Ik ben niet politiek naïef. Ik zie best
de complicaties van de huidige demissionaire periode. Toch wil ik
gezegd hebben dat mijn fractie het betreurt dat een debat over een zo
zwaarwegende kwestie als een oorlog die op uitbreken staat in het
Nederlandse parlement zo sterk in het teken van de formatie is komen te
staan. Dat had wat ons betreft niet zo moeten gaan.
De heer Van der Vlies (SGP): Mevrouw De voorzitter. Namens mijn
fractie dank ik de bewindslieden voor hun beantwoording. Er is een
indringende discussie gevoerd over de juridische basis, over het wel of
niet vastgesteld zijn van een wezenlijke schending van de resoluties
met als laatste resolutie 1441, en dergelijke. De regering zal hebben
begrepen dat de SGP-fractie instemt met de vaststelling dat die
juridische basis er is, dat er sprake is van een wezenlijke schending
en dat het dus rechtmatig is om in te grijpen. De minister-president en
de minister van Buitenlandse Zaken hebben dit zo geformuleerd en wij
stemmen daarmee in. De vraag was dus niet meer of, maar op zijn best
hoe en wanneer een militaire interventie gerechtvaardigd is om Saddam
Hoessein tot gehoorzaamheid te dwingen en zijn regime te breken.
Dan is er nog de kwestie van politieke steun, maar geen actieve
militaire steun. De regering heeft haar politieke steun uitgesproken en
mijn fractie gaat daarmee graag akkoord. Wij voegen hieraan echter wel
toe dat je als je a zegt, je - zeker in bondgenootschappelijk verband -
ook b moet zeggen. Dit levert een probleem op, dit kan niet worden
ontkend, want ik heb de minister-president horen zeggen dat het alles
overziende terecht is als …, terwijl bijvoorbeeld de heer Bos spreekt
over een verkeerde beslissing op een verkeerd moment die hij dus niet
kan steunen.
Het CDA heeft een maximale poging gedaan om "on speaking
terms" te geraken en blijven met de Partij van de Arbeid waarmee
de partij coalitieonderhandelingen voert. Het CDA heeft daarvoor heel
wat gedaan en daarin heel wat geïnvesteerd, maar de Partij van de
Arbeid beweegt geen millimeter. Sterker nog, bij nadere analyse zou
kunnen blijken dat er tenminste een kleurverschil kan worden
waargenomen tussen de boude uitspraken die de heer Bos nu doet en de
bestendige uitspraken van bijvoorbeeld de heer Koenders die
fractiewoordvoerder is op dit dossier. Als het CDA beweegt in de
richting van …, trekt de Partij van de Arbeid zich als het ware
verder terug. Ik vind dit een merkwaardige constatering. Dit is dus een
investering die tot een negatief saldo leidt. Als er wordt gesproken
over het draagvlak, gaat het om 85 of 85 procent of daaromtrent.
Waarover hebben wij het dan. Misschien moeten wij toch eens even met
elkaar rekenen hoe dit precies zit.
Mijn fractie is wel bereid om zonodig en desgevraagd als consequentie
van die politieke steun ook reëel onder ogen te zien dat wij bereid
moeten zijn tot militaire steun. Dit geldt uiteraard ook voor backfill,
humanitaire hulp, wederopbouw, enz.
Er is voor alle betrokkenen veel wijsheid nodig en dus ook veel gebed
om wijsheid, om herstel van vrede en gerechtigheid, om bewaring van
betrokkenen, gezinnen en landen. Oorlogen en geruchten van oorlogen
hebben voor ons in bijbels eschatologisch perspectief een bijzondere
plaats. Dit houdt in mijn fractie intens bezig. Deze constatering sluit
uiteraard onze verantwoordelijkheid nu niet uit, maar in.
De vergadering wordt van 23.40 tot 23.50 uur geschorst.
|