|
First Net Print, Friday, February 20, 2004
Handelingen
Tweede Kamer
Terugkeernota Debat
ONGECORRIGEERD STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden verleend)
2003-2004
51ste vergadering
Donderdag 12 februari 2004, 10.15 uur
Voorzitter: Rijpstra
De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede, dat
zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:
Verbeet, Dubbelboer en Van Heteren wegens
bezigheden elders, alleen voor de middagvergadering;
Duijvestein wegens verblijf buitenslands;
Van Dijken wegens ziekte.
Aan de orde is de behandeling van:
- de "Terugkeernota, maatregelen voor een effectievere uitvoering van het
terugkeerbeleid" (29344, nr. 1);
- de brief d.d. 23 januari 2004 inzake Rapportage eenmalige regeling en plan van
aanpak terugkeer van langdurig in Nederland verblijvende asielzoekers
(19637/29344, nr. 793);
- het verslag van een schriftelijk overleg over de brief d.d. 23 januari 2004
inzake Rapportage eenmalige regeling en plan van aanpak terugkeer van langdurig
in Nederland verblijvende asielzoekers (19637/29344, nr. 793).
(Zie notaoverleg van 9 februari 2004.)
De voorzitter: Wij hebben afgesproken dat deze
plenaire heropening gebruikt wordt voor het mogelijk indienen van een of
meerdere moties. Alleen daarover wordt nu gesproken.
De beraadslaging wordt heropend.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Voorzitter. Afgelopen
maandag hebben wij natuurlijk uitvoerig gediscussieerd met de minister. Mijn
fractie heeft behoefte om nog een aantal moties voor te leggen aan de minister.
De eerste motie heeft betrekking op de beoordeling van de schrijnende gevallen
waaraan de minister een aantal zaken heeft toegevoegd in het debat van afgelopen
maandag. Wij hebben er behoefte aan dat in periodieke rapportages aan de Kamer
helder wordt hoe zij die toezeggingen ten uitvoer brengt bij haar beoordeling
van de schrijnende gevallen. Daarom wil ik de Kamer de volgende motie voorleggen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de minister toegezegd heeft dat
"Daar waar terugkeer objectief toetsbaar onmogelijk danwel onredelijk zou
zijn, zal ik de wettelijke bevoegdheden zeker gebruiken. De terechte bijzondere
aandacht die verschillende leden hebben gevraagd voor gezinnen zal ik daarbij
ook nadrukkelijk benutten,...";
verzoekt de regering om de Kamer periodiek te
rapporteren over de toetsing van schrijnende gevallen en de toepassing van het
buiten-schuld-criterium daar waar terugkeer objectief toetsbaar onmogelijk
danwel onredelijk zou zijn,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door
het lid Vos. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 15 (29344).
Mevrouw Vos (GroenLinks): Ik heb nog een vraag
bij deze motie. Afgelopen maandag heb ik een checklist van de IND met een aantal
factoren die bij de beoordeling worden gebruikt, aan de minister voorgelegd.
Gisteravond is daaraan ook in het programma NOVA aandacht besteed. Wil de
minister deze lijst met toelichting aan de Kamer zenden? Het gaat dan vooral om
een toelichting op de manier waarop de factor "precedentwerking"
gebruikt wordt in de beoordeling van schrijnende gevallen.
De heer Van der Vlies (SGP): Ik denk dat
Mevrouw Vos een punt neerlegt in de Kamer waarvoor wij materieel en kwantitatief
gesproken allemaal belangstelling hebben. Hoe diep moet die rapportage gaan?
Moet de rapportage gaan over de criteria, de overwegingen en de uiteindelijke
afwegingen? Of gaat het gewoon om de kwantitatieve vraag voor hoeveel gevallen
dit of dat geldt?
Mevrouw Vos (GroenLinks): Ik wil dat de
minister op zijn minst periodiek aan ons meldt in hoeveel gevallen zij is
gekomen tot het oordeel dat er sprake is van een schrijnende situatie. Ik vind
het van belang dat zij ook enig inzicht geeft in de factoren die een rol hebben
gespeeld. Zij heeft bijvoorbeeld gezegd dat zij extra aandacht heeft voor
gezinnen met kinderen. Aan de andere kant ben ik mij ervan bewust dat de
minister van opvatting is dat het haar bevoegdheid is. Het is dus uiteraard aan
de minister om aan te geven hoe ver zij in die rapportage wil gaan. Het moge
duidelijk zijn dat mijn fractie in ieder geval inzicht wil in aantallen gevallen
en zo mogelijk ook inzicht in de toepassing van een aantal factoren die de
minister zelf heeft genoemd.
De heer De Wit (SP): Vindt u dat de checklist
onderdeel moet zijn van de rapportage of wilt u daarover nu of morgen een apart
standpunt van de minister?
Mevrouw Vos (GroenLinks): Dat is een aparte
vraag aan de minister. Ik wil dat de minister commentaar geeft op de checklist
en de vragen die ik daarbij heb gesteld.
Wellicht kan zij dat antwoord in dit debat
geven geven, maar een ander moment is uiteraard ook goed.
Ik heb nog twee moties die ik aan de Kamer wil voorleggen.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het VN-verdrag inzake de
Rechten van het Kind voorziet in regels voor het welzijn van alle kinderen en
Nederland met de ratificatie van dit verdrag zich verbonden heeft aan de
uitvoering ervan;
overwegende dat het VN-comité inzake de
Rechten van het Kind de Nederlandse overheid opgeroepen heeft, af te zien van
het stopzetten van opvangvoorzieningen voor kinderen;
verzoekt de regering de opvangvoorzieningen
voor kinderen te allen tijde in stand te laten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door
de leden Vos en Huizinga-Heringa. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende
ondersteund.
Zij krijgt nr. 29344 (16).
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de minister voor
Vreemdelingenbeleid en Integratie in het schriftelijk overleg heeft aangegeven
dat zij in de registratie van de aanwezigheid van contra-indicaties geen
onderscheid heeft gemaakt tussen verdenkingen en schendingen van artikel 1F
Vluchtelingenverdrag, strafrechtelijke antecedenten in de zin van het aanvaarden
van een transactieaanbod wegens misdrijven en gevaar voor de openbare orde;
overwegende dat zich onder de groep
asielzoekers die de komende drie jaar het land zullen worden uitgezet, ruim
zevenhonderd asielzoekers bevinden die artikel 1F Vluchtelingenverdrag
tegengeworpen hebben gekregen;
overwegende dat sinds 1998 slechts in één
geval vervolging heeft plaats gehad wegens een verdenking van oorlogsmisdrijven
en mensenrechtenschendingen;
verzoekt de regering te voorzien in een
rapportage over de toepassing van alle contra-indicaties waarin nadere gegevens
worden verstrekt over de aard en de omvang van de contra-indicaties, in het
bijzonder over de tegengeworpen strafrechtelijke antecedenten in de zin van het
aanvaarden van een transactieaanbod;
verzoekt de regering de Kamer te rapporteren
over de wijze waarop zij asielzoekers met tegenwerping van artikel 1F
Vluchtelingenverdrag behandelt, de voornemens met betrekking tot het voor de
rechter brengen en de voornemens met betrekking tot mogelijke uitzetting,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door
het lid Vos. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 29344 (17).
Mevrouw Vos (GroenLinks): Voorzitter. De
minister heeft in het debat gezegd dat zij het advies van de Commissie
vreemdelingenzaken op andere aspecten zal bezien dan hier aan de orde zijn
geweest. Zij heeft hierover ook een kabinetsstandpunt toegezegd. Ik neem aan dat
dit standpunt het gehele advies betreft, dus inclusief de opmerkingen van de
adviescommissie over schrijnende gevallen en de behandeling daarvan.
De heer De Wit (SP): Voorzitter. In het debat
van afgelopen maandag heeft de minister op een aantal punten belangrijke
toezeggingen aan de Kamer gedaan. Ik heb er een zevental geteld, toen ik het
uitgewerkte stenogram nalas.
Een belangrijke uitspraak van de minister is dat gelijke gevallen gelijk
behandeld zullen worden. De minister heeft haar bevoegdheid om schrijnende
gevallen te toetsen, ook inzake de terugkeerprocedure, uitdrukkelijk aan de orde
gesteld. Voorts heeft de minister iets gezegd over de mensen met een medische
aandoening. Ook heeft de minister gezegd dat het buiten-schuldcriterium in die
zin wordt gehanteerd dat, als terugkeer objectief toetsbaar onmogelijk dan wel
onredelijk is, er een vergunning wordt verleend.
Ik wil nog spreken over het bezoek aan de ambassade. De minister heeft gezegd
dat voortaan ook iemand van de IND dat zal begeleiden. Dit houdt in dat de
asielzoeker in de ambassade vergezeld wordt door een functionaris van de IND. Ik
vraag mij echter af of de medewerkers van de IND wel alle talen ter wereld
verstaan. Met andere woorden: wat komt er uit het gesprek dat in de ambassade
plaatsvindt in aanwezigheid van een functionaris van de IND?
Ik ben van mening dat dit gesprek niet alleen dient plaats te vinden in
aanwezigheid van iemand van de Immigratie- en Naturalisatiedienst, maar ook in
aanwezigheid van een tolk. Daar gaat mijn motie over. Dan kan in ieder geval de
Nederlandse functionaris van de Immigratie- en Naturalisatiedienst verstaan wat
er wordt gezegd. Ik pleit ook voor
een schriftelijke vaststelling van dat gesprek, zodat er in het verdere verloop
van de procedure geen onzekerheid kan bestaan over hetgeen daar aan de orde is
geweest. Gelet op de stand van zaken in het debat, dien ik de volgende motie in.
Motie
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de regering van plan is om
uitgeprocedeerde asielzoekers bij hun bezoek aan de ambassade te doen
vergezellen door een medewerker van de Immigratie en Naturalisatiedienst;
van mening dat het wenselijk is, mede met het
oog op de bewijsvergaring, dat bij het gesprek in de ambassade tevens een
onafhankelijke tolk aanwezig is zodat duidelijk wordt wat daar besproken wordt;
verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat
bij de bedoelde bezoeken aan en ambassade steeds een onafhankelijke tolk
aanwezig is en dat de uitkomst van de inspanningen schriftelijk wordt vastgelegd,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter: Deze motie is voorgesteld door
het lid De Wit. Naar mij blijkt, wordt zij voldoende ondersteund.
Zij krijgt nr. 18 (29344).
De heer Klaas de Vries (PvdA): Vindt de heer De
Wit niet dat hij een enorme open deur intrapt? Ik kan mij niet voorstellen dat
de regering ooit in deze Kamer moet verklaren dat er wel iemand is meegestuurd,
maar dat die het helaas niet kon verstaan.
De heer De Wit (SP): Ik sta nergens meer van te
kijken als het gaat om de de wijze waarop de Immigratie- en Naturalisatiedienst
asielzoekers in het kader van hun asielverzoek en straks in het kader van hun
terugkeer behandelt. Daarom zeg ik dat de stand van zaken in dit debat de
indiening van deze motie noodzaakt. Als de minister nu zegt dat zij er uiteraard
voor zorgt dat er een onafhankelijke tolk aanwezig is en dat de zaak
schriftelijk wordt vastgelegd, zal ik de eerste zijn die de motie alsnog intrekt.
De vergadering wordt van 10.30 uur tot 10.46
uur geschorst.
Minister Verdonk: Mijnheer De voorzitter. Ik
zal mij beperken tot de moties.
Mevrouw Vos verzoek in haar motie op stuk nr. 17 de regering, de Kamer periodiek
te rapporteren over de toetsing van schrijnende gevallen en de toepassing van
het buiten-schuldcriterium, waar terugkeer objectief toetsbaar onmogelijk dan
wel onredelijk zou zijn. Als Mevrouw Vos met deze motie bedoelt dat ik over de
aantallen rapporteer, zeg ik dat graag toe. Dat zal dan gebeuren in de normale
rapportage over de vreemdelingenketen.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Ik duid uiteraard op
de aantallen, maar ik wil van de minister toch iets meer horen. Zij heeft gezegd
dat zij speciale aandacht zal hebben voor de gezinnen. Zal zij de Kamer
rapporteren hoe zij in die gevallen het criterium schrijnend heeft toegepast?
Hetzelfde geldt voor de toepassing van het buiten-schuldcriterium. In de
rapportage wil ik toch iets meer lezen over zaken waar het onredelijk was of
onmogelijk was. Naast de aantallen wil ik toch iets meer informatie, voor zover
mogelijk, over de schrijnende gevallen.
Minister Verdonk: Ik moet dan tot mijn spijt
aanvaarding van de motie ontraden. Het gaat over het samenstel van factoren in
individuele specifieke omstandigheden. Daarover kan ik niet verder rapporteren.
Ik stel mij voor om te rapporteren over de aantallen.
Mevrouw Lambrechts (D66): Het gaat over de
toetsing van schrijnende gevallen en dat wat de laatste dagen naar voren is
gekomen. Wij hebben met de minister daarover van gedachten gewisseld en
desgevraagd de toezegging gekregen, dat het getalscriterium daarbij geen rol
speelt. Gezegd is -- die woorden heb ik althans zelf gebruikt dat voor het
individuele geval de omstandigheden niet minder schrijnend zijn als er nog twee
of drie meer zijn. Integendeel, dan geldt voor die twee of drie gevallen wat
voor het eerste geval ook geldt. De minister heeft dat erkend en gezegd dat zij
ook niet zo te werk is gegaan. Wat mij opvalt in de checklist, die geen echte
checklist is maar toch wel een beetje de richting aangeeft, is het woord "precedentwerking".
Dat zegt toch iets. Dat zegt dat de minister het ene geval niet zal erkennen,
als er nog een tweede of derde geval is, omdat het dan ook voor andere gevallen
zal gelden. Ik zal geen motie indienen, maar ik wil expliciet van de minister
horen dat niet geteld wordt en dat het niet zo is dat een schrijnend geval niet
wordt erkend, omdat er nog een tweede, derde, vierde of vijfde zou zijn. Ik wil
horen dat het woord "precedentwerking" hier niet thuishoort.
De voorzitter: Uw vraag heeft betrekking op de
motie? Daar spreken wij namelijk over.
Mevrouw Lambrechts (D66): Mijn vraag betreft de
manier van toetsen en de aantallen. Ik wil de toezegging dat het getalscriterium
geen rol speelt, dat niet wordt geteld.
Minister Verdonk: Op deze duidelijke vraag van
Mevrouw Lambrechts kan ik een heel duidelijk antwoord geven: het getalscriterium
is niet van toepassing. Ik heb al eerder gezegd dat ik in dit proces zal
bekijken of een nieuwe vorm van schrijnendheid is ontstaan. Als dat zo is,
kijken wij ernaar. Ik krijg de dossiers en zal in het samenstel van factoren
mijn discretionaire bevoegdheid wel of niet gebruiken.
Mevrouw Lambrechts (D66): Wil de minister deze
boodschap en de afspraak die wij nu maken, overbrengen aan de groep van mensen
die straks de opdracht krijgt om dit te toetsen? De minister zegt dat het andere
mensen zijn dan degenen die het tot nu toe hebben gedaan. Zij moeten weten dat
het getalscriterium en het feit dat er nog een tweede of derde geval is, geen
enkele rol mag spelen bij de vaststelling of een geval schrijnend is.
Minister Verdonk: Voorzitter. Laat duidelijk
zijn dat wat ik hier aan boodschap breng in de Kamer -- waarbij ik de Kamer
duidelijk maak wat het beleid is dat ik ga voeren -- ook intern door mij zal
worden gecommuniceerd. Dat zal ik vanzelfsprekend doen.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Nu Mevrouw Lambrechts
het punt opbrengt, wijs ik erop dat ik daar de minister zo-even een vraag over
heb gesteld. De minister zei dat zij op de moties ingaat, maar ik neem aan dat
zij toch ook een enkele vraag zal beantwoorden. De lijst is gisteren naar buiten
gekomen en er moet toch helderheid over komen, ook richting de samenleving, wat
de betekenis van deze checklist is, hoe ermee wordt omgegaan en hoe de IND ermee
omgaat. Het woord "precedentwerking" staat wel degelijk in deze
checklist. Ik vind dat de minister aan de Kamer en de samenleving helder moet
maken wat de betekenis is van het woord "precedentwerking" in deze
lijst en dat zij een toelichting moet geven op deze lijst.
De voorzitter: Voor alle helderheid, ook voor
dit debat, merk ik het volgende op. Wij hebben afgelopen maandag het debat
gevoerd en er is gevraagd om een heropening om moties in te dienen. Ik wil dan
ook nu geen nieuwe discussie gaan voeren; wat dat betreft moet u maar afspreken
in de procedurevergadering van de vaste Kamercommissie hoe u hier verder mee
omgaat. Een enkele vraag kan natuurlijk best beantwoord worden, maar het is niet
de bedoeling een hele nieuwe discussie te voeren. Daar geef ik geen toestemming
voor. Wij spreken nu over de moties. Daar wordt een vraag over gesteld; daar
komt een antwoord op en dan gaat het debat verder.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Dit is natuurlijk een
aangelegen punt voor de Kamer; dit is cruciaal geweest in het debat van
afgelopen maandag. Er is nu meer aandacht voor gekomen en wat mijn fractie
betreft kunnen wij niet stemmen over moties en kunnen wij dit debat niet
afronden, als er niet méér helderheid is van de kant van de minister over de
betekenis van deze lijst, met name over de betekenis van het woord "precedentwerking".
Het lijkt mij dat het van belang is om dit zo snel mogelijk op tafel te krijgen.
En of dat nu komt of op een ander moment -- wat mijn fractie betreft moet het
gewoon helder worden.
De voorzitter: Dat het op een ander moment komt,
is ook goed mogelijk. Dan heeft u het recht als Kamerlid om het weer op de
agenda te plaatsen, maar dan gaat het eerst via de procedurevergadering van de
vaste Kamercommissie, zodat het op een goede manier wordt afgehandeld. Wij
spreken nu over de heropening van het debat van afgelopen maandag, over de
moties; daar komt antwoord op. Natuurlijk zal er wel her en der een vraag
beantwoord worden, maar als dat niet voldoende is, kunt u alsnog procederen via
de andere weg.
De heer Klaas de Vries (PvdA): Ik heb een
kleine "her en der"-vraag naar aanleiding van hetgeen de minister zo-even
zei. Waarom staat "precedentwerking" op dat formulier, als het de
minister niet kan schelen hoeveel aantallen eronder zouden vallen?
Minister Verdonk: Voorzitter. Ik zal, als u het
mij toestaat, graag even op deze vragen ingaan. Zij liggen in elkaars verlengde
en betreffen de zogenoemde checklist. Ik heb in elk debat met uw Kamer tot nu
toe steeds aangegeven dat ik een zeer serieuze invulling wens te geven aan mijn
toezegging om met extra aandacht en met mijn hart, zoals is gevraagd, te kijken
naar bijzondere gevallen. Zoals dit bij uw Kamer bekend is, ging het in totaal
om 9800 brieven waarin werd gesteld dat er in individuele gevallen sprake zou
zijn van schrijnende omstandigheden. Al deze brieven en de achterliggende
individuele dossiers dienden dus bezien te worden. Zoals ik zojuist al hebben
aangegeven, maak ik al dan niet gebruik van mijn discretionaire bevoegdheid in
individuele gevallen en wel na afweging van een complex van factoren zoals dit
zich voordoet in een individueel geval. Voorbeelden van factoren of
aandachtspunten heb ik aangegeven. Teneinde deze afweging van mijn kant zo goed
mogelijk te ondersteunen, is binnen de IND een aandachtspuntenlijst gemaakt.
Deze zogenoemde checklist bevat niet meer en niet minder dan een aantal
aandachtspunten om mij in staat te stellen voorafgaand aan mijn uiteindelijke
beoordeling van het individuele geval een zo scherp mogelijk beeld te krijgen
van individuele dossiers.
Mevrouw Vos en anderen zijn ingegaan op het vóórkomen van het punt "precedentwerking"
op deze lijst. Uiteraard staat dit punt erop en uiteraard moet ik kijken naar de
precedentwerking en wel om twee redenen: ten eerste omdat in Nederland gelijke
gevallen gelijk behandeld moeten worden en ten tweede, in het verlengde daarvan,
omdat ik, als er meer vergelijkbare gevallen zouden zijn, moet afwegen of ik
niet een beleidsregel moet maken in plaats van te komen tot een afwijking in het
individuele geval. Ik citeer in dit verband de voetnoot die onderaan de lijst
staat: dit overzicht is louter bedoeld om een beter inzicht te verschaffen in de
situatie van de vreemdeling. De genoemde factoren zijn geen criteria; het zal in
vrijwel alle gevallen gaan om een weging van een combinatie van de hier genoemde
factoren. De opsomming is niet limitatief, aangezien er ruimte is om zelf, zowel
van ambtenarenkant als van mijn kant, nog factoren op te voeren.
Resumerend: deze aandachtslijst is bedoeld om de cases duidelijk te krijgen en
is dus geen lijst met criteria.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Dan blijft de vraag
waarom het woord "precedentwerking" erop staat.
Minister Verdonk: Ten eerste: omdat gelijke
gevallen in Nederland gelijk moeten worden behandeld. Ten tweede: omdat ik, als
er meer vergelijkbare gevallen zijn, altijd moet afwegen of ik mijn
discretionaire bevoegdheid moet gebruiken dan wel een nieuwe beleidsregel moet
maken.
Mevrouw Lambrechts (D66): Voorzitter.
De voorzitter: Nee, ik ga niet verder. Dan moet
u het maar in de procedurevergadering aan de orde stellen. De minister vervolgt
haar betoog.
Minister Verdonk: Wat de eerste motie betreft,
heb ik duidelijk aangegeven op welke manier ik rapporteer. Als dat voldoende is,
is er geen probleem. Als met de motie echter ook op een inhoudelijke rapportage
wordt gedoeld, dan ontraad ik de aanneming ervan.
De heer Klaas de Vries (PvdA): Mag ik aannemen
dat de minister wel over de feiten zal blijven rapporteren, ook als deze motie
van Mevrouw Vos onverhoopt zal worden verworpen?
Minister Verdonk: Natuurlijk, mijnheer De Vries.
De heer Nawijn (LPF): De minister zegt dat zij
een afweging maakt op basis van een complex van factoren. Als ik het goed zie,
staat in de Vreemdelingenwet en de Algemene wet bestuursrecht dat zij geen
motivatie hoeft te geven als zij een verzoek in een zaak inwilligt. Is dat zo?
Minister Verdonk: Dat is zo.
In de tweede motie van Mevrouw Vos en mevrouw Huizinga-Heringa wordt de regering
verzocht de opvangvoorzieningen van kinderen te allen tijde in stand te laten.
Ik heb al eerder in het debat over kinderen in opvangvoorzieningen gesproken. Ik
moet de aanneming van deze motie ontraden vanwege de woorden "te allen
tijde". Ik heb gezegd dat ik gezinnen met kinderen op een heel humane
manier zal behandelen en op alle mogelijke terreinen zal ontzien. Ik zal daar
echt op een heel fatsoenlijke manier naar kijken. Ik ontraad echter de aanneming
van deze motie.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Ik heb er een groot
probleem mee dat de minister wel degelijk uiteindelijk kinderen op straat zal
zetten als het niet lukt om gezinnen met kinderen uit te zetten. Dat is in
strijd met het Verdrag voor de rechten van het kind. Dat kan gewoon niet in een
samenleving van een land dat zo'n verdrag heeft ondertekend. De minister heeft
verantwoordelijkheden en verplichtingen ten aanzien van kinderen.
Minister Verdonk: Laat duidelijk zijn dat ik
niet degene ben die op een bepaald moment die keuze maakt. Het is de
verantwoordelijkheid van de ouders. Als de ouders meewerken aan de terugkeer,
gaan zij gewoon met hun kinderen terug naar het land van herkomst. Het zijn de
ouders die op een gegeven moment niet willen meewerken aan het terugkeerproces.
Dat is helemaal aan het eind van het traject. Wij proberen eerst de mensen ervan
te overtuigen dat het de beste en meest waardige manier is om de keuze te maken
voor terugkeer naar het land van herkomst. Als de ouders uiteindelijk zelf de
keuze maken om dat niet te doen, kan die verantwoordelijkheid niet op de
overheid worden afgewenteld.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Voorzitter.
De voorzitter: Nee, deze discussie is
uitentreuren gevoerd. Er zijn verschillen van opvatting. De Kamer kan een keuze
maken.
Minister Verdonk: In haar derde motie verzoekt
Mevrouw Vos de regering, de Kamer te rapporteren over de wijze waarop zij
asielzoekers met tegenwerping van artikel 1F Vluchtelingenverdrag behandelt, de
voornemens met betrekking tot het voor de rechter brengen en de voornemens met
betrekking tot mogelijke uitzetting. De Kamer mag van mij verwachten dat ik in
de toekomst inderdaad achteraf rapporteer over de hele 1F-procedure, als ik het
zo mag noemen. Ik kan niet akkoord gaan met deze motie als het gaat over de
voornemens met betrekking tot het voor de rechter brengen en de voornemens met
betrekking tot de mogelijke uitzetting.
Ik wil achteraf rapporteren over artikel 1F.
Met de laatste twee elementen van de motie kan ik echter niet uit de voeten.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Ik ben blij dat de
minister achteraf wil rapporteren, maar de zorg van mijn fractie is ook
ingegeven door de berichtgeving deze week. Het mag toch niet zo zijn dat de 700
mensen die verdacht worden van oorlogsmisdaden zonder meer uitgezet gaan worden.
Wij willen meer helderheid over de lijn die de minister in dit soort zaken kiest.
Het lijkt ons dat op z'n minst zou moeten worden vastgesteld dat het om
oorlogsmisdaden gaat.
Minister Verdonk: De cijfers die in het artikel
staan waarop Mevrouw Vos doelt, zijn onjuist geďnterpreteerd. Wat in dat
artikel staat, klopt dus niet. Ik stel mij voor dat ik in ieder geval wat de
toekomst betreft ga rapporteren. Van nu af aan zal ik over de dossiers die wij
gaan behandelen, rapporteren.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Het lijkt mij dat in
het kader van deze eenmalige maatregel de minister ook zou moeten rapporteren
over wat er gebeurt met de mensen die de contra-indicatie 1F reeds hebben
tegengeworpen gekregen.
Minister Verdonk: Dit wordt een wat moeizame
discussie omdat Mevrouw Vos zich baseert op de cijfers in het artikel.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Ik wil graag meer
informatie over het aantal 1F-mensen en wat er met hen gebeurt. Dat mag wat mij
betreft ook achteraf maar ik vind wel dat de Kamer inzicht daarin moet hebben.
Minister Verdonk: Dat geeft een groot praktisch
probleem. Ik kan deze groep niet exact aangeven. Wij hebben gerapporteerd onder
het totale criterium openbare orde en veiligheid. Daar vallen de 1F-mensen ook
onder. Mevrouw Vos vraagt mij nu in feite om opnieuw al die dossiers te gaan
bekijken om na te gaan voor welke mensen 1F geldt. Dat kan ik niet.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Het is onbegrijpelijk
dat de minister wanneer zij een totale maatregel doorvoert, niet kan rapporteren
over de categorieën die daaronder vallen. Dat moet toch bij haar op het
ministerie geregistreerd staan? Wat gebeurt er bij haar dan op het ministerie?
De voorzitter: Het antwoord is gegeven en als u
het er niet mee eens bent kunt u er zo nodig op een ander moment nader op ingaan.
De minister vervolgt haar betoog.
Minister Verdonk: Voorzitter. Vervolgens kom ik
te te spreken over de motie van De heer De Wit. Als blijkt dat men elkaar niet
verstaat, is een tolk aanwezig. Verder vraagt De heer De Wit in de motie om de
uitkomst van de inspanningen schriftelijk vast te leggen. Ik wijs erop dat er
altijd een proces-verbaal wordt opgemaakt van de desbetreffende gesprekken.
De heer De Wit (SP): Is het dan niet beter om
ervoor te zorgen dat het standaard schriftelijk wordt vastgelegd en dat wanneer
de IND naar de ambassade gaat ook een tolk meegaat, liefst een onafhankelijke
tolk, dus iemand die los staat van wat dan ook in de desbetreffende zaak en er
derhalve fris mee wordt geconfronteerd?
Minister Verdonk: Wij hebben heel veel goede
tolken die ons van dienst zijn bij allerhande gesprekken. Er is een regeling
voor die ik nu niet wil wijzigen. Uitgangspunt moet zijn dat wanneer mensen bij
elkaar zitten, ze elkaar kunnen verstaan.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter: De stemmingen over de ingediende
moties zullen op een nog nader te bepalen tijdstip plaatsvinden.
De vergadering wordt enige ogenblikken
geschorst.
ONGECORRIGEERD
STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
2003-2004
52ste vergadering
Dinsdag 17 februari 2004, 14.00 uur
Stemmingen
moties Terugkeerbeleid
Voorzitter: Weisglas
De voorzitter: Ik deel aan de Kamer
mede, dat zijn ingekomen berichten van verhindering van de leden:
Van Bommel, wegens ziekte, ook morgen;
Van Nieuwenhoven, wegens ziekte, de
gehele week;
Vietsch, wegens bezigheden elders;
Koenders, wegens verblijf
buitenslands.
Deze berichten worden voor
kennisgeving aangenomen.
De voorzitter: De ingekomen stukken
staan op een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op
die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als
aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn
ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de voorstellen heeft
verenigd.
Aan de orde zijn de stemmingen over de
moties, ingediend bij de debatten over het terugkeerbeleid, te weten:
- de motie-Van Fessem over het in beginsel niet gescheiden uitzetten
van gezinnen met kinderen (29344, nr. 3);
- de motie-Klaas de Vries c.s. over een ruimere pardonregeling voor
reeds lang in ons land verblijvende (uitgeprocedeerde) asielzoekers
(29344, nr. 4);
- de motie-De Wit over wijziging van het buiten-schuldcriterium in de
Vreemdelingencirculaire in een meewerkcriterium (29344, nr. 5);
- de motie-De Wit over gewetensbezwaarde overheidsfunctionarissen
(29344, nr. 6);
- de motie-Vos c.s. over het achterwege laten van vreemdelingenbewaring
en andere vrijheidsbeperkende maatregelen ten aanzien van gezinnen met
minderjarige kinderen (29344, nr. 7);
- de motie-Vos/Huizinga-Heringa over het verstrekken van een
verblijfsvergunning aan gezinnen met minderjarige kinderen die vijf
jaar of langer in Nederland verblijven (29344, nr. 8);
- de motie-Vos/Klaas de Vries over objectivering van het
buiten-schuldcriterium (29344, nr. 9);
- de motie-Huizinga-Heringa over het in geen geval gescheiden uitzetten
van gezinnen met minderjarige kinderen (29344, nr. 10);
- de motie-Huizinga-Heringa over monitoring van teruggekeerde
asielzoekers (29344, nr. 11);
- de motie-Lambrechts over het nog tijdens het terugkeertraject ruimte
bieden voor een finaal advies aan de minister in het kader van haar
discretionaire bevoegdheid (29344, nr. 12);
- de motie-Van der Vlies c.s. over het verlenen van een
verblijfsvergunning op medische gronden aan uitgeprocedeerde
asielzoekers die ernstig ziek zijn (29344, nr. 13);
- de motie-Van der Vlies/Vos over begeleide terugkeer naar het land van
herkomst (29344, nr. 14);
- de motie-Vos over periodieke rapportage over de toetsing van
schrijnende gevallen (29344, nr. 15);
- de motie-Vos/Huizinga-Heringa over instandhouding van
opvangvoorzieningen voor kinderen (29344, nr. 16);
- de motie-Vos over rapportage over de toepassing van contra-indicaties
(29344, nr. 17);
- de motie-De Wit over aanwezigheid van een onafhankelijke tolk (29344,
nr. 18).
De voorzitter: Op verzoek van de heer
Van der Vlies stel ik voor, zijn motie (29344, nr. 13) van de agenda af
te voeren.
Daartoe wordt besloten.
De voorzitter: Ik geef gelegenheid tot
het afleggen van stemverklaringen vooraf.
De heer Klaas de Vries (PvdA):
Voorzitter. Ik wil over twee moties een stemverklaring afleggen.
De eerste motie is die van de heer De Wit op stuk nr. 6. Die motie gaat
over gewetensbezwaren van ambtenaren en refereert aan een rapport uit
1983. Ik heb dat namens mijn fractie nagekeken. Ik concludeer dat er
door de regering, in overeenstemming met de ambtenarenbonden, een
regeling is getroffen die geldt voor alle ambtenaren die onder
omstandigheden gewetensbezwaren kunnen hebben. Het lijkt mij een
adequate regeling. Ik denk niet dat wij thans een aparte uitspraak over
dit onderwerp moeten doen.
De tweede motie is die van de heer Van Fessem op stuk nr. 3, in relatie
tot de motie op stuk nr. 10 van het lid Huizinga. De motie van het lid
Van Fessem spreekt uit dat bij terugkeer van gezinnen met kinderen in
beginsel geen gescheiden uitzetting plaatsvindt, terwijl de motie van
het lid Huizinga zegt in dat men in geen geval gescheiden mag worden
uitgezet. Aangezien de Partij van de Arbeid vindt dat gezinnen niet uit
elkaar gehaald mogen worden en niet van mening is dat dit "in
beginsel" zo is, zullen wij niet voor de motie van de heer Van
Fessem stemmen.
De heer De Wit (SP): Voorzitter. Mijn
fractie is voor een ruim generaal pardon voor de asielzoekers die
langer dan vijf jaar in Nederland zijn. Dat betekent dat wij van harte
de motie van de heer Klaas de Vries zullen steunen en dus voor die
motie zullen stemmen. Dat geldt niet voor de motie op stuk nr. 3 van de
heer Van Fessem.
De minister heeft tijdens het debat al
toegezegd dat zij in beginsel gezinnen niet gescheiden zal uitzetten.
In dat opzicht is de motie overbodig, maar de motie gaat de SP-fractie
niet ver genoeg. Wij zullen de motie-Huizinga-Heringa op stuk nr. 10
steunen, omdat dat wat ons betreft de juiste motie is.
De heer Herben (LPF): Voorzitter. Mijn
fractie zal de motie van de heer Van Fessem, over het in beginsel niet
gescheiden uitzetten van gezinnen met kinderen, steunen. De
motie-Huizinga-Heringa, daarentegen, zullen wij niet steunen. Wij
willen in geen geval dat gezinnen waarvan de vader een
oorlogsmisdadiger of een crimineel is, hier worden gehouden.
De voorzitter: Het woord is aan
mevrouw Vos, voor een verzoek over de orde bij de stemmingen.
Mevrouw Vos (GroenLinks): Voorzitter.
Mijn fractie vraagt, mede namens de fractie van de ChristenUnie, een
hoofdelijke stemming aan over de motie-Vos/Huizinga-Heringa op stuk nr.
8, over het verstrekken van verblijfsvergunningen aan gezinnen met
minderjarige kinderen die vijf jaar of langer in Nederland verblijven.
Dit is een motie waarvoor in de samenleving brede steun bestaat, onder
andere bij de Raad van Kerken en bij prominenten, zoals Tineke Lodders,
Marnix van Rij en Doekele Terpstra. Wij vinden het van belang dat
iedereen in de Kamer zelf zijn of haar afweging maakt, omdat het voor
ons echt om een gewetenskwestie gaat.
De voorzitter: Ik heb begrepen dat
mevrouw Huizinga-Heringa graag wil dat haar motie op stuk nr. 10 eerder
in stemming wordt gebracht dan de motie-Van Fessem op stuk nr. 3, omdat
haar motie qua strekking en betekenis verder gaat. Ik neem aan dat
hiertegen geen bezwaar bestaat.
In stemming komt de
motie-Huizinga-Heringa (29344, nr. 10).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de
Groep Lazrak, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben gestemd
en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-Van Fessem
(29344, nr. 3).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van D66, de VVD, het CDA, de SGP en de
LPF voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties
ertegen, zodat zij is aangenomen.
In stemming komt de motie-Klaas de
Vries (29344, nr.4).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de
Groep Lazrak en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en die
van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie-De Wit
(29344, nr. 5).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks en de
ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en die van de overige
fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie De Wit
(29344, nr. 6).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de SP en GroenLinks voor deze motie
hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is
verworpen.
In stemming komt de motie Vos c.s.
(29344, nr. 7).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de
Groep Lazrak en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en die
van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie
Vos/Huizinga-Heringa (29344, nr.8).
De voorzitter: Mevrouw Vos heeft
verzocht om hoofdelijke stemming over deze motie.
Vóór stemmen de leden: Van Dijken,
Dijksma, Dijsselbloem, Douma, Dubbelboer, Duivesteijn, Duyvendak,
Eijsink, Fierens, Van Gent, Gerkens, Halsema, Hamer, Heemskerk, Van
Heemst, Van Heteren, Huizinga-Heringa, Kalsbeek, Kant, Karimi, Kruijsen,
Lazrak, Leerdam, Marijnissen, Noorman-den Uyl, Rouvoet, Samsom, Slob,
Smeets, Smits, Straub, Stuurman, Tichelaar, Timmer, Timmermans,
Tjon-A-Ten, Tonkens, Van Velzen, Vendrik, Verbeet, Verdaas, Vergeer,
Vos, Klaas de Vries, Waalkens, De Wit, Wolfsen, Adelmund, Albayrak,
Arib, Blom, Boelhouwer, Bos, Bussemaker, Crone, Van Dam en Depla.
Tegen stemmen de leden: Dezentjé
Hamming, Van Dijk, Dittrich, Eerdmans, Eski, Eurlings, Van Fessem,
Ferrier, Geluk, Giskes, De Grave, Griffith, De Haan, Van Haersma Buma,
Van der Ham, Haverkamp, Herben, Hermans, Hessels, Hirsi Ali, Hofstra,
Ten Hoopen, Van Hijum, Jager, Joldersma, Koomen, Koopmans, Kortenhorst,
Kraneveldt, De Krom, Van der Laan, Lambrechts, Van Lith, Luchtenveld,
Mastwijk, Van Miltenburg, Mosterd, Nawijn, De Nerée tot Babberich, Van
Oerle-van der Horst, Omtzigt, Oplaat, Örgü, Ormel, De Pater-van der
Meer, Rambocus, Rijpstra, Schippers, Schreijer-Pierik, Smilde,
Snijder-Hazelhoff, Spies, Sterk, Szabó, Varela, Veenendaal, Verburg,
Verhagen, Visser, Van der Vlies, Bibi de Vries, Jan de Vries, Weekers,
Weisglas, Wilders, Van Winsen, Van Aartsen, Aasted Madsen-van Stiphout,
Algra, Van As, Atsma, Van Baalen, Bakker, Balemans, Van Beek, Blok, Van
Bochove, Brinkel, Bruls, Buijs, Van de Camp, Cornielje en Çörüz.
De voorzitter: Ik constateer dat deze
motie met 83 tegen 57 stemmen is verworpen.
In stemming komt de motie Klaas de Vries (29344, nr. 9).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de
Groep Lazrak en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en die
van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie
Huizinga-Heringa (29344, nr. 11).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, D66, de
ChristenUnie, de SGP en de Groep Lazrak voor deze motie hebben gestemd
en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie Lambrechts
(29344, nr. 12).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdA, de
Groep Lazrak, D66, de VVD, de ChristenUnie, de SGP en het CDA voor deze
motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij
is aangenomen.
In stemming komt de motie Van der
Vlies/Vos (29344, nr. 13).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de
SP, GroenLinks, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben
gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie Vos (29344,
nr. 14).
De voorzitter: Ik constateer dat de aanwezige leden van de fracties van
de
SP, GroenLinks, de ChristenUnie en de SGP voor deze motie hebben
gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie Vos (29344,
nr. 15).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de
SP, GroenLinks, de PvdA, de Groep Lazrak en de ChristenUnie voor deze
motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij
is verworpen.
In stemming komt de motie
Vos/Huizinga-Heringa (29344, nr. 16).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de
SP, GroenLinks, de PvdA, de Groep Lazrak, de ChristenUnie en de SGP
voor deze motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen,
zodat zij is verworpen.
In stemming komt de motie Vos (29344,
nr. 17).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de
SP, GroenLinks, de PvdA, de Groep Lazrak en de ChristenUnie voor deze
motie hebben gestemd en die van de overige fracties ertegen, zodat zij
is verworpen.
In stemming komt de motie De Wit
(29344, nr. 18).
De voorzitter: Ik constateer dat de
aanwezige leden van de fracties van de
SP en GroenLinks voor deze motie hebben gestemd en die van de overige
fracties ertegen, zodat zij is verworpen.
|