|
|
First Net Print, Tuesday, February 14, 2003
2de Kamer debat
Afghanistan
ONGECORRIGEERD
STENOGRAM
(aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
43ste vergadering
Woensdag 12 februari 2003
Voorzitter: Weisglas
Tegenwoordig zijn leden, te weten:
Van Aartsen, Adelmund, Albayrak,
Algra, Aptroot, Van Ardenne-Van der Hoeven, Arib, Van As, Atsma, Van
Baalen, Bakker, Balkenende, Van Beek, Blok, Blom, Van Bochove,
Boelhouwer, Van Bommel, Bos, Van den Brand, Van den Brink, Bruls,
Buijs, Bussemaker, Van de Camp, Cornielje, Çörüz, Crone, Van Dam,
Depla, Van Dijken, Dijksma, Dijsselbloem, Dittrich, Douma, Dubbelboer,
Duivesteijn, Duyvendak, Eerdmans, Eijsink, Eurlings, Ferrier, Fierens,
Van Geel, Geluk, Van Gent, Gerkens, Giskes, De Graaf, De Grave,
Griffith, De Haan, Van Haersma Buma, Halsema, Van der Ham, Hamer,
Haverkamp, Heemskerk, Van Heemst, Herben, Hermans, Hessels, Van
Heteren, Hirsi Ali, Van der Hoeven, Hofstra, Hoogervorst, Ten Hoopen,
Huizinga-Heringa, Jager, Joldersma, Kalsbeek, Kamp, Kant, Karimi, Van
der Knaap, Koenders, Koopmans, Kortenhorst, Kraneveldt, De Krom,
Kruijsen, Van der Laan, Lazrak, Leerdam, Van Lith, Marijnissen,
Mastwijk, Meijer, Van Miltenburg, Mosterd, Nawijn, De Nerée tot
Babberich, Nicolaï, Van Nieuwenhoven, Nijs, Noorman-den Uyl, Van
Oerle-van der Horst, Oplaat, Örgü, Ormel, De Pater-van der Meer,
Rambocus, Remkes, Rietkerk, Rijpstra, Ross-Van Dorp, Rouvoet, De
Ruiter, Rutte, Samsom, Schreijer-Pierik, Schultz Van Haegen-Maas
Geesteranus, Slob, Smeets, Smits, Spies, Van der Staaij, Sterk, Straub,
Stuurman, Terpstra, Tichelaar, Timmer, Timmermans, Tjon-A-Ten, Tonkens,
Varela, Van Velzen, Vendrik, Verbeet, Verburg, Verdaas, Vergeer-Mudde,
Verhagen, Vietsch, Van der Vlies, Vos, B.M. de Vries, J.M. de Vries,
K.G. de Vries, Vroonhoven-Kok, Waalkens, Weisglas, Wijn, Wilders, Van
Winsen, De Wit, Wolfsen en Zalm, en de heren Balkenende, De Hoop
Scheffer en Kamp.
De voorzitter: Ik verzoek alle
aanwezigen te gaan staan.
Geachte medeleden. Vorige week is in de leeftijd van 86 jaar het
oud-lid van onze Kamer de heer Bart Verbrugh overleden. Ik heb zojuist
zijn voornaam genoemd, omdat wij elkaar tegenwoordig op die manier
kennen. Vroeger was dat zeker niet gebruikelijk, zelfs niet binnen een
fractie; in ieder geval niet binnen de fractie van het GPV, waarvan de
heer Verbrugh van 1971 tot 1977 lid was samen met de heer Jongeling en
van 1977 tot 1981 als eenmansfractie en dus als fractievoorzitter. In
die tien jaren Kamerlidmaatschap verzette Verbrugh net zo veel werk als
een middelgrote fractie; hij was omnivoor en overal aanwezig.
De heer Verbrugh was een buitengewoon hoffelijk mens met een oprechte
belangstelling in de medemensen in de Kamer, ongeacht de fractie, en
ook elders in de maatschappij in binnen- en buitenland. Hij volgde
intensief de ontwikkelingen in wat toen nog de Europese Gemeenschap
heette en toonde zich daarbij een scepticus. Hij had -- en dat was op
zich zeer bijzonder -- lang voordat zijn politieke loopbaan begon, in
Nederlands Indië Deens geleerd en was verheugd over de toetreding van
Denemarken tot de EEG in 1972. Hij heeft zich altijd ingespannen voor
de samenwerking binnen de toenmalige EEG tussen de Noordse landen en
een land als Nederland.
Niet sceptisch, maar zeer principieel, toonde hij zich met de indiening
van een initiatiefwetsontwerp over de bescherming van het ongeboren
leven, samen met dominee Abma van de SGP. De heer Verbrugh heeft later
zelf erkend dat dit voorstel weinig, misschien zelfs geen, kans op
aanvaarding maakte, maar hij wilde niet alleen maar passief het
verschijnsel van de illegale abortus bestrijden. De uitvoerige memorie
van antwoord getuigt niet alleen van gedrevenheid en degelijkheid, maar
ook van het ernstig nemen van alle vragen en, af en toe, zelfs van
vriendelijke ironie.
De heer Verbrugh bleef tot aan zijn dood betrokken bij politiek en
samenleving. "Jong zijn en oud worden" was de treffende titel
van zijn vorig jaar verschenen levensbeschrijving. Eimert van
Middelkoop schreef vorige week in het Nederlands Dagblad over
Verbrugh's boek: het is zowel een tijdsdocument van het gereformeerde
leven in de tweede helft van de 20e eeuw alsook een op onderdelen
ontroerende beschrijving van zijn persoonlijke leven. Een autobiografie
mocht je het van hem niet noemen. Dat zou te veel eer zijn voor de
persoon Bart Verbrugh. Het moet in heel ons leven immers gaan om de eer
van God, de Schepper van hemel en aarde. De heer Verbrugh was daarin
zeer authentiek.
Met het overlijden van de heer Verbrugh verliest het vroegere GPV en nu
de ChristenUnie een breed denker, die geheel verweven was met de
ontstaansgeschiedenis van het GPV. "De architect van het GPV"
noemt Van Middelkoop hem.
Namens u allen wens ik mevrouw Verbrugh, de kinderen en kleinkinderen
en zijn politieke erfgenamen hier in de Kamer toe dat zij in de
herinnering aan deze onversaagde man kracht en troost zullen vinden.
De aanwezigen nemen enkele ogenblikken
stilte in acht.
De vergadering wordt enkele minuten
geschorst.
De voorzitter: Ik deel aan de Kamer
mee dat er geen berichten van verhindering zijn.
De ingekomen stukken staan op een lijst die op de tafel van de griffier
ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze
van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen
bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan dat de Kamer zich met de
voorstellen heeft verenigd.
Regeling van werkzaamheden
De voorzitter: Op verzoek van de
VVD-fractie benoem ik het lid Aptroot tot plaatsvervangend lid in de
vaste commissie voor VWS.
Morgen, donderdag 13 februari, zal de Kamer in ieder geval vergaderen
om 13.00 uur voor een regeling van werkzaamheden en wellicht voor
stemmingen voortkomend uit het debat dat wij zo dadelijk houden. Het
tijdstip daarvan is nu evenwel nog niet te voorspellen.
Aan de orde is het debat over Irak.
De voorzitter: Er zijn ruime
spreektijden van acht minuten. Ik heb begrepen dat De voorzitter van de
commissie in de commissie met de woordvoerders heeft gesproken over een
terughoudende opstelling wat betreft interrupties in dit debat. Wie ben
ik om mij daar niet van ganser harte bij aan te sluiten?
De beraadslaging wordt geopend.
Mevrouw Karimi (GroenLinks):
Voorzitter. De laatste dagen werd ik waar ik ook kwam bestookt met
vragen. Waarom wil Bush deze oorlog? Waar gaat het hem werkelijk om?
Waarom gedraagt De Hoop Scheffer zich als de tassendrager van Powell?
Waarom staat Nederland niet aan de kant van Duitsland en België? Het
zijn niet de linkse pacifisten die het vragen. Het gaat om mijn buurman
en buurvrouw, leerlingen op scholen, winkeliers om de hoek en
moskeegangers. Het gaat om vrijwilligers in de kerken en mensen die je
toevallig aanspreken. Het is mij duidelijk dat de meerderheid van de
Nederlanders deze oorlog niet wil. Zelfs het CDA en Van Agt keuren de
houding en het Irakbeleid van het duo-Balkenende/De Hoop Scheffer af.
Zaterdag 15 februari zal wereldwijd tegen de oorlog worden
gedemonstreerd. Ik hoop en verwacht dat ook in Amsterdam de opkomst
massaal zal zijn.
Volgens mijn fractie is het demissionaire kabinet-Balkenende de kluts
kwijt wat Irak betreft. De recente brieven van de regering
rechtvaardigen deze conclusie. Powell had in de Veiligheidsraad volgens
mij drie soorten informatie. Een groot deel van de informatie was al
bekend dankzij het werk van de inspecteurs. Een deel van de informatie
was gespeculeerd: "het zou kunnen"-informatie, bijvoorbeeld
over de mobiele laboratoria voor de productie van biologische wapens in
vrachtwagens. Een deel van de informatie was controleerbaar,
bijvoorbeeld de afgeluisterde gesprekken en de satellietfoto's. Deze
presentatie maakte vooral duidelijk dat het Iraakse regime niet
meewerkte met de wapeninspecteurs. Blix had dat al eerder in zijn
rapport aangegeven. Bovendien maakte deze presentatie duidelijk dat de
VS nauwelijks meer wisten dan wat door het werk van de inspecteurs voor
iedereen al bekend was.
De centrale vraag voor dit debat, zeker na de presentatie van Colin
Powell en de toespraak van George W. Bush, is: zet de internationale
gemeenschap, dus ook Nederland, in op voortzetting en versterking van
de wapeninspecties in Irak of volgt men de koers van de VS, die Irak de
oorlog willen verklaren? De keuze van de fractie van GroenLinks is
helder en duidelijk: wij zetten in op de vreedzame ontwapening van
Irak. Het is van belang om het rapport van Blix aan ElBaradei vrijdag
af te wachten. Het is van belang om met menselijke en technische
middelen de inspecteurs aanzienlijk te versterken. De presentatie van
Powell maakte een ding duidelijk: voor de ontwapening van Irak moet je
ter plekke op de grond de wapens vernietigen.
De mobiele laboratoria -- als ze
bestaan -- kunnen niet met bombardementen worden uitgeschakeld. Irak
zou dan letterlijk moeten worden platgebombardeerd om iedere verdachte
locatie te vernietigen. Juist dat vergroot de kans dat Saddam Hoessein
biologische en chemische wapens inzet tegen de bevolking of de
buurlanden.
Het ziet ernaar uit dat elf van de vijftien leden van de
Veiligheidsraad, onder welke drie van de vijf permanente leden, zich
voor verlenging van de wapeninspecties uitspreken. Frankrijk, Duitsland
en Rusland hebben voorstellen gepresenteerd voor versterking van de
inspecties. Het is nu zaak om alle diplomatieke en vreedzame middelen
te gebruiken om resolutie 1441 uit te voeren. Het is niet het moment
voor oorlogsvoorbereidingen, noch in VN-verband noch in NAVO-verband en
ook niet bilateraal met de Verenigde Staten. Terecht hebben Frankrijk,
Duitsland en België de besluitvorming in de NAVO geblokkeerd. Bush
probeert de Veiligheidsraad onder druk te zetten voor een tweede
resolutie die nu al de schending van resolutie 1441 vaststelt en een
oorlog tegen Irak moet legitimeren. Wat ons betreft is deze resolutie
niet aan de orde.
De GroenLinks-fractie weet waarvoor zij staat. Weet het kabinet dat
ook? Ja en nee. Het kabinet-Balkenende werkt in feite braaf en slaafs
aan de voorbereidingen van de Amerikanen mee. Op papier blijft het
verhaal echter vaag en halfslachtig. Laten wij de feiten van de laatste
week op een rijtje zetten. Vrijdag heeft de minister van Buitenlandse
Zaken gesproken met zijn Amerikaanse collega Powell. Wij zagen hem
breed lachend op de televisie. Wat heeft hij minister Powell gemeld? In
zijn verslag verklaart Minister De Hoop Scheffer dat hij heeft
bevestigd dat Irak onvoldoende meewerkt aan de wapeninspecties en deze
zelfs tegenwerkt. Heeft hij echter ook gepleit voor diplomatieke
oplossingen en voor uitbreiding en versterking van de inspecties? Heeft
hij de Amerikanen erop gewezen dat hun informatie de inspecteurs bij
hun werk kan helpen? Nee, hiervan lees ik niets in zijn brief. Waarom
eigenlijk niet?
Braaf en slaafs heeft de Nederlandse regering Powell medegedeeld dat
Nederland bereid is om Turkije bilateraal te steunen met de
stationering van Patriots. Uit de brief blijkt niet dat de minister dit
heeft gezegd onder voorbehoud van parlementaire instemming. Volgens de
GroenLinks-fractie had dat wel gemoeten. In Washington heeft de
minister gemeld dat de Nederlandse regering vrijdag een besluit neemt
over de eerdere concrete verzoeken van de VS om militaire bijstand. Om
welke concrete verzoeken gaat het? Waarom is de Kamer hierover niet
ingelicht? Nederland mag voordat de Veiligheidsraad heeft gesproken
geen concrete toezeggingen doen over een bijdrage aan de Amerikaanse
oorlogsmachinerie. Dat is niet gelegitimeerd.
Ondertussen blijft de CDA'er De Hoop Scheffer beweren dat er geen
sprake is van oorlogsplanning. Het heet dat het gaat om het verhogen
van militaire druk. Hij heeft dat zo vaak herhaald dat ik vrees dat hij
het nu ook zelf gelooft. Feitelijk is Nederland stap voor stap de
oorlog ingepland en meegesleurd. Hoe kun je blijven spreken van alleen
de opbouw van militaire druk als de VS zelfs particuliere vliegtuigen
inhuren voor een sneller transport van militairen naar de Golf? De
presentatie van Powell liet één cruciale vraag onbeantwoord: waar
komt de urgentie van de oorlog tegen Irak vandaan? Waarom nu? Waarom is
het nu gerechtvaardigd om een risicovolle en nietsontziende oorlog te
voeren? De VN-rapporten over de te verwachten doden, gewonden en
vluchtelingen zijn duidelijk. Het zal blijvend leiden tot haat tegen
het Westen, dus tot nog meer extremisme en geweld. Het hele nu al
instabiele Midden-Oosten kan in de oorlog meegesleurd worden. In
Israël wordt nu openlijk gediscussieerd over het gebruikmaken van de
aanval op Irak om de Palestijnen van de Westbank te verdrijven: een
etnische zuivering die in Israël officieel als "transfer"
wordt aangeduid. In deze oorlog tegen Irak kunnen zelfs kernwapens
worden ingezet.
De vraag naar de urgentie en noodzaak van oorlogvoering wordt nog
belangrijker als ik de volgende zinnen in de brief van de regering
lees: "Veel van wat door Powell naar buiten wordt gebracht is
reeds langer in inlichtingenkringen bekend en is in lijn met hetgeen
uit Nederlandse inlichtingenbronnen is gebleken". Ik vind dit
interessant. Nederland wist dus al langer wat Powell met zoveel tamtam
in de Veiligheidsraad presenteerde.
De minister-president moet mij
uitleggen waarom hij zo onder de indruk was van het materiaal van de
heer Powell. Hij riep voor de camera's: dit is bewijsmateriaal, dat
valt niet te ontkennen. Maar hij wist het toch allemaal al van de
Nederlandse inlichtingendiensten? Wordt onze informatie ook aan de
inspecteurs gegeven? Of zijn de Nederlandse inlichtingendiensten
misschien net als hun collega's in het Verenigd Koninkrijk goed in het
knippen en plakken van tien jaar oude werkstukken van studenten?
Er wordt een relatie tussen Bin Laden en Saddam uit de hoed getoverd.
Bin Laden heeft gisteren weer gesproken en Powell was er als de kippen
bij om de relatie fijntjes aan te tonen. De op televisie vertoonde tape
is volgens de heer Powell het bewijs. Ik vind dat de tape en Powell's
reactie andere dingen bewijzen. Ten eerste bewijst de tape dat Bin
Laden leeft en de wereld kan toespreken. Met een beroep op de islam kan
hij de onvrede onder moslims en arabieren mobiliseren. Ten tweede
bewijst de reactie dat de VS zeer verlegen zitten om echt bewijs ter
onderbouwing van hun oorlogsretoriek. Kortom: het is niet overtuigend.
Een oorlog is geen antwoord op het probleem Saddam. Alleen het
islamistisch terrorisme vaart er wel bij.
Nederland moet kiezen voor een vreedzame ontwapening van Saddam. Dat
betekent investeren door de EU in alternatieven in plaats van in de
oorlogsplannen van de VS. Duitsland is in deze cruciale maand
voorzitter van de Veiligheidsraad. Het verdient de steun van zijn
Europese partners om met vreedzame middelen de uitvoering van de
VN-resoluties af te dwingen. Ik bedoel niet alleen resolutie 1441, maar
ook resolutie 686...
De voorzitter: Het spijt mij
verschrikkelijk, maar u moet nu afronden. Wij hebben ruime
spreektijden. U moet dus beter timen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik ben
aan het afronden. Respect voor de mensenrechten moet net zo serieus
worden genomen als Saddam. De Iraakse bevolking kan ondersteund worden
bij het omverwerpen van Saddam. Ook kunnen de VN
mensenrechteninspecteurs naar Irak sturen. Is de minister-president
bereid, dit te bepleiten op de aanstaande EU-top? De Nederlandse
regering zit zo vast in de oorlogsretorica van de VS dat zij geen enkel
initiatief ter voorkoming van oorlog steunt, laat staan zelf initiatief
toont. De laatste brief die de Kamer heeft ontvangen over het
Frans-Duitse voorstel, was vlees noch vis. Aan de ene kant .….
De voorzitter: Uw laatste zinnen nu!
Het spijt mij, maar wij hebben ruime spreektijden. Als ik u elf minuten
geef, krijgen vervolgens alle woordvoerders elf minuten. Dat is niet de
bedoeling.
Mevrouw Karimi (GroenLinks):
Voorzitter, mag ik een punt van orde...
De voorzitter: Nee, maakt u gewoon uw
inbreng af.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik eindig
met een belangrijk besluit dat aan de Kamer gestuurd is, namelijk dat
over de uitzending van Patriot-raketten naar Turkije. De Kamer heeft
hierover een korte brief van de regering ontvangen. Daarin wordt
melding gemaakt van de uitzending van .....
Als u mij toestaat dit voor te lezen, ben ik heel snel klaar.
De voorzitter: Ik heb geen zin om in
dit soort futiliteiten te vervallen, zeker niet in een debat over een
belangrijk onderwerp dat in heel Nederland op televisie te zien is. Dit
zeg ik niet over de inhoud, maar over de procedure. U dient nu af te
ronden. Acht minuten is acht minuten, dat is een ruime spreektijd en
daar gaan wij nu niet verder over in discussie.
Mevrouw Karimi (GroenLinks):
Voorzitter. Wij vinden het door de Nederlandse regering genomen besluit
over de uitzending van de Patriots naar Turkije op dit moment
voorbarig. Nederland had niet moeten ingaan op het bilaterale verzoek
van Turkije, omdat er in NAVO-verband tot dusverre geen besluit over is
genomen. Wij vinden ook de houding van de minister-president tegenover
het parlement onbegrijpelijk. Waarom was de minister-president van
mening dat het parlement hierover niets te zeggen had?
Ook mijn partij is voor de bescherming van de burgerbevolking, als er
daadwerkelijk een oorlog komt. Dat geldt natuurlijk ook voor Turkije.
Maar op dit moment is het sturen en stationeren van Patriot-raketten
gelijk aan het meewerken aan de oorlogsplanning van de VS. Daarom
stemmen wij er niet mee in.
De heer Van Bommel (SP): Voorzitter.
Aanstaande zaterdag wordt in alle Europese hoofdsteden, dus ook in
Amsterdam, gedemonstreerd tegen de dreigende aanval op Irak. De SP
steunt die demonstratie en zal eraan deelnemen. Wij zijn tegen een
aanval op Irak, omdat er geen sprake is van een acute dreiging van Irak
en die aanvalsoorlog tot een groot conflict lijkt te gaan leiden,
waarbij veel meer landen betrokken raken. De regering schrijft in de
brief dat de humanitaire situatie in Irak nu belabberd is. Belangrijke
voorzieningen, zoals water, gezondheidszorg en onderwijs zijn in
erbarmelijke staat. Een aanval op Irak zal de bevolking van Irak, die
al lang lijdt onder het regime van Saddam Hoessein, verder in de
ellende storten. Zo'n oorlog zal gepaard gaan met een groot verlies aan
mensenlevens en de vernietiging van het land, het milieu en de toekomst
van de bevolking. Nu al wordt uitgegaan van anderhalf miljoen Iraakse
vluchtelingen, terwijl er nauwelijks opvang beschikbaar is. Dat is
volgens de SP onaanvaardbaar.
De presentatie van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken
Powell heeft interessante beelden opgeleverd, maar geen bewijzen. De
minister-president leek direct onder de indruk. Ik vraag hem daarom of
hij meer informatie heeft, want de beelden die wij op CNN en de
Nederlandse televisie hebben gezien waren toch niet overtuigend, maar
hooguit op te vatten als aanwijzingen die nu gebruikt moeten worden
door de wapeninspecteurs om hun werk beter te doen. Frankrijk en
Duitsland, maar later ook meer landen, hebben die presentatie
aangegrepen om meer tijd te vragen voor de wapeninspecteurs. Die hebben
daar overigens zelf ook om verzocht. Waarom staat de Nederlandse
regering zo afwijzend tegenover dat verzoek? Gelooft de regering wel in
het nut van wapeninspecties? De regering schrijft weliswaar dat
militaire actie nog niet onvermijdelijk is, maar besteedt wel meer
aandacht aan het voorbereiden van een aanvalsoorlog en aan het
versterken van de inspecties. Zo werkt ons land mee aan het dichterbij
brengen van een oorlog. Kan de minister-president eens op die vragen
ingaan? Waar wordt op ingezet?
Om die oorlog mogelijk te maken, wordt nu voorgesteld om Patriot-
raketafweersystemen naar Turkije te sturen. De regering noemt dat een
preventieve, defensieve maatregel, maar geldt hier niet dat die
Patriots naar Turkije moeten, omdat er een aanvalsoorlog wordt
voorbereid? Voelt Turkije die dreiging niet omdat het land door de
Amerikanen als uitvalsbasis wordt gebruikt? Dan moeten we toch
vaststellen dat dit op zich defensieve wapen onderdeel uit gaat maken
van een offensieve tactiek? Zonder plannen voor een aanvalsoorlog, mede
vanuit Turkije, bestaat er daar geen behoefte aan Patriots. Dit verzoek
is dus ten minste voorbarig te noemen. Het wekt bij ons geen verbazing
dat NAVO-leden als Frankrijk, Duitsland en België voorlopig niet
willen dat de NAVO Patriots levert.
Hoe zit het met de eigen betrokkenheid van Turkije? Verschillende malen
heeft de Turkse regering aangegeven, bij een aanvalsoorlog Iraaks
Koerdistan te willen bezetten. Dergelijke dreigementen leiden
automatisch tot spanning en mogelijk escalatie. Daaraan moet Nederland
niet meewerken. Bovendien is de vraag, waar die Patriots precies voor
moeten dienen. Worden die nu ingezet om de Turkse bevolking te
beveiligen, of worden ze ingezet om Amerikaanse militairen te
beveiligen? Daarnaast heeft mijn fractie signalen uit de krijgsmacht
ontvangen dat het slecht gesteld is met de inzetbaarheid van de
Patriots en het benodigd personeel. Ik wil de minister van Defensie
enkele specifieke vragen stellen. Is het juist dat er van de drie
radars die weg gaan, er slechts één probleemloos werkt en dat de
lanceerplatforms met achterstallig onderhoud kampen? Is het juist dat
er een tekort is aan reserveonderdelen? Is het juist dat er voor een
fireplatoon 65 mensen nodig zijn, terwijl er maar 35 tot 40 aanwezig
zijn? Ik zou daarop graag nauwgezet antwoord krijgen, omdat wij dit
signaal uit de krijgsmacht zelf hebben ontvangen.
De Amerikaanse president Bush heeft gezegd dat de nieuwe VN-resolutie
voor een oorlog zeer wenselijk is. Tegelijkertijd heeft hij gezegd dat
de VS er niet voor zal terugdeinzen om samen met andere landen Irak aan
te vallen, als er geen VN-resolutie komt. De regering lijkt de
Amerikanen te willen volgen in deze stap. Ik hoor graag van de premier
of ons land achter de VS blijft staan, ongeacht de vraag of er nu wel
of geen nieuwe VN-resolutie komt.
Is een VN-resolutie nu nodig of niet
wat de regering betreft?
De Amerikanen sturen nu al aan op een gelegenheidscoalitie om Irak te
kunnen aanvallen. Wat betekent het als Nederland toetreedt tot die
coalitie? Levert ons land dan, net als bij de Kosovo-oorlog, wel de
wapens en de militairen, maar hebben we niets te zeggen over de
strategie en de inzet van militaire middelen? De Amerikanen en Britten
zinspelen openlijk over de inzet van kernwapens tegen Irak. Is dat
denkbaar of aanvaardbaar wat de regering betreft? Of wacht zij af tot
het zover komt, tot het besluit is genomen, om vervolgens haar eigen
standpunt te bepalen?
Hoe zit het met de toekomst van Irak na een eventuele oorlog? Deze
oorlog lijkt een bezettingsoorlog te worden, zonder plan over hoe het
verder moet met Irak. Hoe ziet de regeling de toekomst van Irak na zo'n
eventuele oorlog? Het land zal door interne verschillen en strijd
waarschijnlijk uiteenvallen.
De dreigende oorlog speelt inmiddels ook een rol in de formatie van de
nieuwe regering, zo lijkt het. De PvdA-fractie heeft aangegeven dat het
denkbaar is dat zij een oorlog steunt zonder nieuwe VN-resolutie.
Eerder was er steun voor het sturen van de Patriots, zo bleek uit
woorden van fractievoorzitter Bos. Inmiddels is dat standpunt verlaten,
zo vernemen wij. Kan de minister-president ons vertellen welke rol een
oorlog speelt in de gesprekken die worden gevoerd? Is het sturen van
Patriots nu wel of niet onderdeel van die gesprekken geweest? Of worden
er net zo lang verkenningen gehouden, tot een volgend kabinet een
oorlog met Irak erft van dit demissionaire kabinet? Is dat misschien
nieuwe politiek?
Nederland doet alleen aan planningsactiviteiten, zo is steeds gezegd.
Inmiddels zijn wij een stuk verder. Nederland geeft toestemming voor de
doorvoer van militair materieel via de Rotterdamse haven en wil nu
Patriots leveren aan Turkije. Zo worden wij stapje voor stapje deze
oorlog ingerommeld. Dat is onaanvaardbaar. Dat moet stoppen. Deelt de
minister van Buitenlandse Zaken mijn opvatting dat de
oorlogsvoorbereidingen veel harder gaan dan de wapeninspecties, terwijl
die wapeninspecties nog alle kans moeten krijgen? Sterker nog, het
regime van de wapeninspecties moet worden versterkt. Daar zou de
feitelijke oplossing kunnen liggen.
De NAVO blijkt sterk verdeeld over de betrokkenheid bij deze oorlog.
Kan de minister van Buitenlandse Zaken melden wat de stand van zaken
is? De NAVO heeft zichzelf als collectieve verdedigingsorganisatie
overleefd en dreigt nu als offensieve organisatie te worden ingezet in
dit conflict. Waarom de NAVO? De doelstelling van de NAVO wordt op die
manier ongemerkt veranderd, zonder debat met of kritiek van de
Nederlandse regering. Hoe ziet de minister van Buitenlandse Zaken de
betrokkenheid van de NAVO? Via de achterdeur in Turkije raakt de NAVO
mogelijk betrokken, maar door de verdeeldheid lijkt de NAVO ook uiteen
te vallen. Als de NAVO misbruikt gaat worden om Amerikaanse of
West-Europese belangen, economische belangen, in het Midden Oosten te
dienen, dan is het misschien maar beter ook dat deze organisatie
uiteenvalt.
Maandag wordt er in Brussel in EU- verband over Irak gesproken. De
regering rekent niet meer op een gemeenschappelijk standpunt, maar
spreekt van een open gedachtewisseling. Met welk doel? De standpunten
zijn toch bekend? De SP geeft steun aan krachten die de oorlog willen
voorkomen. Een oorlog tegen Irak is geen oplossing, maar een probleem.
Waarom dringt ons land niet aan op de inzet van alle diplomatieke
middelen die nog ter beschikking staan? Waarom helpt Nederland niet bij
het formuleren van een internationale aanklacht tegen Saddam Hoeseins
regime, wegens misdaden tegen de menselijkheid. Waarom steunt
Nederlands niet de Iraakse oppositie, in Irak en daarbuiten? Waarom
pleit Nederland niet voor slimme sancties, in plaats van sancties die
het leed van de bevolking al jarenlang verergeren? Waarom pleit
Nederland niet voor het politiek isoleren van Irak? Recent bezocht
Tarak Aziz het buurland Turkije nog. Hoe is het mogelijk dat leden van
dit misdadige regime een NAVO-bondgenoot kunnen bezoeken en vrij kunnen
uitreizen? Waarom raken wij nu in een oorlogssituatie verzeild, zonder
noodzaak?
Ik rond af. Oorlog is niet onvermijdelijk, zegt de regering, maar
tegelijkertijd doet zij niets om die oorlog te voorkomen. Dat is
ongeloofwaardig. Tegenstanders van oorlog zijn zaterdag in Amsterdam te
vinden. Ik hoop dat de tegenstanders hier in de Kamer daar zij aan zij
met mij zullen demonstreren tegen de oorlog.
De heer Koenders (PvdA): Mijnheer de
voorzitter. De wereld mag nooit geloven in de onvermijdelijkheid van
oorlog. Oorlog is in exceptionele gevallen altijd het allerlaatste
redmiddel. Oorlogen hebben meestal afschuwelijke humanitaire en
politieke gevolgen en maken veel meer kapot dan ze oplossen. Nooit
mogen wij ons laten leiden door of verleiden tot vroegtijdige
oorlogslogica of oorlogsplanning. Het debat gaat vandaag over de vraag
hoe wij, onder erkenning dat resolutie 1441 door Irak volledig moet
worden uitgevoerd, de extra mile for peace, die extra kilometer voor
vrede, met al onze politieke inspanningen kunnen aflopen. Daar spreekt
de PvdA het kabinet vandaag op aan. Het gaat dus niet om een debat
tussen oorlogshitsers en pacifisten, tussen voor- en tegenstanders van
Amerika, maar om het alles op alles zetten om te komen tot een
vreedzame ontwapening van Irak. Die kansen zijn er nog. Ze hangen
vooral af van Irak, maar ook van de manier, waarop wij de ruimte geven
aan zinnige vredesinitiatieven en -plannen. Het gaat vandaag om een
debat over de zorgvuldigheid waarmee tot oorlog besloten zou kunnen
worden, over wereldbeeldrisico en over multilateralisme versus
unilateralisme.
De kans op vrede en op een gezamenlijke benadering is nog niet
verkeken. Daar moet het vandaag om gaan. Over tactiek en strategie
lopen de meningen in de wereld om ons heen inmiddels fors uiteen. De
Veiligheidsraad blijkt verdeeld, de NAVO blijft in crisisberaad en de
Europese Unie loopt de kans om de top van aanstaande maandag in
beschamende verdeeldheid te eindigen. Dat is niet in het belang van
Nederland, dat juist zo hecht aan en belang heeft bij internationale
organisaties. Het is niet in het belang van de vrede, maar wel in het
belang van Irak.
De minister van Buitenlandse Zaken heeft in het vorige debat aangegeven
die eenheid, bijvoorbeeld in de Europese Unie, te willen bevorderen en
een brug te willen slaan. Daarom is bijvoorbeeld de brief van de
Europese regeringsleiders terecht niet ondertekend door Nederland. Waar
is echter de follow up? Waarom heeft de Nederlandse regering dan direct
Frans/Duitse ideeën ter versterking van het inspectieregime afgewezen,
nog voordat die plannen verder zijn uitgewerkt? Waarom niet meteen
ingestoken op de suggestie over de uitbreiding van de no fly-zone en
gelijk de telefoon gepakt en verder gepraat met die voor Nederland zo
belangrijke Europese partners, om te bezien hoe die ideeën kunnen
worden versterkt en waar nodig veranderd?
Premier Balkenende zei op vrijdag letterlijk: het spelletje van nog
eens wapeninspecteurs te zenden, daar hebben wij geen tijd voor. Ook
die uitlating lijkt ons voorbarig nu de inspecteurs hun rapport van
aanstaande vrijdag niet hebben uitgebracht. Wat als zij nu wel met zo'n
suggestie komen? Ik vraag de regering hier in het debat haar
opvattingen over de Frans/Duits/Russische suggesties uiteen te zetten
en zich, waar mogelijk, zo veel mogelijk uit te spreken. Juist de
verdeeldheid in de Veiligheidsraad, die het gevolg is van het niet
serieus nemen van de plannen van deze, ook voor Nederland belangrijke
partners, vermindert de door de regering en door ons gewenste druk op
Irak. Daar zijn wij het over eens. Meer precies vraag ik de regering
hoe zij zich op de Europese top inzet voor een gezamenlijk standpunt
dat recht doet aan deze belangrijke vredesinitiatieven en principes.
Een top heeft alleen zin als het geen illustratie wordt van
fundamentele meningsverschillen en verantwoorde plannen voor vrede
presenteert. De brief van de Nederlandse regering van vanmiddag geeft
hierover geen helderheid. Nederland streeft naar een open
gedachtewisseling, maar dat is in de huidige situatie toch volstrekt
onvoldoende?
Ook zou er bij het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten op
aangedrongen moeten worden om alle inlichtingen zo veel mogelijk te
delen, zodat de inspecteur de noodzakelijk door Irak te geven volledige
informatie kunnen bevragen en controleren. De case for war, het oordeel
over de noodzakelijkheid van oorlog, is immers nog niet geleverd. Het
spel met de inspecteurs is wat ons betreft niet uit, totdat de
inspecteurs en de Veiligheidsraad daartoe besloten hebben. Dat laat
uiteraard volledig onverlet dat Irak veel beter, volledig en pro-actief
met de VN moet samenwerken. Het is echter en/en. Dat vind ik te weinig
terug in de brief van de regering. Hoe beziet de regering overigens de
uitlatingen van Blix dat er op een aantal punten, zoals de U2-vluchten,
vooruitgang is geboekt?
Een forse discussie in de NAVO betekent op zich nog niet het einde van
deze organisatie. Nederland zal ook hier aangesproken worden op haar
positie. Er zijn risico's als landen niet compromisbereid zijn. Dat
geldt voor alle landen en het helpt niet als bijvoorbeeld de regering
van de Verenigde Staten de visie van het oude Europa simpel beziet als
kortzichtig. Deelt de regering overigens die karakterisering? Bij broos
evenwicht past respect voor elkaar. Gelukkig wordt vandaag door de VS
weer de nadruk gelegd op diplomatie en Robertson probeert met nieuwe
ideeën te komen.
De PvdA heeft ten aanzien van oorlogsplanning een consequente positie
ingenomen. Wij sluiten het gebruik van proportioneel geweld niet uit,
maar alleen als allerlaatste redmiddel. Wij sloten ons bij Solana aan,
toen hij zei dat de dynamiek van de troepenopbouw niet mag schuren met
de zorgvuldigheid van de wapeninspecteurs. Daarover bestaat en bestond
met de Nederlandse regering verschil van mening.
De heer Van Bommel (SP): Acht de
PvdA-fractie het denkbaar dat er steun wordt gegeven aan een
preventieve oorlog, dus een oorlog zonder dat sprake is van een acute
dreiging of een aanval op anderen?
De heer Koenders (PvdA): Ons standpunt
is van het begin af aan -- daar hebben wij ook vaak over gesproken --
dat het militaire middel nooit geheel mag worden uitgesloten omdat er
dan helemaal geen beleid meer is. Ik weet dat het standpunt van de
SP-fractie is dat er een goed gesprek moet worden gevoerd met Saddam
Hoessein. Wij denken niet dat dit helpt. Wij denken dat het van belang
is om pas te handelen als er een uitspraak is van de Veiligheidsraad.
En dan nog zal Nederland moeten afwegen of het gebruik van militaire
middelen proportioneel en effectief is.
De heer Van Bommel (SP): Ik wens de
heer Koenders niet serieus te nemen als hij gesprekken met Saddam
Hoessein in mijn betoog heeft herkend als een serieus instrument om
deze crisis op te lossen.
De heer Koenders (PvdA): U hebt dat
wel eerder gedaan.
De heer Van Bommel (SP): Kunt u dat
herhalen?
De heer Koenders (PvdA): Als u van
tevoren elk militair middel te allen tijde uitsluit, zit er niets
anders op dan een goed gesprek met Saddam Hoessein te voeren.
De heer Van Bommel (SP): Dat is hier
niet aan de orde. Ik wil graag een antwoord op de vraag of de
PvdA-fractie een preventieve oorlog in dit geval als een instrument
ziet om Irak te ontwapenen.
De heer Koenders (PvdA): Dat zien wij
niet, behalve als de Veiligheidsraad daarover een oordeel velt. Als dat
is gebeurd, zullen wij beoordelen of dat proportioneel is, juist
vanwege de mogelijke humanitaire consequenties van inzet van militaire
middelen. Dat is van het begin af aan het standpunt van de
PvdA-fractie. Wij lopen niet vooruit. Wij zoeken nu naar de kansen voor
vrede. Dat is het doel van dit debat en daar gaat het vandaag dus over.
De heer Van Bommel (SP): Ik stel vast
dat de PvdA-fractie een preventieve oorlog niet uitsluit en dat zij
zo'n oorlog dus kennelijk ziet als instrument in het kader van het
Midden-Oostenbeleid om Irak te ontwapenen. De gevolgen die dit zal
hebben, namelijk het humanitaire leed, het verlies aan mensenlevens en
de voorspellingen van de VN dat het anderhalf miljoen vluchtelingen zal
opleveren, worden kennelijk op de koop toe genomen.
De heer Koenders (PvdA): Ik begrijp
niet hoe u erbij komt om de woorden van de PvdA-fractie zo te
verdraaien. Ik begrijp dat het in uw straatje past, maar als er één
partij is die probeert via de internationale kanalen tot vrede te
komen, dan zijn wij dat. Als u tegen de NAVO, tegen de Europese Unie en
feitelijk ook tegen de Verenigde Naties bent en bovendien tegen elke
operatie, dan is het helaas onmogelijk om een serieus debat te voeren
over hoe men tot vrede en veiligheid in te wereld kan komen. Hierover
moet een serieus debat worden gevoerd in die organisaties. Daar zijn
wij mee bezig. Wij zijn hier vanmiddag om die extra kilometer voor
vrede af te lopen en daar vragen over te stellen aan de regering.
Ik heb gezegd dat wij ons aansluiten bij Solana, die heeft gezegd dat
de dynamiek van de troepenopbouw niet mag schuren met de zorgvuldigheid
van de wapeninspecties. Het verschil van mening daarover blijft
waarschijnlijk bestaan. Wij volgen de huidige discussie in de NAVO zeer
nauwkeurig, juist omdat de timing zeer belangrijk is. Wij zijn het met
alle landen in de NAVO eens dat Turkije als bondgenoot principieel
recht heeft op bijstand. Wij delen echter de opvatting van bijvoorbeeld
Frankrijk dat de timing daarbij wel essentieel is. Terecht beziet
Frankrijk de discussie over het pakket voorstellen -- wij kennen
overigens de inhoud hiervan niet en vragen de regering om het parlement
te informeren, bijvoorbeeld over het zogenaamde backfill-programma --
in het licht van de bredere internationaal-politieke situatie en het
spoor van de Veiligheidsraad.
Juist omdat wij de NAVO en de samenwerking zo belangrijk vinden,
begrijpen wij niet waarom Nederland voorop moet lopen en bilateraal
Patriots wil leveren aan Turkije. Het is pas juist om daartoe over te
gaan als de NAVO hierover als geheel overeenstemming heeft bereikt op
basis van een bredere internationaal-politieke afweging. Aangezien het
hier om een bilaterale levering gaat buiten de NAVO om, begrijpen wij
ook niet dat de premier vindt dat het parlement hier niet over gaat.
Juist nu is maximale parlementaire betrokkenheid bij de crisis in Irak
vereist. Bij een bilaterale leverantie is dat zeker ook verplicht. Wij
vragen de Nederlandse regering om niet over te gaan tot een bilaterale
leverantie aan Turkije totdat in de NAVO als geheel overeenstemming is
bereikt. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken zei vanmorgen dat
ook voor hem het principe belangrijker is dan de timing. Wij delen dat
principe. Het gaat nu echter om de timing. Wij sluiten ons bij landen
aan die terecht zeggen dat het moet worden bezien in het licht van de
internationaal-politieke situatie en het spoor van de Veiligheidsraad.
De heer Eurlings (CDA): Wat vindt de
heer Koenders van het feit dat landen als België en Frankrijk voor het
eerst in de geschiedenis van de NAVO een verzoek om bescherming door
Turkije blokkeren?
De heer Koenders (PvdA): Volgens mij
is het geen kwestie van blokkeren. Het gaat om de zogenaamde
artikel-4-procedure op grond waarvan Turkije om bijstand vraagt. Dat
mag ook. De Turkse minister heeft terecht gezegd dat hij blij is dat de
NAVO als geheel, inclusief Nederland, vindt dat Turkije bijstand
verdient. Daarnaast vind ik het van belang dat de NAVO als geheel een
oordeel heeft over de specifieke invulling en timing daarvan. Nederland
moet naar mijn mening niet vooruitlopen op die besluitvorming door de
NAVO door dat bilateraal en eigenstandig te doen. Het principe van
bijstand bestaat uiteraard. Daarvoor zijn wij lid van de NAVO. U kent
echter net als ik het NAVO-bondgenootschap. Een eigen afweging van de
lidstaten en van het bondgenootschap als geheel zijn nodig om
vervolgens aan die bijstand invulling te geven. Ik vind het van groot
belang dat die afweging wordt gemaakt in een zeer spannende
internationaal-politieke situatie, afhankelijk van enkele andere
factoren die zeer relevant zijn voor de vrede en veiligheid in dat
gebied.
De heer Eurlings (CDA): Het is een
belangrijk principe dat als een NAVO-bondgenoot om bescherming vraagt,
je die ook biedt. Omdat die bescherming nu niet geboden wordt, davert
de NAVO op haar grondvesten.
U bekritiseert het kabinet heel sterk voor het besluit dat het
afgelopen vrijdag heeft genomen. Wouter Bos, uw partijleider, zei
afgelopen vrijdag op het Binnenhof voor de camera's naar aanleiding van
het besluit het volgende. Ik citeer hem letterlijk: maar als een lid
van de NAVO een verzoek doet aan ons -- en wij zijn ook lid van de NAVO
-- dan ben je gehouden aan een verdrag dat je allebei hebt ondertekend.
Einde citaat.
De heer Koenders (PvdA): Zo is het.
De heer Eurlings (CDA): De Partij van
de Arbeid reageerde daarop dus positief. Kunt u mij uitleggen wat het
verschil is tussen afgelopen vrijdag, toen de heer Bos zich positief
uitte over dat besluit, en vandaag, woensdagmiddag, nu hij op basis van
datzelfde besluit stevige kritiek uit?
De heer Koenders (PvdA): Misschien is
het goed dat punt meteen op te helderen, want daarover is discussie
ontstaan. Er is geen millimeter verschil tussen de opvatting van de
heer Bos op vrijdag en die van de fractie van de Partij van de Arbeid
vandaag! De eerste zin van de heer Bos vrijdag luidde: dat moeten wij
bezien. Wij hebben daarvoor vervolgens enkele criteria gehanteerd. Dat
waren de bondgenootschappelijke verplichtingen, de aard van het
materieel en de zogenaamde stilteprocedure van de NAVO. Dat is altijd
ons standpunt geweest. Aan deze criteria hebben wij ons standpunt
afgemeten. Wij vinden het gewoon onjuist dat Nederland bilateraal
vooruitloopt op een gezamenlijke standpuntbepaling door de NAVO, juist
omdat wij dat orgaan zo belangrijk vinden. Als je de NAVO belangrijk
vindt, neem je de discussies in de NAVO als geheel, met alle partners,
serieus. Als de NAVO op basis van een analyse die zij maakt van de
veiligheidssituatie en het VN-beleid tot de conclusie komt dat Turkije
als belangrijke bondgenoot, die in principe het recht heeft op
beveiliging, daarom Patriots of andere middelen nodig heeft, dan zullen
wij op basis van die overeenstemming daarmee instemmen. Het gaat niet
aan om bilateraal, juist omdat je die internationale organisaties zo
belangrijk vindt, via een omweg op een andere manier daaraan invulling
te geven.
De heer Eurlings (CDA): Ik heb nog
steeds niet gehoord waar de fractie van de Partij van de Arbeid in dat
verband staat: aan de kant van een land als België of aan de kant van
Nederland.
Ik zou nu graag uw mening horen over het Nederlandse standpunt, want
het gaat mij wat te gemakkelijk. Afgelopen vrijdag was de indruk wel
degelijk dat u het besluit van Nederland als NAVO-bondgenoot van
Turkije -- zo zei Wouter Bos het ook -- een logisch besluit vond. Heeft
iedereen hier het dan fout en is het beeld gisteravond in de landelijke
media fout dat u op dat punt wel degelijk een draai heeft gemaakt?
Beweert u dat hier nu met stelligheid?
De heer Koenders (PvdA): Ik heb op die
vraag al antwoord gegeven. U kunt de media en iedereen erbij halen.
Leest u het maar goed na. Wij hebben steeds gezegd dat over dat besluit
een afweging gemaakt moest worden op basis van een brief van het
kabinet. Het parlement behoort daarover te spreken. Het gaat om een
bilateraal verzoek. Wij hebben dat verzoek afgemeten aan enkele
criteria.
Ons standpunt is overigens precies in lijn met alle discussies die de
Partij van de Arbeid daarover heeft gevoerd, namelijk niet meedoen aan
voortijdige oorlogsplanning, maar het verzoek om bijstand afhankelijk
laten zijn van internationale besluitvorming.
De heer Van Bommel (SP): Het standpunt
van de Partij van de Arbeid is dan wel hetzelfde sinds vrijdag, maar
nog steeds niet duidelijk. Enerzijds zegt u dat het een kwestie van
timing is. De oorlogsvoorbereidingen gaan te snel. Dat is voorbarig en
daarom moeten wij volgens u wachten. Anderzijds zegt u dat wij moeten
wachten totdat de NAVO het over deze kwestie eens is. Als maandag de
NAVO het over deze kwestie eens zou zijn, is de timing dan volgens de
fractie van de Partij van de Arbeid wel goed? Is er dan ineens geen
sprake van oorlogsvoorbereidingen die te snel gaan ten opzichte van de
bevindingen van de wapeninspecteurs? Wat is nu uw standpunt met
betrekking tot het sturen van die Patriots?
De heer Koenders (PvdA): Mijnheer Van
Bommel, ik zal het nog een keer herhalen, want ons standpunt is gewoon
glashelder. 1. Wij zeggen dat je niet buiten de NAVO om snel in een
bilaterale relatie met Turkije Patriots moet leveren.
Twee: wij vinden de NAVO zo belangrijk
dat hierover in het kader van de NAVO in gezamenlijkheid dient te
worden gesproken. Drie: wij stellen ons achter de positie van
Frankrijk, dat helder stelt dat bij de timing rekening gehouden moet
worden met het spoor van de Veiligheidsraad. Dat is de discussie. Die
lijkt mij glashelder.
De heer Van Bommel (SP): Ik trek de
conclusie dat de Partij van de Arbeid de zending van Patriots niet zal
steunen als er geen unanieme instemming is in de NAVO. De heer Koenders
noemde dat als tweede voorwaarde. Als die instemming er niet komt,
steunt hij dus de inzet van Patriots niet?
De heer Koenders (PvdA): Ja. Het is
dus glashelder.
De heer De Graaf (D66): Dat kan wel zo
zijn, maar dan zit er toch een behoorlijke laag mist op het glas. Ik
heb in het afgelopen weekend niet van de heer Bos en ook niet van de
heer Koenders gehoord dat er geen bilaterale verzoeken mogen worden
gehonoreerd. Dat heeft de heer Bos niet gezegd. Dat heeft de heer
Koenders in zijn eerste reactie ook niet gezegd. De heer Koenders heeft
gezegd dat zij voor defensieve doeleinden moesten worden ingezet. De
heer Koenders zegt altijd hetzelfde gezegd te hebben. Ik vind dat op
zijn minst opmerkelijk. Ik koppel daar de volgende vraag aan vast, voor
alle zekerheid. Is de fractievoorzitter van de PvdA of de fractie van
de PvdA op een of andere manier van tevoren geconsulteerd over dit
punt, bijvoorbeeld lopende de formatiebesprekingen?
De heer Koenders (PvdA): In antwoord
op de eerste vraag herhaal ik het punt dat de positie van de Partij van
de Arbeid sinds weken overduidelijk is, namelijk geen voortijdige
oorlogsplanning, gekoppeld aan de internationale besluitvorming. Dat
was vorige week vrijdag het geval. Dat is nu het geval. Ook toen hebben
wij gezegd een en ander te meten aan de bondgenootschappelijke
verplichtingen. Daar zit onder andere de discussie aan vast over de
stilteprocedure van de NAVO. Op de tweede vraag is het antwoord: nee.
De heer De Graaf (D66): Uit het
antwoord op mijn eerste vraag concludeer ik dat de heer Bos afgelopen
vrijdag niet heeft gezegd tegen bilaterale afspraken te zijn. Dat heeft
hij toen niet gezegd. De heer Koenders zegt het nu wel.
De heer Koenders (PvdA): Dat is niet
het geval. Ik heb tot twee keer toe helder gemaakt dat wij afspraken en
discussies over relaties afhankelijk maken van het bredere kader van de
NAVO. Vindt de heer De Graaf dat ook niet logisch? Kan hij zich
voorstellen dat bij een belangrijke zaak, zoals het zenden van
Patriots, Nederland apart en bilateraal handelt en dus voor de muziek
uitloopt? Het is toch essentieel dat je naar het geheel van de
NAVO-samenwerking kijkt? Landen zoals Frankrijk zeggen daarbij dat goed
in de gaten gehouden moet worden of gehandeld wordt in overeenstemming
met het spoor van de Veiligheidsraad.
De heer De Graaf (D66): Daar kan men
over twisten. Wij hebben een ander standpunt. Wij vinden dat er geen
fundamenteel bezwaar bestaat tegen het besluit van het kabinet van
afgelopen vrijdag, behalve dat de Kamer daar niet eerst over heeft
kunnen praten. Ik concludeer dat de helderheid die de heer Koenders nu
verschaft, afgelopen vrijdag niet is verschaft door noch de heer
Koenders noch de heer Bos.
De heer Koenders (PvdA): Ik ben het
daarmee oneens. Dat is uw conclusie.
De heer Van der Staaij (SGP): Ik heb
in de media gelezen dat in dit verband door de fractie van de heer
Koenders de term "oorlogslogica" is gebruikt. Kan hij dat
nader toelichten?
De heer Koenders (PvdA): Ja. Wij
zitten op het ogenblik in een heel gevaarlijke situatie. Daar moet geen
misverstand over bestaan. Deze situatie kan leiden tot een oorlog met
grote gevolgen. De opperste zorgvuldigheid is vereist. Geen pacifisme
maar zorgvuldigheid. Wij hebben daar keer op keer op gewezen. Wij
kunnen hier de hele dag aan mediamanagement doen, maar de heer Van der
Staaij weet precies welke positie wij vanaf het begin op dit type
onderwerp hebben ingenomen. De snelheid en de intensiteit van de
oorlogsvoorbereiding kan schuren met de zorgvuldigheid van de
procedures. Dat is precies wat die term voor ons betekent.
De heer Van der Staaij (SGP): Betekent
dit dat de heer Koenders kritisch staat tegenover maatregelen die
worden genomen om in de humanitaire consequenties van een eventuele
militaire ingreep te voorzien?
De heer Koenders (PvdA): Ik vind dat
een heel goed punt. Ik ben daar een voorstander van. Hier is sprake van
een grote inconsistentie. Ik kom daar uit door het volgende te zeggen.
Ik ga ervan uit dat de oorlogsplanning plaatsvindt, zij het tegen de
wens van mijn fractie. Als dat zo is, wens ik echter dat aan de
humanitaire consequenties evenveel aandacht moet worden besteed.
De heer Van der Staaij (SGP): Vindt de
heer Koenders dat maatregelen kunnen worden getroffen als mensen als
gevolg van een eventuele militaire interventie op de vlucht zouden
slaan, maar dat er geen voorbereidingen getroffen mogen worden
getroffen om mensen in hun huizen te beschermen en zo te voorkomen dat
zij op de vlucht moeten slaan?
De heer Koenders (PvdA): Ik begrijp
waar u heen wilt, maar de afweging tussen defensieve en offensieve
middelen dient een breed karakter te hebben en moet dus worden gemaakt
in NAVO-verband. Dat is ook van belang voor de veiligheid van burgers
in Turkije.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Het
standpunt van de PvdA-fractie is helder, maar ik heb toch nog een
opmerking. De regering neemt in NAVO-verband een andere positie in dan
bijvoorbeeld Frankrijk. Als de heer Koenders echter steun van Nederland
aan Turkije geheel afhankelijk maakt van besluitvorming door de NAVO,
verbindt hij zijn lot geheel aan de opstelling van de heer Chirac.
De heer Koenders (PvdA): Nee, dat zou
wel heel ver gaan. Ik moet er niet aan denken, maar ik vind wel dat de
Franse regering terecht waarde hecht aan het oordeel van de
Veiligheidsraad. Dat geldt overigens ook voor de Duitse regering. Ik
neem aan dat mevrouw Karimi haar lot daar ook niet aan verbindt.
Misschien verschillen wij van mening over het belang van het
NAVO-overleg. Ik vind het in ieder geval belangrijk dat in NAVO-verband
consensus wordt bereikt. Dat vind ik een waarde op zich en daarom ook
vind ik het onjuist dat de regering de resultaten van dat overleg niet
wil afwachten en zelfstandig een besluit neemt dat bredere
veiligheidsconsequenties heeft.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik wil
graag de criteria weten op basis waarvan de PvdA-fractie haar standpunt
bepaalt. Wij zijn het er kennelijk over eens dat er thans geen
oorlogsvoorbereidingen mogen plaatsvinden. De heer Koenders vindt
consensus in NAVO-kader een zelfstandige waarde, maar is sowieso
consensus in de NAVO belangrijker voor hem dan het resultaat van het
overleg?
De heer Koenders (PvdA): Ik vind de
waarde van een consensus binnen de NAVO op zich buitengewoon
belangrijk. De inhoud van een besluit moet aansluiten bij hetgeen wij
het spoor van de Veiligheidsraad noemen. Daaraan refereert mevrouw
Karimi namelijk. Hoe dat precies op enig moment moet worden
geoperationaliseerd, hangt af van de feiten die zich na vrijdag zullen
voordoen. Daar moeten wij niet op vooruitlopen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik ben
het met de heer Koenders eens. Ik concludeer dat hij ook na een
consensus de inhoud daarvan blijft beoordelen op zijn eigen merites.
De heer Koenders (PvdA): Natuurlijk.
Dit neemt niet weg dat wij de NAVO-consensus een waarde op zich vinden
in tegenstelling tot mevrouw Karimi. Anders kun je namelijk nooit iets
bereiken.
De heer Van Aartsen (VVD): Toch heb ik
het idee dat de Partij van de Arbeid wel degelijk een draai heeft
gemaakt. De heer Koenders
geeft nu hoog op van het bondgenootschappelijke belang. Dit doet hij
naar mijn mening terecht. Hij is het er in principe kennelijk mee eens
dat de patriots naar Turkije moeten, want dit zegt iedereen in het
kader van het bondgenootschap.
De heer Koenders (PvdA): Zo is het.
De heer Van Aartsen (VVD): Wat is dan
het timingsverhaal van de heer Koenders? Wat gaat er mis als op dit
moment de patriots naar Turkije worden gezonden ter verdediging van
Turkije? Die zijn er toch pas over drie weken?
De heer Koenders (PvdA): De heer Van
Aartsen draait de zaken om. Wat is zíjn timingsverhaal dan? Het
timingsverhaal is afhankelijk van het bondgenootschap waar wij in
zitten. Ik ben het er niet mee eens dat in een bondgenootschap de
partijen niet een eigen mening kunnen hebben. Uiteraard moet daarna
worden gewerkt aan een gezamenlijk standpunt, maar ik vind het
ongewenst dat de positie van grote bondgenoten als Frankrijk en
Duitsland kortzichtig wordt genoemd. Ik vind dit ook onverstandig,
juist vanwege de waarde van het bondgenootschap. De heer Van Aartsen
moet weten dat het niet zinnig is om voor de muziek uit te lopen in
plaats van actief mee te doen aan het NAVO-bondgenootschap, ideeën te
propageren en gezamenlijk een standpunt te bepalen. Het
NAVO-bondgenootschap als geheel bepaalt uiteindelijk wat de
verantwoordelijkheden zijn ten aanzien van Turkije. De Turkse minister
van Buitenlandse Zaken heeft vanmorgen nog gezegd dat hij de
aanvaarding van het principe het belangrijkst vindt.
De heer Van Aartsen (VVD): Volgens mij
is het ook van belang om in dit kader daden te stellen. Op dit moment
wilt u dat dus niet. Het is mij nog steeds niet duidelijk wat er mis
zou gaan wanneer de Patriots nu werden verscheept. Wat is het probleem?
Waarover u spreekt, hoort in een heel ander multilateraal orgaan te
worden besproken, namelijk in de Veiligheidsraad en niet in de NAVO.
De heer Koenders (PvdA): Als u voor
het zenden van Patriots naar Turkije op de Veiligheidsraad wilt
wachten, duurt uw timing een paar jaar. Wij hechten wat meer aan de
NAVO.
Graag ontvang ik van de regering een nadere rapportage over het bezoek
van de minister van Buitenlandse Zaken aan Washington. Hoe reageerde de
Amerikaanse regering op diens verzoek om veel meer prioriteit te geven
aan een oplossing van het Palestijns-Israëlische conflict? Voor mijn
fractie is dit essentieel, nu het dagelijkse geweld aldaar onverminderd
doorgaat en een eventueel Irak-conflict de situatie enorm zal
verslechteren. Tevens vragen we de minister om een inschatting te maken
van de wil van de Verenigde Staten om echt te komen tot een gezamenlijk
gedragen tweede resolutie. Hoe verhoudt dit zich tot de visie van
president Bush om Irak eventueel alleen te ontwapenen? Is dat
besproken?
De PvdA vindt het van groot belang dat de Tweede Kamer maximaal en ten
volle betrokken is bij de eventuele verdere oorlogsplanning van de
zijde van de Nederlandse regering. Welke voorbereidingen zijn nu al
door het ministerie van Defensie getroffen en op welke wijze zijn de
militairen daarover ingelicht? Welke verzoeken zijn aan Nederland
gericht? Wat is het vervolg op de parlementaire notificatieprocedure
volgens artikel 100, die niet zo lang geleden is ingezet? De minister
van Buitenlandse Zaken weet daarvan. De Nederlandse bevolking en het
parlement hebben het volste recht om precies te weten wat er gebeurt en
op welke wijze Nederland zich op een onverhoopt conflict voorbereidt,
zowel intern wat de veiligheid van het eigen land en de onderlinge
betrekkingen van groepen burgers betreft, als extern, in committeringen
aan de Verenigde Staten. Graag hoor ik een verzekering van het kabinet.
Tevens vraag ik naar de plannen van het kabinet: is het inderdaad
voornemens om daarover vrijdag in de ministerraad besluiten te nemen,
juist op de dag dat Blix rapporteert en de discussie in de
Veiligheidsraad dus nog moet beginnen? Is dat nu de juiste timing?
Mijn fractie heeft zich steeds ernstige zorgen gemaakt over de
eventuele humanitaire gevolgen. Wij achten een oorlog nog steeds te
voorkomen, maar vinden een diepgaande discussie over het humanitaire
oorlogsrecht, de situatie voor vluchtelingen bij gesloten grenzen en
andere humanitaire gevolgen, essentieel. Wij vragen de regering om dit
belangrijke punt voorop te stellen in de Europese Top en ook om bij de
vier Europese Veiligheidsraadlanden aan te dringen op een openbaar
debat hierover.
Ik eindig waar ik ben begonnen: op de Nederlandse regering rust de taak
om binnen haar mogelijkheden op alle fronten de "extra mile for
peace", de extra kilometer voor vrede, te lopen. Wij zullen haar
daarin nauwkeurig volgen.
Mevrouw Huizinga-Heringa(ChristenUnie): Voorzitter. De laatste dagen buitelt men in de
ontwikkelingen rond Irak over elkaar heen. Nauwelijks bekomen van het
ene nieuwsfeit, horen we het volgende zich alweer aandienen. De vraag,
hoe om te gaan met de dreiging van Saddam Hussein, brengt verdeeldheid
in Europa en in de NAVO. De kwestie-Irak dreigt een splijtzwam te
worden. NRC Handelsblad schreef heel terecht dat de oorlog nog niet
eens was begonnen, maar nu al een slagveld was -- althans diplomatiek.
Frankrijk en Duitsland informeren niemand, niet eens de Verenigde
Staten, over hun vredesplan en minister Rumsfeld noemt Duitsland in
één adem met Cuba en Libië. De enige die hiervan profiteert is
Saddam Hussein, die Tariq Aziz laat zeggen dat Bush maar in
ballingschap moet gaan. Wij kunnen instemmen met de toezegging van de
regering betreffende de levering van Patriots aan Turkije; wat ons
betreft is dat defensief handelen met het oog op de eventualiteit van
een oorlog. Met die toezegging hoeft niet te worden gewacht totdat een
onverhoopte oorlog onontkoombaar zal blijken.
Nederland heeft zich wat de
ChristenUnie-fractie betreft, gedragen zoals het een goede
NAVO-bondgenoot betaamt.
Desalniettemin heb ik een aantal vragen. Hoe beoordeelt de minister de
houding van de drie vetoënde NAVO-leden? Welke betekenis hebben de
moeilijkheden binnen de NAVO naar de verwachting van de minister voor
de bijeenkomst van de Europese regeringsleden aanstaande maandag? In
zijn brief van vanochtend schrijft de minister dat tijdens deze
bijeenkomst vooral een open gedachtewisseling zal plaatsvinden. Wat
zijn de verwachtingen van de minister over deze gedachtewisseling
gezien de moeizame besprekingen binnen de NAVO? De Belgische minister
Michel zei, na het bekendmaken van het Belgische veto in de NAVO, niet
uit te sluiten dat de NAVO -- en nu citeer ik -- als er meer concrete
bedreigingen zijn, wél te hulp zou komen. Kan de minister aangeven hoe
dit in de NAVO aan de orde is geweest en op welk moment de totale NAVO
hiertoe wél zou willen overgaan?
De minister vraagt zich in zijn brief van maandag jongstleden af of
inspecties in de huidige vorm kans van slagen hebben. Powell heeft
volgens Minister De Hoop Scheffer harde aanwijzingen geleverd van
hardnekkige tegenwerking van Iraakse zijde. Ik meen dat
minister-president Balkenende de woorden "hard bewijs"
bezigde en dat lijkt mij niet helemaal hetzelfde als "harde
aanwijzingen". Hoe beoordeelt de regering de bijdrage van Powell
op dit punt? Heeft de rede van Powell invloed op het aanvankelijke
standpunt van de regering om de wapeninspecteurs meer tijd te geven?
Mocht de rapportage van Blix een verandering van de Iraakse houding
rapporteren, ziet de minister dan iets in de intensivering van de
wapeninspecties of het op een andere wijze gevolg geven aan het
vredesplan van Frankrijk en Duitsland? Nu is nog veel onbekend over de
precieze inhoud van dit vredesplan en ook de minister moet, naar ik heb
begrepen, afgaan op geruchten, want hij gebruikt de woorden "naar
verluidt".
De ChristenUnie-fractie had bezwaren tegen het aanvankelijk
bekendgemaakte plan, namelijk dat stationering van een VN-vredesmacht
deel zou uitmaken van de vredesmissie. Mijn fractie denkt dat de
stationering van blauwhelmen grote bezwaren met zich meebrengt en
bijvoorbeeld zou kunnen leiden tot een vals gevoel van veiligheid. Uit
de brief van de minister blijkt dat hiervan inderdaad geen sprake kan
zijn. Wel laat de minister de mogelijkheid open om middels dit
vredesplan op een vreedzame manier de ontwapening van Irak af te
dwingen. Dat is een andere toon dan degene die de minister afgelopen
maandag bezigde, want toen zei hij: dit plan draagt niet bij aan de
maximale druk die nu richting Irak moet worden uitgeoefend. Hoe ziet de
minister het Frans-Duitse plan in relatie tot de VN-lijn die door de
minister in deze Kamer meerdere keren is verwoord en waarbij hij werd
gesteund door een meerderheid van het parlement?
De minister schrijft dat een tweede VN-resolutie zeer wenselijk is en
de fractie van de ChristenUnie onderschrijft dat. De Verenigde Staten
hebben aangegeven eveneens op deze lijn te zitten, maar Bush heeft
gezegd ook zonder een tweede resolutie actie te ondernemen met een
"growing coalition of nations". Hoe beoordeelt de minister
deze uitspraak? Wil de minister reageren op de gehoorde
veronderstelling dat een instemmende reactie op het concrete verzoek
van de Verenigde Staten om verder bij te dragen aan ondersteunende en
defensieve taken nog vóór de rapportage van Blix is verschenen, bij
de Verenigde Staten de indruk kán wekken dat Nederland zich
onvoorwaardelijk bij de "growing coalition" wil scharen?
Met instemming heeft de ChristenUnie-fractie in de brief van de
minister gelezen dat de VN in humanitair opzicht rekening houdt met de
eventualiteit van een oorlog en zich in dat opzicht ook terdege
voorbereidt. Kan de minister aangeven welke taak hij op dit punt voor
Nederland ziet weggelegd? Daarnaast waardeert mijn fractie het dat de
minister tijdens zijn gesprek met Powell heeft gewezen op de blijvende
zorg voor een vredesregeling in het Midden-Oosten.
De heer Van Bommel (SP): U herhaalt de
suggestie van de regering dat de VN zich terdege voorbereiden op de
humanitaire gevolgen van deze oorlog. Deelt u die opvatting? Het gaat
tenslotte om 1,5 miljoen vluchtelingen en de mogelijk grootschalige
vernietiging van het land, terwijl de situatie op het gebied van
watervoorziening, sanitair en gezondheidszorg nu al belabberd is. Hoe
acht u een terdege voorbereiding op de gevolgen van een dergelijke
oorlog mogelijk?
Mevrouw Huizinga-Heringa(ChristenUnie): Als ik in de brief van de minister lees welke
maatregelen worden genomen, is mijn inschatting dat er grote aandacht
is voor de inderdaad verschrikkelijke humanitaire gevolgen die een
oorlog zal hebben en dat er binnen de VN en binnen Europa zo goed en
effectief mogelijk maatregelen worden genomen om in geval van oorlog
humanitaire hulp te kunnen verlenen. Wij hebben er waardering voor dat
die aandacht er is en dat de VN zich daarop terdege voorbereiden.
De heer Van Bommel (SP):
Tegelijkertijd wordt in de brief geconstateerd dat de stroom
vluchtelingen mogelijk in Irak blijft, omdat de grenzen gesloten
blijven. De regering en de VN constateren ook zelf dat de situatie nu
al nijpend is. Er sterven mensen in Irak door gebrek aan medicijnen,
voedsel en schoon water en aan de gevolgen van de vorige oorlog. Hoe is
het mogelijk om je onder die omstandigheden terdege voor te bereiden op
de humanitaire ramp die door zo'n oorlog ontstaat?
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Men bereidt zich zo goed mogelijk voor op de gevolgen
die een oorlog zal toevoegen aan de situatie in Irak, die nu al erg
slecht is. Wij kunnen echter niet nu de slechte humanitaire situatie in
Irak oplossen; dat is een andere zaak.
De heer Van Bommel (SP): Daarover gaat
mijn vraag dus ook niet, maar wel over de gevolgen van de oorlog die de
Verenigde Naties voorzien. U stelt dat er sprake is van een degelijke
voorbereiding op die gevolgen en verwijst daarbij naar maatregelen die
de regering in haar brief noemt. Ik heb uit de brief niet gelezen dat
de voorbereiding op die humanitaire gevolgen degelijk zou zijn. Terwijl
er een ramp wordt voorspeld, stemt uw fractie mogelijk in met een
oorlog!
Mevrouw Huizinga-Heringa
(ChristenUnie): In de brief lees ik dat er verschillende scenario's
zijn opgesteld, dat de gevolgen daarvan in kaart zijn gebracht en dat
zo goed mogelijk op die gevolgen wordt geanticipeerd met de middelen
die nu beschikbaar zijn. Mijn fractie vindt dat men zich dan terdege
voorbereidt.
Wij waarderen het dat de minister tijdens zijn gesprek met de heer
Powell heeft gewezen op de blijvende zorg voor een vredesregeling, maar
uit de brief wordt jammer genoeg niet duidelijk of de Verenigde Staten
ook daadwerkelijk actie zullen ondernemen. Kan de minister dit
toelichten?
Uit de media heb ik begrepen dat de Nederlanders die in Israël
verblijven, door de ambassade worden geregistreerd zodat zij kunnen
worden gewaarschuwd als de situatie in het land te gevaarlijk wordt.
Kan de minister de Kamer nader informeren over de positie van
Nederlanders die verblijven in de landen die risico lopen bij een
eventuele aanval op Irak? Ik denk daarbij aan Nederlanders die in
Israël verblijven, maar ook aan bijvoorbeeld degenen die zich bevinden
in landen die aan Irak grenzen.
Voor mijn fractie is komende vrijdag cruciaal. Hoe luidt de rapportage
van de heer Blix? Is er hoop dat Irak meewerkt en zich ontwapent onder
diplomatieke en militaire druk van de internationale gemeenschap, of
moet het tot een militair ingrijpen komen? De fractie van de
ChristenUnie blijft hopen en bidden dat het eerste het geval zal zijn.
Oorlog blijft immers het allerlaatste redmiddel voor de internationale
gemeenschap om bij te dragen aan vrede in de wereld.
De heer Eurlings (CDA): Voorzitter. De
CDA-fractie heeft inzake Irak vanaf het allereerste begin voor een
consistente lijn gekozen. Dit geldt in de eerste plaats voor de
dreiging die van Irak uitgaat. Aan het einde van de Golfoorlog in 1991
werd geconstateerd dat Irak beschikte over een groot arsenaal aan
wapens van chemische en biologische aard. Hoofdvoorwaarde voor een
staakt-het-vuren en voor het aan de macht laten blijven van Saddam
Hoessein was een afspraak met hem dat die wapens zo snel mogelijk
zouden worden verwijderd, dat er inspecteurs zouden worden toegelaten
en dat er binnen vijftien dagen na het akkoord een volledige lijst
beschikbaar zou zijn van alle locaties waar zich wapens bevonden.
Inmiddels zijn wij bijna twaalf jaar verder. De bedoelde wapens zijn
niet vernietigd. Sterker nog: er zijn sterke aanwijzingen van
voortgaande productie. De inspecteurs hebben niet alleen veel
tegenwerking gekregen, maar zijn in 1998 zelfs voor jaren Irak
uitgezet.
Een ding staat voor het CDA als een
paal boven water. Het is een onaanvaardbaar risico om een dictator van
het kaliber Saddam Hoessein, die zijn sjiitische bevolking in het
zuiden van het land heeft gebombardeerd, de Koerden in het noorden van
Irak heeft vergast en met zijn aanval op Koeweit zijn internationale
agressie heeft getoond, nog langer te laten beschikken over biologische
en chemische en wie weet zelfs nucleaire wapens.
De vraag is nu hoe wij het doel van ontwapening zullen bereiken. Ook
hierin is de CDA-fractie vanaf het eerste moment heel duidelijk: de
wapens dienen op een zo risicoarme, snelle en breed gedragen manier te
worden verwijderd. Verreweg het beste is dan ook de weg van de
wapeninspecteurs. Daarom hebben wij de regering vanaf het allereerste
debat op 6 september 2002 gesteund in haar inspanningen om die
inspecteurs terug naar Irak te krijgen. Dat was geen
vanzelfsprekendheid. Voor velen in de regering van de VS, onder wie
vice-president Cheney, was de diplomatie toen immers een gepasseerd
station. Gelukkig hebben de inspanningen van onder andere zes EU-landen
ertoe geleid dat de VS alsnog voor het spoor van de VN hebben gekozen.
Voor de nabije toekomst is het goed om helder op het netvlies te houden
hoe het kwam dat Irak na vier jaar de inspecteurs toch weer toeliet.
Kofi Annan zei deze week dat hij ervan overtuigd was dat Irak zonder de
grote militaire druk van de VS deze stap nooit zou hebben gezet. Ook
president Poetin moest het hedenochtend erkennen. Diplomatie kan
volgens Kofi Annan alleen effectief zijn als er een stok achter de deur
is: in zijn woorden "diplomacy backed by force". Dat is ook
de essentie van resolutie 1441, die unaniem door de Veiligheidsraad is
aangenomen.
Nu de inspecteurs in Irak zijn en nu wij in een cruciale fase komen
waarin de spanning oploopt, is het cruciaal dat deze inspecteurs hun
werk ongehinderd en met volledige medewerking van Saddam Hoessein
kunnen doen. Alleen zo kan Nederland zijn recente pleidooi voor langere
inspecties geloofwaardig blijven houden. Alleen zo ook zullen wij de VS
en bijvoorbeeld de acht Europese landen die zich in een brief volledig
achter de VS hebben geschaard kunnen blijven overtuigen van het nut van
voortgaande inspecties. Zo moeten wij tegen de realiteit van dit moment
aankijken. Voortgaande militaire druk is dan ook essentieel. Recente
ontwikkelingen maken dat meer dan ooit duidelijk. Allereerst was er de
tussentijdse rapportage van Blix en ElBaradei. De CDA-fractie vond deze
verontrustend. Niet alleen werd aangegeven dat er van veel wapens niet
was aangetoond waar ze waren. Ik heb het over 6500 chemische
projectielen, veel verdwenen miltvuur, de verdenking dat er nog meer
miltvuur is, raketten die veel te ver vliegen et cetera. Ernstiger dan
dit alles was misschien de door de inspecteurs geconstateerde slechte
medewerking van het bewind van Saddam, die het ook op dit cruciale
moment schijnbaar nog niet tussen de oren heeft dat dit zijn laatste
kans is. Dit beeld verslechterde verder met de speech van Colin Powell.
Hij bracht immers met concrete bewijzen naar voren dat de inspecteurs
niet alleen geen volledige medewerking kregen van het regime van Saddam
Hoessein, maar dat er zelfs sprake was van moedwillige tegenwerking van
de inspecteurs door Saddam en ook van het wegmoffelen van
bewijsmateriaal. Dit is zeer ernstig, want als dit voortgaat, kunnen de
inspecteurs nooit slagen en zijn pleidooien voor verder gaan -- the
last mile for peace, hoor ik zeggen -- niet geloofwaardig en
overtuigend te brengen. Onverdeelde standvastigheid en voortdurende
druk zijn dan ook juist nu cruciaal, willen wij een oorlog voorkomen.
In dit verband wil ik een aantal opmerkingen maken over het
Duits-Franse vredesplan, waarvan ik nog steeds niet weet of het
bestaat. Een vredesplan klinkt positief, maar als je bekijkt wat het
precies behelst, kom je al snel tot de conclusie dat dit plan de oorlog
niet verder weg, maar eerder dichterbij brengt.
De heer Van Bommel (SP): Ook de heer
Eurlings spreekt over bewijzen die zouden zijn gepresenteerd in de
Veiligheidsraad. Als dat u zo opvalt, waarom zou u dan nog verder
willen met die wapeninspecteurs? Dan heeft u toch het bewijs dat u
nodig heeft om resolutie 1441 ten uitvoer te brengen?
De heer Eurlings (CDA): Wij willen
verder met de wapeninspecteurs, omdat de CDA-fractie er zeer veel aan
gelegen is om een oorlog te voorkomen. Ons is er zeer veel aan gelegen
om de inspecteurs verder te laten gaan, maar dat kan alleen als zij
kunnen werken. Daarvoor is het nodig dat de situatie waarin men in het
Iraakse leger elkaar waarschuwt -- "pas op, zij komen eraan; is
het materiaal weg?" -- niet blijft voortduren. Wij kunnen elkaar
voor de gek houden, maar ik wil dat niet doen. Als die situatie wel
voortduurt, dan kunnen die inspecteurs, hoeveel het er ook zijn, niet
slagen in hun missie en dan overtuigen u en ik de wereldgemeenschap
niet van het nut van langere inspecties.
De heer Van Bommel (SP): Is het niet
logisch dat wanneer de Veiligheidsraad, om met de heer Eurlings te
spreken, met bewijzen wordt geconfronteerd, die bewijzen door
wapeninspecteurs juist worden gebruikt om hun werk beter te doen? Is
het ook niet logisch dat de heer Eurlings, als hij daaraan zo hecht,
het verzoek steunt van de wapeninspecteurs om tijd, inspanning en
steun. Ik hoor hem daarentegen eigenlijk zeggen dat de wapeninspecteurs
nog wel even mogen kijken, maar dat het spel al uit is.
De heer Eurlings (CDA): Ik hoor
mijzelf andere dingen zeggen en ik denk dat ook andere mensen mij
andere dingen horen zeggen. Ik gebruik die woorden helemaal niet.
Aangezien wij vele debatten hebben gevoerd, moet u weten dat ik heel
benieuwd ben naar het oordeel van de wapeninspecteurs zelf over de
bewijzen van minister Powell. Ik wacht dit oordeel, net als u,
gespannen af. Ik zeg echter wel dat het beeld dat Saddam Hoessein nog
steeds onvoldoende met de wapeninspecteurs meewerkt -- en die
medewerking is cruciaal -- niet alleen door minister Powell wordt
geschetst, maar zelfs heel prangend in het eerste rapport van de
wapeninspecteurs zelf naar voren komt. Daarover maak ik mij grote
zorgen.
De heer Van Bommel (SP): Wij kunnen
vaststellen dat de heer Eurlings gelukkig wel de rapportage met de
conclusies van de wapeninspecteurs wil afwachten. Ik denk dat hij
voorbarig is met het overnemen van de conclusies van anderen,
bijvoorbeeld van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, die in
de Veiligheidsraad beweringen heeft gedaan die niet door de
wapeninspecteurs worden bevestigd. Laat de heer Eurlings zijn aandacht
op die wapeninspecteurs en hun rapportage richten, als hij hen zo
belangrijk vindt.
De heer Eurlings (CDA): Deze opmerking
werp ik verre van mij. Ik houd een zeer inhoudelijk verhaal en ik
verklaar dat ik het verhaal van de wapeninspecteurs met grote interesse
afwacht. Dat heeft De heer Van Bommel mij ook in de vorige debatten
horen zeggen. Het punt is dat ik de internationaal zeer gerespecteerde
minister Powell als een serieus persoon beschouw. Wanneer hij bewijs
levert in de vorm van bijvoorbeeld bandopnamen waarop militairen elkaar
in verband met naderende inspecties waarschuwen en opdragen materiaal
weg te werken, vind ik dat zeer verontrustend. Dat heb ik hier willen
zeggen, omdat ik er de conclusie aan verbind -- en daar gaat het
natuurlijk om -- dat wij juist nu de druk op Saddam Hoessein heel hoog
moeten houden. Hij moet zijn gedrag bijstellen en als hij dat niet doet
-- en de inspecteurs zeggen dat zij nog steeds niet kunnen werken -- is
het verhaal van de inspecties een verhaal dat veel landen niet langer
zal overtuigen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Aan uw
verhaal is een zeer belangrijke principiële vraag verbonden. Als u
ontwapening zo belangrijk vindt, denkt u dan dat met een oorlog
effectief ontwapening kan plaatsvinden?
De heer Eurlings (CDA): Als Saddam
Hoessein niet met de wapeninspecteurs meewerkt, kunnen zij de
ontwapening niet zelf afdwingen. Dan zullen ook -- en dat wilde ik over
het Frans-Duits vredesplan zeggen -- 100 of 200 extra inspecteurs dat
niet kunnen. Ook een macht van lichtbewapende VN-soldaten zal dat niet
kunnen. Wat ik probeer -- en wij zouden met ons allen daarvoor alles op
alles moeten zetten -- is Saddam Hoessein alsnog met de inspecteurs te
laten meewerken. Dan kan het zonder oorlog. Met een oorlog creëer je
een andere situatie. Die situatie proberen wij te voorkomen. Als Kofi
Annan van de VN zegt dat diplomatie zonder stok achter de deur geen zin
heeft, dan vraag ik mij af waarom mevrouw Karimi bij voorbaat een
oorlog uitsluit. Met die houding vergroot zij misschien wel de kans dat
er een oorlog komt. Een goed gesprekje met Saddam Hoessein werkt niet;
je moet dreigen bij zo'n man.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik hoop
dat de heer Eurlings ook antwoord wil geven op de vraag die ik stelde.
De vraag is niet wat niet werkt. Daarvoor hebben wij ook het rapport
van de heer Blix gehad. Denkt de heer Eurlings dat met een oorlog
werkelijk een ontwapening is te realiseren?
De heer Eurlings (CDA): Saddam
Hoessein kan niet blijven weigeren dat mensen van de VN met verstand
van zaken met wetenschappers in Irak kunnen praten. Ontwapening zal
vanuit Irak zelf moeten gebeuren. Irakese deskundigen zelf weten hoe de
situatie is. De Irakese bevolking is Saddam Hoessein spuugzat, zo
blijkt uit een recente opiniepeiling. Als hij een sta-in-de-weg blijft,
zullen wij in de richting van een oorlog moeten denken. Juist in deze
cruciale fase moeten wij proberen de geledingen gesloten te houden en
de druk maximaal te maken. Bij Saddam Hoessein moeten wij tussen de
oren krijgen dat hij moet meewerken met de inspecteurs. Dat had hij
twaalf jaar geleden al moeten doen. Dat was de afspraak waar hij zijn
handtekening onder zette. Als hij daaraan had meegewerkt, stonden wij
hier niet week na week over een zo gevaarlijk en moeilijk dossier met
elkaar te spreken.
Het Duits-Franse vredesplan klinkt
sympathiek, maar het zal om drie redenen niet of zelfs averechts
werken. Ten eerste is het niet uitvoerbaar. Hans Blix zelf zei
eergisteren dat hij niets heeft aan meer inspecteurs. Er zitten
voldoende inspecteurs, maar zij moeten kunnen werken. Ik vond dat Hans
Blix de spijker op de kop sloeg met die uitspraak. Ten tweede was er
sprake van een VN-blauwhelmenmacht. Hoe zit dat? Als Saddam Hoessein
niet meewerkt, moeten licht bewapende blauwhelmen dan het land ingaan?
Wat moeten zij bereiken? Is er dan niet een overgroot risico van
gijzeling of ander gevaar? Het voornaamste punt is dat het Frans-Duitse
vredesplan de internationale coalitie verder opbreekt. Wij zeiden al
dat de brief aan Amerika de pot verdeelt. Dat is niet goed. Nu zijn er
weer twee landen die geluiden laten opborrelen en die niet overleggen
met andere landen. Deze twee grote Europese landen zeggen in feite
tegen Saddam Hoessein: wat je ook doet, hoe je je ook gedraagt, voor de
komende tijd hebben wij geen stok achter de deur. Ik vind dat juist in
deze cruciale fase een averechts signaal.
De heer De Graaf (D66): Voorzitter.
Hoe toch een verklaring kan worden geïnterpreteerd ….. Ik kijk
altijd vol bewondering naar de heer Eurlings, maar hij leest er toch
volstrekt andere dingen in dan ik. Voor de interruptiedebatten
losbarstten, zei hij dat dit de oorlog dichterbij zou brengen. Kan hij
dat nog even toelichten? Het is namelijk een logica die ik niet kan
volgen.
De heer Eurlings (CDA): Ik heb
geprobeerd het uit te leggen. Ik zal het nog eens proberen. Ik vrees
dat een situatie waarin de Europese Unie, de NAVO en de VN steeds
verder verbrokkelen, waardoor de internationale druk op Saddam Hoessein
om alsnog de inspecteurs alle ruimte te geven die zij nodig hebben,
afneemt in plaats van toeneemt, Saddam er niet toe zal bewegen om snel
meer ruimte te geven. U kunt het anders inschatten, maar ik denk dat
het heel moeilijk wordt geloofwaardig en met resultaat te blijven
pleiten voor langere inspecties als de inspecteurs in de komende weken
geen krachtig signaal geven dat zij nu wel de ruimte krijgen, dat zij
nu wel kunnen werken en dat zij daarom willen doorgaan. Daarom vrees ik
dat het Frans-Duitse voorstel, dat niet werkt en het internationale
front verder verbrokkelt, averechts kan uitwerken.
De heer De Graaf (D66): U zegt dus
tegen de landen die niet ogenblikkelijk precies de Amerikaanse positie
overnemen, maar zoeken naar andere mogelijkheden om een vreedzame
oplossing te bereiken, dat zij in wezen de oorlog dichterbij brengen?
Als zij het niet met Amerika eens zijn, komt er volgens u sneller
oorlog. Dat is een oorlogslogica die ik niet helemaal kan volgen.
Mijn tweede punt is dat u in uw verhaal gewag maakt van de blauwhelmen.
Die zitten volgens mij in geen enkel voorstel. Expliciet is door de
Duitsers en de Fransen gezegd dat zij geen deel uitmaken van hun
plannen. Waarom brengt u ze toch op?
De heer Eurlings (CDA): Ik zeg
absoluut niet dat je achter Amerika aan moet lopen, anders komt er
oorlog. Integendeel. Nederland heeft de brief aan Amerika niet
ondertekend en daar sta ik achter. Ik zeg dat eenheid nodig is, als je
een goed verhaal wilt hebben, ook tegenover de haviken in de
Amerikaanse regering die zich steeds vaker afvragen waarom zij zich nog
iets zouden moeten aantrekken van de EU, VN of NAVO. Als het moet,
denken zij, doen wij het wel alleen met een groepje landen die wel
willen. Als wij dat willen voorkomen, en dat willen wij, dan moeten wij
een ding niet doen, namelijk de EU, de VN en nu zelfs de NAVO
verbrokkelen tot de laatste kruimel. Dat is echter wat steeds meer
gebeurt en ik ben bang dat het een zwak signaal is van onze kant. Het
zou veel krachtiger zijn als wij als EU een veel duidelijker,
eenduidige benadering hadden en niet iedere week over ieder dossier
vechtend over straat rolden. Daarmee vergroot je de kans dat een land
steeds harder gaat zeggen dat het het alleen met een groepje landen
gaat doen.
De heer De Graaf (D66): Voorzitter. Ik
kan uit de woorden van de heer Eurlings niets anders afleiden dan dat
hij tegen ons en tegen andere landen zegt: schaar je achter Amerika,
anders ben jij verantwoordelijk voor een eerdere en snellere oorlog.
Daar voel ik mij ook door aangesproken. Als ik de Frans-Duitse
verklaring serieus neem en meen dat de EU daarover zou moeten praten,
breng ik daarmee volgens hem de oorlog dichterbij. Dat is toch
belachelijk!
De heer Eurlings (CDA): Dat zijn grote
woorden. Ik probeer hier een serieus verhaal te houden. Je kunt
daarover van mening kunt verschillen, maar u doet daar met het gebruik
van dat soort woorden geen recht aan.
Kofi Annan heeft in reactie op het
Frans-Duitse plan die beide landen gewaarschuwd. Hij zei: in het kader
van een openeinde-diplomatie, dus zonder ergens een streep te trekken,
moet ik die landen waarschuwen dat zij wel bereid moeten zijn die stok
achter de deur te houden. Dat zag hij bij Frankrijk en Duitsland
namelijk te weinig. U kunt het anders inschatten, maar ook Kofi Annan
blijft dus zeggen: diplomacy back by force. Ik blijf ervan overtuigd
dat, juist als we de diplomatie een echte kans willen geven, de druk op
Saddam Hussein groot moet worden gehouden. Hij heeft zich namelijk al
twaalf jaar nergens iets van aangetrokken.
De heer Koenders (PvdA): Over de druk
op Saddam Hussein zijn wij het natuurlijk eens, hoewel we wellicht
enigszins verschillen over de middelen. Een ander risico waardoor de
druk wordt verminderd, is dat de eenheid in de VN-Veiligheidsraad uit
elkaar valt. Dit is misschien wel het grootste risico, waardoor de druk
op Saddam Hussein wordt verminderd. Het gaat mij om de Frans-Duitse
ideeën. De heer Eurlings heeft vorige week gezegd, Duitsland al te
hebben afgeschreven. Nederland is een land dat in de Europese context
leeft, waarin Frankrijk en Duitsland buitengewoon belangrijk zijn. Wat
betekent het dat u, en helaas ook de Nederlandse minister van
Buitenlandse Zaken, voordat de plannen duidelijk zijn en voordat zij
helder geformuleerd zijn, zeggen deze plannen maken de eenheid kapot?
Een eenheid maak je samen, mijnheer Eurlings en daarom vraag ik u,
waarom het CDA niet iets beter luistert -- dat mag best kritisch zijn
-- naar zeer belangrijke partners in Europa, waarmee Nederland verder
door de deur moet.
De heer Eurlings (CDA): Wij luisteren
zeer goed en wij spreken zelf gedurende al deze maanden duidelijk en
consistent. De CDA-fractie heeft een inhoudelijke benadering, namelijk
de VN-lijn, die de inspecteurs terugwilde, wat is gelukt. De VN wil nu
afwachten, wat de inspecteurs komende vrijdag gaan zeggen Het CDA vindt
wel dat zij de volledige ruimte moeten krijgen, zodat de druk op Saddam
groot moet zijn. Wij blijven natuurlijk luisteren naar een land als
Duitsland, dat spreekt voor zichzelf. Wat ik erg zwak, ja bijna
ongelooflijk vond, was dat Joschka Fisher nog voordat Powell begon aan
zijn speech, al zei: wat Powell ook gaat zeggen, ik heb een standpunt,
en dat blijft mijn standpunt. Dat vind ik een niet-geloofwaardige
manier van omgaan met zo'n moeilijke discussie. Je kunt de woorden van
Powell verschillend wegen, je kunt er verschillende conclusies aan
verbinden, we zullen kijken wat de VN-inspecteurs ervan vinden, maar om
al bij voorbaat te zeggen dat je je niets aantrekt van wat er in de VN
wordt gezegd, vond ik niet sterk. Op die manier ben je weinig
geloofwaardig bezig.
De heer Koenders (PvdA): Ik moet
constateren dat Joschka Fisher een heel ander verhaal heeft gehouden
dan wat u nu weergeeft, maar daarover gaat het nu niet. Frankrijk en
Duitsland zijn hoe dan ook, ook al zijn we het misschien niet overal
over eens -- ik sta er wat sympathieker tegenover dan u -- belangrijke
partners voor Nederland, waarmee wij verder moeten. Dan kan het toch
niet zo zijn dat naast alle drie door u genoemde punten, namelijk het
belang van de inspecteurs, van de Veiligheidsraad en de druk, waarmee
een land als Frankrijk het digitaal eens is, ideeën van dat land over
intensivering -- dat staat dus niet los van de druk -- bij voorbaat al
worden afgeserveerd, omdat daarmee de eenheid kapot wordt gemaakt? Als
we zo tot een eenheid ten aanzien van Irak moeten komen, is er één
die daarbij belang heeft, namelijk Saddam Hussein.
De heer Eurlings (CDA): Ik heb niet
gezegd wat u net stelt. Ik heb over Frankrijk gezegd dat de plannen
misschien sympathiek klinken en het over de bühne goed doen, maar zij
zullen niet werken, zij zullen misschien averechts kunnen zijn. Met
alle begrip van de wereld: u kunt het CDA toch niet verwijten dat er
weinig eenduidigheid in Europa is? Als u dat werkelijk meent, kunt u
terecht kijken naar acht landen die een brief schrijven aan de VS, maar
dan kunt u zeker ook terecht kijken naar landen als Duitsland en
Frankrijk, die ook in deze cruciale fase allerlei plannen lanceren,
zonder daarover overleg te voeren met EU-partners, ja zelfs zonder ze
te informeren. Dat vind ik bepaald een zwaktebod, dat de eenheid in
Europa verbrokkelt, waardoor Saddam Hussein in de kaart wordt gewerkt.
Ik vind dat niet te prijzen van landen als Duitsland en Frankrijk,
vroeger de as en de motor van de Europese gezindheid.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): U spreekt
over de onuitvoerbaarheid en risico's van de Frans/Duitse plannen, maar
ik heb u nog nooit horen spreken over de onuitvoerbaarheid, risico's en
gevaren van de oorlog. Hoe komt dat?
De heer Eurlings (CDA): Omdat wij een
oorlog proberen te voorkomen. Daar is mijn insteek op gericht.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Hoe wilt
dat dan doen? Daarover liggen nu concrete voorstellen voor. U zegt dat
u de VN wilt volgen. De Fransen hebben hun voorstellen inmiddels
gepresenteerd. Zegt u nu tegen de Nederlandse regering dat zij die
voorstellen moeten steunen?
De heer Eurlings (CDA): Als u het
VN-spoor serieus neemt, dan zijn de woorden van de heer Blix u wat
waard. Hij heeft gezegd dat hij niets aan meer inspecteurs heeft. Hij
wil de ruimte van Saddam Hoessein om zijn werk te doen. Weet u wat er
nodig is voor die ruimte? Ik kom dan weer uit bij Kofi Annan, sprekend
over het VN-spoor. Voor succesvolle diplomatie is een stok achter de
deur nodig. De GroenLinks-fractie zegt dat Saddam Hoessein een heel
slechte dictator is, dat hij vreselijke wapens heeft, dat hij heel
slecht is voor zijn mensen, maar zij zal, wat er ook gebeurt, nooit een
stok achter de deur gebruiken. Dat vind ik, alleen al kijkend naar de
kans op het slagen van de diplomatie, een weinig verstandige lijn.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): U maakt
een karikatuur van het standpunt van GroenLinks, want wij hebben wel
alternatieven aangegeven. Die sluiten ook aan bij de voorstellen die
Frankrijk en Duitsland hebben gedaan, zowel in VN-verband, NAVO-verband
als EU-verband. Ik nodig de CDA-fractie uit tegen de Nederlandse
regering te zeggen dat zij moet kiezen voor de kant die alternatieven
voor de oorlog ontwikkelt. Of zegt de CDA-fractie dat de regering
achter Bush moet staan? Daar gaat het om! Dat is de kern van het debat.
De heer Eurlings (CDA): Ik sta achter
Kofi Annan. Hij heeft het over "diplomacy backed by force".
Ik sta ook achter Hans Blix van de VN. Hij zegt dat hij niets aan meer
inspecteurs heeft. Hij wil de ruimte krijgen. Als mevrouw Karimi die
mensen serieus neemt, dan zou het haar wat waard moeten zijn dat ik
hier een oproep doe voor stevige druk, want alleen op die manier
krijgen wij Saddam Hoessein van gedachten veranderd. Dat is de positie
die de CDA-fractie inneemt. Die is heel consistent. Als u echt een
vreedzame oplossing wilt, dan is het beter functioneren van de
inspecteurs de komende tijd cruciaal.
De heer Van Bommel (SP): De heer
Eurlings zegt dat het CDA niet over de gevolgen van een oorlog praat,
omdat men een oorlog wil voorkomen. Tegelijkertijd keurt het CDA wel
goed dat er sprake is van planningsactiviteiten in Nederland en dat er
feitelijke oorlogsvoorbereidingen plaatsvinden. Er wordt
klaarblijkelijk ook steun gegeven aan het sturen van Patriots. Toch
wordt er internationaal door de VN en andere instanties, bijvoorbeeld
de vluchtelingenorganisatie van de VN, gewaarschuwd voor de gevolgen
van die oorlog. Bent van mening dat de voorbereidingen op het
humanitaire leed dat de oorlog met zich brengt, anderhalf miljoen
vluchtelingen, de vernietiging van het milieu in Irak en heel veel
andere dingen in en rond Irak, ook zo terdege zijn?
De heer Eurlings (CDA): Als wij ons
daarmee zouden bezighouden, dan zouden wij vooruitlopen op een oorlog.
Wij proberen die juist te voorkomen. Er wordt geschat dat een half
miljoen tot anderhalf miljoen mensen zich voornamelijk binnen Irak
zouden bewegen. Dat is ernstig. Ik kan mij echter nog veel ernstiger
dingen voorstellen als het om een oorlog gaat. Er zullen misschien
bombardementen komen. Er zullen onschuldige slachtoffers vallen. Het is
niet goed om daar nu al en detail over te praten, want dan lopen wij
vooruit op een oorlog. Dat is ook ondoenlijk, want de ene militaire
actie is de andere niet. Het is voorts een afleiding van wat ons nu te
doen staat -- ik kom dan bij de defensieve planning -- namelijk een
ultieme poging om de diplomatie succesvol te laten zijn. Ook de
SP-fractie zegt dat zij, wat Saddam Hoessein ook doet, nimmer zal
overgaan tot een oorlog. Dan weet je dus zeker dat Saddam Hoessein zich
nooit zal schikken.
De CDA-lijn is om de druk richting Saddam Hoessein groot te houden. Op
die manier vergroten wij de kans op diplomatiek succes.
De heer Van Bommel (SP): Mijn klomp is
gebroken. De heer Eurlings noemt voorbereiding op de humanitaire
gevolgen van deze oorlog, waaraan hij wel wenst mee te werken, in het
voordeel van Saddam Hussein en een voorbereiding op een oorlog en dat
wil hij niet. Hij wil er niet eens over praten, zegt hij. Die gevolgen
worden echter wel geschetst. Wanneer wil hij daar dan over praten? Als
die oorlog begonnen is, als dat leed aangericht is? Gaat hij net als
bij Kosovo wachten totdat een humanitaire ramp is ontstaan? Dat is
namelijk wat hij feitelijk zegt.
De heer Eurlings (CDA): Deze regering
heeft altijd gezegd dat, mocht het onverhoopt komen tot het inzetten
van het laatste instrument en wij die laatste kaart van een oorlog
moeten spelen, de hele analyse over hoe de oorlog wordt voorbereid en
opgezet en wat dat precies betekent qua risico's en wat de positie van
Nederland daarbij is, aan het parlement is. Ik zou onszelf de tijd en
ruimte willen geven voor die serieuze afweging.
De heer Koenders (PvdA): Er worden een
aantal plannen gemaakt in het kader van de UNHCR, de Verenigde Naties
en de Europese Unie om ons humanitair voor bereiden op een mogelijke
oorlog. Vindt u dat die plannen moeten worden stopgezet?
De heer Eurlings (CDA): Nee, dat vind
ik niet. Mij wordt nu echter gevraagd om te speculeren over gevolgen
van een oorlog die wij willen voorkomen. Mocht die oorlog er onverhoopt
komen, kunnen wij niet zeggen hoe die zou moeten gaan plaatsvinden. Ik
zou die speculatie niet tot hoofdlijn van een zo gevoelig debat als dit
willen maken. Dat noopt tot zorgvuldigheid.
Over de Patriots het volgende. Daar waar het zou moeten gaan om het
voorkomen van een oorlog en maximale druk daarvoor, gaat in Nederland
de discussie intussen niet meer over die maximale druk voor een
vreedzame oplossing en zelfs niet meer over het voorstel van Duitsland
en Frankrijk. Sinds gistermiddag draait hier de discussie alleen nog
maar om het verzoek van Turkije richting de NAVO om bescherming.
Turkije voelt zich bedreigt door haar buurland Irak en de oplopende
spanningen in het Midden-Oosten. Zij vreest voor de veiligheid van haar
onderdanen. Er is hier sprake van een puur preventief en defensief
militair verzoek. Patriots kun je niet aanvallend inzetten. Het gaat
slechts om de bescherming van Turkse burgers. Als mensen het hebben
over timing, moet ik zeggen dat die timing bij de Turken zelf ligt. Zij
voelen zich nu bedreigd en zij doen nu het verzoek en vragen aan hun
bondgenoten om hen niet in de kou te laten staan.
De heer Van Bommel (SP): De heer
Eurlings herhaalt wat er in de brief staat. Ziet hij echter niet dat,
gezien de positie van Turkije en de aanwezigheid van de Amerikanen en
de mogelijke aanvalsoorlog, die Patriots dienen ter ondersteuning van
die offensieve tactiek?
De voorzitter: Dit was de laatste
interruptie aan het adres van de heer Eurlings.
De heer Eurlings (CDA): Turkije vraagt
om Patriots, omdat zij zich bedreigt voelt. Zij kiest de kant van het
Westen. Zij neemt daarmee risico, want het land is gesitueerd aan de
rand van het Midden-Oosten. Irak is haar buurland. Zij voelt zich
bedreigt en is bang voor de veiligheid van haar eigen burgers. Sinds de
NAVO bestaat, is het uitgangspunt een bondgenoot die om bescherming
vraagt, die bescherming te geven. Ik vind dat een goed en waardevol
uitgangspunt. Dat is de kern van de alliantie. Als een NAVO-bondgenoot
vraagt om bescherming, heeft het bondgenootschap dan ook klaar te
staan. Het veto van onze twee zuiderburen is in de geschiedenis nog
nooit vertoond. Het is dan ook ongehoord. Het verkleint de kans op een
oorlog allerminst, want het gaat hier om defensieve maatregelen, en het
doet ons NAVO-bondgenootschap op haar grondvesten trillen. Bondgenoten
ben je niet alleen in goede tijden. De CDA-fractie steunt dan ook
volledig de intentie van onze regering om Patriots naar Turkije te
sturen en daarvoor nu de voorbereiding te starten. Deze mening is
inhoudelijk en niet afhankelijk van dagkoersen of van wat een land als
België of Frankrijk daar vandaag van vindt. Wij moeten beseffen dat
door de Belgisch/Franse lijn niet alleen een bondgenoot in de kou
staat, maar vooral ook dat na de EU en de VN, nu ook de NAVO tot op het
bot is verdeeld. Dit speelt niet alleen Irak in de kaart, maar ook
degenen, bijvoorbeeld aan de overkant van de oceaan, die stellen dat
Amerika met een coalitie van de willenden maar haar eigen plan moet
trekken.
De CDA-fractie heeft, zoals gezegd, vanaf het allereerste begin gepleit
voor het VN-spoor. Het komt er voor de komende tijd op aan, dit spoor
heel serieus te nemen en maximale druk uit te oefenen op Saddam Hussein
om die inspecteurs hun werk te laten doen.
De komende tijd zal beslissend zijn
voor het antwoord op de vraag of het gevaar van Irak op een vreedzame
manier kan worden weggenomen. De CDA-fractie wacht met veel interesse
het volgende rapport van de wapeninspecteurs af, dat komende vrijdag
zal worden gepresenteerd. Het is interessant om te weten hoe zij de
door Powell aangedragen bewijzen beoordelen. Het is ook te hopen dat
zij dan al melding kunnen maken van betere medewerking van Saddam
Hoessein. Wij gaan ervan uit dat de regering verdere beslissingen mede
laat afhangen van deze rapportage.
De heer De Graaf (D66): Als de
wapeninspecteurs aanstaande vrijdag zeggen dat de medewerking van Irak
is verbeterd, heeft de heer Eurlings dan wel enig begrip voor de
mogelijkheden van uitbreiding en intensivering van de wapeninspecties?
De heer Eurlings (CDA): Ik wacht het
rapport van de wapeninspecteurs af. De heer Blix heeft enkele dagen
geleden gezegd dat de crux voor hem is dat de inspecteurs kunnen
werken. Hij heeft gezegd dat hij er voldoende heeft en dat hij er meer
niet nodig heeft. Ik vind het interessant om te vernemen of Hans Blix
en zijn team al bespeuren dat zij meer ruimte krijgen van Saddam
Hoessein. Ik hoor ook graag hoe Blix de nabije toekomst ziet. Ziet hij
dat die ruimte er komt en, zo ja, wat is er dan nog meer nodig om de
missie van de inspecteurs kansrijk en succesvol te laten zijn? Ik denk
dat daarvoor het woord echt aan de heer Blix als onafhankelijke
deskundige ter plekke is en dat het voor ons in Den Haag onmogelijk is
om daarop vooruit te lopen.
De heer De Graaf (D66): Wij kunnen dat
oordeel inderdaad niet vellen, daar zijn die wapeninspecteurs voor. De
heer Eurlings sprak de hoop uit dat de inspecteurs zullen rapporteren
dat het beter gaat. Die hoop heb ik ook. Als sprake is van een
verbetering, ziet de heer Eurlings dan meer ruimte voor initiatieven om
het aantal wapeninspecteurs te vergroten en de wapeninspecties te
intensiveren?
De heer Eurlings (CDA): Hans Blix
heeft daar nooit iets in gezien, dat bleek afgelopen week weer. Als hij
er nu gemotiveerd anders over denkt, kunnen wij daarnaar kijken. Ik
hoop vooral dat de heer Blix een geloofwaardig en sterk verhaal heeft
over de kansen van zijn team in de toekomst, want dat maakt de missie
kansrijker. Het maakt ook het signaal van de regering en de Kamer van
twee weken geleden om de inspecteurs nog enige tijd te geven veel
kansrijker en overtuigender. Daar moeten wij op uit zijn. De rode draad
in mijn verhaal is dat maximale druk op Saddam Hoessein en zijn regime
daarvoor juist op dit moment cruciaal is, want van niets zal hij niet
bijdraaien.
De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. De ontwikkelingen rond Irak gaan dezer dagen zo snel dat
een nieuw debat tussen regering en Kamer zeker op zijn plaats is. De
rapportage van Powell, de zending van Patriots naar Turkije, de
verdeeldheid in de NAVO, de VN-rapportage van aanstaande vrijdag en de
extra Europese Raad van maandag moeten alle in hun samenhang worden
bekeken. Aangezien wij op korte termijn voor zeer ingrijpende
beslissingen kunnen komen te staan, is het noodzakelijk om ons
voortdurend te bezinnen op onze positie.
De SGP-fractie heeft consequent de lijn gesteund om door krachtige
diplomatieke druk en met de militaire stok achter de deur Saddam
Hoessein ertoe te brengen, de verplichtingen van resolutie 1441 na te
komen. De bewijslast voor het niet hebben van massavernietigingswapens
ligt primair bij Irak. Ook rust op Irak de verplichting om actief en
onvoorwaardelijk mee te werken. Het is allereerst aan de
Veiligheidsraad om vast te stellen of er sprake is van een wezenlijke
schending van die verplichtingen. Het is ook aan de Veiligheidsraad om
nader invulling te geven aan de "serious consequences".
Hierbij is de totstandkoming van een tweede resolutie, hoewel deze op
dit moment verder weg lijkt dan ooit, met het oog op een breed
internationaal draagvlak voor ingrijpen zeer wenselijk, maar niet
strikt noodzakelijk.
Het is van belang om terug te kijken op wat er tot nu toe bekend is
geworden. Op 27 januari jongstleden hebben Blix en El Baradei aan de
Veiligheidsraad gerapporteerd dat Saddam Hoessein procedureel wel
redelijk meewerkte aan de inspecties, maar inhoudelijk gebrekkige
informatie verschafte en ook informatie achterhield.
Ook zeiden zij dat Irak in het bezit
zou kunnen zijn van het zeer giftige VX en Antrax. Met de regering
waren wij hierover zeer bezorgd.
Op 5 februari presenteerde minister Powell de Veiligheidsraad de
bevindingen van de Amerikaanse inlichtingendienst. Hij overlegde een
aantal satellietfoto's en afgeluisterde telefoongesprekken. De
SGP-fractie vond dat deze briefing belangwekkend en overtuigend
materiaal opleverde en dat op zijn minst gesproken kan worden van
stevige aanwijzingen voor een patroon van hardnekkige tegenwerking door
Saddam Husseins Irakese regime.
De regering zegt in de brief dat deze bevindingen voor een belangrijk
deel worden ondersteund door hetgeen in kringen van
inlichtingendiensten al bekend is. Mevrouw Karimi heeft daar al een
vraag over gesteld, maar ook bij ons roept dit de vraag op welke rol
voor Nederland de eigen inlichtingenbronnen spelen voor de
standpuntbepaling en dus voor de beoordeling van hetgeen door minister
Powell naar voren is gebracht.
Vooruitziend gaat het erom in de korte tijd die Irak nog vergund is
Hussein tot maximale medewerking te brengen, alsnog te voldoen aan de
verplichtingen. De SGP-fractie hecht in dit kader natuurlijk zeer veel
belang aan de rapportage aanstaande vrijdag aan de Veiligheidsraad. Dat
rapport moet meer en betere informatie opleveren en zal de basis vormen
die noodzakelijk is om te beslissen over vervolgstappen.
De initiatieven om te komen tot een versterking en verlenging van de
inspecties vragen in dat kader de aandacht. Wij maken uit de benadering
van de regering op dat dit weinig zin heeft en zelfs negatief kan
uitpakken als niet alsnog actief wordt meegewerkt door Iran. Met die
conclusie zijn wij het eens. Wij maken dezelfde inschatting. Is daarmee
definitief een afwijzend oordeel gegeven over dat voorstel of ziet de
regering nog mogelijkheden vanuit die rapportage om zo'n voorstel
serieus te bejegenen? Kortom, is het idee van versterking en verlenging
van die inspecties al dan niet afgeschreven door onze regering?
Ik kom te spreken over de levering van Patriot-luchtafweerraketten aan
Turkije, een NAVO-bondgenoot. De SGP-fractie heeft zich eerlijk gezegd
verbaasd over de kritiek op dit besluit. De wens van Turkije om de
eigen veiligheid gewaarborgd te hebben, is naar onze visie volstrekt
gerechtvaardigd. Het Nederlandse besluit hierop in te gaan, moet niet
gezien worden als deelname aan oorlogsvoorbereidingen die immers een
definitief oordeel over wezenlijke schending en dergelijke zouden
veronderstellen, maar kan worden beschouwd als een verantwoorde,
preventieve, defensieve maatregel, zoals wij het evenzeer verantwoord
vinden dat de VN zich gedegen voorbereidt op humanitaire gevolgen van
een eventuele militaire actie. Wij vinden het in het licht van de
verdeeldheid die in de NAVO nu naar voren is gekomen zorgelijk als
politieke verdeeldheid tussen de NAVO-bondgenoten gerechtvaardigde
wensen van lidstaten tot beschermingsmaatregelen in de weg zouden
staan.
Wij vonden de brief van 7 februari wat summier inzake de juridische
grondslag voor het besluit van de regering. Wij zouden daar graag
alsnog meer helderheid over krijgen.
Die verdeeldheid in de NAVO over steunverlening aan Turkije is ernstig.
Niet voor niets wordt in dit kader over een crisis gesproken. Het
verzet van Duitsland, België en Frankrijk, al dan niet om binnenlandse
politieke redenen, verdient geen bijval. Was iedereen het er tot voor
kort over eens dat wij inzake Irak zo lang mogelijk collectief moeten
optrekken, dit is een duidelijke obstructie daarvan. Ten onrechte wordt
ook binnen de NAVO hulp aan Turkije door de dwarsliggers gezien als
oorlogsvoorbereiding en niet als een preventieve maatregel. Ik vertrouw
erop dat de Nederlandse opstelling zal zijn, maximaal bij te dragen aan
het doorbreken van een patstelling die hierover binnen de NAVO is
ontstaan. Immers, hoe je het wendt of keert, deze verdeeldheid speelt
het schrikbewind van Bagdad wel in de kaart en dat is een zeer
onaangenaam gevoel dat je bij dit soort verwikkelingen hebt.
Over de bijeenkomst van de Europese Raad aanstaande maandag heeft de
SGP-fractie gemengde gevoelens. Zo'n Europese Raad kan hoogstens
politieke uitspraken doen over Irak, maar heeft geen bevoegdheden
inzake militaire besluitvorming, mocht deze nodig zijn. Primair zal de
verdeeldheid binnen het kader van de NAVO opgelost moeten worden. Bij
dat NAVO-overleg is Amerika aanwezig, maar niet bij de Europese Raad.
Het geschil besta |