|
|
First Net Print, Tuesday, February 11, 2003
2de Kamer debat
Afghanistan
ONGECORRIGEERD STENOGRAM
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
41ste vergadering
Donderdag 6 februari 2003
Voorzitter: Weisglas
Tegenwoordig zijn leden, te weten:
Van Aartsen, Adelmund, Albayrak, Algra,
Aptroot, Van Ardenne-Van der Hoeven, Arib, Van As, Atsma, Van Baalen, Bakker,
Balkenende, Van Beek, Blok, Blom, Van Bochove, Boelhouwer, Van Bommel, Bos, Van
den Brand, Van den Brink, Bruls, Buijs, Bussemaker, Van de Camp, Cornielje,
Çörüz, Crone, Van Dam, Depla, Van Dijken, Dijksma, Dijsselbloem, Dittrich,
Douma, Dubbelboer, Duivesteijn, Duyvendak, Eerdmans, Eijsink, Eurlings, Ferrier,
Fierens, Van Geel, Geluk, Van Gent, Gerkens, Giskes, De Graaf, De Grave,
Griffith, De Haan, Van Haersma Buma, Halsema, Van der Ham, Hamer, Haverkamp,
Heemskerk, Van Heemst, Herben, Hermans, Hessels, Van Heteren, Hirsi Ali, Van der
Hoeven, Hofstra, Hoogervorst, Ten Hoopen, Huizinga-Heringa, Jager, Joldersma,
Kalsbeek, Kamp, Kant, Karimi, Van der Knaap, Koenders, Koopmans, Kortenhorst,
Kraneveldt, De Krom, Kruijsen, Van der Laan, Lazrak, Leerdam, Van Lith,
Marijnissen, Mastwijk, Meijer, Van Miltenburg, Mosterd, Nawijn, De Nerée tot
Babberich, Nicolaï, Van Nieuwenhoven, Nijs, Noorman-den Uyl, Van Oerle-Van der
Horst, Oplaat, Örgü, Ormel, De Pater-Van der Meer, Rambocus, Remkes, Rietkerk,
Rijpstra, Ross-Van Dorp, Rouvoet, De Ruiter, Rutte, Samsom, Schreijer-Pierik,
Schultz Van Haegen-Maas Geesteranus, Slob, Smeets, Smits, Spies, Van der Staaij,
Sterk, Straub, Stuurman, Terpstra, Tichelaar, Timmer, Timmermans, Tjon-A-Ten,
Tonkens, Varela, Van Velzen, Vendrik, Verbeet, Verburg, Verdaas, Vergeer-Mudde,
Verhagen, Vietsch, Van der Vlies, Vos, B.M. de Vries, J.M. de Vries, K.G. de
Vries, Vroonhoven-Kok, Waalkens, Weisglas, Wijn, Wilders, Van Winsen, De Wit,
Wolfsen en Zalm, en de heer Kamp, minister
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en minister van
Defensie.
De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede dat
geen berichten van verhindering zijn ingekomen.
De voorzitter: De ingekomen stukken staan op
een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op die lijst heb ik
voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de
vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan, dat de Kamer
zich met de voorstellen heeft verenigd.
Aan de orde is een debat over:
- een brief van de minister van Defensie inzake de veiligheidssituatie in
Afghanistan.
De beraadslaging wordt geopend.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Voorzitter. De fractie van GroenLinks heeft
ingestemd met de deelname van Nederlandse troepen aan ISAF. Zij heeft ook
ingestemd met het feit dat Nederland samen met Duitsland het ISAF-bevel zal gaan
voeren. Wij mogen de Afghaanse bevolking na ruim twintig jaar oorlog niet aan
hun lot overlaten. De internationale gemeenschap heeft zich gecommitteerd aan
het herstel van de veiligheid en aan de wederopbouw van het land. Wij hebben op
dit moment dan ook niet de intentie, te pleiten voor terugtrekking van de
Nederlandse troepen. Risico's zijn er bij iedere missie, dus ook bij deze. Het
is mede de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap en Nederland
als "lead nation" om deze beheersbaar te houden.
Wij accepteren echter niet dat de Nederlandse regering niet anticipeert op een
verhoging van de risico's en op de veranderde risico's. Een eventuele oorlog
tegen Irak door de VS, die helaas sinds gisteren nog een stapje dichterbij is
gekomen, zal zeker gevolgen hebben voor de situatie in Afghanistan en voor ISAF.
Sterker nog, die gevolgen zijn er al. Afghanistan dreigt van de politieke agenda
te verdwijnen. De beantwoording van Kamervragen die waren gesteld door mijn
collega Koenders, was in dat opzicht ontluisterend. De minister vindt de
risico's beheersbaar omdat de Afghaanse bevolking weinig communicatiemiddelen
heeft. Met andere woorden: de minister denkt dat de Afghaanse bevolking er niet
eens achter zal komen dat Irak gebombardeerd wordt. Denkt hij werkelijk dat de
aanhangers van de Taliban en Al Qaida, die de modernste technologieën gebruiken
om een wereldwijd netwerk van terreur in stand te houden, niet zullen weten dat
de Amerikanen Irak aan het bombarderen zijn? Heeft hij ooit wel eens gehoord van
draadloze transistorradio's? Hoe naïef kun je dan zijn, vraag ik mij af.
De minister meldt dat de bevolking nog steeds achter ISAF staat. Hij doelt dan
op de bevolking in Kabul. Ik wijs erop dat 99% van het land wordt beheerst door
de krijgsheren. Hoe staan de burger buiten Kabul tegen ISAF? De minister
schrijft in de brief dat het risico's blijft bestaan dat ISAF-personeel doelwit
wordt of betrokken raakt bij gewelddadige incidenten. De kans op
schermutselingen tussen krijgsheren groeit naarmate zij het in de regio's steeds
meer voor het zeggen krijgen en hun machtsbasis willen uitbreiden. Wat wordt
gedaan om die macht van de krijgsheren te beteugelen? Volgens ons zal een oorlog
tegen Irak zeker leiden tot een verminderde aandacht van de internationale
gemeenschap voor Afghanistan. Dat heeft tot gevolg dat de krijgsheren in
toenemende mate vrij baan krijgen. Zij zullen dat ten volle gebruiken. Wij
pleiten voor een nieuwe risicoanalyse opdat wij kunnen anticiperen op de nieuwe
ontwikkelingen en bedreigingen. Is de minister daartoe bereid?
Mijn fractie vindt voorts dat de Nederlandse regering deze zorgen moet
overbrengen aan de Verenigde Staten. Zoals bekend, willen wij geen oorlog tegen
Irak. Het gaat hier om internationale verplichtingen van Nederland ten aanzien
van Afghanistan en om de veiligheid van de Nederlandse mannen en vrouwen die
voor een vredesmissie naar Afghanistan zijn gestuurd. Zij hebben er recht op dat
Nederland er alles aan doet om de risico's voor hen te verminderen. Heeft de
Nederlandse regering daar ooit wel eens over gesproken met haar Amerikaanse
collega's? Zo ja, wat was hun reactie daarop? Wat ons betreft, moet Nederland de
consequenties van een oorlog tegen Irak voor Afghanistan in de EU bespreken.
Vandaag vindt een NAVO-raad plaats. Mijn fractie pleit ervoor dat de Nederlandse
regering genoemde zorgen in die NAVO-raad bespreekt. Zal dat ook gebeuren?
Kortom, mijn fractie vindt dat de Nederlandse regering veel te laks omgaat met
de gevolgen, in dit geval voor Afghanistan en ISAF, van een oorlog tegen Irak.
Dat moet anders.
De regering gaat in de brief zeer kort in op
het feit dat Al Qaida en de Taliban zich in Afghanistan hergroeperen. Hoe sterk
zijn zij inmiddels weer in Afghanistan actief? De antiwesterse gevoelens, die
zeker zullen toenemen naar aanleiding van een oorlog tegen Irak, zullen ervoor
zorgen dat zij meer mensen kunnen mobiliseren voor hun jihad tegen de westerse
troepen in Afghanistan. Naast de hergroepering van deze verklaarde tegenstanders
van de westerse troepen lijkt Afghanistan in het algemeen onveiliger te worden.
Afghanistan is weer de grootste papaverproducent ter wereld.
De heer Eurlings (CDA): Dit debat luistert heel
nauw en de risico's zijn groot; daar waren wij het op 25 november allemaal over
eens. Daarom wil ik u een vraag stellen in het kader van de zorgvuldigheid. U
gebruikte zojuist grote woorden: u zei dat de regering laks omgaat met eventuele
extra risico's vanwege Irak. Ik vraag u om te bevestigen dat destijds, tijdens
het debat, dat risico van oplopende spanningen en oplopende gevaren nadrukkelijk
vermeld was in de risicoanalyse. Is het, in plaats van het gebruiken van woorden
zoals "laks", dan niet veel beter om de regering nu te vragen of dit
is wat zij verwachtte en waarmee zij toen rekening heeft gehouden of dat het
meer is? Volgens mij zijn woorden zoals "laks" immers niet helemaal op
hun plaats, omdat wij op 25 november juist over deze risico's hebben gesproken.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Het klopt dat wij
over die risico's hebben gesproken, maar juist niet over eventuele gevolgen van
een oorlog tegen Irak. Ik heb het verslag bij mij; ik wil het u straks ook wel
laten zien, want ik heb de toenmalige minister van Defensie, de heer Korthals,
toen juist gevraagd of hij met zijn Amerikaanse collega's had gesproken over de
eventuele risico's van een oorlog tegen Irak voor ISAF in Afghanistan. Op die
vraag heeft hij volmondig "nee" geantwoord: daar had hij het niet over
gehad. In dat debat heb ik mijn kritiek daarop uitgesproken.
De heer Eurlings (CDA): Dat klopt, want dat was
een eventualiteit, net zozeer zoals er nu in het Irak-debat nog steeds 101
mogelijkheden zijn. Het punt dat de Kamer toen daarom juist gemaakt heeft --
vandaar mijn interruptie -- was bijvoorbeeld de voorwaarde dat wij vertrekken
wanneer de Amerikanen er, om welke reden dan ook, uit gaan. Dat heeft voor onze
afweging, voor de afweging binnen uw partij en voor alle andere partijen
destijds een rol gespeeld. Ik zeg niet dat u die vragen niet bij de regering
moet leggen, maar ik zou het te kort door de bocht vinden als er wordt gezegd
dat dit toen niet een van de grote onderwerpen was bij de analyse van de
risico's.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Wij blijven van
mening verschillen over de beoordeling van de manier waarop de Nederlandse
regering tot nu toe met die eventuele gevolgen van oorlog voor ISAF is omgegaan.
Ik hoop vandaag van de regering te horen dat zij er wel werk van heeft gemaakt,
want dat was bij dat debat nog niet aan de orde. Nogmaals: ook de antwoorden op
de vragen van collega Koenders overtuigen mij niet. Het is vandaag aan de
minister van Defensie om mij te overtuigen.
De heer Koenders (PvdA): U wijst terecht op de
risico's voor ISAF bij een oorlog in Irak; dat hebben wij in Kamervragen ook
gedaan en daar is een beantwoording op gekomen. U hebt een nieuw debat
aangevraagd. Er zijn drie mogelijkheden: Nederland trekt zich terug uit ISAF, er
zijn kennelijk nog andere maatregelen nodig -- in dat geval hoor ik graag van de
fractie van GroenLinks welke maatregelen dat specifiek zijn -- of u wilt
Enduring Freedom versterken. U bent tegen dat laatste, maar dat is eigenlijk de
meest effectieve manier om onze troepen te versterken. Betekent dit dat u
eigenlijk voor een zodanige versterking bent dat de Nederlandse troepen
eventueel ontzet kunnen worden?
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Nee, er is een
vierde optie, waar u niet over hebt gesproken, namelijk geen oorlog tegen Irak.
De heer Koenders (PvdA): Dat vind ik prima;
zoals u weet, is niemand daar een voorstander van.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Nou, dat zou ik
niet zeggen.
De voorzitter: Natuurlijk is er een verband,
maar wij voeren hier vandaag geen Irak-debat.
De heer Koenders (PvdA): Dat wilde ik juist
zeggen.
De voorzitter: Ik zeg het tegen mevrouw Karimi.
De heer Koenders (PvdA): Als ik mevrouw Karimi
goed begrijp, is dit geen debat over Afghanistan, maar over Irak. Dat debat wil
ik graag met haar voeren; zij weet hoe wij erover denken en ik weet hoe zij
erover denkt, namelijk zeer kritisch, net als ik. Wij gaan hier toch echter niet
proberen om over de ruggen van de Nederlandse militairen een ander debat te
voeren, terwijl het gaat over de veiligheid van het mandaat en de versterking
van de regering in Afghanistan?
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Nee, maar er is
wel een duidelijke relatie tussen die twee dingen. Daar gaat het om. Het gaat
erom in hoeverre rekening wordt gehouden met de gevolgen in Afghanistan van een
eventuele oorlog tegen Irak. Dat was ook mijn punt, helemaal in het begin. Ik
pleitte niet voor een terugtrekking; daar was ik heel erg helder over, omdat wij
een verplichting hebben ten aanzien van Afghanistan. Die verplichting moeten wij
waarmaken, maar daartoe moet je dan wel in staat zijn. U weet heel goed dat wij
vanaf het begin hebben gepleit voor een sterker ISAF en voor uitbreiding van het
mandaat van ISAF.
Dat is allemaal niet gebeurd. Wij moeten nu
beoordelen of zij nog steeds in staat zijn om de in hun mandaat omschreven
opdracht uit te voeren. Daarover gaat dit debat.
De heer Koenders (PvdA): Juist de PvdA-fractie
heeft gewezen op de noodzaak van een risico-inschatting en het eventuele belang
van extra bewapening. Op dat punt zijn wij het dus helemaal eens. Wat wilt u
precies bereiken met dit debat? Dat moeten wij weten, anders staan wij hier een
beetje voor joker.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik zal ook naar uw
inbreng luisteren. Ik heb gepleit voor overleg over de risico's in EU- en
NAVO-verband, bijvoorbeeld vandaag in de NAVO-Raad. Over de bewapening van de
troepen zal ik het nog hebben. Er is kortom een scala aan mogelijkheden om deze
kwestie internationaal aan de orde te stellen. Wij moeten voorkomen dat wij op
een punt komen dat wij de Afghanen in de steek moeten laten, omdat wij de
veiligheid van onze troepen niet kunnen garanderen. Ik hoop dat ik daarvoor uw
steun heb.
De heer Koenders (PvdA): Het laatste dat wij
willen is dat wij onze missie voor de Afghaanse bevolking moeten verminderen.
Daarover zijn wij het eens, maar u maakt niet duidelijk wat u van de Amerikanen
verwacht. Ik begrijp althans dat het over hen gaat. Dat zou een versterking van
Enduring Freedom kunnen zijn, maar daar bent u juist tegen. U moet duidelijk
maken wat u wilt.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Daar ben ik
inderdaad tegen. Het gaat er natuurlijk om dat de Amerikanen moeten weten dat
het begin van hun oorlog tegen Irak consequenties heeft voor Afghanistan en ik
wil weten wat zij daarvan vinden. Heeft de Nederlandse regering dit punt
überhaupt wel bij de Amerikanen aan de orde heeft gesteld? Tijdens het laatste
debat met het kabinet over de stand van zaken was dit nog niet gebeurd.
De heer De Graaf (D66): Ik begin mij een beetje
te verbazen over de precieze reden van dit debat. De minister geeft in zijn
brief aan dat er risico's bestaan, maar dat alles wordt gedaan om ze te
beperken. Bovendien zitten de Nederlandse soldaten daar niet voor niets en lopen
zij per definitie risico. Ik krijg door uw bijdrage het gevoel dat dit debat
niet gaat over het risico dat onze soldaten in Afghanistan lopen, maar over
Irak. Daartegen maak ik bezwaar. Het gaat u dus echt om de veiligheid van onze
soldaten in Afghanistan. Vindt u dan dat de brief van Minister Kamp onvoldoende
is? Wat wilt u specifiek horen over wat Nederland kan doen? Het gaat mij er niet
om wat Amerika kan doen, maar wat Nederland kan doen. Anders moet de conclusie
luiden: ik vertrouw het niet, wij moeten onze mensen terughalen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik moet zeggen dat
ik verbaasd ben over de suggestie die u wekt dat het niet zou gaan om de
veiligheidskwestie in Afghanistan. De aanleiding voor het debat waren de
raketaanvallen op het Nederlandse en Duitse kamp in Kabul. In de brief van de
regering staat dat dit het vijfde incident in vier maanden was. In de
Veiligheidsraad is een rapport van de heer Brahimi besproken, waarin staat dat
de situatie is verslechterd. Ik zal straks ook nog ingaan op wat de
hulporganisaties daarover zeggen en duidelijk aangeven dat de
veiligheidssituatie in Afghanistan is verslechterd. Ik vind de brief een te
rooskleurige voorstelling van zaken geven en ik wil graag weten of de situatie
wel juist is beoordeeld. Daarom heb ik ook gevraagd om een nieuwe risicoanalyse.
Ik vind ook dat wij als "lead nation" onze verantwoordelijkheid moeten
nemen en dat wij dit in contacten met de VS en de NAVO en in Europees verband
aan de orde moeten stellen. Het spijt mij dat u dit niet voldoende vindt en dat
u dit een schijndebat vindt, maar dat vind ik absoluut niet.
De heer De Graaf (D66): Het gaat om de vraag
wat u dan met die informatie doet. Ik meen dat de minister morgen al naar
Afghanistan gaat. Wij staan aan de vooravond van die verantwoordelijkheid. Het
is van tweeën één. Óf u zegt dat de veiligheidsanalyse onvoldoende is en dat
het onverantwoordelijk is dat Nederlandse soldaten daarheen gaan.
Of u zegt dat u het oordeel van de regering
vertrouwt dat er wel risico's zijn, maar dat die voldoende worden ingeschat en
dat er voldoende samenwerking met anderen is, ook als het mis zou gaan. Wij
kunnen niet op het moment dat de soldaten daar moeten gaan werken hier in het
parlement twijfel gaan zaaien over de vraag of wij wel of niet verantwoordelijk
bezig zijn. Dat is het laatste wat u en ik zouden moeten willen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Mijnheer De Graaf,
bepleit u dan dat ik hier niet mijn controlerende taak moet uitoefenen ten
aanzien van de Nederlandse regering? Dat is het laatste wat wij nodig hebben,
zeker als het gaat om vredesmissies en zeker gezien het verleden van Nederland.
Ik vind het als Nederlandse volksvertegenwoordiger ook mijn taak, de vinger aan
de pols te houden om te weten hoe de dingen zich ontwikkelen. Het gaat hier om
de ontwikkelingen van de veiligheidssituatie in Afghanistan, uiteraard in eerste
instantie voor de Afghanen en in tweede instantie voor de Nederlandse mannen en
vrouwen die daar zitten ter uitvoering van het mandaat. Het is mijns inziens de
verantwoordelijkheid van de Nederlandse Kamerleden om die vragen aan de regering
te stellen. Als de fractie van GroenLinks er behoefte aan heeft te zeggen dat de
risicoanalyse niet deugt, zult u haar zeker horen, maar daarmee ben ik niet
begonnen. Ik heb gevraagd om een nieuwe risicoanalyse en om een aantal andere
activiteiten van de Nederlandse regering.
De heer Van Bommel (SP): Heeft GroenLinks een
nieuwe risicoanalyse nodig om de deelname aan ISAF te kunnen blijven steunen? U
zegt eigenlijk: ik heb te weinig informatie op grond waarvan ik kan beoordelen
of ISAF daar werkelijk veilig goed werk kan verrichten.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Zo heb ik het niet
gezegd. Ik heb gezegd dat de risicoanalyse die is gemaakt niet helemaal
overeenkomt met andere signalen die wij hebben gekregen en dat ik daarom graag
een nieuwe risicoanalyse van de regering wil. Zolang de nieuwe risicoanalyse er
niet is, blijft onze steun voor ISAF natuurlijk bestaan. Ik heb geen reden om te
zeggen dat ISAF zich nu moet terugtrekken. Ik wil graag dat ISAF haar
werkzaamheden goed kan doen, dat het mandaat wordt uitgevoerd en uitgebreid en
dat de veiligheidssituatie in Afghanistan wordt verbeterd. Alles moet worden
gedaan om ISAF te versterken en niet te verzwakken. Ik vraag niet om een
risicoanalyse met in mijn achterhoofd de behoefte aan een aanleiding om ISAF te
verzwakken. Ik vraag zo'n analyse opdat maatregelen kunnen worden genomen om
ISAF te versterken.
Nog afgezien van de hergroepering van de verklaarde tegenstanders van de
Westerse troepen lijkt Afghanistan in het algemeen onveiliger te worden, zo is
ons gemeld. Afghanistan is weer de grootste papaverproducent ter wereld. Er
volgt dan een makkelijk rekensommetje: papaver + geld + krijgsheren + veel
nieuwe wapens + geen ISAF buiten Kabul = machtsstrijd + criminaliteit +
onveiligheid. Niet voor niets rept Brahimi van een verslechterde
veiligheidssituatie. De hulpverleners worden nu ook doelwit van criminelen.
Hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen spreken van een duidelijk
verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan, vooral buiten Kabul. Het is
vrij logisch dat de verslechterde veiligheidsomstandigheden buiten Kabul
effecten hebben op Kabul zelf. Hier wreekt zich dat het mandaat van ISAF tot
Kabul is beperkt. Je kunt niet van Kabul een veilige haven maken, terwijl het
ligt middenin een roversnest. Graag hoor ik van de minister hoe ISAF versterkt
gaat worden.
Zijn de Nederlandse troepen voldoende robuust bewapend om hun mandaat ter
bescherming van de regering van Karzaï uit te voeren en zichzelf te verdedigen
tegen de aanvallen? In verband met de rakettenaanval op het Nederlands-Duitse
kamp schrijft de regering dat dit het vijfde incident is binnen enkele maanden.
Is men in staat geweest te achterhalen wie achter deze aanslagen heeft gezeten?
Heeft ISAF bijvoorbeeld mensen daarvoor kunnen oppakken?
De Nederlandse regering geeft de vertrouwelijke
informatie over de afspraken tussen de VS en Nederland over de bijstand van de
VS in het geval van een noodsituatie en eventuele extractie van ISAF niet aan de
Kamer. Daarom wil ik hier duidelijk van de minister horen of die afspraken zo
hard zijn dat ISAF en Nederland altijd zullen kunnen rekenen op de noodzakelijke
steun, ongeacht de strijd waarin de VS op zo'n moment gewikkeld kunnen zijn. Kan
de minister de Kamer de zekerheid geven dat in alle gevallen voldoende steun zal
worden gegeven? Heeft hij daarvoor toezeggingen gekregen?
De heer Van Baalen (VVD): De VVD-fractie is
trots op de Nederlandse militairen die in het buitenland bijdragen aan vrede en
veiligheid. Deze militairen doen dit onder omstandigheden met een verhoogd
risico. Het optreden in risicovolle situaties is onderdeel van hun beroeps- en
taakopdracht. Op ons als politici en volksvertegenwoordiging rust een wel zeer
dure plicht om die veiligheidsrisico's te onderkennen en passende maatregelen te
nemen om die risico's tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De Kamer heeft
daartoe een aangescherpt toetsingskader aanvaard. Het kabinet informeert de
Kamer door de minister van Defensie over veranderingen in de veiligheidssituatie
en de maatregelen die in dat kader worden genomen.
Ook de volksvertegenwoordiging heeft zo zijn verantwoordelijkheid. In dit kader
verwijs ik naar de schriftelijke vragen die collega Koenders op 9 januari
jongstleden heeft gesteld en het antwoord daarop van de minister van 21 januari.
De minister stelt dat hij de Kamer adequaat zal informeren als er een
verandering optreedt in de veiligheidssituatie. Ik vraag mij dus af waarom wij
de minister naar de Kamer hebben geroepen om in feite een herhaling van zetten
te doen. De minister is duidelijk geweest. Hij heeft aangegeven dat er geen
structurele verandering is opgetreden in de veiligheidssituatie. Dit betekent
dat hij waar dat nodig was extra maatregelen heeft getroffen. Ik denk dat wij
als Kamer daarmee genoegen moeten nemen. Wij dienen alert te zijn op de komende
gebeurtenissen, maar wij moeten geen tijd verspillen aan een herhaling van
zetten.
De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Eind 2001
besloot de Kamer in te stemmen met deelname aan ISAF. De SP-fractie heeft die
missie toen even uniek als absurd genoemd. Vrede bewaren in Kabul terwijl er in
de rest van het land oorlog is. Nederland neemt deel aan die oorlog met F-16's
die sinds kort ook bommen afgooien en probeert tegelijkertijd in Kabul vrede te
bewaren. De missie krijgt daarmee veel kenmerken van de missie die Dutchbat
destijds probeerde te volbrengen in Srebrenica. Ik noem enkele overeenkomsten.
In de eerste plaats: een vredesmissie in een land waar geen vrede is. Karzai is
in feite niet meer dan de burgemeester van Kabul. Kabul is aan te merken als een
enclave omgeven door vijandelijkheden.
Een tweede overeenkomst betreft de duur van de missie. De Kamer heeft in
december gezegd dat de missie van beperkte duur moet zijn voor wat betreft het
Nederlandse leiderschap. Ook dit herinnert aan Srebrenica. Ook toen was het de
uitdrukkelijke wens van de Kamer dat de aanwezigheid tijdelijk zou zijn, maar
toen zich problemen voordeden, was er geen aflossing te vinden. Hoe groot is de
kans dat zich hier hetzelfde scenario ontrolt?
Een derde overeenkomst is de afhankelijkheid van derden. Andere landen moeten
zorgen voor de veiligheid. In de brief staat dat Amerika zal helpen bij een
veilige aftocht als het fout gaat. De afspraken die daarover zijn gemaakt,
blijven echter geheim. In een geheim militair planningsdocument zijn de
voorwaarden vastgelegd. Dit is de garantie die de regering heeft gekregen, maar
de Kamer kan dit niet beoordelen. Wij kunnen dus niet de risico's inschatten en
ik vind dit niet aanvaardbaar, zeker niet als er sprake is van een verhoogd
veiligheidsrisico.
Ik vraag de minister op ieder van deze drie overeenkomsten in te gaan. Ik zie
natuurlijk ook de verschillen, bijvoorbeeld in de commandostructuur, in de
verhouding NAVO-VN en de betrokkenheid van de Amerikanen, maar deze drie
overeenkomsten zijn volgens mij glashard en zij kunnen voor veel problemen
zorgen. Het Srebrenica-scenario is een nachtmerriescenario en dit moet met alle
middelen worden voorkomen.
Vooral de verslechterende veiligheidssituatie
en de dreigende oorlog tegen Irak baren de SP-fractie zorgen. De zorgen die de
Turkse commandant Zorlu heeft uitgesproken, delen wij. Een aanval op Irak heeft
mogelijk negatieve gevolgen voor de situatie in Afghanistan. Op 21 januari
schreef de regering nog, in antwoord op vragen van de heer Koenders, dat er geen
aanleiding was om de risico-inschatting te wijzigen. In de brief van 5 februari
schrijft de regering dat er sprake is van een zeer direct veiligheidsrisico als
gevolg van aanslagen door anti-Westerse elementen, maar dat daar in de
risicoanalyse rekening mee is gehouden. Is er inderdaad rekening gehouden met
een toenemend aantal incidenten? Is er rekening gehouden met zulke incidenten
zoals die nu plaatsvinden? Ik doel hierbij op de ernst van de incidenten,
waarbij raketten worden gebruikt. Naar onze mening is een volledig nieuwe
risicoanalyse noodzakelijk. De hamvraag is dan ook waarom die niet gemaakt is.
Hoe staat het bijvoorbeeld met de samenwerking tussen regeringsleger en lokale
krijgsheren? De wens daartoe is uitgesproken, maar uit de huidige situatie
blijkt dat dit nog geen succes is. De dreiging van raketaanvallen op ISAF wordt
bestreden met mortieropsporingsradar en gerichte patrouilles, zo staat in de
laatste brief. Dat levert het risico op dat men betrokken raakt bij gevechten
buiten Kaboel. Past dat naar de mening van de regering nog binnen het mandaat
van de missie? Zijn de Nederlandse militairen voldoende bewapend voor mogelijke
escalatie bij dergelijke patrouilles?
De relatie met Irak is gelegd. Niet door de Kamer, maar door de Turkse
commandant. De regering schrijft in haar brief van 5 februari dat de commandant
zijn waarschuwing niet had moeten uitspreken, omdat het zij niet binnen zijn
mandaat past. Waarom niet? Dergelijke waarschuwingen mogen toch niet aan
dovemansoren gericht zijn? Dat moet aanleiding zijn voor nadere vragen van de
regering. De antwoorden daarop moeten worden betrokken bij het opstellen van een
nieuwe veiligheidsanalyse. Waarom heeft de regering geen gebruik gemaakt van
deze gelegenheid om te komen tot een nadere veiligheidsanalyse?
De militaire vakbonden stellen terecht dat de situatie in Afghanistan is
veranderd sinds het besluit om militairen te sturen. De AFMP stelt dat je je
moet afvragen of onze aanwezigheid nog wel gewenst is. De voorzitter van die
bond zegt dat lokale aanslagen aangeven dat de lokale bevolking geen prijs meer
stelt op de operatie. Deelt de regering deze opvatting? Wat zijn anders haar
conclusies over de situatie die nu is ontstaan en over veiligheidsrisico's voor
de Nederlandse militairen?
De heer Eurlings (CDA): Voorzitter. In een
interruptiedebat werden zojuist de beraadslagingen op 25 november 2002
aangehaald. Wij hebben toen besloten om onze presentie in Afghanistan te
vergroten door rol van leidend land op ons te nemen. Niet alleen op 25 november,
maar ook in december 2001 zijn de risico's van deelname aan de internationale
troepenmacht al als aanzienlijk ingeschat. Niettemin was er bijna Kamerbreed
steun voor Nederlandse deelname aan ISAF, ook in de leidende rol. De SP-fractie
was, is en blijft overigens om principiële reden tegen. De risico's zijn er
sindsdien niet minder op geworden. Het basiskamp van het Duits-Nederlandse
detachement in Kaboel is vorige week voor de vijfde maal in minder dan een jaar
bestookt met raketten. Vorig jaar december werd de basis nog opgeschrikt door
een zelfmoordaanslag met handgranaten. Gelukkig zijn er tot dusver geen
slachtoffers gevallen.
Na 25 november besloot de Kamer met een overgrote meerderheid om samen met
Duitsland de rol van leidend land te gaan vervullen. De centrale vraag die toen
bij ons allemaal voorlag, was of de risico's die er zeker zouden zijn,
verantwoord waren. In dit verband is het goed om te memoreren dat zowel Kamer
als regering toen duidelijk hebben gesteld dat er geen sprake zou zijn van een
gewone vredesmissie. De militairen opereren in een postconflictsituatie rondom
Kaboel, terwijl elders in Afghanistan de gevechten doorgaan. ISAF kan ook niet
los worden gezien van Enduring Freedom, de strijd tegen het terrorisme. Hieraan
neemt Nederland overigens deel met onder meer F16's, die afgelopen
dinsdagochtend nog een bombardement hebben uitgevoerd op grote complexen van
Al-Qaida in het zuiden van Afghanistan. Juist vanwege de grote risico's die al
volgens de toen voorliggende risicoanalyse in beeld waren en die nog steeds aan
de operatie blijven kleven, heeft de CDA-fractie evenals veel andere fracties in
dit huis een aantal duidelijke voorwaarden verbonden aan de Nederlandse rol van
leidend land.
Ik memoreer deze voorwaarden in het kort: steun
van de troepen van de Verenigde Staten van de operatie Enduring freedom in het
geval van noodzakelijke ontzetting of extractie van onze mannen en vrouwen;
beperking van het verblijf tot nog maximaal zes maanden; geen uitbreiding van
het mandaat, qua taken noch geografisch gebied. Ik benadruk dit laatste, want
uitbreiding van het gebied naar steden die nog veel onveiliger zijn, zou het
risico voor onze mannen en vrouwen veel groter maken. In overgrote meerderheid
heeft de Kamer gezegd: laten wij het gebied niet uitbreiden, want dan wordt het
pas echt link. In het geval van vertrek van de Amerikaanse troepen dient de
Nederlandse aanwezigheid in het kader van ISAF te worden beëindigd. Ook dat was
een voorwaarde. De regering gaf gevolg aan deze eisen, waarna bijna de gehele
Kamer, op de fractie van de SP na, kon instemmen met deze operatie. De regering
heeft die garanties herbevestigd naar aanleiding van vragen van de heer Koenders
en ik neem aan dat zij die garanties hier nogmaals kan bevestigen.
In dit debat ligt de vraag voor of de recente aanslagen, maar ook signalen van
de Turkse ISAF-leiding en van de Duitse inlichtingendienst tot extra maatregelen
nopen. De incidenten die zich hebben voorgedaan, zijn zorgwekkend, maar zij
komen niet onverwacht. In de risicoanalyse van de regering van afgelopen najaar
werd nadrukkelijk gewag gemaakt van oplopende spanning en risico's, mede ook in
het kader van een mogelijke oorlog tegen Irak. Dit neemt niet weg, dat er bij
mijn fractie wel bezorgdheid bestaat. Daarom was ik blij met de vragen van de
heer Koenders. Wij delen de onderkenning van de regering dat het conflict in
Irak tot extra spanningen in Afghanistan en dus tot een verhoogd risico voor
onze militairen kan leiden. Volgens de regering blijven deze risico's echter
binnen de grenzen van het aanvaardbare. Ik heb geen reden om hieraan te
twijfelen. In de risicoanalyse die de vorige keer voorlag, heeft de regering
aangegeven dat er inderdaad risico's zijn, maar dat de situatie in Irak
waarschijnlijk weinig negatieve gevolgen zal hebben voor de veiligheidssituatie
van ISAF. kan zij aangeven of dit patroon van aanslagen het verwachte patroon
was en of dit binnen de marges valt van hetgeen zij indertijd heeft verwacht?
Daarvan zou ik graag een nadere onderbouwing krijgen. Mijn fractie is tevreden
met de toezegging van de regering om de Kamer onverwijld te blijven informeren
als zich alsnog een wijziging in de risico-inschatting zou voordoen.
De zorg van de militaire vakbond over de veiligheid van onze militairen is
begrijpelijk. Wij moeten echter geen paniekvoetbal spelen. Speculeren over een
vroegtijdig vertrek van de troepen kan potentiële aanvallers juist aanmoedigen
om aanslagen te plegen. Een paar aanslagen kunnen tot groot resultaat leiden, te
weten het vertrek van de westerse troepen aldaar. Er is dus geen reden voor
paniek, maar wel voor continue inhoudelijke alertheid, waarvan in dit debat van
het begin af aan sprake is geweest. Daarom vraag ik de regering nogmaals om een
nadere reflectie op de risicoanalyse. Wij hebben destijds rekening gehouden met
mogelijk oplopende spanning in het kader van Irak en ik zou graag willen weten
of een en ander past binnen de verwachtingen van destijds.
Nederland is niet alleen aanwezig in Afghanistan. In ISAF zijn heel veel landen
vertegenwoordigd. De Duitsers hebben samen met de Nederlanders de leidende rol
op zich genomen. Kan de regering een indruk geven van de manier waarop
bijvoorbeeld Duitsland, maar ook andere landen, de facto met deze dreiging
omgaat? Kan zij bevestigen dat onze militairen daar op zijn minst hetzelfde
beschermings- en veiligheidsniveau wordt geboden als de andere militairen? Dit
lijkt mij op zichzelf genomen een redelijk objectieve referentie. Wat is de
reactie van de regering op de berichtgeving in de Frankfurter Allgemeine Zeitung
dat de Duitse legerleiding ernstig rekening houdt met gijzelingen van
ISAF-militairen in de toekomst?
In het vorige debat is gesproken over een nadrukkelijke garantiestelling in het
kader van extractie. Tegen de heer Van Bommel zeg ik, dat ik kan begrijpen dat
een en ander geheim is. Leg die kaarten maar op tafel, dan wordt het echt heel
erg gevaarlijk voor onze mannen en vrouwen daar! Dit soort dingen houd je
geheim. Kan de regering bevestigen dat zij ervan overtuigd is dat, als de nood
aan de man komt, is voldaan aan de voorwaarden om onze mensen vroeg genoeg weg
te halen? Dit is een kwalitatieve doelstelling die aan deze geheime planning mag
worden verbonden.
De heer Van Bommel (SP): Hoe wilt u uw
controlerende taak vervullen, als het planningsdocument voor de extractie geheim
moet blijven? Ik zeg niet dat het document openbaar gemaakt moet worden, maar
het gebeurt wel vaker dat de Kamer inzage krijgt in vertrouwelijke documenten.
Een van de eisen die de CDA-fractie heeft gesteld, betreft de beperkte duur. Dit
is een aspect dat ik in mijn opsomming van overeenkomsten met Srebrenica noemde.
U kunt wel van de regering eisen dat het
maximaal zes maanden mag duren. Dit was echter eerder al een probleem. Hoe wilt
u dat gegarandeerd zien?
De heer Eurlings (CDA): Dit laatste is heel
duidelijk. Wij hebben in het debat gezegd dat het na deze zes maanden echt
voorbij moest zijn. Wij kunnen namelijk niet eeuwig in Afghanistan blijven. Ik
ben het eens met collega Van Aartsen dat andere landen ook moeten participeren.
Bovendien hebben wij gezegd dat er hoe dan ook over zes maanden een opvolging
moet komen, omdat wij er dan uit gaan. Wij hebben gezegd dat de internationale
gemeenschap dan maar voor die opvolging moet zorgen. Ik weet precies wat de
regering toen heeft geantwoord: het kon misschien twee of drie dagen langer
duren, maar wij gingen er gewoon uit. Dit was toen heel duidelijk. Wij zullen de
regering eraan houden. U bent daar over zes maanden ook bij. Mochten de zaken
anders lopen, dan zullen wij met zijn allen de regering herinneren aan de door
haar gedane toezeggingen tijdens dat debat. U zult dit zeker niet als laatste
doen.
Ik heb zojuist gezegd dat het heel begrijpelijk is dat de militaire planning
geheim is. Als wij op tafel leggen hoe onze militairen gaan anticiperen op
mogelijke aanvallen, kan iedere terrorist er direct rekening mee houden en er
zijn voordeel mee doen. Wij moeten weten wat de doelstellingen en de
garantiestelling om die concrete militaire plannen heen zijn. Vandaar dat ik
vraag of de regering kan garanderen dat in geval van nood onze mensen er vroeg
genoeg en veilig genoeg uit kunnen komen. Dit is een kwalitatieve garantie die
je mijns inziens wel kunt vragen. Wij hoeven geen details te weten over de
manier waarop dit geschiedt en welke wapens er concreet worden gebruikt.
De heer Van Bommel (SP): Ik maak hier toch
bezwaar tegen, omdat juist een van de problemen in Joegoslavië was dat anderen
op de knop moesten drukken als wij om veiligheid vroegen. Deze regering kan de
door u gevraagde garanties niet geven. Als de situatie in de wereld verandert,
zullen de Amerikanen natuurlijk eerst aan hun eigen veiligheid denken. Ik vraag
mij dan ook af waarom u geen belangstelling heeft voor een vertrouwelijke
kennisname van de garanties die de regering zegt te hebben gekregen.
De heer Eurlings (CDA): Hiertegen heb ik groot
bezwaar. Ik vind uw opmerking echt volstrekt verkeerd. Wij hebben juist eisen
gesteld om hetgeen in Srebrenica is gebeurd, te voorkomen. Wij hebben aan de
Verenigde Staten als daar aanwezig land gevraagd of zij nadrukkelijk kunnen
garanderen dat zij ons te hulp schieten als het misgaat. Dat is het grote
verschil met de situatie in Srebrenica. Toen heeft geen enkel groot land in de
wereld beloofd om ons te hulp te komen. Toen heeft de regering niet gezegd dat
Amerika ons zou helpen. Die garantie is er nu wel. U wilt de militaire details
krijgen. Ik denk juist dat je onze militairen in gevaar brengt door hier de
militaire details op tafel te gooien en in de openbaarheid te brengen.
De heer Van Bommel (SP): Ik moet een feitelijke
onjuistheid wegnemen. De Nederlanders was wél steun toegezegd door de
internationale gemeenschap. Er zou luchtsteun worden geboden in Joegoslavië.
Dit veronachtzaamt u. Ik bepleit overigens niet, deze gegevens hier op tafel te
leggen. Ik bepleit dat wij op vertrouwelijke wijze worden geïnformeerd over de
veiligheid die de Nederlandse regering zegt te kunnen bieden. Dit bepleitten wij
ook tijdens de Kosovo-crisis en op andere momenten. Het is alleen kennelijk niet
mogelijk.
De heer Eurlings (CDA): U moet de feiten wel
juist stellen. Ik maak bezwaar tegen hetgeen u zegt. Als u het Srebrenicadossier
kent …
De voorzitter: Zojuist waren wij bijna een
debat over Irak aan het voeren. Nu gaat het over Srebrenica. Het is allemaal
uiteraard buitengewoon belangrijk, maar dat onderwerp komt nog aan de orde.
De heer Eurlings (CDA): Ik hecht er toch aan er
iets over te zeggen, want het is heel wezenlijk. Het grote verschil is dat de
Verenigde Naties destijds een vrij zweverige toezegging deden dat zij Nederland
te hulp zouden schieten. Juist daarom heeft de Kamer nu gezegd geen toezegging
van de Verenigde Naties te willen, maar van Amerika. Dat is daar aanwezig met
heel veel militairen. Een van de fouten van destijds is dat wij toen vertrouwden
op de Verenigde Naties, maar geen enkel groot land bereid was om in te grijpen.
De Verenigde Naties zelf waren ook bepaald wankelmoedig.
Is voor de regering voldoende scherp omlijnd op basis waarvan tot terugtrekking
kan worden besloten? Is in beeld waar op een gegeven moment de grens ligt en de
risico's te groot worden? Is er op dit moment enig signaal dat de Amerikanen
overwegen om hun activiteiten in het kader van Enduring freedom te verminderen?
Wij hebben daar destijds wel rekening mee gehouden. Wij hebben gezegd dat wij
als de Amerikanen er uit gaan ook weg zijn. Ik heb zojuist gewag gemaakt van een
oplaaiende strijd in het kader van Enduring freedom. Misschien kan de regering
hierover extra duidelijkheid geven.
De heer Van der Staaij (SGP): Voorzitter. ISAF
is geen missie zonder risico's. Dat was de Kamer en ook de SGP-fractie zich
bewust bij de instemming met uitzending van Nederlandse militairen naar
Afghanistan, de verlenging daarvan en het samen met Duitsland zijn van lead
nation per 10 februari. De minister van Buitenlandse Zaken zei het in een debat
in november jongstleden terecht zo: iedereen die zou durven beweren dat die
risico's er niet zijn, houdt zichzelf voor de gek. Ondanks deze aanzienlijke
risico's was er draagvlak bij de militairen die het betreft, en bij degenen die
er politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor dragen. Dat draagvlak
berustte niet alleen op de erkenning van het onomstreden grote belang ervan,
maar ook op de aanwezigheid van voorzieningen en maatregelen om deze risico's
zoveel mogelijk te beperken, zoals harde toezeggingen van de Amerikaanse
regering om de ISAF-vredesmacht te hulp te komen in noodsituaties en bijstand te
verlenen. Door al die voorzieningen en maatregelen was het mogelijk om ondanks
de aanzienlijke veiligheidsrisico's toch de conclusie te trekken dat het om een
verantwoorde missie gaat. Die conclusie heeft echter geen onbeperkte
houdbaarheidsdatum. Telkens weer zal in het licht van wisselende omstandigheden
opnieuw de veiligheidssituatie moeten worden beoordeeld en de balans moeten
worden opgemaakt. Collega's, onder wie mevrouw Karimi en de heer Van Bommel
hebben gevraagd waarom er geen nieuwe veiligheidsanalyse komt. Ik heb evenwel
begrepen dat bij voortduring die veiligheidsanalyse wordt gemaakt en de balans
wordt opgemaakt.
Er zijn telkens weer bijzondere aanleidingen om indringend stil te staan bij de
veiligheidssituatie. De discussie over de veiligheidssituatie wordt bijvoorbeeld
gevoed door de recente raketinslagen nabij het Duits-Nederlandse kwartier van
ISAF bij Kaboel, de toegenomen dreiging van militair ingrijpen in Irak en de
recente acties van Nederlandse F16's in het kader van Enduring Freedom. De
regering is in haar brief over de veiligheidssituatie niet uitdrukkelijk
ingegaan op het laatste punt. In de media zijn, overigens zonder harde
argumenten of concrete feiten, wel geluiden te horen geweest dat het uit
veiligheidsoogpunt onverstandig zou zijn dat Nederlandse F16's in het kader van
Enduring Freedom bombardementen uitvoeren, terwijl Nederland tegelijkertijd
deelneemt en leiding moet geven aan de vredesmacht. Graag hoor ik van de
regering hoe zij de veiligheidsrisico's van deze samenloop heeft getaxeerd.
Op de gevolgen van de besluitvorming rond Irak voor de veiligheid van de
uitgezonden militairen in Afghanistan is de regering kort geleden nog uitvoerig
ingegaan in antwoord op vragen van collega Koenders. Dit is natuurlijk een zeer
serieus punt. Wij begrijpen uit dat antwoord dat ook in het licht van de
toegenomen dreiging de risicoanalyse telkens opnieuw zorgvuldig wordt uitgevoerd
en dat de noodzakelijke beschermingsmaatregelen worden genomen. Duidelijk is dat
een eventuele aanval op Irak wel extra spanningen zal kunnen geven in
Afghanistan en mogelijk een verhoogd risico op aanslagen oplevert. Bijzondere
alertheid blijft dus geboden. Naar mijn inzicht geeft de beantwoording blijk van
die alertheid. Daarom vertrouw ik erop dat de regering niet zal schromen om zich
in te zetten voor aanvullende beschermingsmaatregelen waar die nodig en mogelijk
zijn.
Onrust en bezorgdheid is ook ontstaan door de recente raketinslagen bij het
Duits-Nederlandse kwartier bij Kaboel. De regering spreekt in de brief niet voor
niets over verontrustende incidenten en een gespannen veiligheidssituatie.
Hebben de patrouilles naar de gebieden waaruit de raketten worden afgevuurd, al
concrete aanwijzingen opgeleverd over de achtergronden van die aanvallen? Ging
het om een specifiek op het kamp gerichte actie? Ook van de kant van de
militaire vakbonden is, niet onbegrijpelijk, met grote bezorgdheid gereageerd op
die voorvallen. Mijn vraag in dit kader is of dit vooral een eerste reactie op
die gebeurtenissen was -- ik kan mij daar overigens van alles bij voorstellen --
of dat dit signalen zijn dat er sprake is van een tanend draagvlak voor deelname
aan de missie. Hoe is de regering met die signalen omgegaan?
Concluderend kan ik zeggen dat de SGP-fractie de zienswijze van de regering
deelt dat er zeker redenen zijn voor bezorgdheid over de veiligheidssituatie en
dat er volop aanleiding is voor een voortdurende en grondige analyse van de
veiligheidssituatie en het bezien van de beschermingsmaatregelen die worden
genomen. Op voorhand kan en mag ook niet worden uitgesloten dat de situatie zo
verslechtert dat voortzetting van de missie onverantwoord zou zijn. De op dit
moment beschikbare informatie over de situatie biedt daar echter geen grond
voor. Zoals een missie niet lichtvaardig mag worden begonnen, mag zij evenmin
lichtvaardig worden beëindigd. Daarvoor staan te gewichtige belangen op het
spel. Twijfel zaaien over de veiligheidssituatie kan, zoals collega Eurlings
terecht zei, de onveiligheid juist bevorderen.
De heer Koenders (PvdA): Mijnheer de
voorzitter. Wij hebben bij de parlementaire voorbereiding van deze missie
allemaal gezegd dat het een missie was met een hoog risicoprofiel. Het is een
zeer moeilijke taak voor de mannen en vrouwen die daar overmorgen namens
Nederland heen gaan. Ik denk dat het ook belangrijk is voor de manier waarop wij
in het parlement met deze mensen omgaan, dat er op de juiste wijze over
gesproken wordt. Ik wil beginnen met iets waar je normaal mee eindigt, namelijk
met ze zeer veel succes te wensen in een heel belangrijke missie die de
Afghaanse regering beschermt en waar zij een ongelooflijk belangrijke bijdrage
aan zullen leveren. Dat vind ik eigenlijk het belangrijkste punt van dit debat.
Wij weten dat het een missie met een hoog risicoprofiel is. Vandaar dat het
belangrijk is -- ik denk dat iedereen het daarover eens is -- om de vinger aan
de pols te houden, op elk moment. Er kunnen namelijk internationale
ontwikkelingen en nationale ontwikkelingen zijn en een discussie over de
krijgsheren in Afghanistan, die het noodzakelijk maken constant de
veiligheidsanalyse goed op zijn merites te beschouwen. In die zin is het van
belang dat dit ook in de Kamer aan de orde komt.
Ik maak echter wel ernstig bezwaar tegen vergelijkingen die zijn gemaakt met
Srebrenica. Ik wil dat hier kwijt als iemand die in de enquêtecommissie heeft
gezeten. Natuurlijk komt er straks een discussie over in de Kamer, maar het mag
niet zo zijn dat het woord "Srebrenica" gebruikt en misbruikt wordt om
over elke missie die risico's heeft opmerkingen te maken. Er zijn risico's aan
deze missie. Die nemen wij ook buitengewoon serieus. Ik heb in het Kamerdebat
gewezen op de relatie tussen Enduring freedom en de missie ISAF en de afstemming
daarvan. Ik wil de minister vragen om nog eens in te gaan op de vraag of bij een
versterking van de krachten van Al Qaida en de consequenties van een mogelijke
oorlog in Irak, die afstemming op goede wijze geregeld is. Dat is namelijk wel
een kernprobleem tussen vredesafdwinging en vredesbewaring. Het kan niet zo zijn
dat op elk moment dat er risico's zijn wij hier Srebrenica uit de kast halen en
daarmee een indruk wekken die ik in ieder geval niet aan de orde vind. Dit is
een volstrekt andere situatie. Dat betekent overigens niet dat wij niet de
vinger zeer aan de pols moeten houden. Dat is ook de reden dat mijn fracties
uitgebreide vragen heeft gesteld naar aanleiding van de reactie van het
ministerie van Defensie op de uitlatingen van een Turkse generaal die mijn
fractie zeer serieus neemt. Vandaar die vragen.
De heer Van Bommel (SP): Ik voel mij
aangesproken, omdat ik drie punten van overeenkomst met Srebrenica naar voren
heb gebracht. Ik wil de heer Koenders vragen of hij die drie overeenkomsten ook
ziet. Een enclave, een vredesmissie in een land waar overigens oorlog wordt
gevoerd, een beperkte duur van zes maanden en de aflossing moeten wij nog maar
afwachten, evenals de veilige aftocht en er is een afhankelijkheid van derden.
Die drie overeenkomsten ziet de heer Koenders als lid van de commissie die
Srebrenica onderzocht heeft toch ook, hoop ik?
De heer Koenders (PvdA): Nee, die zie ik
absoluut niet. Het is een missie met een hoog risicoprofiel, met een aantal
risicopunten die wij zeer serieus nemen en waar wij de minister ook naar vragen
en gevraagd hebben, maar de situatie is een volstrekt andere dan in Srebrenica.
Het zou mij een half uur kosten om u dat uit te leggen, maar u zou het ook
moeten weten. Het gaat niet om een enclave waarin een stad ligt die door bergen
wordt omgeven en waar een volstrekt andere politieke situatie is en waar
Nederland in zijn eentje zit. Ik kan u nog vele andere punten opnoemen, waardoor
elke situatie verschillend is. Je moet altijd een operatie op zijn merites en
zijn risico's beoordelen en die zeer serieus bekijken. Ik voel er niets voor om
nu een soort Srebrenicasyndroom te creëren en dan de indruk te wekken dat
sommige partijen meer aan de risico's denken dan andere. Ik ben zeer serieus als
het gaat om de risico's. Daarom heb ik ook het initiatief genomen voor die
vragen. Ik zal daar nog een of twee vragen aan toevoegen. Laten wij echter niet
de enorme ernst van dat probleem te gemakkelijk gebruiken voor een projectie op
een situatie die nu aan de orde is. Ik vind dat ook niet terecht ten opzichte
van de militairen die wij daarheen zenden, omdat het een vergelijking is die op
allerlei punten mank gaat.
De heer Van Bommel (SP): Ik vind het juist
bezwaarlijk ten opzichte van de militairen die wij daar naartoe sturen als wij
de overeenkomsten en de risico's niet bij naam noemen. De overeenkomsten die ik
geschetst heb, worden op onderdelen door u tegengesproken, maar ik denk dat de
hoofdlijn van de overeenkomsten ook door u niet kunnen worden ontkend.
De heer Koenders (PvdA): Ik denk het wel en ik
heb dat ook geprobeerd te doen. Ik zou willen zeggen: waarom neemt u niet andere
risicomissies die er in de wereld zijn geweest en waarmee misschien een betere
vergelijking kan worden gemaakt, dan met Srebrenica? Ik zal de laatste zijn om
mij niet te realiseren hoe ernstig de risico's kunnen zijn, ook voor onze
soldaten. Je moet echter zeer precies zijn in de definiëring daarvan, want het
kan niet zo zijn dat hier in het parlement vergelijkingen worden gemaakt die in
de praktijk niet op gaan. Ik vind dat ook richting de mensen die daar heen gaan,
niet terecht. Dat betekent niet je niet zeer kritisch zou moeten zijn op datgene
wat er aan de hand is.
Ik kom nog even terug op de vragen die wij
daarover gesteld hebben. Ik kan mij in algemene zin in de beantwoording daarvan
vinden. Ik vond het lang duren voor de Nederlandse regering zelf de analyse
maakte die in Duitsland al eerder was gemaakt. Zij had ook wat serieuzer mogen
ingaan op de kritische punten van generaal Zorlu. Ik sluit mij op een punt aan
bij mevrouw Karimi. Het moet een fout zijn dat de regering zegt dat de Afghanen
weinig directe invloed zouden hebben vanuit Irak, vanwege gebrek aan
communicatiemiddelen en de noodzaak om te overleven in een moeilijk dagelijks
bestaan. De minister gaat overmorgen naar Kabul en zal daar zien dat dit ver
bezijden de waarheid is.
Niet helder is mij de relatie tussen Enduring Freedom en de Amerikaanse
aanwezigheid bij een mogelijke oorlog in Irak. In antwoord op vraag 4 stelt de
minister dat ook tijdens een militair optreden tegen Irak de door de VS geleide
coalitie en Enduring Freedom beschikken over een voldoende groot militair
arsenaal in de regio, waaronder ongeveer 10.000 Amerikaanse militairen in
Afghanistan zelf, om deze toezegging gestand te kunnen doen. Dit lijkt mij
overigens een redelijk antwoord met een planningsdocument. Alleen schrijft de
minister dan in reactie op vraag 7: wel bestaat er vanwege de beperkte militaire
capaciteit van zowel de Verenigde Staten als de coalitielanden in algemene zin
een verband tussen de inzet van militair en middelen ten behoeve van andere
operaties zoals Enduring Freedom en een eventueel militair optreden tegen Irak.
Ik zie daar een tegenstelling in. Wil de minister dit ophelderen? Ik ga uit van
de waarde van het planningsdocument, maar in dit antwoord wordt daar toch
enigszins aan afgedaan.
De belangrijkste vraag vind ik naast de risico's voor de Nederlandse soldaten --
en dat is heel belangrijk als wij het over Srebrenica hebben -- wat het voor het
mandaat betekent, voor de bescherming van de regering van Afghanistan. Daarom
gaan wij er immers heen. Wat betekent het als recente aanslagen het onmogelijk
maken om bijvoorbeeld nachtpatrouilles te lopen? Zijn de risico's nu dusdanig
dat hetgeen wij daar moeten doen feitelijk wordt beperkt door de aanslagen van
de afgelopen periode? Wat is de mening van de regering hierover? Welke
maatregelen kan men op basis van het beperkte mandaat nemen tegen gerichte
aanslagen?
Wat is de inhoud van het gesprek geweest tussen de chef defensiestaf en de
militaire bonden? Toen wij onze kritische vragen stelden over de veiligheid in
Afghanistan, begreep ik uit het antwoord dat de bonden die voldoende vonden. Nu
zijn zij opnieuw met een punt gekomen. Wordt hierover nog overlegd met het
ministerie van Defensie? Moeten de soldaten terug als er iets mocht gebeuren?
Dat zou een invitatie aan de partijen ter plekke zijn om de missie niet erg
serieus te nemen. Dat lijkt mij een risico. Ziet de regering dat ook zo?
De fractie van de PvdA heeft ingestemd met een missie met een hoog
risicoprofiel. Het is een zeer belangrijke missie voor de Afghanen, voor de
Afghaanse regering. Ik vraag de regering om ons zeer gedetailleerd op de hoogte
te houden van het verloop van die missie. Dat kan door middel van regelmatige
rapportages zoals wij deze ook over de coalitie tegen terrorisme kregen. Ik zou
dat op prijs stellen en de andere fracties met mij. Wij hebben ook het
initiatief voor deze vragen genomen om de vinger aan de pols te houden. Voor het
overige zijn wij tevreden met de antwoorden van de minister van Defensie. De
Nederlandse soldaten wens ik nogmaals veel succes in hun belangrijke missie in
Afghanistan.
De heer De Graaf (D66): Voorzitter. In november
hebben wij met regering en parlement een duidelijk oordeel kunnen geven over de
vraag of deelname van Nederlandse soldaten aan ISAF wenselijk is, met alle
risico's die daarbij horen. Ook toen was het oordeel duidelijk dat er risico's
zijn. Die zijn er per definitie. De beoordeling betreft alleen de vraag in
hoeverre het verantwoord is om toch te gaan en al het mogelijke te doen om de
risico's te beperken.
Ook in november bestond de mogelijkheid van het
voeren van een oorlog in Irak. Misschien is deze mogelijkheid groter geworden,
maar zij was toen ook aanwezig. Dat is geen nieuw feit.
We hebben begin januari de uitspraken van de Turkse generaal Zorlu gehad.
Collega Koenders heeft daar terecht uitvoerige vragen over gesteld. Deze vragen
zijn inmiddels al weer twee weken geleden beantwoord. De regering heeft ook
daarin uitvoerig geantwoord, waarbij de nadruk lag op de permanente
actualisering van de risicoanalyse. Ook dat is dus geen nieuw feit.
De raketaanval nabij Kabul is weliswaar een nieuw feit, maar deze is op zichzelf
geen weerspreking van de informatie en de analyses die de regering tot dusverre
heeft gemaakt. Het is hooguit een nadere invulling dat er inderdaad risico's
zullen zijn. Ik had eerlijk gezegd ook niet verwacht dat deze er niet zouden
zijn.
Aanvullende maatregelen zoals de mortieropsporingsradar zijn ook al in de
beantwoording van de vragen van de heer Koenders aangekondigd. Het hoeft ons dus
niet te verbazen dat deze aanvullende maatregelen werden genomen. Er is ook
duidelijk gemaakt dat er harde afspraken zijn met de Verenigde Staten in geval
van de noodzaak van een extractie.
Anders gezegd, wat is vandaag nu nog een nieuw feit dat ons extra zorgen zou
moeten baren of ons op andere gedachten brengen? Ik zie dat niet. De brief die
gisteren door de minister aan de Kamer is gestuurd, is eerder een bevestiging
van de lijn die de afgelopen maanden is getrokken dan een nieuwe analyse. Ik ben
het overigens eens met het bezwaar van de heer Koenders om hier voortdurend
Srebrenica bij te halen. Ik heb er bezwaar tegen dat de Kamer van de zijde van
verschillende fracties tot op het laatst het beeld zou oproepen van aarzeling,
twijfel en onzekerheid. Ik vind dat we dat de Nederlandse troepen niet kunnen
aandoen. Stick to your line, blijf bij je standpunt als er geen nieuwe risico's
zijn bijgekomen. Wij hebben ook bezwaar tegen preventieve indekking vooraf,
tegen een "I told you so"-politiek mocht het misgaan of tegen een
schonehandenpolitiek.
Voorzitter. Ik heb een paar vragen in aanvulling op wat anderen reeds hebben
gevraagd. In de brief van de minister wordt gesproken over een recente
hergroepering van de Taliban en Al Quaida. Kan de minister daar iets meer over
zeggen?
Het is mij opgevallen dat noch in de brief van gisteren noch in het antwoord van
de minister op de vragen van de heer Koenders iets wordt gezegd over contact met
de Afghaanse overgangsregering over de inschatting van de veiligheidssituatie
nabij Kabul. Wij zijn daar tenslotte, zoals de heer Koenders zei, om die
regering te beschermen. Ik ben benieuwd naar het oordeel van de
overgangsregering zelf over de situatie.
Wat kan de minister hierover zeggen?
Voorzitter. De minister maakt melding van het feit dat de situatie uiteindelijk
zodanig kan verslechteren dat de grondslag aan de missie zou kunnen komen te
ontvallen. Dat roept bij mij de vraag op welke criteria hij daarbij zal
hanteren. Wanneer is er sprake van een situatie dat de grondslag aan de missie
zou komen te ontvallen? Is dat het geval wanneer er raketaanvallen en risico's
voor de Afghaanse overgangsregering zouden zijn? Of moet er meer aan de hand
zijn? Kan de minister daar iets meer over zeggen?
Voorzitter. Ik rond af. Ik denk dat het moment is gekomen om, ook al zal
iedereen soms bezorgd zijn over de risico's, niet voortdurend aarzelingen en
twijfels naar voren te brengen, maar volop de uitzending en de inzet van onze
Nederlandse militairen te steunen en vast te houden aan de lijn die wij in
november hebben ingezet.
Mochten dingen niet goed gaan, dan dragen ook
de Kamer en de regering daar natuurlijk de volle verantwoordelijkheid voor. Er
komt echter een moment waarop die verantwoordelijkheid moet worden genomen en
dat is bij uitstek dit moment.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie):
Voorzitter. Voor de ChristenUnie gaat het vanochtend niet over de vraag of
Nederland ISAF-militairen moet uitzenden dan wel of Nederland samen met
Duitsland een "lead nation" moet vormen. Over deze zaken hebben wij de
afgelopen maanden uitgebreid gedebatteerd; die zijn nu niet aan de orde. Voor
ons gaat het vanochtend over de vraag naar de veiligheid van de Nederlandse
ISAF-militairen in het licht van de toegenomen spanning rond een mogelijk
militair ingrijpen in Irak.
Ik wil de minister hartelijk dankzeggen voor zijn brief. Laat ik vooropstellen
dat de brief van de minister en de beantwoording van de vragen van de heer
Koenders mijn fractie tot de constatering hebben gebracht dat de regering
serieus bezig is met een voortdurende risicoanalyse en adequaat inspringt op
veranderingen in de situatie. Dat stelt ons gerust. Daar zijn wij blij mee. Toch
hebben wij nog een aantal vragen.
In het antwoord op de vragen van de heer Koenders zegt de minister dat Nederland
verwacht dat de spanningen bij een militair ingrijpen in Irak binnen de marges
van het huidige risicoprofiel blijven. De Duitse generaal Van Heist heeft een
paar weken geleden gezegd dat hij verwacht dat een oorlog in Irak de veiligheid
van ISAF-militairen in gevaar kan brengen. Bestaat er verschil van inzicht
tussen Nederland en Duitsland over de risico's die zijn verbonden aan een
militair ingrijpen in Irak?
De minister schrijft voorts dat de risico's voor ISAF aanzienlijk zijn, maar nog
steeds verantwoord. Hij noemt daarvoor een aantal redenen. Een van die redenen
is het robuuste mandaat. Een woordvoerder van de defensievakbond heeft deze week
juist aangedrongen op een uitbreiding van dat mandaat in verband met de
veiligheid. Kan de minister een reactie geven op deze uitlating?
De minister schrijft over de harde toezegging van de Verenigde Staten om
ISAF-militairen te hulp te komen in noodsituaties en te helpen bij een eventuele
extractieoperatie. Hij kan daar niet veel over zeggen omdat deze zaak
vertrouwelijk is. Kan de minister een toelichting geven op deze
vertrouwelijkheid? Wie besluit uiteindelijk dat een evacuatie noodzakelijk is?
Zijn dat de lead nations of overleggen de lead nations hierover met de Verenigde
Staten?
De minister is in zijn brief ook ingegaan op de relatie met Enduring Freedom en
de aanwezigheid in Irak. In de antwoorden op de vragen van de heer Koenders
geeft de minister aan dat er vanwege de beperkte militaire capaciteit in
algemene zin verband is tussen de inzet van militaire middelen ten behoeve van
andere militaire operaties zoals de operatie Enduring Freedom en een eventueel
militair optreden tegen Irak. Kan deze beperkte inzet van middelen de
mogelijkheid om militairen te evacueren uit Afghanistan negatief beïnvloeden?
Ten slotte sluit ik mij aan bij de sprekers die de relatie met de uitzending
naar Srebrenica hebben afgewezen. Ook ik was lid van de enquêtecommissie. Ik
moet eerlijk zeggen dat een vergelijking van deze twee situaties, mede gelet op
de brieven en de risicoanalyse, echt niet opgaat. We houden steeds de vinger aan
de pols en spelen zo goed mogelijk op de situatie in. Natuurlijk moet ook het
parlement de vinger aan de pols houden, kritisch zijn en vragen stellen, maar
een doemscenario -- het zal wel zo gaan als bij Srebrenica -- vind ik ongepast.
Daarvan neem ik grote afstand.
De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Het lijkt
wel alsof mevrouw Huizinga net zolang doorging tot ik uit mijn stoel kwam.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Dat
was niet mijn bedoeling.
De heer Van Bommel (SP): Niemand heeft hier een
doemscenario geschetst. Ik heb wel gewezen op drie overeenkomsten. Ziet mevrouw
Huizinga die overeenkomsten ook? Ik noem: een vredesmissie in een land waar
overigens oorlog is, de afhankelijkheid van derden om er weg te komen als het te
onveilig wordt en de beperkte duur van zes maanden, die door de Kamer is
aangegeven, waarbij de aflossing op het moment dat het fout zal gaan natuurlijk
weer een probleem wordt. Deze drie overeenkomsten zijn glashelder. Omdat mevrouw
Huizinga een doemscenario zo verwerpt, vraag ik haar om op die drie
overeenkomsten te reageren.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Die
drie overeenkomsten zijn er zeker, maar de verschillen tussen de situatie in
Srebrenica en deze situatie zijn nog veel groter dan de overeenkomsten die de
heer Van Bommel zojuist heeft genoemd. Ik heb de door hem genoemde
overeenkomsten niet in mijn hoofd. Wellicht kan hij die nog even één voor
één noemen. Dan kan ik daarop reageren.
De heer Van Bommel (SP): De eerste overeenkomst
is: een vredesoperatie in een land waar verder oorlog wordt gevoerd, in een land
waar geen sprake van vrede is.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): De
situatie in Afghanistan is totaal anders dan die in Srebrenica. In Srebrenica
hadden wij te maken met lange aanvoerlijnen en met het risico dat je afgeknepen
kon worden. Dat is hier allemaal totaal niet aan de orde. Er is nu juist
aandacht voor de daadwerkelijke mogelijkheid voor de militairen om weg te gaan
wanneer het moeilijk wordt. Dat is een belangrijke les die wij uit de situatie
in Srebrenica hebben getrokken.
De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Ik zal
mijn overige twee punten niet meer noemen. Mevrouw Huizinga heeft gezegd dat zij
de overeenkomsten op zichzelf wel ziet.
Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Er
zijn overeenkomsten, maar de verschillen zijn veel groter.
De heer Van Bommel (SP): Zij ziet de
verschillen in de details. Ik blijf het maar even houden op de overeenkomsten.
De heer Herben (LPF): Voorzitter. Naarmate de
spanningen rondom de eventuele oorlog tegen Irak verder oplopen, begint het hier
een bijna wekelijks ritueel te worden om door GroenLinks te worden opgeroepen
voor een spoeddebat. Ik hoop en vertrouw oprecht dat de veiligheid van de
Nederlandse militairen de reden is waarom dit spoeddebat wordt gehouden.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Voorzitter. Ik
maak hier echt groot bezwaar tegen! Ik snap dat de fractie van de LPF er een
traditie van wil maken om parlementaire debatten een ritueel te noemen, maar het
gaat hier om een zeer serieuze zaak. Daarover zullen wij debatten blijven
aanvragen.
De heer Herben (LPF): Ik vertrouw er dus
oprecht op dat de reden voor het aanvragen van dit debat is gelegen in de zorg
om de veiligheid van de Nederlandse militairen, al kan ik dat moeilijk rijmen
met de wens van GroenLinks om het mandaat uit te breiden tot het gebied buiten
Kabul. De taak van ISAF is juist niet om de strijdende partijen te scheiden. Als
je dat doet, en je begeeft je buiten Kabul, maak je van de militairen een
schietschijf.
De veiligheid van de Nederlandse militairen gaat ook de Lijst Pim Fortuyn zeer
ter harte. Niet alleen als volksvertegenwoordiger trek ik mij het lot aan van de
Nederlandse mannen en vrouwen aldaar, maar ook als mens veroorloof ik mij om
mijn oud-collega's en vrienden ter plekke te volgen. Daarom past op deze plaats
lof richting de Nederlandse militairen in Afghanistan. Net zo goed als
politiemensen die zich in probleemwijken begeven of brandweerlieden die een
brandend huis betreden, verdienen de Nederlandse militairen die zich in een
gebied begeven waar het loodgehalte in de lucht nu eenmaal erg hoog is, lof. De
Nederlandse militairen en hun buitenlandse collega's zijn ter plaatse om een
stabieler klimaat te bevorderen.
Ik heb uit de brief van de minister van Defensie begrepen dat al het mogelijke
is gedaan. Er zijn geen beperkende VN-mandaten, zoals in eerdere situaties het
geval was. Er is door diverse sprekers dan ook terecht afstand genomen van een
vergelijking met de situatie in Srebrenica. Onze militairen zijn niet machteloos
gemaakt. Ik wil echter graag de verzekering van de bewindsman dat alle organieke
middelen waarover bijvoorbeeld een Luchtmobiele brigade beschikt, ook aanwezig
zijn en dat er geen beperkingen zijn opgelegd met betrekking tot bijvoorbeeld
scherfwerende vesten, handgranaten, raketwerpers en dergelijke. Ik mis overigens
de gepantserde jeep in het arsenaal dat de Nederlandse militair kan meenemen.
Wij zien de mercedessen weliswaar door de straten rijden, maar er zijn alleen
maar ongepantserde jeeps voorhanden. De minister heeft gezegd dat er extra
Patria's die kant uit zullen gaan, maar het zou een goede zaak zijn als de
lichte gepantserde jeeps die bijvoorbeeld ook in Noord-Ierland rondrijden, ter
plekke zouden kunnen worden gebruikt. Dat geeft iets meer veiligheid.
De heer Koenders (PvdA): Voorzitter. Ik heb
zelf enige ervaring in dit huis met voorstellen inzake extra bewapening. Dat is
altijd een interessant debat. De vorige keer had ik gelijk, maar anderen hadden
die mening niet. Ik wil de heer Herben om duidelijkheid vragen.
Als je zoiets voorstelt, moet je immers ook
zeggen dat je wilt dat dat gebeurt. Daarom had ik ook een beetje problemen met
dit debat: je roept mensen terug of je hebt vertrouwen. In dit geval vraag ik of
u vindt dat die gepantserde auto's mee moeten of niet.
De heer Herben (LPF): Ten aanzien van alle
mogelijke middelen die wij nu hebben -- de "organieke middelen", zoals
zij zo fraai heten -- wil ik graag de verzekering van de bewindsman dat zij
aanwezig zijn en dat zij gaan. In de brief worden twee Patria's, gepantserde
wielvoertuigen, genoemd; wellicht zijn er meer nodig, maar ik wil slechts de
verzekering dat er geen beperkingen zijn ten aanzien van de uitrusting, zoals
die er in het verleden wel zijn geweest.
Ten aanzien van de militaire dreiging hebben wij niet zozeer te maken met een
georganiseerde militaire dreiging. Daardoor gaat de door de heer Van Bommel
aangekaarte vergelijking met Srebrenica mank, want in dat geval was er sprake
van een zeer efficiënt en georganiseerd Bosnisch-Servisch leger; wij hebben in
dit geval te maken met krijgsheren. Zij zijn weliswaar niet voor een kleintje
vervaard en durven de dood in de ogen te zien; ik geef dus graag toe dat zij
zeer gevaarlijk zijn, maar het gaat niet om een georganiseerde militaire
dreiging tegen de ISAF-eenheden. Het grootste gevaar wordt gevormd door
terroristische aanslagen. Daarom is het van belang om te weten hoe momenteel de
verhoudingen zijn met de burgerbevolking. Zijn die op dit moment inderdaad warm,
zoals ik opmaakte uit de laatste opmerking in de Defensiekrant? Majoor Lindeboom
stelt daar dat de Afghaanse bevolking weer reden tot lachen ziet en dat de
bevolking "dondersblij" met ISAF is. Voor mij is dat natuurlijk een
zeer betrouwbare bron van informatie. Ik hoop dat de minister, wanneer hij er
volgende week naar toe gaat, zich ervan kan vergewissen dat de situatie in Kabul
inderdaad zo is dat de bevolking blij is met de aanwezigheid van ISAF, want dat
is van het grootste belang. Daarbij past een vraag. Ik herinner mij van een
eerdere VN-operatie, in Eritrea, dat de VN daar actief zorgden voor goede
informatieverstrekking aan de burgerbevolking. Is er enig zicht op het opereren
van de media in Afghanistan? Zijn er ophitsende elementen en zorgen de VN ervoor
dat de bevolking goed wordt geïnformeerd over de juiste stand van zaken?
Wij praten over een overgangsregering, maar hoe lang duurt die overgang bij deze
regering nog? Is er uitzicht op de vorming van een nationaal leger?
De gekozen vorm voor de vredesmacht in Kabul, een brigadestructuur waarvan
Nederland samen met Duitsland het hoofdkwartier en enkele infanterie-eenheden
vormt, heeft ook de voorkeur van de LPF, met name omdat daardoor veel mankracht
kan worden aangetrokken uit andere landen. Dat heeft het voordeel dat onder
andere Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië troepen leveren; grote naties
staan ons dus bij. Nadeel van de huidige samenstelling, met veel West-Europese
eenheden, is dat er slechts één Turkse compagnie in zit. Dat vind ik jammer.
Ik zou de minister en ook zijn collega van Buitenlandse Zaken willen vragen om
te bezien in hoeverre eenheden uit bijvoorbeeld Jordanië, Marokko en Egypte,
die op het punt van vredesoperaties inmiddels ook een grote reputatie hebben
opgebouwd, bereid zouden zijn om deel te nemen aan ISAF. Deelname van
moslimlanden zou het gevaar verminderen en de veiligheid immers vergroten.
Natuurlijk is maximale paraatheid nodig bij een eventuele oorlog tegen Irak,
maar dat geldt eerlijk gezegd in heel Europa en van New York tot Bali, want wij
hebben nu eenmaal te maken met een wereldwijd opererend moslimextremisme,
waarvoor wij niet mogen buigen. Wij mogen ons niet bij voorbaat laten gijzelen
door de Saddams en de Bin Ladens van deze wereld.
Minister Kamp: Voorzitter. Ik dank de
Kamerleden voor hun inbreng en ik zal proberen om de conclusie van de heer Van
Baalen, te weten dat mijn brief de situatie duidelijk maakt en dat de regering
verantwoord bezig is, de conclusie van iedereen te laten worden. De Kamer vraagt
bij deze gelegenheid en bij andere gelegenheden terecht aandacht voor de
veiligheidssituatie in Afghanistan. De Nederlandse militairen maken in Kabul
deel uit van een ISAF-eenheid van 4800 man uit 26 landen die op basis van een
resolutie van de Veiligheidsraad en op verzoek van de Afghaanse regering het
moeizame proces van verzoening en wederopbouw ondersteunen. Dat is een
belangrijke missie, maar ook een missie waaraan risico's zijn verbonden.
Terecht wordt in dat verband voortdurend aandacht voor de veiligheid gevraagd.
Op mijn ministerie zijn wij daarmee permanent bezig. Voortdurend wordt de
veiligheidssituatie van ISAF in Afghanistan gevolgd. De chef defensiestaf en ik
beginnen elke morgen met een bespreking van de situatie in kleine kring. Wij
evalueren de gebeurtenissen, nemen kennis van de rapportage van de Militaire
Inlichtingen en Veiligheidsdienst over de meest recente gebeurtenissen en
ontwikkelingen en kijken of wij daaruit conclusies moeten trekken. Ik heb al
gezegd dat wij daar permanent mee bezig zijn. Dat betekent dat wij voortdurend
evaluaties van de veiligheidssituatie maken. Het is echter ook verstandig om af
en toe de zaak van enige afstand op te bekijken en alles op een rijtje te
zetten. Daartoe heb ik vorige week opdracht gegeven en die opdracht is bijna
afgerond. Wij zullen dan opnieuw onze conclusie trekken over de
veiligheidssituatie. Ik zal de Kamer graag bij een volgende gelegenheid van onze
bevindingen en conclusies op de hoogte stellen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Betekent dit dat
de minister al opdracht heeft gegeven voor het maken van de door mij gevraagde
nieuwe veiligheidsanalyse?
Minister Kamp: Zeker. Ik heb willen aangeven
dat de beoordeling van de veiligheidssituatie een permanent proces is, waarbij
voortdurend conclusies worden getrokken, maar dat het daarnaast verstandig is om
dit regelmatig opnieuw te doen. Sinds vorige week zijn wij daarmee bezig en ik
hoop dat onderzoek deze week af te ronden en ik zal de Kamer daarover bij een
volgende gelegenheid op gepaste wijze informeren.
Zoals de Kamer weet, is een groep Nederlanders in het kader van ISAF al enige
tijd in Kabul en wordt deze groep flink uitgebreid. Op dit moment zijn er 550
mensen en dit aantal zal oplopen tot ongeveer 650. Dit huis, mijn departement en
vooral onze mensen in Afghanistan, zijn ervan doordrongen dat er aanzienlijke
risico's aan deze operatie zijn verbonden. Daarvan heb ik nooit een geheim
gemaakt. In de informatie die ik aan de Kamer heb verschaft, is steeds op die
aanzienlijke risico's gewezen. Afghanistan heeft nu eenmaal geen traditie van
een sterk centraal gezag. Het is een land met een wijdverbreid wapenbezit,
corruptie en grootschalige drugshandel. Er kan dus van alles misgaan, maar wij
zijn er ook van doordrongen dat er kansen zijn voor verbetering en vooruitgang
voor de inwoners van Afghanistan. Mevrouw Karimi sprak over een conclusie die
getrokken zou zijn door de heer Brahimi, de speciale vertegenwoordiger daar. De
heer Brahimi heeft enkele dagen geleden nog in een rapportage vastgelegd dat er
sprake is van een opmerkelijke vooruitgang op vele fronten in Afghanistan en
daar gaat het uiteindelijk om.
De uitvoering van het akkoord van Bonn is op dit moment gaande. Dat moet
uitmonden in algemene en vrije verkiezingen in de zomer van het jaar 2004. Heel
belangrijk is dat de belangrijkste krijgsheren en de andere machtshebbers in
Afghanistan zich gebonden hebben aan de uitvoering van het akkoord van Bonn.
Soms vinden er nog schermutselingen plaats tussen lokale krijgsheren, maar dat
is buiten het ISAF-gebied. In en rond Kabul, de locatie waar ISAF actief is, is
het relatief rustig, maar allerminst probleemloos. In Kabul wonen 3 miljoen
mensen. Er zijn criminelen en antiwesterse elementen die verbonden zijn met de
Taliban, Al Quaida of met de krijgsheer Hekmatiar.
Er is gevraagd of er aanwijzingen zijn dat er verbindingen tussen de
verschillende groeperingen zijn. Van verschillende kanten is men bezig met
oppositie tegen de regering in Afghanistan en tegen de troepenmacht die probeert
de regering te ondersteunen. Het is denkbaar dat er samenwerking plaatsvindt,
maar concrete aanwijzingen daarvoor heb ik op dit moment niet.
Wel gaat er van deze antiwesterse elementen een
dreiging uit richting ISAF. Dat is natuurlijk een belangrijke factor in onze
risicoanalyses die wij steeds met de Kamer hebben gedeeld en zullen blijven
delen. In de afgelopen drie maanden zijn vijf keer projectielen afgevuurd in de
omgeving van het ISAF-kampement. Daarbij zijn gelukkig geen slachtoffers
gevallen. Ik wil allerminst proberen te relativeren wat daar gebeurt, want het
is gevaarlijk en ik maak mij er zorgen over. Het gaat om raketten van een
bijzondere soort. Het zijn vermoedelijk raketten van Chinese makelij, kleine
installaties die door iemand in een auto kunnen worden meegenomen en voor
gebruik op een driepoot kunnen worden neergezet. Het zijn raketten van een meter
lang met een lont eraan. Wij schatten het bereik ervan in op zo'n acht
kilometer. Wij denken dat het de laatste keer dat er ontploffingen zijn geweest
ging om dit soort projectielen die op een afstand van ongeveer twee kilometer
van het ISAF-kampement zijn neergekomen. Wij hebben geen aanwijzingen
waarvandaan het derde projectiel is geschoten noch waar het is terechtgekomen.
Het lijkt mij goed om alvorens op een aantal andere vragen in te gaan, aan te
geven welke maatregelen ISAF heeft genomen en voortdurend neemt. ISAF kijkt
voortdurend of er aanleiding is om de maatregelen bij te stellen teneinde de
dreiging te minimaliseren en zich in staat te stellen om haar werk, de
ondersteuning van de Afghaanse regering in dat moeizame proces van verzoening en
wederopbouw, zo goed mogelijk uit te voeren. In de eerste plaats moeten wij ons
realiseren dat ISAF geen groep padvinders is. Het gaat om drie versterkte
infanteriebataljons. Er is een geniebataljon. Er zijn beveiligingscompagnieën
Er zijn explosievenopruimingseenheden. Men heeft ter beschikking wat men nodig
heeft. Mij is geen verzoek van een ISAF-commandant bekend om versterking of
verbetering van de middelen waarover men beschikt, dat niet is toegekend.
Er zijn vanzelfsprekend bunkers ingericht in het kampement waar onder anderen de
Nederlandse militairen verblijven zodat er dekking kan worden gezocht als er
beschietingen in de omgeving mochten plaatsvinden. Er is een geniedetachement
van ons bezig om de versterkingen waar dat mogelijk is uit te breiden en te
verbeteren. Wij zijn voortdurend bezig met specifiek gerichte patrouilles om in
het gebied te kijken van waaruit mogelijk wordt geschoten naar het
ISAF-kampement of naar Kabul. Wij kijken wat daar gebeurt en proberen zoveel
mogelijk te voorkomen dat er iets dergelijks gebeurt. Wij werken er nauw samen
met de Afghaanse veiligheidsdiensten, wat van het grootste belang is.
In dit verband is al door een van de woordvoerders aangegeven dat wij ook
verschillende motieropsporingsradars naar het gebied brengen. Ik verwacht dat
zo'n mortieropsporingsradar met een week geactiveerd zal kunnen zijn. Dat
betekent dat wij dan in staat zijn om als er weer wordt geschoten te bepalen
welke baan dat projectiel heeft gevolgd en waar het vandaan is gekomen. Wij
kunnen er dan snel en gericht mensen naartoe sturen om de situatie te
onderzoeken. Gevraagd is of al informatie beschikbaar is over de ontploffingen
die zich recentelijk aldaar hebben voorgedaan. Dat is niet het geval. Wij hebben
niet precies kunnen vaststellen waarvandaan is geschoten. Wij hebben ook niet in
alle gevallen kunnen vaststellen waar de projectielen terechtgekomen zijn.
Vandaar dat het van belang is dat er mortieropsporingsradar in dat gebied komt,
zodat wij het de volgende keer wel te weten kunnen komen, inzicht kunnen krijgen
in de achtergronden en zo mogelijk herhaling van dat soort beschietingen kunnen
voorkomen.
Er is een groep militairen van ons korps commandotroepen actief in Kabul. Er
waren al 23 commando's toegevoegd aan de Nederlandse eenheid aldaar. Wij zijn
bij een van onze veiligheidsrisicoanalyses tot de conclusie gekomen dat meer
commando's er goed werk zouden kunnen doen. Wij hebben het aantal commando's
daarom bijna verdubbeld tot 45. Die zijn in staat voortdurend
verkenningspatrouilles uit te voeren. Het is namelijk in algemene zin van het
grootste belang voor de veiligheid van de Nederlandse militairen daar dat wij
voortdurend alert zijn op wat er kan gebeuren, dat wij beschietingen proberen te
voorkomen en adequaat kunnen reageren indien die zich toch mochten voordoen.
Deze patrouilles zijn daarvoor van het grootste belang.
Zoals bekend zijn er pantserwielvoertuigen meegegaan met het Nederlandse
contingent. Bij een van de analyses hebben wij de conclusie getrokken dat het
verstandig zou zijn om er nog enkele aan toe te voegen. Dat is inmiddels
gebeurd.
De heer Herben vroeg of het goed zou zijn om er met gepantserde jeeps rond te
gaan rijden. Dat past niet goed in het werk dat wij daar doen.
Wij zijn daar op patrouille in het gebied. Het
is een gebied waar altijd veel oorlog en beschietingen zijn geweest en waar wij
nu in een aantal maanden tijd het aantal beschietingen hebben zien teruggebracht
tot vijf. Voor de bevolking is er dus sprake van een zeer opmerkelijke
verbetering. Men is ook blij met de Nederlandse aanwezigheid en de ISAF-inbreng.
Onze mensen merken dit ook voortdurend in het contact met de bevolking. De heer
Herben verwijst terecht naar de Defensiekrant, want daarin wordt weergegeven wat
onze mensen die daar op patrouille zijn, zelf ervaren. Zij weten dit het
allerbeste en zij ervaren de blijheid van de mensen in Kabul over de inzet van
ISAF.
De inzet van gepantserde jeeps past niet zo goed in de patrouilles. Daarbij
wordt de jeep verlaten en wordt contact gezocht met de bevolking om te zien wat
er aan de hand is. Om dan vervolgens weer weg te rijden in een gepantserde jeep
weg, is een schijnzekerheid waarop niemand zit te wachten.
Er zijn allerlei noodscenario's opgesteld. Er ligt niet alleen een noodscenario
voor het geval wij of ISAF weg zullen moeten uit Kabul, maar ook voor allerlei
andere situaties. Die zijn gebaseerd op vragen als: wat kan er gebeuren, welke
calamiteiten kunnen zich voordoen en wat zouden wij dan moeten doen. Wij hebben
een stappenplan gemaakt waarin precies omschreven staat welke stappen wij bij
welke ontwikkelingen moeten zetten.
Tenslotte is van belang dat wij met de Amerikanen goede afspraken hebben
gemaakt, opdat zij ons in het kader van Enduring freedom waarvoor 10.000 man is
gelegerd in Afghanistan, te hulp zullen komen als zich een noodsituatie voordoet
en wij bijvoorbeeld genoodzaakt zullen zijn om het land te verlaten. Dit geldt
niet alleen voor de Nederlanders of ISAF die Afghanistan verlaten, maar ook de
andere buitenlanders die het land willen verlaten.
Wij hebben hierover goede, gedetailleerde afspraken gemaakt. Die afspraken zijn
ook vastgelegd. Ik zeg u dat dit goed is geregeld. Ik vraag aan de Kamer om
begrip voor het feit dat ik het document waarin die afspraken zijn neergelegd,
niet ter inzage geef. Het is mijn werk om dit naar behoren te regelen. Ik heb
dit ook gedaan. Het is niet in het belang van onze militairen en van ISAF dat
dit soort stukken te wijd wordt verspreid.
Ik heb al eerder gezegd dat de Nederlandse militairen die nu in de Kabulregio
zijn, hebben aangegeven dat zij op dit moment geen aanvullende
veiligheidsmaatregelen noodzakelijk achten. Wij hebben van de leiding of de
militairen ter plaatse geen signalen ontvangen. Men weet dat wij voortdurend
alert zijn op alle mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen, maar met
schijnzekerheden en teveel materieel waarmee je in feite niets kunt doen, is
niemand gebaat.
Ik zou het een verontrustende ontwikkeling vinden als bijvoorbeeld de bevolking
in Kabul zich van ISAF zou afkeren of als belangrijke krijgsheren zich tegen de
overgangsregering of tegen ISAF zouden verzetten of als er grootschalige
gevechten waren tussen krijgsheren elders in Afghanistan. Dit is allemaal niet
het geval. Ik denk dat ISAF mede dankzij de Nederlandse inzet in Afghanistan kan
slagen. Nederland doet mee. Nederland neemt de komende zes maanden de
verantwoordelijkheid voor het geven van leiding. Nederland is een van de landen
die het mogelijk maken dat het proces van verzoening en wederopbouw in
Afghanistan kan slagen. Voor de geplaagde, geteisterde inwoners van Afghanistan
is het van het grootste belang dat wij daarin slagen.
Ik ga nu nog kort in op de vragen die zijn blijven liggen, maar ik ga voorbij
aan de vraag van mevrouw Karimi of ik wel eens van een transistorradio heb
gehoord. Ik ga ook voorbij aan haar stelling dat wij laks omgaan met risico's.
Zij heeft gevraagd of wij iets doen om de krijgsheren te beteugelen. Ja
natuurlijk doen wij dat. Wij versterken de regering en wij vinden het van belang
dat die regering mede uit krijgsheren bestaat. Voor zover mogelijk worden zij
daarbij betrokken. Het verzoeningsproces vindt ook binnen de regering plaats.
Naarmate wij er met ISAF in slagen om de regering beter te laten functioneren,
zullen de krijgsheren in het land worden beteugeld. Ik heb al in algemene zin
gezegd dat Afghanistan niet alleen een land is dat al decennialang wordt
geplaagd door oorlogen en burgeroorlogen, maar ook dat het geen traditie heeft
van een sterk centraal gezag. Ook die moet worden opgebouwd.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): De vraag over de
radio mag u laten liggen. Dat geldt echter niet voor mijn vraag over de laksheid
van het optreden, omdat zij de relatie tussen een eventuele aanval op Irak en de
situatie in Afghanistan betrof. Daar bent u tot nu toe überhaupt niet op
ingegaan.
Minister Kamp: De opmerking van mevrouw Karimi
heb ik als zeer onheus ervaren. Wij zijn op alle plekken in Kaboel, aan allerlei
vergadertafels in de wereld en op ons eigen ministerie iedere dag voortdurend
bezig met de veiligheidssituatie. De stelling dat wij laks met de risico's
zouden omgaan is onheus; andere kwalificaties zal ik nu vermijden.
Over de relatie tussen wat er in Irak gebeurt en wat in Afghanistan zeg ik het
volgende. Als de Verenigde Staten en bondgenoten in Irak optreden, worden
anderen elders in de wereld daardoor extra gemotiveerd om dingen te gaan doen.
Dat kan zich natuurlijk ook voordoen in Afghanistan. Wij zijn ons bewust van dat
risico. Vandaar dat wij daar zo alert zijn. Vandaar ook dat wij onze uiterste
best doen om de regering in Afghanistan zo snel mogelijk zo sterk mogelijk te
maken om de situatie in dat land te controleren. Wij weten dat wij risico's
lopen en dat die zich in versterkte mate kunnen voordoen als er een actie
plaatsvindt in Irak. Dat proberen wij overigens van harte te voorkomen, maar dat
is een ander verhaal. Dat wij daar op enig moment of in enige vorm laks mee
zouden omgaan, is niet waar.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik wil gewoon een
concreet antwoord op een concrete vraag die ik heb gesteld. Dit zijn allemaal
algemene zinnen. Ik heb hier het verslag van ons overleg met de voorganger van
de minister. In dat overleg heeft toenmalig minister Korthals gezegd dat er niet
met zoveel woorden over Irak is gesproken. Die woorden hadden betrekking op een
gesprek met de Amerikanen over de overname van het bevel en de relatie met een
eventuele oorlog tegen Irak. Mijn concrete vraag aan de minister was of dit
inmiddels wel is gebeurd. Heeft hij met de Amerikanen over dit onderwerp
gesproken? Zo ja, wat was hun reactie?
Minister Kamp: Mevrouw Karimi heeft de neiging
om haar opmerkingen vooral als concreet te bestempelen en die van mij als
algemeen, terwijl ik probeer net zo concreet te zijn als zij dat meent te zijn.
Wij hebben wekelijks overleg over de samenloop van acties van ISAF en de
operatie Enduring Freedom. Wij hebben eveneens wekelijks overleg met
vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering, vertegenwoordigers van degenen
die betrokken zijn bij ISAF en vertegenwoordigers van degenen die betrokken zijn
bij de operatie Enduring Freedom. Wij voeren niet voortdurend overleg met
degenen die betrokken zijn bij Irak, omdat daar nog geen actie gaande is.
Integendeel, wij proberen een actie in Irak te voorkomen. Daarop is onze inzet
gericht. Wij hebben wel overleg met de Amerikanen en met anderen in het kader
van de defensieve planning ter voorbereiding op een eventuele actie in Irak.
Daarbij komt alles aan de orde wat relevant is. Zodra er aanleiding is om een
verband met ISAF te leggen, dan doen wij dat. Dat geldt bijvoorbeeld voor het
geval dat wij ondersteuning van de Amerikanen nodig hebben als wij in laatste
instantie moeten terugtrekken uit Afghanistan. Het overleg daarover vindt dus
plaats. Overleg waarvoor geen reden is, omdat er nog geen actie is in Irak,
vindt niet plaats.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Dat was heel veel
informatie waar ik helemaal niet om had gevraagd. Mijn concrete vraag is of de
Nederlandse regering op enig moment met de Amerikaanse regering heeft gesproken
over de gevolgen van een aanval op Irak voor de activiteiten van ISAF in
Afghanistan. Is het ja of nee? Ik zou u dankbaar zijn als u een concreet
antwoord geeft.
Minister Kamp: Overleg daarover heeft
plaatsgevonden in het licht van de ondersteuning die wij mogelijk voor de
ISAF-operatie nodig hebben. Bij die operatie lopen wij risico's. Er kunnen zich
noodsituaties voordoen. Wij hebben die in beeld gebracht, evenals de
ondersteuning die wij daarbij nodig hebben. Uiteindelijk is ondersteuning
natuurlijk aan de orde in het geval er een terugtrekking in moeilijke
omstandigheden moet plaatsvinden. In dat verband is er overleg met de Amerikanen
geweest. Dat overleg is op dit moment relevant. Ander overleg, dat niet relevant
is, is er niet geweest.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Er vindt een
zelfstandig overleg plaats over de steun van de Amerikanen op het moment dat een
extractie nodig zou zijn, want dat heeft niets met Irak te maken. Het geldt voor
ieder moment. Zodra Nederland een bijdrage aan ISAF ging leveren, werd bij
terugtrekking op de steun van de Verenigde Staten gerekend.
Daarover is in de Kamer uitvoerig gesproken. Is
er, behalve dit zelfstandige overleg, in het kader van de ontwikkelingen rond
een eventuele oorlog tegen Irak met Nederland hierover gesproken? Ik begrijp van
u dat dit niet gebeurd is.
Minister Kamp: Ik ga die vraag nu voor de
vierde keer beantwoorden, en wat mij betreft is dat de laatste keer. Mevrouw
Karimi wil niet luisteren. Ik heb tegen haar gezegd dat het niet alleen om
extractie gaat, maar om verschillende noodsituaties die zich kunnen voordoen.
Wat in Irak gebeurt, zou van invloed kunnen zijn op de mogelijkheden van de
Amerikanen en de anderen die in het kader van operatie Enduring freedom
samenwerken, om bij noodsituaties in Afghanistan te helpen. Wij hebben ons ervan
vergewist dat wij de steun kunnen krijgen die nodig is om de veiligheid van de
ISAF-mensen zeker te stellen, ook wanneer in geval van een actie in Irak een
speciaal beroep wordt gedaan op allerlei middelen. Ik kan het antwoord niet
duidelijker geven dan ik nu heb gedaan.
Mevrouw Karimi zegt dat wij van Kabul geen veilige haven kunnen maken temidden
van een roversnest. Dat roversnest was er; de Taliban waren daar de baas. De
Taliban zijn nu weg en er is een overgangsregering. In het kader van ISAF zijn
26 landen bezig om vanuit Kabul de overgangsregering te versterken. Daarnaast
werkt een aantal landen samen in het kader van de operatie Enduring freedom om
in de rest van Afghanistan terroristen uit te schakelen. Als dat lukt, wordt
daarmee de positie van de overgangsregering versterkt. Met onze bijdrage aan
zowel de operatie Enduring freedom als aan ISAF zetten wij zetten ons ervoor in
om voor de mensen in Afghanistan zo snel mogelijk een betere situatie te
creëren. Kwalificaties als "een veilige haven temidden van een
roversnest" maak ik niet tot de mijne.
De heer Van Bommel heeft de ISAF-operatie uniek en absurd genoemd. Dat is zijn
kwalificatie. Hij heeft mij ook gevraagd een drietal overeenkomsten die hij ziet
met Srebrenica, te analyseren. Daartoe ben ik niet bereid. Dit spoeddebat is
daarvoor niet bedoeld. Nederland heeft al in een heel vroeg stadium lessen
getrokken uit hetgeen in Srebrenica is gebeurd. De regering heeft in 1995 een
toetsingskader opgesteld en met de Kamer besproken. Daarbij is precies
aangegeven hoe wij in vergelijkbare situaties op een betere, zorgvuldige manier
tot besluitvorming en uitvoering daarvan kunnen komen. Vervolgens hebben wij
opnieuw geleerd van hetgeen daarna is gebeurd. In het jaar 2001 hebben wij het
toetsingskader aangepast. Dit toetsingskader is zorgvuldig toegepast bij
deelname aan de ISAF-operatie in Afghanistan. De heer Van Bommel legt een
verband tussen hetgeen zich in Srebrenica heeft afgespeeld en wat er nu in
Afghanistan gebeurt. Dit brengt hem mogelijkerwijs tot de conclusie dat de
ondersteuning van de regering en van de bevolking van Afghanistan niet gegeven
moet worden. De vergelijking tussen Srebrenica en Afghanistan is echter niet
terecht.
De heer Eurlings heeft erop gewezen dat er wat de CDA-fractie betreft geen
sprake mag zijn van uitbreiding van het mandaat. Hij vindt dat het na zes
maanden Nederlandse leiding van de ISAF-operatie echt moet zijn afgelopen. De
regering wil evenmin uitbreiding van het mandaat. Over het mandaat van de
VN-veiligheidsraad dat er nu ligt, is met de Kamer van gedachten gewisseld. Onze
mensen zijn ingesteld op uitvoering van dat mandaat. Wij willen geen uitbreiding
van het gebied. Ik laat er geen enkel misverstand over bestaan dat wij na zes
maanden uit Afghanistan weg gaan.
De heer Van Bommel (SP): Is er op dat laatste
punt overeenstemming met de Verenigde Naties? De minister zegt heel krachtig in
de Kamer dat Nederland als leidend land na zes maanden uit die missie vertrekt.
Ik neem aan dat dit bekend is bij de Duitsers en de andere partijen. De minister
zegt bovendien impliciet dat zelfs als er geen aflossing is en er geen vervanger
voor de Nederlandse leiding is, Nederland zich terugtrekt en het risico neemt
dat de door hem zo gewenste missie mislukt. Dit neem ik tenminste aan.
Minister Kamp: Een eventuele mislukking van de
missie heeft in ieder geval niets te maken met de opstelling van de SP, want wat
deze partij betreft, was die missie niet eens begonnen. Ik zal hier dus verder
niet op in gaan.
Tegen degenen die wel verantwoordelijkheid voor de missie hebben gedragen, zeg
ik dat wij er nooit een misverstand over hebben laten bestaan dat wij dit
gedurende zes maanden kunnen en willen doen. Mijn voorganger heeft dit gedaan,
ik heb dit gedaan en de Kamer heeft dit gedaan. Dit gaat dus gebeuren en
betekent dat wij inderdaad na zes maanden weggaan.
De heer Van Bommel (SP): De vraag was of dit
tegenover de Duitsers en andere partners net zo duidelijk is gesteld als
tegenover ons. Het betekent namelijk dat een ander land de leiding op zich moet
nemen. Het is dus de beslissing van de minister dat Nederland na zes maanden
weggaat, ongeacht wat er gebeurt.
Minister Kamp: Onze beslissing is niet om na
zes maanden weg te gaan, maar om er gedurende zes maanden verantwoordelijkheid
te dragen. Dat hebben wij besloten. Eerst hebben de Engelsen dit gedaan, daarna
hebben de Turken dit gedaan en nu doen de Nederlanders en de Duitsers dit. Wij
werken nu eenmaal samen in het Duits-Nederlandse legerkorps. Na ons zullen
anderen het weer doen. Wij nemen dus geen besluit om weg te gaan, maar om buiten
de daar reeds aanwezige 240 mensen nog eens 400 mensen te leveren en om
gedurende zes maanden daar de eerste verantwoordelijkheid te dragen. Ik heb net
al tegen de heer Van Bommel gezegd hoe dit verder moet worden uitgelegd. Neem
maar van mij dat wij daar geen enkel misverstand over laten bestaan.
De heer Eurlings en anderen vroegen of ik nadrukkelijker kan aangeven of de vijf
aanslagen van de afgelopen maanden met projectielen in de omgeving van het
kampement waar onder anderen de Nederlanders zijn gelegerd binnen de marges valt
van onze verwachtingen. De verbeteringen in Kabul en in Afghanistan vind ik net
als de heer Brahimi opmerkelijk. Als men weet wat er allemaal in Kabul, waar
drie miljoen mensen wonen, verwoest is en als men weet hoe zij daar wonen, wat
er gebeurd is en nu gebeurt, dan is het zo gering dat wij het op de vingers van
een hand kunnen tellen. Er is dus opmerkelijke vooruitgang geboekt. Toch hebben
zich daar waar onze mensen in tenten zitten ontploffingen voorgedaan. Er is
derhalve een gevaarlijke situatie en daarover zijn wij bezorgd. Het blijft
echter binnen de risico's die wij indertijd inschatten, nu inschatten en in de
toekomst verwachten. In deze omstandigheden zijn wij nog steeds in staat om
verantwoord ons werk daar te doen.
Er is geen enkel licht tussen de wijze waarop de Duitsers met risico's omgaan en
de wijze waarop wij ermee omgaan en tussen hetgeen de Duitse militairen ter
bescherming krijgen en anderen ter bescherming krijgen. Er wordt voorbeeldig
samengewerkt. Alle informatie waarover wij beschikken wordt gewisseld.
Conclusies worden tegen het licht gehouden. Wekelijks hebben wij daar overleg
over, ook in groter verband. Er is geen sprake van dat anderen meer of betere
voorzieningen zouden hebben dan de Nederlandse militairen. Af en toe heb ik de
indruk dat besluiten van andere landen hen in de buurt brengen van de
faciliteiten waar de Nederlandse militairen al over beschikken. Ik zal er
voortdurend op toezien dat zij de noodzakelijke en beste voorzieningen hebben om
hun werk op een goede manier te doen.
Verschillende woordvoerders vroegen of voldoende geregeld is dat een extractie
als die nodig is goed kan plaatsvinden. Ik heb al gezegd dat wij daarover
afspraken hebben gemaakt. De Nederlandse en de andere ISAF-troepen zullen het
land verlaten als wij onze opdracht niet meer kunnen uitvoeren. Onze opdracht is
om de regering van Afghanistan te ondersteunen en het vredesproces in en de
wederopbouw van het land verder te laten gaan. Als wij door de omstandigheden
die goede rol niet meer op een verantwoorde wijze kunnen vervullen, zullen wij
ons terugtrekken. Wij zijn er niet om strijdende partijen uit elkaar te halen of
de burgerbevolking te beschermen. Wij zijn er om de regering in staat te stellen
te groeien en de grote problemen waar het land voor staat op te lossen. Zodra
wij niet meer op een verantwoorde wijze een positieve bijdrage kunnen leveren,
zullen wij ons terugtrekken.
De heer Van der Staaij heeft een reactie
gevraagd op de stelling van derden dat het gooien van bommen in het kader van
Enduring Freedom vanuit onder andere Nederlandse F16's een bedreiging zou zijn
van de veiligheid van ISAF. Ik denk dat dit allerminst het geval is. Ik heb al
gezegd dat er op twee manieren gewerkt wordt aan het versterken van de positie
van de regering in Afghanistan. Dat gebeurt door de inzet die in het kader van
Enduring Freedom gepleegd wordt om terroristische elementen in Afghanistan uit
te schakelen. Dat gebeurt ook door ISAF-militairen die bezig zijn om in en rond
Kaboel omstandigheden te creëren waarin de Afghaanse regering beter kan
functioneren. Naar mijn vaste overtuiging versterken beide acties elkaar.
De heer Koenders vroeg naar de afstemming tussen Enduring Freedom en ISAF. Ik
heb al gezegd dat die afstemming wekelijks plaatsvindt. Verder heeft de heer
Koenders gewezen op het antwoord dat ik recent op zijn zevende schriftelijke
vraag naar de Kamer heb gestuurd. De heer Koenders vraagt zich nu af of het
verband dat in algemene zin bestaat tussen de diverse operaties afdoet aan de
zekerheid die er is voor ISAF in Afghanistan. Er is natuurlijk een verband
tussen die operaties. Het zou verkeerd zijn om, nu de Amerikanen en de Engelsen
op grote schaal bezig zijn met het voorbereiden van een eventuele actie in Irak
-- er worden zeer veel transportmiddelen ingezet, waardoor er van alles
losgemaakt wordt in de hele wereld -- een verband met de operatie Enduring
Freedom en de operatie ISAF te ontkennen. In het licht van onze noodscenario's
en een eventuele extractie hebben wij hier ook over gesproken met de Amerikanen
en de Engelsen. Op grond daarvan hebben wij vastgesteld dat er goede afspraken
zijn gemaakt om ook in die situaties de ondersteuning te krijgen die wij nodig
hebben. Met mijn schriftelijke antwoord heb ik in algemene zin aangegeven wat er
gebeurt. Dat doet echter niets af aan datgene wat ik heb gezegd over de
veiligheid van onze en andere mensen in ISAF.
De heer Koenders heeft gewezen op een gesprek dat heeft plaatsgevonden tussen de
Chef defensiestaf en de vakbonden en daaraan de vraag gekoppeld of dat gesprek
inmiddels is herhaald. Op mijn verzoek heeft naar aanleiding van een concreet
voorval een keer een gesprek plaatsgevonden tussen de Chef defensiestaf en de
bonden. Het is echter niet zo dat dit gesprek na ieder concreet voorval herhaald
wordt. Wel is er regelmatig contact tussen de Chef defensiestaf en de
vertegenwoordigers van de bonden. Wij zullen met die gesprekken doorgaan.
De heer De Graaf heeft gevraagd of er signalen zijn van hergroepering van
Taliban en Al Qaida. Die vraag is ook al op een andere wijze gesteld en in
antwoord daarop heb ik gezegd dat ik daar op dit moment geen concrete
aanwijzingen voor heb. Ik zal dit evenwel nauwlettend blijven volgen. Ik heb al
gezegd dat wij dagelijks gerapporteerd worden over de ontwikkelingen daar. Het
is een belangrijk punt. Ik zal dat blijven volgen en, als daar aanleiding voor
is, zal ik de Kamer daar ook informatie over verstrekken.
De heer De Graaf heeft ook gevraagd of er contact is geweest met de Afghaanse
overgangsregering over de inschatting van de veiligheidsrisico's. Er zijn
permanent contacten, niet alleen met de Afghaanse overgangsregering, maar ook
met individuele krijgsheren en andere machthebbers in dat gebied. Wij doen alles
wat volgens ons goed is om het vredesproces en de wederopbouw te bevorderen.
Over een actuele inschatting van de veiligheidsrisico's door de Afghaanse
overgangsregering zal ik dit weekend en begin volgende week een tweetal
gesprekken hebben met de heer Karzai. Ik zal hierover indringend met hem van
gedachten wisselen.
De heer De Graaf (D66): Ik heb naar de
hergroepering van Al Qaida en Taliban gevraagd, omdat u in uw brief van gisteren
zelf hebt geschreven dat daar recente berichten over zijn. U zegt nu dat er geen
signalen van zijn. Kunt u dat toelichten?
Minister Kamp: Ik vind die signalen nog niet
concreet. Ik krijg hier op allerlei manieren berichten over. Vaak zijn het
berichten die niet nader onderbouwd worden. Dat er sprake is van hergroepering
van Al Qaida en Taliban leiden wij af uit informatie en is ook gebaseerd op
logica. Immers, als groepen zich langere tijd tegen anderen afzetten, komen zij
bij elkaar. Ik beschik niet over informatie dat dit concreet tot iets geleid
heeft, maar ik zal dit blijven volgen. Als daar aanleiding voor is, zal ik de
Kamer daarover informeren.
Mevrouw Huizinga heeft gewezen op de uitspraak van de Duitse generaal Van Heist
dat de ontwikkelingen in Irak de veiligheid van ISAF in gevaar kunnen brengen,
en gevraagd of wij hierover van inzicht verschillen.
Dat is er niet. Ik heb in het begin al gezegd
-- het is misschien goed om dat te herhalen -- dat in algemene zin, als er wat
gebeurt in Irak, dat mensen elders in de wereld, ook in Afghanistan, kan
inspireren om zich extra af te zetten tegen anderen. Daar zijn wij ons van
bewust. Ik heb echter al gezegd dat het blijft binnen de marges die wij hebben
als het gaat om de inschatting van de veiligheidsrisico's. Op dat punt is er
geen verschil van inzicht tussen de Duitsers en de Nederlanders. Er wordt tussen
de Duitsers en Nederlanders zeer nauw samengewerkt. Dat zal de komende zes
maanden ook het geval zijn. Wij zijn geen vreemden voor de Duitsers en de
Duitsers niet voor ons. Wij hebben samen een Duits/Nederlands legerkorps. Als er
wat op elkaar afgestemd moet worden, zal dat zeker gebeuren.
Mevrouw Huizinga heeft gevraagd wie er besluit over het eind van de operatie
Enduring Freedom. Over het einde van die operatie zal in multilaterale verband
besloten worden. Het is een VN-operatie en er zal dan ook in VN-verband een
besluit over genomen worden. Als er noodsituaties zijn, zal er geprobeerd worden
om die conclusies ook in dat verband te trekken. Natuurlijk zullen wij als een
van de twee landen die daar de komende zes maanden leiding aan geven, een
bijzondere verantwoordelijkheid dragen. Mevrouw Huizinga moet zich echter ook
realiseren dat uiteindelijk ieder land een eigen verantwoordelijkheid heeft voor
de eigen mensen. Wij hebben als Nederland onze verantwoordelijkheid voor de
Nederlandse militairen in Afghanistan. Wij kunnen het besluit nemen om onze
mensen terug te trekken, in alle omstandigheden. Vanzelfsprekend zullen wij
proberen om dat zodanig af te stemmen met andere landen dat niet alleen het
belang van Nederlandse militairen worden gediend, maar ook het belang van de
militairen van de andere landen en van burgers die eventueel uit Afghanistan
teruggetrokken zouden moeten worden.
Op de opmerkingen van de heer Herben ben ik ingegaan, behalve op zijn opmerking
over ophitsende elementen in de media van Afghanistan. Ik hoop dat daar
uiteindelijk een situatie ontstaat met een sterke regering en met vrije media,
waar ook mensen die afwijkende geluiden willen laten horen, in welke vorm dan
ook, van het recht van persvrijheid gebruik kunnen maken. De heer Herben zal
echter willen weten of er op dit moment sprake is van grootschalige ophitsing
van de bevolking via bepaalde media. Wij beschikken niet over informatie op dat
punt. Volgens mij is het niet zo, maar ik zal het nagaan. Mocht er aanleiding
voor zijn, zal ik de Kamer daarover informeren.
De heer Herben vroeg ook of er uitzicht is op de vorming van een Afghaans leger.
Het Afghaanse leger is in opbouw. Wij helpen daar ook bij. Wij kunnen al dingen
samendoen met onderdelen van dat Afghaanse leger in opbouw. De heer Herben heeft
gezegd dat het voor de ISAF-macht goed zou zijn als daar ook moslimlanden bij
betrokken zouden zijn. Ik ben dat in algemene zin met hem eens. Het is een actie
die al een tijd loopt. Het einde is bepaald. De algemene verkiezingen vinden
namelijk in de zomer van 2004 plaats. Ik weet niet of er op dit moment nog
mogelijkheden zijn om verandering in de samenstelling van die ISAF-eenheid aan
te brengen. Er zijn 26 landen die het besluit hebben genomen. Het lijkt mij,
gelet op de situatie in de wereld en hetgeen rond Irak plaatsvindt, nu niet het
beste moment om initiatieven te nemen op dit punt. In algemene zin deel ik
echter zijn opvatting dat je, als je het goed doet als internationale
gemeenschap, duidelijk maakt dat je hier niet tegen moslims bezig bent, maar dat
je voor mensen bezig bent, dus ook voor moslims. Je moet dan ook proberen om een
goede afspiegeling te hebben in zo'n multilaterale macht.
Ik hoop dat ik op deze wijze voldoende ben ingegaan op hetgeen door de
woordvoerders naar voren is gebracht.
De voorzitter: Hiermee zijn wij gekomen aan het
einde van de eerste termijn. Ik zie dat er behoefte is aan een tweede termijn.
Ik bepaal de spreektijd daarin op één minuut per fractie.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Voorzitter. De
inzet van de fractie van GroenLinks in het debat is om er alles aan te doen om
ISAF te versterken, zodat die missie lukt. Daar mag geen misverstand over
bestaan. Ik vind het buitengewoon spijtig dat er collega's zijn die hier hebben
gesproken over schone-handenpolitiek willen bedrijven als je hier over de
veiligheidsproblematiek in Afghanistan in een veranderde situatie wil blijven
praten. Wij zullen onze verantwoordelijkheid nemen en iedere keer als wij
daaraan behoefte hebben, de minister naar de Kamer halen.
Twee punten stonden centraal in mijn bijdrage.
Een daarvan was de vraag naar een nieuwe veiligheidsrisicoanalyse. Daar is de
minister mee bezig. Hij heeft gezegd dat hij de analyse ook zeer snel naar de
Kamer zal sturen. Dat maakt de motie die ik wilde indienen, overbodig. Ik ga
ervan uit dat een eventuele oorlog tegen Irak een centrale plek zal innemen in
deze analyse en dat er informatie van hulporganisaties bij betrokken wordt. De
minister karakteriseert de veiligheidssituatie als stabiel, maar gespannen. De
hulporganisaties spreken echter duidelijk van een verslechterde situatie. Wil de
minister hierop reageren?
Mijn tweede punt betreft het overleg met de Verenigde Staten. De minister zegt
dat wij overleg hebben over de steun van de Amerikanen aan ISAF in noodsituaties
en over een eventuele extractie. Dat is goed, maar kennelijk heeft geen overleg
plaatsgevonden -- en dat betreur ik -- in meer politieke zin over de gevolgen
van een aanval op Irak voor de situatie in Afghanistan. Daarom handhaaf ik de
kwalificatie die ik gegeven heb, namelijk laks.
De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. De
minister zegt dat er sprake is van een voortdurende evaluatie van de
veiligheidssituatie. Toen mevrouw Karimi hem interrumpeerde zei hij min of meer
toe dat een nieuwe risicoanalyse wordt gemaakt en dat deze naar de Kamer wordt
gestuurd. Mag ik dat interruptiedebat zo opvatten? Mijn fractie heeft immers ook
gevraagd om een nieuwe risicoanalyse, waarover de Kamer moet kunnen beschikken.
Ik vraag dit met klem, omdat ik het de minister niet letterlijk heb horen
zeggen. Mocht de minister dit niet willen toezeggen, dan overweeg ik een motie
daarover in te dienen.
Ik heb een vraag gesteld over de aanvallen met raketten en de gerichte
patrouilles die daarop volgen. Deze vraag is niet beantwoord. Betekent dit dat
men inderdaad betrokken kan raken bij gevechten? Wat betekent dat voor het
mandaat? Past dat binnen het mandaat? Is de bewapening daarop toegerust?
De minister heeft het over een stappenplan en over noodscenario's. Het zou
allemaal klaarliggen. Dat is wat anders, neem ik aan, dan het planningsdocument,
waarin afspraken gemaakt zijn met de Amerikanen over de extractie. Is dat
stappenplan en zijn die noodscenario's, eventueel vertrouwelijk, voor de Kamer
in te zien of is daar door de Kamer bij een vertrouwelijke briefing kennis van
te nemen? Nogmaals, wij hebben dit eerder bij operaties gedaan. Ik zie geen
enkele reden waarom dat nu niet zou kunnen.
De heer Koenders (PvdA): Ik heb een vraag over
de eventuele moties. Mevrouw Karimi en de heer Van Bommel hebben gewezen op het
punt van de nieuwe risicoanalyse. De minister heeft niets anders gezegd dan wat
hij eerder al in antwoord op mijn vraag zei, namelijk dat het een permanent
proces is. Mijn vraag aan de heer Van Bommel is: betekent dit dat u nu een motie
indient? Als deze motie gesteund wordt, ondersteunt u dan ook de operatie?
De heer Van Bommel (SP): Ik heb de woorden van
de minister anders geïnterpreteerd. De vooronderstelling van de heer Koenders
is onjuist. De minister heeft inderdaad gesproken over voortdurende analyses
zoals die op het ministerie gemaakt worden, ook met de chef defensiestaf.
Daarnaast heeft hij in antwoord op de vraag van mevrouw Karimi beaamd dat er een
nieuwe risicoanalyse komt. Uit de woorden van de minister heb ik geconcludeerd
dat dit misschien niet de volledige veiligheidsrisicoanalyse is die wij wensen.
De vraag aan de minister is dus: komt u met een integrale risicoanalyse naar
aanleiding van de nu ontstane situatie? Wanneer de minister dit niet bedoeld
heeft te zeggen, dan wil ik op dit punt graag een motie indienen om te zorgen
dat deze veiligheidsrisicoanalyse er wel komt. Dat betekent niet dat de
SP-fractie de missie steunt wanneer de veiligheidsanalyse er komt. Deze is
immers slechts een instrument om een beoordeling te maken. Ik ben overigens
verbaasd dat anderen, waaronder de heer Koenders, niet om zo'n analyse vragen.
Juist wie een missie steunt, zou toch uitermate goed kennis willen nemen van de
daarmee verbonden risico's.
De heer Koenders (PvdA): Voorzitter. We moeten
wel netjes blijven. Als een fractie van het begin af aan hierover kritische
vragen stelt, dan zij wij dat wel! De heer Van Bommel komt later in een debat
waar, zoals we de hele ochtend hebben gezien, niets uitkomt. Hij vindt het
kennelijk erg belangrijk om iets te vragen wat in feite al gebeurt en hij wil
daar ook nog een motie over indienen. Ik mag hem dan toch wel vragen of hij ook
een verandering van standpunt heeft over de missie?
De heer Van Bommel (SP): Dat mag u vragen. Het
antwoord daarop is "nee". Het gaat hier om een nieuw ontstane situatie
op grond waarvan de Kamer, in ieder geval mijn fractie, vragen stelt met
betrekking tot de veiligheidsanalyse zoals deze in het verleden gemaakt is. Ik
maak uit de woorden van de minister op dat hij zich ook zorgen maakt en met een
nieuwe veiligheidsanalyse naar de Kamer wil komen. Ik heb hem op dat punt om de
laatste uitleg gevraagd. Wanneer die toezegging namelijk niet zo verstaan mag
worden, dan zal ik deze toezegging via een motie aan hem vragen.
De heer Eurlings (CDA): Voorzitter. Ik heb in
eerste termijn gezegd dat het mijn overtuiging is dat wij als Kamer het debat
over de uitzending van extra troepen naar ISAF Afghanistan op een zorgvuldige
manier hebben gevoerd. De missie is risicovol, maar wij hebben met zijn allen
mede op basis van extra garanties rond veiligheid op 25 november geconcludeerd
dat de missie verantwoord was. Dat besluit is door de Kamer -- op de SP na --
zeer breed gedragen genomen.
Voorzitter. Ik ben blij met de beantwoording van de minister na afloop van de
eerste termijn. Deze beantwoording heeft op een aantal vlakken extra
duidelijkheid gegeven. De minister heeft duidelijk gezegd dat de situatie, zoals
deze zich heeft voorgedaan binnen het risicoprofiel past en dat we erop
geprepareerd zijn. Onze veiligheids- en beschermingsniveaus zijn zeker op het
niveau van alle deelnemende landen aldaar. De minister heeft ook zeer duidelijk
aangegeven dat de zaken in geval van extractie zeer goed zijn geregeld en de
garanties hard en afdoende zijn. Ik denk dat je ook nu weer mag concluderen dat
de missie niet risicoloos is maar wel verantwoord.
Ik heb zelf vraagtekens gehad over de noodzaak van dit debat op deze manier. We
staan vlak voor het moment dat onze soldaten daar een nieuwe taak opnemen. Ik
vind het dan nogal wat wanneer iemand -- ik kijk naar mevrouw Karimi van
GroenLinks -- de regering hier laksheid verwijt op het vlak van het omgaan met
de bredere veiligheidsanalyse. Bij zo'n duidelijke stellingname is het van
tweeën een. Of je vindt het niet meer verantwoord om de soldaten nu te laten
beginnen. Of je trekt het woord "laks" in en vindt het wel
verantwoord. Mevrouw Karimi laat de soldaten wel beginnen maar ze laat boven de
markt zweven dat de regering in Nederland "laks" omgaat met hun
positie. Ik vind dat niet inhoudelijk. We hebben destijds gezegd dat we niet
allemaal scenario's met betrekking tot Irak gaan uittekenen, maar dat we in
geval de Amerikanen minder gaan doen in Afghanistan daarop voorbereid zijn en
ons dan terugtrekken. Dat was een van de nadrukkelijke garanties die wij op 25
november, inclusief mevrouw Karimi, hebben bedongen. Het is dus van tweeën een.
Mevrouw Karimi neemt het woord "laks" terug of zij steunt de missie
niet meer. Ik neem afstand van haar uitspraak. Ik vind deze niet inhoudelijk en
een ongepast signaal naar onze militairen.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Voorzitter. De
heer Eurlings gebruikt grote woorden. Ik blijf bij mijn oordeel over de inzet
van de Nederlandse regering in de contacten met de Verenigde Staten als het gaat
om het analyseren van de gevolgen van een eventuele oorlog tegen Irak voor de
totale veiligheid in Afghanistan en als onderdeel daarvan voor ISAF. De minister
heeft gezegd dat dit geen onderwerp van discussie is geweest met de Amerikanen.
Ik vind dat laks.
De heer Eurlings (CDA): Ik rond af. Ik
constateer dat in de brede veiligheidsanalyse van Kamer en regering is ook
geanticipeerd op de mogelijkheid van terugtrekkende Amerikanen aldaar, in het
kader van een oorlog in Irak. Wij zijn daar dus op voorbereid en dat is verre
van laks. We mogen aan het eind van deze discussie concluderen dat Kamer en
regering op een zorgvuldige manier met de risico's omgaan. We wachten een nieuwe
veiligheidsanalyse af. Het zal een voortgaand proces zijn. Ik wil in elk geval
vanaf deze plaats onze mannen en vrouwen daar alle succes van de wereld
toewensen met deze mooie en belangrijke missie.
De heer Herben (LPF): Voorzitter. Ik dank de
minister van harte voor de uitvoerige informatie die hij ons heeft verstrekt. Ik
ben blij te horen dat alle gewenste middelen ter beschikking staan. Dat is voor
mij een belangrijk punt. Ik heb groot vertrouwen in de geoefendheid en de
kundigheid van het Nederlandse en Duitse personeel. Ik vertrouw erop dat zij hun
missie bekwaam zullen uitvoeren. Ik wens hun daarbij alle succes toe.
Mijn opmerking over het ophitsende karakter van de Afghaanse media is vooral
ingegeven door een ervaring die ik in Eritrea heb opgedaan. Ik zag in Asmara dat
de VN er in het kader van de wederopbouw zeer bewust voor wilden zorgen dat er
een goede pers tot stand kwam en dat informatie werd verstrekt. Daarom vroeg ik
of de minister daarvan op de hoogte is. Misschien kan de minister, als hij daar
binnenkort naartoe gaat, zich ervan overtuigen dat bij de
wederopbouwactiviteiten ook een stukje opbouw van de vrije pers hoort. Dat is
juist preventief heel belangrijk. Misschien moet de vaste Kamercommissie voor
Defensie daar binnenkort maar eens zelf gaan kijken, al was het maar om onze
steun te betuigen aan de mannen en vrouwen, die daar goed werk doen.
Minister Kamp: Voorzitter. De heer Herben heeft
gevraagd om een objectieve informatievoorziening aan de bevolking en het
bespreken van het belang daarvan in het contact dat ik zal hebben met de
vertegenwoordigers van de Afghaanse regering. Ik zal graag aan dat verzoek
voldoen.
De heer Eurlings sprak over grote woorden. Hij heeft zelf geen grote woorden
gebruikt. Er is één groot woord gebruikt, en wel door mevrouw Karimi, die
sprak over "laks". Zij doelde daarmee op ons optreden inzake de
veiligheidssituatie van de Nederlandse militairen in Afghanistan. Dat is bij ons
hard aangekomen. Wij zetten ons dag en nacht in om de veiligheidsrisico's
optimaal te beperken, om onze mensen daar in staat te stellen het werk goed te
doen. Dat werk wordt gedaan in het kader van een VN-actie op basis van een
resolutie van de Veiligheidsraad. Daar doen 26 landen aan mee en daarvoor
bestaat in dit huis brede steun. Iedere dag beginnen wij met een bezinning op de
veiligheidssituatie van ISAF in Afghanistan. Om dan het woord "laks"
te gebruiken… Daar heb ik geen woorden voor.
Mevrouw Karimi vraagt mij de informatie van de hulporganisaties te betrekken bij
de risicoanalyse. We zullen alle relevante informatie die beschikbaar is,
daarbij betrekken. Onze informatie wordt gebundeld door de Militaire
inlichtingen- en veiligheidsdienst. Ik heb al gezegd dat deze dienst, die alle
bronnen daarbij betrekt, daarover dagelijks rapporteert. Als de hulporganisaties
relevante informatie hebben, zal deze informatie daar zeker bij betrokken
worden. Op dat gebied is er dus geen enkele terughoudendheid.
De heer Van Bommel vroeg mij opnieuw aan te geven wat de risicoanalyse precies
inhoudt. Ik kan het echt niet duidelijker zeggen dan ik eerder heb gedaan. Ik
zal het voor hem herhalen. Wij maken dagelijks een analyse. Dagelijks wordt op
grond van de informatie over afgelopen 24 uur bekeken wat wij van de situatie
vinden en wat wij eventueel moeten doen. Ik vind dat n |