Czeslaw Milosz |A Poem for the end of the century
Click To Frontpage

 International 

Political Newsreview
Handelingen
2de kamer

First Net Print, Tuesday, February 11, 2003

2de Kamer debat Afghanistan

ONGECORRIGEERD STENOGRAM 
(Aan dit verslag kunnen geen rechten worden ontleend)
41ste vergadering
Donderdag 6 februari 2003

Voorzitter: Weisglas

Tegenwoordig zijn leden, te weten:

Van Aartsen, Adelmund, Albayrak, Algra, Aptroot, Van Ardenne-Van der Hoeven, Arib, Van As, Atsma, Van Baalen, Bakker, Balkenende, Van Beek, Blok, Blom, Van Bochove, Boelhouwer, Van Bommel, Bos, Van den Brand, Van den Brink, Bruls, Buijs, Bussemaker, Van de Camp, Cornielje, Çörüz, Crone, Van Dam, Depla, Van Dijken, Dijksma, Dijsselbloem, Dittrich, Douma, Dubbelboer, Duivesteijn, Duyvendak, Eerdmans, Eijsink, Eurlings, Ferrier, Fierens, Van Geel, Geluk, Van Gent, Gerkens, Giskes, De Graaf, De Grave, Griffith, De Haan, Van Haersma Buma, Halsema, Van der Ham, Hamer, Haverkamp, Heemskerk, Van Heemst, Herben, Hermans, Hessels, Van Heteren, Hirsi Ali, Van der Hoeven, Hofstra, Hoogervorst, Ten Hoopen, Huizinga-Heringa, Jager, Joldersma, Kalsbeek, Kamp, Kant, Karimi, Van der Knaap, Koenders, Koopmans, Kortenhorst, Kraneveldt, De Krom, Kruijsen, Van der Laan, Lazrak, Leerdam, Van Lith, Marijnissen, Mastwijk, Meijer, Van Miltenburg, Mosterd, Nawijn, De Nerée tot Babberich, Nicolaï, Van Nieuwenhoven, Nijs, Noorman-den Uyl, Van Oerle-Van der Horst, Oplaat, Örgü, Ormel, De Pater-Van der Meer, Rambocus, Remkes, Rietkerk, Rijpstra, Ross-Van Dorp, Rouvoet, De Ruiter, Rutte, Samsom, Schreijer-Pierik, Schultz Van Haegen-Maas Geesteranus, Slob, Smeets, Smits, Spies, Van der Staaij, Sterk, Straub, Stuurman, Terpstra, Tichelaar, Timmer, Timmermans, Tjon-A-Ten, Tonkens, Varela, Van Velzen, Vendrik, Verbeet, Verburg, Verdaas, Vergeer-Mudde, Verhagen, Vietsch, Van der Vlies, Vos, B.M. de Vries, J.M. de Vries, K.G. de Vries, Vroonhoven-Kok, Waalkens, Weisglas, Wijn, Wilders, Van Winsen, De Wit, Wolfsen en Zalm, en de heer Kamp, minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en minister van Defensie.

De voorzitter: Ik deel aan de Kamer mede dat geen berichten van verhindering zijn ingekomen.

De voorzitter: De ingekomen stukken staan op een lijst die op de tafel van de griffier ter inzage ligt. Op die lijst heb ik voorstellen gedaan over de wijze van behandeling. Als aan het einde van de vergadering daartegen geen bezwaren zijn ingekomen, neem ik aan, dat de Kamer zich met de voorstellen heeft verenigd.

Aan de orde is een debat over:
- een brief van de minister van Defensie inzake de veiligheidssituatie in Afghanistan.

De beraadslaging wordt geopend.
Mevrouw Karimi (GroenLinks): Voorzitter. De fractie van GroenLinks heeft ingestemd met de deelname van Nederlandse troepen aan ISAF. Zij heeft ook ingestemd met het feit dat Nederland samen met Duitsland het ISAF-bevel zal gaan voeren. Wij mogen de Afghaanse bevolking na ruim twintig jaar oorlog niet aan hun lot overlaten. De internationale gemeenschap heeft zich gecommitteerd aan het herstel van de veiligheid en aan de wederopbouw van het land. Wij hebben op dit moment dan ook niet de intentie, te pleiten voor terugtrekking van de Nederlandse troepen. Risico's zijn er bij iedere missie, dus ook bij deze. Het is mede de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap en Nederland als "lead nation" om deze beheersbaar te houden.
Wij accepteren echter niet dat de Nederlandse regering niet anticipeert op een verhoging van de risico's en op de veranderde risico's. Een eventuele oorlog tegen Irak door de VS, die helaas sinds gisteren nog een stapje dichterbij is gekomen, zal zeker gevolgen hebben voor de situatie in Afghanistan en voor ISAF. Sterker nog, die gevolgen zijn er al. Afghanistan dreigt van de politieke agenda te verdwijnen. De beantwoording van Kamervragen die waren gesteld door mijn collega Koenders, was in dat opzicht ontluisterend. De minister vindt de risico's beheersbaar omdat de Afghaanse bevolking weinig communicatiemiddelen heeft. Met andere woorden: de minister denkt dat de Afghaanse bevolking er niet eens achter zal komen dat Irak gebombardeerd wordt. Denkt hij werkelijk dat de aanhangers van de Taliban en Al Qaida, die de modernste technologieën gebruiken om een wereldwijd netwerk van terreur in stand te houden, niet zullen weten dat de Amerikanen Irak aan het bombarderen zijn? Heeft hij ooit wel eens gehoord van draadloze transistorradio's? Hoe naïef kun je dan zijn, vraag ik mij af.
De minister meldt dat de bevolking nog steeds achter ISAF staat. Hij doelt dan op de bevolking in Kabul. Ik wijs erop dat 99% van het land wordt beheerst door de krijgsheren. Hoe staan de burger buiten Kabul tegen ISAF? De minister schrijft in de brief dat het risico's blijft bestaan dat ISAF-personeel doelwit wordt of betrokken raakt bij gewelddadige incidenten. De kans op schermutselingen tussen krijgsheren groeit naarmate zij het in de regio's steeds meer voor het zeggen krijgen en hun machtsbasis willen uitbreiden. Wat wordt gedaan om die macht van de krijgsheren te beteugelen? Volgens ons zal een oorlog tegen Irak zeker leiden tot een verminderde aandacht van de internationale gemeenschap voor Afghanistan. Dat heeft tot gevolg dat de krijgsheren in toenemende mate vrij baan krijgen. Zij zullen dat ten volle gebruiken. Wij pleiten voor een nieuwe risicoanalyse opdat wij kunnen anticiperen op de nieuwe ontwikkelingen en bedreigingen. Is de minister daartoe bereid?
Mijn fractie vindt voorts dat de Nederlandse regering deze zorgen moet overbrengen aan de Verenigde Staten. Zoals bekend, willen wij geen oorlog tegen Irak. Het gaat hier om internationale verplichtingen van Nederland ten aanzien van Afghanistan en om de veiligheid van de Nederlandse mannen en vrouwen die voor een vredesmissie naar Afghanistan zijn gestuurd. Zij hebben er recht op dat Nederland er alles aan doet om de risico's voor hen te verminderen. Heeft de Nederlandse regering daar ooit wel eens over gesproken met haar Amerikaanse collega's? Zo ja, wat was hun reactie daarop? Wat ons betreft, moet Nederland de consequenties van een oorlog tegen Irak voor Afghanistan in de EU bespreken. Vandaag vindt een NAVO-raad plaats. Mijn fractie pleit ervoor dat de Nederlandse regering genoemde zorgen in die NAVO-raad bespreekt. Zal dat ook gebeuren? Kortom, mijn fractie vindt dat de Nederlandse regering veel te laks omgaat met de gevolgen, in dit geval voor Afghanistan en ISAF, van een oorlog tegen Irak. Dat moet anders.

De regering gaat in de brief zeer kort in op het feit dat Al Qaida en de Taliban zich in Afghanistan hergroeperen. Hoe sterk zijn zij inmiddels weer in Afghanistan actief? De antiwesterse gevoelens, die zeker zullen toenemen naar aanleiding van een oorlog tegen Irak, zullen ervoor zorgen dat zij meer mensen kunnen mobiliseren voor hun jihad tegen de westerse troepen in Afghanistan. Naast de hergroepering van deze verklaarde tegenstanders van de westerse troepen lijkt Afghanistan in het algemeen onveiliger te worden. Afghanistan is weer de grootste papaverproducent ter wereld.

De heer Eurlings (CDA): Dit debat luistert heel nauw en de risico's zijn groot; daar waren wij het op 25 november allemaal over eens. Daarom wil ik u een vraag stellen in het kader van de zorgvuldigheid. U gebruikte zojuist grote woorden: u zei dat de regering laks omgaat met eventuele extra risico's vanwege Irak. Ik vraag u om te bevestigen dat destijds, tijdens het debat, dat risico van oplopende spanningen en oplopende gevaren nadrukkelijk vermeld was in de risicoanalyse. Is het, in plaats van het gebruiken van woorden zoals "laks", dan niet veel beter om de regering nu te vragen of dit is wat zij verwachtte en waarmee zij toen rekening heeft gehouden of dat het meer is? Volgens mij zijn woorden zoals "laks" immers niet helemaal op hun plaats, omdat wij op 25 november juist over deze risico's hebben gesproken.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Het klopt dat wij over die risico's hebben gesproken, maar juist niet over eventuele gevolgen van een oorlog tegen Irak. Ik heb het verslag bij mij; ik wil het u straks ook wel laten zien, want ik heb de toenmalige minister van Defensie, de heer Korthals, toen juist gevraagd of hij met zijn Amerikaanse collega's had gesproken over de eventuele risico's van een oorlog tegen Irak voor ISAF in Afghanistan. Op die vraag heeft hij volmondig "nee" geantwoord: daar had hij het niet over gehad. In dat debat heb ik mijn kritiek daarop uitgesproken.

De heer Eurlings (CDA): Dat klopt, want dat was een eventualiteit, net zozeer zoals er nu in het Irak-debat nog steeds 101 mogelijkheden zijn. Het punt dat de Kamer toen daarom juist gemaakt heeft -- vandaar mijn interruptie -- was bijvoorbeeld de voorwaarde dat wij vertrekken wanneer de Amerikanen er, om welke reden dan ook, uit gaan. Dat heeft voor onze afweging, voor de afweging binnen uw partij en voor alle andere partijen destijds een rol gespeeld. Ik zeg niet dat u die vragen niet bij de regering moet leggen, maar ik zou het te kort door de bocht vinden als er wordt gezegd dat dit toen niet een van de grote onderwerpen was bij de analyse van de risico's.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Wij blijven van mening verschillen over de beoordeling van de manier waarop de Nederlandse regering tot nu toe met die eventuele gevolgen van oorlog voor ISAF is omgegaan. Ik hoop vandaag van de regering te horen dat zij er wel werk van heeft gemaakt, want dat was bij dat debat nog niet aan de orde. Nogmaals: ook de antwoorden op de vragen van collega Koenders overtuigen mij niet. Het is vandaag aan de minister van Defensie om mij te overtuigen.

De heer Koenders (PvdA): U wijst terecht op de risico's voor ISAF bij een oorlog in Irak; dat hebben wij in Kamervragen ook gedaan en daar is een beantwoording op gekomen. U hebt een nieuw debat aangevraagd. Er zijn drie mogelijkheden: Nederland trekt zich terug uit ISAF, er zijn kennelijk nog andere maatregelen nodig -- in dat geval hoor ik graag van de fractie van GroenLinks welke maatregelen dat specifiek zijn -- of u wilt Enduring Freedom versterken. U bent tegen dat laatste, maar dat is eigenlijk de meest effectieve manier om onze troepen te versterken. Betekent dit dat u eigenlijk voor een zodanige versterking bent dat de Nederlandse troepen eventueel ontzet kunnen worden?

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Nee, er is een vierde optie, waar u niet over hebt gesproken, namelijk geen oorlog tegen Irak.

De heer Koenders (PvdA): Dat vind ik prima; zoals u weet, is niemand daar een voorstander van.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Nou, dat zou ik niet zeggen.

De voorzitter: Natuurlijk is er een verband, maar wij voeren hier vandaag geen Irak-debat.

De heer Koenders (PvdA): Dat wilde ik juist zeggen.

De voorzitter: Ik zeg het tegen mevrouw Karimi.

De heer Koenders (PvdA): Als ik mevrouw Karimi goed begrijp, is dit geen debat over Afghanistan, maar over Irak. Dat debat wil ik graag met haar voeren; zij weet hoe wij erover denken en ik weet hoe zij erover denkt, namelijk zeer kritisch, net als ik. Wij gaan hier toch echter niet proberen om over de ruggen van de Nederlandse militairen een ander debat te voeren, terwijl het gaat over de veiligheid van het mandaat en de versterking van de regering in Afghanistan?

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Nee, maar er is wel een duidelijke relatie tussen die twee dingen. Daar gaat het om. Het gaat erom in hoeverre rekening wordt gehouden met de gevolgen in Afghanistan van een eventuele oorlog tegen Irak. Dat was ook mijn punt, helemaal in het begin. Ik pleitte niet voor een terugtrekking; daar was ik heel erg helder over, omdat wij een verplichting hebben ten aanzien van Afghanistan. Die verplichting moeten wij waarmaken, maar daartoe moet je dan wel in staat zijn. U weet heel goed dat wij vanaf het begin hebben gepleit voor een sterker ISAF en voor uitbreiding van het mandaat van ISAF.

Dat is allemaal niet gebeurd. Wij moeten nu beoordelen of zij nog steeds in staat zijn om de in hun mandaat omschreven opdracht uit te voeren. Daarover gaat dit debat.

De heer Koenders (PvdA): Juist de PvdA-fractie heeft gewezen op de noodzaak van een risico-inschatting en het eventuele belang van extra bewapening. Op dat punt zijn wij het dus helemaal eens. Wat wilt u precies bereiken met dit debat? Dat moeten wij weten, anders staan wij hier een beetje voor joker.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik zal ook naar uw inbreng luisteren. Ik heb gepleit voor overleg over de risico's in EU- en NAVO-verband, bijvoorbeeld vandaag in de NAVO-Raad. Over de bewapening van de troepen zal ik het nog hebben. Er is kortom een scala aan mogelijkheden om deze kwestie internationaal aan de orde te stellen. Wij moeten voorkomen dat wij op een punt komen dat wij de Afghanen in de steek moeten laten, omdat wij de veiligheid van onze troepen niet kunnen garanderen. Ik hoop dat ik daarvoor uw steun heb.

De heer Koenders (PvdA): Het laatste dat wij willen is dat wij onze missie voor de Afghaanse bevolking moeten verminderen. Daarover zijn wij het eens, maar u maakt niet duidelijk wat u van de Amerikanen verwacht. Ik begrijp althans dat het over hen gaat. Dat zou een versterking van Enduring Freedom kunnen zijn, maar daar bent u juist tegen. U moet duidelijk maken wat u wilt.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Daar ben ik inderdaad tegen. Het gaat er natuurlijk om dat de Amerikanen moeten weten dat het begin van hun oorlog tegen Irak consequenties heeft voor Afghanistan en ik wil weten wat zij daarvan vinden. Heeft de Nederlandse regering dit punt überhaupt wel bij de Amerikanen aan de orde heeft gesteld? Tijdens het laatste debat met het kabinet over de stand van zaken was dit nog niet gebeurd.

De heer De Graaf (D66): Ik begin mij een beetje te verbazen over de precieze reden van dit debat. De minister geeft in zijn brief aan dat er risico's bestaan, maar dat alles wordt gedaan om ze te beperken. Bovendien zitten de Nederlandse soldaten daar niet voor niets en lopen zij per definitie risico. Ik krijg door uw bijdrage het gevoel dat dit debat niet gaat over het risico dat onze soldaten in Afghanistan lopen, maar over Irak. Daartegen maak ik bezwaar. Het gaat u dus echt om de veiligheid van onze soldaten in Afghanistan. Vindt u dan dat de brief van Minister Kamp onvoldoende is? Wat wilt u specifiek horen over wat Nederland kan doen? Het gaat mij er niet om wat Amerika kan doen, maar wat Nederland kan doen. Anders moet de conclusie luiden: ik vertrouw het niet, wij moeten onze mensen terughalen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik moet zeggen dat ik verbaasd ben over de suggestie die u wekt dat het niet zou gaan om de veiligheidskwestie in Afghanistan. De aanleiding voor het debat waren de raketaanvallen op het Nederlandse en Duitse kamp in Kabul. In de brief van de regering staat dat dit het vijfde incident in vier maanden was. In de Veiligheidsraad is een rapport van de heer Brahimi besproken, waarin staat dat de situatie is verslechterd. Ik zal straks ook nog ingaan op wat de hulporganisaties daarover zeggen en duidelijk aangeven dat de veiligheidssituatie in Afghanistan is verslechterd. Ik vind de brief een te rooskleurige voorstelling van zaken geven en ik wil graag weten of de situatie wel juist is beoordeeld. Daarom heb ik ook gevraagd om een nieuwe risicoanalyse. Ik vind ook dat wij als "lead nation" onze verantwoordelijkheid moeten nemen en dat wij dit in contacten met de VS en de NAVO en in Europees verband aan de orde moeten stellen. Het spijt mij dat u dit niet voldoende vindt en dat u dit een schijndebat vindt, maar dat vind ik absoluut niet.

De heer De Graaf (D66): Het gaat om de vraag wat u dan met die informatie doet. Ik meen dat de minister morgen al naar Afghanistan gaat. Wij staan aan de vooravond van die verantwoordelijkheid. Het is van tweeën één. Óf u zegt dat de veiligheidsanalyse onvoldoende is en dat het onverantwoordelijk is dat Nederlandse soldaten daarheen gaan.

Of u zegt dat u het oordeel van de regering vertrouwt dat er wel risico's zijn, maar dat die voldoende worden ingeschat en dat er voldoende samenwerking met anderen is, ook als het mis zou gaan. Wij kunnen niet op het moment dat de soldaten daar moeten gaan werken hier in het parlement twijfel gaan zaaien over de vraag of wij wel of niet verantwoordelijk bezig zijn. Dat is het laatste wat u en ik zouden moeten willen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Mijnheer De Graaf, bepleit u dan dat ik hier niet mijn controlerende taak moet uitoefenen ten aanzien van de Nederlandse regering? Dat is het laatste wat wij nodig hebben, zeker als het gaat om vredesmissies en zeker gezien het verleden van Nederland. Ik vind het als Nederlandse volksvertegenwoordiger ook mijn taak, de vinger aan de pols te houden om te weten hoe de dingen zich ontwikkelen. Het gaat hier om de ontwikkelingen van de veiligheidssituatie in Afghanistan, uiteraard in eerste instantie voor de Afghanen en in tweede instantie voor de Nederlandse mannen en vrouwen die daar zitten ter uitvoering van het mandaat. Het is mijns inziens de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Kamerleden om die vragen aan de regering te stellen. Als de fractie van GroenLinks er behoefte aan heeft te zeggen dat de risicoanalyse niet deugt, zult u haar zeker horen, maar daarmee ben ik niet begonnen. Ik heb gevraagd om een nieuwe risicoanalyse en om een aantal andere activiteiten van de Nederlandse regering.

De heer Van Bommel (SP): Heeft GroenLinks een nieuwe risicoanalyse nodig om de deelname aan ISAF te kunnen blijven steunen? U zegt eigenlijk: ik heb te weinig informatie op grond waarvan ik kan beoordelen of ISAF daar werkelijk veilig goed werk kan verrichten.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Zo heb ik het niet gezegd. Ik heb gezegd dat de risicoanalyse die is gemaakt niet helemaal overeenkomt met andere signalen die wij hebben gekregen en dat ik daarom graag een nieuwe risicoanalyse van de regering wil. Zolang de nieuwe risicoanalyse er niet is, blijft onze steun voor ISAF natuurlijk bestaan. Ik heb geen reden om te zeggen dat ISAF zich nu moet terugtrekken. Ik wil graag dat ISAF haar werkzaamheden goed kan doen, dat het mandaat wordt uitgevoerd en uitgebreid en dat de veiligheidssituatie in Afghanistan wordt verbeterd. Alles moet worden gedaan om ISAF te versterken en niet te verzwakken. Ik vraag niet om een risicoanalyse met in mijn achterhoofd de behoefte aan een aanleiding om ISAF te verzwakken. Ik vraag zo'n analyse opdat maatregelen kunnen worden genomen om ISAF te versterken.
Nog afgezien van de hergroepering van de verklaarde tegenstanders van de Westerse troepen lijkt Afghanistan in het algemeen onveiliger te worden, zo is ons gemeld. Afghanistan is weer de grootste papaverproducent ter wereld. Er volgt dan een makkelijk rekensommetje: papaver + geld + krijgsheren + veel nieuwe wapens + geen ISAF buiten Kabul = machtsstrijd + criminaliteit + onveiligheid. Niet voor niets rept Brahimi van een verslechterde veiligheidssituatie. De hulpverleners worden nu ook doelwit van criminelen. Hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen spreken van een duidelijk verslechterde veiligheidssituatie in Afghanistan, vooral buiten Kabul. Het is vrij logisch dat de verslechterde veiligheidsomstandigheden buiten Kabul effecten hebben op Kabul zelf. Hier wreekt zich dat het mandaat van ISAF tot Kabul is beperkt. Je kunt niet van Kabul een veilige haven maken, terwijl het ligt middenin een roversnest. Graag hoor ik van de minister hoe ISAF versterkt gaat worden.
Zijn de Nederlandse troepen voldoende robuust bewapend om hun mandaat ter bescherming van de regering van Karzaï uit te voeren en zichzelf te verdedigen tegen de aanvallen? In verband met de rakettenaanval op het Nederlands-Duitse kamp schrijft de regering dat dit het vijfde incident is binnen enkele maanden. Is men in staat geweest te achterhalen wie achter deze aanslagen heeft gezeten? Heeft ISAF bijvoorbeeld mensen daarvoor kunnen oppakken?

De Nederlandse regering geeft de vertrouwelijke informatie over de afspraken tussen de VS en Nederland over de bijstand van de VS in het geval van een noodsituatie en eventuele extractie van ISAF niet aan de Kamer. Daarom wil ik hier duidelijk van de minister horen of die afspraken zo hard zijn dat ISAF en Nederland altijd zullen kunnen rekenen op de noodzakelijke steun, ongeacht de strijd waarin de VS op zo'n moment gewikkeld kunnen zijn. Kan de minister de Kamer de zekerheid geven dat in alle gevallen voldoende steun zal worden gegeven? Heeft hij daarvoor toezeggingen gekregen?

De heer Van Baalen (VVD): De VVD-fractie is trots op de Nederlandse militairen die in het buitenland bijdragen aan vrede en veiligheid. Deze militairen doen dit onder omstandigheden met een verhoogd risico. Het optreden in risicovolle situaties is onderdeel van hun beroeps- en taakopdracht. Op ons als politici en volksvertegenwoordiging rust een wel zeer dure plicht om die veiligheidsrisico's te onderkennen en passende maatregelen te nemen om die risico's tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De Kamer heeft daartoe een aangescherpt toetsingskader aanvaard. Het kabinet informeert de Kamer door de minister van Defensie over veranderingen in de veiligheidssituatie en de maatregelen die in dat kader worden genomen.
Ook de volksvertegenwoordiging heeft zo zijn verantwoordelijkheid. In dit kader verwijs ik naar de schriftelijke vragen die collega Koenders op 9 januari jongstleden heeft gesteld en het antwoord daarop van de minister van 21 januari. De minister stelt dat hij de Kamer adequaat zal informeren als er een verandering optreedt in de veiligheidssituatie. Ik vraag mij dus af waarom wij de minister naar de Kamer hebben geroepen om in feite een herhaling van zetten te doen. De minister is duidelijk geweest. Hij heeft aangegeven dat er geen structurele verandering is opgetreden in de veiligheidssituatie. Dit betekent dat hij waar dat nodig was extra maatregelen heeft getroffen. Ik denk dat wij als Kamer daarmee genoegen moeten nemen. Wij dienen alert te zijn op de komende gebeurtenissen, maar wij moeten geen tijd verspillen aan een herhaling van zetten.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Eind 2001 besloot de Kamer in te stemmen met deelname aan ISAF. De SP-fractie heeft die missie toen even uniek als absurd genoemd. Vrede bewaren in Kabul terwijl er in de rest van het land oorlog is. Nederland neemt deel aan die oorlog met F-16's die sinds kort ook bommen afgooien en probeert tegelijkertijd in Kabul vrede te bewaren. De missie krijgt daarmee veel kenmerken van de missie die Dutchbat destijds probeerde te volbrengen in Srebrenica. Ik noem enkele overeenkomsten.
In de eerste plaats: een vredesmissie in een land waar geen vrede is. Karzai is in feite niet meer dan de burgemeester van Kabul. Kabul is aan te merken als een enclave omgeven door vijandelijkheden.
Een tweede overeenkomst betreft de duur van de missie. De Kamer heeft in december gezegd dat de missie van beperkte duur moet zijn voor wat betreft het Nederlandse leiderschap. Ook dit herinnert aan Srebrenica. Ook toen was het de uitdrukkelijke wens van de Kamer dat de aanwezigheid tijdelijk zou zijn, maar toen zich problemen voordeden, was er geen aflossing te vinden. Hoe groot is de kans dat zich hier hetzelfde scenario ontrolt?
Een derde overeenkomst is de afhankelijkheid van derden. Andere landen moeten zorgen voor de veiligheid. In de brief staat dat Amerika zal helpen bij een veilige aftocht als het fout gaat. De afspraken die daarover zijn gemaakt, blijven echter geheim. In een geheim militair planningsdocument zijn de voorwaarden vastgelegd. Dit is de garantie die de regering heeft gekregen, maar de Kamer kan dit niet beoordelen. Wij kunnen dus niet de risico's inschatten en ik vind dit niet aanvaardbaar, zeker niet als er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico.
Ik vraag de minister op ieder van deze drie overeenkomsten in te gaan. Ik zie natuurlijk ook de verschillen, bijvoorbeeld in de commandostructuur, in de verhouding NAVO-VN en de betrokkenheid van de Amerikanen, maar deze drie overeenkomsten zijn volgens mij glashard en zij kunnen voor veel problemen zorgen. Het Srebrenica-scenario is een nachtmerriescenario en dit moet met alle middelen worden voorkomen.

Vooral de verslechterende veiligheidssituatie en de dreigende oorlog tegen Irak baren de SP-fractie zorgen. De zorgen die de Turkse commandant Zorlu heeft uitgesproken, delen wij. Een aanval op Irak heeft mogelijk negatieve gevolgen voor de situatie in Afghanistan. Op 21 januari schreef de regering nog, in antwoord op vragen van de heer Koenders, dat er geen aanleiding was om de risico-inschatting te wijzigen. In de brief van 5 februari schrijft de regering dat er sprake is van een zeer direct veiligheidsrisico als gevolg van aanslagen door anti-Westerse elementen, maar dat daar in de risicoanalyse rekening mee is gehouden. Is er inderdaad rekening gehouden met een toenemend aantal incidenten? Is er rekening gehouden met zulke incidenten zoals die nu plaatsvinden? Ik doel hierbij op de ernst van de incidenten, waarbij raketten worden gebruikt. Naar onze mening is een volledig nieuwe risicoanalyse noodzakelijk. De hamvraag is dan ook waarom die niet gemaakt is. Hoe staat het bijvoorbeeld met de samenwerking tussen regeringsleger en lokale krijgsheren? De wens daartoe is uitgesproken, maar uit de huidige situatie blijkt dat dit nog geen succes is. De dreiging van raketaanvallen op ISAF wordt bestreden met mortieropsporingsradar en gerichte patrouilles, zo staat in de laatste brief. Dat levert het risico op dat men betrokken raakt bij gevechten buiten Kaboel. Past dat naar de mening van de regering nog binnen het mandaat van de missie? Zijn de Nederlandse militairen voldoende bewapend voor mogelijke escalatie bij dergelijke patrouilles?
De relatie met Irak is gelegd. Niet door de Kamer, maar door de Turkse commandant. De regering schrijft in haar brief van 5 februari dat de commandant zijn waarschuwing niet had moeten uitspreken, omdat het zij niet binnen zijn mandaat past. Waarom niet? Dergelijke waarschuwingen mogen toch niet aan dovemansoren gericht zijn? Dat moet aanleiding zijn voor nadere vragen van de regering. De antwoorden daarop moeten worden betrokken bij het opstellen van een nieuwe veiligheidsanalyse. Waarom heeft de regering geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid om te komen tot een nadere veiligheidsanalyse?
De militaire vakbonden stellen terecht dat de situatie in Afghanistan is veranderd sinds het besluit om militairen te sturen. De AFMP stelt dat je je moet afvragen of onze aanwezigheid nog wel gewenst is. De voorzitter van die bond zegt dat lokale aanslagen aangeven dat de lokale bevolking geen prijs meer stelt op de operatie. Deelt de regering deze opvatting? Wat zijn anders haar conclusies over de situatie die nu is ontstaan en over veiligheidsrisico's voor de Nederlandse militairen?

De heer Eurlings (CDA): Voorzitter. In een interruptiedebat werden zojuist de beraadslagingen op 25 november 2002 aangehaald. Wij hebben toen besloten om onze presentie in Afghanistan te vergroten door rol van leidend land op ons te nemen. Niet alleen op 25 november, maar ook in december 2001 zijn de risico's van deelname aan de internationale troepenmacht al als aanzienlijk ingeschat. Niettemin was er bijna Kamerbreed steun voor Nederlandse deelname aan ISAF, ook in de leidende rol. De SP-fractie was, is en blijft overigens om principiële reden tegen. De risico's zijn er sindsdien niet minder op geworden. Het basiskamp van het Duits-Nederlandse detachement in Kaboel is vorige week voor de vijfde maal in minder dan een jaar bestookt met raketten. Vorig jaar december werd de basis nog opgeschrikt door een zelfmoordaanslag met handgranaten. Gelukkig zijn er tot dusver geen slachtoffers gevallen.
Na 25 november besloot de Kamer met een overgrote meerderheid om samen met Duitsland de rol van leidend land te gaan vervullen. De centrale vraag die toen bij ons allemaal voorlag, was of de risico's die er zeker zouden zijn, verantwoord waren. In dit verband is het goed om te memoreren dat zowel Kamer als regering toen duidelijk hebben gesteld dat er geen sprake zou zijn van een gewone vredesmissie. De militairen opereren in een postconflictsituatie rondom Kaboel, terwijl elders in Afghanistan de gevechten doorgaan. ISAF kan ook niet los worden gezien van Enduring Freedom, de strijd tegen het terrorisme. Hieraan neemt Nederland overigens deel met onder meer F16's, die afgelopen dinsdagochtend nog een bombardement hebben uitgevoerd op grote complexen van Al-Qaida in het zuiden van Afghanistan. Juist vanwege de grote risico's die al volgens de toen voorliggende risicoanalyse in beeld waren en die nog steeds aan de operatie blijven kleven, heeft de CDA-fractie evenals veel andere fracties in dit huis een aantal duidelijke voorwaarden verbonden aan de Nederlandse rol van leidend land.

Ik memoreer deze voorwaarden in het kort: steun van de troepen van de Verenigde Staten van de operatie Enduring freedom in het geval van noodzakelijke ontzetting of extractie van onze mannen en vrouwen; beperking van het verblijf tot nog maximaal zes maanden; geen uitbreiding van het mandaat, qua taken noch geografisch gebied. Ik benadruk dit laatste, want uitbreiding van het gebied naar steden die nog veel onveiliger zijn, zou het risico voor onze mannen en vrouwen veel groter maken. In overgrote meerderheid heeft de Kamer gezegd: laten wij het gebied niet uitbreiden, want dan wordt het pas echt link. In het geval van vertrek van de Amerikaanse troepen dient de Nederlandse aanwezigheid in het kader van ISAF te worden beëindigd. Ook dat was een voorwaarde. De regering gaf gevolg aan deze eisen, waarna bijna de gehele Kamer, op de fractie van de SP na, kon instemmen met deze operatie. De regering heeft die garanties herbevestigd naar aanleiding van vragen van de heer Koenders en ik neem aan dat zij die garanties hier nogmaals kan bevestigen.
In dit debat ligt de vraag voor of de recente aanslagen, maar ook signalen van de Turkse ISAF-leiding en van de Duitse inlichtingendienst tot extra maatregelen nopen. De incidenten die zich hebben voorgedaan, zijn zorgwekkend, maar zij komen niet onverwacht. In de risicoanalyse van de regering van afgelopen najaar werd nadrukkelijk gewag gemaakt van oplopende spanning en risico's, mede ook in het kader van een mogelijke oorlog tegen Irak. Dit neemt niet weg, dat er bij mijn fractie wel bezorgdheid bestaat. Daarom was ik blij met de vragen van de heer Koenders. Wij delen de onderkenning van de regering dat het conflict in Irak tot extra spanningen in Afghanistan en dus tot een verhoogd risico voor onze militairen kan leiden. Volgens de regering blijven deze risico's echter binnen de grenzen van het aanvaardbare. Ik heb geen reden om hieraan te twijfelen. In de risicoanalyse die de vorige keer voorlag, heeft de regering aangegeven dat er inderdaad risico's zijn, maar dat de situatie in Irak waarschijnlijk weinig negatieve gevolgen zal hebben voor de veiligheidssituatie van ISAF. kan zij aangeven of dit patroon van aanslagen het verwachte patroon was en of dit binnen de marges valt van hetgeen zij indertijd heeft verwacht? Daarvan zou ik graag een nadere onderbouwing krijgen. Mijn fractie is tevreden met de toezegging van de regering om de Kamer onverwijld te blijven informeren als zich alsnog een wijziging in de risico-inschatting zou voordoen.
De zorg van de militaire vakbond over de veiligheid van onze militairen is begrijpelijk. Wij moeten echter geen paniekvoetbal spelen. Speculeren over een vroegtijdig vertrek van de troepen kan potentiële aanvallers juist aanmoedigen om aanslagen te plegen. Een paar aanslagen kunnen tot groot resultaat leiden, te weten het vertrek van de westerse troepen aldaar. Er is dus geen reden voor paniek, maar wel voor continue inhoudelijke alertheid, waarvan in dit debat van het begin af aan sprake is geweest. Daarom vraag ik de regering nogmaals om een nadere reflectie op de risicoanalyse. Wij hebben destijds rekening gehouden met mogelijk oplopende spanning in het kader van Irak en ik zou graag willen weten of een en ander past binnen de verwachtingen van destijds.
Nederland is niet alleen aanwezig in Afghanistan. In ISAF zijn heel veel landen vertegenwoordigd. De Duitsers hebben samen met de Nederlanders de leidende rol op zich genomen. Kan de regering een indruk geven van de manier waarop bijvoorbeeld Duitsland, maar ook andere landen, de facto met deze dreiging omgaat? Kan zij bevestigen dat onze militairen daar op zijn minst hetzelfde beschermings- en veiligheidsniveau wordt geboden als de andere militairen? Dit lijkt mij op zichzelf genomen een redelijk objectieve referentie. Wat is de reactie van de regering op de berichtgeving in de Frankfurter Allgemeine Zeitung dat de Duitse legerleiding ernstig rekening houdt met gijzelingen van ISAF-militairen in de toekomst?
In het vorige debat is gesproken over een nadrukkelijke garantiestelling in het kader van extractie. Tegen de heer Van Bommel zeg ik, dat ik kan begrijpen dat een en ander geheim is. Leg die kaarten maar op tafel, dan wordt het echt heel erg gevaarlijk voor onze mannen en vrouwen daar! Dit soort dingen houd je geheim. Kan de regering bevestigen dat zij ervan overtuigd is dat, als de nood aan de man komt, is voldaan aan de voorwaarden om onze mensen vroeg genoeg weg te halen? Dit is een kwalitatieve doelstelling die aan deze geheime planning mag worden verbonden.

De heer Van Bommel (SP): Hoe wilt u uw controlerende taak vervullen, als het planningsdocument voor de extractie geheim moet blijven? Ik zeg niet dat het document openbaar gemaakt moet worden, maar het gebeurt wel vaker dat de Kamer inzage krijgt in vertrouwelijke documenten. Een van de eisen die de CDA-fractie heeft gesteld, betreft de beperkte duur. Dit is een aspect dat ik in mijn opsomming van overeenkomsten met Srebrenica noemde.

U kunt wel van de regering eisen dat het maximaal zes maanden mag duren. Dit was echter eerder al een probleem. Hoe wilt u dat gegarandeerd zien?

De heer Eurlings (CDA): Dit laatste is heel duidelijk. Wij hebben in het debat gezegd dat het na deze zes maanden echt voorbij moest zijn. Wij kunnen namelijk niet eeuwig in Afghanistan blijven. Ik ben het eens met collega Van Aartsen dat andere landen ook moeten participeren. Bovendien hebben wij gezegd dat er hoe dan ook over zes maanden een opvolging moet komen, omdat wij er dan uit gaan. Wij hebben gezegd dat de internationale gemeenschap dan maar voor die opvolging moet zorgen. Ik weet precies wat de regering toen heeft geantwoord: het kon misschien twee of drie dagen langer duren, maar wij gingen er gewoon uit. Dit was toen heel duidelijk. Wij zullen de regering eraan houden. U bent daar over zes maanden ook bij. Mochten de zaken anders lopen, dan zullen wij met zijn allen de regering herinneren aan de door haar gedane toezeggingen tijdens dat debat. U zult dit zeker niet als laatste doen.
Ik heb zojuist gezegd dat het heel begrijpelijk is dat de militaire planning geheim is. Als wij op tafel leggen hoe onze militairen gaan anticiperen op mogelijke aanvallen, kan iedere terrorist er direct rekening mee houden en er zijn voordeel mee doen. Wij moeten weten wat de doelstellingen en de garantiestelling om die concrete militaire plannen heen zijn. Vandaar dat ik vraag of de regering kan garanderen dat in geval van nood onze mensen er vroeg genoeg en veilig genoeg uit kunnen komen. Dit is een kwalitatieve garantie die je mijns inziens wel kunt vragen. Wij hoeven geen details te weten over de manier waarop dit geschiedt en welke wapens er concreet worden gebruikt.

De heer Van Bommel (SP): Ik maak hier toch bezwaar tegen, omdat juist een van de problemen in Joegoslavië was dat anderen op de knop moesten drukken als wij om veiligheid vroegen. Deze regering kan de door u gevraagde garanties niet geven. Als de situatie in de wereld verandert, zullen de Amerikanen natuurlijk eerst aan hun eigen veiligheid denken. Ik vraag mij dan ook af waarom u geen belangstelling heeft voor een vertrouwelijke kennisname van de garanties die de regering zegt te hebben gekregen.

De heer Eurlings (CDA): Hiertegen heb ik groot bezwaar. Ik vind uw opmerking echt volstrekt verkeerd. Wij hebben juist eisen gesteld om hetgeen in Srebrenica is gebeurd, te voorkomen. Wij hebben aan de Verenigde Staten als daar aanwezig land gevraagd of zij nadrukkelijk kunnen garanderen dat zij ons te hulp schieten als het misgaat. Dat is het grote verschil met de situatie in Srebrenica. Toen heeft geen enkel groot land in de wereld beloofd om ons te hulp te komen. Toen heeft de regering niet gezegd dat Amerika ons zou helpen. Die garantie is er nu wel. U wilt de militaire details krijgen. Ik denk juist dat je onze militairen in gevaar brengt door hier de militaire details op tafel te gooien en in de openbaarheid te brengen.

De heer Van Bommel (SP): Ik moet een feitelijke onjuistheid wegnemen. De Nederlanders was wél steun toegezegd door de internationale gemeenschap. Er zou luchtsteun worden geboden in Joegoslavië. Dit veronachtzaamt u. Ik bepleit overigens niet, deze gegevens hier op tafel te leggen. Ik bepleit dat wij op vertrouwelijke wijze worden geïnformeerd over de veiligheid die de Nederlandse regering zegt te kunnen bieden. Dit bepleitten wij ook tijdens de Kosovo-crisis en op andere momenten. Het is alleen kennelijk niet mogelijk.

De heer Eurlings (CDA): U moet de feiten wel juist stellen. Ik maak bezwaar tegen hetgeen u zegt. Als u het Srebrenicadossier kent …

De voorzitter: Zojuist waren wij bijna een debat over Irak aan het voeren. Nu gaat het over Srebrenica. Het is allemaal uiteraard buitengewoon belangrijk, maar dat onderwerp komt nog aan de orde.

De heer Eurlings (CDA): Ik hecht er toch aan er iets over te zeggen, want het is heel wezenlijk. Het grote verschil is dat de Verenigde Naties destijds een vrij zweverige toezegging deden dat zij Nederland te hulp zouden schieten. Juist daarom heeft de Kamer nu gezegd geen toezegging van de Verenigde Naties te willen, maar van Amerika. Dat is daar aanwezig met heel veel militairen. Een van de fouten van destijds is dat wij toen vertrouwden op de Verenigde Naties, maar geen enkel groot land bereid was om in te grijpen. De Verenigde Naties zelf waren ook bepaald wankelmoedig.
Is voor de regering voldoende scherp omlijnd op basis waarvan tot terugtrekking kan worden besloten? Is in beeld waar op een gegeven moment de grens ligt en de risico's te groot worden? Is er op dit moment enig signaal dat de Amerikanen overwegen om hun activiteiten in het kader van Enduring freedom te verminderen? Wij hebben daar destijds wel rekening mee gehouden. Wij hebben gezegd dat wij als de Amerikanen er uit gaan ook weg zijn. Ik heb zojuist gewag gemaakt van een oplaaiende strijd in het kader van Enduring freedom. Misschien kan de regering hierover extra duidelijkheid geven.

De heer Van der Staaij (SGP): Voorzitter. ISAF is geen missie zonder risico's. Dat was de Kamer en ook de SGP-fractie zich bewust bij de instemming met uitzending van Nederlandse militairen naar Afghanistan, de verlenging daarvan en het samen met Duitsland zijn van lead nation per 10 februari. De minister van Buitenlandse Zaken zei het in een debat in november jongstleden terecht zo: iedereen die zou durven beweren dat die risico's er niet zijn, houdt zichzelf voor de gek. Ondanks deze aanzienlijke risico's was er draagvlak bij de militairen die het betreft, en bij degenen die er politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor dragen. Dat draagvlak berustte niet alleen op de erkenning van het onomstreden grote belang ervan, maar ook op de aanwezigheid van voorzieningen en maatregelen om deze risico's zoveel mogelijk te beperken, zoals harde toezeggingen van de Amerikaanse regering om de ISAF-vredesmacht te hulp te komen in noodsituaties en bijstand te verlenen. Door al die voorzieningen en maatregelen was het mogelijk om ondanks de aanzienlijke veiligheidsrisico's toch de conclusie te trekken dat het om een verantwoorde missie gaat. Die conclusie heeft echter geen onbeperkte houdbaarheidsdatum. Telkens weer zal in het licht van wisselende omstandigheden opnieuw de veiligheidssituatie moeten worden beoordeeld en de balans moeten worden opgemaakt. Collega's, onder wie mevrouw Karimi en de heer Van Bommel hebben gevraagd waarom er geen nieuwe veiligheidsanalyse komt. Ik heb evenwel begrepen dat bij voortduring die veiligheidsanalyse wordt gemaakt en de balans wordt opgemaakt.
Er zijn telkens weer bijzondere aanleidingen om indringend stil te staan bij de veiligheidssituatie. De discussie over de veiligheidssituatie wordt bijvoorbeeld gevoed door de recente raketinslagen nabij het Duits-Nederlandse kwartier van ISAF bij Kaboel, de toegenomen dreiging van militair ingrijpen in Irak en de recente acties van Nederlandse F16's in het kader van Enduring Freedom. De regering is in haar brief over de veiligheidssituatie niet uitdrukkelijk ingegaan op het laatste punt. In de media zijn, overigens zonder harde argumenten of concrete feiten, wel geluiden te horen geweest dat het uit veiligheidsoogpunt onverstandig zou zijn dat Nederlandse F16's in het kader van Enduring Freedom bombardementen uitvoeren, terwijl Nederland tegelijkertijd deelneemt en leiding moet geven aan de vredesmacht. Graag hoor ik van de regering hoe zij de veiligheidsrisico's van deze samenloop heeft getaxeerd.
Op de gevolgen van de besluitvorming rond Irak voor de veiligheid van de uitgezonden militairen in Afghanistan is de regering kort geleden nog uitvoerig ingegaan in antwoord op vragen van collega Koenders. Dit is natuurlijk een zeer serieus punt. Wij begrijpen uit dat antwoord dat ook in het licht van de toegenomen dreiging de risicoanalyse telkens opnieuw zorgvuldig wordt uitgevoerd en dat de noodzakelijke beschermingsmaatregelen worden genomen. Duidelijk is dat een eventuele aanval op Irak wel extra spanningen zal kunnen geven in Afghanistan en mogelijk een verhoogd risico op aanslagen oplevert. Bijzondere alertheid blijft dus geboden. Naar mijn inzicht geeft de beantwoording blijk van die alertheid. Daarom vertrouw ik erop dat de regering niet zal schromen om zich in te zetten voor aanvullende beschermingsmaatregelen waar die nodig en mogelijk zijn.
Onrust en bezorgdheid is ook ontstaan door de recente raketinslagen bij het Duits-Nederlandse kwartier bij Kaboel. De regering spreekt in de brief niet voor niets over verontrustende incidenten en een gespannen veiligheidssituatie. Hebben de patrouilles naar de gebieden waaruit de raketten worden afgevuurd, al concrete aanwijzingen opgeleverd over de achtergronden van die aanvallen? Ging het om een specifiek op het kamp gerichte actie? Ook van de kant van de militaire vakbonden is, niet onbegrijpelijk, met grote bezorgdheid gereageerd op die voorvallen. Mijn vraag in dit kader is of dit vooral een eerste reactie op die gebeurtenissen was -- ik kan mij daar overigens van alles bij voorstellen -- of dat dit signalen zijn dat er sprake is van een tanend draagvlak voor deelname aan de missie. Hoe is de regering met die signalen omgegaan?
Concluderend kan ik zeggen dat de SGP-fractie de zienswijze van de regering deelt dat er zeker redenen zijn voor bezorgdheid over de veiligheidssituatie en dat er volop aanleiding is voor een voortdurende en grondige analyse van de veiligheidssituatie en het bezien van de beschermingsmaatregelen die worden genomen. Op voorhand kan en mag ook niet worden uitgesloten dat de situatie zo verslechtert dat voortzetting van de missie onverantwoord zou zijn. De op dit moment beschikbare informatie over de situatie biedt daar echter geen grond voor. Zoals een missie niet lichtvaardig mag worden begonnen, mag zij evenmin lichtvaardig worden beëindigd. Daarvoor staan te gewichtige belangen op het spel. Twijfel zaaien over de veiligheidssituatie kan, zoals collega Eurlings terecht zei, de onveiligheid juist bevorderen.

De heer Koenders (PvdA): Mijnheer de voorzitter. Wij hebben bij de parlementaire voorbereiding van deze missie allemaal gezegd dat het een missie was met een hoog risicoprofiel. Het is een zeer moeilijke taak voor de mannen en vrouwen die daar overmorgen namens Nederland heen gaan. Ik denk dat het ook belangrijk is voor de manier waarop wij in het parlement met deze mensen omgaan, dat er op de juiste wijze over gesproken wordt. Ik wil beginnen met iets waar je normaal mee eindigt, namelijk met ze zeer veel succes te wensen in een heel belangrijke missie die de Afghaanse regering beschermt en waar zij een ongelooflijk belangrijke bijdrage aan zullen leveren. Dat vind ik eigenlijk het belangrijkste punt van dit debat.
Wij weten dat het een missie met een hoog risicoprofiel is. Vandaar dat het belangrijk is -- ik denk dat iedereen het daarover eens is -- om de vinger aan de pols te houden, op elk moment. Er kunnen namelijk internationale ontwikkelingen en nationale ontwikkelingen zijn en een discussie over de krijgsheren in Afghanistan, die het noodzakelijk maken constant de veiligheidsanalyse goed op zijn merites te beschouwen. In die zin is het van belang dat dit ook in de Kamer aan de orde komt.
Ik maak echter wel ernstig bezwaar tegen vergelijkingen die zijn gemaakt met Srebrenica. Ik wil dat hier kwijt als iemand die in de enquêtecommissie heeft gezeten. Natuurlijk komt er straks een discussie over in de Kamer, maar het mag niet zo zijn dat het woord "Srebrenica" gebruikt en misbruikt wordt om over elke missie die risico's heeft opmerkingen te maken. Er zijn risico's aan deze missie. Die nemen wij ook buitengewoon serieus. Ik heb in het Kamerdebat gewezen op de relatie tussen Enduring freedom en de missie ISAF en de afstemming daarvan. Ik wil de minister vragen om nog eens in te gaan op de vraag of bij een versterking van de krachten van Al Qaida en de consequenties van een mogelijke oorlog in Irak, die afstemming op goede wijze geregeld is. Dat is namelijk wel een kernprobleem tussen vredesafdwinging en vredesbewaring. Het kan niet zo zijn dat op elk moment dat er risico's zijn wij hier Srebrenica uit de kast halen en daarmee een indruk wekken die ik in ieder geval niet aan de orde vind. Dit is een volstrekt andere situatie. Dat betekent overigens niet dat wij niet de vinger zeer aan de pols moeten houden. Dat is ook de reden dat mijn fracties uitgebreide vragen heeft gesteld naar aanleiding van de reactie van het ministerie van Defensie op de uitlatingen van een Turkse generaal die mijn fractie zeer serieus neemt. Vandaar die vragen.

De heer Van Bommel (SP): Ik voel mij aangesproken, omdat ik drie punten van overeenkomst met Srebrenica naar voren heb gebracht. Ik wil de heer Koenders vragen of hij die drie overeenkomsten ook ziet. Een enclave, een vredesmissie in een land waar overigens oorlog wordt gevoerd, een beperkte duur van zes maanden en de aflossing moeten wij nog maar afwachten, evenals de veilige aftocht en er is een afhankelijkheid van derden. Die drie overeenkomsten ziet de heer Koenders als lid van de commissie die Srebrenica onderzocht heeft toch ook, hoop ik?

De heer Koenders (PvdA): Nee, die zie ik absoluut niet. Het is een missie met een hoog risicoprofiel, met een aantal risicopunten die wij zeer serieus nemen en waar wij de minister ook naar vragen en gevraagd hebben, maar de situatie is een volstrekt andere dan in Srebrenica. Het zou mij een half uur kosten om u dat uit te leggen, maar u zou het ook moeten weten. Het gaat niet om een enclave waarin een stad ligt die door bergen wordt omgeven en waar een volstrekt andere politieke situatie is en waar Nederland in zijn eentje zit. Ik kan u nog vele andere punten opnoemen, waardoor elke situatie verschillend is. Je moet altijd een operatie op zijn merites en zijn risico's beoordelen en die zeer serieus bekijken. Ik voel er niets voor om nu een soort Srebrenicasyndroom te creëren en dan de indruk te wekken dat sommige partijen meer aan de risico's denken dan andere. Ik ben zeer serieus als het gaat om de risico's. Daarom heb ik ook het initiatief genomen voor die vragen. Ik zal daar nog een of twee vragen aan toevoegen. Laten wij echter niet de enorme ernst van dat probleem te gemakkelijk gebruiken voor een projectie op een situatie die nu aan de orde is. Ik vind dat ook niet terecht ten opzichte van de militairen die wij daarheen zenden, omdat het een vergelijking is die op allerlei punten mank gaat.

De heer Van Bommel (SP): Ik vind het juist bezwaarlijk ten opzichte van de militairen die wij daar naartoe sturen als wij de overeenkomsten en de risico's niet bij naam noemen. De overeenkomsten die ik geschetst heb, worden op onderdelen door u tegengesproken, maar ik denk dat de hoofdlijn van de overeenkomsten ook door u niet kunnen worden ontkend.

De heer Koenders (PvdA): Ik denk het wel en ik heb dat ook geprobeerd te doen. Ik zou willen zeggen: waarom neemt u niet andere risicomissies die er in de wereld zijn geweest en waarmee misschien een betere vergelijking kan worden gemaakt, dan met Srebrenica? Ik zal de laatste zijn om mij niet te realiseren hoe ernstig de risico's kunnen zijn, ook voor onze soldaten. Je moet echter zeer precies zijn in de definiëring daarvan, want het kan niet zo zijn dat hier in het parlement vergelijkingen worden gemaakt die in de praktijk niet op gaan. Ik vind dat ook richting de mensen die daar heen gaan, niet terecht. Dat betekent niet je niet zeer kritisch zou moeten zijn op datgene wat er aan de hand is.

Ik kom nog even terug op de vragen die wij daarover gesteld hebben. Ik kan mij in algemene zin in de beantwoording daarvan vinden. Ik vond het lang duren voor de Nederlandse regering zelf de analyse maakte die in Duitsland al eerder was gemaakt. Zij had ook wat serieuzer mogen ingaan op de kritische punten van generaal Zorlu. Ik sluit mij op een punt aan bij mevrouw Karimi. Het moet een fout zijn dat de regering zegt dat de Afghanen weinig directe invloed zouden hebben vanuit Irak, vanwege gebrek aan communicatiemiddelen en de noodzaak om te overleven in een moeilijk dagelijks bestaan. De minister gaat overmorgen naar Kabul en zal daar zien dat dit ver bezijden de waarheid is.
Niet helder is mij de relatie tussen Enduring Freedom en de Amerikaanse aanwezigheid bij een mogelijke oorlog in Irak. In antwoord op vraag 4 stelt de minister dat ook tijdens een militair optreden tegen Irak de door de VS geleide coalitie en Enduring Freedom beschikken over een voldoende groot militair arsenaal in de regio, waaronder ongeveer 10.000 Amerikaanse militairen in Afghanistan zelf, om deze toezegging gestand te kunnen doen. Dit lijkt mij overigens een redelijk antwoord met een planningsdocument. Alleen schrijft de minister dan in reactie op vraag 7: wel bestaat er vanwege de beperkte militaire capaciteit van zowel de Verenigde Staten als de coalitielanden in algemene zin een verband tussen de inzet van militair en middelen ten behoeve van andere operaties zoals Enduring Freedom en een eventueel militair optreden tegen Irak. Ik zie daar een tegenstelling in. Wil de minister dit ophelderen? Ik ga uit van de waarde van het planningsdocument, maar in dit antwoord wordt daar toch enigszins aan afgedaan.
De belangrijkste vraag vind ik naast de risico's voor de Nederlandse soldaten -- en dat is heel belangrijk als wij het over Srebrenica hebben -- wat het voor het mandaat betekent, voor de bescherming van de regering van Afghanistan. Daarom gaan wij er immers heen. Wat betekent het als recente aanslagen het onmogelijk maken om bijvoorbeeld nachtpatrouilles te lopen? Zijn de risico's nu dusdanig dat hetgeen wij daar moeten doen feitelijk wordt beperkt door de aanslagen van de afgelopen periode? Wat is de mening van de regering hierover? Welke maatregelen kan men op basis van het beperkte mandaat nemen tegen gerichte aanslagen?
Wat is de inhoud van het gesprek geweest tussen de chef defensiestaf en de militaire bonden? Toen wij onze kritische vragen stelden over de veiligheid in Afghanistan, begreep ik uit het antwoord dat de bonden die voldoende vonden. Nu zijn zij opnieuw met een punt gekomen. Wordt hierover nog overlegd met het ministerie van Defensie? Moeten de soldaten terug als er iets mocht gebeuren? Dat zou een invitatie aan de partijen ter plekke zijn om de missie niet erg serieus te nemen. Dat lijkt mij een risico. Ziet de regering dat ook zo?
De fractie van de PvdA heeft ingestemd met een missie met een hoog risicoprofiel. Het is een zeer belangrijke missie voor de Afghanen, voor de Afghaanse regering. Ik vraag de regering om ons zeer gedetailleerd op de hoogte te houden van het verloop van die missie. Dat kan door middel van regelmatige rapportages zoals wij deze ook over de coalitie tegen terrorisme kregen. Ik zou dat op prijs stellen en de andere fracties met mij. Wij hebben ook het initiatief voor deze vragen genomen om de vinger aan de pols te houden. Voor het overige zijn wij tevreden met de antwoorden van de minister van Defensie. De Nederlandse soldaten wens ik nogmaals veel succes in hun belangrijke missie in Afghanistan.

De heer De Graaf (D66): Voorzitter. In november hebben wij met regering en parlement een duidelijk oordeel kunnen geven over de vraag of deelname van Nederlandse soldaten aan ISAF wenselijk is, met alle risico's die daarbij horen. Ook toen was het oordeel duidelijk dat er risico's zijn. Die zijn er per definitie. De beoordeling betreft alleen de vraag in hoeverre het verantwoord is om toch te gaan en al het mogelijke te doen om de risico's te beperken.

Ook in november bestond de mogelijkheid van het voeren van een oorlog in Irak. Misschien is deze mogelijkheid groter geworden, maar zij was toen ook aanwezig. Dat is geen nieuw feit.
We hebben begin januari de uitspraken van de Turkse generaal Zorlu gehad. Collega Koenders heeft daar terecht uitvoerige vragen over gesteld. Deze vragen zijn inmiddels al weer twee weken geleden beantwoord. De regering heeft ook daarin uitvoerig geantwoord, waarbij de nadruk lag op de permanente actualisering van de risicoanalyse. Ook dat is dus geen nieuw feit.
De raketaanval nabij Kabul is weliswaar een nieuw feit, maar deze is op zichzelf geen weerspreking van de informatie en de analyses die de regering tot dusverre heeft gemaakt. Het is hooguit een nadere invulling dat er inderdaad risico's zullen zijn. Ik had eerlijk gezegd ook niet verwacht dat deze er niet zouden zijn.
Aanvullende maatregelen zoals de mortieropsporingsradar zijn ook al in de beantwoording van de vragen van de heer Koenders aangekondigd. Het hoeft ons dus niet te verbazen dat deze aanvullende maatregelen werden genomen. Er is ook duidelijk gemaakt dat er harde afspraken zijn met de Verenigde Staten in geval van de noodzaak van een extractie.
Anders gezegd, wat is vandaag nu nog een nieuw feit dat ons extra zorgen zou moeten baren of ons op andere gedachten brengen? Ik zie dat niet. De brief die gisteren door de minister aan de Kamer is gestuurd, is eerder een bevestiging van de lijn die de afgelopen maanden is getrokken dan een nieuwe analyse. Ik ben het overigens eens met het bezwaar van de heer Koenders om hier voortdurend Srebrenica bij te halen. Ik heb er bezwaar tegen dat de Kamer van de zijde van verschillende fracties tot op het laatst het beeld zou oproepen van aarzeling, twijfel en onzekerheid. Ik vind dat we dat de Nederlandse troepen niet kunnen aandoen. Stick to your line, blijf bij je standpunt als er geen nieuwe risico's zijn bijgekomen. Wij hebben ook bezwaar tegen preventieve indekking vooraf, tegen een "I told you so"-politiek mocht het misgaan of tegen een schonehandenpolitiek.
Voorzitter. Ik heb een paar vragen in aanvulling op wat anderen reeds hebben gevraagd. In de brief van de minister wordt gesproken over een recente hergroepering van de Taliban en Al Quaida. Kan de minister daar iets meer over zeggen?
Het is mij opgevallen dat noch in de brief van gisteren noch in het antwoord van de minister op de vragen van de heer Koenders iets wordt gezegd over contact met de Afghaanse overgangsregering over de inschatting van de veiligheidssituatie nabij Kabul. Wij zijn daar tenslotte, zoals de heer Koenders zei, om die regering te beschermen. Ik ben benieuwd naar het oordeel van de overgangsregering zelf over de situatie.
Wat kan de minister hierover zeggen?
Voorzitter. De minister maakt melding van het feit dat de situatie uiteindelijk zodanig kan verslechteren dat de grondslag aan de missie zou kunnen komen te ontvallen. Dat roept bij mij de vraag op welke criteria hij daarbij zal hanteren. Wanneer is er sprake van een situatie dat de grondslag aan de missie zou komen te ontvallen? Is dat het geval wanneer er raketaanvallen en risico's voor de Afghaanse overgangsregering zouden zijn? Of moet er meer aan de hand zijn? Kan de minister daar iets meer over zeggen?
Voorzitter. Ik rond af. Ik denk dat het moment is gekomen om, ook al zal iedereen soms bezorgd zijn over de risico's, niet voortdurend aarzelingen en twijfels naar voren te brengen, maar volop de uitzending en de inzet van onze Nederlandse militairen te steunen en vast te houden aan de lijn die wij in november hebben ingezet.

Mochten dingen niet goed gaan, dan dragen ook de Kamer en de regering daar natuurlijk de volle verantwoordelijkheid voor. Er komt echter een moment waarop die verantwoordelijkheid moet worden genomen en dat is bij uitstek dit moment.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Voorzitter. Voor de ChristenUnie gaat het vanochtend niet over de vraag of Nederland ISAF-militairen moet uitzenden dan wel of Nederland samen met Duitsland een "lead nation" moet vormen. Over deze zaken hebben wij de afgelopen maanden uitgebreid gedebatteerd; die zijn nu niet aan de orde. Voor ons gaat het vanochtend over de vraag naar de veiligheid van de Nederlandse ISAF-militairen in het licht van de toegenomen spanning rond een mogelijk militair ingrijpen in Irak.
Ik wil de minister hartelijk dankzeggen voor zijn brief. Laat ik vooropstellen dat de brief van de minister en de beantwoording van de vragen van de heer Koenders mijn fractie tot de constatering hebben gebracht dat de regering serieus bezig is met een voortdurende risicoanalyse en adequaat inspringt op veranderingen in de situatie. Dat stelt ons gerust. Daar zijn wij blij mee. Toch hebben wij nog een aantal vragen.
In het antwoord op de vragen van de heer Koenders zegt de minister dat Nederland verwacht dat de spanningen bij een militair ingrijpen in Irak binnen de marges van het huidige risicoprofiel blijven. De Duitse generaal Van Heist heeft een paar weken geleden gezegd dat hij verwacht dat een oorlog in Irak de veiligheid van ISAF-militairen in gevaar kan brengen. Bestaat er verschil van inzicht tussen Nederland en Duitsland over de risico's die zijn verbonden aan een militair ingrijpen in Irak?
De minister schrijft voorts dat de risico's voor ISAF aanzienlijk zijn, maar nog steeds verantwoord. Hij noemt daarvoor een aantal redenen. Een van die redenen is het robuuste mandaat. Een woordvoerder van de defensievakbond heeft deze week juist aangedrongen op een uitbreiding van dat mandaat in verband met de veiligheid. Kan de minister een reactie geven op deze uitlating?
De minister schrijft over de harde toezegging van de Verenigde Staten om ISAF-militairen te hulp te komen in noodsituaties en te helpen bij een eventuele extractieoperatie. Hij kan daar niet veel over zeggen omdat deze zaak vertrouwelijk is. Kan de minister een toelichting geven op deze vertrouwelijkheid? Wie besluit uiteindelijk dat een evacuatie noodzakelijk is? Zijn dat de lead nations of overleggen de lead nations hierover met de Verenigde Staten?
De minister is in zijn brief ook ingegaan op de relatie met Enduring Freedom en de aanwezigheid in Irak. In de antwoorden op de vragen van de heer Koenders geeft de minister aan dat er vanwege de beperkte militaire capaciteit in algemene zin verband is tussen de inzet van militaire middelen ten behoeve van andere militaire operaties zoals de operatie Enduring Freedom en een eventueel militair optreden tegen Irak. Kan deze beperkte inzet van middelen de mogelijkheid om militairen te evacueren uit Afghanistan negatief beïnvloeden?
Ten slotte sluit ik mij aan bij de sprekers die de relatie met de uitzending naar Srebrenica hebben afgewezen. Ook ik was lid van de enquêtecommissie. Ik moet eerlijk zeggen dat een vergelijking van deze twee situaties, mede gelet op de brieven en de risicoanalyse, echt niet opgaat. We houden steeds de vinger aan de pols en spelen zo goed mogelijk op de situatie in. Natuurlijk moet ook het parlement de vinger aan de pols houden, kritisch zijn en vragen stellen, maar een doemscenario -- het zal wel zo gaan als bij Srebrenica -- vind ik ongepast. Daarvan neem ik grote afstand.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Het lijkt wel alsof mevrouw Huizinga net zolang doorging tot ik uit mijn stoel kwam.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Dat was niet mijn bedoeling.

De heer Van Bommel (SP): Niemand heeft hier een doemscenario geschetst. Ik heb wel gewezen op drie overeenkomsten. Ziet mevrouw Huizinga die overeenkomsten ook? Ik noem: een vredesmissie in een land waar overigens oorlog is, de afhankelijkheid van derden om er weg te komen als het te onveilig wordt en de beperkte duur van zes maanden, die door de Kamer is aangegeven, waarbij de aflossing op het moment dat het fout zal gaan natuurlijk weer een probleem wordt. Deze drie overeenkomsten zijn glashelder. Omdat mevrouw Huizinga een doemscenario zo verwerpt, vraag ik haar om op die drie overeenkomsten te reageren.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Die drie overeenkomsten zijn er zeker, maar de verschillen tussen de situatie in Srebrenica en deze situatie zijn nog veel groter dan de overeenkomsten die de heer Van Bommel zojuist heeft genoemd. Ik heb de door hem genoemde overeenkomsten niet in mijn hoofd. Wellicht kan hij die nog even één voor één noemen. Dan kan ik daarop reageren.

De heer Van Bommel (SP): De eerste overeenkomst is: een vredesoperatie in een land waar verder oorlog wordt gevoerd, in een land waar geen sprake van vrede is.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): De situatie in Afghanistan is totaal anders dan die in Srebrenica. In Srebrenica hadden wij te maken met lange aanvoerlijnen en met het risico dat je afgeknepen kon worden. Dat is hier allemaal totaal niet aan de orde. Er is nu juist aandacht voor de daadwerkelijke mogelijkheid voor de militairen om weg te gaan wanneer het moeilijk wordt. Dat is een belangrijke les die wij uit de situatie in Srebrenica hebben getrokken.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. Ik zal mijn overige twee punten niet meer noemen. Mevrouw Huizinga heeft gezegd dat zij de overeenkomsten op zichzelf wel ziet.

Mevrouw Huizinga-Heringa (ChristenUnie): Er zijn overeenkomsten, maar de verschillen zijn veel groter.

De heer Van Bommel (SP): Zij ziet de verschillen in de details. Ik blijf het maar even houden op de overeenkomsten.

De heer Herben (LPF): Voorzitter. Naarmate de spanningen rondom de eventuele oorlog tegen Irak verder oplopen, begint het hier een bijna wekelijks ritueel te worden om door GroenLinks te worden opgeroepen voor een spoeddebat. Ik hoop en vertrouw oprecht dat de veiligheid van de Nederlandse militairen de reden is waarom dit spoeddebat wordt gehouden.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Voorzitter. Ik maak hier echt groot bezwaar tegen! Ik snap dat de fractie van de LPF er een traditie van wil maken om parlementaire debatten een ritueel te noemen, maar het gaat hier om een zeer serieuze zaak. Daarover zullen wij debatten blijven aanvragen.

De heer Herben (LPF): Ik vertrouw er dus oprecht op dat de reden voor het aanvragen van dit debat is gelegen in de zorg om de veiligheid van de Nederlandse militairen, al kan ik dat moeilijk rijmen met de wens van GroenLinks om het mandaat uit te breiden tot het gebied buiten Kabul. De taak van ISAF is juist niet om de strijdende partijen te scheiden. Als je dat doet, en je begeeft je buiten Kabul, maak je van de militairen een schietschijf.
De veiligheid van de Nederlandse militairen gaat ook de Lijst Pim Fortuyn zeer ter harte. Niet alleen als volksvertegenwoordiger trek ik mij het lot aan van de Nederlandse mannen en vrouwen aldaar, maar ook als mens veroorloof ik mij om mijn oud-collega's en vrienden ter plekke te volgen. Daarom past op deze plaats lof richting de Nederlandse militairen in Afghanistan. Net zo goed als politiemensen die zich in probleemwijken begeven of brandweerlieden die een brandend huis betreden, verdienen de Nederlandse militairen die zich in een gebied begeven waar het loodgehalte in de lucht nu eenmaal erg hoog is, lof. De Nederlandse militairen en hun buitenlandse collega's zijn ter plaatse om een stabieler klimaat te bevorderen.
Ik heb uit de brief van de minister van Defensie begrepen dat al het mogelijke is gedaan. Er zijn geen beperkende VN-mandaten, zoals in eerdere situaties het geval was. Er is door diverse sprekers dan ook terecht afstand genomen van een vergelijking met de situatie in Srebrenica. Onze militairen zijn niet machteloos gemaakt. Ik wil echter graag de verzekering van de bewindsman dat alle organieke middelen waarover bijvoorbeeld een Luchtmobiele brigade beschikt, ook aanwezig zijn en dat er geen beperkingen zijn opgelegd met betrekking tot bijvoorbeeld scherfwerende vesten, handgranaten, raketwerpers en dergelijke. Ik mis overigens de gepantserde jeep in het arsenaal dat de Nederlandse militair kan meenemen. Wij zien de mercedessen weliswaar door de straten rijden, maar er zijn alleen maar ongepantserde jeeps voorhanden. De minister heeft gezegd dat er extra Patria's die kant uit zullen gaan, maar het zou een goede zaak zijn als de lichte gepantserde jeeps die bijvoorbeeld ook in Noord-Ierland rondrijden, ter plekke zouden kunnen worden gebruikt. Dat geeft iets meer veiligheid.

De heer Koenders (PvdA): Voorzitter. Ik heb zelf enige ervaring in dit huis met voorstellen inzake extra bewapening. Dat is altijd een interessant debat. De vorige keer had ik gelijk, maar anderen hadden die mening niet. Ik wil de heer Herben om duidelijkheid vragen.

Als je zoiets voorstelt, moet je immers ook zeggen dat je wilt dat dat gebeurt. Daarom had ik ook een beetje problemen met dit debat: je roept mensen terug of je hebt vertrouwen. In dit geval vraag ik of u vindt dat die gepantserde auto's mee moeten of niet.

De heer Herben (LPF): Ten aanzien van alle mogelijke middelen die wij nu hebben -- de "organieke middelen", zoals zij zo fraai heten -- wil ik graag de verzekering van de bewindsman dat zij aanwezig zijn en dat zij gaan. In de brief worden twee Patria's, gepantserde wielvoertuigen, genoemd; wellicht zijn er meer nodig, maar ik wil slechts de verzekering dat er geen beperkingen zijn ten aanzien van de uitrusting, zoals die er in het verleden wel zijn geweest.
Ten aanzien van de militaire dreiging hebben wij niet zozeer te maken met een georganiseerde militaire dreiging. Daardoor gaat de door de heer Van Bommel aangekaarte vergelijking met Srebrenica mank, want in dat geval was er sprake van een zeer efficiënt en georganiseerd Bosnisch-Servisch leger; wij hebben in dit geval te maken met krijgsheren. Zij zijn weliswaar niet voor een kleintje vervaard en durven de dood in de ogen te zien; ik geef dus graag toe dat zij zeer gevaarlijk zijn, maar het gaat niet om een georganiseerde militaire dreiging tegen de ISAF-eenheden. Het grootste gevaar wordt gevormd door terroristische aanslagen. Daarom is het van belang om te weten hoe momenteel de verhoudingen zijn met de burgerbevolking. Zijn die op dit moment inderdaad warm, zoals ik opmaakte uit de laatste opmerking in de Defensiekrant? Majoor Lindeboom stelt daar dat de Afghaanse bevolking weer reden tot lachen ziet en dat de bevolking "dondersblij" met ISAF is. Voor mij is dat natuurlijk een zeer betrouwbare bron van informatie. Ik hoop dat de minister, wanneer hij er volgende week naar toe gaat, zich ervan kan vergewissen dat de situatie in Kabul inderdaad zo is dat de bevolking blij is met de aanwezigheid van ISAF, want dat is van het grootste belang. Daarbij past een vraag. Ik herinner mij van een eerdere VN-operatie, in Eritrea, dat de VN daar actief zorgden voor goede informatieverstrekking aan de burgerbevolking. Is er enig zicht op het opereren van de media in Afghanistan? Zijn er ophitsende elementen en zorgen de VN ervoor dat de bevolking goed wordt geïnformeerd over de juiste stand van zaken?
Wij praten over een overgangsregering, maar hoe lang duurt die overgang bij deze regering nog? Is er uitzicht op de vorming van een nationaal leger?
De gekozen vorm voor de vredesmacht in Kabul, een brigadestructuur waarvan Nederland samen met Duitsland het hoofdkwartier en enkele infanterie-eenheden vormt, heeft ook de voorkeur van de LPF, met name omdat daardoor veel mankracht kan worden aangetrokken uit andere landen. Dat heeft het voordeel dat onder andere Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië troepen leveren; grote naties staan ons dus bij. Nadeel van de huidige samenstelling, met veel West-Europese eenheden, is dat er slechts één Turkse compagnie in zit. Dat vind ik jammer. Ik zou de minister en ook zijn collega van Buitenlandse Zaken willen vragen om te bezien in hoeverre eenheden uit bijvoorbeeld Jordanië, Marokko en Egypte, die op het punt van vredesoperaties inmiddels ook een grote reputatie hebben opgebouwd, bereid zouden zijn om deel te nemen aan ISAF. Deelname van moslimlanden zou het gevaar verminderen en de veiligheid immers vergroten.
Natuurlijk is maximale paraatheid nodig bij een eventuele oorlog tegen Irak, maar dat geldt eerlijk gezegd in heel Europa en van New York tot Bali, want wij hebben nu eenmaal te maken met een wereldwijd opererend moslimextremisme, waarvoor wij niet mogen buigen. Wij mogen ons niet bij voorbaat laten gijzelen door de Saddams en de Bin Ladens van deze wereld.

Minister Kamp: Voorzitter. Ik dank de Kamerleden voor hun inbreng en ik zal proberen om de conclusie van de heer Van Baalen, te weten dat mijn brief de situatie duidelijk maakt en dat de regering verantwoord bezig is, de conclusie van iedereen te laten worden. De Kamer vraagt bij deze gelegenheid en bij andere gelegenheden terecht aandacht voor de veiligheidssituatie in Afghanistan. De Nederlandse militairen maken in Kabul deel uit van een ISAF-eenheid van 4800 man uit 26 landen die op basis van een resolutie van de Veiligheidsraad en op verzoek van de Afghaanse regering het moeizame proces van verzoening en wederopbouw ondersteunen. Dat is een belangrijke missie, maar ook een missie waaraan risico's zijn verbonden.
Terecht wordt in dat verband voortdurend aandacht voor de veiligheid gevraagd. Op mijn ministerie zijn wij daarmee permanent bezig. Voortdurend wordt de veiligheidssituatie van ISAF in Afghanistan gevolgd. De chef defensiestaf en ik beginnen elke morgen met een bespreking van de situatie in kleine kring. Wij evalueren de gebeurtenissen, nemen kennis van de rapportage van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst over de meest recente gebeurtenissen en ontwikkelingen en kijken of wij daaruit conclusies moeten trekken. Ik heb al gezegd dat wij daar permanent mee bezig zijn. Dat betekent dat wij voortdurend evaluaties van de veiligheidssituatie maken. Het is echter ook verstandig om af en toe de zaak van enige afstand op te bekijken en alles op een rijtje te zetten. Daartoe heb ik vorige week opdracht gegeven en die opdracht is bijna afgerond. Wij zullen dan opnieuw onze conclusie trekken over de veiligheidssituatie. Ik zal de Kamer graag bij een volgende gelegenheid van onze bevindingen en conclusies op de hoogte stellen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Betekent dit dat de minister al opdracht heeft gegeven voor het maken van de door mij gevraagde nieuwe veiligheidsanalyse?

Minister Kamp: Zeker. Ik heb willen aangeven dat de beoordeling van de veiligheidssituatie een permanent proces is, waarbij voortdurend conclusies worden getrokken, maar dat het daarnaast verstandig is om dit regelmatig opnieuw te doen. Sinds vorige week zijn wij daarmee bezig en ik hoop dat onderzoek deze week af te ronden en ik zal de Kamer daarover bij een volgende gelegenheid op gepaste wijze informeren.
Zoals de Kamer weet, is een groep Nederlanders in het kader van ISAF al enige tijd in Kabul en wordt deze groep flink uitgebreid. Op dit moment zijn er 550 mensen en dit aantal zal oplopen tot ongeveer 650. Dit huis, mijn departement en vooral onze mensen in Afghanistan, zijn ervan doordrongen dat er aanzienlijke risico's aan deze operatie zijn verbonden. Daarvan heb ik nooit een geheim gemaakt. In de informatie die ik aan de Kamer heb verschaft, is steeds op die aanzienlijke risico's gewezen. Afghanistan heeft nu eenmaal geen traditie van een sterk centraal gezag. Het is een land met een wijdverbreid wapenbezit, corruptie en grootschalige drugshandel. Er kan dus van alles misgaan, maar wij zijn er ook van doordrongen dat er kansen zijn voor verbetering en vooruitgang voor de inwoners van Afghanistan. Mevrouw Karimi sprak over een conclusie die getrokken zou zijn door de heer Brahimi, de speciale vertegenwoordiger daar. De heer Brahimi heeft enkele dagen geleden nog in een rapportage vastgelegd dat er sprake is van een opmerkelijke vooruitgang op vele fronten in Afghanistan en daar gaat het uiteindelijk om.
De uitvoering van het akkoord van Bonn is op dit moment gaande. Dat moet uitmonden in algemene en vrije verkiezingen in de zomer van het jaar 2004. Heel belangrijk is dat de belangrijkste krijgsheren en de andere machtshebbers in Afghanistan zich gebonden hebben aan de uitvoering van het akkoord van Bonn. Soms vinden er nog schermutselingen plaats tussen lokale krijgsheren, maar dat is buiten het ISAF-gebied. In en rond Kabul, de locatie waar ISAF actief is, is het relatief rustig, maar allerminst probleemloos. In Kabul wonen 3 miljoen mensen. Er zijn criminelen en antiwesterse elementen die verbonden zijn met de Taliban, Al Quaida of met de krijgsheer Hekmatiar.
Er is gevraagd of er aanwijzingen zijn dat er verbindingen tussen de verschillende groeperingen zijn. Van verschillende kanten is men bezig met oppositie tegen de regering in Afghanistan en tegen de troepenmacht die probeert de regering te ondersteunen. Het is denkbaar dat er samenwerking plaatsvindt, maar concrete aanwijzingen daarvoor heb ik op dit moment niet.

Wel gaat er van deze antiwesterse elementen een dreiging uit richting ISAF. Dat is natuurlijk een belangrijke factor in onze risicoanalyses die wij steeds met de Kamer hebben gedeeld en zullen blijven delen. In de afgelopen drie maanden zijn vijf keer projectielen afgevuurd in de omgeving van het ISAF-kampement. Daarbij zijn gelukkig geen slachtoffers gevallen. Ik wil allerminst proberen te relativeren wat daar gebeurt, want het is gevaarlijk en ik maak mij er zorgen over. Het gaat om raketten van een bijzondere soort. Het zijn vermoedelijk raketten van Chinese makelij, kleine installaties die door iemand in een auto kunnen worden meegenomen en voor gebruik op een driepoot kunnen worden neergezet. Het zijn raketten van een meter lang met een lont eraan. Wij schatten het bereik ervan in op zo'n acht kilometer. Wij denken dat het de laatste keer dat er ontploffingen zijn geweest ging om dit soort projectielen die op een afstand van ongeveer twee kilometer van het ISAF-kampement zijn neergekomen. Wij hebben geen aanwijzingen waarvandaan het derde projectiel is geschoten noch waar het is terechtgekomen.
Het lijkt mij goed om alvorens op een aantal andere vragen in te gaan, aan te geven welke maatregelen ISAF heeft genomen en voortdurend neemt. ISAF kijkt voortdurend of er aanleiding is om de maatregelen bij te stellen teneinde de dreiging te minimaliseren en zich in staat te stellen om haar werk, de ondersteuning van de Afghaanse regering in dat moeizame proces van verzoening en wederopbouw, zo goed mogelijk uit te voeren. In de eerste plaats moeten wij ons realiseren dat ISAF geen groep padvinders is. Het gaat om drie versterkte infanteriebataljons. Er is een geniebataljon. Er zijn beveiligingscompagnieën Er zijn explosievenopruimingseenheden. Men heeft ter beschikking wat men nodig heeft. Mij is geen verzoek van een ISAF-commandant bekend om versterking of verbetering van de middelen waarover men beschikt, dat niet is toegekend.
Er zijn vanzelfsprekend bunkers ingericht in het kampement waar onder anderen de Nederlandse militairen verblijven zodat er dekking kan worden gezocht als er beschietingen in de omgeving mochten plaatsvinden. Er is een geniedetachement van ons bezig om de versterkingen waar dat mogelijk is uit te breiden en te verbeteren. Wij zijn voortdurend bezig met specifiek gerichte patrouilles om in het gebied te kijken van waaruit mogelijk wordt geschoten naar het ISAF-kampement of naar Kabul. Wij kijken wat daar gebeurt en proberen zoveel mogelijk te voorkomen dat er iets dergelijks gebeurt. Wij werken er nauw samen met de Afghaanse veiligheidsdiensten, wat van het grootste belang is.
In dit verband is al door een van de woordvoerders aangegeven dat wij ook verschillende motieropsporingsradars naar het gebied brengen. Ik verwacht dat zo'n mortieropsporingsradar met een week geactiveerd zal kunnen zijn. Dat betekent dat wij dan in staat zijn om als er weer wordt geschoten te bepalen welke baan dat projectiel heeft gevolgd en waar het vandaan is gekomen. Wij kunnen er dan snel en gericht mensen naartoe sturen om de situatie te onderzoeken. Gevraagd is of al informatie beschikbaar is over de ontploffingen die zich recentelijk aldaar hebben voorgedaan. Dat is niet het geval. Wij hebben niet precies kunnen vaststellen waarvandaan is geschoten. Wij hebben ook niet in alle gevallen kunnen vaststellen waar de projectielen terechtgekomen zijn. Vandaar dat het van belang is dat er mortieropsporingsradar in dat gebied komt, zodat wij het de volgende keer wel te weten kunnen komen, inzicht kunnen krijgen in de achtergronden en zo mogelijk herhaling van dat soort beschietingen kunnen voorkomen.
Er is een groep militairen van ons korps commandotroepen actief in Kabul. Er waren al 23 commando's toegevoegd aan de Nederlandse eenheid aldaar. Wij zijn bij een van onze veiligheidsrisicoanalyses tot de conclusie gekomen dat meer commando's er goed werk zouden kunnen doen. Wij hebben het aantal commando's daarom bijna verdubbeld tot 45. Die zijn in staat voortdurend verkenningspatrouilles uit te voeren. Het is namelijk in algemene zin van het grootste belang voor de veiligheid van de Nederlandse militairen daar dat wij voortdurend alert zijn op wat er kan gebeuren, dat wij beschietingen proberen te voorkomen en adequaat kunnen reageren indien die zich toch mochten voordoen. Deze patrouilles zijn daarvoor van het grootste belang.
Zoals bekend zijn er pantserwielvoertuigen meegegaan met het Nederlandse contingent. Bij een van de analyses hebben wij de conclusie getrokken dat het verstandig zou zijn om er nog enkele aan toe te voegen. Dat is inmiddels gebeurd.
De heer Herben vroeg of het goed zou zijn om er met gepantserde jeeps rond te gaan rijden. Dat past niet goed in het werk dat wij daar doen.

Wij zijn daar op patrouille in het gebied. Het is een gebied waar altijd veel oorlog en beschietingen zijn geweest en waar wij nu in een aantal maanden tijd het aantal beschietingen hebben zien teruggebracht tot vijf. Voor de bevolking is er dus sprake van een zeer opmerkelijke verbetering. Men is ook blij met de Nederlandse aanwezigheid en de ISAF-inbreng. Onze mensen merken dit ook voortdurend in het contact met de bevolking. De heer Herben verwijst terecht naar de Defensiekrant, want daarin wordt weergegeven wat onze mensen die daar op patrouille zijn, zelf ervaren. Zij weten dit het allerbeste en zij ervaren de blijheid van de mensen in Kabul over de inzet van ISAF.
De inzet van gepantserde jeeps past niet zo goed in de patrouilles. Daarbij wordt de jeep verlaten en wordt contact gezocht met de bevolking om te zien wat er aan de hand is. Om dan vervolgens weer weg te rijden in een gepantserde jeep weg, is een schijnzekerheid waarop niemand zit te wachten.
Er zijn allerlei noodscenario's opgesteld. Er ligt niet alleen een noodscenario voor het geval wij of ISAF weg zullen moeten uit Kabul, maar ook voor allerlei andere situaties. Die zijn gebaseerd op vragen als: wat kan er gebeuren, welke calamiteiten kunnen zich voordoen en wat zouden wij dan moeten doen. Wij hebben een stappenplan gemaakt waarin precies omschreven staat welke stappen wij bij welke ontwikkelingen moeten zetten.
Tenslotte is van belang dat wij met de Amerikanen goede afspraken hebben gemaakt, opdat zij ons in het kader van Enduring freedom waarvoor 10.000 man is gelegerd in Afghanistan, te hulp zullen komen als zich een noodsituatie voordoet en wij bijvoorbeeld genoodzaakt zullen zijn om het land te verlaten. Dit geldt niet alleen voor de Nederlanders of ISAF die Afghanistan verlaten, maar ook de andere buitenlanders die het land willen verlaten.
Wij hebben hierover goede, gedetailleerde afspraken gemaakt. Die afspraken zijn ook vastgelegd. Ik zeg u dat dit goed is geregeld. Ik vraag aan de Kamer om begrip voor het feit dat ik het document waarin die afspraken zijn neergelegd, niet ter inzage geef. Het is mijn werk om dit naar behoren te regelen. Ik heb dit ook gedaan. Het is niet in het belang van onze militairen en van ISAF dat dit soort stukken te wijd wordt verspreid.
Ik heb al eerder gezegd dat de Nederlandse militairen die nu in de Kabulregio zijn, hebben aangegeven dat zij op dit moment geen aanvullende veiligheidsmaatregelen noodzakelijk achten. Wij hebben van de leiding of de militairen ter plaatse geen signalen ontvangen. Men weet dat wij voortdurend alert zijn op alle mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen, maar met schijnzekerheden en teveel materieel waarmee je in feite niets kunt doen, is niemand gebaat.
Ik zou het een verontrustende ontwikkeling vinden als bijvoorbeeld de bevolking in Kabul zich van ISAF zou afkeren of als belangrijke krijgsheren zich tegen de overgangsregering of tegen ISAF zouden verzetten of als er grootschalige gevechten waren tussen krijgsheren elders in Afghanistan. Dit is allemaal niet het geval. Ik denk dat ISAF mede dankzij de Nederlandse inzet in Afghanistan kan slagen. Nederland doet mee. Nederland neemt de komende zes maanden de verantwoordelijkheid voor het geven van leiding. Nederland is een van de landen die het mogelijk maken dat het proces van verzoening en wederopbouw in Afghanistan kan slagen. Voor de geplaagde, geteisterde inwoners van Afghanistan is het van het grootste belang dat wij daarin slagen.
Ik ga nu nog kort in op de vragen die zijn blijven liggen, maar ik ga voorbij aan de vraag van mevrouw Karimi of ik wel eens van een transistorradio heb gehoord. Ik ga ook voorbij aan haar stelling dat wij laks omgaan met risico's. Zij heeft gevraagd of wij iets doen om de krijgsheren te beteugelen. Ja natuurlijk doen wij dat. Wij versterken de regering en wij vinden het van belang dat die regering mede uit krijgsheren bestaat. Voor zover mogelijk worden zij daarbij betrokken. Het verzoeningsproces vindt ook binnen de regering plaats. Naarmate wij er met ISAF in slagen om de regering beter te laten functioneren, zullen de krijgsheren in het land worden beteugeld. Ik heb al in algemene zin gezegd dat Afghanistan niet alleen een land is dat al decennialang wordt geplaagd door oorlogen en burgeroorlogen, maar ook dat het geen traditie heeft van een sterk centraal gezag. Ook die moet worden opgebouwd.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): De vraag over de radio mag u laten liggen. Dat geldt echter niet voor mijn vraag over de laksheid van het optreden, omdat zij de relatie tussen een eventuele aanval op Irak en de situatie in Afghanistan betrof. Daar bent u tot nu toe überhaupt niet op ingegaan.

Minister Kamp: De opmerking van mevrouw Karimi heb ik als zeer onheus ervaren. Wij zijn op alle plekken in Kaboel, aan allerlei vergadertafels in de wereld en op ons eigen ministerie iedere dag voortdurend bezig met de veiligheidssituatie. De stelling dat wij laks met de risico's zouden omgaan is onheus; andere kwalificaties zal ik nu vermijden.
Over de relatie tussen wat er in Irak gebeurt en wat in Afghanistan zeg ik het volgende. Als de Verenigde Staten en bondgenoten in Irak optreden, worden anderen elders in de wereld daardoor extra gemotiveerd om dingen te gaan doen. Dat kan zich natuurlijk ook voordoen in Afghanistan. Wij zijn ons bewust van dat risico. Vandaar dat wij daar zo alert zijn. Vandaar ook dat wij onze uiterste best doen om de regering in Afghanistan zo snel mogelijk zo sterk mogelijk te maken om de situatie in dat land te controleren. Wij weten dat wij risico's lopen en dat die zich in versterkte mate kunnen voordoen als er een actie plaatsvindt in Irak. Dat proberen wij overigens van harte te voorkomen, maar dat is een ander verhaal. Dat wij daar op enig moment of in enige vorm laks mee zouden omgaan, is niet waar.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Ik wil gewoon een concreet antwoord op een concrete vraag die ik heb gesteld. Dit zijn allemaal algemene zinnen. Ik heb hier het verslag van ons overleg met de voorganger van de minister. In dat overleg heeft toenmalig minister Korthals gezegd dat er niet met zoveel woorden over Irak is gesproken. Die woorden hadden betrekking op een gesprek met de Amerikanen over de overname van het bevel en de relatie met een eventuele oorlog tegen Irak. Mijn concrete vraag aan de minister was of dit inmiddels wel is gebeurd. Heeft hij met de Amerikanen over dit onderwerp gesproken? Zo ja, wat was hun reactie?

Minister Kamp: Mevrouw Karimi heeft de neiging om haar opmerkingen vooral als concreet te bestempelen en die van mij als algemeen, terwijl ik probeer net zo concreet te zijn als zij dat meent te zijn. Wij hebben wekelijks overleg over de samenloop van acties van ISAF en de operatie Enduring Freedom. Wij hebben eveneens wekelijks overleg met vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering, vertegenwoordigers van degenen die betrokken zijn bij ISAF en vertegenwoordigers van degenen die betrokken zijn bij de operatie Enduring Freedom. Wij voeren niet voortdurend overleg met degenen die betrokken zijn bij Irak, omdat daar nog geen actie gaande is. Integendeel, wij proberen een actie in Irak te voorkomen. Daarop is onze inzet gericht. Wij hebben wel overleg met de Amerikanen en met anderen in het kader van de defensieve planning ter voorbereiding op een eventuele actie in Irak. Daarbij komt alles aan de orde wat relevant is. Zodra er aanleiding is om een verband met ISAF te leggen, dan doen wij dat. Dat geldt bijvoorbeeld voor het geval dat wij ondersteuning van de Amerikanen nodig hebben als wij in laatste instantie moeten terugtrekken uit Afghanistan. Het overleg daarover vindt dus plaats. Overleg waarvoor geen reden is, omdat er nog geen actie is in Irak, vindt niet plaats.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Dat was heel veel informatie waar ik helemaal niet om had gevraagd. Mijn concrete vraag is of de Nederlandse regering op enig moment met de Amerikaanse regering heeft gesproken over de gevolgen van een aanval op Irak voor de activiteiten van ISAF in Afghanistan. Is het ja of nee? Ik zou u dankbaar zijn als u een concreet antwoord geeft.

Minister Kamp: Overleg daarover heeft plaatsgevonden in het licht van de ondersteuning die wij mogelijk voor de ISAF-operatie nodig hebben. Bij die operatie lopen wij risico's. Er kunnen zich noodsituaties voordoen. Wij hebben die in beeld gebracht, evenals de ondersteuning die wij daarbij nodig hebben. Uiteindelijk is ondersteuning natuurlijk aan de orde in het geval er een terugtrekking in moeilijke omstandigheden moet plaatsvinden. In dat verband is er overleg met de Amerikanen geweest. Dat overleg is op dit moment relevant. Ander overleg, dat niet relevant is, is er niet geweest.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Er vindt een zelfstandig overleg plaats over de steun van de Amerikanen op het moment dat een extractie nodig zou zijn, want dat heeft niets met Irak te maken. Het geldt voor ieder moment. Zodra Nederland een bijdrage aan ISAF ging leveren, werd bij terugtrekking op de steun van de Verenigde Staten gerekend.

Daarover is in de Kamer uitvoerig gesproken. Is er, behalve dit zelfstandige overleg, in het kader van de ontwikkelingen rond een eventuele oorlog tegen Irak met Nederland hierover gesproken? Ik begrijp van u dat dit niet gebeurd is.

Minister Kamp: Ik ga die vraag nu voor de vierde keer beantwoorden, en wat mij betreft is dat de laatste keer. Mevrouw Karimi wil niet luisteren. Ik heb tegen haar gezegd dat het niet alleen om extractie gaat, maar om verschillende noodsituaties die zich kunnen voordoen. Wat in Irak gebeurt, zou van invloed kunnen zijn op de mogelijkheden van de Amerikanen en de anderen die in het kader van operatie Enduring freedom samenwerken, om bij noodsituaties in Afghanistan te helpen. Wij hebben ons ervan vergewist dat wij de steun kunnen krijgen die nodig is om de veiligheid van de ISAF-mensen zeker te stellen, ook wanneer in geval van een actie in Irak een speciaal beroep wordt gedaan op allerlei middelen. Ik kan het antwoord niet duidelijker geven dan ik nu heb gedaan.
Mevrouw Karimi zegt dat wij van Kabul geen veilige haven kunnen maken temidden van een roversnest. Dat roversnest was er; de Taliban waren daar de baas. De Taliban zijn nu weg en er is een overgangsregering. In het kader van ISAF zijn 26 landen bezig om vanuit Kabul de overgangsregering te versterken. Daarnaast werkt een aantal landen samen in het kader van de operatie Enduring freedom om in de rest van Afghanistan terroristen uit te schakelen. Als dat lukt, wordt daarmee de positie van de overgangsregering versterkt. Met onze bijdrage aan zowel de operatie Enduring freedom als aan ISAF zetten wij zetten ons ervoor in om voor de mensen in Afghanistan zo snel mogelijk een betere situatie te creëren. Kwalificaties als "een veilige haven temidden van een roversnest" maak ik niet tot de mijne.
De heer Van Bommel heeft de ISAF-operatie uniek en absurd genoemd. Dat is zijn kwalificatie. Hij heeft mij ook gevraagd een drietal overeenkomsten die hij ziet met Srebrenica, te analyseren. Daartoe ben ik niet bereid. Dit spoeddebat is daarvoor niet bedoeld. Nederland heeft al in een heel vroeg stadium lessen getrokken uit hetgeen in Srebrenica is gebeurd. De regering heeft in 1995 een toetsingskader opgesteld en met de Kamer besproken. Daarbij is precies aangegeven hoe wij in vergelijkbare situaties op een betere, zorgvuldige manier tot besluitvorming en uitvoering daarvan kunnen komen. Vervolgens hebben wij opnieuw geleerd van hetgeen daarna is gebeurd. In het jaar 2001 hebben wij het toetsingskader aangepast. Dit toetsingskader is zorgvuldig toegepast bij deelname aan de ISAF-operatie in Afghanistan. De heer Van Bommel legt een verband tussen hetgeen zich in Srebrenica heeft afgespeeld en wat er nu in Afghanistan gebeurt. Dit brengt hem mogelijkerwijs tot de conclusie dat de ondersteuning van de regering en van de bevolking van Afghanistan niet gegeven moet worden. De vergelijking tussen Srebrenica en Afghanistan is echter niet terecht.
De heer Eurlings heeft erop gewezen dat er wat de CDA-fractie betreft geen sprake mag zijn van uitbreiding van het mandaat. Hij vindt dat het na zes maanden Nederlandse leiding van de ISAF-operatie echt moet zijn afgelopen. De regering wil evenmin uitbreiding van het mandaat. Over het mandaat van de VN-veiligheidsraad dat er nu ligt, is met de Kamer van gedachten gewisseld. Onze mensen zijn ingesteld op uitvoering van dat mandaat. Wij willen geen uitbreiding van het gebied. Ik laat er geen enkel misverstand over bestaan dat wij na zes maanden uit Afghanistan weg gaan.

De heer Van Bommel (SP): Is er op dat laatste punt overeenstemming met de Verenigde Naties? De minister zegt heel krachtig in de Kamer dat Nederland als leidend land na zes maanden uit die missie vertrekt. Ik neem aan dat dit bekend is bij de Duitsers en de andere partijen. De minister zegt bovendien impliciet dat zelfs als er geen aflossing is en er geen vervanger voor de Nederlandse leiding is, Nederland zich terugtrekt en het risico neemt dat de door hem zo gewenste missie mislukt. Dit neem ik tenminste aan.

Minister Kamp: Een eventuele mislukking van de missie heeft in ieder geval niets te maken met de opstelling van de SP, want wat deze partij betreft, was die missie niet eens begonnen. Ik zal hier dus verder niet op in gaan.
Tegen degenen die wel verantwoordelijkheid voor de missie hebben gedragen, zeg ik dat wij er nooit een misverstand over hebben laten bestaan dat wij dit gedurende zes maanden kunnen en willen doen. Mijn voorganger heeft dit gedaan, ik heb dit gedaan en de Kamer heeft dit gedaan. Dit gaat dus gebeuren en betekent dat wij inderdaad na zes maanden weggaan.

De heer Van Bommel (SP): De vraag was of dit tegenover de Duitsers en andere partners net zo duidelijk is gesteld als tegenover ons. Het betekent namelijk dat een ander land de leiding op zich moet nemen. Het is dus de beslissing van de minister dat Nederland na zes maanden weggaat, ongeacht wat er gebeurt.

Minister Kamp: Onze beslissing is niet om na zes maanden weg te gaan, maar om er gedurende zes maanden verantwoordelijkheid te dragen. Dat hebben wij besloten. Eerst hebben de Engelsen dit gedaan, daarna hebben de Turken dit gedaan en nu doen de Nederlanders en de Duitsers dit. Wij werken nu eenmaal samen in het Duits-Nederlandse legerkorps. Na ons zullen anderen het weer doen. Wij nemen dus geen besluit om weg te gaan, maar om buiten de daar reeds aanwezige 240 mensen nog eens 400 mensen te leveren en om gedurende zes maanden daar de eerste verantwoordelijkheid te dragen. Ik heb net al tegen de heer Van Bommel gezegd hoe dit verder moet worden uitgelegd. Neem maar van mij dat wij daar geen enkel misverstand over laten bestaan.
De heer Eurlings en anderen vroegen of ik nadrukkelijker kan aangeven of de vijf aanslagen van de afgelopen maanden met projectielen in de omgeving van het kampement waar onder anderen de Nederlanders zijn gelegerd binnen de marges valt van onze verwachtingen. De verbeteringen in Kabul en in Afghanistan vind ik net als de heer Brahimi opmerkelijk. Als men weet wat er allemaal in Kabul, waar drie miljoen mensen wonen, verwoest is en als men weet hoe zij daar wonen, wat er gebeurd is en nu gebeurt, dan is het zo gering dat wij het op de vingers van een hand kunnen tellen. Er is dus opmerkelijke vooruitgang geboekt. Toch hebben zich daar waar onze mensen in tenten zitten ontploffingen voorgedaan. Er is derhalve een gevaarlijke situatie en daarover zijn wij bezorgd. Het blijft echter binnen de risico's die wij indertijd inschatten, nu inschatten en in de toekomst verwachten. In deze omstandigheden zijn wij nog steeds in staat om verantwoord ons werk daar te doen.
Er is geen enkel licht tussen de wijze waarop de Duitsers met risico's omgaan en de wijze waarop wij ermee omgaan en tussen hetgeen de Duitse militairen ter bescherming krijgen en anderen ter bescherming krijgen. Er wordt voorbeeldig samengewerkt. Alle informatie waarover wij beschikken wordt gewisseld. Conclusies worden tegen het licht gehouden. Wekelijks hebben wij daar overleg over, ook in groter verband. Er is geen sprake van dat anderen meer of betere voorzieningen zouden hebben dan de Nederlandse militairen. Af en toe heb ik de indruk dat besluiten van andere landen hen in de buurt brengen van de faciliteiten waar de Nederlandse militairen al over beschikken. Ik zal er voortdurend op toezien dat zij de noodzakelijke en beste voorzieningen hebben om hun werk op een goede manier te doen.
Verschillende woordvoerders vroegen of voldoende geregeld is dat een extractie als die nodig is goed kan plaatsvinden. Ik heb al gezegd dat wij daarover afspraken hebben gemaakt. De Nederlandse en de andere ISAF-troepen zullen het land verlaten als wij onze opdracht niet meer kunnen uitvoeren. Onze opdracht is om de regering van Afghanistan te ondersteunen en het vredesproces in en de wederopbouw van het land verder te laten gaan. Als wij door de omstandigheden die goede rol niet meer op een verantwoorde wijze kunnen vervullen, zullen wij ons terugtrekken. Wij zijn er niet om strijdende partijen uit elkaar te halen of de burgerbevolking te beschermen. Wij zijn er om de regering in staat te stellen te groeien en de grote problemen waar het land voor staat op te lossen. Zodra wij niet meer op een verantwoorde wijze een positieve bijdrage kunnen leveren, zullen wij ons terugtrekken.

De heer Van der Staaij heeft een reactie gevraagd op de stelling van derden dat het gooien van bommen in het kader van Enduring Freedom vanuit onder andere Nederlandse F16's een bedreiging zou zijn van de veiligheid van ISAF. Ik denk dat dit allerminst het geval is. Ik heb al gezegd dat er op twee manieren gewerkt wordt aan het versterken van de positie van de regering in Afghanistan. Dat gebeurt door de inzet die in het kader van Enduring Freedom gepleegd wordt om terroristische elementen in Afghanistan uit te schakelen. Dat gebeurt ook door ISAF-militairen die bezig zijn om in en rond Kaboel omstandigheden te creëren waarin de Afghaanse regering beter kan functioneren. Naar mijn vaste overtuiging versterken beide acties elkaar.
De heer Koenders vroeg naar de afstemming tussen Enduring Freedom en ISAF. Ik heb al gezegd dat die afstemming wekelijks plaatsvindt. Verder heeft de heer Koenders gewezen op het antwoord dat ik recent op zijn zevende schriftelijke vraag naar de Kamer heb gestuurd. De heer Koenders vraagt zich nu af of het verband dat in algemene zin bestaat tussen de diverse operaties afdoet aan de zekerheid die er is voor ISAF in Afghanistan. Er is natuurlijk een verband tussen die operaties. Het zou verkeerd zijn om, nu de Amerikanen en de Engelsen op grote schaal bezig zijn met het voorbereiden van een eventuele actie in Irak -- er worden zeer veel transportmiddelen ingezet, waardoor er van alles losgemaakt wordt in de hele wereld -- een verband met de operatie Enduring Freedom en de operatie ISAF te ontkennen. In het licht van onze noodscenario's en een eventuele extractie hebben wij hier ook over gesproken met de Amerikanen en de Engelsen. Op grond daarvan hebben wij vastgesteld dat er goede afspraken zijn gemaakt om ook in die situaties de ondersteuning te krijgen die wij nodig hebben. Met mijn schriftelijke antwoord heb ik in algemene zin aangegeven wat er gebeurt. Dat doet echter niets af aan datgene wat ik heb gezegd over de veiligheid van onze en andere mensen in ISAF.
De heer Koenders heeft gewezen op een gesprek dat heeft plaatsgevonden tussen de Chef defensiestaf en de vakbonden en daaraan de vraag gekoppeld of dat gesprek inmiddels is herhaald. Op mijn verzoek heeft naar aanleiding van een concreet voorval een keer een gesprek plaatsgevonden tussen de Chef defensiestaf en de bonden. Het is echter niet zo dat dit gesprek na ieder concreet voorval herhaald wordt. Wel is er regelmatig contact tussen de Chef defensiestaf en de vertegenwoordigers van de bonden. Wij zullen met die gesprekken doorgaan.
De heer De Graaf heeft gevraagd of er signalen zijn van hergroepering van Taliban en Al Qaida. Die vraag is ook al op een andere wijze gesteld en in antwoord daarop heb ik gezegd dat ik daar op dit moment geen concrete aanwijzingen voor heb. Ik zal dit evenwel nauwlettend blijven volgen. Ik heb al gezegd dat wij dagelijks gerapporteerd worden over de ontwikkelingen daar. Het is een belangrijk punt. Ik zal dat blijven volgen en, als daar aanleiding voor is, zal ik de Kamer daar ook informatie over verstrekken.
De heer De Graaf heeft ook gevraagd of er contact is geweest met de Afghaanse overgangsregering over de inschatting van de veiligheidsrisico's. Er zijn permanent contacten, niet alleen met de Afghaanse overgangsregering, maar ook met individuele krijgsheren en andere machthebbers in dat gebied. Wij doen alles wat volgens ons goed is om het vredesproces en de wederopbouw te bevorderen. Over een actuele inschatting van de veiligheidsrisico's door de Afghaanse overgangsregering zal ik dit weekend en begin volgende week een tweetal gesprekken hebben met de heer Karzai. Ik zal hierover indringend met hem van gedachten wisselen.

De heer De Graaf (D66): Ik heb naar de hergroepering van Al Qaida en Taliban gevraagd, omdat u in uw brief van gisteren zelf hebt geschreven dat daar recente berichten over zijn. U zegt nu dat er geen signalen van zijn. Kunt u dat toelichten?

Minister Kamp: Ik vind die signalen nog niet concreet. Ik krijg hier op allerlei manieren berichten over. Vaak zijn het berichten die niet nader onderbouwd worden. Dat er sprake is van hergroepering van Al Qaida en Taliban leiden wij af uit informatie en is ook gebaseerd op logica. Immers, als groepen zich langere tijd tegen anderen afzetten, komen zij bij elkaar. Ik beschik niet over informatie dat dit concreet tot iets geleid heeft, maar ik zal dit blijven volgen. Als daar aanleiding voor is, zal ik de Kamer daarover informeren.
Mevrouw Huizinga heeft gewezen op de uitspraak van de Duitse generaal Van Heist dat de ontwikkelingen in Irak de veiligheid van ISAF in gevaar kunnen brengen, en gevraagd of wij hierover van inzicht verschillen.

Dat is er niet. Ik heb in het begin al gezegd -- het is misschien goed om dat te herhalen -- dat in algemene zin, als er wat gebeurt in Irak, dat mensen elders in de wereld, ook in Afghanistan, kan inspireren om zich extra af te zetten tegen anderen. Daar zijn wij ons van bewust. Ik heb echter al gezegd dat het blijft binnen de marges die wij hebben als het gaat om de inschatting van de veiligheidsrisico's. Op dat punt is er geen verschil van inzicht tussen de Duitsers en de Nederlanders. Er wordt tussen de Duitsers en Nederlanders zeer nauw samengewerkt. Dat zal de komende zes maanden ook het geval zijn. Wij zijn geen vreemden voor de Duitsers en de Duitsers niet voor ons. Wij hebben samen een Duits/Nederlands legerkorps. Als er wat op elkaar afgestemd moet worden, zal dat zeker gebeuren.
Mevrouw Huizinga heeft gevraagd wie er besluit over het eind van de operatie Enduring Freedom. Over het einde van die operatie zal in multilaterale verband besloten worden. Het is een VN-operatie en er zal dan ook in VN-verband een besluit over genomen worden. Als er noodsituaties zijn, zal er geprobeerd worden om die conclusies ook in dat verband te trekken. Natuurlijk zullen wij als een van de twee landen die daar de komende zes maanden leiding aan geven, een bijzondere verantwoordelijkheid dragen. Mevrouw Huizinga moet zich echter ook realiseren dat uiteindelijk ieder land een eigen verantwoordelijkheid heeft voor de eigen mensen. Wij hebben als Nederland onze verantwoordelijkheid voor de Nederlandse militairen in Afghanistan. Wij kunnen het besluit nemen om onze mensen terug te trekken, in alle omstandigheden. Vanzelfsprekend zullen wij proberen om dat zodanig af te stemmen met andere landen dat niet alleen het belang van Nederlandse militairen worden gediend, maar ook het belang van de militairen van de andere landen en van burgers die eventueel uit Afghanistan teruggetrokken zouden moeten worden.
Op de opmerkingen van de heer Herben ben ik ingegaan, behalve op zijn opmerking over ophitsende elementen in de media van Afghanistan. Ik hoop dat daar uiteindelijk een situatie ontstaat met een sterke regering en met vrije media, waar ook mensen die afwijkende geluiden willen laten horen, in welke vorm dan ook, van het recht van persvrijheid gebruik kunnen maken. De heer Herben zal echter willen weten of er op dit moment sprake is van grootschalige ophitsing van de bevolking via bepaalde media. Wij beschikken niet over informatie op dat punt. Volgens mij is het niet zo, maar ik zal het nagaan. Mocht er aanleiding voor zijn, zal ik de Kamer daarover informeren.
De heer Herben vroeg ook of er uitzicht is op de vorming van een Afghaans leger. Het Afghaanse leger is in opbouw. Wij helpen daar ook bij. Wij kunnen al dingen samendoen met onderdelen van dat Afghaanse leger in opbouw. De heer Herben heeft gezegd dat het voor de ISAF-macht goed zou zijn als daar ook moslimlanden bij betrokken zouden zijn. Ik ben dat in algemene zin met hem eens. Het is een actie die al een tijd loopt. Het einde is bepaald. De algemene verkiezingen vinden namelijk in de zomer van 2004 plaats. Ik weet niet of er op dit moment nog mogelijkheden zijn om verandering in de samenstelling van die ISAF-eenheid aan te brengen. Er zijn 26 landen die het besluit hebben genomen. Het lijkt mij, gelet op de situatie in de wereld en hetgeen rond Irak plaatsvindt, nu niet het beste moment om initiatieven te nemen op dit punt. In algemene zin deel ik echter zijn opvatting dat je, als je het goed doet als internationale gemeenschap, duidelijk maakt dat je hier niet tegen moslims bezig bent, maar dat je voor mensen bezig bent, dus ook voor moslims. Je moet dan ook proberen om een goede afspiegeling te hebben in zo'n multilaterale macht.
Ik hoop dat ik op deze wijze voldoende ben ingegaan op hetgeen door de woordvoerders naar voren is gebracht.

De voorzitter: Hiermee zijn wij gekomen aan het einde van de eerste termijn. Ik zie dat er behoefte is aan een tweede termijn. Ik bepaal de spreektijd daarin op één minuut per fractie.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Voorzitter. De inzet van de fractie van GroenLinks in het debat is om er alles aan te doen om ISAF te versterken, zodat die missie lukt. Daar mag geen misverstand over bestaan. Ik vind het buitengewoon spijtig dat er collega's zijn die hier hebben gesproken over schone-handenpolitiek willen bedrijven als je hier over de veiligheidsproblematiek in Afghanistan in een veranderde situatie wil blijven praten. Wij zullen onze verantwoordelijkheid nemen en iedere keer als wij daaraan behoefte hebben, de minister naar de Kamer halen.

Twee punten stonden centraal in mijn bijdrage. Een daarvan was de vraag naar een nieuwe veiligheidsrisicoanalyse. Daar is de minister mee bezig. Hij heeft gezegd dat hij de analyse ook zeer snel naar de Kamer zal sturen. Dat maakt de motie die ik wilde indienen, overbodig. Ik ga ervan uit dat een eventuele oorlog tegen Irak een centrale plek zal innemen in deze analyse en dat er informatie van hulporganisaties bij betrokken wordt. De minister karakteriseert de veiligheidssituatie als stabiel, maar gespannen. De hulporganisaties spreken echter duidelijk van een verslechterde situatie. Wil de minister hierop reageren?
Mijn tweede punt betreft het overleg met de Verenigde Staten. De minister zegt dat wij overleg hebben over de steun van de Amerikanen aan ISAF in noodsituaties en over een eventuele extractie. Dat is goed, maar kennelijk heeft geen overleg plaatsgevonden -- en dat betreur ik -- in meer politieke zin over de gevolgen van een aanval op Irak voor de situatie in Afghanistan. Daarom handhaaf ik de kwalificatie die ik gegeven heb, namelijk laks.

De heer Van Bommel (SP): Voorzitter. De minister zegt dat er sprake is van een voortdurende evaluatie van de veiligheidssituatie. Toen mevrouw Karimi hem interrumpeerde zei hij min of meer toe dat een nieuwe risicoanalyse wordt gemaakt en dat deze naar de Kamer wordt gestuurd. Mag ik dat interruptiedebat zo opvatten? Mijn fractie heeft immers ook gevraagd om een nieuwe risicoanalyse, waarover de Kamer moet kunnen beschikken. Ik vraag dit met klem, omdat ik het de minister niet letterlijk heb horen zeggen. Mocht de minister dit niet willen toezeggen, dan overweeg ik een motie daarover in te dienen.
Ik heb een vraag gesteld over de aanvallen met raketten en de gerichte patrouilles die daarop volgen. Deze vraag is niet beantwoord. Betekent dit dat men inderdaad betrokken kan raken bij gevechten? Wat betekent dat voor het mandaat? Past dat binnen het mandaat? Is de bewapening daarop toegerust?
De minister heeft het over een stappenplan en over noodscenario's. Het zou allemaal klaarliggen. Dat is wat anders, neem ik aan, dan het planningsdocument, waarin afspraken gemaakt zijn met de Amerikanen over de extractie. Is dat stappenplan en zijn die noodscenario's, eventueel vertrouwelijk, voor de Kamer in te zien of is daar door de Kamer bij een vertrouwelijke briefing kennis van te nemen? Nogmaals, wij hebben dit eerder bij operaties gedaan. Ik zie geen enkele reden waarom dat nu niet zou kunnen.

De heer Koenders (PvdA): Ik heb een vraag over de eventuele moties. Mevrouw Karimi en de heer Van Bommel hebben gewezen op het punt van de nieuwe risicoanalyse. De minister heeft niets anders gezegd dan wat hij eerder al in antwoord op mijn vraag zei, namelijk dat het een permanent proces is. Mijn vraag aan de heer Van Bommel is: betekent dit dat u nu een motie indient? Als deze motie gesteund wordt, ondersteunt u dan ook de operatie?

De heer Van Bommel (SP): Ik heb de woorden van de minister anders geïnterpreteerd. De vooronderstelling van de heer Koenders is onjuist. De minister heeft inderdaad gesproken over voortdurende analyses zoals die op het ministerie gemaakt worden, ook met de chef defensiestaf. Daarnaast heeft hij in antwoord op de vraag van mevrouw Karimi beaamd dat er een nieuwe risicoanalyse komt. Uit de woorden van de minister heb ik geconcludeerd dat dit misschien niet de volledige veiligheidsrisicoanalyse is die wij wensen. De vraag aan de minister is dus: komt u met een integrale risicoanalyse naar aanleiding van de nu ontstane situatie? Wanneer de minister dit niet bedoeld heeft te zeggen, dan wil ik op dit punt graag een motie indienen om te zorgen dat deze veiligheidsrisicoanalyse er wel komt. Dat betekent niet dat de SP-fractie de missie steunt wanneer de veiligheidsanalyse er komt. Deze is immers slechts een instrument om een beoordeling te maken. Ik ben overigens verbaasd dat anderen, waaronder de heer Koenders, niet om zo'n analyse vragen. Juist wie een missie steunt, zou toch uitermate goed kennis willen nemen van de daarmee verbonden risico's.

De heer Koenders (PvdA): Voorzitter. We moeten wel netjes blijven. Als een fractie van het begin af aan hierover kritische vragen stelt, dan zij wij dat wel! De heer Van Bommel komt later in een debat waar, zoals we de hele ochtend hebben gezien, niets uitkomt. Hij vindt het kennelijk erg belangrijk om iets te vragen wat in feite al gebeurt en hij wil daar ook nog een motie over indienen. Ik mag hem dan toch wel vragen of hij ook een verandering van standpunt heeft over de missie?

De heer Van Bommel (SP): Dat mag u vragen. Het antwoord daarop is "nee". Het gaat hier om een nieuw ontstane situatie op grond waarvan de Kamer, in ieder geval mijn fractie, vragen stelt met betrekking tot de veiligheidsanalyse zoals deze in het verleden gemaakt is. Ik maak uit de woorden van de minister op dat hij zich ook zorgen maakt en met een nieuwe veiligheidsanalyse naar de Kamer wil komen. Ik heb hem op dat punt om de laatste uitleg gevraagd. Wanneer die toezegging namelijk niet zo verstaan mag worden, dan zal ik deze toezegging via een motie aan hem vragen.

De heer Eurlings (CDA): Voorzitter. Ik heb in eerste termijn gezegd dat het mijn overtuiging is dat wij als Kamer het debat over de uitzending van extra troepen naar ISAF Afghanistan op een zorgvuldige manier hebben gevoerd. De missie is risicovol, maar wij hebben met zijn allen mede op basis van extra garanties rond veiligheid op 25 november geconcludeerd dat de missie verantwoord was. Dat besluit is door de Kamer -- op de SP na -- zeer breed gedragen genomen.
Voorzitter. Ik ben blij met de beantwoording van de minister na afloop van de eerste termijn. Deze beantwoording heeft op een aantal vlakken extra duidelijkheid gegeven. De minister heeft duidelijk gezegd dat de situatie, zoals deze zich heeft voorgedaan binnen het risicoprofiel past en dat we erop geprepareerd zijn. Onze veiligheids- en beschermingsniveaus zijn zeker op het niveau van alle deelnemende landen aldaar. De minister heeft ook zeer duidelijk aangegeven dat de zaken in geval van extractie zeer goed zijn geregeld en de garanties hard en afdoende zijn. Ik denk dat je ook nu weer mag concluderen dat de missie niet risicoloos is maar wel verantwoord.
Ik heb zelf vraagtekens gehad over de noodzaak van dit debat op deze manier. We staan vlak voor het moment dat onze soldaten daar een nieuwe taak opnemen. Ik vind het dan nogal wat wanneer iemand -- ik kijk naar mevrouw Karimi van GroenLinks -- de regering hier laksheid verwijt op het vlak van het omgaan met de bredere veiligheidsanalyse. Bij zo'n duidelijke stellingname is het van tweeën een. Of je vindt het niet meer verantwoord om de soldaten nu te laten beginnen. Of je trekt het woord "laks" in en vindt het wel verantwoord. Mevrouw Karimi laat de soldaten wel beginnen maar ze laat boven de markt zweven dat de regering in Nederland "laks" omgaat met hun positie. Ik vind dat niet inhoudelijk. We hebben destijds gezegd dat we niet allemaal scenario's met betrekking tot Irak gaan uittekenen, maar dat we in geval de Amerikanen minder gaan doen in Afghanistan daarop voorbereid zijn en ons dan terugtrekken. Dat was een van de nadrukkelijke garanties die wij op 25 november, inclusief mevrouw Karimi, hebben bedongen. Het is dus van tweeën een. Mevrouw Karimi neemt het woord "laks" terug of zij steunt de missie niet meer. Ik neem afstand van haar uitspraak. Ik vind deze niet inhoudelijk en een ongepast signaal naar onze militairen.

Mevrouw Karimi (GroenLinks): Voorzitter. De heer Eurlings gebruikt grote woorden. Ik blijf bij mijn oordeel over de inzet van de Nederlandse regering in de contacten met de Verenigde Staten als het gaat om het analyseren van de gevolgen van een eventuele oorlog tegen Irak voor de totale veiligheid in Afghanistan en als onderdeel daarvan voor ISAF. De minister heeft gezegd dat dit geen onderwerp van discussie is geweest met de Amerikanen. Ik vind dat laks.

De heer Eurlings (CDA): Ik rond af. Ik constateer dat in de brede veiligheidsanalyse van Kamer en regering is ook geanticipeerd op de mogelijkheid van terugtrekkende Amerikanen aldaar, in het kader van een oorlog in Irak. Wij zijn daar dus op voorbereid en dat is verre van laks. We mogen aan het eind van deze discussie concluderen dat Kamer en regering op een zorgvuldige manier met de risico's omgaan. We wachten een nieuwe veiligheidsanalyse af. Het zal een voortgaand proces zijn. Ik wil in elk geval vanaf deze plaats onze mannen en vrouwen daar alle succes van de wereld toewensen met deze mooie en belangrijke missie.

De heer Herben (LPF): Voorzitter. Ik dank de minister van harte voor de uitvoerige informatie die hij ons heeft verstrekt. Ik ben blij te horen dat alle gewenste middelen ter beschikking staan. Dat is voor mij een belangrijk punt. Ik heb groot vertrouwen in de geoefendheid en de kundigheid van het Nederlandse en Duitse personeel. Ik vertrouw erop dat zij hun missie bekwaam zullen uitvoeren. Ik wens hun daarbij alle succes toe.
Mijn opmerking over het ophitsende karakter van de Afghaanse media is vooral ingegeven door een ervaring die ik in Eritrea heb opgedaan. Ik zag in Asmara dat de VN er in het kader van de wederopbouw zeer bewust voor wilden zorgen dat er een goede pers tot stand kwam en dat informatie werd verstrekt. Daarom vroeg ik of de minister daarvan op de hoogte is. Misschien kan de minister, als hij daar binnenkort naartoe gaat, zich ervan overtuigen dat bij de wederopbouwactiviteiten ook een stukje opbouw van de vrije pers hoort. Dat is juist preventief heel belangrijk. Misschien moet de vaste Kamercommissie voor Defensie daar binnenkort maar eens zelf gaan kijken, al was het maar om onze steun te betuigen aan de mannen en vrouwen, die daar goed werk doen.

Minister Kamp: Voorzitter. De heer Herben heeft gevraagd om een objectieve informatievoorziening aan de bevolking en het bespreken van het belang daarvan in het contact dat ik zal hebben met de vertegenwoordigers van de Afghaanse regering. Ik zal graag aan dat verzoek voldoen.
De heer Eurlings sprak over grote woorden. Hij heeft zelf geen grote woorden gebruikt. Er is één groot woord gebruikt, en wel door mevrouw Karimi, die sprak over "laks". Zij doelde daarmee op ons optreden inzake de veiligheidssituatie van de Nederlandse militairen in Afghanistan. Dat is bij ons hard aangekomen. Wij zetten ons dag en nacht in om de veiligheidsrisico's optimaal te beperken, om onze mensen daar in staat te stellen het werk goed te doen. Dat werk wordt gedaan in het kader van een VN-actie op basis van een resolutie van de Veiligheidsraad. Daar doen 26 landen aan mee en daarvoor bestaat in dit huis brede steun. Iedere dag beginnen wij met een bezinning op de veiligheidssituatie van ISAF in Afghanistan. Om dan het woord "laks" te gebruiken… Daar heb ik geen woorden voor.
Mevrouw Karimi vraagt mij de informatie van de hulporganisaties te betrekken bij de risicoanalyse. We zullen alle relevante informatie die beschikbaar is, daarbij betrekken. Onze informatie wordt gebundeld door de Militaire inlichtingen- en veiligheidsdienst. Ik heb al gezegd dat deze dienst, die alle bronnen daarbij betrekt, daarover dagelijks rapporteert. Als de hulporganisaties relevante informatie hebben, zal deze informatie daar zeker bij betrokken worden. Op dat gebied is er dus geen enkele terughoudendheid.
De heer Van Bommel vroeg mij opnieuw aan te geven wat de risicoanalyse precies inhoudt. Ik kan het echt niet duidelijker zeggen dan ik eerder heb gedaan. Ik zal het voor hem herhalen. Wij maken dagelijks een analyse. Dagelijks wordt op grond van de informatie over afgelopen 24 uur bekeken wat wij van de situatie vinden en wat wij eventueel moeten doen. Ik vind dat n